J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2019/04/26/2019012842/justel

Titel
26 APRIL 2019. - Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 05-06-2019 nummer :   2019012842 bladzijde : 55127       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-04-26/24
Inwerkingtreding : 15-06-2019

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2009035580       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-46

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2. In artikel 1.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 9° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° /2 afgeleide persoonsgegevens: persoonsgegevens die afgeleid kunnen worden uit de persoonsgegevens die in het kader van dit decreet verzameld worden;";
  2° er wordt een punt 12° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "12° /2 algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG ("algemene verordening gegevensbescherming" of "AVG");";
  3° er wordt een punt 13° /0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° /0 analoge meter: meter die op een elektromechanische manier energiestromen meet en registreert;";
  4° er wordt een punt 25° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "25° /2 digitale meter: een elektronische meter die energiestromen en aanverwante fysische grootheden meet en registreert en die uitgerust is met een tweerichtingscommunicatiemiddel, dat ervoor zorgt dat de gegevens niet alleen lokaal, maar ook op afstand uitgelezen kunnen worden zodat de meter in staat is om op basis van de gegevens die hij lokaal of van op afstand ontvangt bepaalde acties uit te voeren;";
  5° punt 34°, opgeheven door het decreet van 14 februari 2014, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "34° elektronische meter: een meter die op een digitale manier energiestromen meet en registreert en die al dan niet uitgerust is met een communicatiemiddel dat ervoor zorgt dat de gegevens niet alleen lokaal, maar ook op afstand uitgelezen kunnen worden;";
  6° er wordt een punt 49° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "49° /1 ESCO: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in de inrichtingen of gebouwen van een netgebruiker energiediensten of andere maatregelen ter verbetering van de <energie>-efficiëntie levert waarbij de terugbetaling van de investering gebeurt op basis van de terugverdientijd van de investering;";
  7° er wordt een punt 66° /0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "66° /0 hoofdmeter: analoge meter, elektronische meter of digitale meter die energiestromen minstens meet en weergeeft en als eerste meter op een toegangspunt is aangesloten;";
  8° in punt 81° wordt tussen de zinsnede "werkmaatschappij," en het woord "leverancier" de zinsnede "aanbieder van energiediensten," ingevoegd;
  9° er wordt een punt 82° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "82° /1 meetgegevens: gegevens die verkregen worden door of gebaseerd zijn op een telling of meting door middel van een meetinrichting;";
  10° er wordt een punt 91° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "91° /2 netto-afname: de afname op een toegangspunt verminderd met de injectie van een productie-installatie aangesloten op hetzelfde toegangspunt;";
  11° er wordt een punt 99° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "99° /1 persoonsgegevens: persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;";
  12° punt 101/1° wordt opgeheven;
  13° aan punt 102° wordt de zinsnede ", met uitsluiting van prosumenten" toegevoegd;
  14° punt 104° wordt opnieuw ingevoegd als volgt:
  "104° prosument: elektriciteitsdistributienetgebruiker met toegangspunt voor afname, al dan niet rechtstreeks op een transformator aangesloten, en met een decentrale productie-eenheid met een maximaal AC-vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kVA die hem in staat stelt elektriciteit te injecteren op het elektriciteitsdistributienet;";
  15° er wordt een punt 110° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "110° /1 relationele gegevens: gegevens die betrekking hebben op de verhouding tussen de netgebruiker en een marktpartij of tussen marktpartijen onderling;";
  16° punt 113° /1 wordt opgeheven;
  17° er wordt een punt 114° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "114° /3 submeter: meter die stroomafwaarts van de hoofdmeter opgesteld is en energiestromen in een beperkt deel van een energienetwerk kan meten en registreren;";
  18° punt 115° /1/1 wordt vervangen door wat volgt:
  "115° /1/1 tariefdrager: objectieve, meetbare eenheid waarop een distributienettarief berekend wordt;";
  19° er wordt een punt 115° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "115° /3 technische gegevens: gegevens die de aansluiting of de technische toestand en specificaties van de meter voor elektriciteit of de meter voor aardgas omschrijven;".

  Art. 3. In artikel 3.1.3, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2017 en 16 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "Om haar missie waar te maken" worden vervangen door de woorden "Om zijn missie waar te maken";
  2° aan punt 4° worden de punten k) en l) toegevoegd, die luiden als volgt:
  "k) een vijfjaarlijkse evaluatie van de activiteiten inzake databeheer door de netbeheerder, met inbegrip van een studie over het aanbieden van de specifieke activiteiten en het opnemen van taken en verplichtingen met betrekking tot activiteiten inzake databeheer in de andere gewesten en in de ons omliggende landen;
  l) tweejaarlijks rapporteren aan de Vlaamse Regering over de naleving van de voorwaarden waaraan de netbeheerders zijn gebonden bij de uitoefening van hun activiteiten inzake databeheer, met inbegrip van de resultaten van de vijfjaarlijkse evaluatie.".

  Art. 4. Aan artikel 4.1.4 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, 4°, wordt de zinsnede ", aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren" ingevoegd tussen de woorden "tussenpersonen" en "en producenten";
  2° aan paragraaf 2 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° de capaciteit om bij de uitoefening van zijn activiteiten inzake databeheer, zoals vermeld in artikel 4.1.8/2, te voldoen aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming;";
  3° aan paragraaf 2 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° de capaciteit om de uniforme voorwaarden na te leven voor een continu risicobeheersingssysteem met betrekking tot de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.";
  4° in paragraaf 4 worden in punt 1° tussen het woord "net" en het woord "in" de woorden "of de activiteiten inzake databeheer" ingevoegd;
  5° aan paragraaf 4 wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° een grove tekortkoming met betrekking tot de naleving van de algemene verordening gegevensbescherming.".

  Art. 5. In artikel 4.1.5, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt tussen het woord "distributienet" en het woord "en" de zinsnede ", activiteiten inzake databeheer" ingevoegd.

  Art. 6. Aan artikel 4.1.5/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 november 2018, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2. De werkmaatschappij en de personeelsleden van de werkmaatschappij die zijn aangesteld als functionaris voor gegevensbescherming ontvangen bij de uitvoering van de aan hen en aan de werkmaatschappij in het kader van de algemene verordening gegevensbescherming opgelegde verplichtingen geen directe instructies van de raad van bestuur van de werkmaatschappij, de netbeheerder, de Vlaamse overheid of van de publieke of particuliere rechtspersonen, vermeld in artikel 4.1.22/7 tot en met 4.1.22/12.".

  Art. 7. Artikel 4.1.6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011 en 24 februari 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.1.6. § 1. Het beheer van een distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat de volgende taken:
  1° het beheer en onderhoud en het ontwikkelen onder economische voorwaarden van een veilig, betrouwbaar en efficiënt net met inachtneming van het milieu en de <energie>-efficiëntie van het net, en de nodige ondersteunende diensten daarvoor verlenen;
  2° het aanhouden van voldoende netcapaciteit om de elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de afnemers die aangesloten zijn op zijn net en om het vervoer van elektriciteit en aardgas naar de distributienetten mogelijk te maken;
  3° de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij is aangewezen, of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dat geografisch afgebakende gebied;
  4° de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;
  5° het oplossen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net;
  6° het opstellen, het bewaren en ter beschikking stellen van de plannen van zijn net;
  7° het aansluiten, verzegelen, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het aanpassen van de aansluitingen op zijn net;
  8° het verlenen van nettoegang;
  9° het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waarmee zijn net in kwestie verbonden is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen;
  10° als elektriciteitsdistributienetbeheerder transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures hanteren bij de aankoop van elektriciteit;
  11° alle vormen van energiefraude, gerelateerd aan hun activiteiten, actief detecteren en vaststellen, en maatregelen nemen om energiefraude te vermijden.
  § 2. Het beheer van het distributienet omvat bovendien het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud, het herstellen en het actief beheren van digitale, elektronische en analoge meters en tellers.
  § 3. Het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat bovendien de volgende taken:
  1° het beheren van het toegangsregister van zijn net;
  2° het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net;
  3° het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op zijn net en de verwerking en de bewaring van die gegevens;
  4° het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de distributienetbeheerder, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de afnemers en de VREG.".

  Art. 8. In titel IV, hoofdstuk I, afdeling III, onderafdeling I, van hetzelfde decreet, wordt een artikel 4.1.6/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.6/1. De netbeheerder zorgt met eigen personeel en middelen of via een werkmaatschappij voor de voorbereiding van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het netbeheer:
  1° de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
  2° de toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, de aansluiting en aansluitingsvoorwaarden, de technische voorwaarden en de tarieven;
  3° de boekhouding met betrekking tot het netbeheer;
  4° de uitbesteding van de werkzaamheden voor de aansluiting, het netbeheer en meterbeheer.
  De netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen beroep doen op producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers of tussenpersonen of op ondernemingen die ermee verbonden of geassocieerd zijn, voor de uitvoering van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het netbeheer:
  1° contacten met de in aanmerking komende afnemers over de toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, de aansluitingsvoorwaarden, de technische voorwaarden en de tarieven;
  2° de boekhouding met betrekking tot het netbeheer.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, bepalen welke aanvullende aangelegenheden als strategisch en vertrouwelijk worden beschouwd in de zin van het eerste of tweede lid.
  In afwijking van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerder voor de uitoefening van zijn taken, vermeld in het eerste lid, toch een beroep kan doen op derden, met uitzondering van producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers of tussenpersonen, bedrijven die als kerntaak het verwerken van data hebben of op ondernemingen die met die ondernemingen verbonden of geassocieerd zijn.".

  Art. 9. In artikel 4.1.8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij, en hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, kunnen:
  1° geen activiteiten ondernemen voor de productie van <energie>, behalve om het energieverbruik van de eigen gebouwen te dekken;
  2° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van <energie>. Hieronder valt niet de productie om het energieverbruik van de eigen gebouwen van die rechtspersoon te dekken.
  In afwijking van het eerste lid kunnen een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, activiteiten ondernemen voor de productie van thermische <energie> of participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van thermische <energie> voor zover deze activiteit tijdelijk is.
  De maximale tijdsperiode waarbinnen de distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, de activiteiten, vermeld in het tweede lid, kunnen ondernemen, bedraagt vijf jaar. Deze termijn van vijf jaar kan evenwel op basis van een grondig onderbouwde motivatie maximaal driemaal met twaalf maanden verlengd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels aangaande de uitvoering van deze uitzondering.".

  Art. 10. Aan titel IV, hoofdstuk I, afdeling III, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011, 14 maart 2014 en 24 februari 2017, wordt een onderafdeling III toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling III. Activiteiten inzake databeheer".

  Art. 11. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling III, ingevoegd bij artikel 10, een artikel 4.1.8/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.8/2. De activiteiten inzake databeheer omvatten volgende taken:
  1° het af- en uitlezen van de digitale, elektronische en analoge meters en tellers op de toegangspunten van het distributienet voor:
  a) allocatie, reconciliatie en facturatie in het kader van de aankoop en verkoop van elektriciteit en aardgas;
  b) het aanbieden van energiediensten door een derde na expliciete en geïnformeerde toestemming van de afnemer;
  c) netbeheer en operationele veiligheid;
  2° het beheren van het toegangsregister;
  3° het beheren, verwerken, beveiligen en bewaren van de technische, relationele en meetgegevens met betrekking tot de toegangspunten van het distributienet, en het instaan voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid ervan;
  4° de bepaling en de validatie van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op het distributienet;
  5° het verstrekken van de nodige gegevens aan andere netbeheerders, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming en de beheerder van het plaatselijk vervoernet in het kader van netbeheer en operationele veiligheid;
  6° het faciliteren van de ontwikkeling van innovatieve diensten en producten als dat conform de regelgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is;
  7° het verstrekken van de nodige gegevens aan de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de beheerder van het plaatselijk vervoernet, de transmissienetbeheerder, de aanbieders van energiediensten, de ESCO's, de aggregatoren, de afnemers en de VREG, voor het vervullen van hun taken of om de energiemarkt te faciliteren en dit op een evenwaardige manier;
  8° het verstrekken van de nodige gegevens aan overheden voor het uitoefenen van hun taak;
  9° het verstrekken van geanonimiseerde gegevens voor wetenschappelijk onderzoek.
  De netbeheerder is verantwoordelijk voor het verzekeren van het recht van toegang en het recht van verbetering voor wat betreft de gegevens die hij beheert, verwerkt, valideert en bewaart.
  De netbeheerder verstrekt de gegevens, vermeld in het eerste lid, 5°, 7°, 8° en 9°, op een transparante, onpartijdige en niet-discriminatoire wijze, zowel ten aanzien van zichzelf als ten aanzien van de partijen, vermeld in het eerste lid, 5°, 7°, 8° en 9°.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, aan de netbeheerder taken en openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot zijn dienstverlening aan onder andere netbeheerders, producenten, leveranciers, aanbieders van energiediensten en afnemers, en met betrekking tot zijn dienstverlening op het vlak van submeting.".

  Art. 12. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling III, ingevoegd bij artikel 10, een artikel 4.1.8/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.8/3. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij zorgt met eigen personeel en middelen voor de voorbereiding van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het databeheer, vermeld in artikel 4.1.8/2:
  1° het aflezen van de meters en tellers;
  2° het beheer en de beveiliging van de technische, relationele en meetgegevens.
  De netbeheerder of zijn werkmaatschappij kan geen beroep doen op producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers, tussenpersonen, aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren of ondernemingen die met die ondernemingen verbonden of geassocieerd zijn, voor de uitvoering van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het databeheer, zoals vermeld in artikel 4.1.8/2:
  1° contacten met de afnemers over de toegang tot hun gegevens;
  2° het aflezen van de meters en tellers;
  3° het beheer en de beveiliging van de technische, de relationele en de meetgegevens.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke aanvullende aangelegenheden als strategisch en vertrouwelijk worden beschouwd in de zin van het eerste of tweede lid.
  De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerder of zijn werkmaatschappij voor de uitvoering van deze taken een beroep kan doen op derden.
  In afwijking van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerder of zijn werkmaatschappij voor de uitoefening van zijn taken, vermeld in het eerste lid, toch een beroep kan doen op derden, met uitzondering van producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers of tussenpersonen, bedrijven die als kerntaak het verwerken van data hebben of op ondernemingen die met die ondernemingen verbonden of geassocieerd zijn.".

  Art. 13. In hetzelfde decreet wordt in onderafdeling III, ingevoegd bij artikel 10, een artikel 4.1.8/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.8/4. De netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen de gegevens verkregen bij de uitoefening van zijn taken inzake databeheer, vermeld in artikel 4.1.8/2, niet gebruiken om commerciële diensten aan te bieden.".

  Art. 14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 4.1.11/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.11/6. Onverminderd de toepassing van artikel 82 van de algemene verordening gegevensbescherming is de netbeheerder aan de betrokkene vergoeding verschuldigd van de schade die de betrokkene lijdt als gevolg van een inbreuk in verband met de persoonsgegevens die de netbeheerder beheert, valideert en bewaart. De betrokkene dient hiervoor enkel de schade en het oorzakelijk verband tussen de inbreuk en de schade te bewijzen.
  De netbeheerder wordt in de rechten van de betrokkene gesteld ten opzichte van de veroorzaker van de inbreuk, voor de vergoeding die hij heeft betaald met toepassing van dit artikel.".

  Art. 15. In titel IV, hoofdstuk I, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling IX vervangen door wat volgt:
  "Afdeling IX. Meters en meetgegevens".

  Art. 16. In titel IV, hoofdstuk I, afdeling IX, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014, wordt voor artikel 4.1.22/2 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onderafdeling I. Plaatsing en functionaliteiten van de digitale meter".

  Art. 17. Artikel 4.1.22/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 2011 en vervangen bij het decreet van 14 maart 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.1.22/2. De netbeheerder plaatst een digitale meter bij netgebruikers met een laagspanningsaansluiting < 56 kVA en in de volgende gevallen met voorrang:
  1° bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie;
  2° bij verplichte metervervanging;
  3° bij installatie van nieuwe decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVa;
  4° bij vervanging van bestaande actieve budgetmeters en plaatsing van nieuwe budgetmeters;
  5° bij bestaande prosumenten;
  6° bij vervanging van de meters die geplaatst werden in het proefproject slimme meters en in het proefproject digitale budgetmeter van de distributienetbeheerders;
  7° op verzoek van de netgebruiker.
  Indien de meter wordt geplaatst op verzoek van de netgebruiker, zal deze instaan voor de kosten van de plaatsing en indienststelling van deze meter.
  Op expliciete vraag van de netgebruiker in de situatie, vermeld in punt 3° en 5°, wordt de productiemeter vervangen door de netbeheerder en desgevallend gekoppeld aan de digitale meter. De netgebruiker staat in voor de kosten van deze productiemeter, de plaatsing en de indienststelling.
  De Vlaamse Regering kan op basis van de kosten-batenanalyse bijkomende gevallen bepalen waarin de netbeheerder een digitale meter met voorrang plaatst.
  De Vlaamse Regering bepaalt de timing en de modaliteiten voor het plaatsen van de meters, vermeld in het eerste en vierde lid.".

  Art. 18. Aan titel IV, hoofdstuk I, afdeling IX, onderafdeling I, van hetzelfde decreet wordt een artikel 4.1.22/3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/3. De digitale meter:
  1° kan energiestromen en de kwaliteit ervan meten en registreren;
  2° kan op afstand communiceren met de distributienetbeheerder;
  3° bezit de technische mogelijkheid tot communiceren met applicaties van andere marktpartijen;
  4° kan op afstand het toegangsvermogen instellen en de toegang tot het distributienet verlenen en onderbreken.
  De marktpartijen, vermeld in het eerste lid, 3°, verwerken alleen de gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun diensten te verlenen en waarover een overeenkomst werd afgesloten met de betrokkene. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de digitale meters moeten voldoen.".

  Art. 19. Aan titel IV, hoofdstuk I, afdeling IX, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014, wordt een onderafdeling II toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling II. Verwerking van gegevens".

  Art. 20. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling II, toegevoegd bij artikel 19, een artikel 4.1.22/4 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/4. De betrokkene behoudt de zeggenschap over zijn persoonsgegevens uit de digitale meter, de elektronische meter en de analoge meter conform de diverse rechten en plichten voorzien door de wetgever, tenzij op basis van de gevallen en onder de voorwaarden en waarborgen, bepaald door of krachtens wet of decreet.".

  Art. 21. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/5 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/5. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij verleent, met inachtneming van het tweede lid en hetgeen bepaald is in artikel 4.1.8/2, aan de volgende partijen toegang tot de gegevens verzameld uit de digitale, elektronische of analoge meter:
  1° de overheden voor de gegevens die ze gemachtigd zijn te kennen uit hoofde van een wet, een decreet of een ordonnantie;
  2° de instellingen en de natuurlijke personen of rechtspersonen voor de informatie die ze nodig hebben om de opdrachten van algemeen belang te vervullen die hun zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie;
  3° distributienetbeheerders en hun werkmaatschappij, beheerders van een gesloten distributienet, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de beheerder van het plaatselijk vervoernet, producenten, leveranciers, tussenpersonen, bevrachters, evenwichtsverantwoordelijken en de VREG;
  4° de netgebruiker en in voorkomend geval de natuurlijke persoon van wie de persoonsgegevens worden verwerkt;
  5° een andere partij, op voorwaarde dat de netgebruiker en in voorkomend geval de natuurlijke persoon van wie de persoonsgegevens worden verwerkt, toestemming heeft gegeven aan die partij;
  6° elke partij voor zover de gegevens die worden verwerkt volledig geanonimiseerd zijn.
  De netbeheerder of zijn werkmaatschappij verleent de partijen, vermeld in het eerste lid, alleen toegang tot die gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun respectieve taken uit te oefenen. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.
  De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten vastleggen met betrekking tot de gegevensuitwisseling tussen netbeheerder of zijn werkmaatschappij en de andere gelegitimeerde partijen.".

  Art. 22. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/6 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/6. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij beheert, verwerkt, beveiligt en bewaart de technische, relationele en meetgegevens met betrekking tot de toegangspunten tot zijn net, met het oog op de uitvoering van de taken inzake databeheer die hem worden opgelegd in artikel 4.1.8/2.
  De netbeheerder of zijn werkmaatschappij beheert, verwerkt, beveiligt en bewaart de technische, relationele en meetgegevens met betrekking tot de toegangspunten tot zijn net, met het oog op de uitvoering van de taken als beheerder van het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, die hem worden opgelegd in de artikelen 4.1.6 en 4.1.22, eerste lid, 2° en 4°.
  De technische gegevens, de relationele gegevens en de meetgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
  Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, is de netbeheerder de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
  De personeelsleden van de netbeheerder die zijn aangesteld als functionaris voor gegevensbescherming ontvangen bij de uitvoering van de aan hen of hun werkmaatschappij in het kader van de algemene verordening gegevensbescherming opgelegde verplichtingen geen directe instructies van de raad van bestuur van de netbeheerder, de Vlaamse overheid of van de publieke of particuliere rechtspersonen, vermeld in artikelen 4.1.22/7 tot en met 4.1.22/12.".

  Art. 23. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/7 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/7. De leveranciers verwerken de relationele gegevens en de meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op het klantbeheer en de facturatie, vermeld in artikel 4.3.2.
  Alle relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
  Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, zijn de leveranciers de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.".

  Art. 24. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/8 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/8. De aanbieders van energiediensten verwerken technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op klantbeheer en het aanbieden van diensten.
  Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
  Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, zijn de aanbieders van energiediensten de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.".

  Art. 25. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/9 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/9. De evenwichtsverantwoordelijke en bevrachter verwerken meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, om tot een evenwicht van het net te komen.
  Als deze meetgegevens, vermeld in het eerste lid, ook persoonsgegevens zijn, zijn de evenwichtsverantwoordelijke en de bevrachter voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde, vermeld in het eerste lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.".

  Art. 26. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/10 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/10. De overheden verwerken de technische gegevens, de relationele gegevens en de meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op de uitoefening van taken die hun worden opgelegd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
  Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
  De overheden zijn de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in de wetgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid.".

  Art. 27. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/11 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/11. De instellingen en de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 4.1.22/5, eerste lid, 2°, verwerken technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op het vervullen van de opdrachten van algemeen belang die hun zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
  Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
  De instellingen en de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 4.1.22/5, eerste lid, 2°, zijn de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid.".

  Art. 28. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/12 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/12. De VREG verwerkt technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, waartoe hij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang heeft, met het oog op het uitvoeren van zijn taken die hem worden opgelegd door of krachtens dit decreet.
  Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
  Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, is de VREG de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.".

  Art. 29. In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling II een artikel 4.1.22/13 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/13. Als een digitale meter wordt geplaatst, zorgt de netbeheerder ervoor dat de netgebruiker en in voorkomend geval de betrokkene voldoende geïnformeerd en geadviseerd worden over:
  1° de verplichte informatie met betrekking tot de verwerking van hun persoonsgegevens die op grond van de algemene verordening gegevensbescherming verstrekt moet worden;
  2° het volledige potentieel dat de meter heeft, over het gebruik van de gegevens van de digitale meter en over de mogelijkheid om hun energieverbruik te controleren.
  De partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12, stellen een continu risicobeheersingssysteem met betrekking tot de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen op. De voormelde partijen brengen de betrokkenen op de hoogte van de periode waarin hun persoonsgegevens zullen worden opgeslagen, of als dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen. Als de voormelde partijen gebruikmaken van onderzoekstechnieken zoals datamining, profilering en geautomatiseerde besluitvorming, vermelden ze dat uitdrukkelijk en geven ze inzage in de gebruikte methodologische keuzes.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere procedures en modaliteiten om de transparantie ten aanzien van de betrokkenen te garanderen en misbruik van die gegevens zoveel mogelijk te voorkomen. De Vlaamse Regering bepaalt de uniforme voorwaarden voor het risicobeheersingssysteem, vermeld in het tweede lid.
  De Vlaamse Regering kan in samenwerking met de betrokken partijen een gedragscode opstellen waarin bepaald wordt hoe deze partijen moeten omgaan met de gegevens verkregen uit de submeter.".

  Art. 30. In artikel 4.1.29 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 27 november 2015, worden de woorden "met inbegrip van de meetdiensten en" vervangen door de woorden "de activiteiten inzake databeheer".

  Art. 31. Aan titel IV, hoofdstuk I, afdeling XII, onderafdeling II, van hetzelfde decreet, wordt een artikel 4.1.30/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.30/1. In afwijking van artikel 4.1.31, § 3, 2°, is gedurende een periode van 15 jaar na indienstneming van de installatie voor prosumenten met een installatie die uiterlijk in dienst genomen is op 31 december 2020, de tariefdrager het vermogen van de installatie uitgedrukt in kilowatt of in het geval van een installatie op basis van zonne-<energie> het maximale AC-vermogen van de omvormer uitgedrukt in kilowatt. Indien de nettoafname van de prosument tussen twee afrekeningsfacturen groter is dan 0 kWh, wordt voor dat gedeelte van de afname de tariefdrager bepaald op afname uitgedrukt in kilowattuur.
  De prosument met een installatie die uiterlijk in dienst genomen is op 31 december 2020 heeft echter op elk gewenst moment de mogelijkheid om voor de periode van 15 jaar na indienstneming van de installatie onherroepelijk te kiezen voor een door de VREG bepaalde tariefstructuur, al dan niet met een andere tariefdrager, die gebaseerd is op de werkelijke afname. Deze wordt dan van toepassing na de eerstvolgende meteropname na de aanvraag bij de distributienetbeheerder.
  Onverminderd hetgeen bepaald is in het eerste en het tweede lid, kan de prosument met een installatie die uiterlijk in dienst genomen is op 31 december 2020, op elk gewenst moment onherroepelijk kiezen voor een derde door de VREG te bepalen tariefstructuur, al dan niet met een andere tariefdrager. Deze wordt dan van toepassing na de eerstvolgende meteropname na de aanvraag bij de distributienetbeheerder.
  Onverminderd hetgeen bepaald is in het eerste en het tweede lid, bepaalt de VREG de tariefdrager voor de kosten van de activiteit van het meten, inbegrepen de verzameling, validatie en transmissie van de gemeten data.".

  Art. 32. In artikel 4.1.32, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 27 november 2015, wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° de tarieven zijn een afspiegeling van de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze overeenkomen met die van een efficiënte vergelijkbare entiteit of activiteit;".

  Art. 33. Aan artikel 4.2.1, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011, 14 maart 2014, 27 november 2015 en 16 november 2018, worden de punten 10° tot en met 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "10° de technische en operationele regels die verbonden zijn aan de taken die behoren tot het databeheer, vermeld in artikel 4.1.8/2;
  11° de limitatieve lijst van rubrieken van gegevens die de netbeheerder nodig heeft voor de uitvoering van de taken die hem in of krachtens voorliggend decreet worden opgelegd;
  12° de limitatieve lijst van persoonsgegevens, zoals meetgegevens en afgeleide gegevens, die de distributienetnetbeheerder nodig heeft voor de uitvoering van de taken die hem in of krachtens voorliggend decreet worden opgelegd;
  13° de lijst van gegevens, waaronder ook persoonsgegevens, die in het toegangsregister worden opgenomen.".

  Art. 34. Aan artikel 4.3.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, wordt in paragraaf 1, eerste lid, de zinsnede "of aan de eisen, gesteld door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, de federale overheid of een andere gewestelijke bevoegde overheid in verband met de levering van elektriciteit of aardgas" opgeheven.

  Art. 35. In artikel 6.1.2, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 5° worden de woorden "of voor werken aan de aansluiting" toegevoegd;
  2° in punt 6° worden de woorden "voor het uitschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit" vervangen door de woorden "voor technische ingrepen aan de meter die nodig zijn om de opgelegde regelingen in het kader van de sociale openbaredienstverplichtingen mogelijk te maken en die niet vanop afstand uitgevoerd kunnen worden";
  3° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In de gevallen, vermeld in punt 6°, 7° en 8°, van het eerste lid, kan de afsluiting pas na een advies van de lokale adviescommissie.";
  4° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het geval, vermeld in het eerste lid, 5°, kan de afsluiting pas na een advies van de lokale adviescommissie, met uitzondering van de gevallen, vermeld in artikel 4.1.22/2, eerste lid, en onverminderd de bepalingen van toepassing op budgetmeters, vermeld in artikel 4.1.22, eerste lid, 4°, in fine.".

  Art. 36. In artikel 7.1.1 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2012 en gewijzigd bij de decreten van 28 juni 2013, 20 december 2013, 14 maart 2014, 27 november 2015 en 16 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt:
  "De Vlaamse Regering kan de toekenning van groenestroomcertificaten ook beperken op basis van het aantal vollasturen die gehanteerd worden in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top voor die hernieuwbare energietechnologie. De Vlaamse Regering kan daarnaast voor nieuwe installaties en verlengingsaanvragen met betrekking tot de periodes, vermeld in artikel 7.1.1, § 1, vierde en vijfde lid, van bestaande installaties het aantal groenestroomcertificaten begrenzen tot een bepaalde hoeveelheid groenestroomcertificaten.";
  2° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. De Vlaamse Regering kan bepalen dat er geen groenestroomcertificaten worden toegekend voor de productie tijdens periodes met negatieve elektriciteitsprijzen. De Vlaamse Regering bepaalt hierbij de nadere modaliteiten.".

  Art. 37. Aan artikel 7.1.2 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2012 en gewijzigd bij de decreten van 28 juni 2013 en 14 maart 2014, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. De Vlaamse Regering kan bepalen dat er geen warmte-krachtcertificaten worden toegekend voor de productie tijdens periodes met negatieve elektriciteitsprijzen. De Vlaamse Regering bepaalt hierbij de nadere modaliteiten.".

  Art. 38. In artikel 7.1.5, § 4, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "vierde lid" worden vervangen door de woorden "derde lid";
  2° het percentage "11%" wordt vervangen door het percentage "4%";
  3° het jaartal "2021" wordt vervangen door het jaartal "2026".

  Art. 39. In artikel 13.3.1, § 2, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "een van de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 13.3.2 tot en met 13.3.4," vervangen door de zinsnede "een van de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 13.3.2, 13.3.3, 13.3.4 of 13.3.6,".

  Art. 40. Aan titel XIII, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2017, wordt een afdeling V toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling V. Administratieve geldboete bij misbruik van gegevens uit meters".

  Art. 41. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling V, toegevoegd bij artikel 40, een artikel 13.3.6 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 13.3.6. De VREG legt aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens die de netbeheerder verzamelt conform artikel 4.1.8/2, aanwendt op een wijze die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een administratieve geldboete op die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger mag zijn dan 20 miljoen euro of voor een onderneming 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, als dat cijfer hoger is.".

  Art. 42. In titel XV, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017, wordt een artikel 15.3.5/12 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15.3.5/12. Bij bestaande decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA en decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA die geïnstalleerd worden tot en met 31 december 2020, wordt gedurende vijftien jaar vanaf de indienstname van de installatie de elektrische productie van de installatie die geïnjecteerd wordt op het distributienet, jaarlijks in mindering gebracht van de afname. Als de termijn van vijftien jaar verstrijkt voor 31 december 2020, wordt die elektrische productie in mindering gebracht tot en met die datum.
  Het in mindering brengen, vermeld in het eerste lid, gebeurt maximaal ten belope van de afname. Voor de bepaling van de vermelde vermogensgrens wordt geen rekening gehouden met een softwarematige beperking van het vermogen.
  Het in mindering brengen, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de distributienettarieven.
  De gebruikers van de productie-installaties, vermeld in het eerste lid, kunnen er echter op elk moment voor kiezen om over te stappen naar het systeem dat geldt voor dezelfde decentrale productie-installaties geïnstalleerd vanaf 1 januari 2021, vermeld in artikel 15.3.5/13. Deze afstand van het recht, vermeld in het eerste lid, is onherroepelijk.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het in mindering brengen van de productie door decentrale productie-installaties, vermeld in het eerste lid.".

  Art. 43. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk III een artikel 15.3.5/13 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15.3.5/13. Voor productie-installaties voor zonne-<energie> met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA die geïnstalleerd worden vanaf 1 januari 2021 moet de elektrische productie die geïnjecteerd wordt op het distributienet worden opgekocht.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten, en wie tegen welke minimumvergoeding moet opkopen.".

  Art. 44. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk III een artikel 15.3.5/14 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15.3.5/14. Artikel 4.1.8, § 2, is niet van toepassing op de productie van thermische <energie> in projecten die op datum 1 januari 2018 al in aanbouw of operationeel zijn, of waarvoor op die datum de nodige vergunningen werden verkregen.".

  Art. 45. In hetzelfde decreet wordt in hetzelfde hoofdstuk III een artikel 15.3.5/15 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15.3.5/15. De leveranciers die actief zijn in het Vlaamse Gewest en die op de dag van inwerkingtreding van artikel 4.3.1, § 1, eerste lid, van dit decreet, zoals gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet, nog geen leveringsvergunning van de VREG zouden hebben, krijgen bij wijze van overgangsregeling zes maanden de tijd vanaf de dag van inwerkingtreding van voormeld artikel om een leveringsvergunning van de VREG te verkrijgen.".

  Art. 46. De Vlaamse Regering bepaalt voor artikel 3 tot en met artikel 30, artikel 32, artikel 33, artikel 35, artikel 39 tot en met artikel 41 en artikel 44 de datum van inwerkingtreding.
  Artikel 31 treedt in werking op 1 juli 2019.
  Artikel 38 heeft uitwerking vanaf 1 april 2018 en is voor het eerst van toepassing op de groenestroomcertificaten die vanaf die datum op grond van artikel 7.1.1, § 1, vierde en vijfde lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 worden verleend voor de productie van hernieuwbare <energie> uit biomassa.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 3-30 ; 32 ; 33 ; 35 ; 39-41 ; 44 vastgesteld op 21-06-2019 door BVR 2019-05-17/33, art. 36)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 26 april 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en <Energie>,
L. PEETERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 17-05-2019 GEPUBL. OP 21-06-2019
    (BETROKKEN ART. : 3-30; 32; 33; 35; 39-41; 44)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2018-2019 - Stukken: - Ontwerp van decreet : 1654 - Nr. 1 + Addendum. - Verslag van de hoorzittingen : 1654 - Nr. 2. - Amendementen : 1654 - Nrs. 3 + 4. - Verslag : 1654 - Nr. 5. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1654 - Nr. 6. Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 3 april 2019.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
    Franstalige versie