J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
11 JULI 2019. - Omzendbrief van de Directeur van de Directie Organisatie Gewestelijke Energiemarkten betreffende de wijziging van elektriciteitsproductie-eenheden uit windenergie die een marginale vermogenstoename tot gevolg hebben

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 05-11-2019 nummer :   2019205121 bladzijde : 103879       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-07-11/02
Inwerkingtreding : 05-11-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. M1-M3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel M1. Voor de toepassing van deze omzendbrief wordt verstaan onder :
  1° het decreet van 12 april 2001: het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;
  2° het besluit van 30 november 2006: het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van de groene elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen of uit warmtekrachtkoppeling;
  3° marginale vermogenstoename: kleine toename in de omvang van het geļnstalleerd vermogen;
  4° corrigerende factor: factor die een onderscheid mogelijk maakt tussen de productie uit gereserveerd vermogen en productie uit een marginale vermogenstoename. De correctiefactor wordt door de administratie toegepast op de opmetingen van de meters verstrekt door de producent of de controle-instelling, overeenkomstig artikel 7 van het besluit van 30 november 2006.

  Art. M2. Een toename in het vermogen van de elektrische productie-eenheden uit windenergie waarvoor een reservatie is doorgevoerd overeenkomstig artikel 15, § 1bis, van het besluit van 30 november 2006, wordt aanvaard als volgende voorwaarden cumulatief worden vervuld:
  1° de vermogenstoename is marginaal. Een variatie lager dan 10 % wordt marginaal geacht;
  2° de toename in het geļnstalleerd vermogen is gekoppeld aan een element dat onlosmakelijk verbonden is met de gereserveerde elektrische productie-eenheid uit windenergie;
  3° de productie-eenheden zijn behoorlijk vergund;
  4° de aanvraag voor een marginale vermogenstoename houdt een dossier in dat een passende motivering bevat, evenals alle verantwoordingsstukken voor de evaluatie van de aanvraag door de administratie;
  5° het aanvraagdossier houdt een corrigerende factor in die de productie, gekoppeld aan het gereserveerd vermogen, kan berekenen;
  6° de corrigerende factor berust op objectieve en meetbare gegevens. De parameters die gebruikt worden om de gewijzigde productie-eenheid te evalueren zijn dezelfde als die, welke gebruikt worden om de gereserveerde productie-eenheid te evalueren. Bij gebreke van een windmetingsonderzoek wordt de marginale vermogenstoename geacht een verhoudingsgewijze productietoename in te houden;
  7° de corrigerende factor wordt berekend en gemotiveerd door een onafhankelijk metingskantoor dat een relevante ervaring voor kan leggen. Een metingskantoor dat de AMURE-erkenning heeft gekregen, wordt onafhankelijk geacht. Een metingskantoor dat referenties voorlegt voor minstens drie soortgelijke realisaties wordt geacht voldoende ervaring te hebben opgedaan;
  8° het aanvraagdossier wordt minstens drie maanden voor de initialisering van de productie-eenheid of de overwogen wijziging ingediend.
  Deze speling geldt ongeacht of de wijziging voor of na de inbedrijfname van de productie-eenheid heeft plaatsgevonden. Wanneer de wijziging doorgevoerd wordt na inbedrijfname van de productie-eenheid, worden de gegevens van het certificaat van garantie van oorsprong die gewijzigd worden of vervallen na deze wijzigingen opnieuw ingediend overeenkomstig artikel 8 van het besluit van 30 november en vormt dit een aanhangsel bij genoemd certificaat.
  Voor groene elektriciteitsproductie voorbij de drempel van het gereserveerd vermogen worden geen groene certificaten uitgereikt.

  Art. M3. Deze omzendbrief treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 11 juli 2019.
De Directeur van de Directie Organisatie Gewestelijke Energiemarkten,
M. HOOGSTOEL

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Directeur van de Directie Organisatie Gewestelijke Energiemarkten,{BR}
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van de groene elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en uit warmtekrachtkoppeling, inzonderheid op artikel 15, § 1bis, lid 1, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 april 2014 en gewijzigd bij de besluiten van 23 juni 2016, 4 april 2019 en 11 april 2019;{BR}
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 8 oktober 2009 betreffende de overdrachten van bevoegdheden aan de Waalse Overheidsdienst, inzonderheid op artikel 101, hersteld bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019:{BR}
   Overwegende dat artikel 15, § 1bis, van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 tot bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling bepaalt dat het recht om groene certificaten te verkrijgen voor de productie-eenheden onder bepaalde voorwaarden onderworpen wordt aan de voorafgaande aanvaarding door de administratie van het dossier betreffende de aanvraag van groene certificaten;{BR}
   Gelet op de Europese en Waalse doelstellingen betreffende de productie van hernieuwbare <energie>;{BR}
   Overwegende dat de technologische innovatie op gerichte wijze de producenten van groene elektriciteit de mogelijkheid biedt om het vermogen van hun productie-eenheden marginaal te laten toenemen;{BR}
   Overwegende dat voor deze toename, voor zover de toekenning van groene certificaten afhangt van de productie door de eenheid die deze groene certificaten toegekend krijgt, vereist wordt:{BR}
   1° ofwel de toevoeging van een tweede meter om het onderscheid te kunnen maken tussen de productie met groene certificaten en de niet-ondersteunde productie;{BR}
   2° ofwel een correctie in de dimensionering van de productie-eenheid zodat het effectief vermogen identiek blijft met het gereserveerd vermogen;{BR}
   3° ofwel de indiening door de producent, overeenkomstig artikel 15, § 1bis, lid 5, van het besluit van 30 november 2006, bij wijziging voor de datum van initialisering van de productie-eenheid, van een bericht tot wijziging van het dossier met een nieuwe reservatie-aanvraag tot gevolg, die enkel betrekking heeft op deze bijkomende groene certificaten;{BR}
   4° ofwel de indiening door de producent, overeenkomstig artikel 15ter, § 1, van het besluit van 30 november 2006, in geval van wijziging na de datum van initialisering van de productie-eenheid, van een aanvraag voor een significante wijziging;{BR}
   Overwegende dat artikel 15ter, lid 2, van het besluit van 30 november 2006 bepaalt dat onder significante wijziging, één der volgende wijzigingen wordt verstaan:{BR}
   1° een wijziging die leidt tot een verbetering van de jaarlijkse CO2-winst van ten minste 20 %, verkregen door een verhoging van het percentage CO2-besparing of door een verhoging van de elektriciteitsproductie als gevolg van een toename van het netto-ontwikkelbaar elektrisch vermogen of van een innovatieve technologische verandering. De Administratie gaat na of de verbetering van de jaarlijkse CO2-winst het gevolg is van een van de drie hierboven genoemde oorzaken;{BR}
   2° de volledige vervanging van de generator die aan het einde van zijn technische levensduur is gekomen en waarvan de duur wordt berekend en bekendgemaakt door de Administratie. Onder "generator" wordt verstaan het geheel bestaande uit, enerzijds, de motor of turbine en, anderzijds, de elektriciteitsgenerator, met inbegrip van afstel- en bedieningsorganen. Worden met name van dit begrip uitgesloten, de elementen zoals ketels, gasgeneratoren en gistingstanks;{BR}
   3° een wijziging die ertoe leidt dat een investering in de productie-eenheid wordt gedaan voor een bedrag dat ten minste gelijk is aan 50 % van de oorspronkelijke investering, waarbij laatstgenoemde op conventionele wijze wordt vastgesteld op basis van de standaardinvesteringskosten die door de Administratie worden berekend en bekendgemaakt;{BR}
   Overwegende dat het in tegenstelling met name tot de fotovoltaļsche keten technisch onmogelijk is middels een tweede meter de marginale niet-ondersteunende productie te onderscheiden, en dat de oplossing uit de derde considerans, 1°, bijgevolg niet van toepassing is op de elektrische productie-eenheden uit windenergie;{BR}
   Overwegende dat de dimensionering van de elektrische productie-eenheden uit windenergie, in tegenstelling tot met name de fotovoltaļsche keten, niet vlot gecorrigeerd kan worden en dat de oplossing voorgesteld onder de derde considerans, 2°, niet van toepassing is op de productie-eenheden uit windenergie;{BR}
   Overwegende dat de oplossing, voorgesteld onder de derde considerans, 3°, niet altijd in praktijk omgezet kan worden, wegens in voorkomend geval de lage vermogenstoename of de uitputting van de enveloppes van bijkomende groene certificaten;{BR}
   Overwegende dat de oplossing voorgesteld onder de derde considerans, 4°, een actualisering inhoudt van het toekenningspercentage bij de indiening van het dossier voor een significante aanvraag, die soms economisch onvoordelig is voor de producent;{BR}
   Overwegende dat de marginale vermogenstoename aldus geweigerd wordt, wat als gevolg heeft dat deze eenheden worden ingetoomd en dus geen productie in volle omvang kunnen bereiken, waardoor er een vermindering in de beschikbare groene elektriciteit en een winstderving voor de producent zich voordoen;{BR}
   Overwegende dat iedere niet-gemachtigde marginale vermogenstoename de toepassing inhoudt van het algemeen verbodsbeginsel op de toename, de terugbetaling van de teveel geļnde groene certificaten en eventueel een bevel en een administratieve sanctie overeenkomstig de artikelen 54/1 van het decreet van 12 april 2001;{BR}
   Overwegende dat een vermogenstoename met minder dan 10 % geacht kan worden de gezamenlijke gevallen te dekken waarin de technologische innovatie een marginale vermogenstoename mogelijk kan maken voor de installaties voor elektriciteitsproductie uit windenergie;{BR}
   Overwegende dat een vermogenstoename met 10 % of meer aanvaard kan worden op grond van een gemotiveerde argumentatie, met name bij een faillissement van een fabrikant of het niet beschikbaar zijn op de markt van een wisselstuk;{BR}
   Overwegende dat een windmetingsonderzoek een essentieel onderdeel is voor de vaststelling van de niet-proportionele en niet-lineaire evolutie van de productie betreffende een vermogenstoename;{BR}
   Overwegende dat het, om een objectieve beoordeling van de productietoename gekoppeld aan een marginale vermogenstoename mogelijk te maken, onontbeerlijk is dat dezelfde parameters die leiden tot een productieberekening in een waarschijnlijkheid van P90 of P50, gebruikt worden om de productie van de gereserveerde eenheid en de gewijzigde eenheid te beoordelen,{BR}
   Meldt dat:{BR}

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie