J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1999/05/03/1999022690/justel

Titel
3 MEI 1999. - Koninklijk besluit houdende bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waarvan het medisch dossier, bedoeld in artikel 15 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, moet voldoen. -
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-07-1999 en tekstbijwerking tot 27-09-2018)

Bron : SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 30-07-1999 nummer :   1999022690 bladzijde : 28462   BEELD
Dossiernummer : 1999-05-03/94
Inwerkingtreding : 30-01-2000

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-8

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. § 1. In een ziekenhuis, zoals bedoeld in artikel 2, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, wordt voor elke patiėnt een medisch dossier aangelegd. Dit dossier vormt samen met het verpleegkundig dossier het patiėntendossier.
  § 2. Het medisch dossier mag bijgehouden en bewaard worden in een elektronische vorm, mits voldaan wordt aan alle in dit besluit gestelde voorwaarden. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft kan praktische modaliteiten bepalen betreffende de elektronische uitwisseling van gegevens uit het medisch dossier.
  § 3. Het medisch dossier dient gedurende minstens dertig jaar in het ziekenhuis bewaard te worden.

  Art. 2.§ 1. Het medisch dossier bevat ten minste de volgende documenten en gegevens :
  1° de identiteit van de patiėnt;
  2° familiale en persoonlijke antecedenten, de huidige ziektegeschiedenis, de gegevens der voorgaande raadplegingen en hospitalisaties;
  3° de uitslagen van de klinische, radiologische, biologische, functionele en histo-pathologische onderzoeken;
  4° de adviezen van de geconsulteerde geneesheren;
  5° de voorlopige en definitieve diagnose;
  6° de ingestelde behandeling; bij een chirurgische ingreep, het operatief protocol en het anesthesieprotocol;
  7° de evolutie van de aandoening;
  8° het verslag van een eventuele lijkschouwing;
  9° een afschrift van het ontslagverslag.
  (10° voor elke transfusie het toegediende labiel bloedproduct (met eenheid- of lotnummer), de datum en het uur van toediening, de toedieners (arts en verpleegkundige), de indicatie voor de transfusie, de eventuele reacties en een klinische en/of biologische evaluatie van de doeltreffendheid van de interventie.) <KB 2002-04-16/39, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2002>
  [1 11° indien een vrouw of meisje, ongeacht haar leeftijd, een vorm van genitale verminking ondergaan heeft, wordt dit goed gedocumenteerd vermeld in het medisch dossier, ook het type genitale verminking. Ook het land en de regio van oorsprong van de betrokken vrouw of haar familie worden vermeld.
   Indien er een vraag gesteld wordt naar herinfibulatie, wordt dit eveneens gedocumenteerd vermeld in het medisch dossier.]1
  § 2. De in § 1, 3°, 4°, 5°, 6° en 8° bedoelde stukken dienen respectievelijke door de verantwoordelijke arts, de geconsulteerde geneesheren, de arts die de diagnose gesteld heeft, de behandelende chirurg en anesthesist en de anatomopatholoog ondertekend te zijn.
  (§ 3. Het document dat in § 1, 10°, bedoelde gegevens bevat, wordt opgesteld in de dienst waar het eerste labiel bloedproduct wordt toegediend en het volgt de patiėnt gedurende zijn gans verblijf in het ziekenhuis tot bij de dienst waar de patiėnt het ziekenhuis verlaat.) <KB 2002-04-16/39, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2002>
  ----------
  (1)<W 2018-06-18/09, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-11-2018>

  Art. 3. § 1. Het in artikel 2, § 1, 9°, bedoeld ontslagverslag omvat :
  1° het voorlopig verslag dat de onmiddellijke continuļteit van de zorg waarborgt;
  2° het volledig verslag over het ziekenhuisverblijf, ondertekend door de arts die voor de patiėnt verantwoordelijk is.
  § 2. Het in § 1, 1°, bedoelde verslag wordt :
  1° hetzij aan de patiėnt meegegeven die het aan zijn behandelende arts en aan ieder betrokken arts bezorgt;
  2° hetzij aan de behandelende arts en ieder betrokken arts bezorgd.
  Bedoeld verslag bevat alle informatie die het voor elke door de patiėnt geconsulteerde arts moet mogelijk maken de continuļteit der zorg te verzekeren.
  § 3. Het in § 1, 2° bedoeld verslag wordt door de arts van het ziekenhuis aan de door de patiėnt aangewezen arts overgemaakt.
  Dit rapport omvat de meest kenmerkende anamnetische, klinische, technische en therapeutische gegevens over de hospitalisatie en de vereiste nazorg.

  Art. 4. Het medisch dossier, in het bijzonder het ontslagverslag, moet de therapeutische en diagnostische aanpak getrouw weergeven.

  Art. 5. De stukken vermeld in artikel 4 vormen de basis voor de registratie van de Minimale Klinische Gegevens, bedoeld in artikel 153, § 2, 3°, van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen.

  Art. 6. § 1. De dossiers van alle patiėnten die de dienst verlaten hebben worden geklasseerd en bewaard in een medisch archief dat bij voorkeur centraal en elektronisch, of minstens op het niveau van de dienst wordt gegroepeerd met een enig nummer per patiėnt binnen het ziekenhuis.
  De dossiers moeten steeds geraadpleegd kunnen worden door de geneesheren die betrokken zijn bij de behandeling van de patiėnt.
  § 2. De patiėnt of zijn wettelijk vertegenwoordiger heeft recht om, door toedoen van een door hem gekozen geneesheer, kennis te krijgen van de hem betreffende gegevens in het medisch dossier.

  Art. 7. Dit besluit treedt in werking zes maanden nadat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 8. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op de artikel 15, gewijzigd door de wet van 29 april 1996 en 17, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989;
   Gelet op de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, inzonderheid op artikel 156;
   Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, afdeling programmatie en erkenning, uitgebracht op 8 juni 1995;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 17 november 1998;
   Overwegende dat voorgelegd besluit de minimumvoorwaarden inzake het medisch dossier bepaalt; dit dossier vormt samen met het verpleegkundige dossier het patiėntendossier;
   Overwegende dat in onderhavig koninklijk besluit wordt bepaald dat een medisch dossier wordt bijgehouden voor elke patiėnt in een ziekenhuis, zoals bedoeld in artikel 2 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; dat uit de parlementaire voorbereidingen bij de wet van 13 maart 1985, dat de huidige definiėring van het begrip ziekenhuis in hoger vermelde wettelijke bepaling opnam, genoegzaam blijkt dat de draagwijdte van het begrip " ziekenhuis ", niet is beperkt tot de patiėnten die er verblijven, doch eveneens tot de daghospitalisatie en de ambulante behandeling (Parl. St., Senaat, 1984-85, 765, nr. 2, p. 3); dat het principe van het bijhouden van het medisch dossier derhalve ook tot alle bedoelde patiėnten strekt;
   Overwegende dat redelijkerwijze kan worden verwacht dat het medisch dossier, of bepaalde elementen zoals inzonderheid het ontslagverslag, systematisch in electronisch vorm zullen worden bijgehouden, bewaard en overgemaakt; dat intussen deze mogelijkheid is voorzien in onderhavig besluit, en zelfs wordt aanbevolen, waarbij is gestipuleerd dat de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, de modaliteiten kan bepalen betreffende de electronische uitwisseling van de gegevens uit het medisch dossier; dat bedoelde modaliteiten binnen hoger vermelde termijn zullen worden bepaald voor de uitwisseling en alle aspecten die zich aan de basis van deze elektronische uitwisseling bevinden, met name de structuur van de gegevens; dat de Minister, om redenen van efficiėntie en coherentie, een advies zal inwinnen bij de Commissie Standaarden inzake Telematica ten behoeve van de Gezondheidszorg ", opgericht bij koninklijk besluit van 3 mei 1999 ";
   Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en van Onze Minister van Sociale Zaken,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

BEELD
1999022867
PUBLICATIE :
1999-11-05
bladzijde : 41390

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 18-06-2018 GEPUBL. OP 27-09-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-04-2002 GEPUBL. OP 25-06-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 2)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie