J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 583 uitvoeringbesluiten 16 gearchiveerde versies
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1987/03/24/1987016057/justel

Titel
24 MAART 1987. - Dierengezondheidswet
(NOTA : bij arrest van 31 januari 1989, B.St. van 03-03-1989, p. 3860, Heeft het Arbitragehof voor de Vlaamse en de Waalse gewesten, de artikelen 8, L 1, 1° tot 4°, 10, 11, L 1 en 2, 14 en 17 vernietigd)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-01-1991 en tekstbijwerking tot 08-05-2017)

Bron : LANDBOUW
Publicatie : 17-04-1987 nummer :   1987016057 bladzijde : 5788
Dossiernummer : 1987-03-24/35
Inwerkingtreding : 27-04-1987

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - De vereniging en de verbonden tot bestrijding van dierenziekten.
Art. 3-5
HOOFDSTUK III. - Bijzondere maatregelen ter voorkoming en ter bestrijding van bepaalde dierenziekten.
Art. 6-9, 9bis
HOOFDSTUK IV. - Algemene maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de dierenziekten.
Art. 10-18, 18bis, 19
HOOFDSTUK V. - Toezicht.
Art. 20, 20bis, 21-22
HOOFDSTUK VI. - Sancties.
Art. 23-28, 28bis
HOOFDSTUK VII. - Diverse bepalingen.
Art. 29-32

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1. Dieren: de levende gewervelde en ongewervelde dieren van welke soort ook;
  2. Dierlijke produkten: elke al dan niet verwerkte materie van dierlijke oorsprong;
  3. Dierenziekte: elke pathologische verstoring van de anatomische of fysiologische toestand van dieren;
  4. Besmettelijke dierenziekte: elke dierenziekte die overgebracht kan worden op andere dieren of op de mens;
  5. Smetstof: elke stof die bacteriën, virussen, parasieten en hun larven of eieren, schimmels of andere micro-organismen bevat of verdacht is te bevatten, waardoor een dierenziekte kan worden overgedragen;
  6. Destructiemateriaal: de dierenkrengen en de dierlijke produkten die voor het menselijk verbruik ongeschikt zijn of verklaard worden bij beslissing van de overheid;
  7. Verwerkingsmateriaal: de dierlijke produkten andere dan destructiemateriaal die niet voor menselijk verbruik bestemd zijn;
  8. Verantwoordelijke: de eigenaar of de houder die gewoonlijk over dieren een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent;
  9. (minister : de minister bevoegd voor de volksgezondheid;) <W 2006-07-20/39, art. 162, 1°, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  (10. Dienst : naar gelang van het geval, de diergeneeskundige dienst van het (FOD) of het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003> <W 2006-07-20/39, art. 162, 2°, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  (11. FOD : Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;) <W 2006-07-20/39, art. 162, 3°, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  12. [1 dierlijke bijproducten : de niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten, zoals bepaald in artikelen 3.1 en 3.2 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten);]1
  [2 13. laboratorium : elk laboratorium dat onderzoek doet naar dierenziekten of zoönosen die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III;]2
  [2 14. verantwoordelijke van een laboratorium : de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor het laboratorium, of de aangewezen persoon of personen, onder de verantwoordelijkheid van wie de analyses worden uitgevoerd.]2
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 29, 016; Inwerkingtreding : 10-01-2013>
  (2)<W 2017-04-07/10, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 18-05-2017>

  Art. 2. Deze wet heeft de bestrijding van de dierenziekten tot doel ten einde de volksgezondheid en de economische welvaart van de dierenhouders te bevorderen.

  HOOFDSTUK II. - De vereniging en de verbonden tot bestrijding van dierenziekten.

  Art. 3. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de (verenigingen en de verbonden tot bestrijding van dierenziekten) moeten voldoen om door de Minister te worden erkend, inzonderheid wat betreft hun juridische vorm, hun territoriale bevoegdheid, de samenstelling van het bestuursorgaan, hun werking en hun handelingen. <W 1990-12-29/30, art. 209, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> Hij kan de minimumbijdrage van de leden en de voorwaarden van de financiële staatstussenkomst vaststellen. Hij bepaalt de wijze van samenwerking met de Dienst.

  Art. 4. De erkende verenigingen en verbonden tot bestrijding van dierenziekten kunnen door de Minister verplicht worden deel te nemen aan de organisatie van de voorkoming en de bestrijding van besmettelijke dierenziekten.

  Art. 5. De erkende verenigingen en verbonden tot bestrijding van dierenziekten delen de beslissingen van hun bestuursorganen, binnen dertig dagen na hun tussenkomst, aan de Minister mee.
  De Minister kan elke in vorig lid bedoelde beslissing binnen twintig dagen na de kennisgeving ervan vernietigen, hetzij omdat zij strijdig is met deze wet of een uitvoeringsbesluit ervan of met de richtlijnen van de Minister, hetzij omdat zij strijdig is met het algemeen belang ter zake. Alvorens te beslissen kan de Minister de termijn van twintig dagen met een termijn van gelijke duur verlengen voor bijkomend onderzoek.

  HOOFDSTUK III. - Bijzondere maatregelen ter voorkoming en ter bestrijding van bepaalde dierenziekten.

  Art. 6. § 1. De Konings wijst de dierenziekten aan die onder de toepassing vallen van dit hoofdstuk.
  § 2. Bij dreigend gevaar van besmetting door een besmettelijke dierenziekte kan de Dienst maatregelen treffen welke voor niet langer dan dertig dagen van kracht zijn en die hij onverwijld ter kennis van de Minister moet brengen.

  Art. 7.§ 1. De Koning kan onder de voorwaarden die Hij bepaalt, aan de verantwoordelijke of aan de dierenartsen de aangifte van elk uitbreken of van elk voorteken van het uitbreken van dierenziekten opleggen en de overheidspersonen aanwijzen aan wie de aangifte moet worden gedaan.
  [1 § 1/1. De Koning kan onder de voorwaarden die Hij bepaalt, aan de verantwoordelijke van een laboratorium de aangifte van dierenziekten vastgesteld in het kader van een laboratoriumonderzoek opleggen en de overheidspersonen aanwijzen aan wie de aangifte moet worden gedaan.]1
  § 2. De Koning kan aan de verantwoordelijke de tussenkomst opleggen van een dierenarts, die belast wordt met de uitvoering van door de Dienst genomen beslissingen.
  § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden onder welke de dierenartsen medewerken aan de uitvoering van deze wet.
  ----------
  (1)<W 2017-04-07/10, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 18-05-2017>

  Art. 8. <NOTA: bij arrest van 31 januari 1989, B.St. 03-03-1989, p. 3870, heeft het Arbitragehof vernietigd, voor hat Vlaamse en Waalse Gewest, de artikelen 8, lid 1, 1° tot 3°, in zover het van toepassing is op de in het wild levende dieren; in het lid 1, 3°, de woorden: "alsook de bestemming van de krengen of karkassen van de dieren of delen ervan bepalen", in zover die krengen en karkassen afvalstoffen geworden zijn; in lid 1, 4°, de woorden: "met de middelen en op de wijze die Hij aanduidt", in zover ze van toepassing zijn op de andere dan onroerende goederen.>
  De Koning kan:
  1° alle maatregelen treffen met het doel de dierenziekten te bestrijden, uit te roeien en hun verspreiding en het in of uit het land brengen ervan te verhinderen;
  2° alle of sommige andere methodes van dierenziektenbestrijding dan die welke Hij vaststelt verbieden;
  3° de afslachting of afmaking voorschrijven van een <dier> dat door een dierenziekte is aangetast of besmet of verdacht is van aantasting of besmetting binnen de termijn die Hij bepaalt en op de plaats die Hij aanwijst, alsook de bestemming van de krengen of karkassen van de dieren of delen ervan bepalen;
  4° de afbraak of de vernietiging voorschrijven met de middelen en op de wijze die Hij aanduidt, van gebouwen, voertuigen, plantaardige of dierlijke produkten, grondstoffen voor de landbouw en de veeteelt en van alle andere goederen die besmet zijn of van besmetting verdacht zijn.
  Hij bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden een vergoeding kan worden verleend bij toepassing van de maatregelen bedoeld onder 3° en 4°.

  Art. 9. De Koning kan:
  1° het onder toezicht stellen, het afzonderen, het in bewaring of in quarantaine stellen van dieren die aangetast of besmet zijn door een dierenziekte of die verdacht zijn van aantasting of besmetting, voorschrijven en de kosten van die maatregelen ten laste leggen van de verantwoordelijke;
  2° ten laste van de verantwoordelijke de reiniging en de ontsmetting voorschrijven van gebouwen, gebruiksvoorwerpen, vervoermiddelen en van alle goederen die drager zijn of kunnen zijn van ziekten of smetstoffen, en daartoe de produkten en de gebruikswijze ervan opleggen;
  3° de verzameling, het verkeer en het vervoer van dieren verbieden of regelen;
  4° het verkeer van personen en goederen binnen een aangewezen gebied verbieden of regelen;
  5° de wijze en de voorwaarden van monsterneming vaststellen, de ontledingsmethoden bepalen en het tarief van de ontledingen en de voorwaarden van erkenning van laboratoria vaststellen. Hij kan de uitvoering van sommige ontledingen uitsluitend voorbehouden aan de laboratoria die Hij aanwijst. (Deze bepaling is niet van toepassing op de controles uitgevoerd met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <W 2003-03-28/47, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 16-06-2003>
  6° het bezitten, het in de handel brengen, het verkopen, het kopen, het ruilen, het om niet of onder bezwarende titel afstaan en het vervoer verbieden, hetzij van een <dier> waarop een verboden behandeling is toegepast, hetzij van een <dier> waarop een aangeduide behandeling niet is toegepast of toegepast is op een andere dan de voorgeschreven wijze.

  Art. 9bis. <W 2005-12-27/31, art. 51, 012; Inwerkingtreding : 09-01-2006> Als er bij een ziekte die op de lijst van de Wereldorganisatie voor dierengezondheid (OIE) staat en die respectievelijk beschouwd wordt in hoofdstuk 2.1.1.3. van de zoösanitairecode voor landdieren en in hoofdstuk 1.1.3. van de zoösanitairecode voor dieren die in het water leven, zich een plotse en onverwachte toename voordoet van de morbiditeit of de mortaliteit of de zoönotische impact, is de Minister gemachtigd, in geval van ernstig gevaar van besmetting en tot de uitroeiing van die besmetting, alle bestrijdingsmaatregelen te nemen met inbegrip van de opvordering van ondernemingen, goederen en personen en de slachting of de doding van dieren met bepaling van de bestemming van de dieren, de dierlijke producten of andere voorwerpen.
  De Minister is gemachtigd diezelfde maatregelen te treffen bij de uitbraak van een opduikende ziekte met een belangrijke impact op de morbiditeit of de mortaliteit of met een zoönotisch karakter.

  HOOFDSTUK IV. - Algemene maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de dierenziekten.

  Art. 10. <NOTA: bij arrest van 31 januari 1989, B.St. 03-031989, p. 3870, heeft het Arbitragehof dit artikel vernietigd, voor het Vlaamse en het Waalse Gewest.>
  Het is verboden huisdieren op vuilnisbelten toe te laten.

  Art. 11. <NOTA: bij arrest van 31 januari 1989, B.St. 03-03-1989, heeft het Arbitragehof vernietigd, voor het Vlaamse en het Waalse Gewest: lid 1, lid 2 behalve in zover het de Koning machtigd de algemene en sectoriële normen inzake leefmilieu vast te stellen.>
  De Koning wijst de dieren aan waarvan de indelving van krengen of karkassen of delen ervan verboden is.
  Hij kan de voorwaarden bepalen waaraan de begraafplaatsen en de crematoria voor de indelving en de vernietiging van de krengen van bepaalde diersoorten moeten voldoen.

  Art. 12. De Koning kan de voorwaarden vaststellen van de ophaling, het vervoer, de behandeling en het gebruik waaraan dierlijke en plantaardige produkten, die voor het menselijk verbruik niet ongeschikt zijn of verklaard worden, moeten voldoen om als dierenvoeding te worden aangewend.
  Hij kan de activiteiten van de personen die een van de hiervoren vermelde handelingen verrichten, onderwerpen aan een voorafgaande erkenning, verleend door de Minister, en er de voorwaarden van vaststellen.

  Art. 13. § 1. Onverminderd de bepalingen van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt kan de Koning de sanitaire voorwaarden bepalen voor de vervaardiging, de invoer, de uitvoer, de doorvoer, de bereiding, de verkoop, het bezit en het vervoer van het verwerkingsmateriaal (en dierlijke bijproducten). <W 2007-03-01/37, art. 109, 1°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 2. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan de bedrijven voor de vervaardiging, de verwerking en de bereiding van het verwerkingsmateriaal (en dierlijke bijproducten) moeten voldoen om door de Minister te worden erkend. <W 2007-03-01/37, art. 109, 2°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>

  Art. 14. <NOTA: bij arrest van 31 januari 1989, B.St. 03-03-1989, p. 3870, heeft het Arbitragehof dit artikel vernietigd voor het Vlaamse en het Waalse Gewest behalve in zover het de invoer, de uitvoer en de doorvoer van het destructie materiaal regelt.>
  § 1. De Koning stelt de voorwaarden vast voor de ophaling, het vervoer, de invoer, de uitvoer en de behandeling van destructiemateriaal uitgezonderd de krengen van bepaalde diersoorten waarvan de indelving niet wordt verboden met toepassing van artikel 11.
  § 2. Destructiemateriaal wordt uitsluitend opgehaald, vervoerd, ingevoerd door en behandeld in destructiebedrijven.
  § 3. De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan de destructiebedrijven moeten voldoen om door de Minister te worden erkend. De Koning bepaalt hun territoriale bevoegdheid, de duur van de erkenning die dertig jaar niet mag overschrijden, hun technische uitrusting evenals de voorwaarden van verhandeling en bestemming van de produkten verkregen uit de behandeling van het destructiemateriaal.
  Hij kan bepalen dat de Minister een tarief vaststelt voor sommige ophalingen, evenals de vergoedingen voor delen van dieren welke opgehaald worden.
  § 4. De destructiebedrijven zijn bedrijven van openbaar nut. Zij kunnen door de openbare overheden worden opgevorderd.
  § 5. In afwijking van de bepalingen van §§ 1 en 2, kan de Koning de voorwaarden vaststellen voor de ophaling, het vervoer, de invoer en de behandeling van bepaald destructiemateriaal door erkende bedrijven, alsmede de voorwaarden tot erkenning van deze bedrijven.

  Art. 15. Onverminderd de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten kan de Koning, met het oog op de bestrijding van dierenziekten;
  1° de voorwaarden vaststellen waaraan dieren, dierlijke produkten, (dierlijke bijproducten,) planten en substraten moeten voldoen om te worden in de handel gebracht, verworven, ten verkoop aangeboden, tentoongesteld, in bezit gehouden, vervoerd, verkocht, onder kosteloze of bezwarende titel afgestaan, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd; <W 2007-03-01/37, art. 110, 1°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  2° de invoer, de uitvoer of de doorvoer van dieren, dierlijke produkten, (dierlijke bijproducten,) planten en substraten verbieden en reglementeren; <W 2007-03-01/37, art. 110, 2°, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  3° de activiteit van de personen die de onder 1° genoemde handelingen verrichten, onderwerpen aan een voorafgaande niet overdraagbare erkenning verleend door de Minister;
  4° de voorwaarden bepalen tot het verkrijgen en behouden van de in 3° bedoelde erkenning waarvan Hij de geldigheidsduur kan bepalen, met inbegrip van de betaling van een vergoeding en de vaststelling van het bedrag ervan;
  (5° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten.) <W 2008-06-08/30, art. 47, 015; Inwerkingtreding : 26-06-2008>

  Art. 16. De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan de lokalen en de open ruimten moeten voldoen waar verzamelingen van dieren voor tentoonstellingen, markten, jaarmarkten, prijskampen, keuringen, sportvertoningen en verkoop plaatsvinden.
  Hij kan de voorwaarden bepalen waaraan de instellingen en bedrijven die gespecialiseerd zijn in de sectoren van de kunstmatige inseminatie of van de embryotransfer moeten voldoen.

  Art. 17. <NOTA: bij arrest van 31 januari 1989, B.St. 03-03-1989, p. 3870, heeft het Arbitragehof dit artikel vernietigd, voor het Vlaamse en het Waalse Gewest, in zover het van toepassing is op het merken van de in het wild levende dieren.>
  De Koning kan de regelen voor de registratie, het merken en de identificatie van de dieren en de veebeslagen bepalen. Hij bepaald aan welke voorwaarden de identificatiestukken moeten voldoen om te worden aangenomen door de Minister, evenals de voorwaarden van hun verdeling, registratie en gebruik.
  (Hij bepaalt het tarief van de retributies voor de identificatie en registratie van de dieren, die ten laste komen van de eigenaar of verantwoordelijke van het <dier>.) <W 2005-12-23/31, art. 74, 011; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
  (Hij kan de verenigingen, erkend in toepassing van artikel 3, of andere hiertoe door de minister erkende organismen aanwijzen als begunstigden van deze retributies en hen belasten met de inning ervan. Hij bepaalt de voorwaarden waaraan deze organismen moeten voldoen om door de minister te worden erkend.) <W 2006-07-20/39, art. 163, 013; Inwerkingtreding : 07-08-2006>

  Art. 18. De Koning kan de boeken, attesten, getuigschriften, bordjes, tekens of andere aanwijzingen en stukken bepalen, waaruit moet blijken dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten.

  Art. 18bis. <Ingevoegd bij W 1990-12-29/30, art. 211, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan houders, vervoerders, handelaars, bewerkers en verwerkers van dieren en dierlijke produkten (en dierlijke bijproducten) moeten voldoen met het oog op het voorkomen en bestrijden van dierenziekten, inzonderheid inzake bedrijfsvormen, de hygiënische voorzorgen en de uitrusting, de sanitaire beveiliging en de handelspraktijken. <W 2007-03-01/37, art. 111, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  Hij kan de activiteiten van de in het eerste lid bedoelde personen aan een vergunning onderwerpen en de voorwaarden bepalen met betrekking tot de intrekking van de vergunning.

  Art. 19. De Dienst is in het bijzonder belast met het sanitaire onderzoek van voor uitvoer, invoer en doorvoer bestemde dieren en dierlijke produkten (en dierlijke bijproducten) en met de afgifte van de daarop betrekking hebbende certificaten voor vervoer en sanitaire waarborgen. Hij kan alle nuttige maatregelen treffen om de sanitaire toestand ervan vast te stellen. <W 2007-03-01/37, art. 112, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>

  HOOFDSTUK V. - Toezicht.

  Art. 20.[1 Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden overtredingen op deze wet, op haar uitvoeringsbesluiten en op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door :
   - de leden van de federale en lokale politie;
   - de door de minister aangewezen statutaire en contractuele agenten van de FOD;
   - de agenten van de Administratie der Douanes en Accijnzen;
   - de andere statutaire en contractuele agenten aangewezen door de Koning;
   - de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, belast met het uitvoeren van de controles.]1
  (De personeelsleden van de Federale Overheidsdienst leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de Minister of zijn afgevaardigde.) <W 2007-03-01/37, art. 113, 014; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De door deze overheidspersonen opgemaakte processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegenbewijs is geleverd; een afschrift ervan wordt binnen acht dagen na de vaststelling ter kennis gebracht van de overtreders.
  In de uitoefening van hun opdracht mogen dezelfde overheidspersonen slachthuizen, fabrieken, magazijnen, bergplaatsen, burelen, boten, bedrijfsgebouwen, stallen, stapelhuizen, stations, wagons, voertuigen, bossen, cultuur- en braakliggende gronden en de in open lucht gelegen bedrijven te allen tijde betreden.
  Zij mogen de plaatsen die tot woning dienen slechts bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank.
  Zij kunnen zich alle voor het volbrengen van hun opdracht nodige inlichtingen en bescheiden doen verstrekken en overgaan tot alle nuttige vaststellingen. [1 Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor.]1
  [1 Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen.]1
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 30, 016; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 20bis.<Ingevoegd bij W 1999-02-05/35, art. 30; Inwerkingtreding : 29-03-1999> Wanneer een overtreding van deze wet of van één van de uitvoeringsbesluiten [1 of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 wordt vastgesteld, kunnen de agenten van de overheid bedoeld in artikel 20 van deze wet een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan deze overtreding.
  Het origineel van de waarschuwing wordt verstuurd naar de overtreder binnen de vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding.
  De waarschuwing vermeldt :
  a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepaling(en);
  b) de termijn binnen dewelke een einde moet komen aan de overtreding;
  c) dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal zal opgesteld worden en overgezonden naar de procureur des Konings.
  (Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 31, 016; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 21. <W 1990-12-29/30, art. 212, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> De overheidspersonen bedoeld in artikel 20 kunnen, in geval van overtreding, de dieren of goederen in beslag nemen die het voorwerp uitmaken van het misdrijf, die gediend hebben of die bestemd waren tot het plegen ervan.
  Indien de inbeslagneming dieren betreft waarvoor het bevel tot afslachting of tot afmaking niet werd uitgevoerd, of indien de inbeslagneming dieren betreft die zich in overtreding bevinden en die een besmettingsgevaar vastgesteld door de overheidspersonen inhouden, kunnen deze de dieren onverwijld laten afslachten of afmaken. Zij kunnen in die gevallen de vergoedingen voor het afslachten of afmaken weigeren en de kosten ten laste van de verantwoordelijke leggen.
  Voor zover zulks verenigbaar is met de sanitaire eisen vastgesteld door de overheidspersonen, kunnen de in beslag genomen dieren of goederen, hetzij worden teruggegeven aan hun eigenaar die er slechts mag over beschikken overeenkomstig de onderrichtingen van de overheidspersonen en na voorafgaande neerlegging ter griffie van de rechtbank, van een som overeenstemmend met de waarde, geschat door een deskundige, hetzij worden verkocht door de overheidspersonen, die in dat geval de opbrengst ervan zullen neerleggen bij de griffie.
  De verkregen som, totdat over het misdrijf uitspraak is gedaan, treedt in de plaats van de in beslag genomen dieren of goederen, zowel wat de verbeurdverklaring als wat de eventuele teruggave aan de belanghebbende betreft.
  (Met uitzondering van de laatste zin van het tweede lid, is dit artikel niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 22. <W 1999-02-05/35, art. 31, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999> De overheidspersonen bedoeld in artikel 20 kunnen, bij administratieve maatregel en voor een termijn van ten hoogste dertig dagen, bewarend beslag leggen op dieren of goederen waarvan zij vermoeden dat ze niet beantwoorden aan de bepalingen van krachtens deze wet genomen besluiten, teneinde ze aan een onderzoek te onderwerpen. Dit bewarend beslag wordt opgeheven bij beslissing van de overheidspersoon die de maatregelen genomen heeft, door het verstrijken van de termijn of door de definitieve inbeslagneming overeenkomstig de bepalingen van artikel 21.
  (Het vorig lid is niet van toepassing op de controles die zijn verricht met toepassing van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  HOOFDSTUK VI. - Sancties.

  Art. 23. § 1. Onverminderd de toepassing, in voorkomend geval, van de strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft:
  1° met gevangenisstraf (van vijftien dagen tot vijf jaar) en met geldboete van duizend frank tot tienduizend frank of met een van die straffen alleen: <W 1999-02-05/35, art. 32, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  a) hij die nalaat of hij die verhindert, binnen de bepaalde termijn en op de daartoe aangewezen plaats, een <dier> waarvan het afslachten of afmaken overeenkomstig artikel 8 werd bevolen, af te slachten of af te maken;
  b) hij die nalaat of hij die verhindert de opgelegde ziektebehandeling toe te passen, die een niet toegelaten of verboden behandeling toepast of die in overtreding met artikel 9, 6°, wordt bevonden;
  c) hij die dieren vervoert of naar een verzamelplaats brengt, wanneer overeenkomstig artikel 9 het vervoer, het verkeer of de verzameling van dieren verboden zijn;
  d) hij die destructiemateriaal ophaalt, vervoert, invoert, uitvoert of behandelt zonder daartoe overeenkomstig artikel 14 erkend te zijn;
  e) hij wiens verzuim de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten na te leven, oorzaak is van besmetting van andere dieren;
  2° met geldboete van honderd frank tot vijfduizend frank:
  a) de verantwoordelijke of de dierenartsen die niet onmiddellijk de aangewezen overheid waarschuwen, wanneer de aangifte van elk bestaan of elke verdenking van een dierenziekte is opgelegd overeenkomstig artikel 7;
  b) de verantwoordelijke die, voor zijn dieren, de registratie en de identificatie niet uitvoert of handhaaft en de bescheiden voorgeschreven bij de artikelen 17 en 18 niet voorgelegd;
  c) hij die in overtreding wordt bevonden met de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 15;
  d) hij die de reinigings- en ontsmettingsmaatregelen van gebouwen, vervoermiddelen en gebruiksvoorwerpen, opgelegd overeenkomstig artikel 9, 2°, niet uitvoert;
  e) hij die bordjes, tekens en andere voorwerpen opgelegd overeenkomstig artikel 18, nalaat aan te brengen, beschadigt, verwaarloost, vernielt of verwijdert;
  f) hij die in overtreding wordt bevonden met de bepalingen van de artikelen 8, 4°, 9, 1° en 4°, 12 en 13;
  3° met geldboete van zesentwintig tot duizend frank;
  a) hij die, in overtreding met artikel 10, krengen of karkassen of delen ervan indelft;
  b) hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, inbeslagnemingen, controles, bloed-, urine- en diagnostische afnemingen en andere monsternemingen of verzoeken om inlichtingen of bescheiden door de overheidspersonen bedoeld in artikel 20 of die, wetens, onjuiste inlichtingen of bescheiden verstrekt.
  § 2. Bij herhaling binnen drie jaar na een vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in dit artikel, worden de bepaalde straffen verdubbeld.

  Art. 24.Overtreding van bepalingen van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten [1 en van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 , die niet onder de toepassing van artikel 23 valt, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijfentwintig frank.
  Bij herhaling binnen twee jaar na een vorige veroordeling wegens een in het eerste lid bedoelde overtreding, zijn in artikel 23, § 1, 3°, bepaalde straffen toepasselijk.
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 32, 016; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 25. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in de artikelen 23 en 24 bepaalde misdrijven van toepassing.

  Art. 26. § 1. In geval van veroordeling kan de rechtbank de verbeurdverklaring evenals de vernietiging van de in beslag genomen dieren en zaken bevelen.
  De verbeurdverklaring en de vernietiging worden steeds bevolen wanneer, op advies van de Dienst, de aard en de samenstelling van de zaken dit vergen.
  De vernietiging door de rechtbank bevolen geschiedt op kosten van de veroordeelde.
  § 2. De rechtbank kan, ten laste van de veroordeelde, tijdelijk of definitief verbod uitspreken van het recht bij deze wet bedoelde bedrijvigheden uit te oefenen of van het recht om een veebeslag te exploiteren. Overtreding van dit verbod wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van honderd frank tot tweeduizend frank of met een van die straffen alleen.
  De rechtbank kan bovendien bekendmaking van het vonnis bevelen in een of meer dagbladen en de aanplakking ervan op de plaatsen en gedurende de tijd welke zij vaststelt, alles op kosten van de veroordeelde.
  § 3. Indien door een definitieve veroordeling ten laste van een dierenarts een overtreding wordt vastgesteld van de bepalingen van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten, zendt het parket een copie van die veroordeling naar de Orde der dierenartsen en naar de Minister.

  Art. 27.§ 1. Overtreding van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan [1 en van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 , maken het voorwerp uit van strafrechtelijke vervolgingen of van administratieve geldboeten.
  De verbaliserende ambtenaar stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt, aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
  § 2. De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt.
  Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
  § 3. De procureur des Konings beschikt over een termijn (van drie maanden), te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. <W 1999-02-05/35, art. 33, 1°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar, overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden die Hij bepaalt, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld.
  § 4. De beslissing van de ambtenaar is met redenen omkleed en bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete die niet (lager mag zijn dan de helft van het minimum) van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum. <W 1999-02-05/35, art. 33, 2°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Nochtans worden deze bedragen altijd vermeerderd met de opdeciemen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.
  Bovendien worden de expertisekosten ten laste gelegd van de overtreder.
  § 5. Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag bedoeld in § 4.
  § 6. De beslissing bedoeld in § 4 van dit artikel wordt aan de betrokkene bekendgemaakt bij een ter post aangetekende brief, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de door de Koning gestelde termijn. Deze kennisgeving doet de strafvordering vervallen; de betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie.
  § 7. Blijft de betrokkene in gebreke de geldboete en de expertisekosten binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de veroordeling tot de geldboete en de expertisekosten voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.
  § 8. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd (vijf jaar) na het feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert. <W 1999-02-05/35, art. 33, 3°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het eerste lid van deze paragraaf gestelde termijn stuiten de loop ervan.
  Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
  § 9. De Koning bepaalt de procedureregelen die toepasselijk zijn op de administratieve geldboeten.
  [1 ...]1
  (§ 10. De rechtspersoon, waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.) <W 1999-02-05/35, art. 33, 4°, 008; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  (§ 11. Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 33, 016; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 28. De Koning kan de controlemaatregelen vaststellen bestemd om de uitvoering te verzekeren van de krachtens deze wet genomen verordeningen, evenals de vergoedingen die hiervoor kunnen worden gevorderd.

  Art. 28bis. <Ingevoegd bij W 1999-02-05/35, art. 34; Inwerkingtreding : 29-03-1999> De Belgische Staat (of, naar gelang van het geval, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) kan, in geval van overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, de vergoedingen vastgesteld krachtens de artikelen 8, tweede lid, en 9bis terugvorderen door zich burgerlijke partij te stellen voor het strafgerecht waar een strafvordering aanhangig werd gemaakt. Dit recht kan zelfs voor het eerst in hoger beroep worden uitgeoefend. <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  HOOFDSTUK VII. - Diverse bepalingen.

  Art. 29. <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003> Onverminderd de bepalingen van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, kan de Koning de uitvoering van de door Hem bepaalde machten die in deze wet zijn vastgesteld, overdragen aan de Minister.

  Art. 30. De bij deze wet bedoelde attesten en getuigschriften mogen, wanneer zij voor internationaal gebruik bestemd zijn, in meerdere talen gesteld worden.

  Art. 31. § 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing bij overtreding van de verordeningen van de Europese Economische gemeenschap die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.
  § 2. De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit, binnen het toepassingsgebied van deze wet, alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het E.E.G.-Verdrag en de krachtens dit Verdrag tot stand gekomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
  (§ 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 32. § 1. Opgeheven worden:
  1° de artikelen 319, 320 en 321 van het Strafwetboek;
  2° de wet van 30 december 1882 op de diergeneeskundige politie en de schadelijke insecten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 augustus 1933, de wet van 2 april 1971 en het koninklijk besluit nr. 426 van 5 augustus 1986 tot instelling van een Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren.
  § 2. (opgeheven) <W 1998-03-23/30, art. 21, 007; Inwerkingtreding : 30-04-1998>
  § 3. (opgeheven) <W 1998-03-23/30, art. 21, 007; Inwerkingtreding : 30-04-1998>
  § 4. De verordenende besluiten genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde wetgeving blijven van kracht tot aan hun uitdrukkelijke opheffing.
Erratum Tekst Begin

BEELD
1987016102
PUBLICATIE :
1987-06-23
bladzijde : 9518

Errata



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 07-04-2017 GEPUBL. OP 08-05-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 7)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2012 GEPUBL. OP 31-12-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 20; 20bis; 24; 27)
  • BEELD
  • WET VAN 08-06-2008 GEPUBL. OP 16-06-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • BEELD
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 13; 15; 18BIS; 19; 20)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 17; 20)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 9BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 23-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • BEELD
  • WET VAN 28-03-2003 GEPUBL. OP 06-06-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 20; 20BIS; 21; 22; 27; 28BIS; 29)
    (GEWIJZIGD ART. : 31)
  • BEELD
  • WET VAN 05-02-1999 GEPUBL. OP 19-03-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 20; 20BIS; 22; 23; 27; 28BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 23-03-1998 GEPUBL. OP 30-04-1998
    (GEWIJZIGD ART. : 32)
  • WET VAN 20-12-1995 GEPUBL. OP 23-12-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 32)
  • WET VAN 21-12-1994 GEPUBL. OP 23-12-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 9BIS; 32)
  • WET VAN 06-08-1993 GEPUBL. OP 09-08-1993
    (GEWIJZIGD ART. : 32)
  • WET VAN 20-07-1991 GEPUBL. OP 01-08-1991
    (GEWIJZIGD ART. : 32)
  • WET VAN 29-12-1990 GEPUBL. OP 09-01-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 9BIS; 18BIS; 21; 32)
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 31-01-1989 GEPUBL. OP 03-03-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 10; 11; 14; 17)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zittingen 1985-1986 en 1986-1987. Senaat. Stukken. - 194. Nr. 1: Ontwerp van wet. - Nr. 2: Verslag. - Nrs. 3 tot 5: Amendementen. Parlementaire Handelingen. - 15 en 29 januari 1987. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - 751. Nr. 1: Ontwerp overgezonden door de Senaat. - Nr. 2: Verslag. - Nr. 3: Amendementen. Parlementaire Handelingen. - 25 en 26 februari 1987.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 583 uitvoeringbesluiten 16 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie