J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/04/04/2019203007/justel

Titel
4 APRIL 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot invoering van een premieregeling voor de uitvoering van een audit, van de rapporten over de opvolging van de werken ervan en van de investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 01-07-2019 nummer :   2019203007 bladzijde : 66638       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-04-04/74
Inwerkingtreding : 01-06-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Premies voor auditrapporten, rapporten over de opvolging van de werken en investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning of een gebouw dat aanvankelijk niet voor bewoning is bestemd maar waarin werken worden uitgevoerd om er één of meerdere woningen op te richten<0
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Art. 2-4
Afdeling 2. - In aanmerking komende investeringen en rapporten
Art. 5-6
Afdeling 3. - Bepaling van het premiebedrag
Art. 7
Afdeling 4. - Procedure voor de indiening van een aanvraag voor premies voor de opstelling van een auditrapport, van de rapporten over de opvolging van de werken en voor de uitvoering van investeringen
Art. 8-11
HOOFDSTUK III. - Beroep
Art. 12
HOOFDSTUK IV. - Controle
Art. 13
HOOFDSTUK V. - Bescherming van de gegevens
Art. 14-16
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
Art. 17-21
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder:
  1° Administratie: de Waalse Overheidsdienst Ruimtelijke Ordening, Wonen, Erfgoed en <Energie>;
  2° audit: de audit zoals bepaald in artikel 2, 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
  2° auditeur: de auditeur die erkend is overeenkomstig de eisen van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
  4° aanvrager: de natuurlijke persoon ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister en die bouwheer is van de investeringen overeenkomstig besluit;
  5° kind ten laste: het kind voor wie op de datum van de recentste registratie van een rapport door de auditeur geen kinder- of wezenbijslag wordt verleend aan een lid van het gezin van de aanvrager of dat ten minste in gelijke mate wordt gehuisvest door de aanvrager of een lid van zijn gezin;
  6° registratie: de indiening van het auditrapport of van het rapport over de opvolging van de werken door de auditeur in de dadabank die hun door de Administratie ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
  7° ondernemer: de persoon die de krachtens dit besluit in aanmerking komende investeringen uitvoert en die ze aan de aanvrager factureert;
  8° investering: ieder krachtens dit besluit in aanmerking komend werk of prestatie uitgevoerd door een ondernemer;
  9° kilowattuur (hierna "kWh): de eenheid van de hoeveelheid <energie>;
  10° Ministers: de Ministers van Huisvesting en <Energie>;
  11° auditrapport: het rapport opgesteld overeenkomstig artikel 15, §§ 2 en 3, van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
  12° rapport over de opvolging van werken: het rapport opgesteld overeenkomstig artikel 15, §§ 2 en 4, van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning en dat aanleiding geeft tot de vereffening van de premie betreffende de geverifieerde investeringen;
  18° AVG: de Europese Verordening 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
  14° gezamenlijk belastbare inkomens: de inkomens die betrekking hebben op het voorlaatste volledige jaar voorafgaand aan de datum van de recentste registratie van het door de auditeur opgestelde auditrapport of rapport over de opvolging van de werken zoals vermeld in het/de aanslagbiljet/tten van het gezin of de buitenlandse tegenhanger daarvan.

  HOOFDSTUK II. - Premies voor auditrapporten, rapporten over de opvolging van de werken en investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning of een gebouw dat aanvankelijk niet voor bewoning is bestemd maar waarin werken worden uitgevoerd om er één of meerdere woningen op te richten<0

  Afdeling 1. - Toepassingsgebied

  Art. 2. Dit besluit wijkt af van hoofdstuk IV van het besluit van de Waalse Regering van 30 augustus 2007 tot vaststelling van de minimale gezondheidsnormen, de overbevolkingsnormen en houdende de in artikel 1, 9° tot 22°bis, van de Waalse Huisvestingscode bedoelde begripsomschrijvingen.

  Art. 3. § 1. De premies bedoeld in dit besluit worden voorbehouden voor de aanvrager die minstens 18 jaar oud is of de ontvoogde minderjarige die:
  1° houder is van een zakelijk recht op de woning of de woning die aanvankelijk niet voor bewoning is bestemd maar waarin werken worden uitgevoerd om er één of meerdere woningen, die het voorwerp uitmaken van de premie-aanvraag, op te richten;
  2° uiterlijk binnen 24 maanden, te rekenen van de datum van de registratie van het eerste rapport over de opvolging van de werken, één van de volgende voorwaarden vervult of zich ertoe verbindt ze te vervullen:
  a) de woning als hoofdverblijfplaats bewonen gedurende een minimumtermijn van 5 jaar;
  b) de woning via een beheersmandaat gedurende minstens negen jaar ter beschikking stellen van een sociaal vastgoedagentschap, van een openbare huisvestingsmaatschappij of elke andere instelling, aangewezen door de Minister;
  c) de gehele woning kosteloos en als hoofdverblijfplaats ter beschikking stellen van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad gedurende een minimumtermijn van één jaar;
  d) de woning gedurende een minimumtermijn van vijf jaar verhuren door middel van een geregistreerde huurovereenkomst, met inachtneming de indicatieve huurprijzenrooster vastgesteld overeenkomstig artikel 89 van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst.
  § 2. De in § 1, 2°, bedoelde voorwaarden zijn niet toepasselijk op de aanvrager die een premie alleen voor een auditrapport aanvraagt.

  Art. 4. § 1. Onder de in dit besluit bepaalde voorwaarden en binnen de grenzen van de beschikbare kredieten worden premies toegekend voor het opstellen van een auditrapport, van rapporten over de opvolging van werken en voor de uitvoering van investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning, zoals aangegeven in het auditrapport of het rapport over de opvolging van de werken.
  § 2. De woning of het gebouw dat aanvankelijk niet voor bewoning is bestemd maar waarin werken worden uitgevoerd om er één of meerdere woningen op te richten, die het voorwerp uitmaken van een audit of investeringen waarvoor het Gewest een premie toekent, is vanaf de datum van de registratie van het auditrapport ouder dan 15 jaar, is in het Waalse Gewest gelegen en is hoofdzakelijk voor bewoning bestemd.
  3. Voor dezelfde investering mag de krachtens dit besluit toegekende premie niet gecumuleerd worden met een andere steun toegekend door het Waalse Gewest.
  § 4. Behoudens andersluidende bepaling worden de investeringen in hun geheel door een ondernemer verricht, die bij de Kruispuntbank der Ondernemingen is ingeschreven.
  Als de Regering een label voor de ondernemers creëert en de modaliteiten voor de toekenning van deze label vaststelt, worden de in aanmerking komende investeringen in hun geheel uitgevoerd door een gelabelliseerde ondernemer. Dit lid is niet van toepassing op de auditeur.

  Afdeling 2. - In aanmerking komende investeringen en rapporten

  Art. 5. De in de bijlage vermelde rapporten en investeringen komen in aanmerking voor de toekenning van een premie.

  Art. 6. § 1. De opstelling van een auditrapport is verplicht en moet aan de uitvoering van de investeringen voorafgaan. Deze investeringen kunnen pas na de registratie van een rapport over de opvolging van de werken bestemd om de uitvoering van de verplichte investeringen en de naleving van de in het auditrapport vastgestelde hiërarchie te verifiëren, het voorwerp uitmaken van een premie-aanvraag.
  § 2. De investeringen worden binnen zeven jaar na de registratie van het auditrapport verricht.
  De overeenstemmende rapporten over de opvolging van de werken worden binnen acht jaar na de registratie van het auditrapport geregistreerd.
  § 3. De aanvrager die eigenaar is van een woning verhuurd binnen zes jaar na de datum van registratie van het auditrapport, leeft de indicatieve huurprijzenrooster vastgesteld in uitvoering van artikel 89 van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst na.
  § 4. De Minister stellen de minimumeisen inzake veiligheid, waterdichtheid en stabiliteit vast, waaraan de woning die het voorwerp van de premies uitmaakt, moet voldoen, en bepalen de technische voorwaarden die de in aanmerking komende investeringen moeten naleven, onverminderd de in de bijlage bepaalde criteria.

  Afdeling 3. - Bepaling van het premiebedrag

  Art. 7. § 1. De Ministers bepalen:
  1° de basisbedragen van elke premie die berekend worden naar gelang van de bespaarde KWh of op basis van een forfaitair bedrag, ongeacht de inkomens van de aanvrager;
  2° het bedrag van de verhoging naar gelang van de gebruikte materialen of techniek.
  § 2. De in § 3 vastgestelde gezamenlijk belastbare inkomens van het gezin van de aanvraag vallen onder één van de volgende categorieën:
  

  
Inkomenscategorie Inkomens zoals voorzien in paragraaf 3
R1 ≤ 23.000 EUR
R2 tussen 23.000,01 en 32.700 EUR
R3 tussen 32.700,01 en 43.200 EUR
R4 tussen 43.200,01 en 97.700 EUR
R5 > 97.700 EUR

De bedragen die de inkomenscategorieën afbakenen, worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsmodaliteiten bedoeld in artikel 203 van het Waals Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen.
  § 3. Voor de berekening van de inkomens bedoeld in paragraaf 2:
  1° wordt rekening gehouden met de gezamenlijk belastbare inkomens van het gezin van de aanvrager en van de personen met wie hij doorgaans samenleeft, ongeacht of er banden van verwantschap tussen hen bestaan, waarbij verwanten in de opgaande en de dalende lijn en bloedverwanten in de zijlijn van de tweede graad van de aanvrager uitgesloten zijn, op grond van de samenstelling van het gezin;
  2° wordt een som van 5.000 euro per kind ten laste in de zin van dit besluit afgetrokken.
  In het geval vermeld in het eerste lid, 2°, wordt als bijkomend kind ten laste beschouwd:
  1° iedere persoon van het gezin van de aanvrager erkend als persoon met een handicap;
  2° iedere persoon erkend als persoon met een handicap, die op weg is om gedomicilieerd te zijn in de woning van de aanvrager en die een verwantschapsband tot in de derde graad heeft met één van de personen van het gezin van de aanvrager;
  3° het kind ten laste erkend als persoon met een handicap of voor wie de aanvrager of een lid van zijn gezin gezinsbijslagen voor weeskinderen ontvangt;
  4° het ongeboren kind, d.w.z. het kind verwekt sinds ten minste negentig dagen vanaf de datum van de recentste registratie van een rapport door de auditeur;
  5° de bloedverwant van de aanvrager tot in de derde graad, die gedomicilieerd is of op weg is om gedomicilieerd te zijn in de woning van de aanvrager, of de persoon met wie de bloedverwant gehuwd is/is geweest of doorgaans samenleeft (heeft samengeleefd), voor zover één van die personen minstens zestig jaar oud is.
  Als persoon met een handicap erkend wordt, de minder- of meerjarige persoon met aanzienlijk beperkte capaciteiten inzake sociale integratie en inschakeling in het arbeidsproces ten gevolge van een krenking van het geestelijk, sensorieel of lichamelijk vermogen, overeenkomstig artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 7 september 2000 tot bepaling van het begrip "persoon met een handicap" in de zin van artikel 1, 33°, van de Waalse Huisvestingscode.
  § 4. De overeenkomstig de §§ 1 tot 3 vastgestelde basisbedragen van elke premie worden vermenigvuldigd door de volgende coëfficiënt:
  1° voor de inkomenscategorie R1: 6,00;
  2° voor de inkomenscategorie R2: 4,00;
  3° voor de inkomenscategorie R3: 3,00;
  4° voor de inkomenscategorie R4: 2,00;
  5° voor de inkomenscategorie R5: 1,00.
  § 5. Het bedrag van de premie toegekend voor de uitvoering van de investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning mag in geen geval hoger zijn dan 70 % B.T.W. inclusief van het bedrag van de facturen betreffende deze investeringen.

  Afdeling 4. - Procedure voor de indiening van een aanvraag voor premies voor de opstelling van een auditrapport, van de rapporten over de opvolging van de werken en voor de uitvoering van investeringen

  Art. 8. § 1. Vóór de uitvoering van de investeringen verzoekt de aanvrager om het bezoek van de auditeur om een auditrapport op te stellen.
  § 2. Na de investeringen van een werkenpakket zoals bepaald in artikel 2, 6°, van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende audit van een woning te hebben uitgevoerd met inachtneming van de hiërarchie die in het auditrapport is vastgesteld, verzoekt de aanvrager de auditeur of de Administratie om een rapport over de opvolging van de werken op te stellen overeenkomstig artikel 15, §§ 2 en 4 van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning.
  Een rapport over de opvolging van de werken kan slechts door de Administratie opgesteld worden indien de hiërarchie van de werkenpakketten en de kenmerken van de werken bedoeld in het auditrapport niet worden gewijzigd overeenkomstig artikel 5, § 3, 2° en 4° van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning.

  Art. 9. De aanvrager dient een volledige premie-aanvraag bij de Administratie in binnen vier maanden na de registratie van het in artikel 8, § 1, bedoelde auditrapport. De premie-aanvraag dekt:
  1° het auditrapport;
  2° de rapporten over de opvolging van de werken;
  3° de in het auditrapport vermelde in aanmerking komende investeringen.

  Art. 10. § 1. De in artikel 9 bedoelde premie-aanvraag wordt als volledig beschouwd als ze de volgende gegevens bevat:
  1° het behoorlijk ingevulde formulier en de behoorlijk ingevulde bijlagen ervan die bij de Administratie beschikbaar zijn;
  2° een afschrift van de factuur van het auditrapport;
  3° een door de aanvrager ondertekende verklaring op erewoord waaruit blijkt dat:
  a) hij de in artikel 3 bedoelde voorwaarden naleeft en zich ertoe verbindt ze na te leven;
  b) de investeringen die het voorwerp uitmaken van de premie-aanvraag met inachtneming van de regels inzake stedenbouw uitgevoerd worden;
  c) hij, in geval van verhuring binnen zeven jaar na de datum van registratie van het auditrapport, zich ertoe verbindt de indicatieve huurprijzenrooster vastgesteld in uitvoering van artikel 89 van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst na te leven;
  4° een door de aanvrager verstrekte informatie betreffende de rechtstreekse verzameling bij authentieke bronnen van andere Administraties of instellingen van de gegevens die nodig zijn voor het onderzoek van zijn verzoek.
  § 2. Om als volledig te worden beschouwd en om in aanmerking te komen voor de in artikel 7, § 4, bedoelde vermenigvuldigingscoëfficiënt, bevat de in artikel 9 bedoelde aanvraag naast de in § 1 bedoelde gegevens, de volgende gegevens:
  1° een uittreksel uit het bevolkingsregister met de gezinssamenstelling van de aanvrager op de datum van de recentste registratie van een rapport door de auditeur;
  2° voor elk lid van het gezin, met uitzondering van de verwanten in de opgaande en de dalende lijn en bloedverwanten in de zijlijn van de tweede graad van de aanvrager, dat een aangifte van de personenbelasting doet, een afschrift van het aanslagbiljet betreffende de inkomens van het voorlaatste volledige jaar dat aan de datum van de recentste registratie van een rapport door de auditeur voorafgaat of bij gebreke daarvan, elk ander bewijsstuk op grond waarvan de inkomens kunnen worden bepaald;
  3° een attest (de attesten) betreffende de gezinsbijslagen ontvangen door het gezin, behoorlijk ingevuld, m.i.v. de noodzakelijke vermeldingen ten gunste van de toepassing van artikel 7, § 3, door het Kinderbijslagfonds, de Sociale verzekeringskas voor zelfstandige werknemers, of elke andere bevoegde instelling;
  4° een van minder dan twee maanden gedateerd attest van de Federale Overheidsdienst Sociale zekerheid waarbij de hoedanigheid van persoon met een handicap overeenkomstig artikel; 7, § 3, derde lid, wordt vastgesteld en waarbij het erkende percentage van de handicap wordt bepaald;
  5° het vonnis of de overeenkomst tot vaststelling van de gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind bedoeld in artikel 1, 5°;
  6° een medisch attest dat de bevruchting van het kind bedoeld in artikel 7, § 3, tweede lid, 4°, vaststelt gedurende ten minste negentig dagen vanaf de datum van de recentste registratie van het rapport van de auditeur.
  Wat het eerste lid, 2°, betreft, moeten de aanvragers die wedden, lonen, uitkeringen of emolumenten ontvangen die vrij zijn van nationale belastingen een attest overleggen van de schuldenaar van de inkomens met melding van het totaalbedrag van de ontvangen wedden, lonen, uitkeringen of emolumenten opdat de belastbare grondslag bepaald kan worden, zoals hij zich zou hebben voorgedaan indien de bedoelde inkomens aan de belasting onderworpen geweest zouden zijn onder het stelsel van het gemene recht.
  § 3. Na de indiening van een volledige premie-aanvraag zoals vastgesteld in artikel 9 geeft de registratie van het auditrapport bedoeld in artikel 8, § 1, aanleiding tot de aanvraag tot vereffening van de premie betreffende het auditrapport.
  § 4. Na de indiening van de premie-aanvraag zoals bepaald in § 1, maakt de registratie van het rapport over de opvolging van de werken bedoeld in artikel 8, § 2, de vereffening van de premies betreffende het rapport over de opvolging van de werken en de in bedoeld rapport geverifieerde investeringen mogelijk indien:
  1° de aanvrager de in de §§ 1 en 2 bedoelde gegevens op de datum van de registratie van het rapport over de opvolging van de werken bijwerkt;
  2° de aanvrager de facturen betreffende de investeringen waarvoor een premie wordt aangevraagd, overlegt.
  § 5. Tenzij dit technisch of organisatorisch onmogelijk is, verzamelt de Administratie rechtstreeks de gegevens betreffende de kinderbijslagen bij de Kinderbijslagfondsen, de gegevens betreffende de inkomens bij de FOD Financiën, de gegevens over de samenstelling van het gezin bij de FOD Binnenlandse Zaken en de gegevens betreffende de handicap bij de FOD Sociale Zekerheid. Tenzij dit technisch of organisatorisch onmogelijk is, vraagt de Administratie de aanvrager om deze informatie.

  Art. 11. § 1. De Administratie verstrekt de aanvrager een ontvangstbewijs van de premie-aanvraag binnen vijftien dagen na ontvangst van de premie-aanvraag bedoeld in artikel 9 en van de vereffeningsaanvraag bedoeld in artikel 10, § 4, binnen vijftien dagen na de registratie van het opvolgingsrapport.
  § 2. Na ontvangst van een volledige aanvraag, beschikt de Administratie over zestig dagen om haar beslissing aan de aanvrager te betekenen.
  § 3. Als de aanvraag onvolledig is, vraagt de Administratie de aanvullende stukken binnen zestig dagen na het in § 1 bedoelde ontvangstbewijs. De aanvrager beschikt over een termijn van zestig dagen vanaf de dag na ontvangst van het verzoek om aanvullende informatie van de Administratie om alle gevraagde documenten over te maken.
  § 4. Indien de door de Administratie gevraagde documenten niet binnen de in § 3 genoemde termijn worden verstrekt, wordt het verzoek afgewezen.

  HOOFDSTUK III. - Beroep

  Art. 12. § 1. De aanvrager beschikt over een termijn van dertig dagen na de betekening van de beslissing om een beroep tegen de weigering van de aanvraag of tegen het bedrag van de premie bij aangetekend schrijven bij de Administratie in te dienen.
  De Administratie richt binnen vijftien dagen na de datum van ontvangst van het beroep een ontvangstbewijs van het beroep aan de aanvrager.
  § 2. Binnen zestig dagen na het ontvangstbewijs verzoekt de Administratie de aanvrager alle documenten en bewijsstukken over te leggen die zij noodzakelijk acht voor het onderzoek van de aanvraag. Bij gebrek aan overmaking van de aangevraagde elementen binnen een termijn van zestig dagen wordt de oorspronkelijke beslissing bevestigd.
  § 3. De Administratie beslist binnen drie maanden na ontvangst van het geheel van de elementen die nodig zijn voor het heronderzoek van de aanvraag.
  § 4. In geval van controle bedoeld in artikel 36 van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning, wordt de in § 3 bedoelde termijn opgeschort.
  § 5. Indien de beslissing niet binnen de in § 3 bedoelde termijn aan de aanvrager wordt medegedeeld, wordt ervan uitgegaan dat beslist is om de premie te verlenen.

  HOOFDSTUK IV. - Controle

  Art. 13. De Administratie beschikt over een termijn van vijf jaar, die ingaat de dag waarop het bedrag van de premie wordt betaald, om na te gaan of de aanvraag voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in dit besluit.

  HOOFDSTUK V. - Bescherming van de gegevens

  Art. 14. De Administratie en de auditeur zijn, ieder wat hem betreft, de verantwoordelijken voor de verwerking in de zin van de AVG voor de verwerking van de persoonsgegevens die nodig zijn voor de toekenning van premies, namelijk de uitvoering van een audit, van de rapporten over de opvolging van de werken, de verificatie van de overeenstemming van de aanvraag met de toekenningsvoorwaarden, de toekenning van de premie en, in voorkomend geval, de terugvordering van de onverschuldigd betaalde premies.

  Art. 15. De gegevens verkregen door de verantwoordelijken voor de verwerking worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt met een maximale bewaartermijn die verstrijkt op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijken vermeld in artikel 14 behoren en, in voorkomend geval, waarin de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen, evenals de definitieve beëindiging van de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen, is geschied.

  Art. 16. De in artikel 14 bedoelde verantwoordelijken voor de verwerking nemen de nodige en passende maatregelen opdat alle persoonsgegevens voortkomende van de verzamelde documenten, op een beveiligde wijze, zowel fysiek als op informaticagebied, worden bewaard of uitgewisseld in het kader van de toepassing van dit besluit.

  HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

  Art. 17. In artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 tot vaststelling van de bijlagen voor elke type huurovereenkomsten, de lijst van de energiebesparende werken en de lijst van de rechtspersonen die gemachtigd zijn om de glijdende huurovereenkomst toe te passen in uitvoering van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst worden de woorden "de werken die voor de toekenning van een premie in aanmerking komen in de zin van artikel 6, § 1, van het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2015 tot invoering van een premieregeling voor particulieren ter bevordering van energiebesparingen en renovatie van woningen" vervangen door de woorden "de werken die voor de toekenning van een premie in aanmerking komen in de zin van artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 tot invoering van een premieregeling voor de uitvoering van een audit, van de rapporten over de opvolging van de werken ervan en van de investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning".

  Art. 18. Het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2015 tot invoering van een premieregeling voor particulieren ter bevordering van energiebesparingen en renovatie van woningen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2018, wordt opgeheven.

  Art. 19. Het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2015 tot invoering van een premieregeling voor particulieren ter bevordering van energiebesparingen en renovatie van woningen blijft nochtans van toepassing voor de aanvragers die een voorafgaande waarschuwing overeenkomstig artikel 16 ervan vóór de inwerkingtreding van dit besluit hebben ingediend.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de aanvragers om de toepassing van dit besluit verzoeken indien de factuur van de in de voorafgaande waarschuwing genoemde investeringen na de inwerkingtreding van dit besluit valt en indien zij voldoen aan de voorwaarden van dit besluit.
  De aanvragers die vóór de inwerkingtreding van dit besluit een voorafgaande waarschuwing met betrekking tot de uitvoering van een energieaudit hebben ingevoerd, kunnen de premie betreffende deze investering aanvragen indien ze overeenkomstig het besluit van de Waalse regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning een audit uitvoeren na de inwerkingtreding van dit besluit.

  Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2019 en is van toepassing op iedere aanvraag van premies betreffende een auditrapport, een rapport over de opvolging van werken en investeringen die na de inwerkingtreding van dit besluit valt.

  Art. 21. De Minister van <Energie> en de Minister van Huisvesting zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N.
  (NOTA : geen Nederlandse versie, zie Franse versie)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 4 april 2019.
Voor de Regering :
De Minister-President,
W. BORSUS
De Minister van Begroting, Financiën, <Energie>, Klimaat en Luchthavens,
J.-L. CRUCKE
De Minister van de Plaatselijke Besturen, Huisvesting en Sportinfrastructuren,
V. DE BUE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen, artikel 14;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 maart 2015 tot invoering van een premieregeling voor particulieren ter bevordering van energiebesparingen en renovatie van woningen;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 tot vaststelling van de bijlagen voor elke type huurovereenkomsten, de lijst van de energiebesparende werken en de lijst van de rechtspersonen die gemachtigd zijn om de glijdende huurovereenkomst toe te passen in uitvoering van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juli 2018;
   Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 12 juli 2018;
   Gelet op het rapport van 3 juli 2018, opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
   Gelet op advies nr. 30/2019 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 6 februari 2019;
   Gelet op de aanvraag om adviesverlening binnen een termijn van 30 dagen, gericht aan de Raad van State op 4 februari 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het gebrek aan adviesverlening binnen die termijn;
   Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 augustus 2007 tot vaststelling van de minimale gezondheidsnormen, de overbevolkingsnormen en houdende de in artikel 1, 9° tot 22°bis, van de Waalse Huisvestingscode bedoelde begripsomschrijvingen;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 28 juli 2017 tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten;
   Gelet op het advies van de beleidsgroepen "<Energie>" en "Huisvesting", gegeven op 20 september 2018;
   Op de voordracht van de Minister van <Energie> en van de Minister van Huisvesting;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie