J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2015/12/16/2015024305/justel

Titel
16 DECEMBER 2015. - Wet houdende diverse bepalingen inzake landbouw en leefmilieu

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 21-12-2015 nummer :   2015024305 bladzijde : 76525   BEELD
Dossiernummer : 2015-12-16/06
Inwerkingtreding : 31-12-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen
Art. 2
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten
Art. 3
Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 tot vaststelling van de door de aardappelproducenten verschuldigde tijdelijke crisisbijdragen voor het vergoeden van verliezen ingevolge maatregelen tegen schadelijke organismen
Art. 4-5
Afdeling 4. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 6 januari 2015 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar varkens gehouden worden
Art. 6
Afdeling 5. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 6 januari 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 2004 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar runderen gehouden worden
Art. 7
Afdeling 6. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 4 augustus 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
Art. 8
Afdeling 7. - Wijziging van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen
Art. 9
Afdeling 8. - Wijzigingen van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers
Art. 10-22
Afdeling 9. - Wijzigingen van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud
Art. 23-28
Afdeling 10. - Wijzigingen van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979
Art. 29-30
HOOFDSTUK 3. - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Art. 31-32
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Art. 33-34

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

  Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen

  Art. 2. Artikel 9 van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008 en 15 december 2013, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De Koning wordt gemachtigd om de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 2004 tot vaststelling van de door de aardappelproducenten verschuldigde tijdelijke crisisbijdragen voor het vergoeden van verliezen ingevolge maatregelen tegen schadelijke organismen, bekrachtigd bij de wet van 20 juli 2005, alsook de bijlage bij dat besluit, te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen.".

  Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten

  Art. 3. In de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/1. De geschillen betreffende de betalingen aan het Fonds vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg te Brussel.".

  Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 tot vaststelling van de door de aardappelproducenten verschuldigde tijdelijke crisisbijdragen voor het vergoeden van verliezen ingevolge maatregelen tegen schadelijke organismen

  Art. 4. Artikel 8 van het koninklijk besluit van 5 december 2004 tot vaststelling van de door de aardappelproducenten verschuldigde tijdelijke crisisbijdragen voor het vergoeden van verliezen ingevolge maatregelen tegen schadelijke organismen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 februari 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 8. De in de artikelen 3 en 4 bedoelde bijdragen zijn uitsluitend bestemd voor het geheel of gedeeltelijk vergoeden van :
  - directe waardeverliezen ten gevolge van de vernietiging of denaturatie van aardappelen, met uitzondering van de winstderving en van de kosten voor vernietiging of denaturatie,
  - directe waardeverliezen ten gevolge van de verwerking onder quarantainevoorwaarden van aardappelen, overeenkomstig het door de Dienst opgestelde lastenboek,
  - directe waardeverliezen van onbruikbaar en waardeloos geworden gecertificeerde pootaardappelen na een tijdelijk officieel verbod op het verplaatsen of het gebruik ervan, met uitzondering van de winstderving en van de kosten voor vernietiging, ten gevolge van de door de Dienst opgelegde maatregelen in het kader van de strijd tegen de volgende schadelijke organismen :
  - Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al.,
  - Clavibacter michiganensis (Smith) Davis et al. ssp sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff ) Davis et al.,
  - Meloidogyne chitwoodi Golden et al.,
  - Meloidogyne fallax Karssen,
  - Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival,
  - Potato spindle tuber viroid.
  Om vast te stellen dat gecertificeerde pootaardappelen onbruikbaar en waardeloos geworden zijn na een tijdelijk officieel verbod op het verplaatsen of het gebruik ervan, stelt de minister een of meer deskundigen aan.".

  Art. 5. In de bijlage van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift wordt aangevuld met de woorden : "of voor onbruikbaar en waardeloos geworden gecertificeerde pootaardappelen na een tijdelijk officieel verbod op het verplaatsen of het gebruik ervan";
  2° onder II. Forfaitaire bedragen en refactiecoëfficiënt, wordt de noot (3) van de tabel aangevuld met de volgende zin : "Dit geldt eveneens voor onbruikbaar en waardeloos geworden gecertificeerde pootaardappelen na een tijdelijk officieel verbod op het verplaatsen of het gebruik ervan.";
  3° onder III. Berekening van de vergoeding, worden de woorden "de berekening gebeurt op basis van de vernietigde of gedenatureerde hoeveelheid (uitgedrukt in ton) ingeval van vernietiging of denaturatie van reeds gerooide aardappelen;" vervangen door de woorden "de berekening gebeurt op basis van de vernietigde of gedenatureerde hoeveelheid (uitgedrukt in ton) ingeval van vernietiging of denaturatie van reeds gerooide aardappelen of voor onbruikbaar en waardeloos geworden gecertificeerde pootaardappelen na een tijdelijk officieel verbod op het verplaatsen of het gebruik ervan;".

  Afdeling 4. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 6 januari 2015 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar varkens gehouden worden

  Art. 6. Het koninklijk besluit van 6 januari 2015 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar varkens gehouden worden, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2014.

  Afdeling 5. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 6 januari 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 2004 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar runderen gehouden worden

  Art. 7. Het koninklijk besluit van 6 januari 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 2004 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar runderen gehouden worden, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2014.

  Afdeling 6. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 4 augustus 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten

  Art. 8. Het koninklijk besluit van 4 augustus 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, wordt bekrachtigd.

  Afdeling 7. - Wijziging van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen

  Art. 9. Artikel 23, derde lid, van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen, vervangen bij de wet van 19 maart 2014, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Het niet betalen van de bijdrage kan, indien nodig, leiden tot de toepassing van een van de in artikel 14 bedoelde tuchtstraffen.".

  Afdeling 8. - Wijzigingen van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers

  Art. 10. In artikel 2 van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  "1° producten : lichamelijke roerende zaken, met inbegrip van stoffen, mengsels, voorwerpen, biociden, gewasbeschermingsmiddelen en biobrandstoffen doch uitgezonderd afvalstoffen;";
  2° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt :
  "7° gevaarlijke stoffen : gevaarlijke stoffen zoals bepaald in bijlage I, deel 2, 3 en 4 van de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006;";
  3° de bepaling onder 7bis° wordt vervangen als volgt :
  "7bis° gevaarlijke mengsels : gevaarlijke mengsels zoals bepaald in bijlage I, deel 2, 3 en 4 van de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006;";
  4° in de bepaling onder 20° wordt de zin "De Koning kan het begrip gewasbeschermingsmiddelen nader omschrijven in overeenstemming met de desbetreffende richtlijnen en verordeningen van de Instellingen van de Europese Unie." opgeheven.

  Art. 11. In de artikelen 3, 5, 13, 14ter, 14quinquies, 14undecies, 15, 16, 18 en 19bis van dezelfde wet, wordt het woord "Gemeenschap" telkens vervangen door het woord "Unie".

  Art. 12. In artikel 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 6°, worden de woorden "de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "artikel I.8, 13°, van het Wetboek van economisch recht";
  2° in paragraaf 1, 10°, worden de woorden "de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "artikel VI.9 van het Wetboek van economisch recht";
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "5 van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van de consumenten" vervangen door de woorden "IX.5 van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 13. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IIIbis ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk IIIbis. Bijzondere bepalingen in verband met gefluoreerde broeikasgassen".

  Art. 14. In hoofdstuk IIIbis, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 7bis. In de gevallen bepaald in de artikelen 11, lid 3, en 15, lid 4, van de Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006, kan de voor Leefmilieu bevoegde minister bij de Europese Commissie een onderbouwd verzoek indienen om een vrijstelling te verlenen overeenkomstig de in deze artikelen bepaalde voorwaarden.".

  Art. 15. In artikel 9, eerste lid, 1°, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003, worden de woorden ", verrichten van proeven en analyses met," ingevoegd tussen het woord "bewaring" en de woorden "en gebruik".

  Art. 16. In artikel 16, § 1, derde lid van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de woorden "van de markt" ingevoegd tussen de woorden "verzegelen," en de woorden "terugnemen".

  Art. 17. In artikel 16bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014 worden de woorden "monstername, test, evaluatie," ingevoegd tussen de woorden "de kosten van de" en het woord "analyse".

  Art. 18. In artikel 17 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  "1° hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens de artikelen 5, 7, 8 en 9 van deze wet overtreedt, wanneer ze van toepassing zijn op voorwerpen of op gevaarlijke stoffen of mengsels, met uitzondering van artikel 5, § 1, eerste lid, 11° ;";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° opgeheven;
  3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 9° vervangen als volgt :
  "9° hij die artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 2, artikel 11, artikel 14, lid 1, 2 en 3, artikel 15, lid 1, alinea 2, artikel 17 en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 overtreedt;";
  4° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  "1° hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens de artikelen 5, 7, 8 en 9 van deze wet, overtreedt, wanneer ze van toepassing zijn op stoffen of mengsels die niet onder paragraaf 1, eerste lid, 1°, vallen of hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens artikel 5, § 1, eerste lid, 11°, en artikel 20 van deze wet, overtreedt;";
  5° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 3° opgeheven;
  6° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt :
  "5° hij die de artikelen 17, lid 4, 18, lid 4, of 28, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen overtreedt;";
  7° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt :
  "7° hij die de artikelen 12 en 19 van Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 overtreedt;";
  8° in paragraaf 2bis, eerste zin, worden de woorden "van deze wet" ingevoegd tussen de woorden "hij die artikel 20bis" en de woorden "of artikel 57";
  9° in paragraaf 2bis, tweede zin, worden de woorden "van deze wet" ingevoegd tussen de woorden "uitvoering van artikel 20bis" en de woorden "of artikel 57".

  Art. 19. In artikel 17bis, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003 en gewijzigd bij de wetten van 10 september 2009 en 25 april 2014, wordt in de Franse tekst de eerste zin "Lorsqu'une infraction à la présente loi ou à l'un de ses arrêtés d'exécution a été constatée, les membres du personnel statutaire ou contractuel désignés peuvent, conformément aux articles 15, 15quater et 15quinquies, donner un avertissement au contrevenant et le sommer de mettre fin à cette infraction." vervangen als volgt :
  "Lorsqu'une infraction à la présente loi ou à l'un de ses arrêtés d'exécution a été constatée, les membres du personnel statutaire ou contractuel désignés conformément aux articles 15, 15quater et 15quinquies, peuvent donner un avertissement au contrevenant et le sommer de mettre fin à cette infraction.".

  Art. 20. In artikel 18 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, wordt paragraaf 7 vervangen als volgt :
  " § 7. Blijft de betrokkene in gebreke om de in paragraaf 4 bedoelde geldboete te betalen binnen de gestelde termijn dan wordt het dossier overgemaakt aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het dossier, of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt en om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
  Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, dan kan de ambtenaar de betaling vorderen van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.".

  Art. 21. In bijlage I van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de zin "Verordeningen van de Europese Gemeenschap waarop de sancties bepaald in artikelen 17 en 18 van deze wet van toepassing zijn." wordt vervangen als volgt :
  "Verordeningen van de Europese Unie waarop de in artikelen 17 en 18 bepaalde sancties van deze wet van toepassing zijn.";
  2° de woorden "Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen" worden vervangen door de woorden "Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006".

  Art. 22. In bijlage VII van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 december 2010 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  "1° Koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden;";
  b) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt :
  "6° Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006;";
  c) de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt :
  "11° Koninklijk besluit van 17 maart 2013 tot beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur;".

  Afdeling 9. - Wijzigingen van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud

  Art. 23. In de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, artikel 5, vervangen bij de wet van 12 juli 2012, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de procedure en de voorwaarden om tijdelijk of definitief een toelating tot invoer, uitvoer of doorvoer toe te kennen, op te schorten of in te trekken voor invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Unie overeenkomstig artikel 8 van de Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees parlement de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.".

  Art. 24. Artikel 44, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 mei 2014, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaren en met geldboete van 26 euro tot 50.000 euro, of met één van deze straffen alleen, hij die hetgeen volgt, overtreedt :
  1° de bepalingen betreffende de in-, uit- en doorvoer van uitheemse plantensoorten, evenals van uitheemse diersoorten en hun krengen, met inbegrip van de bepalingen betreffende de voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, genomen in uitvoering van artikel 5, § 2;
  2° de bepalingen betreffende het opstellen van een nationale lijst, met inbegrip van de beperkingen die op deze soorten van toepassing zijn, van voor België zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, genomen in uitvoering van artikel 12 van Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees parlement de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten, in de mate dat ze gaan over een invoer, een uitvoer of een doorvoer;
  3° artikel 7.1, a) en d), artikel 8, artikel 9, artikel 10, artikel 15, artikel 31 en artikel 32 van Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten, in die mate dat ze gaan over een invoer, een uitvoer of een doorvoer; of
  4° een beslissing van de Europese Commissie die slaat op de uitvoering van één van de onder punt 3° bedoelde bepalingen, in die mate dat ze gaat over een invoer, uitvoer of een doorvoer.".

  Art. 25. In artikel 44bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 juli 2012, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
  " § 1. Zijn het voorwerp van strafrechtelijke vervolging of van een administratieve boete, de overtredingen op de in artikel 44, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, bedoelde bepalingen.".

  Art. 26. In artikel 45bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
  " § 1. Onverminderd de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en van de bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijziging van het Verdrag, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, zijn de in artikel 47 opgesomde ambtenaren bevoegd voor het opleggen van een administratieve inbeslagname op de specimen van uitheemse dier- of plantensoorten die het voorwerp uitmaken van een overtreding op de in artikel 44, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, bedoelde bepalingen.".

  Art. 27. Artikel 47, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 12 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, onderzoeken de leden van de federale en lokale politie, douaneagenten en de leden van het statutair of contractueel personeel van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu die daartoe door de Koning zijn aangewezen de overtredingen op de in artikel 44, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, bedoelde bepalingen en stellen zij deze overtredingen vast.".

  Art. 28. Afdeling 9 treedt in werking op 1 januari 2016.

  Afdeling 10. - Wijzigingen van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979

  Art. 29. In artikel 5bis van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, ingevoegd bij de wet van 23 december 2003 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Bij overtreding van de bepalingen van deze wet of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan of van de Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer en de door de Commissie aangenomen bepalingen ter uitvoering van deze verordening, kan de ambtenaar, daartoe aangewezen door de Koning binnen de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een bestuurlijke geldboete bepalen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen :
  1° [ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt van zijn beslissing kennis te geven binnen de in artikel 7, § 4;] <Erratum, zie B.St. 02-03-2016, p. 15452>
  2° op verzoek van de procureur des Konings in de gevallen waarin laatstgenoemde van de strafvervolging afziet in geval van inbreuken vastgesteld door alle in artikel 7, § 1, 1° en 2°, beschreven personen.";
  b) het zevende lid wordt vervangen als volgt :
  "Bovendien vallen de volgende kosten ten laste van de overtreder :
  1° de kosten voor bewaring en dierengeneeskundige onkosten na de in artikel 6, § 2, beschreven inbeslagname tot de datum van definitieve toewijzing;
  2° de kosten gemaakt in uitvoering van de in artikel 6, § 3, beschreven bestuurlijke maatregelen;
  3° de kosten gemaakt in uitvoering van artikel 6, § 4;
  4° de kosten gemaakt in uitvoering van de in artikel 7 beschreven onderzoeken.
  Deze kosten kunnen samen met de bestuurlijke geldboete worden teruggevorderd.
  Blijft de betrokkene in gebreke binnen de gestelde termijn om de geldboete te betalen en/of de kosten terug te betalen, dan kan de ambtenaar het bedrag voor de bevoegde rechtbank vorderen. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.".

  Art. 30. Artikel 7 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2014, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie worden de overtredingen op deze wet, op haar uitvoeringsbesluiten en op de Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer en de door de Commissie aangenomen bepalingen ter uitvoering van deze verordening opgespoord en vastgesteld door :
  1° de agenten van de douane;
  2° de leden van de federale en lokale politie;
  3° de statutaire en contractuele inspecteurs CITES van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  4° andere door de Koning aangewezen personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  5° de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die belast zijn met het uitvoeren van de controles voor zover deze controles worden uitgeoefend op de in artikel 4, § 3, 2°, van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen bedoelde plaatsen en de volksgezondheid, de dierengezondheid of de plantengezondheid tot doel hebben.
  Diegene onder de voormelde personen die de door het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven eed niet hebben afgelegd, zullen hem afleggen in de handen van de Vrederechter.
  § 2. In de uitoefening van hun functies hebben de in paragraaf 1 vermelde personen vrije toegang tot de fabrieken, winkels, depots, kantoren, vervoermiddelen, ondernemings- en fokgebouwen, teelten, veilingen, markten, mijnen, koelinstallaties, opslagplaatsen, stations en bedrijven in de open lucht.
  Lokalen die als woning dienen mogen te allen tijde, met voorafgaande schriftelijke toestemming van de bewoner, worden bezocht of tussen 5 uur `s morgens en 9 uur `s avonds, en met de toelating van de rechter bij de politierechtbank. Deze toelating is ook vereist om, buiten de genoemde uren, lokalen te bezoeken die niet toegankelijk zijn voor het publiek.
  Alle personen, onder meer houders, kwekers, handelaars en organisatoren van evenementen, nemen maatregelen die het toezicht vergemakkelijken, onder meer het vangen van specimenen in de kooi of de volière.
  De in paragraaf 1 vermelde personen kunnen zich alle inlichtingen en documenten laten bezorgen die nodig zijn voor het uitoefenen van hun functies en overgaan tot alle nuttige vaststellingen, onder andere door over te gaan tot het verhoor van de betrokkene en tot elk ander nuttig verhoor. Hierbij kunnen zij gebeurlijk de medewerking krijgen van deskundigen die gekozen worden op een door de Koning opgemaakte lijst.
  De in paragraaf 1 vermelde personen zijn gemachtigd monsters te nemen en ze in een laboratorium te doen onderzoeken om :
  1° de identiteit van het specimen te bepalen;
  2° te bepalen of een gevangenschap gehouden specimen wel degelijk van kweek afkomstig is.
  § 3. Wanneer een overtreding van deze wet of van een van zijn uitvoeringsbesluiten of van de Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dieren plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer en de door de Commissie aangenomen bepalingen ter uitvoering van deze verordening is vastgesteld door de in paragraaf 1, 3°, 4° en 5°, beschreven personen kan er een proces verbaal van waarschuwing worden opgesteld. Deze worden gericht tot de overtreder, waarbij die tot stopzetting van de overtreding wordt aangemaand.
  De waarschuwing wordt, onder de vorm van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld, binnen vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding aan de overtreder toegezonden.
  De waarschuwing vermeldt :
  a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden bepaling of -bepalingen;
  b) de termijn waarin zij dienen te worden stopgezet;
  c) dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, een proces-verbaal van vaststelling van inbreuk zal worden opgesteld.
  § 4. Wanneer een overtreding van deze wet of van een van zijn uitvoeringsbesluiten of van de Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dieren plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer en de door de Commissie aangenomen bepalingen ter uitvoering van deze verordening is vastgesteld door de in paragraaf 1, 3°, 4° en 5°, beschreven personen kan een proces-verbaal van vaststelling van inbreuk en/of beslag worden opgesteld. Deze hebben kracht van bewijs tot het tegenovergestelde bewezen is. Een afschrift van het proces-verbaal wordt, binnen vijftien dagen na de vaststelling, aan de overtreders gezonden.
  Het proces-verbaal wordt binnen een maand overgemaakt aan de procureur des Konings, alsook een afschrift ervan aan de artikel 5bis aangewezen ambtenaar.
  De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt. De strafvervolging sluit bestuurlijk geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
  De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de met toepassing van artikel 5bis aangewezen ambtenaar.".

  HOOFDSTUK 3. - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

  Afdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

  Art. 31. In artikel 1, 10°, van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, bekrachtigd bij de wet van 20 juli 2006, worden de woorden ", het houden" ingevoegd tussen de woorden "het fokken" en de woorden "en het telen".

  Art. 32. In artikel 1bis, 3°, van hetzelfde besluit, ingevoegd en bekrachtigd bij de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008 en 29 maart 2012, wordt de bepaling onder c. hersteld als volgt :
  "c. voor eenhoevigen : deze eenhoevigen moeten gehouden of gefokt worden met andere doeleinden dan de productie van melk, van embryo's of van sperma;".

  Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

  Art. 33. In artikel 10, eerste lid, van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen wordt het woord "oktober" vervangen door het woord "september".

  Art. 34. In artikel 11, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "en de retributies" ingevoegd tussen de woorden "het bedrag van de heffingen" en de woorden "ambtshalve vastgesteld".

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 16 december 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie en Consumenten,
K. PEETERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK
De Minister van Landbouw,
W. BORSUS
De Minister van Leefmilieu,
Mevr. M. C. MARGHEM
Met `s Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 1471 Integraal Verslag : 10 december 2015.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie