J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgilex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1993/03/09/1993009361/justel

Titel
9 MAART 1993. - Wet ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-04-1999 en tekstbijwerking tot 29-12-2009)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 24-04-1993 nummer :   1993009361 bladzijde : 9243
Dossiernummer : 1993-03-09/34
Inwerkingtreding : 24-05-1993

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definitie.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - [1 Toepassingsgebied]1
Art. 2
HOOFDSTUK III. - Aanbod tot en overeenkomsten van huwelijksbemiddeling.
Art. 3-8
HOOFDSTUK IIIbis. - (De waarschuwingsprocedure). <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 5; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
Art. 8bis
HOOFDSTUK IV. - Opsporing en vaststelling van misdrijven.
Art. 9, 9bis
HOOFDSTUK IVbis. - (De vordering tot staking). <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 7; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
Art. 9ter
HOOFDSTUK V. - Strafbepalingen.
Art. 10-16
HOOFDSTUK Vbis.
Art. 16bis
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 17

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definitie.

  Artikel 1. In de zin van deze wet wordt onder huwelijksbemiddeling verstaan elke activiteit waarbij tegen vergoeding ontmoetingen tussen personen worden geregeld die rechtstreeks of onrechtstreeks tot een huwelijk of tot een vaste relatie moeten leiden.

  HOOFDSTUK II. - [1 Toepassingsgebied]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-22/07, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2009>

  Art. 2.[1 Deze wet is van toepassing op alle natuurlijke personen en rechtspersonen die in Belgi een activiteit inzake huwelijksbemiddeling uitoefenen.]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-22/07, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2009>

  HOOFDSTUK III. - Aanbod tot en overeenkomsten van huwelijksbemiddeling.

  Art. 3. 1. Elke door een huwelijksbureau verspreide advertentie tot voorstelling van een persoon die een huwelijk of een vaste relatie wenst aan te gaan, moet de in artikel 6, (...), 2, vermelde gegevens bevatten (...), alsook het telefoonnummer van het bureau. <W 2005-12-14/35, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2006>
  Wanneer hetzelfde bureau via hetzelfde kanaal verscheidene advertenties verspreidt, hoeven die gegevens slechts eenmaal vermeld te worden, mits zij volkomen duidelijk en ondubbelzinnig zijn opgesteld.
  Elke advertentie vermeldt het geslacht, de leeftijd, de gezinstoestand, de aard van het beroep en de verblijfplaats van de betrokkene, alsook het profiel waaraan de gezochte persoon moet voldoen.
  Het bureau moet kunnen bewijzen dat de in de advertentie voorgestelde persoon instemt met de inhoud en de verspreiding van die advertentie.
   2. (...) <W 2005-12-14/35, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2006>

  Art. 4. Het voorstel om ontmoetingen tussen derden te organiseren met het oog op het rechtstreekse of onrechtstreekse uitlopen op een huwelijk of een vaste relatie mag slechts betrekking hebben op meerderjarige personen die daartoe een aanvraag hebben ingediend met het oog op een huwelijk of een vaste relatie.
  Ieder voorstel gedaan tegen betaling aan een klant moet worden vastgesteld in een schriftelijke overeenkomst, die de bepalingen van dit hoofdstuk vermeldt.

  Art. 5. Het huwelijksbureau moet een ieder die erom verzoekt een model overhandigen van de overeenkomsten die het gewoonlijk aanbiedt.

  Art. 6. 1. Op straffe van nietigheid moeten in de schriftelijke overeenkomst tussen het huwelijksbureau en de klant de volgende gegevens zijn opgenomen :
  1 de naam, voornaam, geboorteplaats en -datum, alsmede de woonplaats van de klant;
  2 de naam, voornaam of de benaming van het huwelijksbureau, de woonplaats of de maatschappelijke zetel van het huwelijksbureau en zijn (ondernemingsnummer en desgevallend het vestigingseenheidnummer); <W 2005-12-14/35, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 07-01-2006>
  3 de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst (en haar duur); <W 1999-04-11/47, art. 2, 1, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
  4 de precieze omschrijving van de door het huwelijksbureau in het kader van de overeenkomst aangeboden diensten;
  5 (de te betalen prijs en de betaalmodaliteiten, rekening houdend met de bepalingen van artikel 8, 1;) <W 1999-04-11/47, art. 2, 2, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
  6 het opzeggingsbeding, in vetjes in een los van de tekst staand kader op de voorzijde van de eerste bladzijde van de overeenkomst, luidend als volgt " De klant heeft gedurende zeven werkdagen te rekenen van de dag volgend op die van de ondertekening van de overeenkomst, het recht om deze op te zeggen, kosteloos en zonder schadevergoeding, mits hij het huwelijksbureau daarvan bij ter post aangetekende brief in kennis stelt. (Van de klant mag generlei voorschot noch betaling worden geist of aanvaard vr het verstrijken van de bedenktijd;) <W 1999-04-11/47, art. 2, 3, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
  (7 de mogelijkheid, de modaliteiten en voorwaarden voor opzegging tijdens de overeenkomst, rekening houdend met de bepalingen van artikel 7, 3 tot 6.) <W 1999-04-11/47, art. 2, 4, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
   2. In de overeenkomst wordt een beschrijving en een profiel van de door de klant gezochte persoon gegeven. In deze beschrijving moeten ten minste volgende gegevens zijn opgeomen : geslacht, leeftijd, gezinstoestand, aard van het beroep en verblijfplaats van de gezochte persoon.
  Op straffe van nietigheid van de overeenkomst moet het bureau de schriftelijke toestemming van de klant verkrijgen over de wijze waarop precieze persoonsgegevens aan derden zullen worden medegedeeld.
  Tevens kan een onderscheid worden gemaakt tussen de gegevens die openbaar mogen worden gemaakt, en de gegevens die alleen aan belanghebbenden ter kennis mogen worden gebracht.

  Art. 7. 1. De overeenkomst van huwelijksbemiddeling is pas voltrokken na het verstrijken van een bedenktijd van zeven werkdagen te rekenen van de dag die volgt op het sluiten van de overeenkomst.
  Tijdens die bedenktijd heeft de klant het recht het huwelijksbureau mee te delen dat hij van de overeenkomst afziet, volgens de modaliteiten bepaald in artikel 6, 1, 6.
  Van de klant mag generlei voorschot noch betaling worden geist of aanvaard vr het verstrijken van de bedenktijd.
   2. (De overeenkomst van huwelijksbemiddelling wordt aangegaan voor een duur van drie, zes, negen of twaalf maanden). <W 1999-04-11/47, art. 3, 1, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
  De overeenkomst kan niet stilzwijgend worden verlengd.
  (Leden 3 en 4 opgeheven) <W 1999-04-11/47, art. 3, 2, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
  ( 3. Wanneer de overeenkomst wordt gesloten voor een termijn van drie maanden, kan elke partij de overeenkomst opzeggen bij het verstrijken van de eerste of de tweede maand, ten minste vijftien dagen op voorhand bij een ter post aangetekende brief.
   4. Wanneer de overeenkomst wordt gesloten voor een termijn van zes maanden, kan elke partij de overeenkomst opzeggen bij het verstrijken van de tweede of de vierde maand, ten minste vijftien dagen op voorhand bij een ter post aangetekende brief.
   5. Wanneer de overeenkomst wordt gesloten voor een termijn van negen of twaalf maanden, kan elke partij de overeenkomst opzeggen bij het verstrijken van elk trimester, ten minste vijftien dagen op voorhand bij een ter post aangetekende brief.
   6. De eerste overeenkomst tussen de partijen afgesloten, kan de verplichting voorzien, voor de partij die overeenkomstig de 3 tot 5 de overeenkomst opzegt, aan de andere partij een vergoeding te storten die niet meer mag bedragen dan 15 % van het saldo van het totale overeengekomen bedrag, dat niet werd betaald ten gevolge van de opzegging.) <W 1999-04-11/47, art. 3, 3, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>

  Art. 8. 1. (De betaling van de prijs moet in gelijke bedragen over de gehele duur van de overeenkomst worden gespreid door middel van maandelijkse schijven in geval van overeenkomsten van drie maanden, tweemaandelijkse schijven voor de overeenkomsten van zes maanden, en driemaandelijkse schijven voor de overeenkomsten van negen of twaalf maanden, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid, voor de overeenkomsten aangegaan voor zes, negen of twaalf maanden, in maandelijkse schijven te betalen.) <W 1999-04-11/47, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
   2. Niemand mag, in het kader van deze overeenkomst of van de financiering ervan, door de klant, door de borg of door enig persoon die een persoonlijke zekerheid stelt, een wisselbrief of een orderbriefje doen ondertekenen als waarborg voor de betaling van de aangegane verbintenissen.
  Evenzo mag niemand een cheque aanvaarden als waarborg voor de betaling van het door de klant verschuldigde bedrag.

  HOOFDSTUK IIIbis. - (De waarschuwingsprocedure). <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 5; Inwerkingtreding : 01-07-1999>

  Art. 8bis. <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 5; Inwerkingtreding : 01-07-1999> Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet of op n van haar uitvoeringsbesluiten of dat zij aanleiding kan geven tot een vordering tot staking op initiatief van de minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren, kan deze of de door hem met toepassing van artikel 9 aangestelde ambtenaar, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand.
  De waarschuwing wordt de overtreder ter kennis gebracht binnen een termijn van drie weken volgend op de vaststelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding of door de overhandiging van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld.
  De waarschuwing vermeldt :
  1 de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepaling of -bepalingen;
  2 de termijn waarbinnen zij dienen te worden stopgezet;
  3 dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, ofwel de minister een vordering tot staking zal instellen, ofwel de met toepassing van artikelen 9 en 9bis aangestelde ambtenaren respectievelijk de procureur des Konings kunnen inlichten, of de regeling in der minne bepaald in artikel 9bis kunnen toepassen.

  HOOFDSTUK IV. - Opsporing en vaststelling van misdrijven.

  Art. 9. Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie zijn de door de Minister van Economische Zaken aangestelde ambtenaren bevoegd om de in deze wet bedoelde misdrijven op te sporen en vast te stellen.
  De processen-verbaal opgesteld door deze ambtenaren hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
  Bovendien zijn de in de wet betreffende de handelspraktijken vervatte bepalingen inzake de opsporing en vaststelling van misdrijven eveneens van toepassing op de in deze wet bedoelde misdrijven.

  Art. 9bis. <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 6; Inwerkingtreding : 01-07-1999> De hiertoe door de minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren aangestelde ambtenaren kunnen, in het licht van de processen-verbaal die een inbreuk vaststellen op de bepalingen bedoeld in de artikelen 10, 11, en 12, en opgemaakt zijn door de in artikel 9, 1ste lid bedoelde ambtenaren, aan de overtreders een som voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.
  Deze som mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikelen 10, 11 en 12, verhoogd met de opdeciemen. De tarieven alsmede de modaliteiten van betaling en inning worden vastgesteld door de Koning, op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid Economische Zaken behoren.

  HOOFDSTUK IVbis. - (De vordering tot staking). <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 7; Inwerkingtreding : 01-07-1999>

  Art. 9ter. <Ingevoegd bij W 1999-04-11/47, art. 7; Inwerkingtreding : 01-07-1999> De vordering tot staking, bedoeld in artikel 2 van de wet van 11 april 1999 aangaande de vordering tot staking van inbreuken op de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, wordt ingesteld op verzoek van :
  1 de belanghebbenden;
  2 de minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren;
  3 een beroeps- of interprofessionele vereniging met rechtspersoonlijkheid;
  4 een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit voor zover zij voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 98, 1, 4 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument.
  In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3 en 4, in rechte optreden voor de verdediging van hun statutair omschreven collectieve belangen.
  De artikelen 99 en 100 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde vordering tot staking.

  HOOFDSTUK V. - Strafbepalingen.

  Art. 10. Inbreuken op de bepalingen vervat in de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 1, en 8, (...) worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van zesentwintig frank tot honderdduizend frank of met n van deze straffen alleen. <W 1999-04-11/47, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
  Met dezelfde straffen wordt gestraft, hij die voor rekening van een huwelijksbureau advertenties verspreidt of doet verspreiden, waarin de in artikel 3, 1, bedoelde gegevens niet worden vermeld.

  Art. 11. Met de in artikel 496 van het Srafwetboek gestelde straffen worden gestraft :
  1 de verantwoordelijke van het huwelijksbureau die onder het voorwendsel van huwelijksbemiddeling huwelijkskandidaten of personen die een vaste relatie wensen aan te gan, aan elkaar voorstelt dan wel personen met elkaar in contact brengt, terwijl een van hen door het huwelijksbureau wordt bezoldigd, onder rechtstreeks of onrechtstreeks gezag daarvan staat, of zelf geen verzoek met het oog op het aangaan van een huwelijk of een vaste relatie heeft gedaan;
  2 de verantwoordelijke van het huwelijksbureau die met het oog op de totstandbrenging van een huwelijk of van een vaste relatie ontmoetingen met een fictief persoon organiseert.

  Art. 12. Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van zesentwintig frank tot honderdduizend frank of met n van deze straffen alleen wordt gestraft, hij die reclame maakt of doet maken voor voorstellen tot het organiseren van ontmoetingen, of een dergelijk voorstel doet onder een vorm die afbreuk doet aan de menselijke waardigheid, inzonderheid door een onterend beeld te geven van de man of de vrouw.

  Art. 13. Zij die krachtens de vorige bepalingen worden gestraft, kunnen tevens worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 van het Strafwetboek en indien het misdrijf is gepleegd bij de exploitatie van een inrichting die tegen betaling voorstelt ontmoetingen te organiseren met het oog op de rechtstreekse of onrechtstreekse totstandbrenging van een huwelijk of een vaste relatie, kunnen de hoven en rechtbanken overeenkomstig de bepalingen van artikel 386ter van het Strafwetboek bovendien de sluiting ervan bevelen, aan de veroordeelden het verbod opleggen een dergelijke inrichting te exploiteren of erin tewerkgesteld te zijn, alsmede straffen uitspreken wegens inbreuk op de beschikking van het vonnis of het arrest waarbij voornoemde sluiting is bevolen of voornoemd verbod is opgelegd.

  Art. 14. <Wijzigingsbepaling van art. 380quater, lid 2 van het Strafwetboek (SW 1867-06-08/01)>

  Art. 15. In artikel 2 van de wet van 26 mei 1914 tot bestrijding van de handel in vrouwen en meisjes worden de woorden " de artikelen 379, 380, 380bis en 380ter van het Strafwetboek " vervangen door de woorden " de artikelen 379, 380, 380bis en 380ter van het Strafwetoek en de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren ".

  Art. 16. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de in deze wet omschreven misdrijven.

  HOOFDSTUK Vbis.
  <Opgeheven bij W 2009-12-22/07, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2009>

  Art. 16bis.
  <Opgeheven bij W 2009-12-22/07, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2009>

  HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.

  Art. 17. Deze wet treedt in werking een maand nadat ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, behalve wat artikel 2 betreft.
  Artikel 2 treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum.
  De vr de inwerkingtreding van deze wet gesloten overeenkomsten blijven geldig voor de duur waarvoor ze zijn gesloten.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 22-12-2009 GEPUBL. OP 29-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 16bis)
  • BEELD
  • WET VAN 14-12-2005 GEPUBL. OP 28-12-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 16BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 11-04-1999 GEPUBL. OP 30-04-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 7; 8; 8BIS; 9BIS; 9TER; 10)
    (GEWIJZIGD ART. : 16BIS)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Bijzondere zitting 1991-1992. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Voorstel van wet nr 81/1 van de heer Tomas. - Verslag nr 81/6 van 10 juli 1992 door de heer Schellens. - Amendementen nrs 81/2 tot 81/5 en 81/8 en 81/9. Tekst aangenomen door de verenigde commissies nr 81/7. Parlementaire Handelingen. - 16 en 17 juli 1992. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp nr 466/1 van 17 juli 1992. - Verslag nr 466/2 van 21 januari 1993 door Mevr. Creyf. Parlementaire Handelingen. - 11 februari 1993.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie