J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/04/24/2019012891/justel

Titel
24 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende vastlegging van het model en de inhoud van de brieven in het kader van de procedure om de toevoer van [elektriciteit, aardgas of thermische <energie>] af te sluiten voor regularisatie in geval van energiefraude <MB 2019-07-17/11, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-06-2019 en tekstbijwerking tot 08-10-2019)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 14-06-2019 nummer :   2019012891 bladzijde : 61277       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-04-24/04
Inwerkingtreding : 24-06-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
Hoofdstuk 1. [1 Model en de inhoud van de brieven in het kader van de procedure om de toevoer van elektriciteit en aardgas af te sluiten voor regularisatie in geval van energiefraude]1
Art. 1-5
Hoofdstuk 2. [1 Model en de inhoud van de brieven in het kader van de procedure om de toevoer van thermische <energie> af te sluiten voor regularisatie in geval van energiefraude]1
Art. 6-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Hoofdstuk 1. [1 Model en de inhoud van de brieven in het kader van de procedure om de toevoer van elektriciteit en aardgas af te sluiten voor regularisatie in geval van energiefraude]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  

  Artikel 1. Het document, vermeld in artikel 4.1.1, § 1, tweede lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, heeft de vorm van een brief die al de volgende elementen bevat:
  1° de vermelding dat technieken als datamining of profilering zijn gebruikt als vermeld in artikel 4.1.4 van het voormelde besluit;
  2° de vermelding dat er op basis van de technieken, vermeld in punt 1°, aanwijzingen zijn van een vermoeden van energiefraude door de betrokken netgebruiker;
  3° de definitie van energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, van het Energiedecreet van 8 mei 2009;
  4° de vermelding dat men ter plaatse was om objectieve vaststellingen van energiefraude te doen;
  5° de vraag aan de netgebruiker om een nieuwe afspraak te maken binnen zeven kalenderdagen na het eerste bezoek van de netbeheerder om objectieve vaststellingen van energiefraude te kunnen doen;
  6° een kopie van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 4.1.1, § 1, vijfde lid, van het voormelde besluit.

  Art. 2. De herinneringsbrief, vermeld in artikel 4.1.1, § 1, derde lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, heeft de vorm van een brief die al de volgende elementen bevat:
  1° de elementen, vermeld in artikel 1;
  2° de vermelding dat geen gevolg is gegeven aan de brief die eerder is gericht aan de betrokken netgebruiker conform artikel 4.1.1, § 1, tweede lid, van het voormelde besluit;
  3° het verdere verloop van de procedure met een verwijzing naar artikel 4.1.1 van het voormelde besluit.

  Art. 3. De aangetekende zending, vermeld in artikel 4.1.1, § 1, vierde lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, bevat al de volgende elementen:
  1° de voorgeschiedenis van de gevolgde procedure;
  2° de vermelding dat de betrokken netgebruiker in gebreke wordt gesteld;
  3° de vermelding dat de energiefraude door de betrokken netgebruiker als objectief vastgesteld wordt geacht, tot het tegenbewijs is geleverd, als de netgebruiker geen nieuwe afspraak maakt voor een nieuw bezoek om objectieve vaststellingen te kunnen doen binnen zeven kalenderdagen na de ingebrekestelling;
  4° de vermelding dat in voorkomend geval de nodige maatregelen worden genomen om een einde te stellen aan de energiefraude, vermeld in artikel 4.1.1, § 2, van het voormelde besluit;
  5° een kopie van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 4.1.1, § 1, vijfde lid, van het voormelde besluit.

  Art. 4. Het document, vermeld in artikel 4.1.1, § 3, eerste lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, heeft de vorm van een brief die al de volgende elementen bevat:
  1° de vermelding dat de energiefraude door de netgebruiker als objectief vastgesteld wordt geacht en de bijbehorende motivatie;
  2° de vermelding dat het de bedoeling is om de situatie te regulariseren;
  3° de vraag aan de betrokken netgebruiker om binnen veertien kalenderdagen na het eerste bezoek van de netbeheerder om de situatie te regulariseren een afspraak te maken voor een nieuw bezoek om de situatie te regulariseren;
  4° het verdere verloop van de procedure;
  5° een kopie van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 11.1/3.3 van het voormelde besluit.

  Art. 5. De aangetekende zending, vermeld in artikel 4.1.1, § 3, tweede lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, bevat al de volgende elementen:
  1° de voorgeschiedenis van de gevolgde procedure;
  2° de vermelding dat energiefraude door de netgebruiker als objectief vastgesteld is geacht;
  3° de vermelding dat het de bedoeling is om de situatie te regulariseren;
  4° de melding dat de netgebruiker geacht wordt om te reageren binnen zeven kalenderdagen nadat de ingebrekestelling verstuurd is;
  5° het verdere verloop van de procedure;
  6° een kopie van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 11.1/3.3 van het voormelde besluit.

  Hoofdstuk 2. [1 Model en de inhoud van de brieven in het kader van de procedure om de toevoer van thermische <energie> af te sluiten voor regularisatie in geval van energiefraude]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  
  

  Art. 6. [1 Het document, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 1, tweede lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, heeft de vorm van een brief die al de volgende elementen bevat:
   1° de vermelding dat technieken als datamining of profilering zijn gebruikt als vermeld in artikel 4.1.4 van het voormelde besluit;
   2° de vermelding dat er op basis van de technieken, vermeld in punt 1°, aanwijzingen zijn van een vermoeden van energiefraude door de betrokken warmte- of koudenetgebruiker;
   3° de definitie van energiefraude, vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, van het Energiedecreet van 8 mei 2009;
   4° de vermelding dat men ter plaatse was om objectieve vaststellingen van energiefraude te doen;
   5° de vraag aan de warmte- of koudenetgebruiker om een nieuwe afspraak te maken binnen zeven kalenderdagen na het eerste bezoek van de warmte- of koudenetbeheerder om objectieve vaststellingen van energiefraude te kunnen doen;
   6° een kopie van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 1, vijfde lid, van het voormelde besluit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  
  

  Art. 7. [1 De herinneringsbrief, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 1, derde lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, heeft de vorm van een brief die al de volgende elementen bevat:
   1° de elementen, vermeld in artikel 6;
   2° de vermelding dat geen gevolg is gegeven aan de brief die eerder is gericht aan de betrokken warmte- of koudenetgebruiker conform artikel 4.1.1/1, § 1, tweede lid, van het voormelde besluit;
   3° het verdere verloop van de procedure met een verwijzing naar artikel 4.1.1/1 van het voormelde besluit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  
  

  Art. 8. [1 De aangetekende zending, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 1, vierde lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, bevat al de volgende elementen:
   1° de voorgeschiedenis van de gevolgde procedure;
   2° de vermelding dat de betrokken warmte- of koudenetgebruiker in gebreke wordt gesteld;
   3° de vermelding dat de energiefraude door de betrokken warmte- of koudenetgebruiker als objectief vastgesteld wordt geacht, tot het tegenbewijs is geleverd, als de netgebruiker geen nieuwe afspraak maakt voor een nieuw bezoek om objectieve vaststellingen te kunnen doen binnen zeven kalenderdagen na de ingebrekestelling;
   4° de vermelding dat in voorkomend geval de nodige maatregelen worden genomen om een einde te stellen aan de energiefraude, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 2, van het voormelde besluit;
   5° een kopie van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 1, vijfde lid, van het voormelde besluit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  
  

  Art. 9. [1 Het document, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 3, eerste lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, heeft de vorm van een brief die al de volgende elementen bevat:
   1° de vermelding dat de energiefraude door de warmte- of koudenetgebruiker als objectief vastgesteld wordt geacht en de bijbehorende motivatie;
   2° de vermelding dat het de bedoeling is om de situatie te regulariseren;
   3° de vraag aan de betrokken warmte- of koudenetgebruiker om binnen veertien kalenderdagen na het eerste bezoek van de warmte- of koudenetbeheerder om de situatie te regulariseren een afspraak te maken voor een nieuw bezoek om de situatie te regulariseren;
   4° het verdere verloop van de procedure;
   5° een kopie van het verslag van vaststelling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  
  

  Art. 10.[1 De aangetekende zending, vermeld in artikel 4.1.1/1, § 3, tweede lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, bevat al de volgende elementen:
   1° de voorgeschiedenis van de gevolgde procedure;
   2° de vermelding dat energiefraude door de warmte- of koudenetgebruiker als objectief vastgesteld is geacht;
   3° de vermelding dat het de bedoeling is om de situatie te regulariseren;
   4° de melding dat de warmte- of koudenetgebruiker geacht wordt om te reageren binnen zeven kalenderdagen nadat de ingebrekestelling verstuurd is;
   5° het verdere verloop van de procedure;
   6° een kopie van het verslag van vaststelling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-07-17/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 18-10-2019>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 24 april 2019.
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en <Energie>,
L. PEETERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIEN EN <ENERGIE>,
   Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 5.1.2, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2017, artikel 5.1.4, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2017 en gewijzigd bij het decreet van 2 maart 2018 en artikel 6.1.2, § 1, eerste lid, 3°, gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2017;
   Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 4.1.1, § 4, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 1 maart 2019;
   Gelet op advies 65.722/3 van de Raad van State, gegeven op 18 april 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17-07-2019 GEPUBL. OP 08-10-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 6-10)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie