J U S T E L     -     Législation consolidée
Fin Premier mot Dernier mot Modification(s) Préambule
Travaux parlementaires Table des matières 29 arrźtés d'exécution 15 versions archivées
Erratum Signatures Fin Version franēaise
 
belgiquelex . be     -     Banque Carrefour de la législation
Conseil d'Etat
ELI - Systčme de navigation par identifiant européen de la législation
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2006/10/27/2006037062/justel

Titre
27 OKTOBER 2006. - Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (aangehaald als : Bodemdecreet van 27 oktober 2006)
(NOTA : artikelen gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij DVR 2017-12-08/23, art. 45-50, 016; En vigueur : indéterminée)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-01-2007 en tekstbijwerking tot 02-02-2018)

Source : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publication : 22-01-2007 numéro :   2006037062 page : 2603   IMAGE
Dossier numéro : 2006-10-27/49
Entrée en vigueur : 01-06-2008 (ART. (178))    ***    01-06-2008 (Art.176,§1)    ***    01-07-2009 (ART. 176,§2)    ***    01-07-2009 (Art.176,§2)

Table des matières Texte Début
TITEL I. - Inleidende bepaling.
Art. 1, 1bis
TITEL II. - Definities, doelstellingen en algemene bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 2
HOOFDSTUK II. - Doelstellingen.
Art. 3
HOOFDSTUK III. - Algemene bepalingen.
Art. 4
TITEL III. - Bodemsanering.
HOOFDSTUK I. - Identificatie en inventarisatie van gronden.
Afdeling I. - Grondeninformatieregister.
Art. 5
Afdeling II. - Lijst van risico-inrichtingen.
Art. 6
Afdeling III. - Gemeentelijke inventaris.
Art. 7
HOOFDSTUK II. [1 - Bodemsaneringsdeskundige.]1
Afdeling I. [1 - Erkenning als bodemsaneringsdeskundige.]1
Art. 8
Afdeling II. [1 - Kwaliteitsborging.]1
Art. 8bis
HOOFDSTUK III. - Verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren en te (pre)financieren.
Afdeling I. - Nieuwe bodemverontreiniging.
Onderafdeling I. - Saneringscriterium.
Art. 9
Onderafdeling II. - Saneringsdoel.
Art. 10
Onderafdeling III. - Saneringsplichtige.
A. Aanduiding van de saneringsplichtige.
Art. 11
B. Vrijstelling van de saneringsplicht.
Art. 12
Onderafdeling IV. - Saneringsfinanciering.
A. (Pre)financiering.
Art. 13
B. Draagkrachtregeling.
Art. 14
C. Cofinanciering.
Art. 15
Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid.
Art. 16-18
Afdeling II. - Historische bodemverontreiniging.
Onderafdeling I. - Saneringscriterium.
Art. 19-20
Onderafdeling II. - Saneringsdoel.
Art. 21
Onderafdeling III. - Saneringsplichtige.
A. Aanduiding van de saneringsplichtige.
Art. 22
B. Vrijstelling van de saneringsplicht.
Art. 23
Onderafdeling IV. - Saneringsfinanciering.
Art. 24
Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid.
Art. 25
Afdeling III. - Gemengde bodemverontreiniging.
Art. 26-27
Afdeling IV. - [1 Vermengde bodemverontreiniging]1
Onderafdeling I - [1 Kwalificatie als vermengde bodemverontreiniging]1
Art. 27bis
Onderafdeling II. [1 Verplichting tot gezamenlijke uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek en bodemsanering voor de vermengde bodemverontreiniging]1
Art. 27ter
Onderafdeling III. - [1 Plicht tot (pre)financiering op basis van verdeelsleutel]1
Art. 27quater
Onderafdeling IV. - [1 Administratief beroep]1
Art. 27quinquies
HOOFDSTUK IV. - Oriėnterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek.
Afdeling I. - Oriėnterend bodemonderzoek.
Onderafdeling I. - Doel, inhoud en procedure.
Art. 28
Onderafdeling Ibis. [1 - Beslissingen op basis van het oriėnterend bodemonderzoek.]1
Art. 28bis, 28ter, 28quater
Onderafdeling II. - Verplichting om een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren.
A. Overdracht van een risicogrond.
Art. 29-30
B. [1 Eenmalig oriėnterend bodemonderzoek bij gedwongen mede-eigendom]1
Art. 30bis
C. [1 Verplicht oriėnterend bodemonderzoek voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging.]1
Art. 31
D. [1 (oude C)]1 Sluiting van een risico-inrichting.
Art. 32
E. [1 Onderzoeksplicht in het kader van de exploitatie van bepaalde risico-inrichtingen]1
Art. 33, 33bis
F. [1 (oude E)]1 Faillissement.
Art. 34
G. [1 Aanwijzingen van ernstige bodemverontreiniging]1
Art. 35
H. [1 (oude G)]1 Geen nieuw oriėnterend bodemonderzoek.
Art. 36
Onderafdeling III. - Ambtshalve oriėnterend bodemonderzoek.
Art. 37
Afdeling II. - Beschrijvend bodemonderzoek.
Onderafdeling I. - Doel, inhoud en procedure.
Art. 38
Onderafdeling II. [1 - Beslissingen op basis van het beschrijvend bodemonderzoek.]1
Art. 39
Onderafdeling III.
Art. 40-41
Onderafdeling III.]1 [1 - Ambtshalve beschrijvend bodemonderzoek.]1
Art. 42
Onderafdeling V.
Art. 43
Afdeling III. - Oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek.
Onderafdeling I.
Art. 44
Onderafdeling II.
Art. 45-46
Afdeling IV. [1 - Beoordeling van de conformiteit van bodemonderzoeken.]1
Art. 46bis
HOOFDSTUK V. - Bodemsanering.
Afdeling I. - Bodemsaneringsproject.
Onderafdeling I. - Doel, procedure en inhoud van het bodemsaneringsproject.
Art. 47, 47bis, 47ter, 48
Onderafdeling II. - Openbaar onderzoek en adviesverlening.
Art. 49
Onderafdeling III. - Conformverklaring van het bodemsaneringsproject.
Art. 50-51
Onderafdeling IV. - Voorwaarden en termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
Art. 52-53
Onderafdeling V. - Conformiteitsattest als [1 meldingsakte of omgevingsvergunning]1.
Art. 54
Onderafdeling VI. - Administratief beroep.
Art. 55
Afdeling II. - Beperkt bodemsaneringsproject.
Onderafdeling I. - Toepassingsgebied.
Art. 56
Onderafdeling II. - Doel, procedure en inhoud van het beperkt bodemsaneringsproject.
Art. 57
Onderafdeling III. - Conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject.
Art. 58
Onderafdeling IV. - Voorwaarden en termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.
Art. 59
Onderafdeling V. - Conformiteitsattest als melding, [2 omgevingsvergunning]2 [1 ...]1 .
Art. 60
Onderafdeling VI. - Administratief beroep.
Art. 61
Afdeling III. - Bodemsaneringswerken.
Onderafdeling I. - Procedure.
Art. 62
Onderafdeling II. - Aanvulling of wijziging van het conform verklaarde bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken.
Art. 63-65
Onderafdeling III. - Kennisgeving van de bodemsaneringswerken en plaatsbeschrijving.
Art. 66
Afdeling IV. - Eindevaluatieonderzoek en eindverklaring.
Art. 67-68
HOOFDSTUK VI. - Andere maatregelen.
Afdeling I. - Veiligheidsmaatregelen.
Art. 69
Afdeling II. - Voorzorgsmaatregelen.
Art. 70
Afdeling III. - Nazorg.
Art. 71
Afdeling IV. - Gebruiksbeperkingen.
Art. 72
Afdeling V. - Bestemmingsbeperkingen.
Art. 73
Afdeling VI. - Behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen.
Onderafdeling I. - Toepassingsgebied.
Art. 74
Onderafdeling II. - Bevoegde overheid.
Art. 75
Onderafdeling III. - Procedure.
Art. 76-79
Onderafdeling IV. - Aanduiding van de plichtige.
Art. 80-82
Afdeling VII.
Onderafdeling I.
Art. 83
Onderafdeling II.
Art. 84-86
Onderafdeling III.
Art. 87-88
Onderafdeling IV.
Art. 89
Onderafdeling V.
Art. 90
Afdeling VIII.
Art. 91
HOOFDSTUK VII. - Vrijwillige uitvoering van beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen.
Afdeling I. - Algemeen.
Art. 92-94
Afdeling II. - Bodemsaneringsorganisaties.
Onderafdeling I. - Doelstelling en erkenning van bodemsaneringsorganisaties.
Art. 95
Onderafdeling II. - Verplichte taken van erkende bodemsaneringsorganisaties.
Art. 96
Onderafdeling III. - Facultatieve taken van erkende bodemsaneringsorganisaties.
Art. 97
Onderafdeling IV. - Subsidies.
Art. 98
Onderafdeling V. - Toezicht en sancties.
Art. 99-100
HOOFDSTUK VIII. - Overdrachten.
Afdeling I. - Overeenkomst betreffende de overdracht van gronden.
Art. 101
Afdeling II. - Overdracht van risicogronden.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.
A. Verplichting om een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren.
Art. 102
B. Melding van overdracht.
Art. 103
Onderafdeling II. - Nieuwe bodemverontreiniging.
A. Saneringsplicht.
Art. 104
B. Vrijstelling van de saneringsplicht.
Art. 105-107
C. Administratief beroep.
Art. 108
Onderafdeling III. - Historische bodemverontreiniging.
A. Saneringsplicht.
Art. 109
B. Vrijstelling van de saneringsplicht.
Art. 110-111
C. Administratief beroep.
Art. 112
Onderafdeling IV.
Art. 113
Onderafdeling V. - Overname uitvoering van verplichtingen.
Art. 114
Onderafdeling VI. - Versnelde overdrachtsprocedure.
Art. 115
Afdeling III. - Nietigheid en niet-tegenstelbaarheid.
Art. 116-117
Afdeling IV. - Afstand van eigendomsrecht.
Art. 118
HOOFDSTUK IX. - Onteigening van gronden.
Afdeling I. - Bepalingen van toepassing op alle onteigeningen.
Art. 119, 119bis
Afdeling II.
Art. 120-121
HOOFDSTUK X. - Sluiting van een risico-inrichting.
Art. 122
HOOFDSTUK XI. - Faillissement [1 ...]1.
Art. 123
HOOFDSTUK XII. - Waterbodems.
Afdeling I. - Waterbodemonderzoek.
Onderafdeling I. - Verplichting om een waterbodemonderzoek uit te voeren.
Art. 124
Onderafdeling II. - Doel, inhoud en procedure.
Art. 125
Onderafdeling III. - Conformverklaring van het waterbodemonderzoek.
Art. 126
Onderafdeling IV. - Ernst van de bodemverontreiniging.
Art. 127
Onderafdeling V. - Administratief beroep.
Art. 128
Onderafdeling VI. - Ambtshalve waterbodemonderzoek.
Art. 129
Afdeling II. - Saneringsplicht.
Onderafdeling I. - Saneringscriterium.
Art. 130
Onderafdeling II. - Saneringsdoel.
Art. 131
Onderafdeling III. - Aanduiding van de plichtige tot uitvoering en (pre)financiering van de bodemsanering.
Art. 132
Onderafdeling IV. - Vrijstelling van de saneringsplicht.
Art. 133
Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid.
Art. 134
Afdeling III. - Bodemsanering.
Art. 135
HOOFDSTUK XIII. - Het gebruik van uitgegraven bodem.
Afdeling I. - Toepassingsgebied.
Art. 136-137
Afdeling II. - Algemene bepalingen.
Art. 138
Afdeling III. - Erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum.
Art. 139
HOOFDSTUK XIV. - Sites.
Afdeling I. - Vaststelling van een site.
Art. 140
Afdeling II. - [1 Siteonderzoek]1
Onderafdeling I. [1 Uitvoering van een siteonderzoek]1
Art. 141
Onderafdeling II. - (oud afdeling III)[1 Doel, inhoud en procedures]1
Art. 142
Onderafdeling III. [1 - Beslissingen op basis van het siteonderzoek.]1
Art. 143
Afdeling III. - [1 Verplichting om bodemsanering uit te voeren op een site]1
Art. 144
Afdeling IV. - (oud afdeling V) [1 Site versus grond]1
Art. 145
HOOFDSTUK XV. - Administratief beroep.
Afdeling I. - [1 Beroep tegen beslissingen over het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject]1
Art. 146-152
Afdeling II. - Andere beroepen.
Art. 153-155
HOOFDSTUK XVI. - Ambtshalve tussenkomst van de OVAM.
Art. 156-160, 160bis, 161
HOOFDSTUK XVII. - Retributies.
Art. 162-163
HOOFDSTUK XVIII. - Bevoegdheden van de Vlaamse Regering.
Afdeling I. - Schikkingen, dadingen, overdracht van schuldvorderingen en zekerheden, subrogatie, afzien van verhaal en overeenkomsten.
Art. 164-165
Afdeling II. - Onteigening.
Art. 166
TITEL IV. - Bodembescherming.
HOOFDSTUK I. - Maatregelen ter bescherming van de bodem.
Art. 167
HOOFDSTUK II. - Instrumenten ter bescherming van de bodem.
Afdeling I. - Subsidieregeling.
Art. 168
Afdeling II. - Steunregeling.
Art. 169
Afdeling III. - Onteigening ten algemene nutte.
Art. 170
TITEL V. - Dwangmaatregelen, toezicht, strafbepalingen en verslag aan het Vlaams Parlement.
HOOFDSTUK I. - Dwangmaatregelen.
Art. 171
HOOFDSTUK II. - Toezicht.
Art. 172
HOOFDSTUK III. - Strafbepalingen.
Art. 173
HOOFDSTUK IV. - Verslag aan het Vlaams Parlement.
Art. 174
TITEL VI. - Overgangs-, opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen.
Art. 175-178

Texte Table des matières Début
TITEL I. - Inleidende bepaling.

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 1bis. [1 Dit decreet wordt aangehaald als: Bodemdecreet van 27 oktober 2006.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  TITEL II. - Definities, doelstellingen en algemene bepalingen.

  HOOFDSTUK I. - Definities.

  Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° bodem : vaste deel van de aarde met inbegrip van het grondwater, en de andere bestanddelen en organismen die er zich in bevinden;
  2° waterbodem : waterbodem, zoals gedefinieerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  3° OVAM : Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
  4° bodemverontreiniging : aanwezigheid van stoffen of organismen, veroorzaakt door menselijke activiteiten, op of in de bodem of opstallen, die de kwaliteit van de bodem op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beļnvloeden of kunnen beļnvloeden;
  5° ernstige bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beļnvloeding van mens of milieu.
  Bij de evaluatie van de ernst van de bodemverontreiniging wordt in concreto rekening gehouden met :
  a) de kenmerken, functies, bestemmingen en eigenschappen van de bodem;
  b) de aard en de concentratie van de verontreinigingsfactoren;
  c) de mogelijkheid op verspreiding van de verontreinigingsfactoren;
  6° nieuwe bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die tot stand gekomen is na 28 oktober 1995;
  7° historische bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die tot stand gekomen is voor 29 oktober 1995;
  8° gemengde bodemverontreiniging : bodemverontreiniging die tot stand gekomen is gedeeltelijk voor 29 oktober 1995 en gedeeltelijk na 28 oktober 1995;
  9° grond : de bodem of de opstallen die zich op of in de bodem bevinden, met uitzondering van de opstallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald;
  10° verontreinigde gronden : gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam en gronden waar de verontreinigende stoffen of organismen zich hebben verspreid of waar de bodemverontreiniging schadelijke gevolgen heeft;
  11° grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam : grond waar een emissie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden die rechtstreeks of onrechtstreeks de bodem heeft verontreinigd;
  12° emissie : elke inbreng door de mens van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer, de bodem of het water;
  13° risicogrond : grond waarop een risico-inrichting gevestigd is of was;
  14° risico-inrichtingen : fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden en die voorkomen op een lijst die de Vlaamse Regering opstelt;
  15° site : verzameling van verontreinigde gronden of potentieel verontreinigde gronden, vastgesteld krachtens dit decreet;
  16° [4 ...]4;
  17° [1 gebruiker :
   a) natuurlijke of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk recht op een grond, met uitzondering van de eigenaar;
   b) vereniging van mede-eigenaars in het kader van een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek.]1
  18° overdracht van gronden :
  a) de overdracht onder levenden van het eigendomsrecht op een grond;
  b) het vestigen onder levenden van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht of een opstalrecht op een grond, alsmede het onder de levenden beėindigen van deze op voormelde wijze gevestigde rechten;
   c) het aangaan of het beėindigen van een concessie op een grond;
  d) de overdracht van het eigendomsrecht op een grond en de beėindiging van een recht als vermeld in b) of c), ingevolge de ontbinding van een rechtspersoon;
  e) de overdracht onder levenden van een recht als vermeld in b) of c) ;
  f) de fusie van rechtspersonen, de splitsing van rechtspersonen en de met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen waarbij de rechtspersoon of de rechtspersonen waarvan het vermogen zal overgaan eigenaar is van grond of houder is van een recht als vermeld in b) of c) ;
  g) de inbreng of de overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak, voor zover daartoe een recht als vermeld in a), b) of c), behoort;
  h) het opstellen van de statuten van het gebouw als vermeld in artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bij eenzijdige wilsuiting.
  In afwijking van de voorgaande bepalingen worden niet beschouwd als een overdracht van gronden :
  a) de inbreng in een gemeenschappelijk huwelijksvermogen van een recht, als vermeld in het eerste lid, a), b) of c) ;
  b) [2 de rechtshandelingen en rechtsfeiten, vermeld in het eerste lid, met betrekking tot nutsleidingen, en de rechtshandelingen en rechtsfeiten, vermeld in het eerste lid, met betrekking tot aanhorigheden van nutsleidingen, voor zover in die aanhorigheden geen risico-inrichting gevestigd is of was;
   c) de overdracht, het vestigen of het aangaan van een recht als vermeld in het eerste lid, met betrekking tot een grond uitsluitend voor het oprichten of het gebruik van een opstal die voor de toepassing van dit decreet niet beschouwd wordt als grond in de zin van artikel 2, 9°, en het beėindigen van een recht als vermeld in het eerste lid, met betrekking tot een grond waarop in het kader van dat recht uitsluitend een opstal gevestigd is of was die voor de toepassing van dit decreet niet beschouwd wordt als grond in de zin van artikel 2, 9°.]2
  [4 d) de onteigening van gronden;]4
  19° overeenkomsten betreffende de overdracht van gronden : alle overeenkomsten die een overdracht van grond in de zin van 18° tot voorwerp hebben, evenals :
  a) de inbreng in een rechtspersoon van een recht als vermeld in 18°, eerste lid, a), b) of c) ;
  b) het fusievoorstel en splitsingsvoorstel waarbij de rechtspersoon of de rechtspersonen waarvan het vermogen zal overgaan, eigenaar is van grond of houder is van een recht als vermeld in 18°, eerste lid, b) of c) ;
  c) het voorstel van inbreng of overdracht van algemeenheid of van inbreng of overdracht van een bedrijfstak, voor zover daartoe een recht als vermeld in 18°, eerste lid, a), b) of c), behoort;
  d) het opstellen van de statuten van het gebouw als vermeld in artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het acteren van de instemming van de mede-eigenaars met de afwijking zoals bedoeld in artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bij eenzijdige wilsuiting;
  20° behandelen van bodemverontreiniging : wegnemen, neutraliseren, immobiliseren, isoleren of afschermen van de bodemverontreiniging;
  21° bodemsanering : behandelen van bodemverontreiniging door :
  a) het opstellen van een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject;
  b) het uitvoeren van bodemsaneringswerken;
  c) het uitvoeren van een eindevaluatieonderzoek;
  22° bodemsaneringswerken : werken ter uitvoering van een bodemsaneringsproject of van een beperkt bodemsaneringsproject;
  23° [4 ...]4;
  24° voorzorgsmaatregelen : maatregelen om mens of milieu tijdelijk te beschermen tegen de risico's van de bodemverontreiniging in afwachting van bodemsaneringswerken;
  25° nazorg : maatregelen van bewaking, controle en zo nodig herstel om de mens of het milieu te blijven beschermen tegen de risico's van bodemverontreiniging na bodemsanering;
  26° schadegeval : onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging;
  27° rechtsvoorganger : rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met een andere rechtspersoon door wettelijke rechtsopvolging, via fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, inbreng of overdracht van een algemeenheid, inbreng of overdracht van een bedrijfstak, of enige gelijkaardige rechtsfiguur;
  28° gemandateerde : diegene die op grond van een lastgeving of een gerechtelijke beslissing bevoegd is om handelingen te stellen met betrekking tot het onroerend vermogen van de aangewezen persoon;
  29° code van goede praktijk : door de OVAM aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen vermeld in dit decreet;
  30° bodemsaneringsdeskundige : onafhankelijke deskundige erkend [6 met toepassing van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]6.
  [3 31° [5 ...]5. ]3
  [4 32° vermengde bodemverontreiniging: de bodemverontreiniging waarvoor verschillende personen als saneringsplichtige werden aangewezen, en waarbij niet exact kan worden bepaald voor welk deel van de bodemverontreiniging elke plichtige saneringsplichtig is, of waarbij dat wel kan worden bepaald, maar het niet mogelijk is om door het gebruik van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, voor elk deel van de bodemverontreiniging een afzonderlijk beschrijvend bodemonderzoek of een afzonderlijke bodemsanering uit te voeren.]4
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 99, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2008-12-12/72, art. 100, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (3)<DVR 2012-05-25/07, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (4)<DVR 2014-03-28/56, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (5)<DVR 2014-04-25/M4, art. 234, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>
  (6)<DVR 2017-12-08/23, art. 2,1°, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  HOOFDSTUK II. - Doelstellingen.

  Art. 3.§ 1. Het bodembeleid is het beleid gericht op een duurzaam bodembeheer waarbij tegemoet gekomen wordt aan de behoeften van de huidige generaties zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om aan hun behoeften te voldoen in gedrang te brengen. Daarvoor dient het beleid de kwaliteit van de bodem door bodemsanering en bodembescherming te verzekeren, te behouden en te herstellen, zodat onze bodems in de toekomst nog zoveel mogelijk functies kunnen uitoefenen en er nog verschillende types landgebruik mogelijk blijven. Tevens is het bodembeleid er op gericht een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te scheppen, waarbij educatie en voorlichting van de doelgroepen inzake bodembeheer wordt gestimuleerd.
  § 2. Het beleid inzake bodemsanering is er op gericht om zoveel mogelijk de richtwaarden voor bodemkwaliteit te realiseren. Deze richtwaarden worden door de Vlaamse Regering vastgesteld en beantwoorden aan het gehalte aan verontreinigende stoffen of organismen op of in de bodem, dat toelaat dat de bodem al zijn functies kan vervullen zonder dat enige beperking moet worden opgelegd.
  § 3. Het beleid inzake bodembescherming is er op gericht de bodem te beschermen tegen verontreiniging en verstoring, en de waardevolle bodems te vrijwaren. De bescherming van de bodem tegen verontreiniging heeft tot doel zoveel mogelijk de streefwaarden voor bodemkwaliteit te behouden. Deze streefwaarden worden door de Vlaamse Regering vastgesteld en beantwoorden aan het gehalte aan verontreinigende stoffen of organismen op of in de bodem, dat als normale achtergrond in niet-verontreinigde bodems met vergelijkbare bodemkenmerken teruggevonden wordt.
  [1 § 4. Het duurzame gebruik van uitgegraven bodem wordt aangemoedigd zodat de uitgegraven bodem maximaal wordt ingezet als alternatief voor primaire oppervlaktedelfstoffen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK III. - Algemene bepalingen.

  Art. 4. § 1. Behoudens andersluidende bepaling gaan de termijnen, vermeld in dit decreet, in :
  1° in geval van kennisgeving bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, op de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats, dan wel op de maatschappelijke of administratieve zetel van de geadresseerde;
  2° in geval van kennisgeving bij aangetekende brief of bij gewone brief, op de derde werkdag die volgt op de dag waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;
  3° in geval van afgifte tegen ontvangstbewijs, op de dag na de datum van het ontvangstbewijs.
  De termijnen verstrijken om middernacht van de laatste dag. Als de laatste dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, verloopt de termijn de eerstvolgende werkdag.
  § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat een kennisgeving ook op elektronische wijze kan gebeuren. Zij bepaalt in dat geval de nadere modaliteiten.

  TITEL III. - Bodemsanering.

  HOOFDSTUK I. - Identificatie en inventarisatie van gronden.

  Afdeling I. - Grondeninformatieregister.

  Art. 5.§ 1. De OVAM beheert een grondeninformatieregister waarin ze gegevens over gronden opneemt die haar [2 of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten]2 worden bezorgd.
  § 2. Bij de opname van een grond in het grondeninformatieregister levert de OVAM ambtshalve een bodemattest af aan :
  1° de eigenaar en de gebruiker van de grond en de exploitant op de grond, voor zover deze door de OVAM gekend zijn;
  2° de gemeente van de plaats waar de grond gelegen is. [1 De gemeente legt de ontvangen bodemattesten ter inzage van belangstellenden.]1
  [3 In afwijking van het eerste lid, levert de OVAM niet ambtshalve een bodemattest af als een grond louter vanwege informatie uit de gemeentelijke inventaris van risicogronden in het grondeninformatieregister wordt opgenomen.]3
  De OVAM levert ook op aanvraag een bodemattest af. [3 Het bodemattest wordt afgeleverd binnen een termijn van veertien dagen na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Als de aanvraag betrekking heeft op een grond die in het grondeninformatieregister is opgenomen, wordt het bodemattest afgeleverd binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.]3
  § 3. Het bodemattest vermeldt de identificatie van de grond en geeft een overzicht van de [4 meest actuele]4 informatie die over de grond beschikbaar is in het grondeninformatieregister.
  De OVAM is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie die door derden aan haar werd verstrekt.
  § 4. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende het beheer en de toegankelijkheid van het grondeninformatieregister.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 101, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-04-25/I8, art. 63, 009; Inwerkingtreding : 01-03-2015 (BVR 2014-12-12/11, art. 49,1°)>
  (3)<DVR 2014-03-28/56, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (4)<DVR 2015-12-18/24, art. 63, 011; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  Afdeling II. - Lijst van risico-inrichtingen.

  Art. 6. De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van risico-inrichtingen.

  Afdeling III. - Gemeentelijke inventaris.

  Art. 7.§ 1. Elke gemeente beheert een inventaris van de risicogronden die op haar grondgebied gelegen zijn.
  Op eerste verzoek verstrekt de [2 ...]2 Deputatie van de provincie aan de gemeenten die gegevens die hen moeten toelaten de inventaris te beheren.
  § 2. Bij de opname van een grond in en de verwijdering van een grond uit de gemeentelijke inventaris, bezorgt de gemeente onverwijld een uittreksel betreffende de in de inventaris opgenomen gegevens aan de OVAM. De OVAM neemt deze gegevens op in het grondeninformatieregister.
  § 3. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende het beheer en de toegankelijkheid van de gemeentelijke inventaris. [1 De Vlaamse Regering kan ook bepalen welke niet-risicogronden in de gemeentelijke inventaris worden opgenomen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 235, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  HOOFDSTUK II. [1 - Bodemsaneringsdeskundige.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 4, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Afdeling I. [1 - Erkenning als bodemsaneringsdeskundige.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2017-12-08/23, art. 5, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>
  

  Art. 8.[1 Op de erkenning als bodemsaneringsdeskundige zijn [2 de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2 van toepassing.
   De OVAM is erkend als bodemsaneringsdeskundige. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek is erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de taken die ze in opdracht van de OVAM uitvoert in het kader van dit decreet. [2 de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2 zijn niet van toepassing op de erkenning van de OVAM en de VITO.]1
  ----------
  (1)<DVR 2012-04-20/11, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 03-05-2013. Zie BVR 2013-03-01/22, art. 193>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 6, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Afdeling II. [1 - Kwaliteitsborging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2017-12-08/23, art. 7, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>
  

  Art. 8bis. [1 De erkende bodemsaneringsdeskundige verleent zijn medewerking aan audits die de OVAM organiseert in de kantoren van de bodemsaneringsdeskundige, op het te onderzoeken terrein of op een plaats die de OVAM bepaalt. De OVAM stelt een verslag op van de uitgevoerde audit. De audits hebben tot doel het kwaliteitssysteem dat de bodemsaneringsdeskundige hanteert bij de uitvoering van zijn taken als bodemsaneringsdeskundige, te toetsen door periodiek het volledige proces van opdrachtinitiatie tot aflevering van het eindproduct door te lichten.
   De bodemsaneringsdeskundige geeft op verzoek van de OVAM het nodige gevolg aan het auditverslag en legt in voorkomend geval een plan van aanpak met corrigerende maatregelen en termijnen van uitvoering voor aan de OVAM ter goedkeuring. De bodemsaneringsdeskundige voert de corrigerende maatregelen uit binnen de termijn die vastgelegd is in het goedgekeurde plan van aanpak.
   De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de uitvoering van de audit, het auditverslag, de corrigerende maatregelen en het plan van aanpak.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2017-12-08/23, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>
  

  HOOFDSTUK III. - Verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering uit te voeren en te (pre)financieren.

  Afdeling I. - Nieuwe bodemverontreiniging.

  Onderafdeling I. - Saneringscriterium.

  Art. 9. § 1. De Vlaamse Regering stelt bodemsaneringsnormen vast. Deze bodemsaneringsnormen beantwoorden aan een niveau van bodemverontreiniging dat een aanmerkelijk risico inhoudt van negatieve effecten voor de mens of het milieu, gelet op de kenmerken van de bodem en de functies die deze vervult.
  § 2. Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, wordt onverwijld een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd.
  § 3. Als het beschrijvend bodemonderzoek aantoont dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, wordt onverwijld overgegaan tot bodemsanering.
  § 4. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, geldt het saneringscriterium, vermeld in artikel 19, § 1 en § 2.
  § 5. De bepalingen van § 2 en § 4 zijn niet van toepassing op schadegevallen die conform de bepalingen van artikel 74 tot en met 82 worden behandeld.

  Onderafdeling II. - Saneringsdoel.

  Art. 10.§ 1. Bodemsanering is er bij nieuwe bodemverontreiniging op gericht om de richtwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren.
  § 2. Als het wegens de kenmerken van de bodemverontreiniging of van de verontreinigde gronden niet mogelijk is de richtwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, wordt de bodemsanering er minstens op gericht een betere bodemkwaliteit te verwezenlijken dan bepaald door de toepasselijke bodemsaneringsnormen.
  Ingeval de grond in het kader van [1 een voorlopig vastgesteld ontwerp van plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of projectbesluit]1 een bestemming krijgt waarvoor strengere bodemsaneringsnormen gelden, worden de strengere bodemsaneringsnormen als saneringsdoel gehanteerd.
  § 3. Als het wegens de kenmerken van de bodemverontreiniging of van de verontreinigde gronden niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1 en § 2, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, dan geldt het saneringsdoel, vermeld in artikel 21, § 1.
  § 4. Als het niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1 tot en met § 3, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, worden zo nodig gebruiks- of bestemmingsbeperkingen opgelegd.
  § 5. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan richtwaarden voor de bodemkwaliteit kan worden getoetst, wordt het saneringsdoel, vermeld in artikel 21, § 1, gehanteerd. De bepalingen van § 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
  § 6. De selectie van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, gebeurt onafhankelijk van de financiėle draagkracht van de saneringsplichtige. De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen in concreto rekening moet worden gehouden bij de evaluatie van de beste beschikbare technieken die geen overmatige kosten met zich meebrengen.
  ----------
  (1)<DVR 2014-04-25/I8, art. 64, 009; Inwerkingtreding : 01-03-2015 (BVR 2014-12-12/11, art. 49,1°)>

  Onderafdeling III. - Saneringsplichtige.

  A. Aanduiding van de saneringsplichtige.

  Art. 11.De verplichting om in de gevallen, vermeld in artikel 9, met betrekking tot de verontreinigde gronden een [4 beschrijvend bodemonderzoek en bodemsanering]4 uit te voeren, rust op de volgende personen :
  1° [3 als op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand is gekomen, een inrichting of activiteit gevestigd is die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid: de exploitant, vermeld in titel V;]3
  2° bij gebrek aan een exploitant, of als de exploitant werd vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 12, § 1 : de gebruiker van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam. [2 Als de exploitant vrijgesteld is van de saneringsplicht voor een deel van de bodemverontreiniging, rust de saneringsplicht van de gebruiker op dat deel van de bodemverontreiniging]2;
  3° bij gebrek aan een exploitant en gebruiker, of als de exploitant en gebruiker werden vrijgesteld van de verplichting op grond van artikel 12, § 1 : de eigenaar van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam. [2 Als de exploitant en de gebruiker vrijgesteld zijn van de saneringsplicht voor een deel van de bodemverontreiniging, rust de saneringsplicht van de eigenaar op dat deel van de bodemverontreiniging.]2
  [2 Als de zelfstandige saneringsplicht, vermeld in artikel 9, niet onverwijld wordt uitgevoerd, kan de OVAM de saneringsplichtige, vermeld in het eerste lid, wijzen op zijn zelfstandige saneringsplicht en hierbij de termijn bepalen waarbinnen het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering wordt uitgevoerd. Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.]2
  ----------
  (1)<DVR 2012-05-25/07, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<DVR 2014-04-25/M4, art. 236, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>
  (4)<DVR 2017-12-08/23, art. 9, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

  Art. 12.§ 1. [2 De exploitant is niet verplicht om het beschrijvende bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:
   1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
   2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij exploitant op de grond werd.
   Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de exploitant voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de exploitant voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.
   De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gebruiker.]2
  § 2. De eigenaar is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
  2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij eigenaar van de grond werd;
  3° hij was niet op de hoogte en behoorde niet op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar van de grond werd. De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of de eigenaar niet op de hoogte was of niet op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving;
  4° [2 ...]2.
  [2 Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de eigenaar voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de eigenaar voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.]2
  § 3. In afwijking van de bepalingen van § 1 en § 2 is de persoon, vermeld in artikel 11, alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie, gebruik of eigendom had.
  § 4. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 tot en met § 3, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig artikelen 153 tot en met 155.
  § 5. [1 De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende :
   1° de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren;
   2° de overdraagbaarheid en het verval van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren.
   De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende :
   1° de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in § 1 of § 2, moeten worden gevoegd;
   2° de termijn waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 103, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - Saneringsfinanciering.

  A. (Pre)financiering.

  Art. 13. De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, voert het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit op eigen kosten.
  De saneringsplichtige kan de kosten van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering verhalen op de persoon die overeenkomstig artikel 16 aansprakelijk is en kan van deze saneringsaansprakelijke een voorschot vorderen of eisen dat hij een financiėle zekerheid stelt.

  B. Draagkrachtregeling.

  Art. 14. § 1. De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, die onvoldoende vermogen heeft om de bodemsanering te (pre)financieren, kan bij de Vlaamse Regering een gemotiveerde aanvraag tot toekenning van een draagkrachtregeling indienen. De draagkrachtregeling heeft tot doel de financieringslasten in de tijd te spreiden.
  De Vlaamse Regering beslist over de toekenning van een draagkrachtregeling binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
  § 2. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de procedure tot aanvraag en de voorwaarden tot toekenning van een draagkrachtregeling.

  C. Cofinanciering.

  Art. 15. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen de persoon die overgaat tot beschrijvend bodemonderzoek of tot bodemsanering aanspraak kan maken op cofinanciering. In dat geval stelt ze tevens nadere regelen vast betreffende de procedure en de voorwaarden tot cofinanciering, en het percentsgewijze aandeel van de cofinanciering in de totale kost van het beschrijvend bodemonderzoek of van de bodemsanering. De Vlaamse Regering kan tevens in nominale bedragen de maxima van de cofinanciering bepalen.
  De cofinanciering wordt toegekend binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest.

  Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid.

  Art. 16.§ 1. Wie bodemverontreiniging heeft veroorzaakt, is aansprakelijk voor de kosten die overeenkomstig dit decreet gemaakt worden voor het beschrijvend bodemonderzoek, de bodemsanering en de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI, evenals voor de schade die door deze activiteiten of maatregelen veroorzaakt wordt.
  § 2. [3 Als de emissie waardoor de bodemverontreiniging tot stand is gebracht afkomstig is van een inrichting of activiteit die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, is de exploitant van de inrichting of activiteit, vermeld in titel V, echter aansprakelijk.]3
  [1 § 3. De aansprakelijkheid voor de kosten en verdere schade, vermeld in § 1, die de persoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1 of § 2, kan oplopen op basis van voor dit decreet van toepassing zijnde regels die aansprakelijkheid vestigen op de loutere eigendom of de loutere bewaking van de grond wordt beperkt tot het bedrag van de kosten nodig om te voorkomen dat de bodemverontreiniging zich verder verspreidt of een onmiddellijk gevaar vormt.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 104, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2012-05-25/07, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (3)<DVR 2014-04-25/M4, art. 237, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 17. § 1. Als meerdere personen op grond van de bepalingen van dit decreet aansprakelijk zijn voor een zelfde bodemverontreiniging, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.
  § 2. In dat geval heeft diegene die de schadelijder heeft vergoed, een regres tegen de andere aansprakelijke personen, in de mate waarin de verschillende emissies waarvoor zij aansprakelijk zijn, hebben bijgedragen tot het veroorzaken van de bodemverontreiniging.
  § 3. De bepalingen van dit decreet doen geen afbreuk aan de mogelijkheden voor de aansprakelijke om op basis van een andere rechtsgrond regres uit te oefenen.

  Art. 18. De bepalingen van dit decreet doen geen afbreuk aan de andere rechten, die de personen die kosten maakten of schade leden als vermeld in artikel 16, § 1, hebben tegen de veroorzaker of tegen andere personen.

  Afdeling II. - Historische bodemverontreiniging.

  Onderafdeling I. - Saneringscriterium.

  Art. 19.§ 1. Op gronden met historische bodemverontreiniging wordt overgegaan tot een beschrijvend bodemonderzoek als er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging.
  § 2. Op gronden met historische bodemverontreiniging wordt overgegaan tot bodemsanering als het beschrijvend bodemonderzoek de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging aantoont.
  § 3. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 20.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 10, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling II. - Saneringsdoel.

  Art. 21.§ 1. Bodemsanering is er bij historische bodemverontreiniging op gericht om te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beļnvloeding van mens of milieu door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen.
  Ingeval de grond in het kader van [1 een voorlopig vastgesteld ontwerp van plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of projectbesluit]1 een andere bestemming krijgt, wordt de bodemsanering er op gericht te vermijden dat de bodemkwaliteit een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beļnvloeding van mens of milieu binnen deze toekomstige bestemming.
  § 2. Als het niet mogelijk is de bodemkwaliteit, vermeld in § 1, te verwezenlijken door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, worden zo nodig gebruiks- of bestemmingsbeperkingen opgelegd.
  § 3. De bepalingen van artikel 10, § 6, zijn van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<DVR 2014-04-25/I8, art. 65, 009; Inwerkingtreding : 01-03-2015 (BVR 2014-12-12/11, art. 49,1°)>

  Onderafdeling III. - Saneringsplichtige.

  A. Aanduiding van de saneringsplichtige.

  Art. 22.[1 Als de OVAM van oordeel is dat een historische bodemverontreiniging als vermeld in artikel 19, aan een beschrijvend bodemonderzoek of prioritair aan bodemsanering moet worden onderworpen, maant de OVAM de volgende persoon aan tot uitvoering ervan:
   1° [2 als op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand is gekomen, een inrichting of activiteit gevestigd is die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid: de exploitant vermeld in titel V;]2
   2° bij gebrek aan een exploitant, of als de exploitant vrijgesteld is van de verplichting met toepassing van artikel 23, § 1: de gebruiker van de grond waar de verontreiniging tot stand is gekomen. Als de exploitant vrijgesteld is van de saneringsplicht voor een deel van de bodemverontreiniging, rust de saneringsplicht van de gebruiker op dat deel van de bodemverontreiniging;
   3° bij gebrek aan een exploitant en gebruiker, of als de exploitant en gebruiker vrijgesteld zijn van de verplichting met toepassing van artikel 23, § 1: de eigenaar van de grond waar de verontreiniging tot stand is gekomen. Als de exploitant en de gebruiker vrijgesteld zijn van de saneringsplicht voor een deel van de bodemverontreiniging, rust de saneringsplicht van de eigenaar op dat deel van de bodemverontreiniging.
   De OVAM kan de termijn bepalen waarin het beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het bodemsaneringsproject wordt opgesteld, en waarin het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek en het bodemsaneringsproject aan haar wordt bezorgd.
   Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste en tweede lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.]1
  [3 In afwijking van het eerste lid rust de verplichting tot bodemsanering van rechtswege op de persoon die door de OVAM is aangemaand om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren als dat bodemonderzoek een ernstige historische bodemverontreiniging tot stand gekomen op de betreffende grond aantoont, met behoud van de toepassing van de vrijstellingsregeling, vermeld in artikel 23.]3
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 11, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 238, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>
  (3)<DVR 2017-12-08/23, art. 10, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

  Art. 23.§ 1. [2 De exploitant is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:
   1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
   2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij exploitant op de grond werd.
   Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de exploitant voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet, wordt de exploitant voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.
   De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gebruiker.]2
  § 2. De eigenaar is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is, dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
  2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij eigenaar van de grond werd;
  3° hij was niet op de hoogte en behoorde niet op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar van de grond werd. De Vlaamse Regering kan bepalen met welke elementen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of de eigenaar niet op de hoogte was of niet op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving.
  De eigenaar die, hoewel hij van de bodemverontreiniging op de hoogte was of behoorde te zijn, voor 1 januari 1993 een verontreinigde grond heeft verworven, is eveneens niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat hij de verontreiniging niet zelf heeft veroorzaakt en dat hij de grond sinds de verwerving enkel heeft aangewend voor particulier gebruik.
  [2 Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de eigenaar voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet, wordt de eigenaar voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.]2
  § 3. In afwijking van de bepalingen van § 1 en § 2 is de persoon, vermeld in artikel 22, alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie, gebruik of eigendom had.
  § 4. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in § 1 tot en met § 3, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  § 5. [2 De bepalingen van artikel 12, § 5, zijn van overeenkomstige toepassing.]2
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 103, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - Saneringsfinanciering.

  Art. 24. De bepalingen van artikel 13 tot en met 15 zijn van overeenkomstige toepassing.

  Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid.

  Art. 25.§ 1. [1 De]1 aansprakelijkheid voor de kosten die overeenkomstig dit decreet gemaakt worden voor het beschrijvend bodemonderzoek, het waterbodemonderzoek, de bodemsanering en de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI, evenals voor de schade die door deze activiteiten of maatregelen veroorzaakt wordt, [1 wordt]1 bij historische bodemverontreiniging vastgesteld overeenkomstig de aansprakelijkheidsregels die van toepassing waren voor 29 oktober 1995.
  § 2. De aansprakelijkheid voor de kosten en verdere schade, vermeld in § 1, die de persoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1 of § 2, kan oplopen op basis van de voor 29 oktober 1995 van toepassing zijnde regels die aansprakelijkheid vestigen op de loutere eigendom of de loutere bewaking van de grond, wordt beperkt tot het bedrag van de kosten nodig om te voorkomen dat de bodemverontreiniging zich verder verspreidt of een onmiddellijk gevaar vormt.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling III. - Gemengde bodemverontreiniging.

  Art. 26.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 27.[1 § 1. Bij vaststelling van een gemengde bodemverontreiniging maakt de bodemsaneringsdeskundige naar alle redelijkheid een zo accuraat mogelijke verdeling van de bodemverontreiniging in een deel dat vóór 29 oktober 1995 en een deel dat na 28 oktober 1995 tot stand gekomen is.
   Op basis van het gemotiveerd voorstel van de bodemsaneringsdeskundige in zijn verslag van bodemonderzoek doet de OVAM uitspraak over de verdeling. Alle belanghebbenden kunnen tegen die beslissing van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.
   § 2. Als de OVAM op basis van de verdeling van oordeel is dat het grootste deel van de gemengde bodemverontreiniging vóór 29 oktober 1995 tot stand gekomen is, of dat het deel dat vóór 29 oktober 1995 ontstaan is even groot is als het deel dat na 28 oktober 1995 tot stand gekomen is, zijn op de gemengde bodemverontreiniging uitsluitend de bepalingen die gelden voor historische bodemverontreiniging, van toepassing.
   Als op basis van de verdeling het grootste deel van de gemengde bodemverontreiniging na 28 oktober 1995 tot stand gekomen is, zijn op de gemengde bodemverontreiniging uitsluitend de bepalingen die gelden voor nieuwe bodemverontreiniging, van toepassing.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 15, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling IV. - [1 Vermengde bodemverontreiniging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling I - [1 Kwalificatie als vermengde bodemverontreiniging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 27bis. [1 De OVAM kan een bodemverontreiniging kwalificeren als een vermengde bodemverontreiniging. De OVAM omschrijft de vermengde bodemverontreiniging en vermeldt de grond of gronden waar de vermengde bodemverontreiniging tot stand gekomen is.
   Onder voorbehoud van andersluidende bepalingen in deze afdeling zijn de bepalingen van artikel 9 tot en met 11, artikel 13 tot en met 22, en artikel 24 tot en met 27 van toepassing op de vermengde bodemverontreiniging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 18, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling II. [1 Verplichting tot gezamenlijke uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek en bodemsanering voor de vermengde bodemverontreiniging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 27ter. [1 De kwalificatie als vermengde bodemverontreiniging heeft van rechtswege tot gevolg dat de personen die met toepassing van artikel 9 en 11 saneringsplichtig zijn of met toepassing van artikel 19 en 22 saneringsplichtig werden gesteld, de verplichting hebben om gezamenlijk een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering voor de vermengde bodemverontreiniging uit te voeren.
   Op voorwaarde dat de saneringsplichtige personen akkoord gaan, kan de OVAM overgaan tot uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering voor de vermengde bodemverontreiniging. Dat gebeurt op kosten van de saneringsplichtige personen overeenkomstig de verdeelsleutel, vastgesteld met toepassing van artikel 27quater.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling III. - [1 Plicht tot (pre)financiering op basis van verdeelsleutel]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 21, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 27quater. [1 In afwijking van artikel 13, eerste lid, en artikel 24 gebeurt de (pre)financiering van de uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering door de saneringsplichtige personen, vermeld in artikel 27ter, volgens een verdeelsleutel die door de OVAM op basis van de beschikbare gegevens naar alle redelijkheid wordt vastgesteld. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de vaststelling van de verdeelsleutel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - [1 Administratief beroep]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 23, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 27quinquies. [1 Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 27bis en 27quater, beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK IV. - Oriėnterend bodemonderzoek en beschrijvend bodemonderzoek.

  Afdeling I. - Oriėnterend bodemonderzoek.

  Onderafdeling I. - Doel, inhoud en procedure.

  Art. 28.§ 1. Een oriėnterend bodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. [1 ...]1.
  § 2. [2 Een oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het oriėnterend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
   Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een oriėnterend bodemonderzoek.]2
  § 3. [1 ...]1.
  § 4. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 25, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 11, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Onderafdeling Ibis. [1 - Beslissingen op basis van het oriėnterend bodemonderzoek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 12, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 28bis.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 13, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 28ter.[1 Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het oriėnterend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de aard van de bodemverontreiniging. Ze oordeelt ook of er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging of van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden.
   De OVAM brengt de opdrachtgever van het oriėnterend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.
   Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 14, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 28quater.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 15, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Onderafdeling II. - Verplichting om een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren.

  A. Overdracht van een risicogrond.

  Art. 29. Een oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de overdrager of de gemandateerde voor de overdracht van een risicogrond.

  Art. 30.[1 [3 In afwijking van artikel 29 en 102 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, alleen in de volgende gevallen een oriėnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:
   1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd;
   2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd, die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel.]3
   Het oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de overdrager of desgevallend de gemandateerde.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 106, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2017-06-30/08, art. 65, 014; Inwerkingtreding : 17-07-2017>
  (3)<DVR 2017-12-08/23, art. 16, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  B. [1 Eenmalig oriėnterend bodemonderzoek bij gedwongen mede-eigendom]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2008-12-12/72, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 30bis. [1 In de volgende gevallen moet voor een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, een oriėnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd op initiatief en op kosten van de vereniging van mede-eigenaars voor 31 december 2014 :
   1° voor de vestiging van de gedwongen mede-eigendom was een risico-inrichting gevestigd op de grond waarop de gedwongen mede-eigendom gevestigd is;
   2° in de gemeenschappelijke delen was een risico-inrichting gevestigd die bestemd was ten behoeve van de gedwongen mede-eigendom.
   Bij afwezigheid van een vereniging van mede-eigenaars wordt het oriėnterend bodemonderzoek uitgevoerd op initiatief en op kosten van de mede-eigenaars.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2008-12-12/72, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  C. [1 Verplicht oriėnterend bodemonderzoek voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 17, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 31.[1 § 1. Voor de volgende risicogronden waarop volgens de informatie in het grondeninformatieregister nog geen oriėnterend bodemonderzoek is uitgevoerd, moet op initiatief en op kosten van de volgende personen een oriėnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:
   1° risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, aangeduid in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 met kenletter `O', worden geėxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995: de exploitant van de risico-inrichting;
   2° risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, vermeld in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, werden geėxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995: de eigenaar van de risicogrond.
   De bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding het oriėnterend bodemonderzoek werd uitgevoerd, dient het verslag in bij de OVAM.
   § 2. Het oriėnterend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en het verslag ervan bij de OVAM worden ingediend voor het volgende tijdstip:
   1° voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 1° : vóór 31 januari 2027;
   2° voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 2° :
   a) als het gaat om een of meer risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter `B': vóór 31 december 2021;
   b) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter `A', meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter `A' of meerdere risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter `A' en geen enkele met kenletter `B': vóór 31 december 2023;
   c) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter `O' of meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter `O': vóór 31 januari 2027.
   § 3. De eigenaar is niet verplicht om het oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden:
   1° de eigenaar heeft de risico-inrichtingen niet zelf geėxploiteerd;
   2° de risico-inrichtingen werden op de grond geėxploiteerd voor hij eigenaar werd van de grond;
   3° sinds de verwerving heeft de eigenaar de grond alleen aangewend voor particulier gebruik;
   4° als de eigenaar het eigendomsrecht op de risicogrond door vererving heeft verworven: in hoofde van de erflater is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 3°.
   De eigenaar dient zijn aanvraag tot vrijstelling van de plicht tot het uitvoeren van het oriėnterend bodemonderzoek met gemotiveerd standpunt in bij de OVAM. Dit kan op elk tijdstip, maar moet op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag gebeuren uiterlijk binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de brief waarin de OVAM de eigenaar wijst op zijn zelfstandige verplichting om het oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren. De OVAM onderzoekt het gemotiveerd standpunt van de ontvankelijke aanvraag en oordeelt of de eigenaar voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden. De OVAM stelt de eigenaar in kennis van haar beslissing binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de aanvraag.
   Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.
   § 4. Als de eigenaar van de risicogrond vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de overdracht van de grond van rechtswege over op de verwerver als die de risico-inrichtingen niet zelf heeft geėxploiteerd op de grond.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 18, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  D. [1 (oude C)]1 Sluiting van een risico-inrichting.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 32. Een oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de exploitant naar aanleiding van de sluiting van een risico-inrichting.

  E. [1 Onderzoeksplicht in het kader van de exploitatie van bepaalde risico-inrichtingen]1
  ----------
  (1)<DVR 2012-05-25/07, art. 14, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>

  Art. 33.De Vlaamse Regering kan bij algemene regel bepalen dat de exploitanten van bepaalde categorieėn van risico-inrichtingen binnen een door haar bepaalde termijn en vervolgens periodiek volgens de door haar bepaalde periodiciteit op eigen initiatief en op eigen kosten een oriėnterend bodemonderzoek moeten uitvoeren. [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 19, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 33bis.[1 § 1. Naar aanleiding van de aanvang van de exploitatie van de door de Vlaamse Regering aangewezen [2 risico-inrichtingen die vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2, wordt op initiatief en op kosten van de exploitant een oriėnterend bodemonderzoek uitgevoerd.
   Het oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het verslag daarvan wordt aan de OVAM bezorgd vóór de [2 omgevingsvergunningsaanvraag]2 voor de exploitatie van de risico-inrichting bij de vergunningverlenende overheid wordt ingediend.
   § 2. Voor de risico-inrichtingen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor op het moment van de aanvang van de exploitatie de onderzoeksplicht, vermeld in § 1, niet van toepassing was, wordt op initiatief en op kosten van de exploitant eenmalig een oriėnterend bodemonderzoek uitgevoerd.
   De Vlaamse Regering bepaalt voor welke van die risico-inrichtingen het oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het verslag daarvan aan de OVAM wordt bezorgd vóór 7 januari 2014, en voor welke van die risico-inrichtingen die verplichtingen worden uitgevoerd vóór 7 juli 2015.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2012-05-25/07, art. 15, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013. Overgangsbepaling : art. 17>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 239, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  F. [1 (oude E)]1 Faillissement.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 34. [1 Als een handelaar of een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond, failliet wordt verklaard, wordt op initiatief van de curator een oriėnterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 108, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  G. [1 Aanwijzingen van ernstige bodemverontreiniging]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 31, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 35.[1 Als de OVAM van oordeel is dat er aanwijzingen zijn voor een ernstige bodemverontreiniging op een grond, kan ze de personen, vermeld in artikel 11 of 22, de verplichting opleggen om binnen een bepaalde termijn een oriėnterend bodemonderzoek op de grond uit te voeren en het verslag ervan aan haar te bezorgen.
   Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 32, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  H. [1 (oude G)]1 Geen nieuw oriėnterend bodemonderzoek.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 36.De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waarbij in de gevallen, vermeld in artikelen 29 tot en met [1 34]1, geen verplichting bestaat om een nieuw oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren of een verplichting bestaat om slechts een beperkte aanvulling van het meest recente oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 33, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling III. - Ambtshalve oriėnterend bodemonderzoek.

  Art. 37. Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kan de OVAM te allen tijde ambtshalve een oriėnterend bodemonderzoek uitvoeren.

  Afdeling II. - Beschrijvend bodemonderzoek.

  Onderafdeling I. - Doel, inhoud en procedure.

  Art. 38.§ 1. Een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd om de ernst van de bodemverontreiniging vast te stellen. Het beoogt een beschrijving te geven van de soort, de aard, de hoeveelheid, de concentratie, de oorsprong en de omvang van de verontreinigende stoffen of organismen, de mogelijkheid op verspreiding ervan en het gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater.
  Daarnaast kunnen in een beschrijvend bodemonderzoek gegevens worden opgenomen met betrekking tot de inschatting van het gevaar op blootstelling aan de bodemverontreiniging van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater bij een potentieel andere bestemming.
  § 2. [1 Een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het beschrijvend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
   Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een beschrijvend bodemonderzoek.]1
  § 3. Een beschrijvend bodemonderzoek kan gefaseerd worden uitgevoerd in de gevallen en overeenkomstig de voorwaarden die worden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in § 2.
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 20, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Onderafdeling II. [1 - Beslissingen op basis van het beschrijvend bodemonderzoek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 21, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 39.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 22, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Onderafdeling III.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 23, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 40.[1 Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over:
   1° de aard van de bodemverontreiniging;
   2° de aanwezigheid van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of van een ernstige bodemverontreiniging.
   De OVAM brengt de opdrachtgever van het beschrijvend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.
   Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 24, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 41.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 36, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  [1Onderafdeling III.]1 [1 - Ambtshalve beschrijvend bodemonderzoek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 25, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 42. Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kan de OVAM te allen tijde ambtshalve overgaan tot het uitvoeren of aanvullen van een beschrijvend bodemonderzoek.

  Onderafdeling V.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 26, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 43.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 26, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Afdeling III. - Oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek.

  Onderafdeling I.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 27, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 44.[1 Het beschrijvend bodemonderzoek kan gelijktijdig of onmiddellijk na het oriėnterend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In dat geval worden de resultaten van beide onderzoeken in een verslag bij de OVAM ingediend, onder de benaming `Verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek'.
   Een oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
   Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek.
   Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing op de beslissingen over het oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 28, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Onderafdeling II.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 29, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 45.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 29, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 46.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 29, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Afdeling IV. [1 - Beoordeling van de conformiteit van bodemonderzoeken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2017-12-08/23, art. 30, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  

  Art. 46bis. [1 Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van een oriėnterend bodemonderzoek, een beschrijvend bodemonderzoek, een oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of siteonderzoek kan de OVAM beoordelen of het betreffende bodemonderzoek conform de overeenstemmende standaardprocedure is uitgevoerd. Als de OVAM de conformiteit van het bodemonderzoek beoordeelt, brengt ze de opdrachtgever van het bodemonderzoek op de hoogte van haar beslissing binnen de voormelde termijn van zestig dagen.
   Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2017-12-08/23, art. 31, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  

  HOOFDSTUK V. - Bodemsanering.

  Afdeling I. - Bodemsaneringsproject.

  Onderafdeling I. - Doel, procedure en inhoud van het bodemsaneringsproject.

  Art. 47.§ 1. Een bodemsaneringsproject stelt de wijze vast waarop bodemsaneringswerken worden uitgevoerd en de eventuele nazorg wordt verzekerd.
  § 2. Een bodemsaneringsproject wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het bodemsaneringsproject opgesteld volgens een code van goede praktijk.
  § 3. Het bodemsaneringsproject steunt op de resultaten van een [2 ...]2 beschrijvend bodemonderzoek. Als de OVAM van oordeel is dat de resultaten van dit bodemonderzoek onvoldoende actueel zijn om een accuraat beeld van de verontreinigingssituatie te geven, [1 en op zorgvuldige wijze een bodemsaneringsproject op te stellen, legt ze aan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject de verplichting op]1 om binnen een welbepaalde termijn het beschrijvend bodemonderzoek te actualiseren.
  § 4. Een bodemsaneringsproject kan gefaseerd worden opgesteld in de gevallen en overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in § 2.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 37, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 32, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 47bis.[1 § 1. Als het bodemsaneringsproject activiteiten omvat waarvoor met toepassing van artikel 4.3.2, § 2bis of § 3bis, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid een project-m.e.r-screeningsnota moet worden opgesteld, gelden in afwijking van artikel 4.3.3, § 2, van het voormelde decreet, de bepalingen, vastgesteld bij en krachtens dit decreet.
   § 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, wordt in het bodemsaneringsproject een project- m.e.r.-screeningsnota opgenomen waarin voor de voorgenomen activiteiten, vermeld in paragraaf 1, wordt aangegeven of er al dan niet aanzienlijke effecten voor mens en milieu te verwachten zijn. De inhoud van de project-m.e.r.-screeningsnota wordt nader geregeld in de standaardprocedure voor het bodemsaneringsproject.
   § 3. Op basis van de project-m.e.r.-screeningsnota neemt de OVAM een beslissing of een project-MER moet worden opgesteld. De OVAM neemt die beslissing op het ogenblik van en als onderdeel van de beslissing van de ontvankelijkheid en volledigheid van het bodemsaneringsproject. De beslissing of al dan niet een project-MER moet worden opgesteld, wordt ter beschikking gesteld van het publiek.
  [2 Als besloten wordt dat een project-MER moet worden opgesteld, bevat de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste lid, de belangrijkste redenen waarom een project-MER moet worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria, vermeld in bijlage II bij het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid.
   Als besloten wordt dat er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, bevat de beslissing van de OVAM de belangrijkste redenen waarom er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria, vermeld in bijlage II bij het voormelde decreet, en, als de exploitant die heeft voorgesteld, de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke nadelige milieueffecten zouden zijn geweest.
   De OVAM houdt bij de beslissing, vermeld in het eerste lid, als dat relevant is, rekening met de resultaten van voorafgaande controles die zijn verricht of beoordelingen van de effecten op het milieu die zijn gemaakt met toepassing van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving.]2
   Er moet geen project-MER worden opgesteld in de volgende gevallen:
   1° de OVAM is van oordeel dat een toetsing aan de criteria, vermeld in bijlage II van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, uitwijst dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzien- lijke milieueffecten kan bevatten;
   2° vroeger werd al een plan-MER goedgekeurd betreffende een plan of programma waarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of een project-MER goedgekeurd werd voor een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en de OVAM is van oordeel dat een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende de gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten.
   De beslissing dat een project-MER moet worden opgesteld, heeft van rechtswege de onvolledigheid van het bodemsaneringsproject tot gevolg.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 38, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2016-12-23/58, art. 14, 013; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 47ter.[1 § 1. Als het bodemsaneringsproject activiteiten omvat waarvoor met toepassing van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of op basis van de beslissing van de OVAM, vermeld in artikel 47bis, § 3, een project-MER moet worden opgesteld, gelden, in afwijking van artikel 4.3.4, § 1 tot en met § 4, en artikel 4.3.5 tot en met 4.3.9 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de bepalingen, vastgesteld bij en krachtens dit decreet, en zijn artikel 4.3.3 en [2 4.3.4, § 2]2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat "initiatiefnemer" gelezen moet worden als "de persoon die tot bodemsanering overgaat".
   § 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, kan de persoon die tot bodemsanering overgaat voor hij het bodemsaneringsproject betekent, de OVAM verzoeken een advies uit te brengen over de inhoud van de gegevens die het bodemsaneringsproject als gevolg daarvan moet bevatten. De OVAM raadpleegt in dat verband de persoon die tot bodemsanering overgaat en de instanties die de Vlaamse Regering heeft aangewezen voor ze haar advies uitbrengt. Het feit dat de OVAM een advies heeft uitgebracht belet niet dat ze vervolgens om meer informatie kan verzoeken.
   In ieder geval worden in het bodemsaneringsproject de gegevens opgenomen, vermeld in artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 39, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2016 (BVR 2015-10-23/21, art. 50)>
  (2)<DVR 2016-12-23/58, art. 15, 013; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 48. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de inhoud, de kennisgeving en de ontvankelijkheid en volledigheid van het bodemsaneringsproject.

  Onderafdeling II. - Openbaar onderzoek en adviesverlening.

  Art. 49. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de procedure tot openbaar onderzoek en adviesverlening met betrekking tot het bodemsaneringsproject.

  Onderafdeling III. - Conformverklaring van het bodemsaneringsproject.

  Art. 50.§ 1. Na afloop van het openbaar onderzoek en na ontvangst van de adviezen, vermeld in artikel 49, en uiterlijk negentig dagen na ontvangst van het ontvankelijk en volledig bodemsaneringsproject, spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het bodemsaneringsproject met de bepalingen van dit decreet. De OVAM legt aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject op, of levert een conformiteitsattest af.
  [1 § 1bis. [3 Als het bodemsaneringsproject activiteiten omvat waarvoor een project-MER is vereist, wordt de termijn van negentig dagen, vermeld in paragraaf 1, verlengd tot 150 dagen na de ontvangst van het ontvankelijke en volledige bodemsaneringsproject. In het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject neemt de OVAM een gemotiveerde conclusie over de aanzienlijke effecten van het project op het milieu. Ze houdt daarbij rekening met het advies van de administratie die bevoegd is voor milieueffectrapportage, met de adviezen van de adviesverlenende instanties en met de inspraak in het kader van het openbaar onderzoek.]3 ]1
  § 2. [2 ...]2.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 40,1°, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 40, 2°, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2016 (BVR 2015-10-23/21, art. 50)>
  (3)<DVR 2016-12-23/58, art. 16, 013; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 51.De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de conformverklaring van het bodemsaneringsproject en het opleggen van wijzigingen en aanvullingen op het bodemsaneringsproject [1 , en de kennisgeving van deze beslissingen]1.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 41, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - Voorwaarden en termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.

  Art. 52.In het conformiteitsattest bepaalt de OVAM de voorwaarden waaronder de bodemsaneringswerken moeten worden uitgevoerd. Deze voorwaarden beogen de bescherming van mens en milieu en de verwezenlijking van een goede plaatselijke aanleg. [1 De OVAM kan bij het bepalen van de voorwaarden in het conformiteitsattest voor het bodemsaneringsproject in individuele gevallen en op gemotiveerd verzoek afwijken van de voorwaarden, opgelegd door of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, op voorwaarde dat het bodemsaneringsproject:
   1° in overeenstemming is met de goede plaatselijke aanleg;
   2° voorziet in een gelijkwaardige bescherming van mens en milieu.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 66, 014; Inwerkingtreding : 07-07-2017>

  Art. 53. De OVAM kan de termijn bepalen waarbinnen de bodemsaneringswerken moeten worden aangevat.

  Onderafdeling V. - Conformiteitsattest als [1 meldingsakte of omgevingsvergunning]1.
  ----------
  (1)<DVR 2014-04-25/M4, art. 240, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 54.[1 Als de bodemsaneringswerken handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt het conformiteitsattest als meldingsakte of omgevingsvergunning.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-04-25/M4, art. 241, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Onderafdeling VI. - Administratief beroep.

  Art. 55. Behalve in de gevallen waarvoor de beroepsprocedure in artikelen 146 tot en met 152 geregeld is, kan elke belanghebbende tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikelen 50, § 1, 52 en 53, bij de Vlaamse Regering een beroep indienen overeenkomstig de bepalingen van artikelen 153 tot en met 155.

  Afdeling II. - Beperkt bodemsaneringsproject.

  Onderafdeling I. - Toepassingsgebied.

  Art. 56. Als bodemverontreiniging kan worden behandeld door bodemsaneringswerken die maximaal honderdtachtig dagen in beslag nemen [1 en slechts een beperkte impact hebben op mens en milieu]1 , kan in plaats van een bodemsaneringsproject een beperkt bodemsaneringsproject worden opgesteld, op voorwaarde dat de eigenaars en gebruikers van de gronden waarop bodemsaneringswerken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om het beperkt bodemsaneringsproject uit te voeren zich schriftelijk akkoord verklaren met de uitvoering van de bodemsaneringswerken. [1 De beperkte impact kan nader omschreven worden in de standaardprocedure, vermeld in artikelen 57 en 47, § 2.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 110, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Onderafdeling II. - Doel, procedure en inhoud van het beperkt bodemsaneringsproject.

  Art. 57. De bepalingen van artikelen 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing.

  Onderafdeling III. - Conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject.

  Art. 58.§ 1. Uiterlijk dertig dagen na ontvangst van het [1 ontvankelijk en volledig]1 beperkt bodemsaneringsproject [2 ...]2, spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het beperkt bodemsaneringsproject met de bepalingen van dit decreet. De OVAM legt aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject op, of levert een conformiteitsattest af.
  § 2. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject en het opleggen van wijzigingen en aanvullingen op het beperkt bodemsaneringsproject, en de kennisgeving van deze beslissingen.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 111, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - Voorwaarden en termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.

  Art. 59. De bepalingen van artikelen 52 en 53 zijn van overeenkomstige toepassing.

  Onderafdeling V. - Conformiteitsattest als melding, [2 omgevingsvergunning]2 [1 ...]1 .
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 112, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 242, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 60.De bepalingen van [2 artikel 54]2 zijn van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 44, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-06-30/08, art. 67, 014; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Onderafdeling VI. - Administratief beroep.

  Art. 61. Behalve in de gevallen waarvoor de beroepsprocedure in artikel 146 tot en met 152 geregeld is, kan elke belanghebbende tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel 58, § 1, en de beslissingen van de OVAM, genomen krachtens artikel 59, bij de Vlaamse Regering een beroep indienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.

  Afdeling III. - Bodemsaneringswerken.

  Onderafdeling I. - Procedure.

  Art. 62.Bodemsaneringswerken worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de voorwaarden [1 en de termijn]1 vermeld in het conformiteitsattest en de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure worden de bodemsaneringswerken uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
  ----------
  (1)<DVR 2010-12-23/39, art. 127, 005; Inwerkingtreding : 28-02-2011>

  Onderafdeling II. - Aanvulling of wijziging van het conform verklaarde bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken.

  Art. 63. § 1. [1 Tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken overgaan tot de uitvoering van een kleine wijziging of aanvulling van het conformverklaard bodemsaneringsproject of het conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62.
   De bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd, meldt de kleine wijziging of aanvulling aan de OVAM die er akte van neemt. Dit gebeurt conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 62.
   De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden een kleine wijziging of aanvulling kan worden uitgevoerd.]1
  § 2. [1 Tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken bij de OVAM tevens een voorstel indienen tot grote wijziging of aanvulling van het conformverklaard bodemsaneringsproject of het conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject. Een voorstel tot grote wijziging of aanvulling wordt bij beslissing door de OVAM goedgekeurd of desgevallend afgekeurd. De grote wijziging of aanvulling wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in de goedkeuringsbeslissing, en overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62.
   De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden een voorstel van grote wijziging of aanvulling kan worden opgesteld en bij de OVAM kan worden ingediend. Tevens kan de Vlaamse Regering nadere regels vaststellen betreffende de procedure tot grote wijziging of aanvulling.]1
  § 3. Als tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken in het kader van een conform beperkt bodemsaneringsproject blijkt dat de bodemverontreiniging niet binnen de termijn van honderdtachtig dagen, vermeld in artikel 56, kan behandeld worden, kan de opdrachtgever van de bodemsaneringswerken een eenmalige verlenging van het conformiteitsattest voor het beperkt bodemsaneringsproject voor een termijn van honderdtachtig dagen aanvragen. De gemotiveerde aanvraag tot verlenging moet, op straffe van onontvankelijkheid, uiterlijk dertig dagen voor het einde van de termijn van honderdtachtig dagen bij de OVAM worden ingediend. Uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de aanvraag, spreekt de OVAM zich uit over de verlenging.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 64. Als de OVAM tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken op basis van eigen bevindingen of op basis van een verslag van de bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd, van oordeel is dat de maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging, vermeld in het conform bodemsaneringsproject of het conform beperkt bodemsaneringsproject, niet of in onvoldoende mate leiden tot de resultaten vastgelegd in het conformiteitsattest, kan ze de verplichting opleggen om binnen een welbepaalde termijn een voorstel tot kleine of grote wijziging of aanvulling van het conform bodemsaneringsproject of conform beperkt bodemsaneringsproject op te stellen en bij de OVAM in te dienen.
  In voorkomend geval kan de OVAM de verplichting opleggen om binnen een welbepaalde termijn een nieuw bodemsaneringsproject of nieuw beperkt bodemsaneringsproject op te stellen en aan de OVAM te bezorgen.

  Art. 65. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in artikelen 63 en 64, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.

  Onderafdeling III. - Kennisgeving van de bodemsaneringswerken en plaatsbeschrijving.

  Art. 66. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de kennisgeving van de uitvoering van de bodemsaneringswerken en de uitvoering van een plaatsbeschrijving voor de aanvang van de bodemsaneringswerken.

  Afdeling IV. - Eindevaluatieonderzoek en eindverklaring.

  Art. 67. § 1. De bodemsaneringswerken worden beėindigd na het bereiken van de doelstellingen van de bodemsanering.
  § 2. Na de uitvoering van de bodemsaneringswerken wordt een eindevaluatieonderzoek uitgevoerd waarin de resultaten van de bodemsaneringswerken worden opgenomen en waarin zo nodig een voorstel van nazorg wordt geformuleerd.
  § 3. Een eindevaluatieonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het eindevaluatieonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.

  Art. 68.Als de doelstellingen van de bodemsanering worden bereikt, levert de OVAM op basis van de resultaten van het eindevaluatieonderzoek een eindverklaring af. De OVAM bezorgt de eindverklaring aan de opdrachtgever van de bodemsaneringswerken en [1 de personen, vermeld in artikel 11 of 22, als die bekend zijn bij de OVAM]1.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 45, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK VI. - Andere maatregelen.

  Afdeling I. - Veiligheidsmaatregelen.

  Art. 69.§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt, legt ze veiligheidsmaatregelen op. Deze bevoegdheid doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om veiligheidsmaatregelen te treffen.
  § 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt en veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM.
  § 3. [3 Als de veiligheidsmaatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt het conformiteitsattest als meldingsakte of omgevingsvergunning.]3
  § 4. Veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.
  ----------
  (1)<DVR 2012-05-25/07, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 42, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<DVR 2014-04-25/M4, art. 243, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Afdeling II. - Voorzorgsmaatregelen.

  Art. 70.§ 1. De OVAM kan voorzorgsmaatregelen opleggen met het oog op het beschermen van de mens of het milieu tegen de risico's van bodemverontreiniging in afwachting van de uitvoering van bodemsaneringswerken.
  § 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM. De exploitanten, gebruikers of eigenaars van de verontreinigde gronden kunnen hierbij onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige voorzorgsmaatregelen voorstellen aan de OVAM.
  Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel spreekt de OVAM zich uit over de voorgestelde voorzorgsmaatregelen en kan ze voorzorgsmaatregelen opleggen.
  § 3. [2 Als de voorzorgsmaatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt het conformiteitsattest als meldingsakte of omgevingsvergunning.]2
  § 4. Voorzorgsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 42, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 244, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Afdeling III. - Nazorg.

  Art. 71. § 1. De OVAM kan nazorg opleggen in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject, of in de eindverklaring.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  § 2. De nazorg wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de voorwaarden, vermeld in het conformiteitsattest of de eindverklaring, en conform de standaardprocedure vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure, wordt de nazorg uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
  § 3. De persoon die tot nazorg moet overgaan, stelt op verzoek van de OVAM financiėle zekerheden tot waarborg van zijn verplichting om de nazorg uit te voeren. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.

  Afdeling IV. - Gebruiksbeperkingen.

  Art. 72. § 1. Als de OVAM van oordeel is dat bodemverontreiniging het gebruik van verontreinigde gronden beperkt of verhindert, kan ze gebruiksbeperkingen opleggen.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen deze beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  § 2. Elke belanghebbende kan onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige op gemotiveerde wijze gebruiksbeperkingen voorstellen aan de OVAM.

  Afdeling V. - Bestemmingsbeperkingen.

  Art. 73. § 1. Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat bodemverontreiniging het gebruik van verontreinigde gronden overeenkomstig hun bestemming verhindert, kan ze op advies van de OVAM bestemmingsbeperkingen opleggen, nadat de eigenaar en gebruiker van de verontreinigde gronden of desgevallend de gemandateerde gehoord zijn.
  § 2. Elke belanghebbende kan onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige op gemotiveerde wijze bestemmingsbeperkingen voorstellen aan de Vlaamse Regering.

  Afdeling VI. - Behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen.

  Onderafdeling I. - Toepassingsgebied.

  Art. 74.De bepalingen van deze afdeling zijn enkel van toepassing op schadegevallen die gemeld worden bij de bevoegde overheid binnen een termijn van [2 dertig dagen]2 nadat ze zich hebben voorgedaan en waarbij de effectieve behandeling van de bodemverontreiniging [1 maximaal honderdtachtig dagen duurt]1.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 46, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 33, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Onderafdeling II. - Bevoegde overheid.

  Art. 75.De bevoegde overheid in het kader van deze afdeling is de OVAM als het schadegeval gebeurt op :
  1° een grond in eigendom of beheer van een gemeente, autonoom gemeentebedrijf of intergemeentelijk samenwerkingsverband;
  2° [2 een grond waarop een inrichting of activiteit is gevestigd die krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ingedeeld wordt in de eerste klasse;]2
  3° een grond waarop een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering wordt uitgevoerd.
  In alle andere gevallen is de bevoegde overheid de burgemeester van de gemeente waar het schadegeval gebeurt.
  ----------
  (1)<DVR 2012-05-25/07, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 245, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Onderafdeling III. - Procedure.

  Art. 76.§ 1. Als op een grond een schadegeval gebeurt, meldt de exploitant, gebruiker of eigenaar van de grond dit onverwijld aan de bevoegde overheid. In deze melding geeft de exploitant, gebruiker of eigenaar aan welke maatregelen hij eventueel reeds genomen heeft ter uitvoering van zijn zorgvuldigheidsplicht.
  § 2. De bevoegde overheid kan een schadegeval vaststellen, een uitspraak doen over de aanpak van een schadegeval en maatregelen tot behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen opleggen. De bevoegde overheid deelt haar beslissing binnen dertig dagen na ontvangst van de melding mee aan de personen, vermeld in artikel 80, voor zover deze door haar gekend zijn.
  Als een schadegeval overeenkomstig het eerste lid wordt vastgesteld, zijn de bepalingen van artikel 9, § 2 en § 4, niet van toepassing.
  [1 De maatregelen tot behandeling van de bodemverontreiniging worden uiterlijk binnen honderdtachtig dagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het eerste lid, uitgevoerd.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 47, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 77.[1 Als de maatregelen, vermeld in artikel 76, § 2, handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt de beslissing van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 76, § 2, als meldingsakte of omgevingsvergunning]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-04-25/M4, art. 246, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 78. Na de uitvoering van de maatregelen, vermeld in artikel 76, § 2, wordt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige een evaluatierapport opgesteld waarin de resultaten van deze maatregelen worden opgenomen. Het evaluatierapport wordt aan de bevoegde overheid en de OVAM overgemaakt.

  Art. 79.§ 1. Als de OVAM op basis van de resultaten opgenomen in het evaluatierapport van oordeel is dat er na de uitvoering van de maatregelen, vermeld in artikel 76, § 2, nog altijd bodemverontreiniging aanwezig is en dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, [1 kan]1 de OVAM de persoon, vermeld in artikel 11, [1 aanmanen]1 om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren.
  § 2. Als de OVAM op basis van de resultaten opgenomen in het evaluatierapport van oordeel is dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, levert de OVAM aan de personen, vermeld in artikel 80, en aan de bevoegde overheid een verklaring af waarin de resultaten van de uitgevoerde maatregelen vastgesteld worden.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 48, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - Aanduiding van de plichtige.

  Art. 80.De verplichting om onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige de maatregelen tot behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen onverwijld uit te voeren, rust op de volgende persoon :
  1° [2 de exploitant, vermeld in titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, als op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand is gekomen een inrichting of activiteit gevestigd is die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens titel V;]2
  2° bij gebrek aan een exploitant : de gebruiker van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam;
  3° bij gebrek aan een exploitant en gebruiker : de eigenaar van de grond waar de bodemverontreiniging tot stand kwam.
  ----------
  (1)<DVR 2012-05-25/07, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 247, 012; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 81. Als de plichtige, vermeld in artikel 80, niet of in onvoldoende mate optreedt, maant de bevoegde overheid die persoon aan om zijn verplichtingen alsnog na te leven binnen een bepaalde termijn. Wordt binnen de gestelde termijn aan de aanmaning geen of in onvoldoende mate gevolg gegeven, kan de bevoegde overheid ambtshalve in zijn plaats de maatregelen, vermeld in artikel 76, § 2, uitvoeren en de kosten ervan verhalen op de ingebreke blijvende plichtige en de persoon die overeenkomstig artikel 16 aansprakelijk is.

  Art. 82. Wie overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling kosten maakt, kan deze verhalen op de persoon die overeenkomstig artikel 16 aansprakelijk is en kan van die persoon een voorschot vorderen of eisen dat hij een financiėle zekerheid stelt.

  Afdeling VII.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling I.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 83.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling II.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 84.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 85.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 86.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling III.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 87.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 88.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 89.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling V.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 90.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling VIII.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 34, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 91.
  <Opgeheven bij DVR 2017-12-08/23, art. 34, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  HOOFDSTUK VII. - Vrijwillige uitvoering van beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen.

  Afdeling I. - Algemeen.

  Art. 92.Zolang er krachtens deze titel voor een grond met historische bodemverontreiniging geen verplichting tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering bestaat, kan elk persoon als saneringswillige een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering [2 ...]2 uitvoeren.
  Een ander persoon dan de plichtige, vermeld in artikel 11 of 22, kan als saneringswillige de verplichting tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering, opgelegd krachtens deze titel, [2 ...]2 uitvoeren.
  De bepalingen van artikel 16 tot en met 18, artikel 25, en artikel 38 tot 68 zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering, vermeld in het eerste en tweede lid, met behoud van de bevoegdheid van de OVAM om op een later tijdstip de andere bepalingen van deze titel toe te passen.
  [1 De OVAM kan als saneringswillige overgaan tot uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek en bodemsanering als vermeld in het eerste en tweede lid. [3 De OVAM kan eveneens als saneringswillige overgaan tot uitvoering van een waterbodemonderzoek of de sanering van een waterbodem.]3 In verband met de (pre)financiering van de vrijwillige sanering door de OVAM kan de Vlaamse Regering een regeling treffen of een overeenkomst sluiten.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-07-05/07, art. 34, 008; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 50, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<DVR 2017-12-08/23, art. 35, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 93.Een ander persoon dan de plichtige, vermeld in artikel 80, kan als saneringswillige de verplichting tot behandeling van bodemverontreiniging bij schadegevallen [1 ...]1 uitvoeren. De bepalingen van artikel 74 tot en met 82 zijn van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 51, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 94.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 52, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling II. - Bodemsaneringsorganisaties.

  Onderafdeling I. - Doelstelling en erkenning van bodemsaneringsorganisaties.

  Art. 95.§ 1. Een bodemsaneringsorganisatie is een rechtspersoon die als maatschappelijk doel heeft het voorkomen en beheersen van bodemverontreiniging, alsook het begeleiden en stimuleren van de sanering van bodemverontreiniging die tot stand is gekomen naar aanleiding van de uitoefening van een activiteit [1 als bepaald door de Vlaamse Regering]1.
  § 2. Een bodemsaneringsorganisatie kan door de Vlaamse Regering worden erkend op voorwaarde dat ze mede is opgericht door [1 een organisatie die representatief is of verschillende organisaties die samen representatief zijn voor]1 alle natuurlijke personen of rechtspersonen die de activiteit uitoefenen waarvoor de bodemsaneringsorganisatie is opgericht.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure tot erkenning als bodemsaneringsorganisatie. Ze bepaalt tevens de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning en kan bijkomende erkenningsvoorwaarden bepalen.
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 36, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Onderafdeling II. - Verplichte taken van erkende bodemsaneringsorganisaties.

  Art. 96.Een erkende bodemsaneringsorganisatie heeft minstens de volgende taken met betrekking tot [1 ...]1 de activiteit waarvoor ze is opgericht :
  1° [2 het opmaken van een algemeen bodempreventieplan;]2
  2° het stimuleren en optimaliseren van onderzoeks- en saneringsconcepten;
  3° het verlenen van advies inzake preventie, beheersing, bodemonderzoek en bodemsanering van de bodemverontreiniging, alsook inzake de voorbereiding en opvolging van voorzorgsmaatregelen, aan [2 de personen die met de bodemsaneringsorganisatie een overeenkomst hebben gesloten als vermeld in artikel 97, § 1]2.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 115, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 37, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Onderafdeling III. - Facultatieve taken van erkende bodemsaneringsorganisaties.

  Art. 97.§ 1. De persoon, vermeld in artikel 11 of 22, die saneringsplichtig is voor bodemverontreiniging die het gevolg is van een activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, kan minstens voor de historische bodemverontreiniging die veroorzaakt is door die activiteit, de verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering aan die erkende bodemsaneringsorganisatie overdragen, op voorwaarde dat hij hiervoor met die erkende bodemsaneringsorganisatie een overeenkomst sluit, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. Door die overeenkomst komt de plicht tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering voor de bodemverontreiniging zoals vervat in de overeenkomst te liggen bij de erkende bodemsaneringsorganisatie. In geval van beėindiging van de overeenkomst keert de plicht tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering terug.
  [1 Een persoon die overeenkomstig de bepalingen van artikel 92 als saneringswillige wenst over te gaan tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering, kan dit engagement tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering aan de erkende bodemsaneringsorganisatie overdragen, op voorwaarde dat hij hiervoor een overeenkomst sluit met die erkende bodemsaneringsorganisatie, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt.]1
  [2 De Vlaamse Regering kan een termijn bepalen waarin de overeenkomsten, vermeld in het eerste en het tweede lid, moeten worden gesloten.]2
  § 2. De erkende bodemsaneringsorganisatie voert [1 de beschrijvende bodemonderzoeken en de bodemsaneringen]1 waarvoor ze conform § 1 [1 een overeenkomst heeft gesloten]1 uit overeenkomstig de termijnen die opgenomen zijn in het saneringsprogramma dat jaarlijks aan de OVAM ter goedkeuring moet worden voorgelegd. Dat saneringsprogramma omvat minstens de lijst en de prioriteit van alle beschrijvende bodemonderzoeken en bodemsaneringen waartoe de erkende bodemsaneringsorganisatie zich verbonden heeft overeenkomstig § 1. De Vlaamse Regering kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot de verplichte inhoud en de goedkeuringsprocedure van het saneringsprogramma.
  § 3. Voor de bodemonderzoeken en bodemsaneringen die worden uitgevoerd in het kader van § 2, kan de Vlaamse Regering afwijkingen toestaan op de toepassing van artikel 38 tot en met 68 en van artikel 71.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 116, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 38, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Onderafdeling IV. - Subsidies.

  Art. 98.[1 De Vlaamse Regering kan subsidies toekennen aan een erkende bodemsaneringsorganisatie voor de gedeeltelijke financiering van de taken en de werkingskosten noodzakelijk om die taken uit te voeren inzake historische bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht. De subsidies kunnen ook worden toegekend voor door derden gemaakte en door de erkende bodemsa- neringsorganisatie aanvaarde kosten voor beschrijvende bodemonderzoeken of bodemsaneringen voor dergelijke historische bodemverontreiniging, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt.
  [2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gemengde bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, en waarop de bepalingen voor historische bodemverontreiniging van toepassing zijn conform artikel 27, § 2.]2
   De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de subsidies vast.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 53, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 39, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Onderafdeling V. - Toezicht en sancties.

  Art. 99. De Vlaamse Regering en de OVAM houden toezicht op de vervulling van de taken die krachtens deze afdeling rusten op een erkende bodemsaneringsorganisatie. De Vlaamse Regering kan de nadere regels hiervoor bepalen.

  Art. 100. Als een erkende bodemsaneringsorganisatie de verplichtingen in deze afdeling niet of onvoldoende naleeft, kan de Vlaamse Regering de erkenning van de bodemsaneringsorganisatie schorsen of opheffen. De Vlaamse Regering bepaalt hiervan de nadere voorwaarden.

  HOOFDSTUK VIII. - Overdrachten.

  Afdeling I. - Overeenkomst betreffende de overdracht van gronden.

  Art. 101.§ 1. Voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden moet de overdrager of desgevallend de gemandateerde bij de OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver.
  [1 ...]1.
  § 2. De onderhandse akte waarin de overdracht van gronden wordt vastgelegd, bevat de inhoud van het bodemattest.
  § 3. In alle akten betreffende de overdracht van gronden, neemt de instrumenterende ambtenaar de verklaring van de overdrager of desgevallend de gemandateerde op dat de verwerver voor het sluiten van de overeenkomst op de hoogte is gebracht van de inhoud van het bodemattest. De instrumenterende ambtenaar neemt tevens de inhoud van het bodemattest in de akte op.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 54, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling II. - Overdracht van risicogronden.

  Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.

  A. Verplichting om een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren.

  Art. 102.[1 § 1. Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een orienterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM werd bezorgd.
   [3 In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriėnterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek.]3]1
  [3 De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geėxploiteerd.]3
  § 2. Het oriėnterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 55, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-06-30/08, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 17-07-2017>
  (3)<DVR 2017-12-08/23, art. 40, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  B. Melding van overdracht.

  Art. 103.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 56, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling II. - Nieuwe bodemverontreiniging.

  A. Saneringsplicht.

  Art. 104.§ 1. [3 Als de OVAM op basis van het oriėnterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, of het grondeninformatieregister van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde voor die bodemverontreiniging een beschrijvend bodemonderzoek heeft uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM heeft bezorgd.]3
  § 2. Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of desgevallend de gemandateerde :
  1° een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
  2° jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
  3° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.
  [2 De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°.]2
  § 3. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing als er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 119, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2010-12-23/39, art. 128, 005; Inwerkingtreding : 28-02-2011>
  (3)<DVR 2014-03-28/56, art. 57, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

  Art. 105.§ 1. [1 De overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 104, § 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is:
   1° de bodemverontreiniging is niet op de over te dragen grond tot stand gekomen;
   2° de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker. Als de gebruiker voor een deel van de verontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging;
   3° de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 2, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar. Als de eigenaar voor een deel van de verontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging. De eigenaar is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant of de gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1.]1
  § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de verplichtingen, vermeld in artikel 104, § 2, na te leven als de OVAM een van de volgende elementen aantoont :
  1° een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt;
  2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had.
  [2 § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 104 heeft plaatsgevonden.]2
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 58, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 41, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 106. [1 De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in artikel 105, § 1, moeten worden gevoegd.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 120, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 107. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de overdraagbaarheid [1 en het verval]1 van de vrijstelling van de verplichtingen, vermeld in artikel 104.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 120, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  C. Administratief beroep.

  Art. 108. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel [1 104 en]1 105, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Onderafdeling III. - Historische bodemverontreiniging.

  A. Saneringsplicht.

  Art. 109.§ 1. [3 Als de OVAM op basis van het oriėnterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, of het grondeninformatieregister van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde voor die bodemverontreiniging een beschrijvend bodemonderzoek heeft uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM heeft bezorgd.]3.
  § 2. Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de grond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde :
  1° een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
  2° jegens OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
  3° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.
  [2 De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°.]2
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 119, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2010-12-23/39, art. 128, 005; Inwerkingtreding : 28-02-2011>
  (3)<DVR 2014-03-28/56, art. 59, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  B. Vrijstelling van de saneringsplicht.

  Art. 110.§ 1. [1 De overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde is niet verplicht om het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 109, § 2, na te leven, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of op basis van het gemotiveerd standpunt van de overdrager of, in voorkomend geval, de gemandateerde van oordeel is dat aan een van de volgende elementen voldaan is:
   1° de bodemverontreiniging is niet tot stand gekomen op de over te dragen grond;
   2° de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van gebruiker. Als de gebruiker voor een deel van de verontreiniging cumulatief voldoet aan die voorwaarden, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging;
   3° de overdrager voldoet cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 2, eerste lid, of cumulatief aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, als het gaat om een overdrager die de hoedanigheid heeft van eigenaar. Als de betrokkene voor een deel van de verontreiniging cumulatief voldoet aan die voorwaarden, is hij in het kader van de overdracht vrijgesteld van de saneringsplicht voor dat deel van de bodemverontreiniging. De eigenaar is ook vrijgesteld van de saneringsplicht voor de bodemverontreiniging of het deel van de bodemverontreiniging waarvoor de exploitant of de gebruiker die op de over te dragen grond aanwezig is, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1.]1
  § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1 is de overdrager alsnog verplicht het beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of de vereisten, vermeld in artikel 109, § 2, na te leven, als de OVAM een van de volgende elementen aantoont :
  1° een rechtsvoorganger van de overdrager heeft de bodemverontreiniging veroorzaakt;
  2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen tijdens de periode dat een rechtsvoorganger van de overdrager de grond in exploitatie, in gebruik of in eigendom had.
  [2 § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 109 heeft plaatsgevonden.]2
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 60, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 42, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 111. De bepalingen van artikelen 106 en 107 zijn van overeenkomstige toepassing.

  C. Administratief beroep.

  Art. 112. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikel [1 109 en]1 110, een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 122, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Onderafdeling IV.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 61, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 113.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 61, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling V. - Overname uitvoering van verplichtingen.

  Art. 114. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de overname van de uitvoering van de verplichtingen om tot overdracht van risicogronden te kunnen overgaan.

  Onderafdeling VI. - Versnelde overdrachtsprocedure.

  Art. 115.§ 1. In afwijking van de bepalingen van artikelen 104, § 2, en 109, § 2, kan de overdracht toch plaatsvinden op voorwaarde dat de versnelde overdrachtsprocedure, vermeld in § 2 tot en met § 5, wordt nageleefd.
  § 2. De overdrager of de gemandateerde [2 of de verwerver of de persoon die beschikt over een rechtsgeldige titel om de overdracht te doen uitvoeren, meldt aan de OVAM zijn bedoeling]2 om de versnelde overdrachtsprocedure toe te passen.
  Zij voegen bij deze melding de volgende documenten :
  1° het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, voor zover de OVAM daarvan nog niet in het bezit is;
  2° een kostenraming van de bodemsanering en de eventuele nazorg, opgemaakt door een bodemsaneringsdeskundige;
  3° [2 ...]2.
  § 3. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van alle documenten, vermeld in § 2, spreekt de OVAM zich uit over [3 ...]3 het verzoek tot toepassing van de versnelde overdrachtsprocedure.
  Als de OVAM zich niet binnen de termijn van zestig dagen heeft uitgesproken, kan de overdracht plaatsvinden, met behoud van de mogelijkheid om de andere bepalingen van dit decreet later toe te passen.
  § 4. Als uit het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, uit het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek of uit het grondeninformatieregister blijkt dat de grond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt, door een ernstige historische bodemverontreiniging of door een gemengde bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt dan wel een ernstige bodemverontreiniging vormt naargelang de toepasselijke regeling krachtens de bepalingen van artikel 27, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de verwerver :
  1° jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan om een bodemsaneringsproject op te stellen en de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
  2° financiėle zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van zijn verplichtingen overeenkomstig 1°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiėle zekerheden worden gesteld.
  [1 De verplichting om de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren, moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°.]1
  § 5. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 3 en § 4, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
  [4 § 6. Artikel 105, § 3, en artikel 110, § 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling van de saneringsplicht in de procedure van versnelde overdracht.]4
  ----------
  (1)<DVR 2010-12-23/39, art. 129, 005; Inwerkingtreding : 28-02-2011>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 62, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<DVR 2017-12-08/23, art. 43,1°, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  (4)<DVR 2017-12-08/23, art. 43,2°, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Afdeling III. - Nietigheid en niet-tegenstelbaarheid.

  Art. 116.§ 1. De verwerver kan de nietigheid vorderen van de overdracht die plaatsvond in strijd met de bepalingen van afdeling I.
  De nietigheid kan niet meer worden ingeroepen als cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° de verwerver is in het bezit gesteld van het meest recent afgeleverde bodemattest of van een bodemattest waarvan de inhoud identiek is aan de inhoud van het meest recent afgeleverde bodemattest;
  2° de verwerver laat zijn verzaking aan de nietigheidsvordering uitdrukkelijk in een authentieke akte vaststellen.
  § 2. De verwerver kan de nietigheid vorderen van de overdracht die plaatsvond in strijd met de bepalingen van afdeling II.
  De nietigheid kan niet meer worden ingeroepen als cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° de bepalingen van afdeling II van dit hoofdstuk werden alsnog nageleefd;
  2° de verwerver laat zijn verzaken aan de nietigheidsvordering uitdrukkelijk in een authentieke akte opnemen.
  § 3. [1 De overdracht van een risicogrond is niet tegenstelbaar aan de OVAM als die heeft plaatsgevonden in strijd met de overdrachtsbepalingen voor risicogronden. De OVAM kan de overdrager die de risicogrond onwettig heeft overgedragen, de volgende verplichtingen opleggen:
   1° de uitvoering van een oriėnterend bodemonderzoek op de overgedragen risicogrond;
   2° de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of eventuele nazorg voor de bodemverontreiniging die tot stand gekomen is op de overgedragen risicogrond en naar alle redelijkheid aanwezig was op die grond op het ogenblik van de onwettige overdracht.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 63, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 117. In de akte houdende overdracht van de gronden vermeldt de instrumenterende ambtenaar dat de bepalingen van [1 afdeling II]1 werden toegepast.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 123, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Afdeling IV. - Afstand van eigendomsrecht.

  Art. 118. Afstand van het eigendomsrecht of van de andere zakelijke rechten, vermeld in artikel 2, 18°, ontslaat de houder van het zakelijk recht niet van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren die op hem rusten krachtens de bepalingen van dit decreet.

  HOOFDSTUK IX. - Onteigening van gronden.

  Afdeling I. - Bepalingen van toepassing op alle onteigeningen.

  Art. 119.De overheid die van plan is over te gaan tot onteigening vraagt bij de OVAM een bodemattest aan betreffende de gronden die ze wil onteigenen.
  [1 De onteigening van een grond waarop blijkens het Grondeninformatieregister bodemverontreiniging tot stand gekomen is waarvoor het saneringscriterium, vermeld in artikel 9 of 19, overschreden is, heeft van rechtswege de volgende gevolgen:
   1° een eventuele bestaande saneringsplicht voor die bodemverontreiniging vervalt op het ogenblik van de onteigening;
   2° de onteigenende overheid wordt saneringsplichtig voor die bodemverontreiniging op het ogenblik van de onteigening. Dit is niet het geval als de personen, vermeld in artikel 11 en 21, vóór de onteigening vrijstelling van saneringsplicht hebben bekomen voor die bodemverontreiniging.]1
  [1 Voor de bodemverontreiniging, vermeld in het tweede lid, die op het ogenblik van de onteigening niet in het Grondeninformatieregister opgenomen is, ontstaat de saneringsplicht of wordt de saneringsplicht gevestigd na de onteigening overeenkomstig artikel 9 en 11 of artikel 19 en 22.
   [2 ...]2.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 64, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-02-24/22, art. 100, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 119bis. [1 De overheid die van plan is tot onteigening van een grond of gronden over te gaan, kan op de te onteigenen grond of gronden op eigen kosten een bodemonderzoek uitvoeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 65, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling II.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 66, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 120.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 66, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 121.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 66, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK X. - Sluiting van een risico-inrichting.

  Art. 122.§ 1. Binnen een termijn van negentig dagen na de sluiting van een risico-inrichting wordt een oriėnterend bodemonderzoek uitgevoerd op de grond waar de inrichting gevestigd is of was.
  § 2. Het oriėnterend bodemonderzoek wordt op initiatief en op kosten van de exploitant uitgevoerd.
  § 3. De exploitant meldt aan de OVAM de sluiting van de risico-inrichting [1 binnen de termijn, vermeld in § 1]1. [3 Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt uiterlijk op de datum van de melding aan de OVAM een verslag van het oriėnterende bodemonderzoek of, in voorkomend geval, een verslag van het oriėnterende en het beschrijvende bodemonderzoek bezorgd]3. [1 De melding moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gedaan worden met een volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend meldingsformulier voor sluiting.]1
  De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de modaliteiten van deze melding.
  § 4. [1 Als de OVAM op basis van het oriėnterend bodemonderzoek van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de risicogrond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, of door een ernstige nieuwe of historische bodemverontreiniging, maant ze binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de ontvankelijke melding van sluiting de exploitant, vermeld in § 2, aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren.
   Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek of het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek van oordeel is dat de nieuwe bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dat er sprake is van een ernstige nieuwe of historische bodemverontreiniging, maant ze de exploitant, vermeld in § 2, binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek of het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek aan om over te gaan tot bodemsanering en uitvoering van de eventuele nazorg.
   Op verzoek van de OVAM stelt de exploitant financiėle zekerheden tot waarborg van de uitvoering van zijn verplichtingen, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop die financiėle zekerheden worden gesteld.]1
  [2 De OVAM kan de termijn bepalen waarin het beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het bodemsaneringsproject wordt opgesteld, en het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek en het bodemsaneringsproject aan haar wordt bezorgd.]2
  [1 § 5. De exploitant, vermeld in § 2, is niet verplicht om op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering en de eventuele nazorg in te gaan, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden :
   1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
   2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij de grond in exploitatie heeft genomen.
  [2 Als de OVAM op basis van het dossier of het standpunt van oordeel is dat de exploitant voor een deel van de bodemverontreiniging cumulatief aan die voorwaarden voldoet, wordt de exploitant voor dat deel van de bodemverontreiniging vrijgesteld van de saneringsplicht.]2
   In afwijking van het eerste lid is de exploitant, vermeld in § 2, alsnog verplicht in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering en de eventuele nazorg, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie had.
   De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren. De Vlaamse Regering kan een termijn vaststellen waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend.
   § 6. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 4 en § 5, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikelen 153 tot en met 155.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 125, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 67, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<DVR 2017-06-30/08, art. 69, 014; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  HOOFDSTUK XI. - Faillissement [1 ...]1.
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 44, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 123.[1 § 1. Als een handelaar of een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond, failliet wordt verklaard, wordt op initiatief van de curator een oriėnterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond. De curator neemt het initiatief tot het uitvoeren van het oriėnterend bodemonderzoek binnen een termijn van zestig dagen na zijn vaststelling dat de gefailleerde eigenaar is van een risicogrond.
   § 2. [2 ...]2.
   § 3. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van oriėnterend bodemonderzoek spreekt de OVAM er zich over uit en stelt ze de curator [2 ...]2, en de eigenaar en de gebruiker van de grond hiervan in kennis.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 126, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 68, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK XII. - Waterbodems.

  Afdeling I. - Waterbodemonderzoek.

  Onderafdeling I. - Verplichting om een waterbodemonderzoek uit te voeren.

  Art. 124. § 1. De Vlaamse Regering wijst de waterbodems aan waar de beheerder binnen een door haar bepaalde termijn op eigen initiatief en op eigen kosten een waterbodemonderzoek moet uitvoeren.
  § 2. Een waterbodemonderzoek kan worden uitgevoerd door een andere persoon dan de beheerder van de waterbodem.

  Onderafdeling II. - Doel, inhoud en procedure.

  Art. 125. § 1. Een waterbodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er een ernstige bodemverontreiniging ter hoogte van de waterbodem bestaat. Het beoogt een beschrijving te geven van de aard, hoeveelheid, concentratie, oorsprong en omvang van de verontreinigende stoffen of organismen, de mogelijkheid op verspreiding ervan en het gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater.
  Daarnaast kunnen in een waterbodemonderzoek gegevens worden opgenomen met betrekking tot de inschatting van het gevaar op blootstelling aan de bodemverontreiniging van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater bij een potentieel andere bestemming.
  § 2. Een waterbodemonderzoek bestaat uit een historisch onderzoek en een monsterneming van de waterbodem en de gronden die verontreinigd kunnen zijn ten gevolge van de verspreiding van de verontreiniging van de waterbodem of het oppervlaktewater.
  § 3. Een waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure vastgesteld door de Vlaamse Regering. Bij ontstentenis van dergelijke standaardprocedure wordt het waterbodemonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
  § 4. Een waterbodemonderzoek kan gefaseerd worden uitgevoerd in de gevallen en overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in § 3.

  Onderafdeling III. - Conformverklaring van het waterbodemonderzoek.

  Art. 126. Binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van het verslag van het waterbodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het onderzoek met de bepalingen van deze afdeling, en levert ze een conformiteitsattest af of legt ze aanvullende onderzoeksverrichtingen op.
  De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de kennisgeving en de conformverklaring van het waterbodemonderzoek en de inhoud en de kennisgeving van het conformiteitsattest.

  Onderafdeling IV. - Ernst van de bodemverontreiniging.

  Art. 127. Op het moment van de conformverklaring van het waterbodemonderzoek beoordeelt de OVAM of er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging.

  Onderafdeling V. - Administratief beroep.

  Art. 128. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in artikelen 126 en 127, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 153 tot [1 en met]1 155.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 127, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Onderafdeling VI. - Ambtshalve waterbodemonderzoek.

  Art. 129. Onverminderd de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kan de Vlaamse Regering de OVAM belasten om ambtshalve een waterbodemonderzoek uit te voeren.

  Afdeling II. - Saneringsplicht.

  Onderafdeling I. - Saneringscriterium.

  Art. 130.§ 1. Er wordt overgegaan tot bodemsanering als het waterbodemonderzoek de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging aantoont.
  § 2. De Vlaamse Regering wijst die waterbodems met een ernstige bodemverontreiniging aan, evenals de gronden die verontreinigd zijn ten gevolge van de verspreiding van de verontreiniging van de waterbodem of het oppervlaktewater, waar bodemsanering prioritair moet plaatsvinden. De Vlaamse Regering kan zich bij de prioriteitsbepaling baseren op de [1 stroomgebiedbeheerplannen]1, vermeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.
  ----------
  (1)<DVR 2015-12-18/24, art. 65, 011; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  Onderafdeling II. - Saneringsdoel.

  Art. 131. De bepalingen van artikel 21 zijn van overeenkomstige toepassing.

  Onderafdeling III. - Aanduiding van de plichtige tot uitvoering en (pre)financiering van de bodemsanering.

  Art. 132.§ 1. [1 De verplichting om op eigen kosten de bodemsanering voor de verontreiniging, vermeld in artikel 130, § 2, uit te voeren, rust op de beheerder van de waterbodem. In afwijking hiervan rust voor die verontreiniging van de waterbodem waarvoor kan worden aangewezen op welke grond ze tot stand gekomen is, de saneringsplicht op de persoon, vermeld in artikel 22.]1
  § 2. De [1 personen,]1 vermeld in § 1, kan de kosten van de bodemsanering verhalen op de persoon die overeenkomstig artikel 25 aansprakelijk is en [1 kunnen]1 van deze saneringsaansprakelijke een voorschot vorderen of eisen dat hij een financiėle zekerheid stelt.
  § 3. De bodemsanering kan worden uitgevoerd door een andere persoon dan de [1 saneringsplichtige personen]1, vermeld in § 1.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 69, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling IV. - Vrijstelling van de saneringsplicht.

  Art. 133. De bepalingen van artikel 23 zijn van overeenkomstige toepassing.

  Onderafdeling V. - Aansprakelijkheid.

  Art. 134. De bepalingen van artikel 25 zijn van overeenkomstige toepassing.

  Afdeling III. - Bodemsanering.

  Art. 135. De bepalingen van hoofdstuk V en hoofdstuk VI zijn van overeenkomstige toepassing op de bodemsanering van waterbodems, met uitzondering van [1 ...]1 de bepalingen vastgesteld krachtens artikelen 48, [1 51]1 58, § 2, en 66, voor zover de saneringswerken plaatsvinden binnen een strook vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam tot vijf meter landinwaarts.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 70, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2016 (BVR 2015-10-23/21, art. 50)>

  HOOFDSTUK XIII. - Het gebruik van uitgegraven bodem.

  Afdeling I. - Toepassingsgebied.

  Art. 136. De bepalingen van dit hoofdstuk regelen het gebruik van uitgegraven bodem. De bepalingen van dit hoofdstuk gelden ook voor gereinigde uitgegraven bodem en uitgegraven bodem waarop een fysische scheiding wordt toegepast.

  Art. 137. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het gebruik van primaire oppervlaktedelfstoffen, als vermeld in het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen, op delfstoffen die in grindwinningsgebieden volgens het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning ontgonnen worden en op ingevoerde minerale delfstoffen die als geologische afzetting in hun natuurlijke staat ontgonnen worden.

  Afdeling II. - Algemene bepalingen.

  Art. 138.§ 1. Om de verspreiding van bodemverontreiniging te beheersen [1 en het duurzame gebruik van uitgegraven bodem te bevorderen]1 stelt de Vlaamse Regering nadere regelen vast betreffende de voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem, de procedure voor het traceren van uitgegraven bodem en de taken die een bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats en grondreinigingscentrum als vermeld in artikel 139 hierbij vervult.
  § 2. De Vlaamse Regering kan het gebruik van uitgegraven bodem afhankelijk maken van het opstellen van een technisch verslag. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast met betrekking tot de inhoud van het technisch verslag.
  Een technisch verslag wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij ontstentenis van dergelijke standaardprocedure wordt het technisch verslag opgesteld volgens een code van goede praktijk.
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 71, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling III. - Erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum.

  Art. 139. § 1. De Vlaamse Regering is bevoegd om een rechtspersoon te erkennen als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum voor het uitvoeren van de taken, vastgesteld door de Vlaamse Regering krachtens de bepalingen van artikel 138, § 1.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning, schorsing en opheffing van de erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum, evenals de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning.
  § 3. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen de OVAM de taken van een erkende bodembeheerorganisatie kan overnemen. De Vlaamse Regering kan ook nadere regelen vaststellen betreffende de procedure en de voorwaarden tot overname van de taken door de OVAM.

  HOOFDSTUK XIV. - Sites.

  Afdeling I. - Vaststelling van een site.

  Art. 140.[1 De OVAM kan een site vaststellen op basis van bodemverontreiniging of potentiėle bodemverontreiniging. Die vaststelling wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   § 2. De Vlaamse Regering kan een site vaststellen op basis van andere factoren dan bodemverontreiniging of potentiėle bodemverontreiniging, na advies van de OVAM over de bodemverontreiniging of potentiėle bodemverontreiniging. Bij die vaststelling kan een potentiėle nabestemming gevoegd zijn en ze wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
   In de vaststelling, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering afwijken van de regeling, vastgesteld krachtens artikel 138. In dat geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat artikel 141 niet van toepassing is op de site.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 72, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling II. - [1 Siteonderzoek]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 73, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling I. [1 Uitvoering van een siteonderzoek]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 74, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 141.[1 De vaststelling als site heeft van rechtswege tot gevolg dat de OVAM een siteonderzoek uitvoert.
   Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een andere persoon dan de OVAM beslissen om het siteonderzoek vrijwillig uit te voeren.
   Het siteonderzoek wordt uitgevoerd binnen de termijn die in het sitebesluit is vastgelegd.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 75, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Onderafdeling II. - (oud afdeling III)[1 Doel, inhoud en procedures]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 76, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 142.[1 Een siteonderzoek wordt uitgevoerd op een site om de bodemverontreiniging of potentiėle bodemverontreiniging die afkomstig is van de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld, in kaart te brengen en om de ernst ervan vast te stellen. Het siteonderzoek voldoet aan de doelstellingen van een oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek voor de bodemverontreinigende activiteit waarvoor de site is vastge- steld.
   Een siteonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 44, tweede lid, voor de bodem verontreinigende activiteit waarvoor de site is vastgesteld. Bij gebrek aan een dergelijke standaardprocedure wordt het siteonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.]1 [2 Een verslag van siteonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaard-procedure.]2
  [2 Een siteonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een siteonderzoek.]2
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 77, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 51, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Onderafdeling III. [1 - Beslissingen op basis van het siteonderzoek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 52, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 143.[1 [2 ...]2
   De bepalingen van artikel [2 40]2 zijn van overeenkomstige toepassing.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 79, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<DVR 2017-12-08/23, art. 53, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Afdeling III. - [1 Verplichting om bodemsanering uit te voeren op een site]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-03-28/56, art. 80, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 144.[1 De bepalingen van artikel 9 tot en met 27quinquies, artikel 47 tot en met 68 en artikel 92 zijn van overeenkomstige toepassing op bodemsanering op siteniveau.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 81, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling IV. - (oud afdeling V) [1 Site versus grond]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 82, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 145.[1 De toepassing van dit hoofdstuk heeft geen schorsend effect op de toepassing van de bepalingen van dit decreet op een grond die deel uitmaakt van een site, behalve in geval van een uitdrukkelijk andersluidende beslissing van de OVAM. De OVAM garandeert zo nodig een optimale coördinatie.
   Voor de overdracht van de risicogronden die van de site deel uitmaken, kan de OVAM vrijstelling verlenen van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 29, 30 en 102, § 1.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 83, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK XV. - Administratief beroep.

  Afdeling I. - [1 Beroep tegen beslissingen over het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 84, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 146.[1 Alle belanghebbenden kunnen tegen de volgende beslissingen van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering:
   1° de conformverklaring van het bodemsaneringsproject of van het beperkt bodemsaneringsproject;
   2° de vaststelling van de voorwaarden en de termijn voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 85, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 147.[1 Het beroep wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend met een aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs.
   Het beroep wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen dertig dagen na de kennisgeving van het conformiteitsattest door de OVAM overeenkomstig de bepalingen, vastgesteld krachtens artikel 51. De personen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking, kunnen beroep indienen binnen dertig dagen na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing overeenkomstig de bepalingen, vastgesteld krachtens artikel 51.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 86, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 148.Bij het beroepschrift worden, op straffe van onontvankelijkheid, de volgende documenten gevoegd :
  1° een afschrift van de bestreden beslissing;
  2° [2 als het beroep wordt ingediend door personen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking, een attest van de burgemeester waaruit de bekendmaking blijkt.]2
  [1 De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere documenten op straffe van onontvankelijkheid bij het beroepschrift moeten worden gevoegd.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 130, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 87, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 149. Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep, wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar bij aangetekende brief in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep.

  Art. 150. § 1. [1 Het administratief beroep, vermeld in artikel 146, beperkt zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM.]1
  § 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep, doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing van de Vlaamse Regering wordt binnen tien dagen na datum van deze beslissing bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijk beroep.
  § 3. Als de uitspraak over het ingediende beroep en de kennisgeving ervan niet gebeurt binnen de termijn, vermeld in § 2, wordt het beroep geacht verworpen te zijn.
  § 4. De uitspraak wordt op de wijze, [2 vastgesteld krachtens artikel 51,]2 bekendgemaakt.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 131, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 88, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2016 (BVR 2015-10-23/21, art. 50)>

  Art. 151.[1 Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissingen, vermeld in artikel 146, tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 54, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 152. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de procedure voor de behandeling van het beroep.

  Afdeling II. - Andere beroepen.

  Art. 153. Behalve in de gevallen waarvoor de beroepsprocedure in artikel 146 tot en met 152 geregeld is, kan door elke belanghebbende tegen elke beslissing van de OVAM waartegen overeenkomstig dit decreet beroep openstaat, bij de Vlaamse Regering een niet-schorsend beroep worden aangetekend [1 ...]1 .
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 132, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  Art. 154.[1 § 1.[2 Het beroep wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend met een aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing van de OVAM overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.]2
   Bij het beroepschrift wordt, op straffe van onontvankelijkheid, een afschrift van de bestreden beslissing gevoegd. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere documenten, op straffe van onontvankelijkheid, bij het beroepschrift moeten worden gevoegd.
   § 2. Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar bij aangetekende brief in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 133, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 155. § 1. [1 Het administratief beroep, vermeld in artikel 153, is een vol beroep als het beroep betrekking heeft op een beslissing van de OVAM over de aanduiding van de saneringsplichtige, de vrijstelling van de saneringsplicht of de exoneratie van de verplichting om een site-onderzoek uit te voeren, met uitzondering van die onderdelen van voormelde beslissingen waarbij de OVAM als bodemsaneringsdeskundige uitspraak heeft gedaan.
   In de andere gevallen beperkt het administratief beroep, vermeld in artikel 153, zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM of het betreffende onderdeel ervan.]1
  § 2. [1 Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing wordt binnen tien dagen na de datum ervan bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijke beroep.]1
  [1 § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen voor de behandeling van het beroep.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 134, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>

  HOOFDSTUK XVI. - Ambtshalve tussenkomst van de OVAM.

  Art. 156.[1 In geval van een vrijstelling van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, kan de OVAM beslissen om ambtshalve een oriėnterend bodemonderzoek uit te voeren of de grond op te nemen in een site met het oog op de uitvoering van een siteonderzoek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-08/23, art. 55, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 157.De OVAM kan beslissen om ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in afdelingen III, VI en VII van hoofdstuk VI, uit te voeren, als de exploitant, gebruiker en eigenaar van de gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam niet gehouden is om een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren krachtens de bepalingen van artikel [1 12]1 of 23, artikel 105 of 110, of artikel 133. [2 Als de eigenaar krachtens de voormelde bepalingen voor een deel van de bodemverontreiniging van de saneringsplicht vrijgesteld is, kan de OVAM beslissen om voor dat deel van de bodemverontreiniging ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in titel III, hoofdstuk VI, afdeling III en VI, uit te voeren.]2
  [2 Als een grond die het voorwerp uitmaakt van een ambtshalve bodemsanering, door de OVAM in de periode tussen de beslissing tot ambtshalve uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering en de aflevering van de eindverklaring voor de ambtshalve bodemsanering in het kader van een voorlopig of definitief vast- gesteld ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg een bestemming krijgt waardoor met toepassing van artikel 10, § 2, of artikel 21, § 1, een aangepast saneringsdoel op de bodemsanering van toepassing wordt, worden de eventuele meerkosten van de ambtshalve uitvoering van de bodemsanering vanwege de toepassing van het aan- gepaste saneringsdoel ge(pre)financierd door de persoon die eigenaar is van die grond op het moment van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg.]2
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 135, 004; Inwerkingtreding : 14-02-2009>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 91, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 158.[1 De OVAM kan beslissen om bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in titel III, hoofdstuk VI, afdeling III en VI, op siteniveau ambtshalve uit te voeren.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 92, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 159. Als de OVAM ambtshalve optreedt, kan ze zich laten bijstaan door andere overheidsinstellingen, ondernemingen of deskundigen.

  Art. 160.[1 Als de OVAM krachtens de bepalingen van dit decreet van rechtswege of ambtshalve optreedt, verhaalt ze de kosten op de persoon die aansprakelijk is conform artikel 16 of 25.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-03-28/56, art. 93, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 160bis. [1 In afwijking van artikel 160 kan de OVAM beslissen af te zien van verhaal als de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2015-12-18/24, art. 66, 011; Inwerkingtreding : 08-01-2016>
  

  Art. 161.§ 1. Op grond van de beslissing van de OVAM [3 tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet]3, heeft de OVAM tot zekerheid van de voldoening van de kosten van de ambtshalve uitvoering ervan een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de personen, vermeld in artikel 160, en kan ze een wettelijke hypotheek nemen op al de daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerde goederen van deze personen. [2 Hetzelfde geldt als de OVAM van rechtswege een siteonderzoek uitvoert met toepassing van artikel 141.]2
  § 2. Het voorrecht neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.
  § 3. De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens de betekende [3 beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet]3.
  § 4. De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaar daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering.
  De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande beroep, op voorlegging van een afschrift van de [3 beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet]3, die eensluidend wordt verklaard door die ambtenaar en die melding maakt van de betekening ervan.
  § 5. Artikel 19, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde kosten van de ambtshalve [3 uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet]3, waarvoor een beslissing door de OVAM genomen werd en waarvan de betekening aan de personen, vermeld in artikel 160, is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.
  ----------
  (1)<DVR 2007-12-21/82, art. 38, 003; Inwerkingtreding : 14-02-2009; zoals gewijzigd bij DVR 2008-12-12/72, art. 143>
  (2)<DVR 2014-03-28/56, art. 94, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<DVR 2017-12-08/23, art. 56, 016; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  HOOFDSTUK XVII. - Retributies.

  Art. 162.§ 1. De Vlaamse Regering kan de toegankelijkheid van het grondeninformatieregiser afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 2. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een verslag van oriėnterend bodemonderzoek, een verslag van site-onderzoek, een verslag van beschrijvend bodemonderzoek, een verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek, een verslag van aanvullende onderzoeksverrichtingen, evenals een bodemsaneringsproject, een beperkt bodemsaneringsproject, een aangevuld of gewijzigd bodemsaneringsproject [1 , een eindevaluatieonderzoek [3 ...]3 [4 ...]4]1 afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 3. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 4. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot cofinanciering en van de aanvraag tot toepassing van de draagkrachtregeling afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 5. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot erkenning als [2 ...]2, bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats en grondreinigingscentrum afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 6. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot toepassing van haar bevoegdheden, vermeld in artikelen 164 en 165, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 7. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een beroep, vermeld in artikelen 146 en 153, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
  § 8. Als de OVAM ambtshalve optreedt overeenkomstig artikelen [3 157 of 158 van dit decreet, of artikel 16.4.7, § 1, 3°, of artikel 16.4.16, tweede lid, van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]3 zijn de ingebreke blijvende plichtige of de aansprakelijke personen een retributie verschuldigd aan de OVAM.
  § 9. Als de Vlaamse Regering in de gevallen, vermeld in § 1 tot en met § 7, een retributie vaststelt, moet, op straffe van onontvankelijkheid, het bewijs van betaling van de retributie gevoegd worden :
  1° bij de aanvraag van een bodemattest;
  2° bij het verslag van oriėnterend bodemonderzoek, het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriėnterend en beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van aanvullende onderzoeksverrichtingen, het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject, het aangevuld of gewijzigd bodemsaneringsproject [1 , het eindevaluatieonderzoek [3 ...]3 [4 ...]4]1;
  3° [1 bij het verzoek, vermeld in § 2, of bij]1 de aanvraag, vermeld in § 3 tot en met § 6;
  4° [1 bij]1 het beroep, vermeld in § 7.
  ----------
  (1)<DVR 2007-12-21/35, art. 47, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2008
  (2)<DVR 2012-04-20/11, art. 41, 006; Inwerkingtreding : 03-05-2013. Zie BVR 2013-03-01/22, art. 193>
  (3)<DVR 2014-03-28/56, art. 95, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (4)<DVR 2015-12-18/24, art. 67, 011; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  Art. 163. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de retributies, vermeld in [1 artikel 162,]1 § 1 tot en met § 8.
  § 2. De Vlaamse Regering duidt de ambtenaren van de OVAM aan die belast zijn met de inning en de invordering van de retributies, vermeld in artikel 162, en bepaalt de nadere regelen betreffende hun bevoegdheid.
  ----------
  (1)<DVR 2007-12-21/35, art. 48, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  HOOFDSTUK XVIII. - Bevoegdheden van de Vlaamse Regering.

  Afdeling I. - Schikkingen, dadingen, overdracht van schuldvorderingen en zekerheden, subrogatie, afzien van verhaal en overeenkomsten.

  Art. 164. In verband met de toepassing van de bepalingen van artikelen 9 tot en met 135 en artikel 160 kan de Vlaamse Regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen, dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien, afwijkingen toestaan en overeenkomsten sluiten.

  Art. 165. Met behoud van de toepassing van artikel 164 kan de Vlaamse Regering in verband met de toepassing van de bepalingen van artikel 140 tot en met 145 alle schikkingen aannemen, afwijkingen toestaan en overeenkomsten afsluiten.

  Afdeling II. - Onteigening.

  Art. 166. Met behoud van haar andere bevoegdheden in verband met onteigeningen, kan de Vlaamse Regering, voor de uitvoering van bodemsaneringswerken, op verzoek van de persoon die krachtens deze titel tot bodemsanering verplicht is of van de OVAM, overgaan tot de onteigening ten algemene nutte van onroerende goederen. De onteigening gebeurt op naam en voor rekening van de aanvrager.

  TITEL IV. - Bodembescherming.

  HOOFDSTUK I. - Maatregelen ter bescherming van de bodem.

  Art. 167. De Vlaamse Regering kan maatregelen vaststellen ter bescherming van de bodem. Deze maatregelen kunnen algemene bindende voorschriften inzake het gebruik van de bodem inhouden.

  HOOFDSTUK II. - Instrumenten ter bescherming van de bodem.

  Afdeling I. - Subsidieregeling.

  Art. 168. De Vlaamse Regering stelt de nadere regelen vast waarbinnen een administratieve overheid aanspraak kan maken op een subsidie ten behoeve van de uitvoering van maatregelen ter bescherming van de bodem. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan de door de administratieve overheid uit te voeren maatregelen moeten beantwoorden om te kunnen worden gesubsidieerd, stelt de nadere procedureregelen inzake de toekenning van de subsidies vast, en bepaalt de tussenkomst van het Vlaamse Gewest in de kostprijs van de bedoelde maatregelen.
  De subsidies worden toegekend binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest.

  Afdeling II. - Steunregeling.

  Art. 169. Met behoud van de toepassing van de bestaande regelingen krachtens andere wetten, decreten en uitvoeringsbesluiten tot aanmoediging van de toepassing van maatregelen die mede de bescherming van de bodem beogen, kan de Vlaamse Regering voorzien in een specifieke steunregeling tot aanmoediging van de toepassing door bodemgebruikers van maatregelen ter bescherming van de bodem waardoor alleszins een hogere kwaliteit voor natuur en milieu wordt bereikt dan de basiskwaliteit. Met basiskwaliteit voor natuur en milieu wordt die kwaliteit bedoeld die wordt bereikt door het naleven van de gebruikelijke goede landbouwmethoden, door het naleven van de eisen gesteld in artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1782/2003 en door het naleven van voorschriften vastgesteld in regelgeving betreffende natuur en milieu.
  De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, de hoogte, de voorwaarden en de procedure van deze steun.

  Afdeling III. - Onteigening ten algemene nutte.

  Art. 170.[1 Om redenen van bodembescherming kunnen het Vlaamse Gewest, de provincies en de gemeenten onroerende goederen verwerven door onteigening voor het algemeen nut.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-02-24/22, art. 101, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  TITEL V. - Dwangmaatregelen, toezicht, strafbepalingen en verslag aan het Vlaams Parlement.

  HOOFDSTUK I. - Dwangmaatregelen.

  Art. 171. § 1. De OVAM is bevoegd om de eigenaars en de gebruikers van gronden waar een oriėnterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, waterbodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van titel III, moeten worden uitgevoerd, het bevel te geven om de door de OVAM aangewezen personen op deze gronden toe te laten zodat ze ter plaatse de nodige verrichtingen kunnen doen. Bij de uitvoering van hun opdracht kunnen de personeelsleden van de OVAM de bijstand van de lokale en federale politie vorderen.
  § 2. De OVAM kan het bevel geven om de door haar aangewezen personen toe te laten om een oriėnterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, waterbodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van titel III, uit te voeren of om over te gaan tot het nemen van monsters of tot het wegnemen of behandelen van verontreinigende stoffen, van een deel van de bodem of van gebouwen.
  § 3. Wanneer dit nuttig is voor het oriėnterend bodemonderzoek, het site-onderzoek, het beschrijvend bodemonderzoek, het waterbodemonderzoek, de bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van titel III, kunnen de door OVAM aangewezen personeelsleden en de bodemsaneringsdeskundigen of de personen die onder hun leiding of toezicht staan, delen of aanhorigheden van woongelegenheden betreden mits voorafgaande schriftelijke machtiging door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

  HOOFDSTUK II. - Toezicht.

  Art. 172.[1 Met betrekking tot dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden het toezicht en de bestuurlijke handhaving uitgeoefend [2 kunnen, met behoud van de toepassing van artikel 69, veiligheidsmaatregelen worden genomen]2 volgens de regels, bepaald in [2 ...]2 titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.]1
  ----------
  (1)<DVR 2007-12-21/82, art. 39, 003; Inwerkingtreding : 14-02-2009; zoals gewijzigd bij DVR 2008-12-12/72, art. 143>
  (2)<DVR 2010-12-23/39, art. 130, 005; Inwerkingtreding : 28-02-2011>

  HOOFDSTUK III. - Strafbepalingen.

  Art. 173. [1 Met betrekking tot dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten gebeuren het onderzoek, de vaststelling en de sanctionering van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.]1
  ----------
  (1)<DVR 2007-12-21/82, art. 40, 003; Inwerkingtreding : 14-02-2009; zoals gewijzigd bij 2008-12-12/72, art. 143>

  HOOFDSTUK IV. - Verslag aan het Vlaams Parlement.

  Art. 174. De Vlaamse Regering brengt jaarlijks bij het Vlaams Parlement omstandig verslag uit over de uitvoering van het decreet.

  TITEL VI. - Overgangs-, opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen.

  Art. 175.
  <Opgeheven bij DVR 2014-03-28/56, art. 96, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 176. § 1. Het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, gewijzigd bij het decreet van 22 december 1995, het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1996, en de decreten van 20 december 1996, 26 mei 1998, 18 mei 2001, 18 december 2002, 27 juni 2003, 19 december 2003 en 16 juni 2006, wordt opgeheven.
  § 2. Artikel 2 van het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001 wordt opgeheven.
  § 3. In alle wetteksten waarin verwezen wordt naar het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering moet dit gelezen worden als een verwijzing naar dit decreet.

  Art. 177. § 1. Het beėindigen van de persoonlijke gebruiksrechten die werden aangegaan na 30 september 1996 en waarbij het aangaan van deze gebruiksrechten conform de op dat ogenblik van kracht zijnde bepalingen van artikel 2, 18°, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering als een overdracht van gronden werd beschouwd, behoudt zijn kwalificatie als een overdracht van gronden, voor zover de op dat ogenblik van kracht zijnde bepalingen betreffende de overdracht van gronden werden nageleefd op het ogenblik van het aangaan van deze gebruiksrechten.
  § 2. De besluiten houdende erkenning als bodemsaneringsdeskundige, getroffen krachtens artikel 3, § 7, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, blijven van kracht.
  § 3. De beslissingen van de OVAM waarbij geoordeeld werd dat de saneringsplichtige persoon aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikelen 10, § 2, en 31, § 2 en § 3, van het decreet van februari 1995 betreffende de bodemsanering, blijven van kracht. Dit geldt eveneens voor de besluiten van de Vlaamse Regering, getroffen krachtens artikel van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, waarbij geoordeeld werd dat de saneringsplichtige persoon aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikelen 10, § 2, en 31, § 2 en § 3, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering.
  [1 § 4. Voor de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden kan de OVAM en de Vlaamse Regering zich baseren op technische verslagen, bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindevaluatieonderzoeken die voor de inwerkingtreding van dit decreet bij de OVAM werden ingediend, alsook op de bestuurshandelingen naar aanleiding van de beoordeling ervan.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-12/72, art. 138, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 178. De bepalingen van dit decreet treden in werking op de data, die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
  (NOTA : inwerkingtreding vastgesteld op 01-06-2008, uitzondering van art. 176, § 2 door BVR 2007-12-14/65, art. 236)
  (NOTA : inwerkingtreding van art. 176, § 2 vastgesteld op 01-07-2009 door BVR 2009-05-08/09, art. 22)
  

Signatures Texte Table des matières Début
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
(Brussel, 27 oktober 2006.) (Erratum, zie B.St. 20-02-2007, p. 8236)
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Financiėn en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen,
K. VAN BREMPT.

Préambule Texte Table des matières Début
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Texte Début

IMAGE
2007035269
PUBLICATION :
2007-02-20
page : 8236

Erratum



Modification(s) Texte Table des matières Début
IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 08-12-2017 PUBLIE LE 02-02-2018
    (ART. MODIFIES : 2; 8; 8bis; 11; 22; 28; 28bis; 28ter; 28quater; 30; 31; 33; 38; 39; 40; 43; 44; 45; 46; 46bis; 47; 74; 91; 92; 95; 96; 97; 98; 102; 105; 110; 115; 142; 143; 151; 156; 161)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 30-06-2017 PUBLIE LE 07-07-2017
    (ART. MODIFIES : 30; 52; 60; 102; 122)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 24-02-2017 PUBLIE LE 25-04-2017
    (ART. MODIFIES : 119; 170)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 23-12-2016 PUBLIE LE 06-02-2017
    (ART. MODIFIES : 47bis; 47ter; 50)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 18-12-2015 PUBLIE LE 29-12-2015
    (ART. MODIFIES : 5; 43; 130; 160bis; 162)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 25-04-2014 PUBLIE LE 23-10-2014
    (ART. MODIFIES : 2; 7; 11; 16; 22; 33bis; 54; 69; 70; 75; 77; 80; 146)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 28-03-2014 PUBLIE LE 04-09-2014
    (ART. MODIFIES : 1bis; 2; 3; 5; 7; 11; 12; 19; 20; 22; 23; 25; 26; 27; 27bis; 27ter; 27quater; 27quinquies; 28; 28bis; 28ter; 28quater; 35; 36; 40; 41; 47; 47bis; 50; 51; 54; 69; 70; 77; 58; 60; 68; 74; 76; 79; 83-90; 92; 93; 94; 98; 101; 102; 103; 104; 105; 109; 110; 113; 115; 116; 119; 119bis; 120-121; 122; 123; 132; 138; 140; 141; 142; 143; 144; 145; 146; 147; 148; 151; 154; 157; 158; 160; 161; 162; 175)
    (ART. MODIFIES : 47ter; 50; 135; 150)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 25-04-2014 PUBLIE LE 27-08-2014
    (ART. MODIFIES : 5; 10; 21)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 05-07-2013 PUBLIE LE 30-07-2013
    (ART. MODIFIE : 92)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 25-05-2012 PUBLIE LE 28-06-2012
    (ART. MODIFIES : 2; 11; 16; 22; 54; 69; 75; 77; 80; 33bis; 146)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 20-04-2012 PUBLIE LE 22-05-2012
    (ART. MODIFIES : 8; 162)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 23-12-2010 PUBLIE LE 18-02-2011
    (ART. MODIFIES : 62; 104; 109; 115; 172)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 12-12-2008 PUBLIE LE 04-02-2009
    (ART. MODIFIES : 2; 5; 8; 12; 23; 16; 22; 30; 30BIS)
    (ART. MODIFIES : 34; 35; 56; 58; 63; 84; 96; 97; 98)
    (ART. MODIFIES : 103; 104; 106-108; 109; 112; 117; 120; )
    (ART. MODIFIES : 122; 123; NL128; 146; 147; 148; )
    (ART. MODIFIES : 150; 153; 154; 155; 156; 157; 170)
    (ART. MODIFIES : 177; 160; 161; 172; 173)
  • IMAGE
  • DECRET CONSEIL FLAMAND DU 21-12-2007 PUBLIE LE 31-12-2007
    (ART. MODIFIES : 162; 163)

  • Travaux parlementaires Texte Table des matières Début
       Zitting 2005-2006. Stukken. - Voorstel van decreet : 867 - Nr. 1. - Amendementen : 867 - Nr. 2. - Verslag hoorzitting : 867 - Nr. 3. - Amendementen : 867 - Nr. 4. - Verslag : 867 - Nr. 5. Zitting 2006-2007. Stukken. - Amendementen : 867 - Nrs. 6 tot 8. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 867 - Nr. 9 Handelingen. - Bespreking en aanneming : vergadering van 11 oktober 2006.

    Début Premier mot Dernier mot Modification(s) Préambule
    Travaux parlementaires Table des matières 29 arrźtés d'exécution 15 versions archivées
    Erratum Version franēaise