J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 80 uitvoeringbesluiten 19 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1921/02/24/1921022450/justel

Titel
24 FEBRUARI 1921. - [Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.] <Opschrift vervangen door W 2003-05-03/46, art. 2>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-10-1994 en tekstbijwerking tot 16-11-2018)

Publicatie : 06-03-1921 nummer :   1921022450 bladzijde : 1834
Dossiernummer : 1921-02-24/01
Inwerkingtreding : 16-03-1921

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1, 1bis, 1ter, 2, 2bis, 2ter, 2quater, 3-6, 6bis, 6/3, 7, 7bis, 8-9, 9bis, 9ter, 10-12

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.<W 2003-05-03/46, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003> [3 § 1.]3 De Koning kan [2 ...]2 in het belang van de hygiëne, de openbare gezondheid, de invoer, de uitvoer, de doorvoer, de vervaardiging, de bewaring, dit wil zeggen de opslag onder de vereiste voorwaarden, de etikettering, het vervoer, het bezit, de makelarij, de verkoop en het te koop stellen, [4 het voorschrijven,]4 het afleveren of het aanschaffen, tegen betaling of kosteloos, van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica alsook de teelt van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, regelen en daarover toezicht houden.
  De Koning kan [2 ...]2 dezelfde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van andere psychotrope stoffen dan verdovende middelen en slaapmiddelen, die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen.
  De Koning kan [2 ...]2 bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens dezelfde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van stoffen die gebruikt kunnen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.
  (Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.) <W 2008-12-22/33, art. 105, 013; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
  [1 De Koning kan strengere maatregelen van toezicht voorzien dan die vereist bij het verdrag inzake psychotrope stoffen en van bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971 en bekrachtigd bij wet van 25 juni 1992 houdende instemming met het Verdrag inzake psychotrope stoffen en van de Bijlagen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971 en dit in toepassing van artikel 23 van dit verdrag.]1
  [3 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels bepalen waaronder anonieme gegevens over de samenstelling en over het gebruik van de in deze wet bepaalde stoffen, door de laboratoria en deskundigen, zelfs wanneer ze optreden in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek, worden meegedeeld aan de overheden die Hij aanwijst.]3
  [3 § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na het advies te hebben ingewonnen [5 van Sciensano]5, stoffen op grond van een generieke classificatie onderwerpen aan de in § 1 bedoelde regels en toezicht.
   De in het voorgaande lid bedoelde generieke classificatie wordt vastgesteld door de Koning, onder meer op basis van de internationale inzichten, aanbevelingen en richtlijnen van het Europese Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving van de Europese Unie en van de Internationale Controleraad voor de verdovende middelen van de Verenigde Naties.]3
  ----------
  (1)<W 2009-12-23/03, art. 21, 014; Inwerkingtreding : 08-01-2010>
  (2)<W 2013-03-19/03, art. 83, 015; Inwerkingtreding : 08-04-2013>
  (3)<W 2014-02-07/21, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>
  (4)<W 2018-10-30/06, art. 37, 019; Inwerkingtreding : 26-11-2018>
  (5)<W 2018-02-25/02, art. 63, 020; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 1bis.<W 1974-07-22/01, art. 34> (De Koning is [1 ...]1) is gemachtigd voor te schrijven dat op de verpakkingen van de in artikel 1 genoemde stoffen aanduidingen betreffende de wijze van hun vernietiging, neutralisering en wegwerking voorkomen. <W 2003-05-03/46, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  (Hij) is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaronder die vernietiging, neutralisering en wegwerking dient te geschieden. <W 2003-05-03/46, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  ----------
  (1)<W 2013-03-19/03, art. 84, 015; Inwerkingtreding : 08-04-2013>

  Art. 1ter. <Ingevoegd bij W 1994-07-14/57, art. 2; Inwerkingtreding : 31-10-1994> De overtredingen van de bepalingen die, in de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten, de etikettering betreffen, alsmede van de regelen vastgesteld op grond van artikel 1bis, worden gestraft met geldboete van zesentwintig tot vijfhonderd (EUR). <W 2003-05-03/46, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>

  Art. 2. <W 1994-07-14/57, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 31-10-1994> De overtredingen van de bepalingen van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten met betrekking tot de giftstoffen, ontsmettingsstoffen of antiseptica worden gestraft :
  1° met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van honderd tot drieduizend (EUR) of met één van die straffen alleen, wanneer deze overtredingen betrekking hebben op de bewaring en de aflevering van deze stoffen; <W 2003-05-03/46, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  2° met gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en met geldboete van drieduizend tot honderdduizend (EUR) of met één van die straffen alleen, wanneer deze overtredingen betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, het vervoer, het bezit, de verkoop, het te koop stellen en het aanschaffen onder bezwarende titel of om niet. <W 2003-05-03/46, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>

  Art. 2bis.<W 09-07-1975, art. 2> § 1. (Overtreding van de bepalingen van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten met betrekking tot de slaapmiddelen, verdovende middelen en de andere psychotrope stoffen die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen en waarvan de lijst door de Koning wordt vastgesteld alsmede met betrekking tot de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, wordt gestraft (naar gelang van het onderscheid gemaakt in het tweede lid en van de categorieën vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad,) met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van duizend tot honderdduizend (EUR), (...).) <W 1994-07-14/57, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 31-10-1994> <W 2003-05-03/46, art. 7 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  (De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een onderscheid maken tussen de stoffen opgesomd in de lijst bedoeld in het eerste lid.) <W 2003-05-03/46, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  § 2. De misdrijven bedoeld in § 1 worden gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) : <W 2003-01-23/42, art. 107, 006; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
  a) indien ze worden gepleegd ten aanzien van een minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar;
  b) indien het gebruik dat van de onder § 1 bepaalde stoffen ten gevolge van de misdrijven is gemaakt, bij een ander hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [2 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]2, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt.
  § 3. De misdrijven bedoeld in § 1 worden gestraft met (opsluiting) tot tien tot vijftien jaar : <W 2003-01-23/42, art. 107, 006; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
  a) indien ze worden gepleegd ten aanzien van een minderjarige die meer dan volle twaalf jaar en minder dan volle zestien jaar oud is;
  b) indien ze daden zijn van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging;
  c) indien het gebruik dat ten gevolge van de misdrijven van de in § 1 bepaalde stoffen is gemaakt, de dood heeft veroorzaakt.
  § 4. De misdrijven bedoeld in § 1 worden gestraft met (opsluiting) van vijftien tot twintig jaar : <W 2003-01-23/42, art. 107, 006; Inwerkingtreding : 13-03-2003>
  a) indien ze worden gepleegd ten aanzien van een kind dat geen volle twaalf jaar oud is;
  b) indien ze daden zijn van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, in de hoedanigheid van leidend persoon.
  § 5. In gevallen [1 in de in §§ 2, 3, 4 en 6 voorziene gevallen]1 kan bovendien een geldboete van 1 000 tot 100 000 (EUR) worden opgelegd. <W 2003-05-03/46, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  <Nota : Artikel 9 van de wet van 09-07-1975 bepaalt : " Een ieder die de in artikel 2bis, § 1, genoemde stoffen in groepsverband gebruikt, of op onwettige wijze met het oog op eigen gebruik vervaardigt, verkrijgt of onder zich heeft, kan in aanmerking komen voor toepassing van de bepalingen van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, zelfs indien hij niet voldoet aan de bij de artikelen 3 en 8 van laatstgenoemde wet gestelde voorwaarden met betrekking tot de vroegere veroordelingen die hij mocht hebben ondergaan. ">
  [1 § 6. Met de in dit artikel gestelde straffen, en volgens het daarin gemaakte onderscheid worden gestraft zij die, onder bezwarende titel of om niet, voorbereidende handelingen stellen met het oog op de aanmaak, de verkoop, de levering of de illegale verschaffing van een in § 1 bedoelde stof, of met het oog op de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken.]1
  ----------
  (1)<W 2014-02-07/21, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>
  (2)<W 2016-02-05/11, art. 30, 018; Inwerkingtreding : 29-02-2016>

  Art. 2ter. <Ingevoegd bij W 2003-04-04/90, art. 2; Inwerkingtreding : 02-06-2003> De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, naargelang van het onderscheid en van de categorieën die Hij overeenkomstig artikel 2bis, § 1, eerste lid, vaststelt, de misdrijven bepalen die, in afwijking van de straffen bepaald in artikel 2bis, worden gestraft met :
  1° geldboete van 15 tot 25 EUR voor de eerste overtreding;
  2° geldboete van 26 tot 50 EUR in geval van herhaling binnen een jaar na de eerste veroordeling;
  3° gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en geldboete van 50 tot 100 EUR in geval van nieuwe herhaling binnen een jaar na de tweede veroordeling;
  4° met gevangenisstraf van drie maanden tot één jaar en met geldboete van 1.000 tot 100.000 EUR, of met één van die straffen alleen.
  Naast de misdrijven die met de in het eerste lid, 4°, bedoelde straffen worden gestraft en in afwijking van artikel 137 van het Wetboek van strafvordering, nemen de correctionele rechtbanken kennis van de in het eerste lid, 1° tot 3° bedoelde misdrijven.

  Art. 2quater.<ingevoegd bij W 2003-05-03/46, art. 8; Inwerkingtreding : 02-06-2003> Overtredingen van de bepalingen van (de Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december inzake drugsprecursoren en de Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren) en van de ter uitvoering ervan uitgevaardigde verordeningen, alsook de overtredingen op de bepalingen van deze wet en van de krachtens deze wet uitgevaardigde koninklijke besluiten met betrekking tot de stoffen die gebruikt kunnen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, worden gestraft : <W 2006-12-13/35, art. 88, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  1° overeenkomstig de artikelen 231, 249 tot 253 en 263 tot 284 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, wanneer het misdrijf of de poging tot misdrijf gepleegd wordt bij het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of bij wederuitvoer van goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 4, 15, van het Communautair Douanewetboek vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992. Onder poging tot misdrijf wordt verstaan het verzenden, het transport of het houden van stoffen met het kennelijke doel ze onder een douaneregeling te plaatsen of ze weder uit te voeren uit het douanegebied van de Gemeenschap;
  2° met geldboete van 26 tot 500 EUR wanneer deze misdrijven de etikettering en de regels vastgesteld op grond van artikel 1bis, betreffen;
  3° met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 1.000 tot 5.000 EUR of met één van die straffen alleen, wanneer het misdrijf het niet invullen of bijhouden van documenten of registers betreft, het onvolledig of onjuist opstellen, het niet voldoende lang bijhouden en het aanvaarden van onvolledig of onjuist ingevulde documenten, andere dan douanedocumenten;
  4° met gevangenisstraf van twee tot vijf jaar en met geldboete van 3.000 tot 10.000 EUR of met een van die straffen alleen, wanneer het misdrijf betrekking heeft op :
  - het verrichten van activiteiten die betrekking hebben op de vervaardiging, het gebruik, het opslaan, de makelarij, het in de handel brengen, de handel, de invoer, de uitvoer of de doorvoer zonder daartoe de erkenning of de vergunning te hebben verkregen of zonder kennisgeving te hebben gedaan of één van deze activiteiten te hebben verricht zonder dat zij opgenomen zijn in de vergunning of de erkenning of waarvoor er geen kennisgeving is gedaan, met uitzondering van de misdrijven bedoeld onder 1°;
  - (de verkoop of het verzenden zonder op correcte wijze de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid, ervan verwittigd te hebben, in de gevallen bepaald door de Koning. De Koning bepaalt de wijze waarop deze verwittiging dient te geschieden.) <W 2006-12-13/35, art. 88, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  - het ter beschikking stellen van stoffen aan andere personen dan degenen aan wie ze ter beschikking mogen worden gesteld.
  [1 5° met opsluiting van 10 tot 15 jaar indien het in 4° bedoelde misdrijf een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging. Een boete van 1. 000 tot 100. 000 EUR kan bovendien worden opgelegd;
   6° met opsluiting van 15 tot 20 jaar indien het in 4° bedoelde misdrijf een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, in de hoedanigheid van leidend persoon. Een boete van 1 .000 tot 100.000 EUR kan bovendien worden opgelegd.]1
  [1 Met de in het eerste lid, 4° tot 6°, gestelde straffen, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft zij die, onder bezwarende titel of om niet, voorbereidende handelingen stellen met het oog op het stellen van een in dezelfde bepalingen bedoeld misdrijf.]1
  ----------
  (1)<W 2014-02-07/21, art. 4, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>

  Art. 3. <W 09-07-1975, art. 3> § 1. (...) <W 2003-05-03/46, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  (§ 2.) Met de straffen gesteld in artikel 2bis, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft zij die, onder bezwarende titel of om niet, voor een ander het gebruik van de in artikel 2bis, § 1, genoemde stoffen gemakkelijker maken door het verschaffen daartoe van een lokaal of door enig ander middel, of tot dit gebruik aanzetten. <W 2002-08-22/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 11-10-2002>
  (Onder de toepassing van het vorige lid vallen niet het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling, zelfs kosteloos, als bedoeld in artikel 4, § 2, 6°, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.) <W 1998-11-17/39, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998>
  (§ 3.) Met de straffen gesteld in artikel 2bis, en volgens het daarin gemaakte onderscheid, worden gestraft de beoefenaars van de geneeskunde, van de diergeneeskunde of van een paramedisch beroep die misbruik maken van het voorschrijven, toedienen of afleveren van geneesmiddelen die slaapmiddelen, verdovende middelen of psychotropische stoffen bevatten welke afhankelijkheid kunnen teweegbrengen, onderhouden of verergeren. <W 2002-08-22/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 11-10-2002>
  (§ 4. De behandeling met vervangingsmiddelen verstrekt door een beoefenaar van de geneeskunde kan niet worden bestraft krachtens de vorige paragraaf.
  Voor de toepassing van deze wet wordt onder " behandeling met vervangingsmiddelen " verstaan elke behandeling die bestaat in het voorschrijven, toedienen of afgeven aan een verslaafde patiënt van verdovende middelen bij wijze van geneesmiddel en die, in het kader van een therapie, de verbetering van de gezondheid en de levenskwaliteit van de patiënt beoogt en indien mogelijk tot diens ontwenning leidt.
  De lijst van verdovende middelen en psychotrope stoffen die bij wijze van geneesmiddel toegelaten zijn voor de behandeling met vervangingsmiddelen wordt bepaald door de Koning op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
  Op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de voorwaarden met betrekking tot :
  1° het afgeven en de toediening van het geneesmiddel;
  2° de registratie van de behandeling door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu op voorwaarde dat de reglementering inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt nageleefd.
  Voor de geneesmiddelen die Hij bepaalt, bepaalt de Koning, op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorwaarden wat betreft :
  1° het aantal patiënten dat per arts in behandeling mag worden genomen;
  2° de begeleiding van de behandeling en de bijscholing van de arts;
  3° de contacten die de voorschrijvende arts onderhoudt met een gespecialiseerd centrum of met een netwerk voor behandeling.) <W 2002-08-22/48, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 11-10-2002>

  Art. 4.<W 09-07-1975, art. 4> § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 en 32 van het Strafwetboek in geval van veroordeling tot een criminele straf, kunnen de daders van de in de artikelen (2, 2°, 2bis, 2quater en 3) omschreven misdrijven, alsmede hun medeplichtigen, veroordeeld worden tot ontzetting overeenkomstig artikel 33 van hetzelfde Wetboek. <W 2003-05-03/46, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  § 2. Indien zij een tak van de geneeskunde, de diergeneeskunde of een paramedisch beroep uitoefenen, kan de rechter hen tijdelijk of voor altijd ontzetten van de uitoefening van die kunde of dat beroep.
  § 3. Bij veroordeling wegens een van de misdrijven omschreven in de artikelen (2, 2°, 2bis, 2quater en 3), kan de rechter de tijdelijke of definitieve sluiting bevelen van drankgelegenheden of van alle andere inrichtingen waar de misdrijven zijn gepleegd; bovendien kan hij de veroordeelde tijdelijk of voor altijd ontzetten van het recht zodanige inrichtingen persoonlijk of door tussenpersoon te exploiteren; hij kan eveneens de aanplakking en de openbaarmaking van de rechterlijke beslissing op kosten van de veroordeelde gelasten. <W 2003-05-03/46, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  § 4. In geval van veroordeling tot een in geldboete bestaande hoofdstraf, gaat de ontzetting of de sluiting, opgelegd krachtens de §§ 2 en 3, in op de dag dat de op tegenspraak of bij verstek gewezen veroordeling kracht van gewijsde heeft gekregen.
  In geval van veroordeling tot een vrijheidsstraf gaat de ontzetting of de sluiting in op de dag dat de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of zijn straf verjaard is en, bij voorwaardelijke vrijlating, op de dag van de invrijheidstelling, voor zover deze laatste niet ingetrokken wordt.
  In het geval bedoeld in het vorige lid hebben ontzetting en sluiting bovendien hun gevolgen met ingang van de dag waarop de op tegenspraak of bij verstek gewezen veroordeling kracht van gewijsde heeft gekregen.
  (§ 4bis. Wanneer de veroordeelde noch eigenaar noch uitbater is van de in § 3 bedoelde drankgelegenheid of inrichting, kan de sluiting enkel worden bevolen indien de ernst van de concrete omstandigheden dit vereist, en dit voor een termijn van maximaal twee jaar te rekenen van de dag waarop de op tegenspraak of bij verstek gewezen veroordeling onherroepelijk is geworden, na dagvaarding in tussenkomst op vordering van het openbaar ministerie van de bovenvermelde eigenaar, respectievelijk uitbater.) <W 1998-11-17/39, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998>
  (§ 4ter. De dagvaarding voor de correctionele rechtbank op grond van § 4bis, wordt in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn, overgeschreven ten verzoeke van de deurwaarder die het exploot heeft opgemaakt.
  De dagvaarding vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp van het misdrijf is, en identificeert de eigenaar ervan in de vorm en met de sanctie die in artikel 12 van de wet van 10 oktober 1913 zijn bepaald.
  Iedere in de zaak gewezen beslissing wordt op de kant van de overgeschreven dagvaarding vermeld op de wijze bij artikel 84 van de hypotheekwet voorgeschreven.) <W 1998-11-17/39, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998>
  § 5. Elke overtreding van de ontzetting of de sluiting, opgelegd op grond van (de §§ 2,3 en 4bis), wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van 1 000 tot 5 000 (EUR). <W 1998-11-17/39, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 23-12-1998> <W 2003-05-03/46, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  § 6. Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 en 43 van het Strafwetboek, kan de rechter de verbeurdverklaring bevelen van de voertuigen, toestellen en instrumenten of zaken die hebben gediend of bestemd waren om de in de artikelen (2, 2°, 2bis, 2quater en 3) omschreven misdrijven te plegen of die er het voorwerp van uitmaken, zelfs indien ze niet het eigendom zijn van de veroordeelde. <W 1994-07-14/57, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 31-10-1994> <W 2003-05-03/46, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  [1 § 7. De illegale stoffen, alsook de grondstoffen en het materiaal, gebruikt of bestemd voor de illegale productie van de in deze wet bedoelde stoffen, met inbegrip van de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken, kunnen onmiddellijk worden vernietigd of definitief buiten gebruik gesteld ingevolge een beslissing van het Openbaar Ministerie, ongeacht de voortzetting van het onderzoek, in de mate dat hun bewaring niet noodzakelijk is om de waarheid aan de dag te brengen. In het kader van een gerechtelijk onderzoek kan deze maatregel maar bevolen worden na akkoord van de bevoegde onderzoeksrechter.
   In ieder geval dienen alle in het eerste lid bedoelde zaken te worden vernietigd wanneer de beslissing van het bevoegde rechtscollege, die de verbeurdverklaring ervan beveelt, definitief is geworden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-02-07/21, art. 5, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>

  Art. 5. <W 09-07-1975, art. 5> In geval van herhaling binnen vijf jaar na een veroordeling wegens overtreding van deze wet of van de besluiten ter uitvoering ervan, kunnen de correctionele straffen worden verdubbeld en de criminele straffen worden verzwaard overeenkomstig artikel 54 van het Strafwetboek.

  Art. 6. <W 09-07-1975, art. 6> De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, waarvan bij deze wet niet wordt afgeweken, zijn toepasselijk op de bij deze laatste omschreven misdrijven.
  Van de correctionele straffen bepaald bij de artikelen 2bis, 2quater en 3), blijven vrij de schuldigen die, vóór de vervolging, aan de overheid de identiteit van de daders van de bij die artikelen omschreven misdrijven of, indien de daders niet bekend zijn, het bestaan van die misdrijven hebben onthuld. <W 2003-05-03/46, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  In dezelfde gevallen worden de bij diezelfde artikelen gestelde criminele straffen verminderd in de bij artikel 414, tweede en derde lid, van het Strafwetboek bepaalde mate.
  De in de artikelen (2bis, 2quater en 3) gestelde correctionele straffen worden verminderd in de mate bepaald bij artikel 414, vierde lid, van het Strafwetboek, ten aanzien van de schuldigen die na het begin van de vervolging de identiteit van onbekend gebleven daders aan de overheid hebben onthuld. <W 2003-05-03/46, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>

  Art. 6bis. <W 2004-07-09/30, art. 89, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004> De officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe door de Koning aangewezen, mogen de apotheken, winkels en alle andere plaatsen bestemd voor de verkoop of de aflevering van de in deze wet genoemde stoffen, bezoeken, gedurende de uren dat zij voor het publiek toegankelijk zijn.
  Gedurende dezelfde uren mogen zij ook de depots bezoeken die bij de in het vorige lid bedoelde plaatsen aansluiten, zelfs wanneer die depots voor het publiek niet toegankelijk zijn.
  Zij mogen te allen tijde de lokalen bezoeken welke dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van die stoffen.
  Hetzelfde geldt voor de lokalen waarin de in artikel 2bis, § 1, bedoelde stoffen in aanwezigheid van minderjarigen worden gebruikt.

  Art. 6/3. [1 Onverminderd de bepalingen van artikel 7, § 3, 3e lid, blijken de inbreuken op de bepalingen vastgesteld bij en krachtens deze wet uit processen-verbaal welke bewijskrachtig zijn tot bewijs van het tegendeel. Afschrift van het proces-verbaal wordt aan de overtreders overgemaakt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-10-30/06, art. 38, 019; Inwerkingtreding : 26-11-2018>
  

  Art. 7.<W 09-07-1975, art. 7> (§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, oefenen de ambtenaren van de douane en accijnzen en de daartoe door de Koning aangewezen statutaire, of bij gebreke daarvan, contractuele personeelsleden aangeworven door middel van een contract van onbeperkte duur van (het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten) het toezicht uit op de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten en van de Verordening (EEG) Nr 3677/90 van de Raad van 13 december 1990 houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en van de desbetreffende ter uitvoering ervan genomen Verordeningen. <W 2006-12-27/32, art. 239, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  De contractuele personeelsleden bedoeld in het eerste lid leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de minister of zijn afgevaardigde.) <W 2003-12-22/42, art. 268, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  (§ 2. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, voorzien van behoorlijke legitimatiebewijzen, bij de uitoefening van hun opdracht :
  1° Tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds, zonder voorafgaande verwittiging, alle plaatsen (bezoeken) (...) waar de in deze wet genoemde stoffen worden verkocht, afgeleverd, afgestaan onder bezwarende titel of om niet, vervaardigd, bereid, bewaard of opgeslagen, of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn, zelfs indien deze voor het publiek niet toegankelijk zijn (...). <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  Evenwel mogen zij de in het eerste lid bedoelde plaatsen buiten deze uren (bezoeken), mits zij over een voorafgaande toelating van de (voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg) beschikken. <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  (Derde lid opgeheven) <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  (Vierde lid opgeheven) <W 2004-07-09/30, art. 90, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  2° Overgaan tot elk onderzoek, elke controle, en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid :
  a) gelijk welke persoon wiens verhoor zij nodig achten, ondervragen over alle feiten die dienstig kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht;
  b) de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verklaring zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht; daartoe kunnen zij van deze personen de overlegging vorderen van officiële identiteitsdocumenten, of deze identiteit trachten te achterhalen met andere middelen, met inbegrip van het maken van foto's, film- en video-opnamen;
  c) zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers, [1 die gegevens bevatten]1 die ingevolge de wetgeving waar zij toezicht op uitoefenen, dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, alsmede alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht, ter inzage doen voorleggen, alsook uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën daarvan nemen [1 of zich deze kosteloos laten verstrekken]1, en zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
  d) zich, zonder verplaatsing, alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers ter inzage doen voorleggen die zij nodig achten voor het volbrengen van hun opdracht en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën ervan nemen of zich kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;
  e) alle andere roerende goederen dan deze bedoeld in littera c en d, met inbegrip van roerende goederen die onroerend zijn geworden door incorporatie of door bestemming, ongeacht of de overtreder al dan niet de eigenaar is van deze goederen, die aan hun toezicht onderworpen zijn of aan de hand waarvan overtredingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, kunnen worden vastgesteld, tegen ontvangstbewijs in beslag nemen of deze verzegelen wanneer dit nodig is om een inbreuk te bewijzen of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen, of wanneer het gevaar bestaat dat met deze goederen de overtredingen worden voortgezet of nieuwe overtredingen zullen worden gepleegd, of nog wanneer het voorwerpen betreft die zaken of vermogensvoordelen bedoeld in artikel 42 van het Strafwetboek schijnen te vormen;
  f) vaststellingen doen door middel van het maken van foto's, film- en video-opnamen;) <W 2003-12-22/42, art. 268, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  (§ 3. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, hebben het recht alle dienstige vaststellingen te doen, waarschuwingen te geven, voor de overtreder een termijn te bepalen om zich in regel te stellen en processen-verbaal op te stellen.
  (De bevoegdheid tot het geven van een [1 waarschuwing]1 is evenwel beperkt tot de inbreuken die betrekking hebben op giftstoffen, slaapmiddelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica.) <W 2004-04-12/39, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 23-05-2004>
  Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift ervan wordt ter kennis gebracht van de overtreder uiterlijk binnen een termijn van twintig dagen, die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag, die in deze termijn is inbegrepen, een zaterdag, een zondag of een feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
  Voor de toepassing van de termijn bepaald in het vorige lid, vormen het geven aan de overtreder van een waarschuwing of van een termijn om zich in regel te stellen, geen vaststelling van de overtreding.
  Bij het opmaken van de processen-verbaal kunnen de door hen verrichte materiële vaststellingen, met bewijskracht, gebruikt worden door statutaire of contractuele personeelsleden van dezelfde dienst, van andere inspectiediensten of door statutaire of contractuele personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen.
  In de uitoefening van hun ambt kunnen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, de bijstand van de openbare macht vorderen.) <W 2003-12-22/42, art. 268, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  § 4. De Koning stelt nadere regels voor de monsterneming alsmede voor de organisatie en de werkwijze van de laboratoria, erkend voor de analyse daarvan.
  (§ 5. Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2014-05-05/09, art. 24, 017; Inwerkingtreding : 18-07-2014>

  Art. 7bis.<Ingevoegd bij W 2003-12-22/42, art. 269, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004> § 1. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, moeten de nodige maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter te respecteren van de gegevens van persoonlijke aard waarvan ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht en om te verzekeren dat deze gegevens uitsluitend worden aangewend voor de uitoefening van hun toezichtsopdracht.
  § 2. Wanneer zij zulks nodig achten, delen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, de inlichtingen die zij bij hun onderzoek hebben ingewonnen mee, aan alle ambtenaren belast met het toezicht op andere wetgevingen, in zoverre die inlichtingen deze laatsten kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn.
  Het is verplicht om deze inlichtingen mee te delen wanneer de andere [1 ...]1 in het vorige lid bedoelde personeelsleden erom verzoeken.
  Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits toestemming van deze laatste.
  Inlichtingen betreffende medische gegevens van persoonlijke aard mogen slechts worden meegedeeld of gebruikt met inachtneming van het medisch beroepsgeheim.
  § 3. Alle diensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en van alle rechtscolleges, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, en van de openbare instellingen die ervan afhangen, zijn gehouden aan de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, op hun verzoek, alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hen inzage te verlenen van alle akten, stukken, boeken, registers, documenten, schijven, banden of van gelijk welke andere informatiedragers en hen alle uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies [1 ervan te verstrekken]1 die zij nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij belast zijn.
  Alle voornoemde diensten, met uitzondering van de diensten van de gemeenschappen en gewesten, zijn gehouden die inlichtingen, uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies kosteloos te verstrekken.
  Evenwel mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal.
  § 4. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 7, § 1, mogen geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen waarop zij toezicht dienen uit te oefenen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-05/09, art. 25, 017; Inwerkingtreding : 18-07-2014>

  Art. 8. <W 09-07-1975, art. 8> § 1. Met geldboete van 50 tot 200 (EUR) worden gestraft zij die zich niet lenen tot of zich verzetten tegen bezichtiging, inspectie of monsterneming met betrekking tot de in artikel 2 vermelde stoffen door officieren en ambtenaren (of statutaire of contractuele personeelsleden) bedoeld bij artikel 7, § 1. <W 2003-05-03/46, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003> <W 2003-12-22/42, art. 270, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  § 2. Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van 1 000 tot 100 000 (EUR) of met één van die straffen alleen, worden gestraft zij die zich niet lenen tot of zich verzetten tegen bezichtiging, inspectie of monsterneming door diezelfde ambtenaren (en statutaire of contractuele personeelsleden), wanneer ze betrekking hebben op de in artikel 2bis (of in artikel 2quater) vermelde stoffen. <W 2003-05-03/46, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003> <W 2003-12-22/42, art. 270, 008; Inwerkingtreding : 10-01-2004>

  Art. 9.<W 2003-05-03/46, art. 14, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003> Eenieder die de in artikel 2bis, § 1, genoemde stoffen, met het oog op eigen gebruik, op onwettige wijze vervaardigt, verkrijgt of onder zich heeft, kan in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, zelfs indien hij niet voldoet aan de bij de artikelen 3 en 8 van laatstgenoemde wet gestelde voorwaarden met betrekking tot vroegere veroordelingen die hij mocht hebben opgelopen, zulks onverminderd de bepalingen van artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek.
  De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op personen die, met het oog op eigen gebruik, kosteloos of tegen betaling het gebruik voor anderen hebben vergemakkelijkt, voornoemde stoffen hebben verkocht of te koop aangeboden, behalve indien deze misdrijven gepaard gaan met de verzwarende omstandigheden bedoeld in artikel 2bis, § 2, b), §§ 3 en 4.
  [1 De bepalingen van het eerste lid zijn eveneens van toepassing op de in artikel 2bis, § 6, bedoelde voorbereidende handelingen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-02-07/21, art. 6, 016; Inwerkingtreding : 20-03-2014>

  Art. 9bis. <Ingevoegd bij W 2006-07-20/39, art. 37; Inwerkingtreding : 07-08-2006> Onverminderd de bevoegdheden van de rechterlijke instanties en onverminderd het bepaalde in de artikelen 134ter en quater van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke autoriteiten, indien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in een private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt en na de verantwoordelijke te hebben gehoord in zijn middelen van verdediging, besluiten deze plaats te sluiten voor de duur die hij bepaalt.
  De sluitingsmaatregel houdt op uitwerking te hebben indien hij niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen wordt bevestigd en ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad op de eerste daarop volgende zitting.
  De sluitingsmaatregel die de duur van zes maanden niet mag overschrijden, kan, voor zover zich nieuwe soortgelijke feiten hebben voorgedaan of aan het licht zijn gekomen sinds de initiële beslissing, eenmaal voor eenzelfde periode worden verlengd na gunstig advies van de gemeenteraad.

  Art. 9ter. <Ingevoegd bij W 2006-07-20/39, art. 38; Inwerkingtreding : 07-08-2006> De persoon die, op een voor het publiek toegankelijke plaats, kennelijk onder invloed van verdovende of psychotrope stoffen wordt aangetroffen, kan, indien zijn aanwezigheid, hetzij voor een ander hetzij voor zichzelf, wanorde, schandaal of gevaar veroorzaakt, onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, bestuurlijk worden aangehouden voor maximaal zes uur. Hij ontvangt, indien zijn toestand zulks vereist, de nodige geneeskundige zorg.
  De gerechtelijke autoriteiten worden hiervan in kennis gesteld.
  De politie informeert deze personen op het moment van hun vrijlating over de mogelijkheden inzake vrijwillige hulpverlening en deelt hen, zo mogelijk, de nodige adressen en contactpunten mee.

  Art. 10. <Ingevoegd bij W 1994-07-14/57, art. 6; Inwerkingtreding : 31-10-1994> § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen het toepassingsgebied van deze wet maatregelen treffen die nodig zijn voor het uitvoeren van verdragen en van krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale handelingen. Daarbij kan Hij de bepalingen van deze wet aanvullen, opheffen of wijzigen.
  § 2. In geval van niet-naleving van de bepalingen genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde internationale verdragen en handelingen, die geen overtreding uitmaakt van deze wet, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en met geldboete van duizend tot tienduizend (EUR) of met één van die straffen alleen. <W 2003-05-03/46, art. 15, 007; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  Binnen de grenzen bepaald in het vorige lid omschrijft de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, nader de overtredingen en de straffen toepasselijk op elk daarvan.
  § 3. De krachtens dit artikel genomen koninklijke besluiten worden opgeheven wanneer ze niet door de Wetgevende Kamers bekrachtigd werden binnen twee jaar na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  (§ 4. Dit artikel in niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 10, 004; En vigueur : 01-01-2003>

  Art. 11. <Ingevoegd bij W 2003-05-03/46, art. 16; Inwerkingtreding : 02-06-2003>
  (NOTA : bij arrest nr 158/2004 van 20-10-2004 (B.St. 28-10-2004, p. 74046), heeft het Arbitragehof dit artikel vernietigd, met handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepaling tot op 28-10-2004)
  § 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 40 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992, wordt in geval van de vaststelling van het bezit door een meerderjarige van een gebruikershoeveelheid van cannabis dat niet vergezeld gaat met openbare overlast of met problematisch gebruik, slechts tot registratie door de politie overgegaan.
  § 2. Onder problematisch gebruik wordt verstaan : gebruik dat gepaard gaat met een graad van verslaving die de gebruiker niet langer de mogelijkheid biedt zijn gebruik te controleren en dat zich uit door psychische en lichamelijke symptomen.
  § 3. Onder openbare overlast wordt verstaan : de openbare overlast bedoeld in artikel 135, § 2, 7°, van de nieuwe gemeentewet. Overeenkomstig artikel 3.5.g van het Verdrag van 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen wordt als openbare overlast beschouwd het bezit van cannabis in een strafinrichting, in een opvoedingsinstituut of in het gebouw van een maatschappelijke instelling of in hun onmiddellijke omgeving, of op andere plaatsen waar minderjarigen samenkomen voor onderwijs, sport en andere gezamenlijke bezigheden.


  Art. 12.<Ingevoegd bij W 2003-12-22/42, art. 271; Inwerkingtreding : 10-01-2004> § 1. In geval van inbreuken op de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten (met uitzondering van de inbreuken inzake verdovende middelen, psychotrope stoffen en de stoffen die kunnen worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen) kan de daartoe door de Koning aangewezen ambtenaar - jurist binnen (het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten) een som vaststellen, waarvan de vrijwillige betaling door de dader van de inbreuk een einde maakt aan de openbare vordering. In geval van niet - betaling alsook in het geval de ambtenaar-jurist geen voorstel tot betaling doet, zal het dossier aan de Procureur des Konings worden overgemaakt. <W 2004-04-12/39, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 23-05-2004> <W 2006-12-27/32, art. 240, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  Een jaarlijks verslag dat de resultaten van de activiteiten vermeld in het vorige lid uiteenzet, [1 zal worden opgesteld]1.
  Het bedrag waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, mag niet lager zijn dan het minimum van de geldboete bepaald voor de overtreding van de betrokken wetsbepaling, noch hoger dan het bepaalde maximum.
  Bij samenloop van verschillende overtredingen, worden de bedragen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen samengevoegd, zonder dat ze evenwel hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag als bedoeld in voorgaand lid.
  Bij herhaling binnen een termijn van drie jaren na de betaling van de som die de strafvordering doet vervallen, vastgesteld wegens overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, kan de som [1 van het maximumbedrag]1 worden verdubbeld.
  Het bedrag van de sommen wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn op de boetes voorzien in het Strafwetboek en, eventueel verhoogd met de kosten van de expertise.
  De modaliteiten van betaling worden bepaald door de Koning.
  (lid opgeheven) <W 2006-12-27/32, art. 240, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 2. Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het Koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-05/09, art. 26, 017; Inwerkingtreding : 18-07-2014>
  

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 30-10-2018 GEPUBL. OP 16-11-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6/3)
  • originele versie
  • WET VAN 25-02-2018 GEPUBL. OP 21-03-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 05-02-2016 GEPUBL. OP 19-02-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 2bis)
  • originele versie
  • WET VAN 05-05-2014 GEPUBL. OP 08-07-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 7bis; 12)
  • originele versie
  • WET VAN 07-02-2014 GEPUBL. OP 10-03-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2bis; 2quater; 4; 9)
  • originele versie
  • WET VAN 19-03-2013 GEPUBL. OP 29-03-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1bis)
  • originele versie
  • WET VAN 23-12-2009 GEPUBL. OP 29-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2006 GEPUBL. OP 28-12-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 12)
  • originele versie
  • WET VAN 13-12-2006 GEPUBL. OP 22-12-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 2QUATER)
  • originele versie
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 9BIS; 9TER)
  • originele versie
  • WET VAN 09-07-2004 GEPUBL. OP 15-07-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 6BIS; 7)
  • originele versie
  • WET VAN 12-04-2004 GEPUBL. OP 13-05-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 6BIS; 7; 12)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 7BIS; 8; 12)
  • originele versie
  • WET VAN 03-05-2003 GEPUBL. OP 02-06-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 1BIS; 1TER; 2; 2BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 2QUAT; 3; 4; 6; 7; 8; 9; 10; 11)
  • originele versie
  • WET VAN 04-04-2003 GEPUBL. OP 02-06-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 2TER)
  • originele versie
  • WET VAN 23-01-2003 GEPUBL. OP 13-03-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 2BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 22-08-2002 GEPUBL. OP 01-10-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 10)
  • originele versie
  • WET VAN 17-11-1998 GEPUBL. OP 23-12-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4)
  • WET VAN 14-07-1994 GEPUBL. OP 21-10-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1TER; 2; 2BIS; 4; 10)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zittijd 1920-1921. Kamer der volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp en uiteenzettingen, nr. 41. Zitting van 21 December 1920. - Verslag, nr. 55. Zitting van 12 Januari 1921. Parlementaire handelingen. - Bespreking en aanneming. Zitting van 27 Januari 1921, bl. 442. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Verslag, nr. 44. Zitting van 10 Februari 1921. Parlementaire handelingen. - Bespreking en aanneming. Zitting van 18 Februari 1921, bl. 211.TA:

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 80 uitvoeringbesluiten 19 gearchiveerde versies
    Franstalige versie