J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1970/02/06/1970020608/justel

Titel
6 FEBRUARI 1970. - Koninklijk besluit tot <regeling> <van> de <organisatie> en de <werking> der <raden> <van> de <Orde> der geneesheren. Zie wijziging(en)

Publicatie : 14-02-1970 nummer :   1970020608 bladzijde : 1506
Dossiernummer : 1970-02-06/32
Inwerkingtreding : 24-02-1970

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen betreffende de provinciale raden.
Art. 1-10
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen in verband met de raden van beroep.
Art. 11-13
HOOFDSTUK III. - Algemene bepalingen in verband met de nationale raad.
Art. 14-17
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de provinciale raden, de raden van beroep en de nationale raad.
Art. 18-19
HOOFDSTUK V. - Inschrijving op de lijst van de Orde.
Art. 20-21, 21bis, 22, 22bis, 23
HOOFDSTUK VI. - Procedure voor de provinciale raden.
Art. 24-28
HOOFDSTUK VII. - Procedure voor de raden van beroep.
Art. 29-34
HOOFDSTUK VIII. - Betekening der beslissingen.
Art. 35
HOOFDSTUK IX. - Gebruik der talen in tuchtzaken.
Art. 36-39
HOOFDSTUK X. - De wraking.
Art. 40-43
HOOFDSTUK XI. - Ambtelijke opdrachten.
Art. 44-45
HOOFDSTUK XII. - Opheffende en slotbepalingen.
Art. 46-47

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen betreffende de provinciale raden.

  Artikel 1. Elke provinciale raad heeft zijn zetel in de hoofdplaats van de provincie.

  Art. 2. De voorzitter bepaalt de datum van de vergaderingen. De secretaris roept ervoor de leden van de provinciale raad op alsmede het lid van de nationale raad, indien het door de provinciale raad buiten zijn midden werd verkozen.
  De oproepingsbrief vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering; hij bevat de agenda zoals zij door de voorzitter werd vastgelegd.
  Behalve in dringende gevallen, wordt de oproepingsbrief minstens volle acht dagen voor de datum van de vergadering aan de leden van de raad toegestuurd.

  Art. 3. Om wettig zitting te kunnen houden moeten, benevens de assessor, minstens twee derde van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
  Indien na twee opeenvolgende oproepingen het quorum der stemgerechtigde leden niet aanwezig is, kan de raad na een nieuwe oproeping en ongeacht het aantal van de aanwezige stemgerechtigde leden, wettig beraadslagen en beslissen over de voor de derde maal op de agenda vermelde vraagstukken.

  Art. 4. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 26 van dit besluit, worden de beslissingen van de provinciale raad getroffen bij meerderheid van stemmen.

  Art. 5. De notulen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de leden van de raad.

  Art. 6. De leden van het dagelijks bestuur, alsmede het lid van de nationale raad dat door de provinciale raad is verkozen, worden door de voorzitter voor de vergaderingen opgeroepen.
  Het dagelijks bestuur kan alleen wettig beraadslagen en beslissen wanneer al de leden aanwezig zijn of behoorlijk zijn vertegenwoordigd.
  De beslissingen worden getroffen bij meerderheid van stemmen.

  Art. 7. Het dagelijks bestuur regelt de gewone werkzaamheden van de raad. Het treft alle vereiste maatregelen om de beslissingen van de raad voor te bereiden; het staat de voorzitter ter zijde bij de opstelling van de agenda van de vergaderingen.

  Art. 8. De voorzitter leidt de werkzaamheden, van de raad en van het dagelijks bestuur en ondertekent de notulen evenals alle andere stukken, die van het dagelijks bestuur en van de provinciale raad uitgaan.

  Art. 9. De ondervoorzitter vervangt de voorzitter wanneer deze afwezig is; in dit geval vervult hij alle taken die de voorzitter zijn opgedragen.

  Art. 10. De secretaris stelt de notulen van het dagelijks bestuur en van de raad op en ondertekent ze samen met de voorzitter; hij houdt het register der beraadslagingen en beslissingen evenals alle andere die de raad voorschrijft te houden.

  HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen in verband met de raden van beroep.

  Art. 11. De voorzitter maakt de rol van de zaken op en bepaalt de de datum van de terechtzittingen. De leden van elke raad van beroep alsmede het lid van de nationale raad, waarvan sprake in artikel 12, § 3, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren, worden ervoor door de griffier opgeroepen.
  De oproepingsbrief vermeldt de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting alsmede de zaken die opgeroepen worden.
  Behalve in dringende gevallen, wordt de oproepingsbrief aan de leden toegestuurd, minstens volle acht dagen voor de datum van de terechtzitting.

  Art. 12. De raden van beroep kunnen alleen wettig beraaldslagen en beslissen wanneer, benevens de griffier, minstens drie verkozen en drie benoemde leden aanwezig zijn.
  Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 32 van dit besluit, worden de beslissingen van de raden van beroep getroffen bij meerderheid van stemmen.

  Art. 13. Onder de leiding van de voorzitter gaat de griffier de regelmatigheid na van alle akten van rechtspleging en houdt het protocol van de terechtzittingen. Hij houdt de registers die de raad voorschrijft te houden.

  HOOFDSTUK III. - Algemene bepalingen in verband met de nationale raad.

  Art. 14. De voorzitter en de ondervoorzitters van de nationale raad zorgen voor de coördinatie van de werkzaamheden van beide afdelingen van de raad; zij vormen samen met de griffier een dagelijks bestuur dat de werkzaamheden van de raad voorbereidt.

  Art. 15. De voorzitter bepaalt de datum van de vergadering. De leden van elke afdeling van de nationale raad worden er door de griffier voor opgeroepen.
  Behoudens in spoedeisende gevallen wordt de oproepingsbrief, die de door de voorzitter vastgelegde agenda bevat, aan de leden toegestuurd, minstens volle acht dagen voor de datum van de vergadering.
  Op aanvraag van drie leden-geneesheren van een afdeling, wordt deze door de voorzitter bijeengeroepen binnen de maand na de aanvraag die het onderwerp bepaalt dat op de agenda dient gebracht.

  Art. 16. <KB 04-08-1971, art. 1.> Elke afdeling van de nationale raad kan alleen wettig beraadslagen en beslissen wanneer, benevens de voorzitter en de griffier, vijf leden aanwezig zijn.
  Wanneer beide afdelingen gezamenlijk vergaderen, moeten minstens zes leden van elke afdeling aanwezig zijn. Wanneer bepalingen van de code van geneeskundige plichtenleer worden besproken is evenwel de aanwezigheid van vier vijfde van het aantal leden vereist.
  Wanneer beide afdelingen gezamenlijk vergaderen, moeten minstens drie verkozen en drie benoemde leden van elke afdeling aanwezig zijn. Wanneer bepalingen van de code van geneeskundige plichtenleer worden besproken is evenwel de aanwezigheid van vier vijfde van het aantal leden vereist.

  Art. 17. De beslissingen van de nationale raad en van zijn afdelingen worden getroffen bij meerderheid van stemmen.

  HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de provinciale raden, de raden van beroep en de nationale raad.

  Art. 18. In geval van verhindering van de vaste leden, wordt hun ambt waargenomen door de plaatsvervangers.
  Wanneer het mandaat van een vast lid van de provinciale raad openvalt, wordt het toegekend aan het plaatsvervangende lid dat, bij de verkiezing, het grootst aantal stemmen heeft behaald. Bij gelijkheid van stemmen, wordt de plaatsvervanger met de hoogste leeftijd aangewezen.
  [Wanneer een mandaat van vast lid van de raden van beroep of van de nationale raad openvalt, wordt het toegekend aan het plaatsvervangend lid.
  Wanneer een mandaat van plaatsvervangend lid van de raden van beroep of van de nationale raad openvalt, gaat de provinciale raad over tot de verkiezing van een nieuw plaatsvervangend lid.
  Wanneer een mandaat van een lid van het dagelijks bestuur openvalt gaat de provinciale raad over tot de verkiezing van een nieuw lid.
  Die verkiezingen verlopen volgens dezelfde regels als die welke gelden voor de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur van de provinciale raad.
  De opengevallen mandaten worden vervuld tot op het einde van hun ambtsperiode.] <KB 3-12-1979, art. 1>

  Art. 19. De raden van de Orde houden zitting met gesloten deuren.

  HOOFDSTUK V. - Inschrijving op de lijst van de Orde.

  Art. 20. Elke provinciale raad stelt, voor zijn gebied, de lijst op van de Orde en houdt die bij.
  Voor 15 februari van elk jaar, stuurt het dagelijks bestuur van de raad de op 31 december van het vorig jaar afgesloten lijst aan de nationale raad, de Minister van Volksgezondheid, de procureur-generaal bij het Hof van beroep en de provinciale geneeskundige commissie van het ambtsgebied.
  Bovendien wordt elke nieuwe inschrijving of elke weglating op verzoek van de geneesheer onmiddellijk medegedeeld aan de geneeskundige commissie van het ambtsgebied en aan de procureur-generaal bij het Hof van beroep.

  Art. 21. § 1. De aanvraag tot inschrijving op de lijst van de Orde wordt gericht aan de voorzitter van de provinciale raad van de woonplaats van de aanvrager.
  Volgende stukken worden bij deze aanvraag gevoegd :
  1. Het wettelijk op het ermede gelijkgesteld diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of het bewijs van vrijstelling, door de bevoegde geneeskundige commissie geviseerd.
  2. Een verklaring van de aanvrager waarin hij de plaats aanwijst waar hij zijn voornaamste bedrijvigheid uitoefent of zal uitoefenen.
  3. Een getuigschrift van goed zedelijk gedrag dat van niet meer dan drie maanden terug gedagtekend is.
  § 2. Indien het dagelijks bestuur van de provinciale raad vaststelt dat een geneesheer die de inschrijving vraagt reeds ingeschreven is of was op de lijst van een andere raad, verwittigt het die raad van de aanvraag tot inschrijving.
  Het dagelijks bestuur van de raad, waar de aanvrager ingeschreven is of was stuurt zijn dossier aan de raad, tot wie de aanvraag tot inschrijving is gericht.

  Art. 21bis. <KB 26-12-1985, art. 1> Voor wat betreft de geneesheer onderdaan van een Lid-Staat, houder van een diploma, certificaat of andere titel van geneesheer afgeleverd door een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, een andere dan België, en die zich in belgië wenst te vestigen teneinde er zijn beroep uit te oefenen, dient de aanvraag tot inschrijving op de lijst van de Orde vergezeld te zijn van een volledig dossier waarin volgende stukken :
  1° het document bedoeld in artikel 44sexies, § 1, van het koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, geviseerd door de bevoegde geneeskundige commissie;
  2° een verklaring van de aanvrager waarin hij vermeldt in welk(e) land(en) hij reeds zijn beroep heeft uitgeoefend alsook waar hij zijn voornaamste bedrijvigheid zal uitoefenen;
  3° een verklaring, niet ouder dan drie maand, afgeleverd door de bevoegde instantie van de Lid-Staat van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden inzake goed gedrag en betrouwbaarheid die in die Lid-Staat vereist zijn voor de toegang tot de geneeskundige activiteit. Wanneer de Lid-Staat van oorsprong of herkomst geen dergelijk bewijs verlangt voor de toegang tot de geneeskundige activiteit, wordt die verklaring vervangen door een uittreksel uit het strafregister of, bij gebreke daarvan, een door de bevoegde instantie van die Lid-Staat afgegeven gelijkwaardig document dat niet ouder is dan drie maand;
  4° wanneer de aanvrager de geneeskunde reeds heeft uitgeoefend in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst zal het dossier bovendien, in voorkomend geval, een document bevatten dat niet ouder is dan drie maand en dat is afgeleverd door de bevoegde instantie van die Lid-Staat, en met een overzicht van de tuchtrechtelijke of administratieve maatregelen of sancties genomen ten opzichte van de betrokkene en van de strafrechtelijke sancties die betrekking hebben op de uitoefening van het beroep in die Lid-Staat.

  Art. 22. Het dagelijks bestuur van de provinciale raad gaat na of de inschrijvingsconditiën zijn vervuld en legt het dossier aan de raad over.
  De raad beslist over de aanvraag binnen een maand na de ontvangst ervan.
  De beslissing wordt aan de betrokkene betekend.

  Art. 22bis. <KB 26-12-1985, art. 2> Wanneer de aanvrager een persoon is zoals bedoeld in artikel 21bis, gaat het dagelijks bestuur van de provinciale raad na of de inschrijvingsvoorwaarden zijn vervuld en licht de nationale raad in over de aanvraag.
  De nationale raad maakt zijn opmerkingen over aan het bureau van de provinciale raad die het dossier voor beslissing voorlegt aan deze raad.
  De procedure tot inschrijving moet afgehandeld worden binnen de dire maand nadat het volledig dossier aan het bureau van de provinciale raad werd voorgelegd.
  Deze termijn wordt geschorst wanneer inlichtingen gevraagd werden door het Bestuur Geneeskundepraktijk van het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin aan de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst van deze geneesheer. De procedure tot inschrijving loopt verder vanaf het moment dat deze inlichtingen werden ontvangen of, bij gebreke daarvan, vanaf het verstrijken van een termijn van drie maand die begint te lopen vanaf het moment waarop de inlichtingen werden gevraagd.
  De beslissing van de provinciale raad wordt aan de betrokkene betekend.

  Art. 23. Wanneer de provinciale raad, binnen één maand na de ontvangst van de aanvraag tot inschrijving op de lijst van de Orde, nog geen beslissing heeft genomen, kan de betrokken geneesheer bij een aan de voorzitter gerichte aangetekende brief, zijn verzoek bij de raad van beroep aanhangig maken.

  HOOFDSTUK VI. - Procedure voor de provinciale raden.

  Art. 24. In al de gevallen waarin een onderzoek wordt bevolen ten laste van een geneesheer wordt deze ervan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
  Na sluiting van het onderzoek, brengt de voorzitter de zaak op de agenda van één der eerstkomende vergaderingen van de raad.
  Nadat de verslaggever zijn rapport heeft voorgelezen, oordeelt de raad bij een met redenen omklede beslissing, of de zaak zonder gevolg mag worden gelaten, of een aanvullend onderzoek moet worden ingesteld, dan wel of de geneesheer voor zijn gerecht moet verschijnen.
  De beslissing waarbij de zaak zonder gevolg wordt gelaten, wordt binnen acht dagen aan de betrokken geneesheer medegedeeld; in dezelfde tijd wordt kennis ervan gegeven aan de overheid, die de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de provinciale raad, overeenkomstig artikel 20, § 1, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 79.
  In de gevallen bepaald bij artikel 6, 5°, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 79 worden de belanghebbenden, in dezelfde tijd, van de beslissing in kennis gesteld.

  Art. 25. De oproeping tot het verschijnen voor de provinciale raad wordt bij aangetekend schrijven aan de betrokken geneesheer gestuurd, minstens vijftien dagen voor de vergadering.
  Ondertussen hebben de geneesheer en zijn raadslieden het recht op het secretariaat van de provinciale raad kennis te nemen van het dossier.

  Art. 26. De rechtspleging geschiedt op tegenspraak.
  De geneesheer verschijnt persoonlijk; hij mag zich laten bijstaan door één of meer raadslieden.
  [De beslissing wordt gewezen bij meerderheid van stemmen. De beslissingen houdende schrapping op de lijst van de Orde of de schorsing voor langer dan één jaar, van het recht om de geneeskunde uit te oefenen, of, wanneer het gaat om een geneesheer onderdaan van een Lid_Staat van de Europese Economische Gemeenschap die in België een dienstverrichting heeft uitgeoefend, het definitief verbod om de geneeskunde uit te oefenen of de schorsing van dit recht voor langer dan één jaar, moeten evenwel worden gewezen bij meerderheid van minstens twee derde der stemmen.] <KB 26-12-1985, art. 3>
  De beslissing moet met redenen zijn omkleed. Zij wordt binnen acht dagen, bij aangetekende brief, aan de geneesheer bekendgemaakt.
  In dezelfde tijd wordt een afschrift van de beslissing gestuurd aan de voorzitter van de nationale raad evenals aan de overheid, die de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de provinciale raad, overeenkomstig artikel 20, § 1, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 79.

  Art. 27. Het verzet tegen een bij verstek gewezen beslissing wordt bij een ter post aangetekende brief gestuurd aan de voorzitter van de raad, die de beslissing heeft getroffen.

  Art. 28. Wanneer de provinciale raad geen enkele beslissing heeft genomen binnen zes maanden vanaf de ontvangst van het bezwaar- of verzoekschrift, waarvan sprake in artikel 20 van het bovenvermelde koninklijk besluit nr. 79, wordt de gezamenlijke zaak aanhangig gemaakt bij de raad van beroep op verzoek van de betrokken geneesheer of van de assessor van de provinciale raad of nog van de voorzitter van de nationale raad, samen met een ondervoorzitter.
  De aanvraag wordt bij aangetekende brief gericht aan de voorzitter van de raad van beroep.

  HOOFDSTUK VII. - Procedure voor de raden van beroep.

  Art. 29. Het beroep wordt bij een ter post aangetekende brief gestuurd aan de voorzitter van de provinciale raad, die de beslissing heeft gewezen.

  Art. 30. De voorzitter van de provinciale raad geeft onmiddellijk kennis van het beroep, naar gelang van het geval, aan de geneesheer, aan de assessor van de provinciale raad of aan de voorzitter van de nationale raad.
  De voorzitter stuurt de akte van hoger beroep samen met het dossier aan de bevoegde raad van beroep.
  Op verzoek van de raad van beroep, waarbij de zaak overeenkomstig de artikelen 23 en 28 van dit besluit aanhangig werd gemaakt, stuurt de voorzitter van de provinciale raad hem het dossier en alle nodige inlichtingen.

  Art. 31. De geneesheer wordt bij een ter post aangetekende brief, door de griffier voor de terechtzitting opgeroepen; de oproepingsbrief moet hem minstens volle vijftien dagen voor de datum van de zitting worden toegestuurd.
  Binnen deze tijd mogen de geneesheer en zijn raadslieden inzage nemen van het dossier.
  De geneesheer verschijnt persoonlijk en mag zich laten bijstaan door één of meer raadslieden.

  Art. 32. De raad van beroep beraadslaagt en beslist volgens de regels bepaald bij artikel 12 van dit besluit.
  [Nochtans is een meerderheid van twee derde vereist om de schrapping uit de lijst van de Orde of om de schorsing voor meer dan één jaar uit te spreken of om, in het geval van een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap die in België een dienstverrichting heeft uitgeoefend, het definitief verbod om de geneeskunde uit te oefenen of de schorsing van dit recht voor meer dan één jaar uit te spreken, of om de inschrijving op de lijst van de Orde te weigeren of uit te stellen.] <KB 26-12-1985, art. 4>

  Art. 33. De beslissingen van de raad van beroep worden binnen acht dagen na de uitspraak aan de betrokken geneesheer betekend. In dezelfde tijd wordt kennis ervan gegeven aan de provinciale raad, die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan, aan de voorzitter van de nationale raad evenals aan de overheid die de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de provinciale raad, overeenkomstig artikel 20, § 1, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 79.

  Art. 34. Het verzet tegen een bij verstek gewezen beslissing wordt bij een ter post aangetekende brief gestuurd aan de voorzitter van de raad van beroep die de beslissing heeft getroffen.

  HOOFDSTUK VIII. - Betekening der beslissingen.

  Art. 35. § 1. Binnen dertig dagen na de datum waarop zij definitief zijn geworden, worden de beslissingen betreffende de schrapping of weglating van de lijst van de Orde, de schorsing van het recht om de geneeskundige praktijk uit te oefenen, of de beperkte uitoefening van dit recht, medegedeeld aan de geneeskundige commissie evenals aan de procureur-generaal bij het Hof van beroep van het rechtsgebied waarbinnen de provinciale raad zetelt, waaronder de geneesheer ressorteert.
  § 2. Binnen dertig dagen na de datum waarop zij definitief zijn geworden, worden alle disciplinaire beslissingen die in laatste aanleg door de provinciale raden of de raden van beroep worden gewezen, door de voorzitter van de betrokken raad medegedeeld aan de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.

  HOOFDSTUK IX. - Gebruik der talen in tuchtzaken.

  Art. 36. De geneesheer, die de taal die gebruikt wordt door de provinciale raad waaronder hij ressorteert niet of niet voldoende begrijpt, kan vanaf het begin van het onderzoek en ten laatste voor de terechtzitting vragen naar een provinciale raad van de andere taalrol te worden verwezen.
  Om ontvankelijk te zijn moet die vraag schriftelijk aan de voorzitter van de provinciale raad worden gericht en bij hem toekomen voor dat de terechtzitting begint.
  De vraag wordt voorgelegd aan de raad die erover in laatste aanleg bij meerderheid van stemmen beslist.
  De met redenen omklede beslissing wordt onmiddellijk aan de aanvrager betekend.
  Wordt de vraag verworpen, dan bekomt de geneesheer, indien hij daarom schriftelijk verzoekt, de vertaling van de stukken van het dossier en de hulp van een tolk, op kosten van de Orde.

  Art. 37. De provinciale raad die het verzoek heeft aanvaard, verwijst de geneesheer naar de dichtstbij gelegen provinciale raad van de andere taalrol.

  Art. 38. De geneesheren, die in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad woonachtig zijn en die, voor de inschrijving op de lijst van de Orde, één van de twee provinciale raden van Brabant hebben gekozen, mogen niet vragen naar een provinciale raad van de andere taalrol te worden verwezen.
  [Wanneer het gaat om een onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap die in het zoëven vermelde arrondissement een dienstverrichting heeft uitgeoefend, zal de bevoegdheid van een van de provinciale raden van Brabant worden bepaald door de taal die gebruikt werd voor de verklaring van dienstverrichting.] <KB 26-12-1985, art. 5>

  Art. 39. In verband met de klachten en verzoeken waarvan sprake in artikel 20, § 1, van het bovenvermelde koninklijk besluit nr. 79 waarbij een Duitssprekende geneesheer is betrokken, zal het dagelijks bestuur van de provinciale raad van Luik één of meer leden van zijn raad aanduiden die deze taal kennen, om het onderzoek in te stellen en verslag uit te brengen.
  Ingeval geen enkel lid die taal kent zal een beroep worden gedaan op een beëdigd vertaler.
  De raad zal vervolgens uitspraak doen over het verslag in de gewone vorm.
  De raad van beroep zal dezelfde regels toepassen.
  De kosten van vertaling komen ten laste van de Orde.

  HOOFDSTUK X. - De wraking.

  Art. 40. De geneesheer mag zijn recht van wraking gebruiken tegen de leden van de provinciale raad en van de raad van beroep die over zijn zaak moeten beslissen.

  Art. 41. Elk lid van de provinciale raad of van de raad van beroep kan worden gewraakt om de redenen die in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek zijn vermeld.

  Art. 42. De geneesheer moet, op straffe van verval, ten laatste voor het pleidooi, aan de voorzitter van de raad die over de zaak moet uitspraak doen, een gedateerd en ondertekend geschrift richten waarin hij de namen der leden die hij wil wraken vermeldt, alsmede de redenen der wraking aangeeft.

  Art. 43. Het lid dat door de wraking is getroffen, wordt van die toestand onmiddellijk door de voorzitter in kennis gesteld; deze legt de zaak voor bij de raad, die erover beslist bij meerderheid van stemmen. Het gewraakte lid, dat vooraf zal moeten zijn gehoord, mag zich niet onder de aanwezige leden bevinden.
  De met redenen omklede beslissing wordt onverwijld aan de geneesheer betekend.
  Beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de provinciale raad, waarbij de wraking wordt verworpen, binnen acht dagen na de kennisgeving van de beslissing.

  HOOFDSTUK XI. - Ambtelijke opdrachten.

  Art. 44. Wanneer een provinciale raad een geneesheer wil horen, die op de lijst van een andere raad is ingeschreven, roept hij die geneesheer op of vraagt hij aan deze laatste raad zich met het onderzoek te belasten.

  Art. 45. Ingeval de verzoekende raad niet dezelfde voertaal heeft als de raad die met het onderzoek is belast doet de voorzitter van de verzoekende raad vooraf het verzoek vertalen.
  De kosten van vertaling komen ten laste van de verzoekende raad.

  HOOFDSTUK XII. - Opheffende en slotbepalingen.

  Art. 46. Het koninklijk besluit van 23 mei 1939 tot regeling van de toepassing van de wet van 25 juli 1938, houdende oprichting van een Orde der geneesheren, gewijzigd door de koninklijk besluiten van 13 juli 1939, 14 juni 1954, 11 mei 1960 en 30 juni 1961, wordt opgeheven.

  Art. 47. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid,
   .....
Erratum Tekst Begin

BEELD
1970020638
PUBLICATIE :
1984-04-26
bladzijde : 0

ERRATUM



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-12-1985 GEPUBL. OP 10-01-1986

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel
    Erratum Franstalige versie