J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 150 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1964/07/08/1964070807/justel

Titel
8 JULI 1964. - Wet betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening.
(NOTA : art. 5 gewijzigd met uitwerking op een onbepaalde datum. <W 2009-12-10/35, art. 11, 012; Inwerkingtreding : onbepaald>)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-05-1994 en tekstbijwerking tot 30-04-2014)

Publicatie : 25-07-1964 nummer :   1964070807 bladzijde : 8153
Dossiernummer : 1964-07-08/31
Inwerkingtreding : 01-07-1965

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3, 3bis, 3ter, 4, 4bis, 5-6, 6bis, 6ter, 7-10, 10bis, 10ter, 10quater, 11-12, 12/1, 13

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. <W 1998-02-22/43, art. 251, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998> De huidige wet beoogt de inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening.
  Onder dringende geneeskundige hulpverlening wordt verstaan het onmiddellijk verstrekken van aangepaste hulp aan alle personen van wie de gezondheidstoestand ten gevolge van een ongeval, een plotse aandoening of een plotse verwikkeling van een ziekte een dringende tussenkomst vereist na een oproep via het eenvormig oproepstelsel waardoor de hulpverlening, het vervoer en de opvang in een aangepaste ziekenhuisdienst worden verzekerd.
  De Koning bepaalt de modaliteiten inzake de werking en het beheer van de dringende geneeskundige hulpverlening. Hij ziet erop toe dat de handelingen van alle betrokkenen in overeenstemming zijn met de doelstelling van deze wet.

  Art. 2.[Opgeheven] <W 2011-04-29/09, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 01-11-2012 (zie KB 2011-10-17/04, art. 28, 3°; deze datum wordt uitgesteld tot 01-10-2013 door KB 2012-08-29/03, art. 5)>

  Art. 3.[Opgeheven] <W 2011-04-29/09, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 01-11-2012 (zie KB 2011-10-17/04, art. 28, 3°; deze datum wordt uitgesteld tot 01-10-2013 door KB 2012-08-29/03, art. 5)>

  Art. 3bis. <Ingevoegd bij W 2002-01-14/39, art. 117; Inwerkingtreding : 22-02-2002> § 1. Met ingang van een door de Koning te bepalen datum mag voor de toepassing van deze wet uitsluitend een beroep worden gedaan op ambulancediensten, erkend door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
  De Koning stelt de normen vast waaraan de in het eerste lid bedoelde diensten moeten voldoen om erkend te worden en te blijven in het kader van het programma bedoeld in § 2. De bedoelde normen worden vastgesteld op voordracht van de minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, na overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken.
  De in het eerste lid bedoelde erkenning kan te allen tijde worden ingetrokken indien de ambulancedienst de bepalingen van deze wet of de in het tweede lid bedoelde normen, niet naleeft.
  De Koning kan nadere regelen vaststellen inzake de vaststelling van de procedure voor de erkenning en de intrekking van de erkenning.
  § 2. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de criteria vast die van toepassing zijn voor de programmatie van het aantal ambulancediensten, rekening houdend met de behoeften inzake dringende geneeskundige hulpverlening.
  § 3. De in §§ 1 en 2, bedoelde erkenningsnormen en programmatiecriteria hebben onder meer betrekking op de voertuigen waarvan de ambulancediensten voor de uitvoering van deze wet gebruik maken, alsmede op het aantal vertrekplaatsen.
  § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor het geval een groter aantal diensten, ambulances of vertrekplaatsen aan de erkenningsnormen voldoen dan voorzien in het in § 2 bedoelde programma, de erkenning onderwerpen aan een rangregeling overeenkomstig criteria die Hij bepaalt.
  § 5. Met ingang van de in § 1, eerste lid, bedoelde datum, worden alle overeenkomsten tot concessie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze wet, alsmede alle overeenkomsten tussen de Staat en privé-personen, bedoeld in artikel 5, derde lid, zoals dit artikel van toepassing was vóór de inwerkingtreding van de wet van 14 januari 2002 van rechtswege opgeheven.

  Art. 3ter.[1 Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan de in artikel 5 bedoelde ambulancediensten een toelage toegekend voor de organisatie van een permanentie en waarvan de nadere regels en de voorwaarden voor de toekenning door de Koning vastgesteld worden.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/23, art. 162, 011; Inwerkingtreding : 10-05-2014>

  Art. 4. Op aanvraag van de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel, welke persoonlijk tot een geneesheer wordt gericht, is deze verplicht zich op de aangeduide plaats te begeven en er de eerste noodzakelijke zorgen toe te dienen aan de personen bedoeld in het eerste artikel. Van deze verplichting is hij enkel ontslagen in geval van verhindering gerechtvaardigd door dringender beroepsplichten of wegens enige andere reden van uitzonderlijk ernstige aard; op het ogenblik van de oproep moet hij aan de aangestelde kennis geven van de verhindering.

  Art. 4bis. <W 1998-02-22/43, art. 252, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Op verzoek van de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel, is het interventieteam van de functie "mobiele urgentiegroep" verplicht zich naar de opgegeven plaats te begeven om er de patiënt dringende medische en verpleegkundige zorgen te verstrekken en indien nodig het toezicht en de verzorging van de patiënt te verzekeren tijdens zijn overbrenging naar het hem opgegeven ziekenhuis, of in de gevallen bepaald door de Koning, naar het meest aangewezen ziekenhuis rekening houdend met de gezondheidstoestand van de patiënt of de patiënten.

  Art. 5. Op aanvraag van de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel is eenieder, die effectief voor de werking van (een erkende ambulanciedienst) in staat, verplicht de in het eerste artikel bedoelde personen naar het hem opgegeven ziekenhuis te vervoeren, en onmiddellijk alle maatregelen te treffen die hiertoe vereist zijn. <W 2002-01-14/39, art. 118, 004; Inwerkingtreding : onbepaald>
  Kan hij, wegens een uitzonderlijk ernstige reden, geen gevolg geven aan de aanvraag, dan moet hij zulks op het ogenblik van de oproep aan de aangestelde mededelen.
  (Lid 3 opgeheven) <W 2002-01-14/39, art. 118, 004; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 6. Op aanvraag van de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel, (die indien nodig handelt op verzoek van de arts van het interventieteam van de functie " mobiele urgentiegroep " die zich bij de patiënt of de patiënten bevindt en conform artikel 4bis het meest aangewezen ziekenhuis aanduidt) is eenieder die verantwoordelijk is voor de opneming in een ziekenhuis, verplicht de personen bedoeld in het eerste artikel (op te vangen), zonder andere voorafgaande pleegvormen in acht te nemen en terstond alle maatregelen te treffen welke hun toestand vereist. <W 1998-02-22/43, art. 254, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>

  Art. 6bis. <ingevoegd bij W 2004-07-09/30, art. 208; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2006> De Koning kan andere interveniënten aanwijzen dan degenen bedoeld in artikelen 4, 4bis, 5 en 6.

  Art. 6ter. (oud art. 6bis) <ingevoegd bij W 1994-02-22/36, art. 8, Inwerkingtreding : 1994-06-07> § 1. Per provincie wordt een opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverleners-ambulanciers opgericht dat tot taak heeft de kandidaat-hulpverleners-ambulanciers de vereiste theoretische en praktische kennis te verstrekken welke hen toelaat doeltreffende hulp te verlenen aan de in artikel 1 van deze wet bedoelde personen. Deze centra verzekeren eveneens de permanente vorming van de hulpverleners-ambulanciers. <W 2004-07-09/30, art. 208, 006; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2006>
  Zij worden erkend door de Koning onder de voorwaarden van deze wet en volgens de modaliteiten die Hij bepaalt. De Koning stelt de regels vast voor de inrichting en de werking van de centra en voor het toezicht op de centra evenals de voorwaarden van de opleiding en de vervolmaking.
  De werkingskosten van de vormingscentra worden gedekt door staatstoelagen en door de inschrijvingsgelden van de kandidaten, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning.
  § 2. (Onverminderd de artikelen 21vicies en 21unvicies van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen mag niemand in het kader van dringende geneeskundige hulpverlening de functie van hulpverlener-ambulancier uitoefenen zonder houder te zijn van een brevet afgeleverd door een opleidings- en vervolmakingscentrum overeenkomstig de door de Koning vastgelegde voorwaarden en regels.) <W 2008-12-19/51, art. 78, 007; Inwerkingtreding : 10-01-2009>
  § 3. De verantwoordelijke die instaat voor de werking van een (erkende ambulancedienst) in het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening mag enkel en alleen werken met hulpverleners-ambulanciers die gebrevetteerd werden door een opleidingscentrum, in overeenstemming met de voorwaarden en regels bepaald door de Koning. <W 2002-01-14/39, art. 119, 004; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 7. § 1. Een Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening wordt opgericht. De (verzekeringsondernemingen) die door de Koning te bepalen risico's dekken, vormen daartoe een vereniging zonder winstoogmerk. <W 1998-02-22/43, art. 255, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  § 2. Die vereniging moet door de Koning worden erkend; zonder Zijn machtiging kan zij niet worden ontbonden.
  Op de voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, wijst de Koning zoveel beheerders aan als de algemene vergadering leden van de raad van beheer heeft benoemd.
  Die beheerders wonen de vergaderingen van de raad bij met dezelfde bevoegdheden en prerogatieven als de overige beheerders.
  De Koning bepaalt de duur van hun mandaat; Hij kan dus bijzondere verplichtingen opleggen.
  § 3. (Het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening wordt gestijfd voor 2/3 door de bijdragen van de in § 1 bedoelde ondernemingen en voor 1/3 door een jaarlijkse staatstoelage.) <W 1998-02-22/43, art. 255, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>

  Art. 8. De doelstellingen van het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening zijn :
  1° overeenkomstig de door de Koning vast te stellen schalen, de betaling verrichten van de kosten die uit de tussenkomst van de in artikel 4 bedoelde geneesheer voortvloeien.
  Het Fonds is er evenwel slechts dan toe gehouden wanneer, nadat het door de geneesheer in kennis werd gesteld van het bedrag der onkosten, de begunstigde van de zorgen zich, binnen de door de Koning vastgestelde termijn, niet van zijn verplichtingen heeft gekweten;
  2° tot het bedrag bepaald in de door de Koning vast te stellen schalen, de betaling te waarborgen van de kosten die uit de tussenkomst van de respectief (in de artikels 4bis en 5 bedoelde functies " mobiele urgentiegroepen " en ambulancediensten) voortvloeien. <W 1998-02-22/43, art. 256, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  Zijn aansprakelijkheid tegenover (de functies " mobiele urgentiegroepen " en de ambulancediensten) die hun tussenkomst verleenden, gaat maar in na het verstrijken van een door de Koning vastgestelde termijn, vanaf de verzending door laatstgenoemden van een aangetekende brief waardoor de schuldenaar van de kosten aangemaand wordt te betalen. (In afwijking hierop kan de aansprakelijkheid van het Fonds onmiddellijk ingaan zonder dat het een ter post aangetekende brief aan de schuldenaar van de kosten moet sturen, indien de schuldenaar van de kosten geen woonplaats heeft.) <W 1998-02-22/43, art. 256, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998> <W 2008-12-19/51, art. 79, 007; Inwerkingtreding : 10-01-2009>

  Art. 9. Het Fonds kan op de in het eerste artikel bedoelde personen alle kosten verhalen die het in hun belang heeft gemaakt.
  Bovendien treedt het Fonds van rechtswege en tot beloop van de betalingen die het verricht heeft enerzijds in alle rechten welke de geneesheren, (functies " mobiele urgentiegroepen " en ambulancediensten) wegens hun tussenkomst kunnen doen gelden tegenover de personen bedoeld in het eerste artikel en anderzijds in alle rechten welke deze personen kunnen doen gelden ten opzichte van al wie tegenover hen wettelijk of contractueel geldelijke verplichtingen mocht hebben. <W 1998-02-22/43, art. 257, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  De vordering tot indeplaatsstelling mag ingesteld worden tegelijkertijd met de openbare vordering en voor dezelfde rechter.

  Art. 10. (§ 1.) <W 2008-12-19/51, art. 80, 007; Inwerkingtreding : 10-01-2009> (De geneesheren, (de functies "mobiele urgentiegroepen " en de ambulancediensten) waarop een beroep werd gedaan, zijn verplicht, om betaling van hun honoraria, loon en kosten door het Fonds voor dringende geneeskundige hulpverlening te verkrijgen, aan dat Fonds bij het verstrijken van de termijnen bepaald met toepassing van artikel 8 en uiterlijk vóór het verstrijken van een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van hun tussenkomst of van de laatste opeisbare verstrekking, een afschrift te doen geworden hetzij van de mededeling die zij aan de begunstigde met de zorgen hebben gedaan overeenkomstig artikel 8, 1°, hetzij van de aangetekende brief voorgeschreven door artikel 8, 2°. <W 1998-02-22/43, art. 258, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  Wanneer de identiteit van de begunstigde met de zorgen niet kan worden vastgesteld, moet de geneesheer, (de functie " mobiele urgentiegroep " of de ambulancedienst) binnen dezelfde termijn bij het Fonds de staat van hun kosten of honoraria indienen en het alle inlichtingen verschaffen die zij bezitten en dienstig kunnen zijn voor de identificatie. <W 1998-02-22/43, art. 258, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  Bij niet-naleving van de termijn vervalt het recht op betaling.) <W 22-03-1971, enig artikel>
  De aangestelden van het eenvormig oproepstelsel moeten het Fonds, als het daarom verzoekt, alle dienstige gegevens betreffende een ingekomen oproep verstrekken.
  (§ 2. De Koning bepaalt de inlichtingen die nuttig zijn voor de validatie van een interventieaanvraag van het Fonds die moeten worden verschaft aan deze laatste door de centra van het eenvormig oproepstelsel alsook de nadere regels op grond waarvan ze worden verschaft.) <W 2008-12-19/51, art. 80, 007; Inwerkingtreding : 10-01-2009>

  Art. 10bis. <Ingevoegd bij W 2002-01-14/39, art. 120; Inwerkingtreding : 22-02-2002> § 1. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, oefenen de gezondheidsinspecteurs van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu toezicht uit op de toepassing van de bepalingen van deze wet en diens uitvoeringsbesluiten.
  Met het oog op dit toezicht hebben de gezondheidsinspecteurs te allen tijde toegang tot de ziekenhuizen, de voertuigen van de mobiele urgentiegroepen, de oproepcentra voor dringende geneeskundige hulpverlening, de ambulancediensten en hun voertuigen, evenals de opleidingscentra voor hulpverleners-ambulanciers. Zij kunnen zich alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de in het eerste lid bedoelde toezicht, laten verstrekken en zich alle bescheiden of elektronische dragers laten overhandigen die zij voor de uitoefening van hun controleopdracht behoeven.
  § 2. De in § 1, bedoelde inspecteurs stellen de inbreuken vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van deze processen-verbaal wordt aan de overtreders overgezonden binnen zeven dagen na de vaststelling van de inbreuk. Kopie van het proces-verbaal wordt tegelijkertijd overgezonden aan de minister van Binnenlandse Zaken.

  Art. 10ter.[1 De actoren van de dringende geneeskundige hulpverlening bedoeld in de artikelen 4, 4bis, 5, 6 en 6bis, evenals de centra van het eenvormig oproepstelsel en de cel dispatching dringende geneeskundige hulpverlening en medische bewaking bedoeld in artikel 207 van de programmawet van 9 juli 2004, zijn verplicht een registratie bij te houden van de activiteiten van hun diensten, in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 5, eerste lid, e), en 7, § 2, d), van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en een jaarverslag af te leveren.
   Deze registratie heeft tot doel de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening te verbeteren, studies te verrichten, administratieve vereenvoudigingsprojecten en automatiseringsprojecten op te zetten en de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening alsook de Nationale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening bedoeld in het koninklijk besluit van 5 juli 1994 tot oprichting van een nationale raad voor dringende geneeskundige hulpverlening, toe te laten hun opdrachten te vervullen.
   De Koning bepaalt de nadere regels en de inhoud van deze registratie en van het jaarverslag, na raadpleging van het Sectoraal comité van de sociale zekerheid en de gezondheid, afdeling Gezondheid, ingesteld in de schoot van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
   De commercialisering van de gegevens van deze registratie is verboden.]1
  ----------
  (1)<ingevoegd bij W 2009-12-10/35, art. 12, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 10quater.[1 LDe in artikelen 2, eerste lid, 3°, en 10 van het koninklijk besluit van 17 oktober 2011 betreffende de 112-centra en het agentschap 112 bedoelde medisch directeurs en de in artikelen 2, eerste lid, 4°, en 11 van hetzelfde koninklijk besluit bedoelde medisch adjunct-directeurs krijgen toegang tot de nodige gegevens betreffende de dispatching van de dringende geneeskundige hulp, vanaf de oproep aan de hulpdiensten, de verzamelde gegevens met het oog op de organisatie van de dispatching en de gegevens verzameld binnen de ziekenwagendiensten die hun medewerking aan de dringende geneeskundige hulpverlening verlenen en van de ziekenhuisfuncties die bij de dringende medische hulpverlening betrokken zijn en dit teneinde hen toe te laten deze gegevens te kunnen consulteren in geval van klachten en teneinde de kwaliteit van de behandeling van dringende oproepen met medisch karakter te verhogen.
   De Koning bepaalt, op gezamenlijk voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken en van de minister bevoegd voor Volksgezondheid en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere toegangsregels tot de in het eerste lid vernoemde gegevens]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-03-19/03, art. 71, 009; Inwerkingtreding : 08-04-2013>

  Art. 11. Worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van (100 tot 1000 frank) of met één van die straffen alleen, de geneesheren alsmede de personen die effectief voor de werking van een ambulancedienst (of een mobiele urgentiedienst) instaan die het voorwerp hebben uitgemaakt van een oproep tot hulpverlening vanwege de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel en weigeren of verwaarlozen aan deze oproep gevolg te geven, zonder één van de redenen opgesomd in de artikelen 4 en 5 te kunnen inroepen (zoals alle personen die de bepalingen van artikel 6bis, §§ 2 en 3, overtreden). <W 1994-02-22/36, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 1994-06-07>
  Worden gestraft met dezelfde straffen de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel die weigert of verwaarloost onmiddellijk maatregelen te treffen ten einde gevolg te geven aan een verzoek om hulpverlening dat hem is toegekomen alsmede de personen die verantwoordelijk zijn voor de opneming in een ziekenhuis en die weigeren of verwaarlozen de verplichtingen te vervullen welke hun opgelegd zijn krachtens artikel 6.
  (Wordt gestraft met dezelfde straffen, hij die ten aanzien van de gezondheidsinspecteurs de toegang weigert of weigert de inlichtingen te verschaffen of de bescheiden of elektronische dragers te verstrekken, zoals bedoeld in artikel 10bis, § 1, tweede lid.
  Wordt gestraft met dezelfde straffen, elke eigenaar en/of bestuurder van een voertuig die uiterlijke kenmerken van de voertuigen van de ambulancedienst of mobiele urgentiegroepen, zoals vastgesteld ter uitvoering van deze wet, en/of prioritaire signalen gebruikt, zonder dat de ambulancedienst de erkenning heeft verkregen zoals bedoeld in artikel 3bis of zonder dat de mobiele urgentiegroep ter uitvoering van deze wet is opgenomen in de dringende geneeskundige hulpverlening, of zonder dat deze een opdracht uitvoeren met toepassing van deze wet.) <W 2002-01-14/39, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 22-02-2002>

  Art. 12. <Wijzigingsbepaling van art. 66 van W 10-03-1925>

  Art. 12/1. [1 De documenten bedoeld in deze wet of in de uitvoeringsbesluiten ervan mogen, zodra beschikbaar, in elektronische versie worden ingediend voor zover deze bewijskracht bezit overeenkomstig artikel 36/1, § 1, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-07-19/45, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  Art. 13. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 30-04-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 3ter)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-07-2013 GEPUBL. OP 16-08-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 12/1)
  • originele versie
  • WET VAN 19-03-2013 GEPUBL. OP 29-03-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 10quater; )
  • originele versie
  • WET VAN 29-04-2011 GEPUBL. OP 23-05-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3)
  • originele versie
  • WET VAN 10-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 10ter) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 31-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 6TER; 8; 10)
  • originele versie
  • WET VAN 24-07-2008 GEPUBL. OP 07-08-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 3TER)
  • originele versie
  • WET VAN 09-07-2004 GEPUBL. OP 15-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 6BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 02-08-2002 GEPUBL. OP 29-08-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • WET VAN 14-01-2002 GEPUBL. OP 22-02-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 6BIS) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 14-01-2002 GEPUBL. OP 22-02-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 3BIS; 10BIS; 11)
  • originele versie
  • WET VAN 22-02-1998 GEPUBL. OP 03-03-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4BIS; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11)
  • WET VAN 22-02-1994 GEPUBL. OP 28-05-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 6BIS; 11)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1963-1964. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Wetsontwerp, nr. 677-1, van 04-12-1963. - Amendementen, nr. 677-2, van 18-02-1964, Verslag, nr. 677-3 van 10-03-1964. Parl. Hand. - Bespreking. Vergadering van 18-03-1964. - Aanneming. Vergadering van 19-03-1964. SENAAT. Parl. besch. - Ontwerp overgemaakt door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 201, van 19-03-1964. Verslag, nr. 240, van 21-05-1964. - Amendementen, nr. 248, van 26-05-1964. Parl. Hand. - Terugzending naar de commissie. Vergadering van 03-06-1964. Parl. besch. - Aanvullend verslag, nr. 273, van 11-06-1964. Parl. Hand. - Bespreking en aanneming. Vergadeing van 25-06-1964.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 150 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
    Franstalige versie