J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/12/13/2014024410/justel

Titel
13 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 29-12-2014 nummer :   2014024410 bladzijde : 106336       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-12-13/02
Inwerkingtreding : 29-12-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2006022396        2006022397        2005023114       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Bewegingen zonder commercieel oogmerk
Art. 3-6
HOOFDSTUK III. - Beweging met een commercieel oogmerk Handelsverkeer
Art. 7-12
HOOFDSTUK IV. - Beweging met een commercieel oogmerk Invoer vanuit een derde land en doorvoer
Art. 13-19
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 20-30
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities

  Artikel 1. Dit besluit regelt het reizen met gezelschapsdieren in aanvulling van de verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciėle verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van verordening (EG) nr. 998/2003.
  Dit besluit voorziet in de omzetting van de richtlijn 2013/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 tot wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad wat betreft de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Unie van honden, katten en fretten.

  Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Gezelschapsdieren: honden (Canis lupus familiaris), katten (Felis silvestris catus) en fretten (Mustela putorius furo) behalve in het kader van het niet-commerciėle vervoer waar de definitie van art 3, b, van de verordening (EU) 576/2013 van toepassing is;
  2° Federale Overheidsdienst: de dienst sanitair beleid dieren en planten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  3° Agentschap: het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen opgericht bij de wet van 4 februari 2000;
  4° Minister : de minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;
  5° Officiėle dierenarts: naargelang het geval:
  a) een dierenarts die van de veterinaire autoriteiten van het derde land de toestemming heeft gekregen om gezondheidsinspecties op levende dieren te verrichten en een officiėle certificering uit te voeren, of
  b) de dierenarts van het Agentschap of de dierenarts zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 11 november 2013 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen taken door zelfstandige dierenartsen kan laten verrichten;
  6° Erkende dierenarts: dierenarts erkend overeenkomstig artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
  7° Lidstaat: land dat behoort tot de Europese Unie;
  8° Derde land: een land dat geen lidstaat is van de Europese Unie;
  9° Niet commercieel verkeer: elke verplaatsing die niet tot doel heeft om een gezelschapsdier te verkopen of de eigendom ervan over te dragen;
  10° Eigenaar: een natuurlijke persoon die in het identificatiedocument als eigenaar staat vermeld;
  11° Invoer: het binnenbrengen op het Belgische grondgebied van gezelschapsdieren van oorsprong uit derde landen met uitzondering van Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein;
  12° Doorvoer: het vervoer van gezelschapsdieren van een derde land naar een ander derde land over het Belgische grondgebied;
  13° Invoerder: ieder natuurlijke of rechtspersoon die gezelschapsdieren aanbiedt met het oog op de invoer ervan;
  14° Handelsverkeer: het verkeer met commercieel oogmerk tussen Belgiė en lidstaten van de Europese Unie of Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein van gezelschapsdieren;
  15° Erkende instellingen, instituten of centra: instellingen, instituten of centra zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van het ministerieel besluit van 31 augustus 1993 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer van dieren, sperma, eicellen en embryo's, van soorten waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke reglementering is opgesteld, als bedoeld in bijlage III, A, van het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de veterinaire en zoötechnische controles, die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer van sommige levende dieren en producten;
  16° Verordening (EU) nr. 576/2013: verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciėle verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van verordening (EG) nr. 998/2003;
  17° Verordening (EU) nr. 577/2013: uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de modelidentificatiedocumenten voor het niet-commerciėle verkeer van honden, katten en fretten, de vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden en de voorschriften betreffende de vorm, de opmaak en de taal van de verklaringen ten bewijze van de naleving van bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

  HOOFDSTUK II. - Bewegingen zonder commercieel oogmerk

  Art. 3. Het Agentschap wijst voor het niet commerciėle verkeer vanuit een derde land "punten van binnenkomst voor reizigers" aan, waar de gezelschapsdieren onderworpen dienen te worden aan de documenten- en identificatiecontrole uitgevoerd door een officiėle dierenarts of door de door het Agentschap daartoe aangeduide autoriteiten.

  Art. 4. In toepassing van artikel 32, lid 1, van de verordening (EU) nr. 576/2013 kan het Agentschap wanneer het urgente vertrek van de eigenaar, bijvoorbeeld in geval van een onverwachte natuurramp of politieke onrust of ander geval van overmacht dat de eigenaar treft, nodig is, afwijkingen toestaan voor het binnenbrengen op het Belgische grondgebied of de doorvoer naar een andere lidstaat van gezelschapsdieren afkomstig van een andere lidstaat of een derde land die niet voldoen aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden zoals vastgelegd in de artikelen 6, 9, 10 of 14 van de verordening (EU) nr. 576/2013.

  Art. 5. Wanneer aan de voorwaarden vermeld in artikel 10, lid 3 van de verordening (EU) nr. 576/2013 is voldaan, kan het Agentschap een vergunning afleveren voor het binnenbrengen op het Belgische grondgebied van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden via een ander punt van binnenkomst dan dat voorzien voor reizigers.

  Art. 6. Wanneer het aantal gezelschapsdieren dat de eigenaar of een gemachtigde persoon tijdens een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer begeleidt het in artikel 5, lid1, van de verordening (EU) nr. 576/2013 bedoelde maximaal aantal gezelschapsdieren wordt overschreden en de in lid 2 van hetzelfde artikel bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn, dienen de betrokken gezelschapsdieren te voldoen al naar gelang het geval, aan de veterinairrechtelijke voorschriften van de hoofdstukken III, IV en V van dit besluit en de in deze hoofstukken voorziene inspecties te ondergaan.

  HOOFDSTUK III. - Beweging met een commercieel oogmerk Handelsverkeer

  Art. 7. De gezelschapsdieren bestemd voor het handelsverkeer dienen verzonden te worden vanuit een door het Agentschap geregistreerd bedrijf, handelszaak, fokkerij of eigenaar indien artikel 8 van toepassing is overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  De plaatsen van herkomst van gezelschapsdieren bestemd voor het handelsverkeer moeten ook voldoen aan de bepalingen van artikelen 5 en 6 van het ministerieel besluit van 31 augustus 1993 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer van dieren, sperma, eicellen en embryo's van soorten waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke reglementering is opgesteld, als bedoeld in bijlage III, A, van het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de veterinaire en zoötechnische controles, die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer van sommige levende dieren en producten.

  Art. 8. Om te worden toegelaten tot het handelsverkeer of te kunnen binnengebracht worden op het Belgische grondgebied moeten de zendingen honden, katten of fretten:
  1° gemerkt zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 17, lid 1, van de verordening (EU) nr. 576/2013;
  2° gevaccineerd zijn tegen rabiės en de vaccinatie moet voldoen aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage III van de verordening (EU) nr. 576/2013;
  3° vergezeld zijn van een identificatiedocument in de vorm van een paspoort waarvan het model is vastgelegd in:
  a) bijlage III, deel 1, bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 indien het afkomstig is uit een andere lidstaat en bovendien voldoet aan de aanvullende eisen die zijn beschreven in deel 2 van deze bijlage, of
  b) bijlage III, deel 3, van uitvoeringsverordening (EU) nr 577/2013 indien het afkomstig is van een van de gebieden of derde landen die zijn opgenomen in de lijst in deel 1 van bijlage II bij de verordening (EU) 576/2013 en voldoet aan de aanvullende eisen die zijn beschreven in deel 4 van deze bijlage,
  en dat is ingevuld conform de "toelichtingen bij het invullen van het paspoort" zoals aangegeven in dit paspoort.
  Paspoorten afgeleverd voor 29 december 2014 in overeenstemming met de beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten, blijven geldig gedurende de ganse levensloop van het dier;
  4° acht en veertig uur vóór verzending onderworpen zijn aan door een door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts uitgevoerd klinisch onderzoek waaruit blijkt dat op het tijdstip van het onderzoek de dieren geschikt zijn om overeenkomstig verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten voor de geplande reis te worden vervoerd.

  Art. 9. Het handelsverkeer van honden met bestemming het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Finland of Malta dient bovendien te voldoen aan de artikelen 7 en 8 van de gedelegeerde verordening (EU) nr. 1152/2011 van de Commissie van 14 juli 2011 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake preventieve gezondheidsmaatregelen voor de bestrijding van infecties met Echinococcus multilocularis bij honden.

  Art. 10. § 1. Tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming dient iedere zending vergezeld te zijn van het gezondheidscertificaat conform het model opgenomen in bijlage 1, aangevuld en ondertekend door een officiėle dierenarts.
  De officiėle dierenarts moet verklaren dat de daartoe door de bevoegde autoriteit gemachtigde dierenarts in de relevante sectie van het identificatiedocument in het in artikel 21, lid 1, van verordening (EU) nr. 576/2013 bepaalde formaat, het overeenkomstig artikel 11, 4°, uitgevoerde klinische onderzoek heeft gedocumenteerd, waaruit op het tijdstip van het klinische onderzoek blijkt dat de dieren geschikt zijn om overeenkomstig verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten voor de geplande reis te worden vervoerd.
  § 2. Het gezondheidscertificaat blijft tien dagen geldig vanaf de datum van ondertekening door de officiėle dierenarts of dierenarts die verantwoordelijk is voor het bedrijf van oorsprong en die erkend is door de bevoegde overheid. Bij vervoer over zee wordt die termijn van tien dagen verlengd met de duur van de zeereis.

  Art. 11. Op het Belgische grondgebied wordt het in artikel 8, 4°, vermelde klinisch onderzoek uitgevoerd door een officiėle dierenarts die dit vervolgens documenteert in de hiervoor voorziene rubriek in het paspoort.

  Art. 12. Gezelschapsdieren die in overtreding worden bevonden met de bepalingen van dit besluit worden op bevel van de officiėle dierenarts afhankelijk van het door hem vastgestelde risico hetzij:
  a) teruggezonden naar het land van herkomst;
  of
  b) onder toezicht geplaatst op de plaats van bestemming of in quarantaine geplaatst in een aangeduide quarantaine inrichting en dit gedurende de tijd noodzakelijk om het dier in regel te stellen met de sanitaire verplichtingen voorzien bij dit besluit;
  of
  c) in laatste instantie, wanneer terugzending of afzondering niet uitvoerbaar is, geėuthanaseerd.

  HOOFDSTUK IV. - Beweging met een commercieel oogmerk Invoer vanuit een derde land en doorvoer

  Art. 13. § 1. Zendingen van honden, katten en fretten mogen alleen worden ingevoerd als de gebieden of derde landen waaruit zij afkomstig zijn en de gebieden of derde landen waardoor zij worden doorgevoerd, zijn opgenomen in een van de lijsten in:
  1° bijlage I bij beschikking 2004/211/EG van de Commissie van 6 januari 2004 tot vaststelling van de lijst van derde landen en delen van hun grondgebied waaruit de lidstaten de invoer toestaan van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paarden en tot wijziging van de beschikkingen 93/195/EEG en 94/63/EG;
  2° bijlage II, deel 1, bij verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering;
  3° bijlage II bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen zendingen van honden, katten en fretten die bestemd zijn voor erkende instellingen, instituten en centra, alleen worden ingevoerd als de gebieden of derde landen waaruit zij afkomstig zijn en de gebieden of derde landen waardoor zij worden doorgevoerd, zijn opgenomen in de lijst bedoeld in paragraaf 1, 3°.

  Art. 14. De gezelschapsdieren bestemd voor de invoer en de doorvoer dienen verzonden te worden vanuit een door de bevoegde overheid geregistreerd bedrijf, handelszaak of fokkerij.

  Art. 15. De gezelschapsdieren afkomstig vanuit een derde land moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° gemerkt zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 17, lid 1 van de verordening. (EU) nr. 576/2013;
  2° gevaccineerd zijn tegen rabiės en de vaccinatie moet voldoen aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage III van de verordening (EU) nr. 576/2013;
  3° vergezeld te zijn van ofwel:
  - een certificaat waarvan het model overeenkomt met het model opgenomen in bijlage 2. Dit certificaat dient vervolledigd, afgeleverd en ondertekend door een officiėle dierenarts conform de uitleg van bijlage 2, deel 2;
  - ofwel indien ze afkomstig zijn van een van de gebieden of derde landen die zijn opgenomen in de lijst in deel 1 van bijlage II bij de verordening (EU) 576/2013 een identificatiedocument onder de vorm van een paspoort waarvan het model werd vastgelegd in bijlage III, deel 3, van de verordening (EU) nr. 577/2013 en voldoet aan de aanvullende eisen die zijn beschreven in deel 4 van deze bijlage en een certificaat zoals voorzien in art 10;
  4° zij hebben een titreringstest op rabiėsantilichamen ondergaan die voldoet aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage IV van verordening (EG) nr. 576/2013;
  5° acht en veertig uur vóór verzending onderworpen zijn aan door een door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts uitgevoerd klinisch onderzoek waaruit blijkt dat op het tijdstip van het onderzoek de dieren geschikt zijn om overeenkomstig verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten, voor de geplande reis te worden vervoerd.

  Art. 16. In afwijking van artikel 15, 4°, is de titreringstest niet vereist voor gezelschapsdieren die rechtstreeks worden ingevoerd uit een gebied of een derde land dat is opgenomen in bijlage II van verordening (EU) nr. 577/2013.

  Art. 17. Op de invoer met een commercieel oogmerk van gezelschapsdieren vanuit een derde land, zijn de controlemaatregelen van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de veterinaire controles voor dieren ingevoerd uit derde landen van toepassing.

  Art. 18. In afwijking van artikel 15, 3°, blijven de certificaten waarvan het model overeenkomt met het model zoals voorzien in bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 1 mei 2006 houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten, en die uiterlijk op 28 december 2014 werden afgegeven, van kracht tot 29 april 2015.

  Art. 19. Gezelschapsdieren die in overtreding worden bevonden met de bepalingen van dit besluit worden op bevel van de officiėle dierenarts afhankelijk van het door hem vastgestelde risico hetzij:
  a) teruggezonden naar het land van herkomst;
  of
  b) onder toezicht geplaatst op de plaats van bestemming of in quarantaine geplaatst in een aangeduide quarantaine inrichting en dit gedurende de tijd noodzakelijk om het dier in regel te stellen met de sanitaire verplichtingen voorzien bij dit besluit;
  of
  c) in laatste instantie, wanneer terugzending of afzondering niet uitvoerbaar is, geėuthanaseerd.

  HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

  Art. 20. In afwijking van de artikelen 8, 2°, en 15, 2°, kan het Agentschap geval per geval en op basis van een gedocumenteerd verzoek het binnenbrengen van gezelschapsdieren die bestemd zijn voor het wetenschappelijk onderzoek en niet gevaccineerd zijn tegen rabiės toestaan voor zover de instellingen, instituten en centra erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van het ministerieel besluit van 31 augustus 1993 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer van dieren, sperma, eicellen en embryo's van soorten waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke reglementering is opgesteld, als bedoeld in bijlage III, A, van het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende de veterinaire en zoötechnische controles, die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer van sommige levende dieren en producten, en ingeval van het binnenbrengen vanuit een derde land, dit land voorkomt in bijlage II bij verordening (EU) nr. 577/2013.

  Art. 21. In toepassing van artikel 7, lid 1, van de verordening (EU) nr. 576/2013 en in afwijking van artikel 8, 2° kan de Minister het niet-commerciėle of handelsverkeer vanuit een andere lidstaat toestaan, van gezelschapsdieren jonger dan twaalf weken en niet tegen rabiės gevaccineerd dan wel gezelschapsdieren tussen de leeftijd van twaalf tot zestien weken die gevaccineerd maar nog niet geļmmuniseerd zijn.
  In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7, lid 2, van de verordening (EU) nr. 576/2013 van toepassing.

  Art. 22. In toepassing van artikel 11, lid 1, van de verordening (EU) nr. 576/2013 kan de Minister het niet-commerciėle verkeer vanuit een derde land dat voorkomt in bijlage II bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 toestaan, van gezelschapsdieren jonger dan twaalf weken en niet tegen rabiės gevaccineerd dan wel tussen de leeftijd van twaalf weken tot zestien weken tegen hondsdolheid gevaccineerde maar nog niet geļmmuniseerde jonge gezelschapsdieren.
  In dat geval zijn de bepalingen van artikel 11, lid 2, van de verordening (EU) nr. 576/2013 van toepassing.

  Art. 23. § 1. De overtredingen van de bepalingen van onderhavig besluit worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.
  § 2. De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden gestraft overeenkomstig hoofdstuk VI van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987.

  Art. 24. Indien de eigenaar, de houder of de invoerder de in uitvoering van de artikelen 12 of 19 genomen maatregelen niet toepast, worden deze van ambtswege toegepast.

  Art. 25. De kosten die voortvloeien uit de maatregelen genomen in uitvoering van artikelen 12 en 19 zijn ten laste van de eigenaar, de houder of de invoerder. Deze maatregelen geven geen aanleiding tot enige vergoeding.

  Art. 26. De vaccinaties en bloedafnamen die, in het kader van dit besluit, dienen verricht op het Belgische grondgebied, dienen uitgevoerd door een erkende dierenarts.

  Art. 27. Bijlage I bij het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen wordt aangevuld met een bepaling onder 15, luidend :
  "15. Het handelsverkeer van gezelschapsdieren, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 13 december 2014 houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten.".

  Art. 28. Worden opgeheven:
  1° het koninklijk besluit van 1 mei 2006 houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten;
  2° het ministerieel besluit van 8 mei 2006 houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten.

  Art. 29. Dit besluit treedt in werking op 29 december 2014.

  Art. 30. De minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Model van certificaat voor het commercieel verkeer van honden, katten en fretten
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-12-2014, p. 106342-106345)

  Art. N2. Bijlage 2. - Model van certificaat voor de invoer van honden, katten en fretten in de Europese Unie
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-12-2014, p. 106346-106349)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 13 december 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw,
W. BORSUS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciėle verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003;
   Gelet op de Grondwet, artikel 108;
   Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 7, § 3 en artikel 15, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007;
   Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, § 6, eerste lid, gewijzigd bij de wetten van 13 juli 2001, van 22 december 2003, van 9 juli 2004, van 20 juli 2005 en van 22 december 2008, en artikel 5, tweede lid, 13°, vervangen bij de wet van 22 december 2003;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 2, d);
   Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, artikel 3 bis, eerste lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 1 mei 2006 houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten;
   Gelet op het ministerieel besluit van 8 mei 2006 houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van honden, katten en fretten;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiėn, gegeven op 15 april 2014;
   Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid van 21 oktober 2014;
   Gelet op advies 56.646 van de Raad van State, gegeven op 1 oktober 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende de uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de modelidentificatiedocumenten voor het niet-commerciėle verkeer van honden, katten en fretten, de vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden en de voorschriften betreffende de vorm, de opmaak en de taal van de verklaringen ten bewijze van de naleving van bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad;
   Overwegende de richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van richtlijn 90/425/EEG geldt, de artikelen 10 en 16, laatst gewijzigd bij de richtlijn 2013/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013;
   Overwegende het uitvoeringsbesluit 2013/519/EU van de Commissie van 21 oktober 2013 tot vaststelling van de lijst van gebieden en derde landen waaruit honden, katten en fretten mogen worden ingevoerd, en van het modelgezondheidscertificaat voor die invoer;
   Op de voordracht van de Minister van Landbouw,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie