J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1950/12/19/1950121902/justel

Titel
19 DECEMBER 1950. - WET tot instelling van de <Orde> <der> <Dierenartsen>.
(NOTA : Art. 8, 10 en 12 zijn gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum door <W 2007-03-01/37, art. 124 tot 126, 004; Inwerkingtreding : onbepaald>) -
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-03-1999 en tekstbijwerking tot 21-12-2015)

Publicatie : 14-01-1951 nummer :   1950121902 bladzijde : 222
Dossiernummer : 1950-12-19/30
Inwerkingtreding : 24-01-1951

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-24
Overgangsbepalingen.
Art. 25-26

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.Er wordt in België een Orde [1 van de]1 dierenartsen ingesteld. Zij bezit rechtspersoonlijkheid.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 2.[1 § 1. De Orde van Dierenartsen bestaat uit :
   1° ieder natuurlijk persoon die een diploma, certificaat of andere titel bezit die toelaat om op het grondgebied de diergeneeskunde uit te oefenen, hierna te noemen de dierenarts, die er de diergeneeskunde wil uitoefenen en die een inschrijving heeft bekomen op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de dierenartsen;
   2° ieder diergeneeskundig rechtspersoon die een inschrijving heeft bekomen op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de diergeneeskundige rechtspersonen.
   De diergeneeskundige rechtspersoon is de rechtspersoon die beschikt over rechtspersoonlijkheid, met een maatschappelijke zetel en bij ontstentenis ervan met een uitbatingszetel in België en die geregistreerd is bij de Kruispuntbank van Ondernemingen met een ondernemingsnummer en die aan volgende voorwaarden voldoet:
   1° alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité zijn natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van dierenarts uit te oefenen overeenkomstig artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
   2° zijn doel en activiteit zijn beperkt tot het verlenen van diensten die behoren tot de uitoefening van het beroep van dierenarts en mogen hiermee niet onverenigbaar zijn;
   3° indien hij is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen, zijn zijn aandelen op naam;
   4° de aandelen of deelbewijzen alsook de stemrechten zijn rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit van dierenartsen die de diergeneeskunde uitoefenen binnen de diergeneeskundige rechtspersoon. Nochtans kan 33 % van de aandelen en deelbewijzen in het bezit zijn van rechthebbenden van dierenartsen-vennoten, van andere dierenartsen of van diergeneeskundige rechtspersonen;
   5° de diergeneeskundige rechtspersoon mag geen aandelen bezitten in andere vennootschappen of rechtspersonen waarvan het maatschappelijk doel of de activiteiten onverenigbaar kunnen zijn met de uitoefening van de diergeneeskunde.
   Als de rechtspersoon niet meer voldoet aan de vereiste voorwaarden om zijn inschrijving op de lijst van de Orde te behouden, beschikt hij over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Deze termijn kan verlengd worden door de bevoegde gewestelijke raad.
   § 2. De dierenartsen verkrijgen voorafgaand aan de effectieve uitoefening van de diergeneeskunde hun inschrijving op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de dierenartsen. Ze vragen hun inschrijving aan de bevoegde gewestelijke raad in functie van hun administratieve beroepsverblijfplaats. De administratieve beroepsverblijfplaats van een natuurlijk persoon is de uitbatingszetel van zijn diergeneeskundige beroepsactiviteit in België die kan hetzelfde zijn als zijn wettelijke verblijfplaats. Alle dierenartsen die hun inschrijving op een van de lijsten van de Orde vragen, delen terzelfdertijd het adres van hun wettelijke verblijfplaats mee.
   De dierenartsen die wettelijk gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie voor het uitoefenen van de diergeneeskunde en die tijdelijk of occasioneel willen uitoefenen in België vragen hun inschrijving in het in artikel 5 bedoelde speciale register onder de voorwaarden en volgens de door de Koning vastgelegde nadere regels.
   § 3. De diergeneeskundige rechtspersonen verkrijgen voorafgaand aan de effectieve uitoefening hun inschrijving op een van de in artikel 5 bedoelde lijsten van de diergeneeskundige rechtspersonen. Ze vragen hun inschrijving aan de bevoegde gewestelijke raad in functie van hun maatschappelijke zetel of bij gebrek daaraan van hun uitbatingszetel in België.
   § 4. De bevoegde gewestelijke raad van de Orde kan een inschrijving op een van de lijsten van de Orde enkel weigeren indien de aanvrager op het ogenblik van zijn aanvraag tijdelijk of definitief het verbod in België of in het land van oorsprong opgelegd gekregen heeft om de diergeneeskunde uit te oefenen.
   De aanvrager die bij zijn aanvraag blijft, kan eisen in persoon door de raad van de Orde te worden gehoord. Hij heeft het recht zich door een of meer raadslieden te doen bijstaan. De raad van de Orde wijst een met redenen omklede uitspraak. De in deze wet bepaalde regels van territoriale bevoegdheid, die met betrekking tot het taalgebruik alsmede die in zake hoger beroep en voorziening in cassatie, worden eveneens in acht genomen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 3.Het gezag van de Orde [1 van de]1 dierenartsen berust bij :
  1° De hoge raad [1 van de]1 Orde;
  2° De twee gemengde raden van beroep;
  3° De twee gewestelijke raden.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 4.Er wordt, in ieder der beide taalstreken van het land, een raad [1 van de]1 Orde opgericht, die rechtsmacht heeft over de dierenartsen die in deze taalstreek woonachtig zijn.
  De provinciën Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen behoren tot de raad [1 van de]1 Orde die het Nederlands als voertaal heeft.
  De provinciën Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen behoren tot de raad [1 van de]1 Orde die het Frans als voertaal heeft.
  De dierenartsen wonende in de provincie Brabant worden over de twee raden [1 van de]1 Orde verdeeld : de ene met het Nederlands en de andere met het Frans als voertaal. De eerste heeft rechtsmacht over de dierenartsen die in de gemeenten, waarvan de bestuurstaal het Nederlands is, woonachtig zijn. De tweede heeft rechtsmacht over de dierenartsen die in de gemeenten, waarvan de bestuurstaal het Frans is, woonachtig zijn. De dierenartsen, woonachtig in de administratief tweetalige gemeenten van Brabant, mogen zich naar keuze bij één dezer beide raden aansluiten.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 5.[1 § 1. De lijsten van de Orde bestaan uit :
   - de lijst van de dierenartsen;
   - de lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen;
   - het speciaal register.
   § 2. De gewestelijke raden van de Orde stellen hun lijsten op en actualiseren een lijst van de dierenartsen, een lijst van de diergeneeskundige rechtspersonen en het speciaal register. De in artikel 2, § 2, tweede lid, bedoelde dierenarts kiest de gewestelijke raad waar hij van afhangt op het moment van zijn vraag tot inschrijving in het speciaal register.]1
  [1 De gewestelijke raden zorgen]1 voor de naleving van de [3 diergeneeskundige]3 plichtenleer, de eer, de eerlijkheid en de waardigheid van en de geheimhouding door de leden [2 van de]2 Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van het beroep, en zelfs buiten hun beroepsbedrijvigheid in geval van zware fouten, die een weerslag zouden hebben op de eer van het beroep.
  Zij wijzen de bevoegde overheden op de inbreuken op de wetten en reglementen in zake uitoefening van de [3 diergeneeskunde]3.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (3)<W 2014-03-19/16, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 6.[1 Onverminderd de wetgeving antidiscriminatie, is elke inmenging door de Orde op het gebied van de beroepsorganisatie verboden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 7.[1 De gewestelijke raden zijn samengesteld uit effectieve en plaatsvervangende leden, ingeschreven op de lijst van de natuurlijke personen en verkozen door de op deze lijst ingeschreven dierenartsen.]1
  Het aantal gewone en plaatsvervangende te verkiezen leden wordt vastgesteld bij het koninklijk besluit voorzien bij artikel 24.
  Bij de samenstelling [2 van de]2 kiescolleges wordt, voor de provincie Brabant, rekening gehouden met de bepalingen van artikel 4.
  De verkiezing van de leden geschiedt bij geheime stemming.
  De stemming is verplicht; herhaalde onthouding van stemming, zonder wettige reden, geeft aanleiding tot de in deze wet voorziene strafmaatregelen [1 ...]1.
  Bij ontslag [1 , ontzetting]1 of overlijden van een [1 effectief lid]1 wordt dit lid vervangen door de plaatsvervanger die de meeste stemmen heeft behaald. Wanneer twee plaatsvervangers hetzelfde aantal stemmen bekomen hebben, wordt de voorrang gegeven aan het oudste lid in jaren.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 8.[1 De effectieve en plaatsvervangende leden van de gewestelijke raden worden voor zes jaar verkozen onder de dierenartsen, die sedert ten minste vijf jaar op een van de lijsten van de Orde ingeschreven zijn.
   De gewestelijke raden worden om de drie jaar met de helft vernieuwd volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels.
   De effectieve leden van de gewestelijke raden zijn niet onmiddellijk herkiesbaar voor deze raden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 9.[1 Elk lid van een raad van de Orde, dat behoorlijk opgeroepen, zonder wettige reden, drie achtereenvolgende vergaderingen niet bijwoont, is strafbaar met waarschuwing of berisping.
   Zware inbreuken tegen wetten en reglementen betreffende de Orde van dierenartsen, tegen het procedurereglement, handelingen of uitspraken die de eerbaarheid of integriteit die de Orde moet genieten zouden kunnen aantasten, zijn handelingen die kunnen leiden tot de ontzetting uit het mandaat van effectief of plaatsvervangend lid. Deze beslissing daartoe behoort tot de bevoegdheid van de gemengde raad van beroep. Deze wordt gevat bij beslissing van de hoge raad.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 10.[1 De gewestelijke raad van de Orde verkiest in zijn schoot een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris, die het bureau vormen.
   Elke gewestelijke raad, het bureau van de gewestelijke raad en het onderzoekscollege zoals bepaald in artikel 13, worden bijgestaan door een magistraat van eerste aanleg, ofwel van het parket of van de zetel, effectief of ere-magistraat die door de Koning wordt aangewezen en die raadgevende stem heeft. De Koning wijst ook, onder dezelfde voorwaarden, een plaatsvervangende bijzitter aan.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 11.De hoge raad van de <Orde> <der> <dierenartsen> van België wordt verkozen door de leden der gewestelijke raden van de Orde, volgens onderstaande [4 regels]4 :
  a) De gewestelijke raad van de Orde omvattende de provinciën Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en het Nederlandstalig gedeelte van Brabant, verkiest vijf leden op de wijze bepaald bij koninklijk besluit;
  b) Hetzelfde geldt voor de raad van de Orde omvattende de provinciën Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en het Franstalig gedeelte van Brabant;
  c) Elke der provinciën en gedeelten van provinciën waarvan sprake in dit artikel moet in de hoge raad van de Orde vertegenwoordigd zijn onder de tien aldus verkozen leden.
  [1 De Koning vult de hoge raad aan door in elk van de diergeneeskundige faculteiten van de universiteiten van Gent en Luik een titelvoerend afgevaardigde en een plaatsvervangend afgevaardigde aan te wijzen.]1 Het staat elk dezer instituten vrij, te dien einde, aan de Koning een lijst met ten minste drie namen voor te dragen.
  De hoge raad van de Orde is gevestigd te Brussel en bestaat uit twee afdelingen : de ene, met het Nederlands als voertaal, waarin zetelen de leden verkozen door de raad [2 van de]2 Orde omvattende de provinciën Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen en het Nederlandstalig gedeelte van Brabant; de andere, met het Frans als voertaal, waarin zetelen de leden verkozen door de raad [2 van de]2 Orde omvattende de provinciën Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en het Franstalig gedeelte van Brabant. [1 De afgevaardigde van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit van Gent zetelt in de Nederlandstalige afdeling en de afgevaardigde van de diergeneeskundige faculteit van de universiteit van Luik zetelt in de Franstalige afdeling. De hoge raad wordt bijgestaan door de magistraten assessoren van de gewestelijke raden die een raadgevende stem hebben.]1
  De twee afdelingen van de hoge raad [2 van de]2 Orde worden voorgezeten door eenzelfde magistraat, door de Koning aangewezen onder de [1 Kamervoorzitters]1 van de Hoven van Beroep die de twee landstalen machtig zijn. Een plaatsvervangend voorzitter wordt onder dezelfde voorwaarden door de Koning aangewezen.
  Iedere afdeling kiest, in haar schoot, een ondervoorzitter en een secretaris.
  De hoge raad heeft tot taak :
  1° De [4 regels]4 van de [3 diergeneeskundige]3 plichtenleer vast te stellen, overeenkomstig de in artikel 5 van deze wet vermelde doeleinden;
  2° Advies uit te brengen nopens alle kwesties betreffende de uitoefening van de [3 diergeneeskunde]3 en alle wetgevende en administratieve maatregelen voor te stellen die daarop betrekking hebben;
  3° De bevoegdheden van de voorzitters en secretarissen [2 van de]2 gewestelijke raden te bepalen;
  4° De algemene voorwaarden van werking en bestuur [2 van de]2 Orde vast te stellen;
  5° [1 De algemene bedrijvigheid van de gewestelijke raden te controleren en hun uitspraken samen te ordenen. Hij kan de gewestelijke raden gelasten een onderzoek in te stellen nopens alle zaken die tot hun bevoegdheid behoren;]1
  [1 6° De door de gemengde raden van beroep gewezen uitspraken voor het Hof van Cassatie brengen.]1
  In dit laatste geval worden de zaken bij de gewestelijke raden [1 ...]1 en het Hof van [5 Cassatie]5 aanhangig gemaakt door tussenkomst van de voorzitter van de hoge raad of van een lid van de raad daartoe door hem aangewezen.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (3)<W 2014-03-19/16, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (4)<W 2014-03-19/16, art. 23, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (5)<W 2014-03-19/16, art. 24, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 12.De gemengde raad van beroep met het Nederlands als voertaal en de gemengde raad van beroep met het Frans als voertaal zijn ieder samengesteld uit drie door de Koning aangewezen raadsheren in het Hof van beroep, die stemgerechtigd zijn en van wie één als voorzitter optreedt, [1 en uit drie dierenartsen effectieve leden verkozen voor drie jaar uit de leden die tenminste vijf jaar zijn ingeschreven op de lijst van de Orde en die geen leden van de gewestelijke raad zijn. Na hun mandaat van drie jaar, zijn ze onmiddellijk opnieuw verkiesbaar voor de gemengde raad van beroep of verkiesbaar voor de gewestelijke raad]1.
  (Onder dezelfde voorwaarden worden als plaatsvervangende leden aangewezen, drie magistraten en drie dierenartsen, die in de gemengde raad van beroep alleen kunnen zitting hebben in geval van wettig belet of gerechtvaardigde afwezigheid van de werkende leden.)<W 20-01-1961, art. 3>
  [2 De gemengde raad van beroep is gelast met het geheel van de zaak. De gemengde raad van beroep kan de sanctie verzwaren zelfs als alleen de betrokken dierenarts beroep heeft ingesteld.
   Tegen de eindbeslissingen gewezen door de gemengde raad van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk wetboek.]2
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2014-04-10/57, art. 28, 006; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 13.[1 Het Bureau van de gewestelijke raad ontvangt de informatie, klachten, verklaringen, vragen en wijst, in voorkomend geval, onder zijn leden of deze van de Gewestelijke Raad, een dierenarts aan die de zaken zal onderzoeken waarvoor het Bureau bevoegd is.]1
  Het onderzoek heeft plaats in aanwezigheid van de magistraat bedoeld in artikel 10. Het bureau kan een griffier aanwijzen.
  (Op verzoek van het bureau of van de partijen probeert de voorzitter in voorkomend geval de partijen te verzoenen. Hij kan zich daartoe laten bijstaan door een ander lid van de raad en/of door een griffier. Hij stelt een proces-verbaal van verzoening of niet-verzoening op.) <W 2000-11-10/40, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 25-12-2000>
  [1 De voorzitter brengt verslag uit aan het bureau van de gewestelijke raad nadat het proces-verbaal van verzoening of niet-verzoening is opgesteld.
   Eens het onderzoek is afgesloten brengt de onderzoeker verslag uit aan een onderzoekscollege samengesteld uit drie leden aangewezen door de gewestelijke raad onder zijn leden. Dit college kiest in zijn schoot een voorzitter. Deze wordt bijgestaan door de in artikel 10 bedoelde magistraat en kan een griffier aanwijzen. Het college beslist hetzij tot seponeren en vraagt alsdan eventueel aan de voorzitter van de gewestelijke raad om de betrokken dierenarts vaderlijk te vermanen, hetzij dat de dierenarts verschijnt voor de gewestelijke raad en formuleert alsdan de tenlasteleggingen.
   Het lid of de leden van het bureau of van de raad die de onderzoeksopdracht hebben uitgevoerd of die zetelden in het onderzoekscollege, mogen niet deelnemen aan de beraadslagingen noch aan de uitspraak in tuchtzaken.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 14.[1 § 1. De raad van de Orde beschikt over de volgende strafmaatregelen : waarschuwing, berisping, schorsing van het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, gedurende een termijn die twee jaar niet mag overschrijden en schrapping van de lijsten van de Orde, met definitief verbod de diergeneeskunde in België uit te oefenen.
   De tuchtstraffen zijn ook van toepassing op diergeneeskundige rechtspersonen.
   Wanneer een tuchtstraf wordt opgelegd aan een rechtspersoon, kan er een ook tuchtstraf worden opgelegd aan de natuurlijke personen die ingeschreven zijn op de lijsten van de Orde wier interventie aan de basis ligt van de feiten waarvoor de rechtspersoon een tuchtstraf kreeg.
   Morele sancties, met andere woorden de waarschuwing en de berisping, worden uitgewist na vijf jaar.
   Een berovende sanctie, met andere woorden, de schorsing van het recht tot uitoefening van de diergeneeskunde, kan uitgewist worden op verzoek van de betrokken dierenarts gericht tot de gemengde raad van beroep. Dit verzoek kan slechts een enkele keer worden ingediend en dit ten minste tien jaar na het beëindigen van de schorsing.
   De dierenartsen die bij in kracht van gewijsde getreden beslissing een schorsing hebben opgelopen, zijn definitief ontzet uit hun recht van verkiesbaarheid behalve in het geval de sanctie werd uitgewist, en, tijdens de termijn van de schorsing, uit hun recht deel te nemen aan de verkiezingen van de raad van de Orde.
   De effectieve of plaatsvervangende leden van de raden van de Orde die bij in kracht van gewijsde getreden beslissing veroordeeld werden uit hoofde van een inbreuk inzake de uitoefening van de diergeneeskunde of degenen die enige tuchtstraf hebben opgelopen, zijn van rechtswege uit hun mandaat ontzet.
   De inbreuken op de sancties van schrapping en schorsing kunnen het voorwerp uitmaken van vervolging wegens onwettige uitoefening van de diergeneeskunde .
   § 2. De hoge raad van de Orde kan, door een administratieve beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van de aanvaarding, door de betrokkene, van de opgelegde beperkingen, wanneer, op advies van geneesheren deskundigen aangewezen door de hoge raad van de Orde van dierenartsen, vastgesteld wordt dat een dierenarts niet meer voldoet aan de vereiste fysieke of psychische geschiktheden om, zonder risico's, de uitoefening van zijn beroep voort te zetten.
   Die dierenarts heeft niet de vrijheid om zich aan het onderzoek door de deskundigen te onttrekken. In dat laatste geval kan de hoge raad van de Orde, bij eenparige beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van het feit dat de betrokkene de beperkingen aanvaardt die hem of haar worden opgelegd gedurende de periode die nodig is om het advies van de deskundigen in te winnen. Die periode mag nooit meer dan drie maanden, hernieuwbaar zo vaak als nodig, bedragen.
   Wanneer zijn fysieke of psychische ongeschiktheid dusdanig is dat ernstige gevolgen voor zowel mensen als dieren kunnen worden gevreesd, kan de hoge raad van de Orde, bij eenparige beslissing, het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, schorsen of het behoud ervan afhankelijk maken van het feit dat de betrokkene de beperkingen aanvaardt die hem of haar worden opgelegd gedurende de periode die nodig is om het advies van de deskundigen in te winnen. Die periode kan nooit meer dan twee maanden, hernieuwbaar zo vaak als nodig, bedragen.
   De schorsing of het voorwaardelijke behoud van het recht om de diergeneeskunde uit te oefenen, neemt een einde zodra de hoge raad van de Orde een definitieve uitspraak heeft gedaan.
   De in deze paragraaf vermelde administratieve beslissingen zijn niet van toepassing op de diergeneeskundige rechtspersoon.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 15.Strafmaatregelen mogen bij verstek slechts worden toegepast dertig dagen nadat het betrokken lid verzocht werd zijn verdediging voor te dragen.
  Het lid dat verzocht wordt te verschijnen, beschikt over het recht van wraking, onder de voorwaarden voorzien in [1 het Gerechtelijk Wetboek]1.
  Hij kan zich laten bijstaan door raadslieden, die slechts mogen gekozen worden hetzij onder de advocaten, hetzij onder de leden van de Orde.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 16.De aanwezigheid van twee derden der leden, bijgestaan door de overeenkomstig artikel 10 door de Koning aangewezen magistraat, is vereist opdat een beslissing van de [1 gewestelijke]1 raad [2 van de]2 Orde geldig zij.
  De gemengde raad van beroep kan slechts geldig beraadslagen in zover twee derden zijner leden verenigd zijn, onder wie ten minste twee magistraten en twee dierenartsen, overeenkomstig artikel 12 aangewezen.
  [1 De hoge raad van de Orde kan enkel geldig beraadslagen indien twee derden van zijn leden, voorgezeten door de magistraat aangewezen als voorzitter overeenkomstig artikel 11, aanwezig zijn.]1
  Al de beslissingen worden [1 genomen]1 bij meerderheid der stemmen van de aanwezige leden.
  Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
  De schorsing of het definitief verbod de [3 diergeneeskunde]3 uit te oefenen wordt bij meerderheid van twee derden der stemmen der aanwezige leden uitgesproken.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (3)<W 2014-03-19/16, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 17.(De voorzitter van de Hoge Raad van de Orde alsmede de partijen, kunnen tegen iedere beslissing van de [1 gewestelijke]1 Raad beroep aantekenen binnen de dertig dagen nadat de beslissing bij aangetekende brief werd betekend.) <W 2007-03-01/37, art. 127, 004; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  Ingeval de beslissing genomen werd bij verstek kan er, binnen dezelfde termijn van dertig dagen, verzet aangetekend worden. De zaak wordt dan teruggebracht voor het rechtscollege dat de straf uitgesproken heeft.
  Verzet of beroep worden ingesteld bij aangetekende brief gericht tot de voorzitter van de raad die de beslissing heeft gewezen. Is het beroep tegen een lid van de Orde gericht, dan wordt hem bij aangetekende brief een afschrift toegezonden.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 18.Elke beslissing in laatste aanleg, houdende schorsing of definitief verbod de [1 diergeneeskunde]1 uit te oefenen, wordt aan belanghebbende en aan de bevoegde gewestelijke raad betekend.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 19.Iedere strafmaatregel wordt definitief dertig dagen nadat hij aan belanghebbende werd betekend, behalve in geval van beroep of verzet, aangetekend overeenkomstig artikel 17 en behoudens voorziening in [1 Cassatie]1.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 24, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 20.De beraadslagingen van de [1 gewestelijke]1 raden [2 van de]2 Orde, van de hoge raad en van de gemengde raden van beroep worden in een verslagregister ingeschreven en door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
  De beraadslagingen waarbij een tuchtstraf uitgesproken wordt, moeten met redenen omkleed worden.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2014-03-19/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 21.[1 Onverminderd de toepassing van de in artikel 458 van het Strafwetboek voorziene strafbepalingen, zijn de leden van de gewestelijke raden van de Orde, van de hoge raad en van de gemengde raden van beroep]1 tot het beroepsgeheim gehouden voor alle zaken, waarvan zij bij de uitoefening van hun ambt kennis gekregen hebben.
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 22.[1 Alleen de hoge raad treedt in rechte op. Hij kan zich laten vertegenwoordigen door een van zijn leden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Art. 23.[1 De hoge raad en de gewestelijke raden mogen, in eigendom of anders, geen gebouwen bezitten dan die welke voor hun werking nodig zijn.]1
  Voor vrijgevigheden onder levenden of bij testament, ten voordele van de Orde, is machtiging vanwege de Koning vereist.
  [1 De hoge raad van de Orde stelt het bedrag van de bijdragen van de dierenartsen en de diergeneeskundige rechtspersonen vast die nodig zijn voor de werking van de organen van de Orde. De gewestelijke raden innen de bijdragen van de op hun respectievelijke lijsten ingeschreven leden. [2 Het niet betalen van de bijdrage kan, indien nodig, leiden tot de toepassing van een van de in artikel 14 bedoelde tuchtstraffen.]2]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>
  (2)<W 2015-12-16/06, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 24.[1 De Koning bepaalt na raadpleging van de Hoge Raad van de Orde van Dierenartsen :
   - het aantal effectieve en plaatsvervangende leden die voor elke raad van de Orde dienen aangewezen te worden;
   - de voorwaarden en de nadere regels van de verkiezingen : de vormen en termijnen van beroep tegen de verkiezingen, alsmede de overheid die gelast wordt uitspraak te doen over deze beroepen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-19/16, art. 20, 005; Inwerkingtreding : 26-04-2014>

  Overgangsbepalingen.

  Art. 25. Op aanzoek van de Minister van Landbouw wordt er voorzien in de vorming en de werking van de eerste gewestelijke raden der Orde.
  Deze raden worden, bij geheime stemming, verkozen door de houders van het diploma van doctor in de veeartsenijkunde woonachtig binnen het gebied van de te verkiezen raad en wier diploma het visum van de provinciale geneeskundige commissie draagt.
  Zijn alleen verkiesbaar de candidaten van Belgische nationaliteit woonachtig in bedoeld gebied en wier gezegd diploma sedert ten minste vijf jaar het visum draagt.
  De candidaten worden, bij geheime stemming, voorgedragen door de kiezers aangewezen in de tweede alinea van dit artikel.
  Onverminderd de wettelijke bepalingen toepasselijk in zake verkiesbaarheid, komen in aanmerking en worden aan verkiezing onderworpen, de candidaturen die door een door de Minister te bepalen percentage van de stemmen gesteund worden.
  Worden verkozen verklaard, de candidaten die het grootste aantal stemmen hebben behaald. Degenen die de meeste stemmen behalen, verkrijgen de hoedanigheid van werkend lid, de overigen worden opvolgers. De duur van het mandaat bedraagt één jaar, na afloop waarvan zij herkozen kunnen worden op de bij artikelen 7 en 8 dezer wet gestelde voorwaarden.
  De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit artikel.
  De kosten van inrichting der eerste gewestelijke raden worden voorgeschoten door de Schatkist en ingevorderd ten laste van de Orde binnen een termijn van drie jaar.

  Art. 26. Bij de eerste verkiezingen worden de voorzitter en de helft der leden die het grootste aantal stemmen hebben behaald, voor zes jaar verkozen. De overige leden worden verkozen voor een termijn van drie jaar.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 16-12-2015 GEPUBL. OP 21-12-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 23)
  • originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 15-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • originele versie
  • WET VAN 19-03-2014 GEPUBL. OP 16-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 12; 13; 14; 15; 16; 17; 20; 21; 22; 23; 24; 1; 3; 4; 5; 7; 11; 16; 20; 21; 5; 11; 16; 18; 11; 12; 11; 12; 19)
  • originele versie
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 10; 12) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • originele versie
  • WET VAN 10-11-2000 GEPUBL. OP 15-12-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 13)
  • originele versie
  • WET VAN 26-01-1999 GEPUBL. OP 18-03-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 13)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       SENAAT. Gewone zittijd 1947-1948. Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel, nr 52. - Verslag, nr 402. - Amendementen, nr 444. - Aanvullend verslag, nr 529. Gewone zittijd 1948-1949. Parlementaire bescheiden. - Amendementen, nrs 14 en 16. Parlementaire Handelingen. - 13 Juli, 17 November en 7 December 1948. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Gewone zittijd 1948-1949. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp overgemaakt door de Senaat, nr 46. Buitengewone zittijd 1950. Parlementaire bescheiden. - Verslag, nr 146. Parlementaire Handelingen. - 5 en 7 December 1950.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie