J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2000/04/10/2000016161/justel

Titel
10 APRIL 2000. - Koninklijk besluit houdende bepalingen betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-08-2000 en tekstbijwerking tot 12-05-2017)

Bron : SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU.MIDDENSTAND.LANDBOUW
Publicatie : 02-08-2000 nummer :   2000016161 bladzijde : 26582   BEELD
Dossiernummer : 2000-04-10/38
Inwerkingtreding : 01-04-2001 (ART. (1))

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Administratieve bepalingen.
Art. 3-4
HOOFDSTUK III. - Rechten en plichten van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding.
Art. 5
HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de verantwoordelijke.
Art. 6-7
HOOFDSTUK V. - Derde partij.
Art. 8
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 9-13
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.Voor toepassing van dit besluit moet men verstaan onder :
  1° Verantwoordelijke :
  de eigenaar of de houder bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet;
  2° [1 Dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding : de dierenarts natuurlijke persoon, erkend overeenkomstig artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde of de diergeneeskundige rechtspersoon, erkend overeenkomstig hetzelfde artikel, aangewezen door de verantwoordelijke overeenkomstig de bepalingen van het artikel 3, § 1, voor de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding van een diersoort in een beslag;]1
  3° Derde partij :
  een organisatie, een universitair instituut of een wetenschappelijke instelling, die betrokken wordt bij de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding, en die daartoe erkend is door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, overeenkomstig artikel 6, § 1, van de wet;
  4° Diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding :
  een geheel van activiteiten van informatie, raadgevingen, toezicht, beoordeling, preventie en behandeling met het doel een optimale en wetenschappelijk verantwoorde gezondheidstoestand van een groep dieren te bekomen, als bedoeld in artikel 1, 5°, van de wet;
  5° Geneesmiddel :
  een geneesmiddel zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
  6° Geneesmiddelenvoorraad :
  een depot zoals bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet;
  7° (Beslag :
  het geheel van voedselproducerende dieren, gehouden in een geografische entiteit en die een duidelijk omschreven eenheid vormen op basis van de epidemiologische banden, vastgesteld door de inspecteur-dierenarts;) <KB 2004-12-27/44, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  8° (Geografische entiteit :
  elk gebouw of complex van gebouwen dat een eenheid vormt, de erbij horende terreinen daarin begrepen, waar voedselproducerende dieren worden gehouden of die daartoe bestemd zijn;)<KB 2004-12-27/44, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  9° Inspecteur-dierenarts :
  de inspecteur-dierenarts bevoegd voor het ambtsgebied waar de geografische entiteit gelegen is;
  10° Wet :
  tenzij anders aangegeven de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde
  [1 11° Plaatsvervangende dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding : de dierenarts natuurlijke persoon, erkend overeenkomstig artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde of de diergeneeskundige rechtspersoon, erkend overeenkomstig hetzelfde artikel, aangewezen door de verantwoordelijke en de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding overeenkomstig de bepalingen van het artikel 3, § 3, voor het verzekeren van de plaatsvervanging in de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding van een diersoort in een beslag.]1
  ----------
  (1)<KB 2014-06-13/16, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 20-07-2014>

  Art. 2.§ 1. Het voorschrijven of verschaffen van geneesmiddelen door de dierenarts mag slechts gebeuren na een diagnose en de instelling van een behandeling door die zelfde dierenarts. [1 ...]1.
  § 2. (De verantwoordelijke mag enkel geneesmiddelen bezitten bedoeld in artikel 11, § 3, van de wet, voor zover ze voorgeschreven of verschaft werden overeenkomstig de bepalingen van § 1.) <KB 2004-12-27/44, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  Hij moet op elk ogenblik het verwerven, het in bezit hebben en de toediening ervan kunnen verantwoorden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van het koninklijk besluit houdende bijzondere bepalingen inzake het verwerven, het in depot houden, het voorschrijven en het verschaffen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de dierenarts en inzake het bezit en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de verantwoordelijke voor de dieren.
  ----------
  (1)<KB 2016-07-21/06, art. 75, 006; Inwerkingtreding : 08-08-2016>

  HOOFDSTUK II. - Administratieve bepalingen.

  Art. 3.§ 1. [3 Dit besluit is niet van toepassing op de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding in het kader van de bestrijding van varroase.]3
  Elke verantwoordelijke kan een dierenarts [2 of een erkende diergeneeskundige rechtspersoon]2, erkend overeenkomstig artikel 4, [2 ...]2 van de wet, aanwijzen als dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding. De erkende dierenarts [2 of de erkende diergeneeskundige rechtspersoon]2 kan deze aanwijzing weigeren.
  De verantwoordelijke en de erkende dierenarts [2 of de erkende diergeneeskundige rechtspersoon]2, die aldus aangewezen is en die deze opdracht aanvaardt, stellen in twee exemplaren een bedrijfsbegeleidingsovereenkomst op, waarvan het model zich in bijlage I bij dit besluit bevindt en die een overeenkomst tussen de twee partijen inhoudt. (Voor eenzelfde beslag wordt per diersoort één overeenkomst opgesteld. In de zin van dit besluit kunnen de mestkalveren, gehouden in een erkende kalvermesterij, zoals gedefinieerd in ministerieel besluit van 29 januari 1998, ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen, een aparte ondersoort vormen en het voorwerp uitmaken van een gescheiden bedrijfsbegeleiding.) <KB 2004-12-27/44, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  Als voor een bepaalde diersoort een geschreven overeenkomst, met het oog op de epidemiologische bewaking en de preventie van aangifteplichtige ziekten, gesloten is tussen de verantwoordelijke en de [2 bedrijfsdierenarts]2, dan moet de bedrijfsbegeleidingsovereenkomst voor diezelfde diersoort [2 met deze bedrijfsdierenarts]2 afgesloten worden.
  Beide partijen ondertekenen beide exemplaren van de bedrijfsbegeleidingsovereenkomst en bewaren elk een exemplaar. [2 ...]2. De ondertekenende dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding stuurt zonder uitstel een copie van zijn exemplaar aan de inspecteur-dierenarts van de omschrijving waar het beslag zich bevindt. <KB 2004-12-27/44, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  Hij stuurt eveneens een copie van de bedrijfsbegeleidingsovereenkomst aan de Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen.
  [2 Een erkend dierenarts mag ten hoogste 100 overeenkomsten sluiten of uitvoeren. Daarvoor wordt zowel het aantal overeenkomsten in aanmerking genomen dat hij eventueel als natuurlijke persoon heeft gesloten, als het gemiddeld aantal overeenkomsten per dierenarts dat is gesloten door de diergeneeskundige rechtspersoon waar hij eventueel deel van uitmaakt. Het totaal mag 100 overeenkomsten niet overschrijden. Met gemiddeld aantal overeenkomsten afgesloten door een diergeneeskundig rechtspersoon wordt de verhouding bedoeld tussen het totale aantal afgesloten overeenkomsten door de rechtspersonen en het totaal aantal dierenartsen die de overeenkomsten in naam of voor rekening van deze diergeneeskundige rechtspersoon kunnen uitvoeren.]2
  § 2. De ondertekenende partijen kunnen de in de voorgaande paragraaf bedoelde bedrijfsbegeleidingsovereenkomst beëindigen met een aangetekend schrijven, geadresseerd aan de andere partij en waarvan tezelfdertijd een copie aan de inspecteur-dierenarts overgemaakt wordt. De overeenkomst eindigt vanaf het bericht van ontvangst door de opgezegde partij. Voor zover de verantwoordelijke wil beschikken over een geneesmiddelenreserve wijst hij, binnen de 15 dagen na het opzeggen van de bedrijfsbegeleidingsovereenkomst, een nieuwe dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding aan. Deze laatste maakt een inventaris op van de geneesmiddelenvoorraad van de verantwoordelijke en stuurt een copie van de inventaris aan de inspecteur-dierenarts. De Orde der Dierenartsen moet door de vertrekkende dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding geïnformeerd worden over elke wijziging of beëindiging van de bedrijfsbegeleidingsovereenkomst.
  (De dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding moet de overeenkomst beëindigen van zodra hij een sanctie ondergaat die hem onbeschikbaar maakt voor meer dan drie maanden.) [1 De tijdelijke schorsing van de erkenning zoals bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 20 november 2009 betreffende de erkenning van de dierenartsen wordt hiervoor niet mee in rekening genomen.]1 <KB 2004-12-27/44, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005>
  (§ 3. In gemeenschappelijk overleg mogen de twee partijen [2 een plaatsvervangende dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding]2 aanduiden belast met het vervangen van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding in geval van onbeschikbaarheid. Hij komt tussen op directe vraag van de verantwoordelijke slechts nadat hij de onbeschikbaarheid van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding heeft nagegaan.
  Voor de diersoorten waarvoor in het kader van de epidemiologische bewaking en de preventie van aangifteplichtige ziekten voorzien wordt in het aanduiden van een [2 plaatsvervangende bedrijfsdierenarts]2 moet de plaatsvervangende bedrijfsbegeleidingovereenkomst afgesloten worden met [2 deze plaatsvervangende bedrijfsdierenarts]2.
  Tijdens de periode van onbeschikbaarheid van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding, verzekert de plaatsvervangende dierenarts [2 belast met de bedrijfsbegeleiding]2 bij de verantwoordelijke de verplichtingen als dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding zoals bedoeld in dit besluit.
  Vanaf het einde van de periode van onbeschikbaarheid zal de plaatsvervangende dierenarts de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding moeten verwittigen van alle vervulde prestaties in het kader van de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding.
  De verantwoordelijke, de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding en de plaatsvervangende dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding die deze opdracht aanvaardt, stellen in drie exemplaren een overeenkomst voor aanduiding van de plaatsvervangende dierenarts op, waarvan het model zich in bijlage I van dit besluit bevindt.
  [2 ...]2.
  De aanwijzing in hoedanigheid van plaatsvervangend dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding is ondergeschikt aan het bestaan van een bedrijfsbegeleidingsovereenkomst zoals voorzien in artikel 3, § 1, 2e lid van het bovenvermelde koninklijk besluit van 10 april 2000.
  De ondertekenende plaatsvervangende dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding stuurt zonder uitstel een kopie van zijn exemplaar aan de inspecteur-dierenarts van de omschrijving waar het beslag zich bevindt. Hij stuurt eveneens een kopie van de overeenkomst aan de Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen.
  De bevoegde inspecteur-dierenarts en de Gewestelijke Raad van de orde der Dierenartsen moeten door de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding op de hoogte gebracht worden van elke wijziging of van het einde van overeenkomst van plaatsvervanging.
  [2 Als de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding een erkende diergeneeskundige rechtspersoon is, kan de plaatsvervanging ook verzekerd worden, volgens dezelfde modaliteiten als hierboven, door deze rechtspersoon voor zover het aantal erkende dierenartsen die in naam of voor rekening van deze rechtspersoon kunnen tussenkomen minimaal twee is en dat de verantwoordelijke akkoord gaat met deze aanwijzing. In dat geval zijn de bepalingen betreffende de verificatie van de onbeschikbaarheid niet van toepassing.
   Het maximumaantal vervangingsovereenkomsten dat een erkende dierenarts mag afsluiten wordt berekend en is beperkt op dezelfde manier als voor de overeenkomsten bedoeld in § 1.]2
  ----------
  (1)<KB 2011-12-05/17, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 20-01-2012>
  (2)<KB 2014-06-13/16, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 20-07-2014>
  (3)<KB 2017-05-09/01, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 22-05-2017>

  Art. 4. Als, op welke wijze ook, de verantwoordelijke of de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding de uitvoering van de bedrijfsbegeleidingsovereenkomst verwaarloost, verhindert of onwerkzaam maakt dan is de andere partij eraan gehouden zonder verwijl bij aangetekend schrijven de inspecteur-dierenarts hierover in te lichten.

  HOOFDSTUK III. - Rechten en plichten van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding.

  Art. 5.§ 1. De dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding moet aan de verantwoordelijke alle noodzakelijke inlichtingen en adviezen verstrekken, nodig voor het optimaliseren en het instandhouden van de gezondheidstoestand, de productie en het welzijn van het beslag.
  De dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding moet de verantwoordelijke inlichten over de diagnosen die hij stelt en over alle behandelingen die hij instelt, niet enkel deze die hij persoonlijk uitvoert maar ook deze die de verantwoordelijke zelf mag uitvoeren op één of meerdere dieren van het beslag.
  § 2. Op vraag van de verantwoordelijke bezoekt de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding het bedrijf overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, § 2. Ter gelegenheid van dit bedrijfsbezoek ondertekent de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding het geneesmiddelenregister bedoeld in het koninklijk besluit houdende bijzondere bepalingen inzake het verwerven, het in depot houden, het voorschrijven en het verschaffen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de dierenarts en inzake het bezit en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de verantwoordelijke voor de dieren.
  Om de vier maanden wordt een algemene evaluatie van het beslag gemaakt, volgens de controlelijst waarvan een model in bijlage II bij dit besluit gevoegd is. Dit evaluatierapport wordt in tweevoud opgesteld, medeondertekend en bewaard door elke contracterende partij gedurende minstens 3 jaar. Deze gegevens kunnen eveneens electronisch verwerkt en opgeslagen worden op voorwaarde dat de duurzaamheid en de beschikbaarheid ervan verzekerd blijven.
  Ter gelegenheid van het bedrijfsbezoek maken minstens alle categorieën van de diersoort, waarop de overeenkomst betrekking heeft van het beslag, en die aanwezig zijn op die plaats van het bedrijf het voorwerp uit van een visuele klinische inspectie.
  Telkens de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding afwijkingen vaststelt bij een bepaald aantal dieren of groepen dieren, wordt een individueel onderzoek op de dieren uitgevoerd en worden de nodige monsters genomen voor diagnose.
  § 3. [1 Onverminderd de bepalingen van bijlage II van het koninklijk besluit van 23 mei 2000 houdende bijzondere bepalingen inzake het verwerven, het in depot houden, het voorschrijven, het verschaffen en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de dierenarts en inzake het bezit en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de verantwoordelijke voor de dieren en in afwijking van artikel 2, § 1, is de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding op basis van de evaluatie en eventueel van de diagnose bedoeld in § 2, gemachtigd voor te schrijven en te verschaffen :]1
  1. geneesmiddelen bestemd voor dieren met preventief karakter welke aangewend worden in het kader van de normale bedrijfsplanning;
  2. geneesmiddelen bestemd voor dieren die occasioneel aangewend worden volgens een lijst van diergeneeskundige handelingen toegestaan in toepassing van artikel 5 1° van de wet, en mits een schriftelijk akkoord van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding in toepassing van artikel 5 2°van de wet;
  3. geneesmiddelen bestemd voor dieren die gebruikt worden op het bedrijf voor problemen die het voorwerp uitmaken van een initiële diagnose.
  Het volume geneesmiddelen dat zich in de voorraad bevindt mag niet groter zijn dan het volume voor een periode overeenstemmend met de maximale tussentijd, bedoeld in artikel 6, § 2.
  § 4. Om te voldoen aan de opdracht van diagnosestelling, preventie en behandeling, evenals aan zijn adviserende en evaluerende taken moet de met de bedrijfsbegeleiding belast dierenarts zijn vorming voortzetten derwijze dat hij steeds op de hoogte blijft van de evolutie in de diergeneeskundige wetenschappen.
  § 5. De dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding kan, in overleg met de verantwoordelijke, de assistentie van een derde partij inroepen.
  ----------
  (1)<KB 2014-06-13/16, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 20-07-2014>

  HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de verantwoordelijke.

  Art. 6. § 1. De verantwoordelijke moet regelmatig, afzonderlijk of gezamenlijk, aan de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding alle inlichtingen en alle waarnemingen meedelen die van belang kunnen zijn voor of invloed kunnen hebben op de evaluatie van de sanitaire toestand van zijn beslag.
  § 2. De verantwoordelijke moet zich zes maal per jaar met een maximale tussentijd van 2 maanden verzekeren van de aanwezigheid van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding en indien de produktieronden elkaar opvolgen in een ritme sneller dan zes rondes per jaar, tenminste één maal per productieronde.
  § 3. In afwijking op de bepalingen in artikel 2, § 2, mag de verantwoordelijke in zijn voorraad geneesmiddelen bezitten die overeenkomstig artikel 5, § 3, verschaft of voorgeschreven werden door de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding. Hij moet op elk ogenblik het verwerven, het bezit en de toediening ervan kunnen verantwoorden overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 4 van het koninklijk besluit houdende bijzondere bepalingen inzake het verwerven, het in depot houden, het voorschrijven en het verschaffen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de dierenarts en inzake het bezit en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren oor de verantwoordelijke voor de dieren.
  § 4. De voorraad geneesmiddelen is ondeelbaar en bevindt zich op de geografische entiteit. De verantwoordelijke bewaart de geneesmiddelen overeenkomstig de instructies van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding in een kast of koelkast die zich in een lokaal bevindt dat afgescheiden is van de dieren en van de als woonst gebruikte plaatsen.
  § 5. De verantwoordelijke kan de assistentie van een derde partij vragen in overleg met de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding.

  Art. 7. <KB 2004-12-27/44, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005> De geneesmiddelen die hormonale of antihormonale substanties bevatten of die stoffen bevatten met hormonale of antihormonale werking of de geneesmiddelen die dienen ter behandeling van een chronische aandoening en die uitsluitend bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren mogen in het bezit zijn van de verantwoordelijke van bovengenoemde dieren om een behandeling voort te zetten op voorwaarde dat deze verantwoordelijke in het bezit is van een geschreven overeenkomst tussen de behandelende dierenarts en hemzelf. Deze overeenkomst is beperkt tot een periode van maximaal zes maanden en is hernieuwbaar. Deze geneesmiddelen mogen in geen geval aan andere dieren toegediend worden.

  HOOFDSTUK V. - Derde partij.

  Art. 8. § 1. In toepassing van dit besluit bestaat de opdracht van de derde partij uitsluitend uit het leveren van diensten en het begeleiden met uitzondering van opdrachten voorzien in het kader van de epidemiologische bewaking en de preventie van aangifteplichtige ziekten.
  § 2. De derde partij moet, om erkend te worden :
  - beschikken over een voldoende en polyvalente laboratoriuminfrastructuur om een aangepaste dienstverlening te kunnen leveren;
  - beschikken over deskundigen, met name dierenartsen die in een bepaald domein gespecialiseerd zijn;
  - zich ertoe verbinden niet rechtstreeks in een bedrijf op te treden zonder tussenkomst van de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding;
  - zich ertoe verbinden alle informatie te verstrekken aan de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding, de verantwoordelijke en, op uitdrukkelijk verzoek, aan de Veterinaire Diensten.
  § 3. De Minister bevoegd voor Landbouw bepaalt de modaliteiten voor de toekenning, de schorsing of de intrekking van de erkenning.

  HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.

  Art. 9. De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van de wet.

  Art. 10.§ 1. Indien de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding de bepalingen van dit besluit niet naleeft, wordt zijn erkenning, op voorstel van de Veterinaire Diensten, door [1 de minister bevoegd voor de volksgezondheid]1 geschorst voor een periode van ten minste drie maanden, bij een eerste overtreding, en voor een periode van ten minste één jaar, in geval van herhaling binnen drie jaar, onverminderd de toepassing van [1 het koninklijk besluit van 20 november 2009 betreffende de erkenning van de dierenartsen]1.
  De Veterinaire Diensten doen het in het vorige lid bedoelde voorstel op basis van een verslag van de bevoegde inspecteur-dierenarts. Dit verslag wordt ter kennis gebracht van de betrokken dierenarts, en wordt door deze voor kennisneming ondertekend. De dierenarts kan binnen acht dagen na de kennisgeving de Veterinaire Diensten bij aangetekend schrijven verzoeken om te worden gehoord. Hij moet gehoord worden binnen de veertien dagen na het indienen van dit verzoek.
  § 2. Elke verantwoordelijke, die de in dit besluit vastgelegde bepalingen overtreedt, zal uitgesloten worden uit de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding voor een periode van tenminste één jaar.
  De verantwoordelijke kan binnen de acht dagen die volgen op de kennisneming, om een mondelinge verdediging verzoeken bij de Dienst. Deze vraag moet per aangetekend schrijven ingediend worden. De mondelinge verdediging moet plaats hebben binnen de 14 dagen die volgen op het schriftelijk verzoek.
  ----------
  (1)<KB 2014-06-13/16, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 20-07-2014>

  Art. 11. <KB 2004-12-27/44, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2001> De Minister bevoegd voor de dierengezondheid kan voor andere diersoorten dan die bedoeld in bijlage II bij dit besluit het model van evaluatierapport vaststellen.

  Art. 12. <KB 2004-12-27/44, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2001> Dit besluit treedt in werking op 1 april 2001.

  Art. 13. Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en Onze Minister van Landbouw en Middenstand zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. <KB 2004-12-27/44, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005> Bijlage I. Overeenkomst tussen de verantwoordelijke en de dierenarts belast met de bedrijfsbegeleiding.
   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 02-08-2000, p. 26586)
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2014-06-13/16, art. 5, 005; En vigueur : 20-07-2014>
  

  Art. N2. <KB 2004-12-27/44, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2005> Bijlage II. - Bezoekrapport in het kader van een bedrijfsbegeleidingsovereenkomst runderen
   (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 02-08-2000, p. 26588-90).

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 10 april 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Landbouw en Middenstand,
J. GABRIELS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde inzonderheid de artikelen 6, § 2, 11, § 3 en 12, § 3;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen, gegeven in november 1997;
   Gelet op het advies van de Nationale Landbouwraad, gegeven op 27 november 1997;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op voordracht van Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en van Onze Minister van Landbouw en Middenstand,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-05-2017 GEPUBL. OP 12-05-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-07-2016 GEPUBL. OP 29-07-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-06-2014 GEPUBL. OP 10-07-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 5; 10; N1)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-12-2011 GEPUBL. OP 10-01-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 21-01-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 7; 11; 12; N1; N2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-12-2000 GEPUBL. OP 10-01-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 12)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie