J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/07/18/2019205225/justel

Titel
18 JULI 2019. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de directe gasleidingen

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 12-11-2019 nummer :   2019205225 bladzijde : 104749       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-07-18/26
Inwerkingtreding : 22-11-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Toekenningscriteria
Art. 2-4
HOOFDSTUK III. - Toekenningsprocedure
Art. 5-7
HOOFDSTUK IV. - Herziening, intrekking, ontmanteling
Art. 8-10
HOOFDSTUK V. - Verplichtingen van de houder van een vergunning
Art. 11-12
HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 13-14

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het gasdecreet van 19 december 2002 : het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt;
  2° aanvrager : elke natuurlijke of rechtspersoon die een aanvraag heeft ingediend bij de "CWaPE", met het oog op de bouw van een directe leiding of van een regularisatie van een bestaande directe leiding;
  3° geïsoleerde productielocatie : de productielocatie die:
  a) ofwel niet aangesloten is op het distributienet of op het transmissienet;
  b) ofwel een versterking van de bestaande aansluiting of van het distributienet of transmissienet vereist;
  c) ofwel gelegen is op dezelfde locatie als de afnemer die ze van gas voorziet of moet voorzien;
  4° geïsoleerde afnemer : de afnemer die niet aangesloten is op het distributienet of die een versterking van de bestaande aansluiting vereist of die gelegen is op dezelfde locatie als de productielocatie die hem van gas voorziet of moet voorzien;
  5° opslagbedrijf : het gasbedrijf dat een opslaginstallatie bezit of uitbaat;
  6° opslaginstallatie : een installatie die wordt gebruikt voor de opslag van aardgas of van een met aardgas compatibel gas in gasvormige of vloeibare vorm, met uitzondering van het deel dat wordt gebruikt voor productie-, distributie- of transportactiviteiten.

  HOOFDSTUK II. - Toekenningscriteria

  Art. 2. De aanvrager, natuurlijke persoon, is zowel bij de indiening van de aanvraag als na de toekenning van de vergunning voor de bouw van de directe leiding, woonachtig in België of in een andere Lidstaat van de Europese Economisch Ruimte of verblijft er daadwerkelijk.
  Als de aanvrager een rechtspersoon is, is hij opgericht overeenkomstig de Belgische wetgeving of die van één van de in het eerste lid bedoelde Staten en beschikt hij in België of in één van die Staten over een centrale administratie, een hoofdinrichting of een maatschappelijke zetel waarvan de activiteit een daadwerkelijke en continue band heeft met de Belgische economie of met de economie van één van voornoemde Staten.

  Art. 3. § 1. Elke aanvrager beschikt zowel bij de indiening van de aanvraag als na vergunning voor de bouw van een directe leiding over voldoende technische capaciteiten voor de uitoefening van de in de aanvraag bedoelde activiteiten. De directe leiding wordt onderworpen aan de op het technisch reglement toepasselijke voorschriften.
  § 2. Om de verificatie van zijn technische capaciteiten mogelijk te maken, verstrekt de aanvrager de volgende documenten :
  1° een omschrijving van de technische middelen die overwogen worden voor de bouw en de exploitatie van de directe leiding alsook de overwogen exploitatieduur;
  2° de overeenkomstig de bepalingen van het technisch reglement uitgevoerde middelen om de zekerheid van de directe leiding te waarborgen;
  3° ieder ander document waarmee hij kan bewijzen dat hij over de voldoende technische capaciteiten beschikt voor de uitoefening van de in de aanvraag bedoelde activiteiten; die documenten worden op eigen initiatief door de aanvrager of op aanvraag van de "CWaPE" afgegeven.
  § 3. Indien hij van plan is zich te laten bijstaan of de exploitatie van de directe lijn uit te besteden, maakt de aanvrager de "CWaPE" het afschrift van het met rechtspersoon of de natuurlijke persoon gesloten contract over.
  De medecontractant van de aanvrager verschaft de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde bewijselementen.
  § 4. De aanvrager of zijn onderaannemer gaan een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan voor de nieuwe directe leiding op grond van de criteria die algemeen door de verzekeringsmaatschappijen toegepast worden.

  Art. 4. § 1. De aanvrager rechtvaardigt de bouw van een directe leiding of de regularisatie van een directe leiding via een gemotiveerde nota met vermelding van zijn toestand en de argumenten waarmee kan worden bewezen dat de directe leiding de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde voorwaarden vervult.
  § 2. De aanvrager toont aan dat de directe leiding waarvoor hij een vergunning aanvraagt :
  1° ofwel een leiding voor aardgas of voor een met aardgas compatibel gas is, die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt;
  2° ofwel een leiding voor aardgas of voor een met aardgas compatibel gas is, die een gasproducent of opslagbedrijf in staat stelt rechtstreeks te leveren aan zijn eigen inrichtingen, dochterondernemingen, gelieerde vennootschappen en afnemers.
  § 3. Naast de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarde moet de aanvrager aantonen dat de directe leiding aan één van de volgende hypothesen voldoet:
  1° ofwel de directe leiding bevindt zich integraal op eenzelfde site, bestaande uit één of meerdere aangrenzende terreinen, wanneer de aanvrager houder is van zakelijke rechten op bedoelde site en de leiding tijdens de werkelijke afschrijvingsduur van de productie-of opslaginstallatie zoals goedgekeurd door de "CWaPE";
  2° ofwel de toegang tot het net is aan de aanvrager geweigerd of hij beschikt niet over een aansluitingsaanbod op het openbaar net onder redelijke technische of economische voorwaarden;
  3° ofwel de directe leiding is aangesloten op een toegelaten privaat net of gesloten professioneel net.
  Een directe leiding wordt als technisch of economisch redelijk beschouwd in de zin van het eerste lid, 2°, wanneer ze met één van de volgende hypothesen overeenstemt:
  1° de directe leiding is niet langer dan de helft van de lengte van de kabel vereist om een geïsoleerde eindafnemer aan te sluiten op het distributienet wanneer de lengte van bedoelde kabels minstens vijfhonderd meter in totaal is en wanneer die leiding aangelegd is op één of meerdere aangrenzende terreinen, waarop de aanvrager een zakelijk recht heeft, en die, in voorkomend geval, door het openbaar domein worden doorkruist;
  2° de kosten van de directe leiding, bevestigd met een voor waar en oprecht verklaarde kostenraming, zijn minstens 50 % goedkoper dan de kosten van de aansluiting op het net die vermeld zijn in het aanbod van de netbeheerder, met inbegrip van, voor deze laatste en, in voorkomend geval, de bijdrage in de kosten van de uitbreiding van het net, vermeerderd met de extra kosten die worden gemaakt om injectie overeenkomstig de specificaties van het net mogelijk te maken, en de leiding is aangelegd op een of meerdere aangrenzende terreinen, waarop de aanvrager een zakelijk recht heeft, en die, in voorkomend geval, door het openbaar domein worden doorkruist;
  3° de directe leiding waarvoor de netbeheerder met een gemotiveerde nota vaststelt dat de aansluiting op het net technisch gezien onredelijk is.
  Met betrekking tot het tweede lid, 2°, wordt geen rekening gehouden met de subsidies en andere eventuele voordelen die in het aanbod van de netbeheerder vervat zijn, om bedoeld aanbod met de bruto kosten van de directe leiding te vergelijken.
  Wanneer de inrichting van een in het tweede lid bedoelde directe leiding het doorkruisen van het openbaar domein vereist, beschikt de aanvrager over de door de betrokken bevoegde overheid afgegeven vergunning voor het gebruik van het openbaar domein. In voorkomend geval wordt die vergunning gevoegd bij de documenten bedoeld in artikel 3, § 2, van dit besluit.
  § 4. Als directe leiding wordt niet beschouwd en vereist dus geen vergunning:
  1° de in geval van autoproductie vereiste leiding wanneer de producent houder is van zakelijke rechten op de hele site, bestaande uit aangrenzende terreinen, waardoor bedoelde leiding heen gaat, met inbegrip van de toestanden van derde investeerders of van verhuring van de productie-installatie;
  2° de tijdelijk aansluiting van hoogstens 6 maanden.
  § 5. Wanneer de kwalificatie van directe leiding uit de splitsing van de in paragraaf 4, 1°, bedoelde autoproductiesite voortvloeit of van een verdeling van het eigendomsrecht op die site ten gunste van verschillende natuurlijke of rechtspersonen, wordt een aanvraag om handhaving van de directe leiding door de eigenaar ervan of door de houder van een zakelijk recht op die leiding aan de "CWaPE" overgemaakt binnen een termijn van 3 maanden na de splitsing of de verdeling van het eigendomsrecht. De aanvraag gaat vergezeld van een nota waarin wordt bewezen dat de splitsings- of verdelingsverrichtingen die de kwalificatie van de directe leiding als gevolg hebben gehad, gerechtvaardigd worden door economische of strategische overwegingen die afzonderlijk zijn van de voordelen voortvloeiend uit de toepassing van paragraaf 4, 1°.

  HOOFDSTUK III. - Toekenningsprocedure

  Art. 5. § 1. De vergunningsaanvraag betreffende de bouw van een nieuwe directe leiding of de regularisatie van een bestaande directe leiding wordt in één exemplaar bij aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs bij de zetel van de "CWaPE" en, in voorkomend geval, per mail gezonden.
  De aanvrager voegt bij de aanvraag alle documenten waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in hoofdstuk 2 bedoelde toekenningscriteria.
  § 2. Bij de indiening van de aanvraag stort de aanvrager op de rekening van de "CWaPE" een bijdrage van 500 euro die jaarlijks geïndexeerd wordt op grond van het indexcijfer van de consumptieprijzen door ze te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december van het kalenderjaar vóór de datum van indiening van de aanvraag en door ze te delen door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december 2018.

  Art. 6. § 1. De "CWaPE" gaat na of ze alle documenten die nodig zijn voor het onderzoek van de aanvraag bezit en stuurt een ontvangbewijs aan de aanvrager.
  Indien de aanvraag ingevuld moet worden, informeert de "CWaPE" de aanvrager daarvan bij aangetekend schrijven binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag. Ze bepaalt de verlangde aanvullende inlichtingen en stelt een termijn vast die zonder door de "CWaPE" behoorlijk gemotiveerde en aangenomen rechtvaardiging niet éénentwintig dagen mag overschrijden op straffe van verval van aanvraag; binnen die termijn wordt de aanvrager erom verzocht om zijn aanvraag in te vullen.
  § 2. Op basis van de in hoofdstuk 2 bedoelde criteria gaat de "CWaPE" na of de aanvraag ontvankelijk is.
  Wanneer de "CWaPE" acht dat de aanvraag onontvankelijk is, informeert ze de aanvrager bij aangetekend schrijven binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanvraag of van de overeenkomstig § 1 ingewonnen aanvullende informatie. Ze bepaalt de redenen waarvoor ze van mening is dat aanvraag niet gerechtvaardigd wordt en stelt een termijn van hoogstens 30 dagen vast op straffe van verval van de aanvraag, waarin de aanvrager bij aangetekend schrijven zijn opmerkingen, rechtvaardigingen of elke andere aanvullende informatie kan verstrekken. De "CWaPE" hoort de aanvrager die erom verzoekt.

  Art. 7. Wanneer de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard, raadpleegt de "CWaPE", in het geval bedoeld in artikel 4, § 3, eerste lid, 2°, de netbeheerder die nagaat of er geen andere alternatieven zijn die technisch en economisch redelijk zijn. De netbeheerder betekent zijn advies binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag van de "CWaPE".
  De "CWaPE" betekent bij aangetekend schrijven haar beslissing tot machtiging of weigering van de directe leiding aan de aanvrager binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag of, in voorkomend geval, van de in artikel 6 bedoelde aanvullende informatie, opmerkingen en rechtvaardigingen.
  De "CWaPE" informeert het bestuur en de netbeheerder over haar beslissing.
  De vergunning wordt voor de duur van de exploitatie van de directe leiding afgeleverd.

  HOOFDSTUK IV. - Herziening, intrekking, ontmanteling

  Art. 8. § 1. Elke wijziging van een door de "CWaPE" toegelaten directe leiding maakt het voorwerp uit van een aanvraag tot herziening van de vergunning voor zover de wijziging wat volgt betreft :
  1° een aanzienlijke verandering van het tracé;
  2° een verhoging van de maximale bedrijfsdruk of van het nominaal debiet;
  3° een aanzienlijke wijziging van de bovengrondse of ondergrondse installatiewijze, dragers of van het aantal, van de aard of de doorsnede van de leidingen;
  4° een in artikel 11 bedoelde toestand.
  § 2. De aanvraag betreffende de wijziging wordt overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3, met uitzondering van artikel 5, § 2, ingediend en behandeld.
  Wanneer de aanvraag tot herziening echter betrekking heeft op een in artikel 11, eerste lid, 2°, bedoeld element, wordt de procedure voor de raadpleging van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde netbeheerder vervangen door een eenvoudige kennisgeving door de "CWaPE" aan laatstgenoemde.

  Art. 9. § 1. De aan de vergunning gebonden rechten vervallen bij intrekking van die hoedanigheid wegens:
  1° verval;
  2° afstand van de houder.
  § 2. Wanneer de "CWaPE" vaststelt dat de voorwaarden vermeld in de vergunning of de in hoofdstuk 5 bedoelde verplichtingen van de houder niet vervuld worden, maant ze de houder van de vergunning bij aangetekend schrijven aan om zich aan te passen aan die voorwaarden of verplichtingen en om haar een dossier met de bewijsstukken binnen negentig dagen over te maken.
  Na ontvangst van dit dossier of, bij gebrek daaraan, na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn beslist de "CWaPE" over de eventuele intrekking van de vergunning of de aanpassing van de voorwaarden van de vergunning.
  § 3. Elke aanvraag om afstand van de vergunning wordt aan de "CWaPE" gericht, die binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag beslist. Haar aanvaarding wordt onderworpen aan de uitvoering van de in artikel 12, 2°, vereiste maatregelen.
  § 4. Elke vergunning die overeenkomstig dit besluit wordt verleend, vervalt van rechtswege indien de exploitatie van de directe leiding niet wordt uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar die begint te lopen op de dag van de door de "CWaPE" verleende vergunning.

  Art. 10. De "CWaPE" bepaalt de procedure, de termijn en de voorwaarden voor het opleggen van de ontmanteling van een directe leiding waarvan ze de regularisatie heeft geweigerd, onverminderd de toepassing van een administratieve boete.

  HOOFDSTUK V. - Verplichtingen van de houder van een vergunning

  Art. 11. De houder van een vergunning informeert de "CWaPE" over :
  1° elke wijziging van de informatie die aanleiding heeft gegeven tot de vergunning van de directe leiding;
  2° elk project van overdracht van eigendom alsook de verhuring of de leasing van de directe leiding;
  3° elke belangrijke wijziging van zijn technische capaciteiten.
  In het in het eerste lid, 1°, bedoelde geval richt de houder van een vergunning de "CWaPE", in voorkomend geval, een afschrift van elke wijziging van de statuten alsook van het proces-verbaal van de buitengewone algemene vergadering die ze heeft besloten.

  Art. 12. De houder van een vergunning :
  1° zorgt voor de exploitatie van de directe leiding overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het technisch reglement;
  2° treft alle maatregelen die nodig zijn voor de handhaving van de zekerheid van de directe leiding bij haar bouw, tijdens haar exploitatie en aan het einde van de exploitatie.

  HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 13. § 1. De leidingen die vóór 11 februari 2003 en zonder vergunning zijn gebouwd, worden als regelmatig beschouwd zonder geen andere formaliteit te moeten vervullen.
  § 2. De leidingen die zonder vergunning tussen 11 februari 2003 en 11 december 2004 zijn gebouwd, worden uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de "CWaPE" kosteloos aangegeven op straffe van administratieve boetes overeenkomstig de artikelen 47 tot 49 van het decreet van 19 december 2002; die aangifte heeft de automatische regularisatie van de betrokken leiding als gevolg.
  § 3. De directe leidingen die tussen 11 december 2004 en 12 juni 2015 het voorwerp hebben uitgemaakt van een positief advies van de "CWaPE", dat overeenkomstig artikel 29 van het toen geldende besluit aan de Minister is toegezonden, worden als regelmatig aangemerkt.
  § 4. De leidingen die zonder vergunning na 11 december 2004 zijn gebouwd, worden uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van dit besluit met het oog op een regularisatieprocedure aan de "CWaPE" aangegeven en op straffe van administratieve boetes overeenkomstig de artikelen 47 tot 49 van het decreet van 19 december 2002. De aangever is de in artikel 5, § 2, bedoelde bijdrage verschuldigd.

  Art. 14. De Minister van <Energie> is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 18 juli 2019.
Voor de Regering:
De Minister-President,
W. BORSUS
De Minister van Begroting, Financiën, <Energie>, Klimaat en Luchthavens,
J.-L. CRUCKE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20;
   Gelet op het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt, artikel 29, § 2, gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2015;
   Gelet op het advies nr. CD-18l11-CWaPE-1822 van de "Commission wallonne pour l'<Energie>" (Waalse Energiecommissie), gegeven op 11 december 2018;
   Gelet op het rapport van 16 oktober 2018 opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
   Gelet op de adviesaanvraag binnen een termijn van 30 dagen, gericht aan de Raad van State op 20 mei 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het gebrek aan adviesverlening binnen die termijn;
   Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het advies 18.10 van de beleidsgroep "<Energie>", gegeven op 20 december 2018;
   Overwegende dat het begrip directe leiding een uitzondering is ten opzichte van de verplichting tot aansluiting op het net en dat de eerste doelstelling van een directe lijn niet de afschaffing, noch de vermindering van het bestaande aansluitingsvermogen mag zijn;
   Op de voordracht van de Minister van <Energie>;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie