J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/09/06/2019014856/justel

Titel
6 SEPTEMBER 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 15-10-2019 nummer :   2019014856 bladzijde : 95373       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-09-06/07
Inwerkingtreding : 25-10-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen voor BKG-installaties ter voorbereiding van de periode 2021-2030
Art. 3-4
HOOFDSTUK 3. - De kosteloze toewijzing van emissierechten tijdens de periode 2021-2030
Afdeling 1. - De aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten voor bestaande BKG-installaties
Art. 5-7
Afdeling 2. - De kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 voor bestaande BKG-installaties
Art. 8-11
Afdeling 3. - De kosteloze toewijzing van emissierechten voor nieuwkomers
Art. 12-15
Afdeling 4. - De stopzetting van de kosteloze toewijzing van emissierechten
Art. 16
Afdeling 5. - Openbaarmaking van informatie en confidentiële bedrijfsinformatie
Art. 17
HOOFDSTUK 4. - De verlening en de stopzetting van de verlening van emissierechten tijdens de periode 2021-2030
Art. 18-20
HOOFDSTUK 5. - De overdracht van emissierechten
Art. 21-22
HOOFDSTUK 6. - De geldigheid en de annulering van emissierechten
Art. 23-25
HOOFDSTUK 7. - Sancties
Art. 26
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
Art. 27-33
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen
Art. 34-65
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Art. 66
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Art. 67-71

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van richtlijn (EU) 2018/410 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen en van Besluit (EU) 2015/1814.

  Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° aanvang van de normale werking: de eerste dag van de verrichtingen;
  2° annuleren van emissierechten: het ongeldig of onbruikbaar maken van emissierechten;
  3° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
  4° departement: het Departement Omgeving;
  5° EU-ETS: het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie om de emissies van broeikasgassen op een kosteneffectieve en economisch efficiënte wijze te verminderen, vastgesteld bij richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad;
  6° exploitant van een BKG-installatie: de houder(s) van de omgevingsvergunning(en) van een BKG-installatie;
  7° exploitant van een nieuwkomer: de houder(s) van de omgevingsvergunning(en) van een nieuwkomer;
  8° gedelegeerde verordening (EU) 2019/331: de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  9° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid;
  10° nieuwkomer:
  a) tijdens de toewijzingsperiode 2021-2025: een BKG-installatie waaraan voor het eerst een omgevingsvergunning is verleend voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die betrekking heeft op de broeikasgasemissies van de BKG-installatie in de periode die begint op 1 juli 2019 en afloopt op 30 juni 2024;
  b) tijdens de toewijzingsperiode 2026-2030: een BKG-installatie waaraan voor het eerst een omgevingsvergunning is verleend voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die betrekking heeft op de broeikasgasemissies van de BKG-installatie in de periode die begint op 1 juli 2024 en afloopt op 30 juni 2029;
  11° persoon: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon;
  12° register: het deel van het geconsolideerd systeem van Europese registers overeenkomstig artikel 19 van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad en artikel 10 van verordening (EU) 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van beschikking nr. 280/2004/EG, dat wordt beheerd door België;
  13° registeradministrateur: de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, die de rekeningen en de gebruikers in het register beheert die als Belgische nationale administrateur is aangewezen conform verordening (EU) 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, Beschikkingen 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie;
  14° titel II van het VLAREM: het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

  HOOFDSTUK 2. - Bepalingen voor BKG-installaties ter voorbereiding van de periode 2021-2030

  Art. 3. § 1. Bij de aanvang van de periode 2021-2030 vallen de grenzen van de BKG-installatie samen met de grenzen van de BKG-installatie voor de periode 2013-2020 conform artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen op verzoek van de exploitant van de BKG-installatie de grenzen van de BKG-installatie bij de aanvang van de periode 2021-2030 afgestemd worden op de grenzen van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de exploitant van een BKG-installatie die op een site over meerdere omgevingsvergunningen beschikt, het geheel van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op de site samenvoegen bij de aanvang van de periode 2021-2030. De grenzen van de BKG-installatie vallen in voorkomend geval samen met de grenzen van de samengevoegde omgevingsvergunningen.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de exploitant van een BKG-installatie die beschikt over een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die meerdere installaties vergunt, die installaties bij de aanvang van de periode 2021-2030 opsplitsen per vaste technische eenheid als ze allemaal kunnen worden aangemerkt als een vaste technische eenheid als vermeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit van 27 november 2015. Het departement kan nagaan of voldaan is aan de voorwaarden van de definitie van vaste technische eenheid. De grenzen van elke BKG-installatie vallen in voorkomend geval samen met de grenzen van de vaste technische eenheid.
  De vraag tot aanpassing van de grenzen van de BKG-installatie, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, wordt samen met de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten bij het departement ingediend.
  § 3. Als er tijdens de periode 2021-2030 sprake is van een fusie of splitsing als vermeld in artikel 25 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331, meldt de exploitant van een BKG-installatie dat onverwijld aan het departement. Artikel 25 van de voormelde verordening is van toepassing.
  § 4. De exploitant van een BKG-installatie die beschikt over een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die meerdere installaties vergunt, kan die installaties bij de aanvang van de periode 2026-2030 opsplitsen per vaste technische eenheid als ze allemaal kunnen worden aangemerkt als een vaste technische eenheid als vermeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit van 27 november 2015. Het departement gaat na of voldaan is aan de voorwaarden van de definitie van vaste technische eenheid en de bepalingen uit Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331. De grenzen van elke BKG-installatie vallen in voorkomend geval samen met de grenzen van de vaste technische eenheid.
  De vraag tot aanpassing van de grenzen van de BKG-installatie, vermeld in het eerste lid, wordt samen met de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten, vermeld in artikel 5, lid 2, bij het departement ingediend.

  Art. 4. § 1. Voor een nieuwkomer worden bij de opstart de grenzen vastgesteld op een van de volgende wijzen:
  1° de grenzen vallen samen met de grenzen van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit;
  2° de exploitant van een nieuwkomer die op een site over meerdere omgevingsvergunningen beschikt, kan het geheel van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op de site samenvoegen. De grenzen van de BKG-installatie vallen in voorkomend geval samen met de grenzen van de samengevoegde omgevingsvergunningen;
  3° de exploitant van een nieuwkomer die beschikt over een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die meerdere installaties vergunt, kan die installaties opsplitsen per vaste technische eenheid als ze allemaal kunnen worden aangemerkt als een vaste technische eenheid als vermeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit van 27 november 2015. Het departement kan nagaan of voldaan is aan de voorwaarden van de definitie van vaste technische eenheid. De grenzen van elke nieuwkomer vallen in voorkomend geval samen met de grenzen van de vaste technische eenheid.
  § 2. Als er tijdens de periode 2021-2030 sprake is van een fusie of splitsing als vermeld in artikel 25 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331, meldt de exploitant van een nieuwkomer dat onverwijld aan het departement. Artikel 25 van de voormelde verordening is van toepassing.
  § 3. De exploitant van een nieuwkomer die beschikt over een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die meerdere installaties vergunt, kan die installaties bij de aanvang van de periode 2026-2030 opsplitsen per vaste technische eenheid als ze allemaal kunnen worden aangemerkt als een vaste technische eenheid als vermeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit van 27 november 2015. Het departement gaat na of voldaan is aan de voorwaarden van de definitie van vaste technische eenheid en de bepalingen uit Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331. De grenzen van elke BKG-installatie vallen in voorkomend geval samen met de grenzen van de vaste technische eenheid.
  De vraag tot aanpassing van de grenzen van de BKG-installatie, vermeld in het eerste lid, wordt samen met de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten, vermeld in artikel 5, lid 2, bij het departement ingediend.

  HOOFDSTUK 3. - De kosteloze toewijzing van emissierechten tijdens de periode 2021-2030

  Afdeling 1. - De aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten voor bestaande BKG-installaties

  Art. 5. De exploitant van een BKG-installatie die in aanmerking wil komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode 2021-2025, dient uiterlijk op 30 juni 2019 bij het departement een aanvraag in conform artikel 4 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331. De exploitant dient de aanvraag elektronisch in. Hij bezorgt zowel een ondertekende versie in pdf-formaat als een versie in Excelformaat.
  De exploitant van een BKG-installatie die in aanmerking wil komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode 2026-2030, dient uiterlijk op 31 mei 2024 bij het departement een aanvraag in conform artikel 4 van de voormelde verordening. De exploitant dient de aanvraag elektronisch in. Hij bezorgt zowel een ondertekende versie in pdf-formaat als een versie in Excelformaat. Het departement kan op gemotiveerde wijze een uitstel van maximaal één maand verlenen.
  De aanvraag, vermeld in het eerste en het tweede lid, wordt ingediend conform artikel 4 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331. De exploitant van een BKG-installatie ziet erop toe dat er geen overlappingen tussen subinstallaties en geen dubbeltellingen zijn.

  Art. 6. § 1. Het departement controleert conform artikel 15, lid 1, van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331 of de aanvragen tot kosteloze toewijzing van emissierechten voldoen aan de bepalingen van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331 en kan zich daarvoor laten bijstaan door externe experten. Die controle kan ertoe leiden dat de exploitant van een BKG-installatie de ingediende aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten aanpast.
  Als de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten voldoet aan de bepalingen van de voormelde verordening (EU) 2019/331, aanvaardt het departement die aanvraag.
  § 2. Het departement brengt de exploitant van een BKG-installatie op elektronische wijze op de hoogte van de beslissing.
  Bij niet aanvaarding van de aanvraag kan de exploitant van de BKG-installatie beroep aantekenen bij de minister. De minister beslist over dit beroep binnen de 30 dagen.
  § 3. Op basis van de ontvangen en aanvaarde aanvragen tot kosteloze toewijzing van emissierechten stelt het departement voor de periode 2021-2025 en de periode 2026-2030 een lijst op die voor elke BKG-installatie informatie bevat over de volgende aspecten:
  1° de productieactiviteit;
  2° de overdracht van warmte en gassen;
  3° de elektriciteitsproductie;
  4° de emissies op het niveau van de subinstallatie tijdens de vijf kalenderjaren die voorafgaan aan de indiening, vermeld in artikel 5.
  § 4. Het departement bezorgt de lijst voor de periode 2021-2025 en de periode 2026-2030, vermeld in paragraaf 3, aan de nationale klimaatcommissie, die die lijst op haar beurt uiterlijk vijftien maanden voor de start van de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 bij de Europese Commissie indient.

  Art. 7. De minister stelt het sjabloon en de toelichting vast voor de aanvraag voor kosteloze toewijzing van emissierechten die de exploitant kan indienen voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030.
  De minister kan nadere regels en procedures bepalen voor de indiening van de aanvraag voor kosteloze toewijzing voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 conform de Europese regelgeving.

  Afdeling 2. - De kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 voor bestaande BKG-installaties

  Art. 8. Kosteloze toewijzingen worden alleen verstrekt aan BKG-installaties waarvoor de gegevens, vermeld in artikel 6, § 3, zijn ingediend bij de Europese Commissie conform artikel 6, § 4.
  Een exploitant van een BKG-installatie kan altijd afstand doen van de jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten conform artikel 24 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331. Hij dient daarvoor een aanvraag in bij het departement. Hij kan die aanvraag niet herroepen gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.

  Art. 9. De minister beslist over de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor elke BKG-installatie voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 conform artikel 14, lid 5, van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331, als de Europese Commissie de opname van een BKG-installatie op de lijst, vermeld in artikel 6, § 3, van dit besluit, en de daarbij behorende gegevens niet verwerpt, en als de Europese Commissie de aangepaste benchmarks voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 heeft vastgesteld.
  Het departement brengt elke exploitant van een BKG-installatie op elektronische wijze op de hoogte van de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030.

  Art. 10. Als de Europese Commissie de uniforme transsectorale correctiefactor heeft bekendgemaakt voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030, beslist de minister over de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor elke BKG-installatie voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 conform artikel 14, lid 7, van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331.
  Het departement brengt elke exploitant op elektronische wijze op de hoogte van de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030.

  Art. 11. De definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor BKG-installaties wordt in voorkomend geval aangepast conform de toewijzingsregels van de uitvoerende verordening, vermeld in artikel 10bis, paragraaf 21, van de richtlijn.
  Het departement brengt de exploitant van een BKG-installatie op elektronische wijze op de hoogte van de aanpassing van de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030.
  De minister kan nadere regels en procedures opstellen voor de aanpassing van de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor BKG-installaties conform de toewijzingsregels van de uitvoerende verordening, vermeld in artikel 10bis, paragraaf 21, van de richtlijn.

  Afdeling 3. - De kosteloze toewijzing van emissierechten voor nieuwkomers

  Art. 12. De exploitant van een nieuwkomer die in aanmerking wil komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten dient bij het departement een aanvraag in conform artikel 5 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331. De exploitant dient de aanvraag elektronisch in. Hij bezorgt zowel een ondertekende versie in pdf-formaat als een versie in Excelformaat.
  De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend conform artikel 5 van de voormelde verordening. De exploitant van een nieuwkomer ziet erop toe dat er geen overlappingen tussen sub-installaties en geen dubbeltellingen zijn.

  Art. 13. § 1. Het departement controleert conform artikel 5 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331 of de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten voor een nieuwkomer voldoet aan de bepalingen van voormelde verordening en kan zich daarvoor laten bijstaan door externe experten. Die controle kan ertoe leiden dat de exploitant van een BKG-installatie de ingediende aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten aanpast.
  Als de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten voor een nieuwkomer voldoet aan de bepalingen van de voormelde verordening, keurt het departement conform artikel 5 van de voormelde verordening de aanvraag en de aanvang van de normale werking goed en beslist de minister conform artikel 18 van voormelde verordening over de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de nieuwkomer.
  § 2. Het departement brengt de exploitant van een nieuwkomer op elektronische wijze op de hoogte van de gemotiveerde beslissing over het al of niet goedkeuren van de aanvraag tot kosteloze toewijzing van emissierechten voor de nieuwkomer en van de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de nieuwkomer.
  Bij niet goedkeuring van de aanvraag of de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten kan de exploitant van de BKG-installatie beroep aantekenen bij de minister. De minister beslist over dit beroep binnen de 30 dagen.
  § 3. Het departement brengt de Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte van de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de nieuwkomer.
  § 4. Als de Europese Commissie de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de nieuwkomer niet verwerpt, beslist de minister over de definitieve hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de nieuwkomer conform artikel 18 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331.
  Het departement brengt de exploitant van een nieuwkomer op elektronische wijze op de hoogte van de definitieve hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de nieuwkomer.

  Art. 14. De minister stelt de sjabloon en de toelichting vast voor de aanvraag voor kosteloze toewijzing van emissierechten van een nieuwkomer.
  De minister kan nadere regels en procedures bepalen voor de indiening van de aanvraag voor kosteloze toewijzing van emissierechten van een nieuwkomer conform de Europese wetgeving.

  Art. 15. De definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor nieuwkomers wordt in voorkomend geval aangepast conform de toewijzingsregels van de uitvoerende verordening, vermeld in artikel 10bis, paragraaf 21, van de richtlijn.
  Het departement brengt de exploitant van een nieuwkomer op elektronische wijze op de hoogte van de aanpassing van de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030.
  De minister kan nadere regels en procedures opstellen voor de aanpassing van de definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor nieuwkomers conform de toewijzingsregels van de uitvoerende verordening, vermeld in artikel 10bis, paragraaf 21, van de richtlijn

  Afdeling 4. - De stopzetting van de kosteloze toewijzing van emissierechten

  Art. 16. § 1. De kosteloze toewijzing van emissierechten wordt stopgezet, als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt ingetrokken of de inrichting verliest haar hoedanigheid van BKG-installatie;
  2° de BKG-installatie is niet meer in bedrijf en het is technisch onmogelijk om haar opnieuw op te starten;
  3° de BKG-installatie is niet meer in bedrijf en de exploitant van de BKG-installatie kan niet aantonen dat de activiteiten binnen een concrete en redelijke termijn opnieuw zullen worden opgestart.
  De omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vermeld in het eerste lid, 1°, betreft de volledige omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of het deel van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit dat betrekking heeft op de BKG-installatie.
  § 2. De exploitant van een BKG-installatie meldt elk geval, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, onverwijld aan het departement.
  De minister kan nadere regels en procedures opstellen voor de melding.
  § 3. Als de exploitant van een BKG-installatie de melding, vermeld in paragraaf 2, niet bezorgt aan het departement conform de regels opgesteld door de minister, kan het departement vaststellen dat aan een van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is voldaan op basis van een gemotiveerd advies van het verificatiebureau.
  In het eerste lid wordt verstaan onder verificatiebureau: de organisatie die is aangesteld om de correcte uitvoering van de energiebeleidsovereenkomst te bewaken, en daarover adviezen te verstrekken en verslag uit te brengen, vermeld in artikel 4 van de energiebeleidsovereenkomst voor de verankering van en voor blijvende <energie>-efficiëntie in de Vlaamse <energie>-intensieve industrie (VER-bedrijven), goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 4 april 2014.
  § 4. Met behoud van de toepassing van artikel 11 en 15 stelt de minister in alle gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, de kosteloze toewijzing van emissierechten vast op nul voor de resterende kalenderjaren van de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030. De vaststelling van de kosteloze toewijzing van emissierechten op nul start in het jaar nadat aan een van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is voldaan.
  § 5. Het departement brengt de exploitant van een BKG-installatie op elektronische wijze op de hoogte van de stopzetting van de jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten.

  Afdeling 5. - Openbaarmaking van informatie en confidentiële bedrijfsinformatie

  Art. 17. Voor elke BKG-installatie wordt de hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten openbaar gemaakt op de website van het departement.
  Informatie die onder het beroepsgeheim valt, wordt niet openbaar gemaakt aan andere personen of autoriteiten, tenzij op grond van andere wettelijke, bestuursrechtelijke of administratieve bepalingen.

  HOOFDSTUK 4. - De verlening en de stopzetting van de verlening van emissierechten tijdens de periode 2021-2030

  Art. 18. Tijdens de periode 2021-2030 wordt jaarlijks, uiterlijk op 28 februari, de hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor het kalenderjaar in kwestie verleend aan de exploitant van een BKG-installatie.
  Het departement geeft de eerste opdracht om emissierechten te verlenen aan nieuwkomers nadat de kosteloze toewijzing van emissierechten voor de nieuwkomer conform artikel 13, § 4, van dit besluit, is vastgesteld. De emissierechten die voor de resterende kalenderjaren van de periode 2021-2025 of de periode 2026-2030 zijn toegewezen, worden uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar in kwestie verleend.

  Art. 19. In afwijking van artikel 18 kan het departement de verlening van kosteloze toewijzing van emissierechten aan de exploitant van een BKG-installatie opschorten als de BKG-installatie niet meer in bedrijf is, tot het moment dat de activiteiten opnieuw worden opgestart.
  In afwijking van artikel 18 geeft het departement de opdracht aan de registeradministrateur om de verlening van emissierechten uit te stellen, als de hoeveelheid kosteloos toegewezen rechten werd verlaagd conform artikel 11, eerste lid, artikel 15, eerste lid, of artikel 16, § 4, en als de aangepaste hoeveelheid kosteloos toegewezen rechten nog niet is opgenomen in het register. De emissierechten worden pas verleend als de aangepaste verlaagde hoeveelheid kosteloos toegewezen rechten is opgenomen in het register.

  Art. 20. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder onverschuldigd verleende emissierechten: het positieve verschil tussen de hoeveelheid emissierechten verleend conform artikel 18 en de hoeveelheid emissierechten toegewezen op grond van de beslissingen, vermeld in artikel 10, 11, 13, 15 en 16.
  § 2. Als er onverschuldigde emissierechten zijn verleend, stelt het departement de hoeveelheid onverschuldigd verleende emissierechten vast binnen twee jaar na de dag van de verlening ervan. Het departement brengt de exploitant van de BKG-installatie op elektronische wijze op de hoogte van die vaststelling. Daarbij vermeldt het departement minstens:
  1° de hoeveelheid onverschuldigd verleende emissierechten;
  2° de motivatie waarom die hoeveelheid emissierechten onverschuldigd verleend zijn.
  § 3. Het departement vordert een equivalente hoeveelheid van de onverschuldigd verleende emissierechten terug van de exploitant van de BKG-installatie.
  Als de onverschuldigd verleende emissierechten het gevolg zijn van een stopzetting die is vastgesteld conform artikel 16, § 3, kan het departement opdracht geven aan de registeradministrateur om een equivalente hoeveelheid van de onverschuldigd verleende emissierechten namens de exploitant van de BKG-installatie terug te storten.
  § 4. Als de hoeveelheid onverschuldigd verleende emissierechten niet kan worden teruggevorderd van de exploitant van de BKG-installatie in kwestie, geeft het departement de opdracht aan de registeradministrateur om de hoeveelheid onverschuldigd verleende emissierechten in mindering te brengen bij de eerstvolgende verlening aan de exploitant van de BKG-installatie in kwestie.

  HOOFDSTUK 5. - De overdracht van emissierechten

  Art. 21. Een emissierecht kan worden overgedragen door en aan personen binnen de Europese Unie en in derde landen, op voorwaarde dat de Europese Unie met die landen overeenkomsten heeft gesloten voor de wederzijdse erkenning van emissierechten.

  Art. 22. Een exploitant van een BKG-installatie mag alleen emissierechten overdragen als zijn emissiejaarrapport van het voorgaande kalenderjaar uiterlijk op 31 maart van het lopende jaar is geverifieerd conform artikel 4.10.1.5 van titel II van het VLAREM. Als zijn emissiejaarrapport op een later tijdstip geverifieerd wordt, mag de exploitant van een BKG-installatie pas vanaf dat tijdstip emissierechten overdragen.

  HOOFDSTUK 6. - De geldigheid en de annulering van emissierechten

  Art. 23. Op verzoek van de persoon die de emissierechten in zijn bezit heeft, worden geldige emissierechten geannuleerd.
  Emissierechten die zijn ingeleverd conform artikel 4.10.1.2 van titel II van het VLAREM, worden geannuleerd.

  Art. 24. Emissierechten die zijn verleend met ingang van 1 januari 2013, zijn voor onbepaalde tijd geldig.
  Emissierechten die worden verleend met ingang van 1 januari 2021, bevatten een aanduiding waaruit blijkt in welke periode van tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2021, ze zijn verstrekt. Ze zijn geldig voor emissies met ingang van het eerste jaar van die periode.
  Het eerste en tweede lid gelden ook voor emissierechten die verleend zijn door een andere bevoegde autoriteit dan het departement.

  Art. 25. Met ingang van 1 januari 2019 worden alle emissierechten, met uitzondering van de hieronder vermelde emissierechten, geveild conform verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap:
  1° emissierechten die kosteloos zijn toegewezen,
  2° emissierechten die zijn opgenomen in de marktstabiliteitsreserve die is ingesteld bij besluit (EU) 2015/1814 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG;
  3° emissierechten die geannuleerd zijn conform artikel 23 van dit besluit of artikel 60 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen.

  HOOFDSTUK 7. - Sancties

  Art. 26. § 1. Aan de exploitant van een BKG-installatie wordt conform artikel 8.5.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, een administratieve geldboete opgelegd voor elke ton CO2-equivalent die is uitgestoten en waarvoor geen emissierechten zijn ingeleverd conform artikel 4.10.1.2 van titel II van het VLAREM.
  Daarnaast blijft de exploitant van een BKG-installatie ertoe gehouden de verschuldigde emissierechten in te leveren. Hij doet dat bij de inlevering van emissierechten voor het volgende kalenderjaar.
  § 2. Binnen zestig dagen na de vaststelling van de overtreding, vermeld in paragraaf 1, brengt de leidend ambtenaar van het departement de exploitant van een BKG-installatie op de hoogte van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete als vermeld in artikel 8.5.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De exploitant van een BKG-installatie wordt uitgenodigd om binnen tien dagen na die kennisgeving met een aangetekende brief zijn verweer mee te delen conform artikel 8.5.4, § 2, van het voormelde decreet. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.
  De exploitant van een BKG-installatie wordt er ook op gewezen dat hij:
  1° op verzoek de documenten waarop de beslissing tot het opleggen van een administratieve boete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen;
  2° mondeling zijn verweer kan toelichten.
  De exploitant van een BKG-installatie dient daarvoor bij het departement een aanvraag in binnen tien dagen na de ontvangst van de kennisgeving.
  § 3. Binnen negentig dagen na de kennisgeving van de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen kan de leidend ambtenaar van het departement de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen als vermeld in artikel 8.5.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, herroepen of het bedrag aanpassen, als het verweer gegrond blijkt te zijn. In dat geval wordt een nieuwe kennisgeving gedaan. De administratieve geldboete wordt betaald binnen zestig dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing.
  De beslissing vermeldt het opgelegde bedrag, alsook de termijn waarin en de manier waarop de administratieve geldboete moet worden betaald.
  § 4. De leidend ambtenaar van het departement kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de exploitant van een BKG-installatie eenmalig voor zestig dagen uitstel van betaling verlenen.
  § 5. Als de exploitant van een BKG-installatie na het verstrijken van de betalingstermijn de administratieve geldboete niet heeft betaald, wordt die geldboete bij dwangbevel ingevorderd. Een personeelslid die door de leidend ambtenaar van het departement is aangesteld, wordt ermee belast het dwangbevel uit te vaardigen en de administratieve geldboete in te vorderen.
  § 6. De lijst met de namen van de exploitanten van de BKG-installaties die onvoldoende emissierechten hebben ingeleverd om te voldoen aan hun verplichtingen, vermeld in artikel 4.10.1.2 van titel II van het VLAREM, wordt jaarlijks bekendgemaakt op de website van het departement.

  HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne

  Art. 27. In artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° BKG-emissies: de emissies van broeikasgassen, afkomstig van activiteiten, met de vermelding van de letter Y in de vierde kolom van de indelingslijst, alleen voor de emissies waarop de subindexen bij de letter Y betrekking hebben, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalenten;";
  2° in "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) worden punt 2° en punt 4° opgeheven;
  3° in "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° emissiejaarrapport: een emissieverslag over de BKG-emissies die zijn uitgestoten tijdens het voorgaande kalenderjaar, dat is opgesteld en waarover is gerapporteerd conform uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;";
  4° in "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
  "7° handelsperiode: de periode 2013-2020 of de periode 2021-2030;";
  5° in "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) wordt punt 10° opgeheven;
  6° in "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) wordt punt 11° vervangen door wat volgt:
  "11° verificatiebureau: de organisatie die is aangesteld om de correcte uitvoering van de energiebeleidsovereenkomst te bewaken, en daarover adviezen te verstrekken en verslag uit te brengen, vermeld in artikel 4 van de energiebeleidsovereenkomst voor de verankering van en voor blijvende <energie>-efficiëntie in de Vlaamse <energie>-intensieve industrie (VER-bedrijven), goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 4 april 2014;";
  7° aan "DEFINITIES EMISSIES VAN BROEIKASGASSEN" (hoofdstuk 4.10) worden een punt 12° tot en met 14° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "12° BKG-installatie: een BKG-installatie als vermeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
  13° monitoringmethododiekplan: een document dat bedoeld is voor het bewaken van de activiteitniveaus en is opgesteld conform artikel 8 van de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331 van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  14° activiteitniveau: een parameter die relevant is voor de vaststelling van de kosteloze toewijzing voor de BKG-installatie conform artikel 9, 10, 11, 13 en 15, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030.".

  Art. 28. In artikel 4.10.1.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2005, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 2° opgeheven;
  2° in het eerste lid, punt 3°, wordt het woord "oorspronkelijke" opgeheven;
  3° in het eerste lid, punt 3°, wordt tussen het woord "BKG-installatie" en de woorden "een activiteit" de zinsnede "zoals deze zijn vastgesteld bij de aanvang van de handelsperiode," ingevoegd;
  4° in het tweede lid wordt de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 29. In artikel 4.10.1.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede ", bestaat geen verplichting om emissierechten in te leveren" vervangen door de zinsnede "en voor BKG-emissies die niet gerapporteerd hoeven te worden conform uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie, bestaat geen verplichting om emissierechten in te leveren";
  2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "elke exploitant" en het woord "verantwoordelijk" de woorden "tot het einde van de handelsperiode" ingevoegd;
  3° aan paragraaf 4 wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  "of conform artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030";
  4° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 5. Voor de jaren waarin de BKG-installatie uitgesloten is van het EU-ETS geldt de verplichting, vermeld in paragraaf 1, niet.".

  Art. 30. In artikel 4.10.1.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en 18 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging" vervangen door de woorden "het departement";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden tussen het woord "activiteit" en de woorden "een monitoringplan" de woorden "voor de resterende jaren van de handelsperiode" ingevoegd;
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. In voorkomend geval loopt de bewaking, vermeld in paragraaf 1, door voor het volledige kalenderjaar waarin de BKG-installatie haar activiteiten volledig heeft stopgezet conform artikel 43, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen of conform artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030. De verplichting om de BKG-emissies te bewaken voor het kalenderjaar dat volgt op de volledige stopzetting van de activiteiten van de BKG-installatie, vervalt.".

  Art. 31. In artikel 4.10.1.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november en 18 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging" telkens vervangen door de woorden "het departement";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de verificatie van broeikasgasemissie- en tonkilometerverslagen en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad" vervangen door de zinsnede "uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Het departement onderwerpt de geverifieerde emissiejaarrapporten, vermeld in paragraaf 2, aan een steekproefsgewijze controle om na te gaan of de geverifieerde emissiejaarrapporten conform zijn aan bepalingen van de uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie, en keurt de BKG-emissies, die erin staan, in voorkomend geval, goed, uiterlijk op 15 april van het lopende kalenderjaar. Het departement brengt de exploitant daarvan op de hoogte. Als het departement vaststelt dat een geverifieerd emissiejaarrapport niet voldoet aan de bepalingen van voormelde uitvoeringsverordening keurt het departement het geverifieerde emissiejaarrapport niet goed, en maakt ze een conservatieve schatting conform paragraaf 7.
  4° in paragraaf 4 worden tussen het woord "emissiejaarrapport" en het woord "afzonderlijk" de woorden "tot het einde van de handelsperiode" ingevoegd;
  5° in paragraaf 5 wordt tussen het woord "mechanismen" en tussen de zinsnede ", voor zover" de zinsnede "of overeenkomstig artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030" ingevoegd;
  6° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging" vervangen door de woorden "het departement";
  7° paragraaf 6 wordt opgeheven;
  8° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad" vervangen door de zinsnede "uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie";
  9° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging" telkens vervangen door de woorden "het departement";
  10° in paragraaf 8 wordt de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging, op het internet" vervangen door de woorden "het departement op zijn website".

  Art. 32. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt een artikel 4.10.1.7. ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.10.1.7. De exploitant van de BKG-installatie zorgt voor de bewaking van de activiteitsniveaus van de BKG-installatie in kwestie. De bewaking wordt uitgevoerd volgens een monitoringmethodiekplan dat is geverifieerd door het verificatiebureau en goedgekeurd door het departement. De exploitant is in het bezit van het geverifieerde en goedgekeurde monitoringmethodiekplan. Als het monitoringmethodiekplan niet wordt goedgekeurd, kan de exploitant van de BKG-installatie beroep aantekenen bij de minister. De minister beslist over de goedkeuring of aanpassing van het monitoringmethodiekplan binnen de 10 werkdagen.
  De exploitant van de BKG-installatie dient voor elk kalenderjaar een rapport in over het activiteitsniveau van de BKG-installatie bij het departement.
  Als de BKG-installatie haar activiteiten volledig heeft stopgezet conform artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030 en als de juistheid daarvan is vastgesteld door het departement vervalt de verplichting om de activiteitsniveaus van de BKG-installatie te bewaken volgens het monitoringmethodiekplan, vermeld in het eerste lid, en de rapportering van de activiteitniveaus van de BKG-installatie, vermeld in het tweede lid.
  De exploitant van de BKG-installatie meldt alle relevante informatie over geplande of effectieve veranderingen die een impact kunnen hebben op de kosteloze toewijzing van emissierechten, aan het departement.".

  Art. 33. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt in "Verklaring van de symbolen die gebruikt worden in kolom 4 tot en met 8" de bepaling "Y = BKG-installatie als vermeld in artikel 48, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning" vervangen door de bepaling "Y = een BKG-installatie als vermeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Als blijkt dat een Y-rubriek van toepassing is, behoren alle eenheden waarin brandstoffen worden verbrand, met uitzondering van eenheden voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen of huishoudelijk afval, tot de BKG-installatie. Onder verbranden wordt het oxideren van brandstoffen, ongeacht de wijze waarop de warmte, de elektrische of de mechanische <energie> die tijdens dat proces vrijkomt wordt gebruikt, en andere rechtstreeks daarmee verband houdende activiteiten, met inbegrip van rookgasreiniging, verstaan.".

  HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen

  Art. 34. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt opgeheven;
  2° er wordt een punt 8° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° /1 departement: het Departement Omgeving;";
  3° in punt 27° worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 35. In de artikelen 3 en 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 36. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 37. In artikel 10 en 11, § 1 en § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 38. In artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 39. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 40. In de artikelen 24, § 2, 25, § 3, 27, 28, 29, 30, § 3, 31, 32, § 1 en § 3, 33, 34, § 3, en 35 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 41. In artikel 36, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, worden de woorden "aan de afdeling" vervangen door de woorden "op elektronische wijze aan het departement".

  Art. 42. In artikel 37 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht;
  1° de woorden "de afdeling" worden telkens vervangen door de woorden "het departement";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden tussen de woorden "de nieuwkomer" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd.

  Art. 43. In artikel 38 worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 44. In artikel 39, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de afdeling" worden vervangen door de woorden "het departement";
  2° in het eerste lid worden tussen de woorden "de nieuwkomer" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 45. In artikel 40 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 46. In artikel 41, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement";
  2° in het eerste lid worden tussen de woorden "de nieuwkomer" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De definitieve jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, vermeld in paragraaf 2, 5°, wordt op de website van het departement openbaar gemaakt.".

  Art. 47. In artikel 42 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 48. In artikel 43, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 49. In artikel 44, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 en paragraaf 4 worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, worden tussen de woorden "de exploitant van de BKG-installatie" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° paragraaf 4, tweede lid, wordt opgeheven.

  Art. 50. In artikel 45 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 51. In artikel 46, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement";
  2° in het eerste lid worden tussen de woorden "de exploitant van de BKG-installatie" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De vastlegging van de jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, vermeld in paragraaf 2, 4°, wordt op de website van het departement openbaar gemaakt.".

  Art. 52. In artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 53. In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de afdeling" worden telkens vervangen door de woorden "het departement".
  2° in paragraaf 4, eerste lid, worden tussen de woorden "de exploitant van de BKG-installatie" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4 paragraaf 4, tweede lid, wordt opgeheven.

  Art. 54. In artikel 49 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 55. In artikel 50, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de afdeling" door de woorden "het departement";
  2° in het eerste lid worden tussen de woorden "de exploitant van de BKG-installatie" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De definitieve aanpassing van de jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, vermeld in paragraaf 2, 4°, wordt op de website van het departement openbaar gemaakt.".

  Art. 56. In artikel 51 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 57. In artikel 52 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de afdeling" worden telkens vervangen door de woorden "het departement";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, worden tussen de woorden "de exploitant van de BKG-installatie" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° paragraaf 4, tweede lid, wordt opgeheven.

  Art. 58. In artikel 53 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 59. In artikel 54, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement";
  2° in het eerste lid worden tussen de woorden "de exploitant van de BKG-installatie" en de woorden "op de hoogte" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd;
  3° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
  4° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De definitieve aanpassing van de jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten, vermeld in paragraaf 2, 4°, wordt op de website van het departement openbaar gemaakt.".

  Art. 60. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° hoofdstuk 8, dat bestaat uit artikel 60 tot en met 62/3, wordt vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 8. De geldigheid en de annulering van emissierechten

  Art. 60. Op verzoek van de persoon die de emissierechten in zijn bezit heeft, worden geldige emissierechten geannuleerd.
  Emissierechten die conform artikel 4.10.1.2 van titel II van het VLAREM of artikel 8.3.6, § 4, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid zijn ingeleverd, worden geannuleerd.

  Art. 61. Emissierechten die met ingang van 1 januari 2013 zijn verleend, zijn voor onbepaalde tijd geldig.
  Emissierechten die met ingang van 1 januari 2021 worden verleend, bevatten een aanduiding waaruit blijkt in welke periode van tien jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2021, ze zijn verstrekt. Ze zijn geldig voor emissies met ingang van het eerste jaar van die periode.
  Het eerste en tweede lid gelden ook voor emissierechten die verleend zijn door een andere bevoegde autoriteit dan de afdeling.";
  2° artikel 62 en afdeling 2, die bestaat uit artikel 62/1 tot en met 62/3, worden opgeheven.

  Art. 61. In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het afdelingshoofd van de afdeling" vervangen door de woorden "de leidend ambtenaar van het departement";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement";
  3° in paragraaf 3 en paragraaf 4 worden de woorden "het afdelingshoofd van de afdeling" telkens vervangen door de woorden "de leidend ambtenaar van het departement";
  4° in paragraaf 6 wordt de zinsnede ", uiterlijk op 31 mei, bekendgemaakt op het internet en in het Belgisch Staatsblad" vervangen door de woorden "bekendgemaakt op de website van het departement".

  Art. 62. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 66, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014;
  2° artikel 73.

  Art. 63. In artikel 102 van hetzelfde besluit worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement".

  Art. 64. Artikel 103 wordt opgeheven.

  Art. 65. In bijlage 3 bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in hoofdstuk 1 wordt de tweede alinea opgeheven;
  2° in hoofdstuk 3 worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het departement";
  3° in hoofdstuk 4 worden de woorden "de afdeling" telkens vervangen door de woorden "het departement.

  HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

  Art. 66. In artikel 37, § 7, van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wordt tussen de woorden "op de aanvraag" en de woorden "of schrapping" de zinsnede "van een nog niet vergunde indelingsrubriek die in de vierde kolom van de indelingslijst met de letter Y is aangeduid, een hervergunning van een BKG-installatie" ingevoegd.

  HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen

  Art. 67. § 1. Het departement bezorgt de Europese Commissie jaarlijks een verslag over de uitvoering van dit besluit en de bepalingen in het VLAREM over de emissiehandel. In dat verslag wordt bijzondere aandacht besteed aan de regelingen voor de toewijzing van emissierechten en de bewaking, rapportering en verificatie van de emissies van broeikasgassen uit BKG-installaties. In voorkomend geval wordt om de drie jaar ook bijzondere aandacht besteed aan de gelijkwaardige maatregelen die zijn vastgesteld voor uitgesloten BKG-installaties.
  § 2. Als conform artikel 10bis, lid 6, van de richtlijn financiële maatregelen worden vastgesteld ter compensatie van de indirecte emissiekosten, publiceert het departement jaarlijks het totaalbedrag aan compensatie dat is verstrekt per begunstigde bedrijfstak en deeltak op de website van het departement.
  Als in België meer dan 25% van de opbrengsten uit de veiling van emissierechten worden gebruikt ter compensatie van de indirecte emissiekosten, bezorgt het departement in samenspraak met het beleidsdomein EWI een verslag met redenen voor de overschrijding van dat percentage aan de Nationale Klimaatcommissie, die het verslag publiceert op haar website.

  Art. 68. De minister stelt het volgende vast, conform de Europese regelgeving:
  1° het sjabloon voor het monitoringplan, vermeld in artikel 1.1.2, "definities emissies van broeikasgassen", 8°, van titel II van het VLAREM;
  2° de procedures om het monitoringplan, vermeld in artikel 1.1.2, "definities emissies van broeikasgassen", 8°, van titel II van het VLAREM, op te stellen, in te dienen, te actualiseren en te wijzigen;
  3° het sjabloon voor het emissiejaarrapport, vermeld in artikel 1.1.2, "definities emissies van broeikasgassen", 5°, van titel II van het VLAREM;
  4° de procedures om het geverifieerde emissiejaarrapport in te dienen conform de verplichting, vermeld in artikel 4.10.1.5 van titel II van het VLAREM;
  5° het sjabloon van het verbeteringsverslag, vermeld in artikel 69, lid 1, van uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;
  6° het sjabloon van het verificatierapport, vermeld in artikel 27 van uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  7° de landenspecifieke niveau 2a waarden, vermeld in artikel 31, lid 1, b) en c), van uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;
  8° het sjabloon voor het monitoringmethodiekplan, vermeld in artikel 4.10.1.7, eerste lid, van titel II van het VLAREM;
  9° de procedures om het monitoringmethodiekplan, vermeld in artikel 4.10.2.1, § 1, van titel II van het VLAREM, op te stellen, in te dienen, te actualiseren en te wijzigen;
  10° het sjabloon voor het rapport over de activiteitsniveaus, vermeld in artikel 4.10.2.1, § 2, van titel II van het VLAREM;
  11° de procedures om het geverifieerde rapport over de activiteitsniveaus op te stellen en in te dienen conform de verplichting, vermeld in artikel 4.10.1.7, tweede lid, van titel II van het VLAREM.

  Art. 69. Artikel 62 treedt in werking op 1 januari 2021.

  Art. 70. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan de beslissingen, vermeld in artikel 9, 10, 13, § 1 en § 4, delegeren aan het hoofd van het departement.

  Art. 71. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 6 september 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
L. HOMANS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
K. VAN DEN HEUVEL

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   DE VLAAMSE REGERING,
   Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
   Gelet op het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, artikel 2, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006, 23 december 2016 en 8 december 2017;
   Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 8.2.1, 8.2.2 en artikel 8.4.3, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2014, artikel 8.5.1, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2014 en gewijzigd bij decreet van 27 oktober 2017 en artikel 8.5.4, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2014;
   Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, artikel 24, eerste lid, artikel 42, eerste lid, en artikel 59, eerste lid;
   Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, artikel II.4;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 april 2019;
   Gelet op advies 66.294/1 van de Raad van State, gegeven op 2 juli 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende verordening (EU) 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap;
   Overwegende uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
   Overwegende uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;
   Overwegende verordening (EU) 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, Beschikkingen 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 920/2010 en 1193/2011;
   Overwegende richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad;
   Overwegende de energiebeleidsovereenkomst voor de verankering van en voor blijvende <energie>-efficiëntie in de Vlaamse <energie>-intensieve industrie (VER-bedrijven), goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 4 april 2014;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie