J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/07/18/2019015173/justel

Titel
18 JULI 2019. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het Sociaal Waterfonds, tot wijziging van sommige bepalingen van het Waterwetboek en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 houdende uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 29-10-2019 nummer :   2019015173 bladzijde : 102909       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-07-18/21
Inwerkingtreding : 08-11-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2000027570        2005A27314        2004A02818       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het reglementair Deel van Boek II van het Waals Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
Art. 2-7
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het decreetgevend Deel van Boek II van het Waals Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
Art. 8
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 houdende uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen
Art. 9-20
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128, § 1, ervan.

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het reglementair Deel van Boek II van het Waals Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt

  Art. 2. Artikel R.311 van hetzelfde Wetboek, vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2017, wordt vervangen als volgt:
  "Art. R.311. § 1. De verdelers, de " SPGE " en de OCMW's dragen bij in de werking van het Sociaal waterfonds volgens de modaliteiten bedoeld in de paragrafen 2 tot 4.
  § 2. De verdelers:
  1° identificeren, bij het afsluiten van het boekjaar of van de begroting, in hun rekeningen en begrotingen, een voorschot voor de uitgaven inzake tegemoetkoming, één voor de uitgaven betreffende de werking van de OCMW's, één voor de uitgaven inzake technische verbeteringen en één voor de uitgaven betreffende de werking van de " SPGE "; ;
  2° maken jaarlijks uiterlijk 28 februari aan de SPGE een activiteitenrapport over waarin de volgende gegevens voorkomen:
  a) het in m3 uitgedrukte watervolume gefactureerd voor het vorige jaar;
  b) het bedrag van de gebruikte fondsen bestemd voor technische verbeteringen, de bestemming ervan en de dienovereenkomstige bedragen voor de types tegemoetkomingen, alsook het niet aangewend saldo van het vorig jaar te storten aan SPGE overeenkomstig 3° ;
  c) het saldo van de bijdrage in het Sociaal waterfonds van het vorige jaar;
  3° storten jaarlijks uiterlijk 31 maart aan de "SPGE" :
  a) op de rekening "werkingskosten" 10 % van het bedrag van de bijdrage dat zij verschuldigd zijn overeenkomstig artikel D.240, lid 1, 2° en 3°, van het decreetgevende deel;
  b) op de rekening " saldo van de te bestemmen bijdrage " het saldo storten van de rekening " bijdrage in het Sociaal waterfonds " en het saldo van de rekening "bijdrage in het Fonds voor technische verbeteringen", vastgelegd op 31 december van het vorige jaar;
  4° delen jaarlijks uiterlijk 28 februari de volgende gegevens per gemeente aan de "SPGE" mee:
  a) het aantal meters;
  b) het aantal verbruikers met betalingsmoeilijkheden meegedeeld het vorige jaar op basis van de lijsten bedoeld in artikel R. 318;
  c) het aantal financiële tegemoetkomingen;
  d) het globaal aantal tegemoetkomingen.
  Als de verdeler zijn verplichtingen bedoeld in afdeling 1 niet heeft vervuld, laat de "SPGE" hem een herinneringsschrijven betekenen met de aanvraag om de betalingen uit te voeren of de informatie mee te delen.
  Als de verdeler zijn verplichtingen nog steeds niet heeft vervuld vijftien dagen na ontvangst van de herinneringsbrief zal de S.P.G.E. de informatie betreffende het vorig jaar in aanmerking nemen. Meer bepaald, wat betreft de informatie betreffende het volume, zal de S.P.G.E. in geval van niet communicatie van het volume, als gegeven het laatst bekend volume nemen en zal, elk jaar, een forfait gelijk aan 5% van het volume toevoegen. Het aldus verkregen cijfer zal toelaten om het bedrag van de bijdrage van elke verdeler aan het sociaal waterfonds te berekenen. De verdeler beschikt over een termijn van één jaar om de regularisering van zijn situatie aan te vragen en de informatie over het volume mede te delen.
  De opbrengst van de bijdrage van de verdeler die een gebied zonder woningen bedient, opgedeeld tussen tegemoetkomingsuitgaven en uitgaven voor technische verbeteringen, wordt opgenomen in de globale enveloppe van het eenmalig trekkingsrecht berekend door SPGE. De werkingskosten van de OCMW's worden opgenomen in de regionale opdeling van de werkingskosten overeenkomstig artikel R.315.
  § 3. De "SPGE" moet
  1° jaarlijks uiterlijk 15 maart:
  a) op basis van de voor het voorafgaande jaar gefactureerde watervolumes het totaalbedrag bepalen van de bijdrage van elke verdeler in het Sociaal waterfonds voor het lopende jaar en deelt het hen mee;
  b) de verdeling van de eenmalige trekkingsrechten van het lopende jaar tussen de OCMW's bepalen en aan de verdelers meedelen ; ;
  2° elk OCMW jaarlijks uiterlijk 31 maart kennis geven van :
  a) het bedrag van het eenmalig trekkingsrecht waarover het beschikt voor het lopende jaar;
  b) de mogelijkheid om de tussenkomst van het Fonds voor technische verbeteringen te vragen bij zijn verdeler;
  c) via de website van de "SPGE", de jaarlijkse vragenlijst bedoeld in bijlagen XXXVIII, terug te sturen;
  3° jaarlijks uiterlijk 30 april :
  a) aan elk OCMW de werkingskosten betalen op de rekening " werkingskosten van de OCMW's "; voor zover de verdelers van het ambtsgebied van de betrokken OCMW's de voorafgaandelijke storting aan de SPGE hebben verricht overeenkomstig paragraaf 2, 3°, a);
  b) aan de verdelers van het ambtsgebied van de betrokken OCMW's het bedrag storten van de aanvullende trekkingsrechten omschreven in artikel R.316, § 1, en berekend krachtens artikel R.316, § 2, voor zover de verdelers de voorafgaandelijke storting van de niet-aangewende saldo's van het voorafgaande jaar overeenkomstig paragraaf 2, 3°, b), hebben verricht aan de SPGE;
  4° na goedkeuring van de Raad van bestuur van de maand september, de Minister een jaarverslag overleggen waarin de volgende gegevens voorkomen:
  a) het bedrag van de bijdrage in het Sociaal waterfonds dat het vorige jaar per verdeler beschikbaar was;
  b) het bedrag van de bijdrage in het Sociaal waterfonds dat het vorige jaar per verdeler gebruikt werd en het niet aangewend saldo;
  c) de bedragen betreffende de werkingskosten betaald aan de OCMW's ;
  d) de bedragen betreffende de werkingskosten van de "SPGE" ;
  e) de bedragen bestemd voor de technische verbeteringen en het niet-aangewend saldo;
  5° jaarlijks voor 15 december, aan de verdelers het geïndexeerd bedrag meedelen van de bijdrage in het Sociaal waterfonds, alsook het geïndexeerd bedrag van het plafond en van de toeslag per persoon ten laste, overeenkomstig artikel D.330-1 van hetzelfde Wetboek.
  Wat betreft punt 1°, a), komen jaarlijks bijkomende trekkingsrechten berekend op basis van artikel R.316, bij de bedragen van de 80 % voor de uitgaven inzake tegemoetkoming berekend op basis van artikel R.313. Het verkregen totaalbedrag vormt het eenmalig trekkingsrecht.
  Betreffende punt 4° wordt, vóór het overmaken aan de Regering en aan het "Comité de contrôle de l'eau" (het Comité voor Watercontrole), een advies over het ontwerp-verslag afgegeven door Aquawal en door de federatie van de O.C.M.W.'s aan de "SPGE".
  § 4. Elk OCMW stuurt naar de "SPGE", voor 31 mei van elk jaar, de vragenlijst terug bedoeld in paragraaf 3, 2°. De aldus ingezamelde gegevens worden in het jaarlijks verslag opgenomen.".

  Art. 3. In artikel R.313, lid 3, van hetzelfde Boek worden de volzinnen "di CPAS : aantal personen dat op 31 december van het voorlaatste jaar voor betrokken OCMW het recht op sociale integratie geniet;
  di verdeler : aantal personen dat op 31 december van het voorlaatste jaar voor de gezamenlijke OCMW's het recht op sociale integratie geniet op het territoriale ambtsgebied dat overeenstemt met het distributienet van de verdeler. " vervangen door de volzinnen "di CPAS : aantal personen dat op 31 december van het voorgaande jaar voor betrokken OCMW het recht op sociale integratie geniet
  di verdeler : aantal personen dat op 31 december van het voorgaande jaar voor de gezamenlijke OCMW's het recht op sociale integratie geniet op het territoriale ambtsgebied dat overeenstemt met het distributienet van de verdeler. ".

  Art. 4. In artikel R.315, lid 2, van hetzelfde Boek wordt de volzin "di CPAS : aantal personen dat op 31 december van het voorlaatste jaar voor betrokken OCMW het recht op sociale integratie geniet" vervangen door de volzin "di CPAS : aantal personen dat op 31 december van het voorgaande jaar voor betrokken OCMW het recht op sociale integratie geniet.".

  Art. 5. In artikel R.316 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 23 maafebruarirt 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met volgende twee leden :
  "De OCMW's die tussen 75 en 80 % van de totale trekkingsrechten van het voorgaande jaar gebruiken en dat gebruiksniveau uitzonderlijkerwijs lager dan 80 % verantwoorden, dienen hun afwijkingsaanvraag schriftelijk bij SPGE in voor 15 februari om in aanmerking te komen voor de bijkomende trekkingsrechten in de berekening van hun eenmalig trekkingsrecht.
  De verdelers delen minstens in september het gebruiksniveau van het trekkingsrecht aan de OCMW's mee om een hoger gebruik dan 80% van de trekkingsrechten te verantwoorden wanneer dat verantwoord wordt door de toestand wegens de waterarmoede van de OCMW-bevolking". ;
  2° in paragraaf 2, lid 1, worden vervangen door de woorden "dat minstens 80 % van zijn trekkingsrecht heeft gebruikt" door de woorden "dat tussen 75 en 80 % van zijn trekkingsrecht heeft gebruikt".

  Art. 6. In artikel R.320 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  "Het maximum dat in overweging wordt genomen is het maximum dat van toepassing is op het tijdstip van de aanvraag tot tegemeotkoming van het Sociaal Waterfonds" ;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  "De beslissing van het OCMW betreffende een tegemoetkoming ten laste van het Sociale Waterfonds voor een persoon die een sociale tegemoetkoming vraagt, kan betrekking hebben op een reeds betaalde factuur voor zover deze aanvraag betrekking heeft op de lopende verbruikscyclus (voorschotten en recentste jaarlijkse regularisatie).". ;
  3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De verdeler financiert op verzoek van het OCMW, binnen de perken van de beschikbare middelen, tegemoetkomingen met het oog op technische verbeteringen van de waterinstallaties van de verbruikers die de tegemoetkoming bedoeld in artikel D.237 genieten. Daarbij wordt de aanvraag van de tegemoetkomingen waarom het OCMW verzocht heeft, onderzocht om de te financieren technische verbeteringen zo aangepast mogelijk te maken aan de toestand en met het oog op een rationeel waterbeheer. De weigeringen van financiering vanwege de verdeler worden gemotiveerd.
  De verdelers dienen het gebruik van de financiële middelen van het Sociaal waterfonds voor technische verbeteringen door de OCMW's aan te moedigen en gewag te maken van hun gebruik, types financiering en jaarlijkse bedragen per types tijdens het overmaken van het jaarlijks verslag aan de SPGE".

  Art. 7. In de artikelen R.323, R.389/1 tot R. 389/3 en R.389/5 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016, worden de woorden "Departement Leefmilieu en Water" telkenmale vervangen door de woorden "Departement Bodems en Afvalstoffen".

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het decreetgevend Deel van Boek II van het Waals Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt

  Art. 8. In artikel D.282 van het decreetgevend deel van Boek II van het Wetboek van Leefmilieu, dat het Waterwetboek inhoudt, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, wordt lid 1 vervangen door hetgeen volgt:
  " De kohieren worden vastgesteld door de Directeur-generaal van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst of door de door hem afgevaardigde ambtenaar en uitvoerbaar verklaard door de Directeur-generaal van het van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst of door de ambtenaar die dit ambt uitoefent of door de door hem afgevaardigde ambtenaar ".

  HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 houdende uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen

  Art. 9. In artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 houdende uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 3 maart 2016 en 13 juli 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) onder 2° worden de woorden "en de belastingen en retributies inzake de financiering van het waterbeleid" ingevoegd tussen de woorden "op de afvalstoffen" en de woorden "de ambtenaren van het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst";
  b) 5° wordt opgeheven.

  Art. 10. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 3 maart 2016 en 13 juli 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) onder 2° worden de woorden "en de belastingen en retributies inzake de financiering van het waterbeleid" ingevoegd tussen de woorden "op de afvalstoffen" en de woorden "de ambtenaren van het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst";
  b) 5° wordt opgeheven.

  Art. 11. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2007, 3 maart 2016 en 13 juli 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) onder 4° worden de woorden "en de belastingen en retributies inzake de financiering van het waterbeleid" ingevoegd tussen de woorden "op de afvalstoffen" en de woorden "de ambtenaren van het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst";
  b) 8° wordt opgeheven.

  Art. 12. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen door het de besluit van de Waalse Regering van 23 oktober 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van lid 1 en overeenkomstig artikel D.282 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, worden voor de retributies en bijdragen betreffende de financiering van het waterbeleid en de belastingen op afvalstoffen de kohieren vastgesteld door de Directeur-generaal van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst of door de door hem afgevaardigde ambtenaar en uitvoerbaar verklaard door de Directeur-generaal van het van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst of door de door hem afgevaardigde ambtenaar." ;
  2° lid 3 wordt opgeheven.

  Art. 13. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen door het de besluit van de Waalse Regering van 22 december 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 10 mei 2010, 3 maart 2016 en 13 juli 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) onder 4° worden de woorden "en de belastingen en retributies inzake de financiering van het waterbeleid" ingevoegd tussen de woorden "op de afvalstoffen" en de woorden "het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst";
  b) 7° wordt opgeheven.

  Art. 14. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2007, 3 maart 2016 en 13 juli 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) 4° wordt vervangen als volgt:
  "4° voor de toepassing van de afvalstoffenbelastingen en de retributies en bijdragen inzake de financiering van het Waterbeleid, de directeur van de Directie Economische en Financiële Instrumenten van het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst of de door hem afgevaardigd ambtenaar";
  b) 7° wordt opgeheven.

  Art. 15. In artikel 15, § 3, van hetzelfde besluit, hernummerd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2016, worden de woorden "dienst bedoeld in artikel 3, 5°, " vervangen door de woorden "dienst bedoeld in artikel 3, 2°, ".

  Art. 16. In artikel 22bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 3 maart 2016 en 13 juli 2017 wordt paragraaf 2 vervangen door hetgeen volgt:
  " § 2. De dienst bedoeld in artikel 63, § 2, 1°, van het decreet is de directeur van de Directie Financiële en Economische Instrumenten van het Departement Bodems en Afvalstoffen van he Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpmiddelen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst.".

  Art. 17. In artikel 23 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 22 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De dienst aangewezen door de Regering als bedoeld in artkel 64 van het decreet voor de toepassing van de afvalstoffenbelastingen en de retributies en bijdragen inzake de financiering van het Waterbeleid is het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst, vertegenwoordigd door de directeur van de Directie Economische en Financiële Instrumenten." ;
  2° lid 3 wordt opgeheven.

  Art. 18. Bijlage XXXVIII wordt gewijzigd in het reglementair deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, in de zin van de bij dit besluit gevoegde bijlage 1.

  Art. 19. De artikelen 6 tot 16 hebben uitwerking op 1 september 2018.

  Art. 20. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N. Bijlage 38
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-10-2019, p. 102916 )
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 18 juli 2019.
Voor de Regering :
De Minister-President,
W. BORSUS
De Minister van Economie, Industrie, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Tewerkstelling en Vorming,
P.-Y. JEHOLET
De Minister van Leefmilieu, Ecologische Overgang, Ruimtelijke Ordening, Openbare Werken, Mobiliteit, Vervoer, Industriezones en Dierenwelzijn,
C. DI ANTONIO
De Minister van Begroting, Financiën, <Energie>, Klimaat en Luchthavens,
J.-L. CRUCKE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op de wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20;
   Gelet op het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, artikelen 6, lid 2, vervangen door het decreet van 19 september 2013, 10, vervangen door het decreet van 19 september 2013, 11, vervangen door het decreet van 19 september 2013, 11bis, § 1, ingevoegd bij het decreet van 19 september 2013, 11ter, ingevoegd bij het decreet van 19 september 2013, 11quater, ingevoegd bij het decreet van 28 november 2013, 12, vervangen door het decreet van 19 september 2013, 12bis, ingevoegd bij het decreet van 19 september 2013 en laatst gewijzigd bij het decreet van 21 december 2016, 12quater, ingevoegd bij het decreet van 19 september 2013 en gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, 13, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2007, 14, lid 1, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2007 en 30 april 2009, 15, vervangen door het decreet van 10 december 2009 en gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, 16, lid 1, gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2007, 17bis, § 1, c., ingevoegd bij het decreet van 22 maart 2007 en gewijzigd bij het decreet van 10 november 2009, 18bis, § 2, lid 3, ingevoegd bij het decreet van 19 november 2013, 19, lid 2, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2007 en 10 december 2009, 20bis, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, 25, lid 1, vervangen door het decreet van 10 december 2009 en gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, 26, lid 1, 27, vervangen door het decreet van 17 januari 2008 en gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, 27bis, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, 63, § 2, 1°, vervangen door het decreet van 22 maart 2007 en gewijzigd bij het decreet van 12 december 2014, en 64, vervangen door het decreet van 13 december 2017 ;
   Gelet op Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de artikelen D.242, D.243, D.245, D.249, D.250, D.251, lid 2, en D.282, lid 2, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 houdende uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen;
   Gelet op het reglementair Deel van Boek II van het Waals Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt;
   Gelet op het rapport van 18 maart 2019 opgesteld overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen ;
   Gelet op advies van de Raad van State nr. 65.881/4, gegeven op 20 mei 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het schrijven van "SPGE" dd. 8 februari 2019 met het voorstel tot wijziging in artikel D.243 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt;
   Gelet op het advies van het Controlecomité voor water;
   Gelet op het advies van het ministerieel comité en het overlegorgaan, aangevraagd overeenkomstig het samewerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende het inter-Franstalig overleg inzake gezondheidheid en bijstand aan de personen en betreffende de gemeenschappelijke beginselen die op deze aangelegenheden van toepassing zijn, dd. 18 juni 2019;
   Overwegende dat de wijziging in de personeelsformatie van de Waalse Overheidsdienst, besloten door de Waalse Regering op 19 juli 2018, de aanpassing vereist van het besluit van de Waalse Regering van 16 november 2000 houdende uitvoering van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen;
   Overwegende dat in deze reglementering immers specifiek beide fiscale directies van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpmiddelen en Leefmilieu beoogd worden, namelijk : de Directie Economische Instrumenten en de Directie Finaniële Instrumenten, wier benaming veranderde na hun fusie;
   Overwegende dat de benaming van de nieuwe entiteit voortaan "Directie van Economische en Financiële Instrumenten" is;
   Overwegende dat eveneens rekening dient te worden gehouden met het feit dat de nieuw opgerichte entiteit ondergebracht is bij het Departement Bodems en Afvalstoffen;
   Gelet op de voorstellen van de werkgroep, opgericht door de "Société publique de gestion de l'eau" (Openbare waterbeheersmaatschappij, hierna SPGE), Aquawal, de waterverdelers en de Federatie van OCMW's om het gebruik van het Sociaal Waterfonds te verbeteren;
   Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie