J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2018/07/06/2018013035/justel

Titel
6 JULI 2018. - Decreet tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe <erfrecht>

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 20-07-2018 nummer :   2018013035 bladzijde : 58505   BEELD
Dossiernummer : 2018-07-06/03
Inwerkingtreding : 01-09-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2. Aan artikel 2.7.1.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Naast het geval, vermeld in het eerste lid, is de erfbelasting ook verschuldigd op een verkrijging van vruchtgebruik met toepassing van artikel 858bis, § 3 en § 4, van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende aan het vruchtgebruik heeft verzaakt conform paragraaf 5 van het voormelde artikel.".

  Art. 3. Aan artikel 2.7.1.0.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.".

  Art. 4. Artikel 2.7.3.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2.7.3.1.1. Het successierecht wordt gevestigd op de waarde van alles wat uit de nalatenschap van een rijksinwoner wordt verkregen overeenkomstig afdeling 1 van dit hoofdstuk.
  Het recht van overgang wordt gevestigd op de waarde van de onroerende goederen die in België liggen en verkregen werden overeenkomstig afdeling 1 van dit hoofdstuk uit de nalatenschap van iemand die geen rijksinwoner is.".

  Art. 5. In artikel 2.7.3.2.7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 6. In artikel 2.7.3.2.12, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "eerst toegerekend op zijn netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn netto roerend aandeel" vervangen door de zinsnede "eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel".

  Art. 7. In artikel 2.7.4.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
  " § 1. De erfbelasting wordt berekend volgens het tarief, vermeld in de volgende tabellen:
  
  

  
TABEL I. Tarief voor een verkrijging in rechte lijn en tussen partners
A schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro
vanaf tot en met   
0,01 50.000 3  
50.000,01 250.000 9 1500
250.000,01  27 19.500


  

  
TABEL II. Tarief voor een andere verkrijging dan de verkrijgingen, vermeld in tabel I
A schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro
vanaf tot en met tussen broers en zussen tussen anderen tussen broers en zussen tussen anderen
0,01 35.000 25 25   
35.000,01 75.000 30 45 8750 8750
75.000,01  55 55 20.750 26.750

".

  Art. 8. In artikel 2.7.5.0.1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden het derde en vierde lid vervangen door wat volgt:
  "De erfbelasting, verschuldigd uit hoofde van een verkrijging door een broer of zus, wordt verminderd met een bedrag gelijk aan hetzij:
  1° 2.000 euro, vermenigvuldigd met (nettoverkrijging/20.000 euro), wanneer de nettoverkrijging kleiner is dan of gelijk is aan 18.750 euro;
  2° 2.500 euro, vermenigvuldigd met [1-(nettoverkrijging/75.000 euro)], wanneer de nettoverkrijging groter is dan 18.750 euro en niet meer bedraagt dan 75.000 euro.
  Voor de erfbelasting verschuldigd door andere personen dan erfgenamen in de rechte lijn, de partners of broers en zussen, wordt eenzelfde vermindering toegepast als berekend overeenkomstig het derde lid waarbij onder de nettoverkrijging moet begrepen worden: de som van de nettoverkrijgingen.".

  Art. 9. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.7.6.0.6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2.7.6.0.6. § 1. Voor de toepassing van het tarief, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 1, in rechte nederdalende lijn, en voor zover de andere ouder van het betrokken kind reeds vooroverleden is, wordt de eerste schijf van 75.000 euro in de nettoverkrijging van het rechtverkrijgende kind onder de 21 jaar van de roerende goederen vrijgesteld van het successierecht.
  In afwijking van artikel 2.7.4.1.1, § 2, tweede lid, en voor zover de andere ouder van het betrokken kind reeds vooroverleden is, wordt het tarief van de erfbelasting voor de onroerende goederen in rechte lijn niet toegepast op de nettoverkrijging van het rechtverkrijgende kind onder de 21 jaar in de woning die op het ogenblik van het overlijden van de langstlevende ouder de woning was waar de erflater gedomicilieerd was op het moment van overlijden.
  § 2. Voor de toepassing van het tarief, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 1, tussen partners wordt de eerste schijf van 50.000 euro in de nettoverkrijging van de rechtverkrijgende partner van de roerende goederen vrijgesteld van het successierecht.".

  Art. 10. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.8.3.0.5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2.8.3.0.5. Een akte die een door de wet toegelaten erfovereenkomst vaststelt, strekt voor de toepassing van de schenkbelasting niet tot bewijs van een schenking die in die overeenkomst wordt vermeld en die niet aan de formaliteit van de registratie is onderworpen, en waarvan de partijen in of onderaan de akte bevestigen dat die heeft plaatsgevonden vóór de datum waarop die overeenkomst gesloten werd.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen of een van hen in een uitdrukkelijke fiscale verklaring in of onderaan de akte te kennen geven dat de vermelding van een dergelijke schenking wel tot bewijs strekt voor de toepassing van de schenkbelasting.".

  Art. 11. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.8.6.0.9 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2.8.6.0.9. Als de waarde van de goederen die belast is met de erfbelasting, of een deel van deze goederen, binnen het jaar na het overlijden van de erflater, door een verkrijger van wie de verkrijging belast werd aan het tarief voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners, bij notariële akte wordt geschonken aan een of meer van zijn afstammelingen of aan een of meer personen die voor de toepassing van de schenkbelasting met afstammelingen worden gelijkgesteld, wordt de schenking vrijgesteld van de schenkbelasting in de mate dat de waarde van de geschonken goederen de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen niet te boven gaat.
  In voorkomend geval wordt het bedrag van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, beperkt met toepassing van de volgende formule: X = a x b/c, waarbij de parameters als volgt worden gedefinieerd:
  1° a = het bedrag van de schenkbelasting zonder de toepassing van de vrijstelling;
  2° b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met erfbelasting belaste brutowaarde;
  3° c = de totale belastbare grondslag van de schenking.
  Het bedrag van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, kan nooit hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat geheven werd op de overdracht aan de schenker. Als de schenker meer dan één schenking doet zoals vermeld in het eerste lid, wordt het maximumbedrag van de vrijstelling beoordeeld voor alle schenkingen samen.
  In voorkomend geval wordt het bedrag van de erfbelasting, vermeld in het derde lid, beperkt met toepassing van de volgende formule: X = a x b/c, waarbij de parameters als volgt worden gedefinieerd:
  1° a = het bedrag van de erfbelasting berekend in hoofde van de schenker op de betrokken categorie goederen;
  2° b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met erfbelasting belaste brutowaarde;
  3° c = de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen in de betrokken categorie.
  Het bedrag van de erfbelasting, vermeld in het derde lid, dat geheven werd op de overdracht aan de schenker is het bedrag dat op regelmatige wijze in hoofde van deze persoon werd geheven op zicht van de aangifte die werd ingediend bij toepassing van artikel 3.3.1.0.5.
  Voor schenkingen onderworpen aan het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1, kan de vrijstelling niet verleend worden in de mate deze schenking een onroerend goed tot voorwerp heeft dat geen deel uitmaakte van de verkrijging bij het overlijden, vermeld in het eerste lid.
  Voor de toepassing van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is vereist dat:
  1° de nalatenschap van de erflater waaruit de waarde van de geschonken goederen werd verkregen fiscaal gelokaliseerd is in het Vlaamse Gewest;
  2° het overlijden heeft plaatsgevonden na 31 augustus 2018;
  3° de erfbelasting die werd geheven op de overdracht, is betaald;
  4° de schenking noch aan een opschortende voorwaarde, noch aan een opschortende termijn is onderworpen;
  5° de vrijstelling wordt gevraagd overeenkomstig artikel 3.12.3.0.1, § 1, 3° en 4°.
  Voor de toepassing van dit artikel moet onder brutowaarde worden begrepen: de belastbare waarde van de betrokken goederen voor de heffing van de erfbelasting, vóór enige aftrek van passief.".

  Art. 12. Aan artikel 3.3.1.0.8, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, worden een punt 15° tot en met 17° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "15° in voorkomend geval de erfovereenkomst, vermeld in artikel 1100/7 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van die notariële erfovereenkomst bij de aangifte gevoegd;
  16° in voorkomend geval de verkrijgingen van vruchtgebruik met toepassing van artikel 858bis, § 3 en § 4, van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van de akte van schenking bij de aangifte gevoegd;
  17° in voorkomend geval welke schenkingen, levensverzekeringen en legaten aan inbreng of inkorting zijn onderworpen en in bevestigend geval op welke wijze de inbreng of inkorting gebeurt.".

  Art. 13. In artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en laatst gewijzigd bij het decreet van 18 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "artikel 2.8.6.0.3," en de zinsnede "artikel 2.9.4.2.12" de zinsnede "artikel 2.8.6.0.9," ingevoegd.

  Art. 14. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 6 juli 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
B. TOMMELEIN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   DECREET tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe <erfrecht>

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   VERWIJZINGEN (1) Zitting 2017-2018 Stukken: - Ontwerp van decreet : 1584 - Nr. 1 - Amendementen : 1584 - Nr. 2 - Verslag : 1584 - Nr. 3 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1584 - Nr. 4 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 27 juni 2018.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie