J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/05/22/2019042318/justel

Titel
22 MEI 2019. - Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van de energieprestatie van een systeem van externe warmtelevering

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 13-11-2019 nummer :   2019042318 bladzijde : 105491       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-05-22/43
Inwerkingtreding : 01-07-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen wordt gedeeltelijk omgezet bij dit besluit.

  Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 28 november 2013: het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  2° besluit van 15 mei 2014: het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  3° systeem van externe warmtelevering: de externe warmtelevering bedoeld in 2 van bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014;
  4° opwekkingsrendementen ηheat,dh en ηwater,dh : de opwekkingsrendementen ηheat,dh en ηwater,dh bedoeld in de punten 10.2.3.2 en 10.3.3.4.2 van bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014;
  5° equivalente primaire energiefactor fp,dh : equivalente primaire energiefactor van de externe warmtelevering bedoeld in subbijlage F van bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014;
  6° Bestuur: het bestuur bedoeld in artikel 2, 4°, van het besluit van 15 mei 2014;
  7° warmtevrager: het gebouw aangesloten of aan te sluiten op een systeem van externe warmtelevering;
  8° definitieve EPB-aangifte: de definitieve EPB-aangifte bedoeld in artikel 18 van het decreet van 28 november 2013;
  9° Ew - niveau: het Ew - niveau bedoeld in artikel 2, 7° van het besluit van 15 mei 2014;
  10° EPB-software: de software bedoeld in artikel 3 van het besluit van 15 mei 2014;
  11° verwarmde of verkoelde vloeroppervlakte: de verwarmde of verkoelde vloeroppervlakte bedoeld in 2 van bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014.

  Art. 3. Voor de beoordeling van de energieprestatie van een of meerdere warmtevragers worden de alternatieve waarden van de opwekkingsrendementen ηheat,dh en ηwater,dh en de equivalente primaire energiefactor fp,dh bepaald volgens de berekeningsmethode die is uiteengezet in de bijlage bij dit besluit, aan de hand van het door het Bestuur beschikbaar gestelde rekenblad.
  In geval van een gefaseerde ontwikkeling van het systeem van externe warmtelevering worden de alternatieve waarden van de opwekkingsrendementen ηheat,dh en ηwater,dh en de equivalente primaire energiefactor fp,dh die door het systeem van externe warmtelevering worden bereikt op de datum van vaststelling van de voorlopige EPB-aangifte, in aanmerking genomen in de voorlopige EPB-aangifte die is opgesteld overeenkomstig artikel 28, § 1, van het EPB-besluit. De definitieve alternatieve waarden van de opwekkingsrendementen ηheat,dh en ηwater,dh en de equivalente primaire energiefactor fp,dh van het systeem van externe warmtelevering worden in aanmerking genomen in de definitieve EPB-aangifte die uiterlijk aan het einde van de termijn bepaald in de artikelen 24 en 26 van het decreet wordt vastgesteld.

  Art. 4. § 1. Het Bestuur verifieert en valideert de in artikel 3 bedoelde alternatieve waarden binnen 120 dagen na ontvangst van het verzoek.
  Indien het dossier onvolledig is, wordt in het bericht van ontvangst gewezen op de ontbrekende stukken en wordt gepreciseerd dat de in het eerste lid bedoelde termijn wordt met ingang van de datum van ontvangst van die stukken berekend wordt.
  § 2. De aanvraag tot validering van alternatieve waarden bevat:
  1° de naam, de voornaam, de woonplaats en het beroep van de aanvrager of, indien het gaat om een rechtspersoon, de juridische vorm, de benaming of handelsnaam, de maatschappelijke zetel, de persoonsgegevens en de hoedanigheid van de ondertekenaar van de aanvraag ;
  2° de beschrijving en plaats, door middel van een aanduiding en nummering op een tekening, van de volgende elementen van het systeem van externe warmtelevering:
  a) de installaties voor warmteproductie en de eventuele afkoppelingseenheden van bovenliggende systemen van externe warmtelevering;
  b) de warmtedistributie-elementen, waaronder de verschillende leidingsegmenten, circulatiepompen, buffervaten en warmtewisselaars;
  c) de warmtevragers, zowel bestaande warmtevragers, als nieuw te realiseren warmtevragers en ook eventuele afkoppelingsunits naar onderliggende systemen van externe warmtelevering;
  3° de eigenschappen van de warmteopwekkers, te weten:
  a) de lijst met de uniek genummerde warmteopwekkers;
  b) per warmteopwekker wordt vermeld of deze bestaand is of nieuw te realiseren, in het laatste geval wordt ook de voorziene timing van realisatie opgegeven;
  c) voor elke warmteopwekker wordt minimaal het soort opwekker, het type brandstof en het nominaal thermisch vermogen beschreven;
  d) desgevallend, per warmteopwekker wordt het elektrisch vermogen voor pompen, motoren en hulpfuncties van de warmteopwekker vermeld indien het hulpenergieverbruik in detail wordt berekend;
  e) indien beschikbaar, de dimensioneringsnota's, technische schema's en technische fiches van de volledige opwekkingsinstallatie;
  f) indien beschikbaar, de technische schema's, dimensioneringsnota's, en technische fiches van de individuele warmteopwekkers aanwezig binnen een warmtevrager;
  4° de eigenschappen van de warmtedistributie-elementen, te weten :
  a) de lijst met de uniek genummerde leidingsegmenten;
  b) per leidingsegment wordt vermeld of deze reeds bestaat of moet geïnstalleerd worden en, in dit geval, wordt ook de voorziene timing van realisatie opgegeven;
  c) de netwerktemperatuur en per leidingsegment de lengte, omgeving, leidingconfiguratie en isolatiegraad indien de warmteverliezen in detail worden berekend;
  d) per buffervat of warmtewisselaar de isolatiegraad, indien de warmteverliezen in detail worden berekend;
  e) per circulatiepomp, het elektrische vermogen indien het hulpenergieverbruik in detail wordt berekend en, desgevallend, aanduiding van de pompen die voor reservestelling dubbel zijn uitgevoerd;
  f) indien beschikbaar, worden technische schema's, dimensioneringsnota's en technische fiches van het volledige warmtedistributiesysteem, met inbegrip van de individuele leidingsegmenten of toegevoegd;
  5° de eigenschappen van de warmtevragers, te weten:
  a) de lijst met de uniek genummerde warmtevragers;
  b) per warmtevrager wordt vermeld of deze reeds bestaat of geïnstalleerd moet worden en, in dit geval, wordt ook de voorziene timing van realisatie opgegeven en of er voor de warmtevrager een E-peileis geldt;
  c) per warmtevrager, de bestemming van het gebouw of van de EPB-eenheden;
  d) desgevallend, voor elke betrokken EPB-eenheid, het elektronische bestand van de EPB-software met de berekening van de EPB-eisen en mits in acht name van het resultaat van de berekeningen uitgevoerd volgens de methode opgenomen in bijlage bij dit besluit ;
  e) wanneer de warmtevraag bepaald wordt op basis van de bruto verwarmde of verkoelde vloeroppervlakte van de gebouwen, de plannen voor elk van deze gebouwen;
  f) per warmtevrager die minstens één EPB-eenheid omvat waarvoor een eis van niveau Ew geldt, de ligging aan de hand van het adres en de kadastrale gegevens en het nummer van het EPB-dossier;
  g) per warmtevrager die minstens één EPB-eenheid omvat waarvoor een eis van niveau Ew geldt, de vermelding van hoe de warmte aan elk gebouw wordt geleverd en waarvoor de warmte in het gebouw wordt gebruikt.
  h) per warmtevrager, de begrenzing van het systeem van externe warmtelevering ten opzichte van het gebouw;
  i) per warmtevrager die minstens één EPB-eenheid omvat waarvoor een eis van niveau Ew geldt, een beschrijving van de fase waarin de EPB-eenheid op moment van de aanvraag verkeert en een projectie van de timing van de volgende fasen.
  6° een stavingsnota met berekeningen uitgevoerd volgens de methode opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
  7° de gegevens van de auteurs van de stavingsnota, te weten:
  a) de naam, de voornaam, de woonplaats of, indien het gaat om een rechtspersoon, de juridische vorm, de benaming of handelsnaam, de maatschappelijke zetel, de persoonsgegevens en de hoedanigheid van de auteurs;
  b) de beschrijving van de technische beheersing en bekwaamheid van de auteurs op basis van hun curriculum vitae van de auteurs;
  8° desgevallend, de beschrijving en de projectie van de timing van toekomstige ontwikkelingen die geen deel uitmaken van de aanvraag maar die wel betrekking hebben tot het overwogen systeem van externe warmtelevering.
  Wat het eerste lid, 5°, g), de volgende gebruiken van de warmte worden in aanmerking genomen: warmte voor ruimteverwarming, warm tapwater, bevochtiging en koeling door middel van een thermisch aangedreven koelmachine.
  Wat het eerste lid, 5°, het betreft wordt, wanneer de begrenzing van het systeem van externe warmtelevering een warmtemeter is, vermeld waar die warmtemeter geplaatst is. Indien er meerdere warmtemeters in serie zijn geplaatst, wordt vermeld welke warmtemeter wordt gebruikt voor de warmtekostenafrekening.
  Wanneer de begrenzing van het systeem van externe warmtelevering een onderstation is, wordt vermeld waar het onderstation is geplaatst.
  Indien er geen warmtemeter of onderstation is, wordt vermeld waar het warmtenet zijn doorgang tot het gebouw vindt. Er wordt verduidelijkt of er nog een circulatieleiding het gebouw noodzakelijk is. De grenzen van het overwogen systeem van externe warmtelevering kunnen ook worden aangeduid op plannen of een schema.
  Wat het eerste lid, 5°, i) betreft, worden volgende als fasen beschouwd : het indienen van de verkavelingsaanvraag, het aanvragen van de bouwvergunning, het verlenen van de bouwvergunning, het uitvoeren van de werken, het aansluiten van een gebouw op het systeem van externe warmtelevering, de ingebruikname van het gebouw en het indienen van de definitieve EPB-aangifte.
  Met betrekking tot lid 1, 6°, desgevallend, indien de berekening gebeurt op basis van:
  1° meetgegevens, dan worden de meetgegevens bezorgd als stavingsstuk bij de berekening en wordt vermeld welke gegevens worden gemeten en waar de meters staan opgesteld en welke meettoestellen voor elke meting worden gebruikt;
  2° factuurgegevens, worden de factuurgegevens bezorgd als stavingsstuk bij de berekening.
  § 3. De hypothesen die bij de berekening en de voorwaarden van de waarderingsinstrumenten moeten worden gebruikt, worden in de bijlage bij dit besluit vastgesteld.

  Art. 5. § 1. De gevalideerde alternatieve waarden worden opgenomen in de definitieve EPB-aangifte van een EPB-eenheid indien het systeem van externe warmtelevering voldoet aan de informatie die overeenkomstig artikel 4, § 2, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° wordt verstrekt.
  § 2. De aanvrager stelt het Bestuur onverwijld in kennis van elk verschil tussen het uitgevoerde systeem van externe warmtelevering, met inbegrip van installaties voor de opwekking en distributie van warmte, en de overeenkomstig artikel 4, § 2, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° meegedeelde informatie.
  Binnen zestig dagen na het bericht van ontvangst van de kennisgeving of, bij gebrek aan kennisgeving door de aanvrager, gaat het Bestuur na of de op haar website gepubliceerde alternatieve waarden moeten worden gecorrigeerd. In dat geval vraagt het Bestuur de aanvrager om de nodige informatie om de gepubliceerde waarden te corrigeren.
  De aanvrager verstrekt de gevraagde informatie binnen zestig dagen nadat ze gevraagd is.
  Indien de gevraagde informatie onvolledig is, wordt de in het vierde lid bedoelde termijn berekend vanaf de datum van ontvangst van alle noodzakelijke informatie.

  Art. 6. Dit besluit is van toepassing op elke definitieve EPB-aangifte die vanaf 1 juli 2019 ingediend moet worden.

  BIJLAGE.

  Art. N.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-11-2019, p. 105494 )

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 22 mei 2019.
J.-L. CRUCKE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van <Energie>,
   Gelet op het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen, artikelen 3 en 6, 5° ;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, bijlage A1, punt 10.2.3.2., vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 14 december 2017, punt 10.3.3.4.2. en subbijlage F, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016;
   Gelet op het rapport van 22 mei 2019 opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
   Gelet op advies 63.807/2/V van de Raad van State, gegeven op 1 augustus 2018, overeenkomstig artikel 84, § 1, tweede lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie