J U S T E L     -     Législation consolidée
Fin Premier mot Dernier mot Modification(s) Préambule
Travaux parlementaires Table des matières 345 arrêtés d'exécution 7 versions archivées
Signatures Fin Version française
 
belgiquelex . be     -     Banque Carrefour de la législation
Conseil d'Etat
ELI - Système de navigation par identifiant européen de la législation
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2002/04/19/2002014105/justel

Titre
19 APRIL 2002. - Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij.
(NOTA : art. 37/1 ingevoegd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2019-05-07/01, art. 35; En vigueur : indéterminée)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-05-2002 en tekstbijwerking tot 29-12-2016) Voir modification(s)

Source : VERKEERSWEZEN
Publication : 04-05-2002 numéro :   2002014105 page : 18828       PDF :   version originale    
Dossier numéro : 2002-04-19/35
Entrée en vigueur :
05-04-2002 (ART. 5)
16-07-2002 (ART. (A51))
indéterminée (ART. 46)     A40     A41     A46     A47

Table des matières Texte Début
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en wettelijke opdracht.
Art. 1-3
HOOFDSTUK II. - Omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap van publiek recht.
Art. 4-5
HOOFDSTUK III. - Doel, werking en structuur van de Nationale Loterij.
Art. 6-13
HOOFDSTUK IV. - Beheerscontract.
Art. 14-17
HOOFDSTUK V. - Controle.
Art. 18-20
HOOFDSTUK VI. - Samenwerking met de kansspelcommissie.
Art. 21
HOOFDSTUK VII. - De monopolierente en de bestemming van de subsidies van de Nationale Loterij.
Art. 22-26
HOOFDSTUK VIII. - Diverse bepalingen.
Art. 27-37
HOOFDSTUK IX. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen.
Art. 38-51

Texte Table des matières Début
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en wettelijke opdracht.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder de minister : de minister tot wiens bevoegdheid Overheidsbedrijven en Overheidsdeelnemingen behoren.

  Art. 3.§ 1. De Nationale Loterij wordt ermee belast, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, de openbare loterijen, [1 ...]1 en wedstrijden te organiseren in de vormen en volgens de (algemene regels) bepaald door de Koning op voordracht van de minister. <W 2002-12-24/31, art. 488, 002; En vigueur : 10-01-2003>
  De Nationale Loterij wordt er tevens mee belast, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, kansspelen [1 en weddenschappen]1 te organiseren in de vormen en volgens de (algemene) regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voordracht van de minister en van de minister van Justitie en na advies van de kansspelcommissie, bedoeld in artikel 9 van [1 de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers]1. <W 2002-12-24/31, art. 488, 002; En vigueur : 10-01-2003>
  § 2. De handelingen van de Nationale Loterij worden geacht daden van koophandel te zijn.
  § 3. Naast het uitwerken van handelsmethodes om de openbare loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen te promoten die zij organiseert, zorgt de Nationale Loterij er tevens voor :
  1° het grote publiek duidelijk te informeren omtrent de reële winst die elk type product dat wordt voorgesteld, kan opleveren;
  2° voorlichtingscampagnes op te zetten omtrent de risico's verbonden aan gokverslaving op economisch, sociaal en psychologisch vlak;
  3° samen met de bevoegde overheden en de diverse op het terrein actieve verenigingen een actief en gecoördineerd preventie- en opvangbeleid inzake gokverslaving uit te stippelen.
  ----------
  (1)<W 2010-01-10/12, art. 56, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  HOOFDSTUK II. - Omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap van publiek recht.

  Art. 4. § 1. De Nationale Loterij, een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid ingedeeld bij de categorie C genoemd in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut wordt, overeenkomstig de volgende bepalingen, omgevormd in een naamloze vennootschap van publiek recht.
  De vennootschap draagt de naam " Nationale Loterij ".
  Voor alles wat niet anders is geregeld in deze wet of bij de uitvoeringsbesluiten ervan, is zij onderworpen aan de wets- en verordeningsbepalingen die op de naamloze vennootschappen van toepassing zijn.
  § 2. De eerste statuten van de Nationale Loterij worden vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Het verslag aan de Koning bevat de verzamelstaat bedoeld in artikel 5, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld.
  § 3. Het verslag aan de Koning bevat de conclusies van de bedrijfsrevisor, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
  § 4. De omvorming geschiedt zonder onderbreking van de rechtspersoonlijkheid.
  § 5. Artikel 454, 4°, en artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing op de Nationale Loterij.
  § 6. Elke statutenwijziging heeft pas uitwerking na goedkeuring door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 7. De omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap alsmede eventuele kapitaalsinbrengen en latere kapitaalsverhogingen zijn vrijgesteld van alle belastingen en taksen ten voordele van de Staat.
  § 8. De Nationale Loterij is voor onbepaalde duur opgericht.

  Art. 5. De raad van bestuur van de Nationale Loterij, als instelling van openbaar nut van categorie C, stelt een verzamelstaat van de activa en passiva op en bepaalt het bedrag van het maatschappelijk kapitaal na de omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap.
  Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het netto-actief, zoals dit blijkt uit voornoemde staat. Een bedrijfsrevisor, aangewezen door de minister, maakt een verslag over deze staat en geeft inzonderheid aan of deze op volledige, getrouwe en correcte wijze de toestand van de Nationale Loterij weergeeft.

  HOOFDSTUK III. - Doel, werking en structuur van de Nationale Loterij.

  Art. 6.§ 1. Het maatschappelijk doel van de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Loterij bestaat uit :
  1° de organisatie van de openbare loterijen, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, op voordracht van de minister; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
  2° de organisatie, in het algemeen belang en volgens handelsmethodes, van kansspelen [1 en weddenschappen]1 in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad op voordracht van de minister en de minister van Justitie en na advies van de kansspelcommissie; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
  3° de organisatie van alle vormen van [1 ...]1 wedstrijden in de vormen en volgens de (algemene) regels door de Koning bepaald, op voordracht van de minister; <W 2002-12-24/31, art. 489, 002; En vigueur : 10-01-2003>
  4° het administratief beheer van de verrichtingen betreffende de verdeling en de bestemming van de subsidies;
  5° alle activiteiten, van welke aard ook, bestemd om rechtstreeks of onrechtstreeks haar diensten te bevorderen of om het meest efficiënte gebruik van haar infrastructuur mogelijk te maken.
  § 2. De Nationale Loterij kan in het kader van haar doel eveneens deelnemen aan vennootschappen, voorzover deze deelname dient tot ondersteuning van haar activiteiten opgesomd in § 1 en voor zover de Nationale Loterij of de Staat, rechtstreeks of onrechtstreeks via een overheidsbedrijf, alleen of gezamenlijk, de meerderheid der aandelen en het daaraan verbonden stemrecht in de algemene vergadering bezit alsmede de meerderheid der mandaten in de raad van bestuur.
  Elke overdracht, waardoor het belang van de Nationale Loterij of van de Staat, rechtstreeks of onrechtstreeks via een overheidsbedrijf, alleen of gezamenlijk, niet langer meer dan 50 percent bedraagt, is van rechtswege nietig, indien, binnen een termijn van drie maanden na de overdracht, dit belang, door middel van een kapitaalverhoging waarop de overheid geheel of gedeeltelijk heeft ingeschreven, niet boven de 50 percent wordt gebracht.
  § 3. In het kader van haar doel, kan de Nationale Loterij eveneens participeren in verenigingen of nationale of Europese samenwerkingsverbanden aangaan, voor zover deze participatie bijdraagt in de ondersteuning van haar activiteiten bedoeld in § 1.
  § 4. De Nationale Loterij kan, in afwijking van artikel 454, 4°, van het Wetboek van vennootschappen, alleen een naamloze vennootschap oprichten en inschrijven op alle aandelen van deze vennootschap, alsook in afwijking van artikel 646, § 1, tweede lid, van genoemd Wetboek, alle aandelen bezitten in een naamloze vennootschap, zonder beperking van duur en zonder geacht te worden hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van deze vennootschap.
  ----------
  (1)<W 2010-01-10/12, art. 57, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  Art. 7. De activiteiten bedoeld in artikel 6, § 1, 1° tot 4°, zijn taken van openbare dienst. De Nationale Loterij heeft het monopolie van de dienst bedoeld in artikel 6, § 1, 1°, alsmede (het recht voor de diensten bedoeld in artikel 6, § 1, 1°, 2° en 3°, gebruik te maken) van de informatiemaatschappij-instrumenten. <W 2002-12-24/31, art. 490, 002; En vigueur : 10-01-2003>

  Art. 8.§ 1. De Nationale Loterij wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit veertien leden waaronder de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder.
  [1 Ten minste één derde van de leden van de raad van bestuur die worden aangewezen door de Belgische Staat of door een door de Belgische Staat gecontroleerde vennootschap is van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het vereiste minimumaantal van die leden van een ander geslacht afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Indien het aantal bestuurders van een ander geslacht kleiner is dan het bij deze bepaling vastgestelde minimum, is de eerstvolgende bestuurder die wordt benoemd van dat geslacht. Zo niet, is zijn benoeming nietig. Hetzelfde geldt indien een benoeming ertoe leidt dat het aantal van die bestuurders van een ander geslacht daalt tot onder dit vereiste minimumaantal.]1
  Bij de leden van de raad van bestuur die de Belgische Staat vertegenwoordigen zijn er evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. De leden die noch Nederlandstalig noch Franstalig zijn, worden niet in aanmerking genomen om de taalpariteit te bepalen.
  De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de voorzitter van de raad van bestuur behoort.
  § 2. De raad van bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de Nationale Loterij, behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is.
  § 3. De statuten kunnen de raad van bestuur toestaan de in § 2 bedoelde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk over te dragen aan het directiecomité, met uitzondering van :
  1° de goedkeuring van het beheerscontract, alsook van elke wijziging ervan;
  2° het vaststellen van het ondernemingsplan en het algemeen beleid;
  3° de andere bevoegdheden die door deze wet en door het Wetboek van vennootschappen uitdrukkelijk aan de raad van bestuur worden toegewezen.
  De raad van bestuur is belast met het toezicht op het directiecomité. Het directiecomité doet op geregelde tijdstippen verslag aan de raad.
  De raad of zijn voorzitter kan op elk ogenblik aan het directiecomité een verslag vragen betreffende de activiteiten van het bedrijf of sommige ervan.
  De overeenkomstig deze paragraaf overdraagbare bestuursbevoegdheid kan door de statuten of door een beslissing van de raad van bestuur worden beperkt. Deze beperkingen en de eventuele taakverdeling die de leden van het directiecomité zijn overeengekomen, kunnen niet worden tegengeworpen aan derden, zelfs niet indien zij worden bekendgemaakt.
  ----------
  (1)<W 2011-07-28/14, art. 5, 006; Inwerkingtreding : indéterminée; zie W 2011-07-28/14, art. 7, §4>

  Art. 9. § 1. De Koning benoemt bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit de gedelegeerd bestuurder en een aantal gewone leden in verhouding tot het aantal stemmen dat verbonden is aan de aandelen in het bezit van de Staat. De overige gewone leden worden daarna benoemd door de andere aandeelhouders.
  § 2. De leden van de raad van bestuur, die benoemd zijn door de Koning, kunnen slechts worden ontslagen bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld koninklijk besluit.
  § 3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
  § 4. Wanneer een mandaat van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien tot op het ogenblik dat een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig § 1.
  § 5. De Koning benoemt de voorzitter van de raad van bestuur uit de gewone leden.
  Bij staking van de stemmen in de raad van bestuur is de stem van de voorzitter beslissend.
  De voorzitter kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, de briefwisseling, de notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Nationale Loterij. Hij kan van de leden van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Nationale Loterij alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat. Hij kan zich laten bijstaan door een door hem aangeduide accountant.
  De vergoeding van de accountant is ten laste van de Nationale Loterij.

  Art. 10. De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast die de leden van de raad van bestuur genieten uit hoofde van hun mandaat als bestuurder.
  De in het eerste lid bedoelde bezoldigingen zijn ten laste van de Nationale Loterij. Indien de betrokken bezoldigingen een variabel bestanddeel hebben dan kunnen in de berekeningsbasis geen elementen voorkomen die als bedrijfskosten worden aangemerkt.

  Art. 11. § 1. Het dagelijks bestuur, de vertegenwoordiging wat dit bestuur aangaat, (...) de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur (,) de onderhandelingen over het beheerscontract (en de uitwerking van de uitvoeringsregels volgens dewelke de openbare loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen worden georganiseerd, alsook de deelnemingsregels aan deze loterijen, weddenschappen, wedstrijden en kansspelen) worden opgedragen aan een directiecomité bestaande uit zes leden hieronder begrepen de gedelegeerd bestuurder welke het directiecomité voorzit. De werkwijze van het directiecomité wordt bepaald door de statuten of, bij ontstentenis van statutaire bepaling, door de raad van bestuur. <W 2002-12-24/31, art. 491, 002; En vigueur : 10-01-2003>
  Het directiecomité bestaat uit evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden, de gedelegeerd bestuurder eventueel uitgezonderd. De leden die noch Nederlandstalig noch Franstalig zijn, worden niet in aanmerking genomen om de taalpariteit te bepalen.
  De leden van het directiecomité vormen een college. Zij kunnen hun taken onder elkaar verdelen. Krachtens een beslissing van het directiecomité kunnen zekere taken van vertegenwoordiging aan leden van het personeel worden gedelegeerd.
  De statuten kunnen aan één of meerdere leden van het directiecomité bevoegdheid verlenen om de Nationale Loterij hetzij alleen, hetzij gezamenlijk, te vertegenwoordigen.
  De statutaire bepaling bedoeld in het vorige lid en de delegatie van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan personeelsleden door het directiecomité, kunnen aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden gesteld in artikel 76 van het Wetboek van vennootschappen. De bekendmaking bevat een uitdrukkelijke verwijzing naar dit artikel.
  Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder worden de overige leden van het directiecomité benoemd door de raad van bestuur op voordracht van de gedelegeerd bestuurder voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hun benoeming wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
  De leden van het directiecomité oefenen hun mandaat uit als zelfstandigen. Ze mogen, uitgezonderd de gedelegeerd bestuurder, geen deel uitmaken van de raad van bestuur.
  § 2. De rechten, met inbegrip van de bezoldiging, en plichten van de gedelegeerd bestuurder en de overige leden van het directiecomité enerzijds, en de Nationale Loterij anderzijds, worden geregeld in een bijzondere overeenkomst tussen bedoelde partijen. Bij de onderhandeling over de overeenkomst wordt de Nationale Loterij vertegenwoordigd door de gewone leden van de raad van bestuur. De raad van bestuur kan deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk opdragen aan een bezoldigingscomité voor zover dit bij de statuten is bepaald.
  De gedelegeerd bestuurder die of het lid van het directiecomité dat op het ogenblik van zijn benoeming een rechtspositionele band heeft met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de nadere regels van het betrokken statuut voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddeverhoging. De Nationale Loterij zal voor de duur van zijn mandaat de bezoldiging ten laste nemen.
  Indien de gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité op het ogenblik van zijn benoeming contractueel gebonden is met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op weddeverhoging.
  Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder, kunnen de overige leden van het directiecomité slechts worden ontslagen bij besluit van de raad van bestuur, goedgekeurd met twee derde van de uitgebrachte stemmen. Het ontslag wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.

  Art. 12. § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens wet of door het organiek statuut van de Nationale Loterij, is het mandaat van bestuurder of van lid van het directiecomité of van regeringscommissaris onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de federale Wetgevende Kamers;
  3° federaal minister of staatssecretaris;
  4° (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement of een Gemeenschaps- of Gewestregering;) <W 2006-03-27/35, art. 50, 003; En vigueur : 21-04-2006>
  5° gouverneur van een provincie, lid van de bestendige deputatie van een provincieraad of lid van een provincieraad;
  6° lid van het personeel van de Nationale Loterij wat de leden van de raad van bestuur en de regeringscommissarissen betreft;
  7° burgemeester, schepen of gemeenteraadslid, of voorzitter of lid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, evenals voorzitter of lid van een districtsraad;
  8° lid van de kansspelcommissie;
  9° lid van de raad van bestuur en van het directiecomité wat de regeringscommissarissen betreft.
  § 2. Wanneer een bestuurder of een lid van het directiecomité zich in overtreding bevindt met de bepalingen van § 1, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij na afloop van deze termijn van rechtswege geacht zijn mandaat in de Nationale Loterij te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.
  § 3. Het mandaat van bestuurder of van lid van het directiecomité neemt van rechtswege een einde op de leeftijd van 65 jaar.

  Art. 13. § 1. Bij de omvorming van de Nationale Loterij in een naamloze vennootschap van publiek recht worden alle aandelen die worden uitgegeven toegekend aan de Staat. Noch deze toekenning van alle aandelen aan de Staat, noch de latere vereniging van alle aandelen in handen van de Staat, brengt de toepassing mee van artikel 454, 4°, van het Wetboek van vennootschappen en artikel 646, § 1, tweede lid, van genoemd Wetboek en dit zonder beperking van duur en zonder dat de Staat wordt geacht hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van deze vennootschap.
  § 2. Alle representatieve effecten van het kapitaal zijn nominatief zolang zij in het bezit zijn van de Staat, van de instellingen van openbaar nut, vennootschappen, instellingen of verenigingen van publiek recht die ressorteren onder de Staat, daaronder begrepen de autonome overheidsbedrijven.
  § 3. De Staat mag de aandelen die hem ter gelegenheid van de omzetting werden toegekend of waarop hij zou inschrijven bij een latere kapitaalverhoging slechts overdragen aan derden, onder de nadere regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vaststelt, en voor zover de directe deelneming van de overheid daardoor niet daalt tot beneden 50 percent van de aandelen plus één aandeel.
  § 4. De Nationale Loterij kan tot kapitaalverhoging overgaan, mits hiertoe vooraf door de Koning gemachtigd te zijn, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, door uitgifte van aandelen, die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het geheel van de personeelsleden van de Nationale Loterij, onder voorwaarden welke kunnen afwijken van deze bepaald in artikel 609, § 1, eerste lid, en § 2, 4°, van het Wetboek van vennootschappen.
  De aandelen waarop personeelsleden inschrijven krachtens dit artikel geven geen stemrecht, behoudens het geval bedoeld in artikel 560 van het Wetboek van vennootschappen.
  De Koning bepaalt :
  1° het gedeelte van de uitgifte dat aan de personeelsleden zal worden aangeboden;
  2° de nadere regels volgens welke de personeelsleden hun recht tot inschrijving uitoefenen;
  3° de voorwaarden van aandelen zonder stemrecht;
  4° de nadere regels voor inkoop en/of overdracht.

  HOOFDSTUK IV. - Beheerscontract.

  Art. 14.§ 1. Een tussen de Staat en de Nationale Loterij binnen zes maanden na haar omvorming tot naamloze vennootschap gesloten beheerscontract bepaalt de voorwaarden waaronder de Nationale Loterij haar taken van openbare dienst vervult. Het beheerscontract en de wijzigingen daarin treden slechts in werking na goedkeuring door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf de datum vastgesteld bij dit besluit.
  § 2. Het beheerscontract wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. Het directiecomité van de Nationale Loterij legt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van het beheerscontract aan de minister een ontwerp van nieuw beheerscontract voor. Indien bij het verstrijken van het beheerscontract geen nieuw beheerscontract in werking is getreden, wordt het beheerscontract van rechtswege verlengd tot het ogenblik dat een nieuw beheerscontract in werking is getreden.
  [1 § 2/1. Uiterlijk één maand na ontvangst van het door het directiecomité van het overheidsbedrijf voorgestelde ontwerp voor een nieuw beheerscontract brengt de minister daarover verslag uit bij de Wetgevende Kamers.]1
  § 3. Het beheerscontract regelt minstens de volgende aangelegenheden :
  1° de taken die de Nationale Loterij op zich neemt ter vervulling van haar opdrachten van openbare dienst, hierna de " taken van openbare dienst " genoemd;
  2° gedragsregels ten aanzien van de gebruikers van de prestaties van openbare dienst;
  3° de nadere regels voor de berekening en de betaling van gebeurlijke vergoedingen door de Nationale Loterij te storten aan de Staat, inzonderheid de monopolierente en de subsidies die bedoeld zijn in de artikelen 22 en volgende;
  4° in voorkomend geval, de aangelegenheden van strategisch economisch belang waarvoor de gunning van opdrachten, naargelang het bedrag, onderworpen is aan de goedkeuring van de minister of van het bevoegde ministerieel comité;
  5° in voorkomend geval, de doelstellingen betreffende de financiële structuur van de Nationale Loterij en de belegging van haar beschikbare gelden;
  6° in voorkomend geval, de regelen betreffende de bestemming van de nettowinst;
  7° de verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan en de termijnen voor de mededeling en de termijn na de overschrijding waarvan de goedkeuring geacht wordt gegeven te zijn;
  8° de sancties bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van het beheerscontract.
  § 4. Het beheerscontract is geen akte of reglement bedoeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Alle clausules in het beheerscontract worden geacht contractueel te zijn.
  ----------
  (1)<W 2013-01-29/09, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 04-03-2013>

  Art. 15. § 1. Bij de onderhandeling en het sluiten van het beheerscontract wordt de Staat vertegenwoordigd door de minister.
  § 2. De Nationale Loterij wordt bij de onderhandeling van het beheerscontract vertegenwoordigd door haar directiecomité. Het beheerscontract wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur die er bij meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen over beslist.

  Art. 16. Het beheerscontract wordt jaarlijks getoetst en, in voorkomend geval, aangepast aan gewijzigde marktomstandigheden en technische ontwikkelingen met toepassing van in het beheerscontract vastgelegde objectieve parameters.
  Elke andere aanpassing voorgesteld door één van de partijen, of door hen beiden, kan slechts tot stand komen overeenkomstig artikel 15.

  Art. 17. De besluiten tot goedkeuring van een beheerscontract of van een aanpassing ervan worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De bepalingen van het beheerscontract, met uitzondering van die welke industriële of commerciële geheimen bevatten, worden als bijlage bij het koninklijk besluit bekendgemaakt.

  HOOFDSTUK V. - Controle.

  Art. 18. § 1. De Nationale Loterij is onderworpen aan de controle van de minister en, wat de beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag betreft, van de minister van Begroting. Deze controle wordt uitgeoefend door tussenkomst van twee regeringscommissarissen.
  De regeringscommissarissen worden benoemd en ontslagen door de Koning. Eén commissaris wordt benoemd op voordracht van de minister, de andere op voordracht van de minister van Begroting.
  De minister en de minister van Begroting wijzen elk een plaatsvervanger aan voor het geval de regeringscommissaris die zij voorgedragen hebben zou verhinderd zijn.
  De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de regeringscommissarissen, de procedure in geval van onenigheid tussen de betrokken ministers en de bezoldiging van de regeringscommissarissen. Deze bezoldigingen komen ten laste van de Nationale Loterij.
  § 2. De regeringscommissarissen waken over de naleving van de wet, het organiek statuut van de Nationale Loterij en het beheerscontract bedoeld in artikel 14. Zij zien er inzonderheid op toe dat het door de Nationale Loterij gevoerde beleid de uitvoering van de taken van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
  De regeringscommissarissen brengen verslag uit bij de minister, bij de minister van Begroting en bij de minister van Financiën aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of het directiecomité die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag kunnen hebben op de begroting van het Rijk.
  § 3. De regeringscommissarissen worden uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en van het directiecomité en hebben er een raadgevende stem. Zij kunnen te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Nationale Loterij. Zij kunnen van de leden van de raad van bestuur, van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Nationale Loterij alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.
  De Nationale Loterij stelt de menselijke en materiële middelen ter beschikking van de regeringscommissarissen die nodig zijn voor de uitvoering van hun mandaat.
  § 4. Iedere regeringscommissaris kan binnen een termijn van vier vrije dagen beroep aantekenen bij de minister die hem heeft voorgedragen tegen elke beslissing die hij strijdig acht met de wet, met het organiek statuut of met het beheerscontract.
  Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voorzover de regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd, en in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen. Het beroep is opschortend.
  Heeft de betrokken minister, binnen een termijn van acht vrije dagen ingaand dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.
  De betrokken minister betekent de nietigverklaring aan het bestuursorgaan.
  § 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur verslag uit bij de minister over de uitvoering door de Nationale Loterij van haar taken van openbare dienst.
  § 6. Elk jaar brengt de minister verslag uit bij de federale Wetgevende Kamers betreffende de werking van de Nationale Loterij.

  Art. 19. Wanneer de naleving van de wet, van het organiek statuut of van het beheerscontract het eist, kan de minister of de door de minister voorgedragen regeringscommissaris het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid.

  Art. 20. § 1. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid, vanuit het oogpunt van de wet en van het organiek statuut, van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt in de Nationale Loterij opgedragen aan een college van commissarissen dat drie leden telt. De leden van het college voeren de titel van commissaris.
  § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de opdracht, de actiemiddelen en het statuut van de commissarissen vaststellen.
  § 3. Eén commissaris wordt benoemd door het Rekenhof en twee commissarissen door de algemene vergadering. De commissaris benoemd door het Rekenhof wordt aangewezen onder de leden van het Rekenhof. De overige commissarissen worden aangewezen onder de leden, natuurlijke personen of rechtspersonen, van het Instituut der bedrijfsrevisoren.
  § 4. De commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Op straf van schadevergoeding kunnen zij tijdens hun opdracht alleen om wettige redenen worden ontslagen. Behoudens gewichtige persoonlijke redenen mag een commissaris geen ontslag nemen tenzij ter gelegenheid van de neerlegging van zijn verslag bij de jaarrekening en nadat hij de minister die hem heeft voorgedragen en, in voorkomend geval, de algemene vergadering schriftelijk heeft ingelicht over de beweegredenen van zijn ontslag.
  § 5. De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast van de commissarissen. Deze bezoldiging is ten laste van de Nationale Loterij.
  § 6. Het Rekenhof oefent zijn toezicht uit uitsluitend op grond van artikel 34, § 3. De rekenplichtigen van de Nationale Loterij zijn niet onderworpen aan de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.

  HOOFDSTUK VI. - Samenwerking met de kansspelcommissie.

  Art. 21.§ 1. De kansspelcommissie, opgericht bij artikel 9 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, [1 de weddenschappen,]1 kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, is belast met de controle op de naleving van de nadere regels, vastgesteld in de uitvoeringsbesluiten, genomen op grond van artikel 3, § 1, tweede lid.
  Wanneer de kansspelcommissie van oordeel is dat één of meerdere door de Nationale Loterij aangeboden activiteiten, kansspelen [1 of weddenschappen]1 zijn, wordt op eensluidend advies van de minister en de minister van Justitie de in het eerste lid bedoelde controle in de kansspelinrichtingen uitgebreid tot deze activiteiten. Bij gebrek aan eensluidend advies kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bedoelde activiteiten aan de controle onderwerpen.
  De Koning zal, op voorstel van de minister en na advies van de minister van Justitie, de nadere regels bepalen waaronder deze controle zal geschieden.
  § 2. De kansspelcommissie mag echter geen controle uitoefenen bij de Nationale Loterij.
  (NOTA : bij arrest nr 33/2004 van 10-03-2004 (B.St. 05-04-2004, p. 18921), heeft het Arbitragehof artikel 21, §2, vernietigd)
  § 3. De kansspelcommissie oefent de bij § 1 voorziene controle uit hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Nationale Loterij.
  De voorzitter van de kansspelcommissie brengt de gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij onverwijld op de hoogte van de gebeurlijke inbreuken vastgesteld ter gelegenheid van de bij § 1 voorziene controles.
  § 4. De voorzitter van de kansspelcommissie en de gedelegeerd bestuurder van de Nationale Loterij ontmoeten elkaar op geregelde tijdstippen, en minstens tweemaal per jaar, om overleg te plegen omtrent de toepassing van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, [1 de weddenschappen,]1 kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en omtrent de activiteiten van de Nationale Loterij met het oog op het op elkaar afstemmen van het overheidsbeleid inzake de kansspelen en het overheidsbeleid inzake de Nationale Loterij.
  ----------
  (1)<W 2010-01-10/12, art. 58, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  HOOFDSTUK VII. - De monopolierente en de bestemming van de subsidies van de Nationale Loterij.

  Art. 22.[2 In het beheerscontract worden de nadere regels voor de berekening en betaling van de monopolierente, de bijzondere bijdragen en het percentage van de winst voor belastingen vastgesteld dat jaarlijks wordt voorafgenomen en welke bestemd wordt voor de financiering van interventies voor hulpverlening aan en voedselzekerheid in ontwikkelingslanden en voor de doeleinden van openbaar nut, die worden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en voor de jaarlijkse dotatie, waarvan het bedrag wordt bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, die wordt toegekend aan de Nationale Kas voor Rampenschade en aan de Koning Boudewijnstichting]2.
  De Koning bepaalt jaarlijks, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de nadere regels zoals vastgesteld in het beheerscontract, de monopolierente welke verschuldigd is door de Nationale Loterij.
  De Koning bepaalt jaarlijks, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de nadere regels zoals vastgesteld in het beheerscontract, de bedragen die worden toegekend aan de verenigingen en instellingen die Hij aanwijst. Deze bedragen worden " bijzondere bijdragen " genoemd.
  De bijzondere bijdragen en het percentage van de winst voor belastingen dat jaarlijks worden vooraf genomen en welke bestemd worden voor doeleinden, omschreven in het eerste lid, worden " subsidies van de Nationale Loterij " genoemd.
  ----------
  (1)<W 2010-01-19/13, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  (2)<W 2016-12-25/01, art. 39, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 23. Overeenkomstig de in artikel 22 bedoelde voorschriften stelt de Koning elk jaar, op voorstel van de minister en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het plan vast voor de verdeling van de subsidies. In het verdeelplan wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende doeleinden van openbaar nut in kwestie. In voorkomend geval kan in het plan de wijze worden bepaald waarop de andere ministers bij de uitvoering ervan zullen worden betrokken.

  Art. 24. De minister zorgt conform het verdeelplan voor de bestemming van de subsidies. Evenwel bepaalt de Koning, voordat het in artikel 23 bedoelde plan wordt vastgesteld, de bijzondere bijdragen vermeld in artikel 22, derde lid.

  Art. 25. Het gedeelte van de subsidies dat aan de gemeenschappen en de gewesten toekomt volgens de bepalingen van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt door de Nationale Loterij rechtstreeks aan hen overgedragen.

  Art. 26. Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk, is de minister gemachtigd om een deel van de subsidies van de Nationale Loterij van een bepaald boekjaar te bestemmen vooraleer dat boekjaar is afgesloten.
  Met dat doel kan de raad van bestuur van de Nationale Loterij voorschotten ter beschikking stellen van de minister.
  Deze voorschotten mogen op 30 juni en op 31 december van het betreffend boekjaar niet hoger zijn dan respectievelijk 50 percent en 80 percent van de in het beheerscontract voorziene subsidies.

  HOOFDSTUK VIII. - Diverse bepalingen.

  Art. 27. De prijzen uitbetaald door de Nationale Loterij zijn vrijgesteld van alle belastingen ten bate van de Staat.

  Art. 28. Artikel 1965 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing noch op de openbare loterijen noch op de vormen van kansspelen, weddenschappen en wedstrijden die bij de wet zijn toegestaan en die door de Nationale Loterij worden georganiseerd.

  Art. 29. § 1. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel, over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van haar materiële en immateriële activa, de vestiging of de opheffing van zakelijke rechten op deze goederen, alsmede over de uitvoering van dergelijke beslissingen.
  In afwijking van het eerste lid kan het beheerscontract een bedrag bepalen boven hetwelk elke beslissing tot verwerving, oprichting of vervreemding van een onroerend goed of recht onderworpen is aan de voorafgaande machtiging van de minister, in voorkomend geval binnen de termijn die in het beheerscontract wordt bepaald.
  § 2. De Nationale Loterij belast het bevoegde aankoopcomité voor onroerende goederen met het verlijden van de authentieke akten tot overdracht, aanwijzing of vestiging van een onroerend zakelijk recht.

  Art. 30. § 1. De Nationale Loterij is enkel onderworpen aan de toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten voor de overheidsopdrachten die betrekking hebben op haar taken van openbare dienst. Dit doet geen afbreuk aan de in mededingingstelling voorzien in het kader van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten die geen betrekking hebben op deze zelfde taken doch slaan op één van de werkzaamheden bedoeld door boek I en boek II van genoemde wet van 24 december 1993.
  § 2. De opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur van de Nationale Loterij. De raad van bestuur duidt de opdrachten aan waarvan de gunning behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van het directiecomité alsmede de opdrachten waarvoor de beslissing door het comité mag worden gedelegeerd.
  Voor de opdrachten die verband houden met de uitvoering van taken van openbare dienst kan het beheerscontract de aangelegenheden van strategisch economisch belang aanwijzen waarvoor de gunningsbeslissing, naargelang het bedrag van de opdracht, in afwijking van het eerste lid, is onderworpen aan de goedkeuring van de minister of van het voor overheidsinvesteringen bevoegde ministerieel comité.
  Indien de beslissing van de minister of van het ministerieel comité niet overeenstemt met het voorstel van de Nationale Loterij en voor laatstgenoemde leidt tot bijkomende kosten, worden deze kosten gedekt door een gelijkwaardige tegemoetkoming ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.

  Art. 31. § 1. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel en, in voorkomend geval, overeenkomstig de bepalingen van het beheerscontract betreffende de financiële structuur, over de omvang, de technieken en de voorwaarden van externe financiering.
  § 2. De Nationale Loterij wier leningen bij of krachtens wet van rechtswege de staatswaarborg genieten, heeft, niettegenstaande andersluidende bepalingen, de keuze om al dan niet een beroep te doen op de staatswaarborg voor de leningen die zij aangaat.
  § 3. De Nationale Loterij beslist vrij, binnen de grenzen van haar doel, over de belegging van haar beschikbare gelden in euro. Beleggingen in vreemde munt zijn onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de minister van Financiën, uitgezonderd de verrichtingen in deviezen die commerciële verrichtingen dekken.
  Tenzij ter tijdelijke dekking van kasbehoeften wendt de Nationale Loterij geen middelen aan, afkomstig van Rijkstoelagen of van inkomsten uit prestaties van openbare dienst, voor de ontwikkeling, financiering of uitbating van activiteiten andere dan deze in het kader van haar taken van openbare dienst.

  Art. 32. De Nationale Loterij kan dadingen en overeenkomsten tot arbitrage sluiten. Elke overeenkomst tot arbitrage met natuurlijke personen, die geen handelaar zijn, en die gesloten is alvorens het geschil is gerezen, is echter nietig.

  Art. 33. De raad van bestuur van de Nationale Loterij stelt elk jaar een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie op halflange termijn van de Nationale Loterij vastlegt.
  De onderdelen van het ondernemingsplan die de uitvoering van de taken van openbare dienst betreffen, worden ter informatie medegedeeld aan het paritair comité bij de Nationale Loterij. Zij worden voor toetsing aan de bepalingen van het beheerscontract ter goedkeuring voorgelegd aan de minister. De overige onderdelen worden ter informatie aan de minister medegedeeld.

  Art. 34. § 1. De Nationale Loterij is onderworpen aan de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen. Zij voert haar boekhouding per kalenderjaar. Zij voorziet in een afzonderlijk stelsel van rekeningen voor de activiteiten die verband houden met haar taken van openbare dienst, enerzijds, en haar andere activiteiten, anderzijds.
  De bijlage bij de jaarrekening bevat een samenvattende staat van de rekeningen betreffende de taken van openbare dienst en een desbetreffende commentaar. De Koning kan algemene of bijzondere regelen bepalen inzake de vorm en inhoud van deze samenvattende staat en deze commentaar.
  § 2. Elk jaar maakt de raad van bestuur een inventaris op, alsmede de jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat de informatie bepaald in artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen.
  § 3. De raad van bestuur zendt, vóór 30 april van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, de jaarrekening tezamen met het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen, over aan de minister, alsmede aan de minister van Begroting.
  De minister zendt de in het eerste lid bedoelde stukken vóór 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar ter nazicht over aan het Rekenhof.
  Het Rekenhof kan door bemiddeling van zijn vertegenwoordiger in het college van commissarissen een toezicht ter plaatse organiseren op de rekeningen en verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de taken van openbare dienst. Het Hof kan de rekeningen in zijn Boek van opmerkingen bekendmaken.
  Vóór dezelfde datum deelt de minister de in het eerste lid bedoelde stukken mee aan de federale Wetgevende Kamers.

  Art. 35. § 1. De personeelsleden van de Nationale Loterij worden aangeworven bij arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur en tewerkgesteld krachtens de personeelsformatie en het personeelsreglement.
  Onverminderd de bepalingen van de artikelen 9, 10 en 11 bepaalt de raad van bestuur, op voorstel van het directiecomité, de personeelsformatie en het personeelsreglement, en met name :
  1° de samenstelling van het personeel;
  2° de voorschriften betreffende de indienstneming, de bevordering, de bezoldigingsregeling, de tuchtregeling en de regeling van de aanvullende pensioenen die gelden voor de arbeidsovereenkomsten gesloten met de personeelsleden.
  De personeelsformatie en het personeelsreglement worden onderworpen aan het advies van het paritair comité, dat haar advies uitbrengt met een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  Deze bepalingen moeten door de minister worden goedgekeurd.
  Binnen de grenzen en volgens de nadere regels van het beheerscontract kan de Nationale Loterij evenwel buiten de personeelsformatie en het personeelsreglement, personeelsleden aanwerven en tewerkstellen bij arbeidsovereenkomst onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, met het oog op :
  1° het beantwoorden van buitengewone en tijdelijke personeelsbehoeften, ten gevolge van de uitvoering van in de tijd beperkte projecten of een buitengewone toename aan werkdruk;
  2° de uitvoering van taken die een kennis of ervaring op hoog niveau vereisen;
  3° de vervanging van personeelsleden van de personeelsformatie gedurende perioden van tijdelijke, gehele of gedeeltelijke afwezigheid;
  4° de uitvoering van bijkomstige of specifieke opdrachten.
  De personeelsleden van de Nationale Loterij worden in dienst genomen bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur.
  § 2. Met toepassing van artikel 35 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, richt de Koning een paritair comité op voor de bij de Nationale Loterij en bij haar dochterondernemingen tewerkgestelde werknemers.
  § 3. Naast personeelsleden aangeworven op basis van een arbeidsovereenkomst, kan de Nationale Loterij statutaire personeelsleden van overheidsdiensten in dienst nemen die daartoe zijn aangewezen of gedetacheerd door hun dienst van oorsprong. De bezoldiging van deze personeelsleden is ten laste van de Nationale Loterij.
  Onverminderd de bijzondere regels die door de Koning worden vastgesteld, blijven de statutaire personeelsleden onderworpen aan hun oorspronkelijke rechtstoestand en behouden zij hun recht op promotie en weddeverhoging binnen hun dienst van oorsprong. De Koning kan een bijzonder toelage- en vergoedingsstelsel vaststellen.

  Art. 36. De foto- of microfotokopieën en de magnetische of elektronische kopieën van de producten van de Nationale Loterij die overeenkomstig artikel 3 zijn uitgebracht, hebben, behoudens tegenbewijs, dezelfde bewijskracht als de originelen, voorzover die kopieën door de Nationale Loterij of onder haar toezicht worden gemaakt.
  Ook elke informatiedrager waarop de gedematerialiseerde deelneming aan de Nationale Loterij wordt bewaard in de vormen bepaald in artikel 3 heeft, behoudens tegenbewijs, dezelfde bewijskracht als de originelen.

  Art. 37. Hij die, met schending van de ter uitvoering van deze wet vastgestelde reglementen, enige titel van deelneming aan de in artikel 3 bedoelde verrichtingen alsook enig voordeel dat aan die titel is verbonden, overdraagt, verwerft of te koop aanbiedt, wordt gestraft met een geldboete van 26 EUR tot 200 EUR.
  Met dezelfde straffen wordt gestraft :
  1° hij die, zonder toestemming van de Nationale Loterij, een gemeenschappelijke inzet organiseert en/ of eraan deelneemt met het oog op de deelneming aan een van de in artikel 3 bedoelde verrichtingen wanneer hij er een ander voordeel uithaalt dan de loten die het gevolg zijn van de deelname aan de verrichting;
  2° hij die, zonder toestemming van de Nationale Loterij, de spelresultaten van de in artikel 3 bedoelde verrichtingen aanwendt voor handelsdoeleinden.
  De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.

  HOOFDSTUK IX. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen.

  Art. 38. Artikel 1 van de wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten, vervangen bij de wet van 28 december 1973, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Deze wet is niet van toepassing op de weddenschappen georganiseerd door de Nationale Loterij. "

  Art. 39. In de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 3bis . Deze wet is niet van toepassing op de loterijen in de zin van de wet van 31 december 1851 op de loterijen en van de artikelen 301, 302, 303 en 304 van het Strafwetboek, noch op de openbare loterijen, weddenschappen en wedstrijden bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij.
  Met uitzondering van de artikelen 7, 8, 39, 58, 59 en 60 en de strafrechtelijke bepalingen van hoofdstuk VII die betrekking hebben op deze artikelen, is deze wet niet van toepassing op de kansspelen bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij. "

  Art. 40. In artikel 10, § 1, van dezelfde wet wordt het cijfer " 11 " vervangen door het cijfer " 13 ".

  Art. 41. Artikel 10, § 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " - een Nederlandstalige en een Franstalige vertegenwoordiger van de minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort. "

  Art. 42. In artikel 1, C, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut vervallen de woorden " Nationale Loterij ".

  Art. 43. In artikel 11, § 4, eerste lid, van dezelfde wet, vervallen de woorden " en op de Nationale Loterij ".

  Art. 44. De wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994 en van 2 januari 2001, wordt opgeheven.
  Er wordt echter geen afbreuk gedaan aan de rechten voortvloeiend uit artikel 31, §§ 2 en 3, van bedoelde wet ten aanzien van de personeelsleden van de Nationale Loterij welke onder toepassing van deze bepalingen zijn teruggekeerd naar hun administratie van herkomst.
  De leden van het leidinggevend kader en de personeelsleden van de dienst belast met de verrichtingen bedoeld in de voornoemde wet, die op datum van de inwerkingtreding ervan deel uitmaakten van het leidinggevend kader of van het personeel van de dienst belast met de verrichtingen bedoeld in de wet van 6 juli 1964 betreffende de Nationale Loterij, en die op die datum vastbenoemde ambtenaren waren, kunnen gedurende een termijn van een jaar terugkeren naar hun bestuur van herkomst.

  Art. 45. Artikel 180, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt opgeheven.

  Art. 46. Artikel 27 van de programmawet van 24 december 1993, gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001, wordt opgeheven.

  Art. 47. Artikel 3.4 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt opgeheven.

  Art. 48. Er komt van rechtswege een einde aan de mandaten van de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité van de Nationale Loterij, in het kader van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij.

  Art. 49. Met betrekking tot de personeelsleden opgenomen in de personeelsformatie van de Nationale Loterij, zoals goedgekeurd bij ministerieel besluit van 21 april 1999, zal de Nationale Loterij geacht worden op datum van de inwerkingtreding van deze wet de rechtsopvolger te zijn van de openbare instelling de Nationale Loterij, voor de taken en diensten welke haar worden toevertrouwd bij deze wet.

  Art. 50. Tot op de datum dat het gedeelte van de subsidies dat aan de gemeenschappen en de gewesten toekomt, aan deze gemeenschappen en gewesten wordt overgedragen krachtens de bepalingen van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, wordt over de bestemming van de subsidies van de Nationale Loterij, bestemd voor doeleinden van openbaar nut tot de verwezenlijking waarvan andere overheden bijdragen, beslist door de minister op voorstel van die overheden en volgens de regels die in gemeen overleg worden vastgesteld.

  Art. 51. Deze wet treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit waarbij de eerste statuten van de Nationale Loterij worden vastgesteld, met uitzondering van de artikelen 5 en 46.
  Artikel 5 treedt in werking de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Artikel 46 treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit bedoeld in artikel 14, § 1, waarbij het beheerscontract wordt goedgekeurd.
  (NOTA : Inwerkingtreding op 16-07-2002 van het koninklijk besluit waarbij de eerste statuten van de Nationale Loterij worden vastgesteld, KB 2002-07-09/30, art. 3)
  

Signatures Texte Table des matières Début
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 19 april 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,
R. DAEMS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.

Préambule Texte Table des matières Début
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Modification(s) Texte Table des matières Début
version originale
  • LOI DU 07-05-2019 PUBLIE LE 15-05-2019
    (ART. MODIFIE : 37/1) Entrée en vigueur à déterminer.
  • version originale
  • LOI DU 25-12-2016 PUBLIE LE 29-12-2016
    (ART. MODIFIE : 22)
  • version originale
  • LOI DU 29-01-2013 PUBLIE LE 22-02-2013
    (ART. MODIFIE : 14)
  • version originale
  • LOI DU 28-07-2011 PUBLIE LE 14-09-2011
    (ART. MODIFIE : 8)
  • version originale
  • LOI DU 19-01-2010 PUBLIE LE 11-02-2010
    (ART. MODIFIE : 22)
  • version originale
  • LOI DU 10-01-2010 PUBLIE LE 01-02-2010
    (ART. MODIFIES : 3; 6; 21)
  • version originale
  • LOI DU 27-03-2006 PUBLIE LE 11-04-2006
    (ART. MODIFIE : 12)
  • version originale
  • ARRET COUR ARBITRAGE DU 10-03-2004 PUBLIE LE 05-04-2004
    (ART. MODIFIE : 21)
  • version originale
  • LOI DU 24-12-2002 PUBLIE LE 31-12-2002
    (ART. MODIFIES : 3; 6; 7; 11)

  • Travaux parlementaires Texte Table des matières Début
       Zitting 2001-2002. Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 50-1339 - 2000/2001 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nr. 2 : Amendementen. 50-1339 - 2001/2002 : Nrs. 3 en 4 : Amendementen. Nr. 5 : Verslag. Nr. 6 : Tekst aangenomen door de commissie. Nrs. 7 en 8 : Amendementen. Nr. 9 : Aanvullend verslag. Nr. 10 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 11 : Amendementen. Nr. 12 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 9 en 10 januari 2002. Stukken van de Senaat : 2-1003 - 2001/2002 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Nrs. 2 en 3 : Amendementen. Nr. 4 : Verslag. Nr. 5 : Tekst verbeterd door de commissie. Nr. 6 : Amendementen. Nr. 7 : Beslissing om niet te amenderen. Handelingen van de Senaat : 27 en 28 maart 2002.

    Début Premier mot Dernier mot Modification(s) Préambule
    Travaux parlementaires Table des matières 345 arrêtés d'exécution 7 versions archivées
    Version française