J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2011/09/30/2011035954/justel

Titel
30 SEPTEMBER 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode en tot wijziging van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 25-11-2011 nummer :   2011035954 bladzijde : 69996       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2011-09-30/10
Inwerkingtreding : 05-12-2011

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2007036865        2007036959       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-24

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008 en 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 6° wordt de zinsnede " 2, van het decreet van 3 maart 1993 houdende het statuut van de terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven " vervangen door de zinsnede " 2, 3°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies ";
  2° punt 8° bis wordt opgeheven;
  3° punt 16° wordt vervangen door wat volgt :
  " 16° intern huurreglement : een openbaar document ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit waarin de verhuurder minimaal de concrete regels die een verdere invulling vereisen of op basis waarvan keuzes moeten worden gemaakt, vastlegt en waarin in voorkomend geval de specifieke toewijzingsregels ter uitvoering van artikel 25 tot en met 29 worden opgenomen; "
  4° punt 22° wordt vervangen door wat volgt :
  " 22° persoon ten laste :
  a) het kind dat op de referentiedatum bij de referentiepersoon gedomicilieerd is en dat voldoet aan een van de volgende voorwaarden :
  1) het is minderjarig of er wordt kinderbijslag of wezentoelage voor uitbetaald;
  2) het wordt door de minister na voorlegging van bewijzen als ten laste beschouwd;
  b) het kind van de referentiepersoon dat op de referentiedatum niet gedomicilieerd is bij de referentiepersoon maar dat op regelmatige basis verblijft bij de referentiepersoon en voldoet aan een van de volgende voorwaarden :
  1) het is minderjarig of er wordt kinderbijslag voor uitbetaald;
  2) het wordt door de minister na voorlegging van bewijzen als ten laste beschouwd;
  c) de persoon die erkend is als ernstig gehandicapt, of erkend was als ernstig gehandicapt op het ogenblik van pensionering. De minister stelt de voorwaarden hiervoor vast; ";
  5° er wordt een punt 24° bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 24° bis referentiehuurder :
  a) de persoon die zich bij de inschrijving opgeeft als toekomstige referentiehuurder van de sociale huurwoning;
  b) de partner van de persoon, vermeld in punt a) ;
  c) een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b), of c), van de Vlaamse Wooncode, die door de overblijvende huurders is aangewezen, als tijdens de duur van de huurovereenkomst de personen, vermeld in punt a) en b), overlijden of uit de huurovereenkomst worden geschrapt; ".

  Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008 en 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : " 1° hij is een meerderjarige persoon, een minderjarige ontvoogde persoon of een minderjarige persoon die zelfstandig woont of gaat wonen met begeleiding door een erkende dienst; "
  2° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
  " De verhuurder kan in individuele gevallen afwijken van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, voor zover de persoon die zich wil inschrijven tot een collectieve schuldenregeling is toegelaten overeenkomstig artikel 1675/6 van het Gerechtelijk Wetboek, of in budgetbegeleiding of budgetbeheer is bij een OCMW of een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling. ";
  3° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden " , 2°, " opgeheven :
  4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt de zinsnede " artikel 1, 22°, b) " vervangen door de zinsnede " artikel 1, 22°, c) ";
  5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede " in artikel 1, 22°, a) " vervangen door de zinsnede " in artikel 1, 22°, a) of b) " en wordt de zinsnede " in artikel 1, 22°, b) " vervangen door de zinsnede " in artikel 1, 22°, c) ".

  Art. 3.(NOTA : art. 3 vernietigd bij het arrest nr 222.544 van de Raad van State van 18-02-2013, in de zaak A. 203.387/X-14.995, zie B.St. van 14-03-2013, p. 15236)
  
   In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " De kandidaat-huurder kan " vervangen door de woorden " Met behoud van de toepassing van het tweede lid kan de kandidaat-huurder ";
  2° het tweede en derde lid worden vervangen door wat volgt :
  " De kandidaat-huurder kan zijn voorkeur alleen beperken op basis van de volgende criteria :
  1° financiėle draagkracht;
  2° gezondheidsredenen;
  3° fysieke mobiliteit;
  4° bereikbaarheid van school, werk, sociaal en familiaal netwerk;
  5° het verlenen of ontvangen van mantelzorg.
  Als de kandidaat-huurder zijn voorkeur beperkt met toepassing van het tweede lid, motiveert hij die beperking. De verhuurder weigert de voorkeur van een kandidaat-huurder als hij oordeelt dat niet wordt voldaan aan de criteria, vermeld in het tweede lid. ".

  Art. 4. In artikel 12, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  " 3° als bij de controle van de toelatingsvoorwaarden bij een aanbod van een woning blijkt dat de kandidaat-huurder niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor zover de aanvaarding van het aanbod aanleiding zou hebben gegeven tot de toewijzing van de woning; ".

  Art. 5. In artikel 18, vierde lid, van hetzelfde besluit wordt het woord " vierde " vervangen door het woord " vijfde ".

  Art. 6. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 18 juli 2008 en 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° de kandidaat-huurder of een van zijn gezinsleden met een bepaalde handicap of die minstens 55 jaar oud is of een van zijn gezinsleden, uitsluitend als de beschikbare woning door de daarop gerichte investeringen specifiek is aangepast aan de huisvesting van personen met die handicap of aan de huisvesting van ouderen ";
  2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " door dezelfde verhuurder " opgeheven;
  3° in het eerste lid, 3°, worden de woorden " derde en vierde " vervangen door de woorden " vijfde en zesde ";
  4° in het eerste lid, 6°, b), worden tussen de zinsnede " Vlaamse Wooncode, " en de woorden " ongeschikt of onbewoonbaar " de woorden " onderzocht werd in het kader van de advisering door de gewestelijk ambtenaar en daarna " gevoegd;
  5° aan het eerste lid wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 8° de kandidaat-huurder die een ontvoogde minderjarige persoon is of een persoon die met toepassing van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand zelfstandig woont of gaat wonen met begeleiding door een erkende dienst. ".

  Art. 7. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede " afwijking van artikel 3, § 1, eerste lid, 2° ", vervangen door het woord " voorrangsregel ";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden " alle kandidaat-huurders en " opgeheven.

  Art. 8. In artikel 21, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° worden de woorden " tweede lid, " opgeheven;
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Voorafgaand aan de toewijzingen geeft de verhuurder een invulling aan de rationele bezetting die aangepast is aan het eigen patrimonium, rekening houdend met artikel 5, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2004 betreffende de erkenning van de sociale verhuurkantoren. De verhuurder kan bij de invulling van de rationele bezetting ook rekening houden met de voorwaarden, vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders. Hij kan dat doen voor een deel of voor het volledige patrimonium. De invulling van de rationele bezetting wordt opgenomen in het interne huurreglement. ".

  Art. 9. In artikel 24, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, wordt de zinsnede " artikel 32, § 1, derde lid " vervangen door de zinsnede " artikel 29bis ".

  Art. 10. In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 2, tweede lid, worden een punt 3° tot en met 5° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 3° het bewijs dat er lokaal overleg werd gevoerd;
  4° in voorkomend geval het doelgroepenplan, vermeld in artikel 28, § 2;
  5° in voorkomend geval het leefbaarheidsplan, vermeld in artikel 29, § 1. " ;
  2° aan paragraaf 4 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De goedgekeurde bepalingen uit het toewijzingsreglement moeten worden geļntegreerd in het interne huurreglement en de verhuurder bezorgt het gewijzigde interne huurreglement onmiddellijk aan de toezichthouder. ".

  Art. 11. In artikel 29, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, wordt de zinsnede " artikel 1, 22°, b) " vervangen door de zinsnede " artikel 1, 22°, c) ";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede " in artikel 1, 22°, a) " vervangen door de zinsnede " in artikel 1, 22°, a) of b) " en wordt de zinsnede " in artikel 1, 22°, b) " vervangen door de zinsnede " in artikel 1, 22°, c) ".

  Art. 12. Aan artikel 30, zevende lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De beoordeling moet worden gevraagd binnen 6 maanden na het verstrijken van de voormelde termijn van twee maanden. ".

  Art. 13. In artikel 38 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " De huurder is verplicht de elementen die nodig zijn voor de berekening van de huurprijs mee te delen aan de verhuurder, uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het verzoek van de verhuurder, of op een latere datum die de verhuurder meedeelt, met behoud van de toepassing van artikel 52, § 2. Als de huurder de informatie niet binnen die termijn bezorgt, verzendt de verhuurder een brief, waarin hij de huurder meedeelt dat de informatie moet bezorgd worden uiterlijk zeven dagen na de postdatum. Als de huurder in gebreke blijft, zal aan hem vanaf 1 januari na het eerste verzoek van de verhuurder een huurprijs aangerekend worden die maximaal gelijk is aan de basishuurprijs. Die huurprijs wordt opnieuw verminderd met de sociale korting, vermeld in artikel 47, op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de informatie wordt bezorgd en ten vroegste op 1 februari na het eerste verzoek van de verhuurder. ".

  Art. 14. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de woorden " iedere persoon ten laste " en de woorden " wordt een korting " de zinsnede " als vermeld in artikel 1, 22°, a), " ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede " in artikel 1, 22°, b) " vervangen door de zinsnede " in artikel 1, 22°, c) ";
  3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " Voor een persoon ten laste als vermeld in artikel 1, 22°, b), wordt de helft van de korting, vermeld in paragraaf 1, toegekend. Als de ouder bij wie die persoon is gedomicilieerd, ook een sociale huurwoning huurt, wordt aan die ouder, in afwijking van paragraaf 1, maar de helft van de korting, vermeld in paragraaf 1, toegekend. ".

  Art. 15. Aan artikel 49, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Als de verhuurder met toepassing van het derde lid de basishuurprijs voor het aflopen van de termijn van negen jaar vervangt door de op dat ogenblik geldende marktwaarde, begint de termijn van negen jaar te lopen vanaf die vervanging. ".

  Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IXbis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk IXbis. Bepalingen die van toepassing zijn bij aankoop van woningen met zittende huurders ".

  Art. 17. In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk IXbis, ingevoegd bij artikel 16, een artikel 52bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 52bis. Als een verhuurder een woning die niet beantwoordt aan de definitie van sociale huurwoning, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 22°, van de Vlaamse Wooncode aankoopt, wordt op dat ogenblik aan de zittende huurder, voor zover hij voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, een sociale huurovereenkomst als vermeld in artikel 31 aangeboden, ook al wordt die woning niet rationeel bezet. Als de zittende huurder niet ingaat op het aanbod, wordt zijn huurovereenkomst opgezegd overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2 van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek.
  Als een verhuurder een sociale huurwoning als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 22°, van de Vlaamse Wooncode aankoopt, wordt de lopende huurovereenkomst door de verhuurder overgenomen, met behoud van de toepassing van artikel 78, § 2. ".

  Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 73ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 73ter. In afwijking van artikel 26 en 28, moet voor de samenwerkingsprojecten tussen een of meer welzijnsactoren en een huisvestingsactor geen toewijzingsreglement worden opgemaakt voor de toewijzing met voorrang aan een specifieke doelgroep. De samenwerkingsovereenkomsten moeten gesloten zijn voor 1 januari 2008 en de projecten moeten gesubsidieerd zijn door een gemeente of een provincie of gerealiseerd zijn met een kosteloze inbreng van een onroerend goed door een welzijnsactor. " .

  Art. 19. Aan artikel 78 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, vierde lid, wordt de huurprijs berekend volgens de bepalingen van deze paragraaf ingeval een sociale huurwoning die wordt verhuurd door een gemeente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een OCMW, een vereniging als vermeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, of het Vlaams Woningfonds overgedragen wordt aan of in beheer wordt gegeven van een sociale huisvestingsmaatschappij.
  Gedurende een periode van maximaal drie jaar wordt er van de huurprijsberekening die voorheen gold, hierna de oorspronkelijke huurprijsberekening te noemen, stapsgewijs geėvolueerd naar de huurprijsberekening, vermeld in artikel 38 tot en met 50, hierna de nieuwe huurprijsberekening te noemen.
  De eerste huurprijsaanpassing volgens de overgangsbepalingen vindt plaats op 1 januari van het jaar dat volgt op de datum van de overdracht of het in beheer geven van de woning. De sociale huisvestingsmaatschappij kan daarvan afwijken als de overdracht of het in beheer geven plaatsvindt in de periode tussen 1 september en 1 januari. In dat geval kan de sociale huisvestingsmaatschappij er voor kiezen om de eerste huurprijsaanpassing ten laatste te doen op 1 januari van het tweede jaar dat volgt op de datum van de overdracht of het in beheer geven van de woning. In het jaar waarin de eerste aanpassing plaatsvindt en de daaropvolgende twee jaren berekent de sociale huisvestingsmaatschappij enerzijds de huurprijs conform de oorspronkelijke huurprijsberekening, en anderzijds de huurprijs conform de nieuwe huurprijsberekening, telkens rekening houdend met het inkomen, de gezinssamenstelling en de andere parameters van toepassing voor dat jaar. Het resultaat van de oorspronkelijke huurprijsberekening is de oorspronkelijke huurprijs en het resultaat van de nieuwe huurprijsberekening is de nieuwe huurprijs. De aan de huurder aan te rekenen huurprijs is gelijk aan het resultaat van de volgende formule :
  Huurprijs = oorspronkelijke huurprijs + (nieuwe huurprijs -oorspronkelijke huurprijs) x X%
  De sociale huisvestingsmaatschappij stelt voor elk van de drie jaren het percentage X vast, waarbij X in het eerste jaar minimaal 25, het tweede jaar minimaal 50 en het derde jaar minimaal 75 bedraagt. In elk geval mag X in geen enkel jaar lager bepaald worden dan het voorgaande jaar. Als X in een bepaald jaar 100 is, geldt vanaf dan de nieuwe huurprijsberekening.
  In afwijking van het tweede en het vierde lid, kan de sociale huisvestingsmaatschappij beslissen om de overgangsbepalingen niet of niet langer toe te passen en de nieuwe huurprijsberekening toe te passen als de oorspronkelijke huurprijs minder dan een door de sociale huisvestingsmaatschappij te bepalen percentage of bedrag hoger of lager is dan de nieuwe huurprijs.
  Als er meer woningen tegelijk worden overgedragen of in beheer gegeven, gelden de vastgestelde percentages, vermeld in het vierde en vijfde lid, en het vastgestelde bedrag, vermeld in het vijfde lid, voor al die woningen op dezelfde manier.
  De aangerekende huurprijs wordt tijdens de overgangsperiode ook aangepast in de gevallen, vermeld in artikel 48, tweede lid. In dat geval berekent de sociale huisvestingsmaatschappij opnieuw de aan de huurder aan te rekenen huurprijs op basis van de nieuwe gegevens. ".

  Art. 20. In artikel 12 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, worden de zinnen " Als de huurder dat nalaat, wordt hem de basishuurprijs aangerekend vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op het verzoek van de verhuurder. Die basishuurprijs wordt aangepast aan het inkomen en de gezinssamenstelling op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de nodige documenten werden bezorgd. " opgeheven.

  Art. 21. Artikel 28 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 28. De huurder betaalt de kosten en lasten, vermeld in artikel 1, § 1, 1°, van bijlage III van het Sociaal Huurbesluit, met maandelijkse voorafbetalingen op basis van de totale reėle kosten van de meest recente jaarlijkse afrekening.
  De huurder betaalt de andere kosten en lasten met maandelijkse voorafbetalingen of maandelijkse afbetalingen op basis van de totale reėle kosten van de meest recente jaarlijkse afrekening. De wijze van aanrekening van de kosten en lasten wordt opgenomen in het intern huurreglement.
  Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst bedraagt de maandelijkse betaling ... euro.
  De verhuurder bezorgt aan de huurder een overzicht van de totale kosten per uitgavenpost en van de voorafbetalingen of afbetalingen. Jaarlijks gaat de verhuurder over tot individuele afrekening van de kosten en lasten die via voorafbetalingen zijn uitgevoerd. ".

  Art. 22. Aan artikel 17, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als artikel 78, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode op een of meer woningen van de verhuurder van toepassing is, wordt, met behoud van het eerste, tweede en derde lid, voor de vaststelling van de theoretische huurinkomsten rekening gehouden met de totale huurprijs met toepassing van artikel 38 tot en met 50 van hetzelfde besluit. ".

  Art. 23. Als een sociale huisvestingsmaatschappij op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit woningen in beheer heeft van een gemeente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een OCMW, of een vereniging als vermeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, geldt voor de huurprijsberekening van die woningen de overgangsregeling, vermeld in artikel 78, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode. De overgangsperiode begint te lopen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van dit besluit.

  Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Brussel, 30 september 2011.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie,
  F. VAN DEN BOSSCHE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Vlaamse Regering,
   Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 42, vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 29 april 2011, artikel 72, eerste lid, 3°, vervangen bij het decreet van 8 december 2000, artikel 91, § 2, vervangen bij het decreet van 15 december 2006, artikel 92, § 1, vervangen bij het decreet van 15 december 2006, artikel 93, § 1, vervangen bij het decreet van 15 december 2006, artikel 95, § 1, vervangen bij het decreet van 15 december 2006, en artikel 99, § 1, vervangen bij het decreet van 15 december 2006;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten;
   Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 12 juli 2011;
   Gelet op het advies 50.010/1/V van de Raad van State, gegeven op 9 augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie