J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/07/11/2013A09377/justel

Titel
11 JULI 2013. - BURGERLIJK WETBOEK. - Boek III - Titel XVII : Zakelijke zekerheden op roerende goederen - (Oude artikelen 2071 tot en met 2091 van het Burgerlijk Wetboek vormende de Titel XVII : Inpandgeving)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-08-2013 en tekstbijwerking tot 21-05-2019)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 02-08-2013 nummer :   2013A09377 bladzijde : 48463   BEELD
Dossiernummer : 2013-07-11/22
Inwerkingtreding :
01-12-2014
01-01-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Pandrecht
Afdeling 1. - Algemeen
Art. 1-25
Afdeling 2. - Publiciteit
Art. 26-38
Afdeling 3 - Tegenwerpelijkheid door buitenbezitstelling van lichamelijke goederen
Art. 39-45
Afdeling 4 - Uitwinning
Art. 46-56
Afdeling 5 - Rangconflicten
Art. 57-58
Afdeling 6 - Pandrecht op geldsom
Art. 59
Afdeling 7 [1 - Pandrecht op schuldvorderingen]1
Art. 60-68
HOOFDSTUK 2. - Eigendomsvoorbehoud
Art. 69-72
HOOFDSTUK 3. - Retentierecht
Art. 73-76

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Pandrecht

  Afdeling 1. - Algemeen

  Artikel 1.Doelstelling
  Het pandrecht verleent aan de pandhouder het recht om bij voorrang boven de andere schuldeisers te worden betaald uit de bezwaarde goederen.
  [1 Dit recht van voorrang geldt als een voorrecht zoals bedoeld in artikel 12 van de Hypotheekwet.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 2. Totstandkoming
  Onder voorbehoud van artikel 4, tweede lid, komt het pandrecht tot stand door de overeenkomst tussen pandgever en pandhouder.

  Art. 3. Vertegenwoordiging
  Een pandovereenkomst die wordt gesloten door een vertegenwoordiger voor rekening van één of meer begunstigden is geldig en tegenwerpelijk aan derden wanneer de identiteit van de begunstigden kan worden vastgesteld aan de hand van de overeenkomst. Alle daaruit voortvloeiende rechten behoren tot het vermogen van die begunstigden.
  De vertegenwoordiger kan alle rechten uitoefenen die normaal toekomen aan de pandhouder. Hij is, behoudens andersluidende overeenkomst, met de begunstigde hoofdelijk aansprakelijk.

  Art. 4.Bewijs
  De inpandgeving wordt bewezen door een geschrift dat de door het pand bezwaarde goederen, de gewaarborgde schuldvorderingen en het maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn, nauwkeurig aanduidt.
  Is de pandgever een consument [1 in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, dan dient voor de geldigheid van de overeenkomst een geschrift te worden opgesteld dat, naargelang het geval, voldoet aan het vereiste van artikel 1325 of artikel 1326.
  Het in het tweede lid bedoelde geschrift vermeldt, voor de toepassing van artikel 7, vierde lid, de waarde van het verpande goed of van de verpande goederen.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 5. Derde-pandgever
  Het pandrecht kan door een derde worden gegeven voor de schuldenaar.
  Behoudens anders overeengekomen, kan, indien voor eenzelfde schuldvordering zowel goederen van de schuldenaar als van een derde zijn verpand, de derde-pandgever vorderen dat eerst de goederen van de schuldenaar worden uitgewonnen.

  Art. 6. Bevoegdheid van de pandgever
  De inpandgeving is slechts geldig indien de pandgever bevoegd is de goederen te verpanden.
  Heeft de pandgever die bevoegdheid niet, dan verkrijgt de pandhouder niettemin een pandrecht indien hij bij het sluiten van de overeenkomst redelijkerwijze mocht veronderstellen dat de pandgever tot verpanding bevoegd was.

  Art. 7.Voorwerp
  [1 Het pandrecht kan een roerend lichamelijk of onlichamelijk goed, een goed dat roerend is uit zijn aard maar onroerend is geworden door bestemming of een bepaald geheel van dergelijke goederen tot voorwerp hebben met uitzondering van zeeschepen en teboekgestelde schepen en vaartuigen in de zin van boek II van het Wetboek van Koophandel.]1
  Behoudens beperkende bepalingen in de pandovereenkomst, omvat het pandrecht dat een handelszaak tot voorwerp heeft het geheel der goederen die de handelszaak uitmaken.
  Behoudens beperkende bepalingen in de pandovereenkomst, omvat het pandrecht dat een landbouwexploitatie tot voorwerp heeft het geheel der goederen die tot de exploitatie dienen.
  Is de pandgever een consument [1 in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, dan mag de waarde van het verpande goed of de verpande goederen het dubbel van de omvang van het pandrecht zoals bepaald in artikel 12, niet overschrijden.
  Enkel goederen die krachtens de wet vatbaar zijn voor overdracht kunnen in pand worden gegeven.
  De bepalingen van dit hoofdstuk zijn enkel van toepassing op pandrechten die intellectuele eigendomsrechten tot voorwerp hebben voor zover zij niet onverenigbaar zijn met andere bepalingen waarin dergelijke pandrechten specifiek worden geregeld.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 8. Toekomstige goederen
  Het pand kan toekomstige goederen tot voorwerp hebben.

  Art. 9. Zakelijke subrogatie
  Het pandrecht strekt zich uit tot alle schuldvorderingen die in de plaats komen van de bezwaarde goederen, waaronder de schuldvorderingen uit de overdracht ervan en deze tot vergoeding wegens tenietgaan, beschadiging of waardeverlies van het bezwaarde goed.
  Behoudens anders overeengekomen, strekt het pandrecht zich uit tot de vruchten die de bezwaarde goederen voortbrengen.
  De pandgever en in voorkomend geval de pandhouder zijn hierover rekenschap verschuldigd aan de andere partij.

  Art. 10. Gewaarborgde schuldvordering
  Een pandrecht kan gevestigd worden tot zekerheid van een of meer bestaande of toekomstige schuldvorderingen indien de gewaarborgde schuldvorderingen bepaald of bepaalbaar zijn.
  De pandovereenkomst vermeldt het maximumbedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn.

  Art. 11. Duur
  De pandovereenkomst kan worden aangegaan voor een bepaalde of een onbepaalde duur.
  Is de overeenkomst aangegaan voor een onbepaalde duur, dan kan de pandgever de overeenkomst beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van minimaal drie en maximaal zes maanden.
  Behoudens andersluidende overeenkomst, wanneer de pandovereenkomst wordt beëindigd door het verstrijken van de termijn of door een opzegging, strekt het pandrecht enkel tot waarborg van de schuldvorderingen die bestaan op het tijdstip van het einde van de overeenkomst.

  Art. 12.Omvang
  Het pandrecht strekt zich, binnen het overeengekomen bedrag, uit tot de hoofdsom van de gewaarborgde schuldvordering en tot de bijhorigheden zoals de interest, het schadebeding en de kosten van uitwinning.
  Is de pandgever een consument [1 in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, dan mogen die bijhorigheden echter niet groter zijn dan 50 % [1 van de hoofdsom op het ogenblik van de verdeling of de toerekening]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 13. Ondeelbaarheid
  Het pandrecht is ondeelbaar, niettegenstaande de schuld onder de algemene rechtsopvolgers of de rechtsopvolgers onder algemene titel van de schuldenaar of onder die van de schuldeiser deelbaar is.
  De algemene rechtsopvolger of de rechtsopvolger onder algemene titel van de schuldenaar, die zijn aandeel in de schuld betaald heeft, kan zijn aandeel in het pandrecht niet terugvorderen, zolang de schuld niet ten volle voldaan is.
  Zijnerzijds kan de algemene rechtsopvolger of de rechtsopvolger onder algemene titel van de schuldeiser, die zijn aandeel in de schuld ontvangen heeft, het pandrecht niet teruggeven ten nadele van degenen onder zijn algemene mede-rechtsopvolgers of mede-rechtsopvolgers onder algemene titel, die niet betaald zijn.

  Art. 14.Herverpanding
  De pandhouder is niet bevoegd tot het bezwaren van het goed [1 , tenzij de pandgever zijn toestemming geeft]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 15.Tegenwerpelijkheid
  Het pandrecht is tegenwerpelijk aan derden door een overeenkomstig [2 artikel 29, § 1, eerste lid]2, uitgevoerde registratie in het pandregister.
  [1 De registratie in het pandregister is uitgesloten voor een verpanding van schuldvorderingen.]1
  De onjuiste identificatie van de pandgever ontneemt elk gevolg aan de registratie, behalve indien een opzoeking in het register aan de hand van het juiste element van identificatie toelaat de inschrijving terug te vinden, onverminderd [2 artikel 29, § 1, tweede lid]2.
  De onjuiste identificatie van de pandhouder of van [1 zijn vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3]1 of de onjuiste aanduiding van de door het pandrecht bezwaarde goederen ontnemen elk gevolg aan de registratie, behalve indien zij een redelijke persoon die een opzoeking doet niet ernstig op een dwaalspoor brengen, onverminderd [2 artikel 29, § 1, tweede lid]2.
  De onjuiste aanduiding van de gewaarborgde schuldvorderingen of van het maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn, ontneemt geen gevolg aan de registratie, onverminderd [2 artikel 29, § 1, tweede lid]2.
  De rang van het pandrecht wordt bepaald volgens de chronologische volgorde van de registratie ervan.
  De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<W 2018-06-18/03, art. 202, 003; Inwerkingtreding : 12-07-2018>

  Art. 16. Verplichtingen van de pandgever
  De pandgever dient als goed pandgever voor de bezwaarde goederen zorg te dragen.
  De pandhouder is gerechtigd om op ieder ogenblik de bezwaarde goederen te inspecteren.

  Art. 17. Gebruiksrecht
  De pandgever is gerechtigd tot een redelijk gebruik van de in pand gegeven goederen overeenkomstig hun bestemming.

  Art. 18. Verwerking
  Behoudens anders overeengekomen, is de pandgever gerechtigd tot verwerking van goederen die bestemd zijn voor verwerking.
  Ontstaat door die toegestane verwerking een nieuw goed, dan bezwaart het pandrecht dit nieuw tot stand gekomen goed, behoudens anders overeengekomen. In geval van niet toegestane verwerking zijn de artikelen 570 en volgende van toepassing.
  Werden voor de verwerking goederen van derden aangewend en is de afscheiding van deze goederen onmogelijk of economisch niet verantwoord, dan bezwaart het pandrecht het nieuw totstandgekomen goed indien dit goed het voornaamste is in de zin van artikel 567 of, desgevallend, indien dit goed de grootste waarde heeft. In dat geval heeft de derde op de pandhouder een vordering wegens verrijking zonder oorzaak.

  Art. 19. Onroerendmaking
  De onroerendmaking van de bezwaarde goederen laat het recht van de pandhouder om bij voorrang uit de opbrengst van deze goederen te worden voldaan onverlet.

  Art. 20. Vermenging
  De vermenging van vervangbare goederen die volledig of gedeeltelijk met een pandrecht zijn bezwaard door een of meer pandgevers, laat het pandrecht onverlet.
  Zijn er meerdere pandhouders, dan kunnen zij hun pandrecht op de vermengde goederen doen gelden in verhouding tot hun rechten.

  Art. 21. Beschikking
  Behoudens anders overeengekomen, kan de pandgever vrij over de bezwaarde goederen beschikken binnen een normale bedrijfsvoering.

  Art. 22. Sanctie
  Het beding op grond waarvan de bezwaarde goederen op eenvoudig verzoek van de pandhouder volledig of gedeeltelijk aan laatstgenoemde moeten worden afgegeven, wordt als niet geschreven beschouwd.
  Indien de pandgever in ernstige mate aan zijn verplichtingen tekortschiet, kan de rechter op vordering van de pandhouder bevelen dat de bezwaarde goederen aan hem worden afgegeven of onder een gerechtelijk sekwester worden gesteld.
  De bedrieglijke vervreemding of de bedrieglijke verplaatsing van de bezwaarde goederen is strafbaar met de straffen voorzien in artikel 491 van het Strafwetboek.

  Art. 23. Overgang van pandrecht
  De overdracht van de gewaarborgde schuldvordering heeft de overgang van het pandrecht tot gevolg.
  Laatstgenoemde overgang is tegenwerpelijk aan derden door de registratie ervan in het pandregister of door de overdracht van het bezit van de bezwaarde goederen aan de overnemer.
  De gewaarborgde schuldvordering mag gedeeltelijk worden overgedragen. In dat geval is de overgang van het pandrecht evenredig met de omvang van de overdracht van de schuldvordering.

  Art. 24. Beschikking van verpande goederen
  Het pandrecht volgt de bezwaarde goederen, in welke handen zij ook overgaan. De overnemer geldt als pandgever vanaf het ogenblik van de overdracht.
  Het eerste lid is niet van toepassing indien de pandgever overeenkomstig artikel 21 gerechtigd was tot beschikking over de bezwaarde goederen, indien de pandhouder had ingestemd met de beschikking of indien de verkrijger zich kan beroepen op artikel 2279.

  Art. 25. Derde-verkrijgers
  De registratie in het pandregister sluit de toepassing van artikel 2279 uit ten aanzien van rechtverkrijgers onder bijzondere titel van de pandgever die handelen in het raam van hun bedrijf of beroep.

  Afdeling 2. - Publiciteit

  Art. 26.Pandregister
  [1 De registratie van een pandrecht en van een eigendomsvoorbehoud gebeurt in het Nationaal Pandregister, pand-register genoemd, dat wordt bewaard bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
  [1 Het pandregister is een geïnformatiseerd systeem dat bestemd is voor het registreren en het raadplegen van pandrechten en eigendomsvoorbehouden, het wijzigen, vernieuwen, overdragen of verwijderen van de registratie van pandrechten of eigendomsvoorbehouden en het afstaan van rang van een geregistreerd pandrecht.]1
  De Koning is bevoegd om de werking van het pandregister te regelen.
  [1 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën]1 is de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en wordt belast met de uitvoering van de bepalingen van die wet.
  [1 De artikelen 27, 28, 32, 33, 34, 35, 36 en 37 zijn van overeenkomstige toepassing op de registratie van het eigendomsvoorbehoud.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 27.[1 Authenticatie]1
  [1 Elke registratie, raadpleging, wijziging, vernieuwing, rangafstand of overdracht van een pand of verwijdering van geregistreerde panden vereist de authenticatie van de gebruiker van het pandregister.]1
  De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels inzake die [1 authenticatie]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 28.Kosten
  De registratie, raadpleging, wijziging, [1 vernieuwing en verwijdering van gegevens, en de rangafstand of overdracht van een pand]1 kunnen elk aanleiding geven tot de betaling van een retributie waarvan het bedrag door de Koning wordt bepaald.
  De raadpleging van het pandregister is kosteloos voor de pandgever en voor de categorieën van personen of instellingen die de Koning heeft bepaald na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 29.Registratie
  [1 § 1.]1 De pandhouder is krachtens de pandovereenkomst gerechtigd zijn pand te registreren door de in artikel 30 bedoelde gegevens zoals deze in het in artikel 4 bedoelde geschrift voorkomen, in overeenstemming met de nadere regels die de Koning heeft bepaald na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in het pandregister in te voeren.
  De pandhouder is tot schadevergoeding gehouden voor iedere schade ten gevolge van de [1 registratie]1 van onjuiste gegevens.
  De pandhouder brengt de pandgever schriftelijk op de hoogte van de registratie.
  [1 § 2. De verkoper is krachtens de overeenkomst waarin het beding van eigendomsvoorbehoud is opgenomen, gerechtigd dit eigendomsvoorbehoud te registeren door invoering in het pandregister van de in artikel 30 bedoelde gegevens zoals die in het in artikel 69 bedoelde geschrift voorkomen, conform de nadere regels die de Koning bepaalt na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
   De verkoper is aansprakelijk voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens.
   De verkoper brengt de koper schriftelijk op de hoogte van de registratie.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 30.[1 Te vermelden gegevens
   § 1. De registratie van het pandrecht vermeldt de volgende gegevens :
   1° de identiteit van de pandhouder of van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3 :
   a) indien het een natuurlijk persoon betreft, zijn naam, zijn eerste voornaam of de eerste twee voornamen, het land, de postcode en de gemeente van zijn hoofdverblijfplaats en, wanneer hij er een heeft, zijn ondernemingsnummer; bij gebreke van een ondernemingsnummer zijn rijksregisternummer, indien de gebruiker gemachtigd is dit nummer te gebruiken in het kader van dit hoofdstuk, en zijn geboortedatum;
   b) indien het een rechtspersoon betreft, zijn naam, rechtsvorm, land, postcode en gemeente van zijn maatschappelijke zetel en, wanneer hij er een heeft, zijn ondernemingsnummer;
   2° de identiteit van de pandgever :
   de gegevens opgesomd in de bepaling onder 1°, a) of b), naargelang het geval;
   3° in voorkomend geval, de identiteit van de lasthebber van de pandhouder of van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3 :
   de gegevens opgesomd in de bepaling onder 1°, a) of b), naargelang het geval;
   4° de aanwijzing van de door het pandrecht bezwaarde goederen waarvoor registratie plaatsvindt;
   5° de aanwijzing van de gewaarborgde schuldvorderingen waarvoor registratie plaatsvindt;
   6° het maximale bedrag ten belope waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn en waarvoor registratie plaatsvindt;
   7° de verklaring van de pandhouder, de vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3 of hun lasthebber dat de pandhouder of vertegenwoordiger aansprakelijk is voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens.
   § 2. De registratie van het eigendomsvoorbehoud vermeldt de volgende gegevens :
   1° de identiteit van de verkoper :
   de gegevens opgesomd in § 1, 1°, a) of b), naargelang het geval;
   2° de identiteit van de koper :
   de gegevens opgesomd in § 1, 1°, a) of b), naargelang het geval;
   3° in voorkomend geval de identiteit van de lasthebber van de verkoper :
   de gegevens opgesomd in § 1, 1°, a) of b), naargelang het geval;
   4° de aanwijzing van de verkochte goederen waarvoor registratie plaatsvindt;
   5° de aanwijzing van de onbetaalde koopprijs waarvoor registratie plaatsvindt;
   6° de verklaring van de verkoper of van diens lasthebber dat de verkoper aansprakelijk is voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 31.[1 Raadplegen
   § 1. Met betrekking tot een geregistreerd pand kunnen de volgende gegevens worden geraadpleegd :
   1° het registratienummer;
   2° de identiteit van de pandhouder of de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3;
   3° de identiteit van de pandgever;
   4° in voorkomend geval, de identiteit van de lasthebber van de pandhouder of van de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3;
   5° de aanwijzing van de door het pandrecht bezwaarde goederen waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;
   6° de aanwijzing van de gewaarborgde schuldvorderingen waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;
   7° het maximale bedrag ten belope waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;
   8° de verklaring van de pandhouder, de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3 of hun lasthebber dat de pandhouder of vertegenwoordiger aansprakelijk is voor iedere schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens;
   9° de datum van registratie.
   § 2. Met betrekking tot een geregistreerd eigendomsvoorbehoud kunnen de volgende gegevens worden geraadpleegd :
   1° het registratienummer;
   2° de identiteit van de verkoper;
   3° de identiteit van de koper;
   4° in voorkomend geval, de identiteit van de lasthebber van de verkoper;
   5° de aanwijzing van de verkochte goederen waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;
   6° de aanwijzing van de onbetaalde koopprijs waarvoor registratie heeft plaatsgevonden;
   7° de verklaring van de verkoper of diens lasthebber dat de verkoper aansprakelijk is voor alle schade ten gevolge van de registratie van onjuiste gegevens;
   8° de datum van de registratie.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 32.Wijziging
  In geval van wijziging van de pandovereenkomst of in geval van onjuiste gegevens is de pandhouder gerechtigd de geregistreerde gegevens te wijzigen, overeenkomstig de overeenkomst en de nadere regels die de Koning heeft bepaald na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  In geval van een wijziging, geeft het register zowel de oorspronkelijke [1 registratie]1 als de wijziging weer.
  De pandhouder brengt schriftelijk de pandgever op de hoogte van de wijziging van de registratie.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 33.Onjuiste gegevens
  De pandgever is gerechtigd om van de pandhouder de verwijdering of de wijziging te vorderen van onjuiste gegevens.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 34.[1 Toegang tot het register
   "Eenieder heeft toegang tot het pandregister volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 35.[1 Termijn en vernieuwing]1
  De registratie van het pandrecht vervalt na verloop van tien jaar. Vanaf dat tijdstip is het pandrecht niet meer raadpleegbaar in het pandregister.
  Deze termijn is niettemin vatbaar voor herhaalde vernieuwing voor een nieuwe termijn van tien jaar.
  De [1 vernieuwing]1 geschiedt door middel van een [1 registratie]1 in het register voorafgaand aan het verstrijken van de termijn van tien jaar en volgens de nadere regels die de Koning heeft bepaald na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  [1 Deze vernieuwing kan geheel of gedeeltelijk zijn, en kan in voorkomend geval gepaard gaan met een vermindering van het maximaal gewaarborgd bedrag en/of van de omvang van de in pand gegeven goederen.
   De vernieuwing vermeldt het registratienummer van de te vernieuwen registratie.
   De weergave van een vernieuwde registratie vermeldt eveneens de datum van de oorspronkelijke registratie.]1
  De pandhouder brengt de pandgever schriftelijk op de hoogte van de [1 vernieuwing]1 van de registratie.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 36.[1 Gehele of gedeeltelijke verwijdering van de registratie
   § 1. De pandhouder moet in geval van betaling van de gewaarborgde schuld ervoor zorgen dat de registratie van het pandrecht wordt verwijderd.
   Deze verplichting tot verwijdering geldt eveneens voor de verkoper die een eigendomsvoorbehoud heeft laten registreren, wanneer de koper de prijs van het verkochte goed heeft betaald.
   Zo de pandhouder, bedoeld in het eerste lid, of de verkoper, bedoeld in het tweede lid, in gebreke blijft tot deze verwijdering over te gaan, kan de verwijdering in rechte gevorderd worden, onverminderd eventuele schadevergoeding.
   § 2. De pandhouder kan de registratie van het pandrecht gedeeltelijk verwijderen, dit zowel door de vermindering van het geregistreerde maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn als door verwijdering van een deel van de goederen waarop het pandrecht slaat en waarvoor registratie werd genomen.
   De verkoper kan de registratie van het eigendomsvoorbehoud gedeeltelijk verwijderen door verwijdering van een deel van de goederen waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft en waarvoor registratie werd genomen.
   In geval van een gedeeltelijke verwijdering geeft het register bij raadpleging zowel de oorspronkelijke registratie als deze houdende de gedeeltelijke verwijdering weer.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 37.Overdracht van schuldvordering
  De registratie van de overdracht van het pandrecht bij overdracht van de gewaarborgde schuldvordering gebeurt volgens door de Koning nader bepaalde regels, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Tot dat tijdstip behoudt de registratie zijn uitwerking krachtens de [1 registratie]1 van de overdrager.
  De registratie van de overdracht vermeldt de identiteit van de overnemer. [1 De identiteit van de overnemer wordt eveneens bij raadpleging weergegeven.]1
  De registratie van de overdracht dient te gebeuren door de overdrager.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 38.Rangafstand
  Een afstand van rang is slechts tegenwerpelijk aan derden door de registratie ervan volgens de nadere regels die de Koning heeft bepaald na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  [1 De registratie van de rangafstand gebeurt door diegene die zijn rang afstaat of zijn vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3 of hun lasthebber.
   De raadpleging van het pandregister met betrekking tot een geregistreerd pandrecht vermeldt in voorkomend geval een geregistreerde rangafstand.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Afdeling 3 - Tegenwerpelijkheid door buitenbezitstelling van lichamelijke goederen

  Art. 39. Inbezitstelling
  Het pandrecht van een lichamelijk goed is eveneens tegenwerpelijk aan derden wanneer het goed in de feitelijke macht van de schuldeiser of van een overeengekomen derde wordt gesteld.

  Art. 40.Bewijs
  De pandovereenkomst kan worden bewezen door alle rechtsmiddelen.
  Is de pandgever een consument [1 in de zin van artikel I.1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, dan dient als bewijs van de overeenkomst een geschrift te worden opgesteld dat naargelang het geval voldoet aan het vereiste van artikel 1325 of artikel 1326.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 41. Gevolgen
  Tot aan de uitwinning van het pand blijft de pandgever eigenaar van het pand, dat in handen van de pandhouder niets meer is dan een bewaargeving tot waarborg van zijn pandrecht.

  Art. 42. Gebruiksrecht
  De pandhouder is niet gerechtigd tot het gebruik van de bezwaarde goederen tenzij en voor zover dit noodzakelijk is voor hun behoud.

  Art. 43. Verplichtingen van de pandhouder
  De pandhouder dient voor verpande goederen als een goed pandhouder zorg te dragen.
  De pandhouder is, volgens de regels gesteld in de titel " Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen ", aansprakelijk voor het verlies of de beschadiging van het pand, die het gevolg zijn van zijn nalatigheid.
  Door de pandhouder betaalde nuttige kosten tot behoud en tot onderhoud, met inbegrip van de door hem aan het goed verbonden lasten, moeten hem door de pandgever worden terugbetaald.
  De pandgever is gerechtigd om op ieder ogenblik de goederen te inspecteren.

  Art. 44. Segregatieplicht
  Heeft het pandrecht betrekking op soortzaken, dan rust, behoudens andersluidende overeenkomst, op de pandhouder of op de overeengekomen derde de verplichting ze gescheiden te houden van soortgelijke zaken.
  Als de goederen werden vermengd, moet de pandhouder bij de beëindiging van de pandovereenkomst aan de pandgever dezelfde hoeveelheid van soortgelijke zaken teruggeven.
  Na beslag, faillissement of een andere situatie van samenloop die het vermogen van de pandhouder of de overeengekomen derde betreft, kan de pandgever zijn rechten uitoefenen op de afgescheiden goederen. Als de goederen werden vermengd, worden de op dat tijdstip voorhanden zijnde goederen geacht de verpande goederen te zijn ten belope van de verpande hoeveelheid. Als er meerdere pandgevers zijn, doen zij hun aanspraken op de vermengde goederen gelden in verhouding tot hun rechten.

  Art. 45. Sanctie
  Behalve indien de pandhouder of de overeengekomen derde in ernstige mate aan zijn verplichtingen verzuimt, kan de pandgever het pand niet terugvorderen voordat hij de schuld tot zekerheid waarvan het pand gegeven is ten volle betaald heeft, zowel wat de hoofdsom als de bijhorigheden betreft.

  Afdeling 4 - Uitwinning

  Art. 46.Pandgever consument
  Indien de pandgever een consument is [1 in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, mag de pandhouder, bij niet-betaling, niet over het pand beschikken; maar hij kan door de rechter doen bevelen dat dit pand aan hem zal verblijven, in betaling en ten belope van de schuld, volgens een schatting door deskundigen, of dat het pand in het openbaar of per onderhandse akte zal worden verkocht.
  De pandhouder is niet gerechtigd om op te treden als koper bij een onderhandse verkoop.
  Elk beding waarbij de pandhouder zou worden gemachtigd zich het pand toe te eigenen of erover te beschikken zonder inachtneming van de hiervoor bepaalde vormen, is nietig.
  De artikelen 50 en 55 zijn van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 47.Pandgever niet-consument
  Indien de pandgever geen consument is [1 in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, is de pandhouder, bij niet-betaling, gerechtigd om overeenkomstig de artikelen 48 tot 56 zijn pandrecht uit te oefenen door de verpande goederen geheel of gedeeltelijk te verkopen of te verhuren ter voldoening van de gewaarborgde schuldvordering.
  Indien de schuldenaar tekortschiet, heeft de pandhouder het recht over het door het pandrecht bezwaarde goed te beschikken. Indien de pandgever of enige persoon die over het bezwaarde goed beschikt zich ertegen verzet, moet de pandhouder zich tot de rechter wenden overeenkomstig artikel 54.
  De uitwinning dient te gebeuren te goeder trouw en op een economisch verantwoorde wijze.
  De pandhouder kan zijn aansprakelijkheid in dit verband niet beperken of uitsluiten.
  De bewijslast van een tekortkoming van de pandhouder berust bij de pandgever.
  De partijen kunnen bij de totstandkoming van de pandovereenkomst of op een later tijdstip overeenkomen over de wijze van uitwinning.
  [2 Indien binnen de termijn voorzien in het eerste lid van artikel 48 of in voorkomend geval in artikel 49 de uitwinning niet wordt opgeschort overeenkomstig artikel 54 is de pandhouder gerechtigd een gerechtsdeurwaarder te gelasten om bezit te nemen van de verpande goederen en is de pandgever gehouden tot afgifte van de verpande goederen.]2
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<W 2019-05-02/25, art. 162, 004; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 48.Kennisgeving
  De pandhouder die tot uitwinning wenst over te gaan, moet daarvan ten minste tien dagen vooraf [1 bij aangetekende zending met ontvangstbewijs of gerechtsdeurwaardersexploot]1 kennisgeven aan de schuldenaar en in voorkomend geval aan de derde-pandgever.
  De kennisgeving dient ook te worden gedaan [1 bij aangetekende zending]1 aan de andere pandhouders en aan hen die op de bezwaarde goederen beslag hebben gelegd.
  De kennisgeving maakt melding van het bedrag van de gewaarborgde schuldvordering op het tijdstip van deze kennisgeving, een omschrijving van de bezwaarde goederen, de voorgenomen wijze van uitwinning en het recht van de schuldenaar of de pandgever om de goederen te bevrijden door de betaling van de gewaarborgde schuldvordering.
  [1 Tegelijk met de kennisgeving aan de schuldenaar en de derde-pandgever kan de pandhouder, zonder toelating van de rechter, via een gerechtsdeurwaarder beslag laten leggen op de verpande goederen.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 163, 004; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 49. Bederfbare goederen
  De in artikel 48, eerste lid, bedoelde termijn voor de kennisgeving wordt beperkt tot drie dagen voor goederen die vatbaar zijn voor bederf of die onderhevig zijn aan snelle waardevermindering.

  Art. 50. Betaling van de schuld
  Tot op het tijdstip van de uitwinning is de pandgever of iedere belanghebbende derde gerechtigd de bevrijding van het pand te verkrijgen tegen betaling van de gewaarborgde schuldvordering en de reeds gemaakte uitwinningskosten.

  Art. 51. Verkoop
  De pandhouder kan een gerechtsdeurwaarder gelasten met de openbare of onderhandse verkoop of met de verhuur van de bezwaarde goederen.

  Art. 52. Verkoop aan de pandhouder
  De pandhouder is niet gerechtigd om op te treden als koper bij een onderhandse verkoop.

  Art. 53. Toe-eigening door de pandhouder
  Indien de schuldenaar in gebreke is te betalen, kan de pandgever toestemming geven voor de toe-eigening van de verpande goederen door de pandhouder.
  Een dergelijke overeenkomst kan ook gesloten worden bij de totstandkoming van de pandovereenkomst of op een later tijdstip, wanneer de overeenkomst bepaalt dat de waarde van de goederen op de dag van de toe-eigening zal worden vastgesteld door een deskundige en, voor goederen die verhandeld worden op een markt, volgens de marktprijs.

  Art. 54.Rechterlijke controle
  [1 Indien de pandgever geen consument is, kunnen de pandgever en in geval van een derde-pandgever, de schuldenaar van de gewaarborgde verbintenissen, zich binnen de toepasselijke termijn bepaald in de artikelen 48 en 49 tot de rechter wenden om zich te verzetten tegen de uitwinning.]1
  [1 Ter beslechting van ieder ander geschil dat bij de uitwinning kan rijzen of indien de pandgever een consument is in de zin van artikel I, 1, 2°, van boek I van het Wetboek van economisch recht, kunnen de pandhouder, de pandgever en belanghebbende derden zich op ieder ogenblik tot de rechter wenden.]1
  De vordering schort de uitwinning van het pand op.
  De zaak wordt ingeleid bij dagvaarding of bij verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
  De rechter doet uitspraak bij voorrang boven alle zaken.
  Hij doet bij voorraad uitspraak en zijn beschikking heeft dan ook geen gezag van gewijsde.
  De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep.
  Zij wordt onmiddellijk bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan de partijen. Deze kennisgeving doet de termijn lopen voor het cassatieberoep.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 164, 004; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 55. Verdeling
  Het bedrag dat voortvloeit uit de uitwinning wordt toegerekend op de gewaarborgde schuldvordering en de redelijke kosten van uitwinning.
  Zijn er meerdere pandhouders dan wordt de netto-opbrengst tussen hen verdeeld volgens hun rang overeenkomstig artikelen 57 en 58.
  Het eventueel saldo komt toe aan de pandgever.

  Art. 56.Rechterlijke controle a posteriori
  Na de voltooiing van de uitwinning kan iedere belanghebbende partij zich tot de rechter wenden bij betwisting over de wijze van uitwinning of de aanwending van de opbrengst.
  De vordering wordt ingesteld uiterlijk binnen [1 een termijn van een maand]1 vanaf de kennisgeving van het einde van de uitwinning door de pandhouder aan de in artikel 48, eerste en tweede lid, bedoelde personen.
  De kennisgeving geschiedt bij een aangetekende zending.
  [1 De belanghebbenden aan wie geen kennis wordt gegeven in de zin van het tweede lid, stellen hun vordering uiterlijk in binnen een termijn van drie maanden vanaf het einde van de uitwinning.]1
  De zaak wordt ingeleid bij dagvaarding of bij verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 24, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Afdeling 5 - Rangconflicten

  Art. 57.Anterioriteitsregel
  [1 Het pandrecht heeft voorrang op alle jongere rechten op de verpande goederen, onverminderd de artikelen 21 tot 26 van Titel XVIII van Boek III van dit Wetboek.]1
  Zijn er meerdere pandhouders, dan wordt hun rangorde bepaald naar de datum van de registratie of van de bezitsverkrijging.
  Pandhouders die op dezelfde dag hebben geregistreerd of het bezit hebben verkregen, staan in gelijke rang.
  Indien de verpande goederen onroerend zijn geworden, wordt de rangorde tussen de pandhouder en een hypothecaire of een op de onroerende goederen bevoorrechte schuldeiser bepaald volgens de datum van de registratie en die van de inschrijving van de hypotheek of het voorrecht.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 58. Superprioriteit
  Een pandrecht dat gebaseerd is op een retentierecht voor een schuldvordering tot behoud van de zaak gaat boven alle pandhouders.
  Onder voorbehoud van het eerste lid, gaan de onbetaalde verkoper die zich de eigendom heeft voorbehouden, de bevoorrechte verkoper en het voorrecht van de onderaannemer voor op de pandhouders op deze goederen.

  Afdeling 6 - Pandrecht op geldsom

  Art. 59. Pandrecht op geldsom
  Bestaat het pand uit een geldsom en heeft bij de pandhouder vermenging plaatsgevonden, dan geldt de pandhouder als eigenaar die bij de beëindiging van de pandovereenkomst gehouden is tot de restitutie aan de pandgever van een gelijk bedrag van dezelfde valuta.
  Behoudens anders overeengekomen, is de pandhouder geen interest verschuldigd dan na zijn ingebrekestelling.
  Komt de pandgever in verzuim, dan is de pandhouder gerechtigd tot schuldvergelijking over te gaan met de gewaarborgde schuldvordering en dient hij het saldo aan de pandgever te restitueren.

  Afdeling 7 [1 - Pandrecht op schuldvorderingen]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 26, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 60. Bezitvereiste (" controle ")
  De pandhouder verkrijgt het bezit van een in pand gegeven schuldvordering door het sluiten van de pandovereenkomst op voorwaarde dat hij bevoegd is tot kennisgeving van het pandrecht aan de schuldenaar van de verpande schuldvordering.
  De verpanding kan slechts aan de schuldenaar van de in pand gegeven schuldvordering worden tegengeworpen nadat zij hem ter kennis werd gebracht of door hem is erkend.
  De artikelen 1690, § 1, derde en vierde lid, en 1691 zijn van toepassing.

  Art. 61.Bewijs
  De pandovereenkomst wordt bewezen door een geschrift dat de door het pandrecht bezwaarde schuldvorderingen en de gewaarborgde schuldvorderingen nauwkeurig aanduidt. De bepalingen uit afdeling 1 met betrekking tot de vermelding in het geschrift van het maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen zijn gewaarborgd, zijn van toepassing.
  Is de pandgever een consument [1 in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, dan dient het geschrift als bewijs van de overeenkomst te voldoen aan de vereisten, naar gelang het geval, van artikel 1325 of artikel 1326 en dient tevens nauwkeurig melding te worden gemaakt van het maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen zijn gewaarborgd.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 62.Fiduciaire overdracht tot zekerheid
  Een overdracht van een schuldvordering tot zekerheid verleent aan de overnemer enkel een pandrecht [1 op de overgedragen schuldvordering en zulks ongeacht of deze overdracht beantwoordt aan het bepaalde in artikel 61, behoudens wanneer de overdrager een consument is in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek economisch recht]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 28, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 63. Toekomstige schuldvorderingen
  Het pandrecht kan gevestigd worden op één of meer toekomstige schuldvorderingen op voorwaarde dat zij bepaalbaar zijn. "

  Art. 64. Beding om niet over te dragen of niet te verpanden
  Een tussen de pandgever en de schuldenaar van de verpande schuldvordering gesloten overeenkomst waarbij de schuldvordering die de betaling van een geldsom tot voorwerp heeft niet vatbaar is voor overdracht of verpanding is niet tegenwerpelijk aan derden, behoudens indien deze zich hebben schuldig gemaakt aan derdemedeplichtigheid aan de schending van dit beding.

  Art. 65. Voorwerp
  Het pandrecht strekt zich uit tot de verpande schuldvordering in hoofdsom, interest en schadebeding en tot haar andere bijhorigheden.

  Art. 66. Gedeeltelijke verpanding
  Het pandrecht kan gevestigd worden op een gedeelte van een schuldvordering, behoudens indien deze ondeelbaar is. "

  Art. 67. Inningsrecht pandhouder
  Behoudens anders overeengekomen, is de pandhouder bevoegd om in en buiten rechte de nakoming te eisen van de verpande schuldvordering. De pandhouder kan daarbij alle nevenrechten van de schuldvordering uitoefenen.
  De pandhouder verrekent de geïnde bedragen op de gewaarborgde schuldvordering wanneer die opeisbaar is en draagt het saldo af aan de pandgever.
  Zijn er meerdere pandhouders, dan komt de in het eerste en tweede lid verleende bevoegdheid enkel toe aan de hoogst gerangschikte pandhouder.
  In geval van gedwongen tenuitvoerlegging of bewarend beslag op de verpande schuldvordering, is de derde-schuldenaar gehouden te betalen in handen van de gerechtsdeurwaarder die handelt overeenkomstig de artikelen 1627 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
  Indien de gewaarborgde schuldvordering nog niet opeisbaar is, stort de pandhouder de geïnde bedragen op een daartoe geopende afgescheiden bankrekening onder de verplichting het saldo aan de pandgever af te dragen wanneer de gewaarborgde schuldvordering werd nagekomen.

  Art. 68. Schuldvordering tot levering van goederen
  Heeft de verpande schuldvordering de levering van goederen tot voorwerp en gaat de pandhouder tot invordering ervan over, dan komt het pandrecht op deze goederen te rusten.

  HOOFDSTUK 2. - Eigendomsvoorbehoud

  Art. 69.Geschrift
  Roerende goederen, verkocht met een beding dat de eigendomsoverdracht opschort tot de volledige betaling van de prijs, kunnen worden teruggevorderd wanneer de koper in gebreke blijft de koopprijs te betalen voor zover dit schriftelijk is opgesteld uiterlijk op het ogenblik van de levering van het goed.
  Is de koper een consument [1 in de zin van artikel I.1, 2° van boek I van het Wetboek van economisch recht]1, dan dient de instemming van de koper uit het geschrift te blijken.
  Het terugvorderingsrecht krachtens een beding van eigendomsvoorbehoud kan worden uitgeoefend ongeacht de juridische aard van de overeenkomst waarin het is opgenomen.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 70.Zakelijke subrogatie, verwerking en vermenging.
  De artikelen 9, 18 [1 , 20 en 23, lid 1]1 zijn van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/12, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 71. Onroerendmaking
  Zijn de verkochte goederen onroerend door incorporatie geworden, dan blijft het eigendomsvoorbehoud behouden op voorwaarde van registratie in het pandregister.

  Art. 72. Verrijkingsverbod
  De verkoper verrekent de waarde van het teruggevorderde goed met zijn schuldvordering. Overtreft deze waarde het bedrag van de schuldvordering dan is de verkoper tot afdracht aan de koper verplicht van het saldo.

  HOOFDSTUK 3. - Retentierecht

  Art. 73. Begrip
  Het retentierecht verleent aan de schuldeiser het recht om de teruggave van een goed dat hem door zijn schuldenaar werd overhandigd of bestemd is voor zijn schuldenaar, op te schorten zolang zijn schuldvordering die verband houdt met dat goed niet is voldaan.

  Art. 74. Feitelijke macht
  Het retentierecht eindigt van zodra de schuldeiser de feitelijke macht over het goed vrijwillig prijsgeeft, tenzij de schuldeiser deze feitelijke macht herkrijgt krachtens dezelfde rechtsverhouding.

  Art. 75. Tegenwerpelijkheid
  Het retentierecht dat betrekking heeft op een roerend lichamelijk goed is tegenwerpelijk aan andere schuldeisers van de schuldenaar en aan derden die een recht op het goed hebben verkregen nadat de schuldeiser de feitelijke macht over het goed heeft verworven.
  Het retentierecht dat betrekking heeft op een roerend lichamelijk goed is eveneens tegenwerpelijk aan derden met een ouder recht, op voorwaarde dat de schuldeiser bij de inontvangstneming van het goed mocht aannemen dat de schuldenaar bevoegd was om dit goed aan een retentierecht te onderwerpen.

  Art. 76. Pandrecht
  Het retentierecht geeft aanleiding tot een in artikel 1 bedoeld preferentieel recht van pandhouder.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 11 juli 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Financiën,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 02-05-2019 GEPUBL. OP 21-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 47; 48; 54)
  • BEELD
  • WET VAN 13-04-2019 GEPUBL. OP 14-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 40; 61)
  • BEELD
  • WET VAN 18-06-2018 GEPUBL. OP 02-07-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 27)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 7; 12; 14; 15; 26; 27; 28; 29; 30; 31; 32; 33; 34: 35: 36; 37; 38; 40; 46; 47; 56; 57; 61; 62; 69; 70)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie