J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2012/12/27/2012022492/justel

Titel
27 DECEMBER 2012. - Wet houdende diverse bepalingen inzake <dierenwelzijn>, CITES, dierengezondheid en bescherming van de gezondheid van de gebruikers

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 31-12-2012 nummer :   2012022492 bladzijde : 88926   BEELD
Dossiernummer : 2012-12-27/15
Inwerkingtreding : 10-01-2013

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
TITEL 2. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Bescherming en welzijn der dieren
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Art. 2
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren
Art. 3-24
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979
Art. 25-28
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987
Art. 29-33
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de oprichting van een federaal Borstvoedingscomité
Art. 34
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten
Art. 35-42
TITEL 3. - Toelagen voor wetenschappelijk onderzoek
Art. 43-44

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  TITEL 2. - Wijzigingsbepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Bescherming en welzijn der dieren

  Afdeling 1. - Algemene bepaling

  Art. 2. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

  Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren

  Art. 3. In artikel 3 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1995, 9 juli 2004 en 11 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepalingen onder 15.1. tot 18. worden vervangen als volgt :
  " 15. Proefdier :
  15.1. de levende koppotigen gebruikt of bestemd om te worden gebruikt in dierproeven, of die specifiek worden gehouden opdat hun organen of weefsels voor wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt;
  15.2. de levende niet-menselijke gewervelden gebruikt of bestemd om te worden gebruikt in dierproeven, of die specifiek worden gehouden opdat hun organen of weefsels voor wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt, met inbegrip van hun zich zelfstandig voedende larvale vormen, alsook foetale vormen van zoogdieren met ingang van het laatste derde deel van hun normale ontwikkeling;
  15.3. Deze definitie is ook van toepassing op dieren die in dierproeven gebruikt worden en die zich in een vroeger ontwikkelingsstadium dan het in het punt 15.2. genoemde bevinden indien deze dieren voorbij dat ontwikkelingsstadium in leven dienen te blijven en tengevolge van de uitgevoerde dierproeven gevaar lopen om na het bereiken van dat stadium pijn, lijden, angst of blijvende schaden te ondervinden;
  16. Dierproef : elk al dan niet invasief gebruik van een dier voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden, waarvan het resultaat bekend of onbekend is, of voor onderwijskundige doeleinden, die bij het dier evenveel of meer pijn, lijden, angst of blijvende schade kan veroorzaken als het inbrengen van een naald volgens goed diergeneeskundig vakmanschap. Dit omvat iedere handeling waarvan het doel of het mogelijke gevolg de geboorte of het uit het ei breken van een dier is, dan wel het in een dergelijke toestand brengen en houden van een genetisch gemodificeerde dierenvariëteit, maar omvat niet het doden van dieren met als enig doel het gebruik van hun organen of weefsels;
  17. Project : elk werkprogramma met een welomschreven wetenschappelijk doel dat een of meer dierproeven omvat;
  18. Inrichting : elke installatie, elk gebouw, elke groep van gebouwen of elk ander pand, met inbegrip van ruimten die niet volledig zijn afgeperkt of overdekt, alsook verplaatsbare voorzieningen; ";
  b) artikel 3 wordt aangevuld met de bepalingen onder 19. tot 22., luidende :
  " 19. Proefleider : elke persoon die de leiding heeft over een dierproef;
  20. Gebruiker : elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die, al dan niet met winstoogmerk, dieren in proeven gebruikt;
  21. Fokker : elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die door de Koning te bepalen dieren fokt teneinde hen te gebruiken in proeven of hun weefsels of organen voor wetenschappelijke doeleinden te gebruiken, of die hoofdzakelijk voor die doeleinden andere dieren fokt, al dan niet met winstoogmerk;
  22. Leverancier : elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die geen fokker is en die dieren levert voor gebruik in proeven of voor het gebruik van hun weefsels of organen voor wetenschappelijke doeleinden, al dan niet met winstoogmerk. ".

  Art. 4. In artikel 4 van dezelfde wet wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. De paardachtigen die buiten worden gehouden, kunnen opgestald worden of, indien dit niet het geval is, beschikken over een natuurlijke beschutting of een schuilhok. ".

  Art. 5. Artikel 5, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1995 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De gegevens van de in toepassing van het voorgaande lid erkende inrichting worden openbaar gemaakt. ".

  Art. 6. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Proefdieren die in een andere lidstaat rechtmatig zijn gefokt of gehouden, kunnen worden aangeleverd of gebruikt en de producten die zijn ontwikkeld door gebruikmaking van deze dieren kunnen in de handel worden gebracht. ";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De Koning kan de dierproeven die Hij bepaalt toelaten of verbieden. Hij kan ook de doeleinden omschrijven waarvoor dierproeven uitsluitend mogen worden gebruikt alsook de methoden voor het doden van de dieren. ";
  3° in artikel 20 wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidende :
  " § 4. De Koning kan bepaalde dierproeven verbieden om dubbel gebruik te vermijden tenzij verder onderzoek vereist is ter bescherming van de volksgezondheid, de veiligheid en het milieu. ".

  Art. 7. Artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 21. Elke gebruiker is onderworpen aan een voorafgaandelijke erkenning door de minister bevoegd voor het <Dierenwelzijn>.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministeraad, de voorwaarden van de in het eerste lid bedoelde erkenning, alsook de procedure voor het verlenen, het schorsen en het intrekken van de erkenning. Hij kan daarenboven bijkomende voorwaarden voorschrijven met betrekking tot de bestemming van dieren eenmaal de dierproeven waarin deze dieren gebruikt werden, zijn beëindigd.
  De Koning kan bepalen dat ethische commissies worden opgericht bij de gebruikers. Hij bepaalt de samenstelling, de werking en de opdrachten ervan. Deze ethische commissies kunnen door de Koning worden aangewezen als bevoegde instantie die de vergunning voor projecten verleent.
  De Koning richt een instantie op, die " Dierenwelzijnscel " wordt genoemd en die belast wordt met het <dierenwelzijn> bij fokkers, leveranciers en gebruikers. Hij bepaalt de samenstelling, de werking en opdrachten ervan. ".

  Art. 8. Artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 22. Fokkers en leveranciers zijn onderworpen aan een voorafgaandelijke erkenning door de minister bevoegd voor het <dierenwelzijn>. Artikel 23 is ook op die inrichtingen van toepassing.
  De minister kan de erkenning schorsen of intrekken. ".

  Art. 9. Artikel 23, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De gebruikers die bij het uitvoeren van dierproeven gebruik maken van paarden, honden, katten, varkens, herkauwers of primaten moeten een dierenarts aanwijzen, deskundig op het domein van de proefdiergeneeskunde, die belast wordt met de bescherming van de gezondheid en het welzijn van die dieren. ".

  Art. 10. Artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1995 en 9 juli 2004, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 24. § 1. Dierproeven worden beperkt tot het strikt noodzakelijke.
  § 2. Er mag geen dierproef worden uitgevoerd indien het nagestreefde resultaat kan worden verkregen met behulp van een andere methode of beproevingsstrategie waarbij geen levende dieren worden gebruikt en die in de wetgeving van de Europese Unie is erkend.
  § 3. In geval van verschillende mogelijkheden worden de proeven geselecteerd die aan het grootste aantal van de volgende eisen voldoen :
  1° er wordt een zo gering mogelijk aantal dieren gebruikt;
  2° de betrokken dieren zijn dieren die het minst gevoelig zijn voor pijn, lijden, angst of blijvende schade;
  3° de betrokken proeven berokkenen het minste pijn, lijden, angst of blijvende schade;
  4° de betrokken proeven leveren naar verwachting de meest bevredigende resultaten op.
  § 4. Dierproeven worden als toepasselijk steeds onder algemene of plaatselijke verdoving uitgevoerd en er worden pijnstillers of andere gepaste methoden gebruikt om de pijn, het lijden en de angst tot een minimum beperken.
  Procedures die zware letsels toebrengen die hevige pijn kunnen veroorzaken, worden niet zonder verdoving uitgevoerd.
  Verdoving dient niet te worden toegepast indien geoordeeld wordt dat dit voor het dier meer traumatiserend is dan de procedure zelf of indien de verdoving onverenigbaar is met het doel van de dierproef.
  Er mogen aan dieren geen stoffen worden toegediend waardoor zij niet meer, of slechts in verminderde mate, in staat zijn pijn te tonen bij te lichte verdoving of te geringe pijnstilling. In die gevallen waar de toediening van een dergelijke stof wel noodzakelijk is, wordt voorzien in een wetenschappelijke motivering, vergezeld van nadere gegevens over het verdovings- of pijnstillingsprotocol.
  De dieren die pijn kunnen lijden als de verdoving eenmaal is uitgewerkt, worden preventief en postoperatief behandeld met pijnstillers of andere geschikte pijnbestrijdingsmethoden, voor zover dit verenigbaar is met het doel van de dierproef.
  Zodra het doel van de dierproef is bereikt, worden gepaste maatregelen genomen om het lijden van het dier tot een minimum te beperken.
  § 5. De dood als eindpunt van een dierproef wordt zoveel mogelijk vermeden en vervangen door in een vroege fase aangepaste eindpunten.
  Wanneer de dood als eindpunt onvermijdelijk is, wordt de dierproef zo opgezet dat zo weinig mogelijk dieren sterven en de duur en intensiteit van het lijden voor het dier zo gering mogelijk worden gehouden, en de dood, voor zover mogelijk, pijnloos is. ".

  Art. 11. Artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 25. De gebruiker, de fokker of de leverancier wijst een persoon aan die verantwoordelijk is voor de naleving van de voorwaarden van de erkenning en voor het verstrekken van de door de Koning vastgestelde en door de minister bevoegd voor het <dierenwelzijn> vereiste administratieve of statistische inlichtingen. ".

  Art. 12. Artikel 27 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 27. De Koning bepaalt de aard en de vorm van de documenten die de gebruiker, de fokker, de leverancier of de proefleider bijhoudt, evenals de wijze waarop ze opgemaakt worden. ".

  Art. 13. Artikel 29 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1995, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 29. De Koning kan regels vaststellen in verband met de opleiding en kwalificatie van het personeel van gebruikers, fokkers en leveranciers. ".

  Art. 14. Artikel 30, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Dierproeven van didactische aard zijn slechts toegestaan in het hoger onderwijs en voor zover ze onmisbaar zijn voor de vorming van de studenten en niet door andere evenwaardige didactische methoden kunnen worden vervangen. ".

  Art. 15. In dezelfde wet wordt een artikel 30/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 30/1. Teneinde te waken over de overeenstemming met de eisen van deze wet, bepaalt de Koning de nadere regels van de regelmatige inspecties bij alle fokkers, leveranciers en gebruikers, inclusief in hun inrichtingen. ".

  Art. 16. In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie worden overtredingen op deze wet en op haar uitvoeringsbesluiten en op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door :
  - de leden van de federale en lokale politie;
  - de statutaire en contractuele Dierenartsen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  - andere door de minister bevoegd voor <dierenwelzijn> aangewezen personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  - de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, belast met het uitvoeren van de controles. ";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor. ";
  3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten terzake " ingevoegd tussen de woorden " uitvoeringsbesluit ervan " en de woorden " is vastgesteld ".

  Art. 17. In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1993, 4 mei 1995, 23 juni 2004 en 19 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden " van 26 frank tot 1 000 frank " vervangen door de woorden " van 52 euro tot 2.000 euro ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " van 26 euro tot 1.000,00 euro " vervangen door de woorden " van 52 euro tot 2. 000 euro ".

  Art. 18. In artikel 36 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1995 en 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden " van 26 frank tot 1 000 frank " vervangen door de woorden " van 52 euro tot 2 000 euro ";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 17° en 18°, luidende :
  " 17° in overtreding wordt bevonden van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97;
  18° in overtreding wordt bevonden van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. ".

  Art. 19. In artikel 36bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1995, worden de woorden " van 26 frank tot 1 000 frank " vervangen door de woorden " van 52 euro tot 2.000 euro ".

  Art. 20. Artikel 39 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 maart 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 39. Bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een bij de artikelen 35, 36, 36bis en 41 bepaalde misdrijf, worden de gevangenisstraffen verdubbeld en de geldboetes verhoogd tot 5.000 euro of, in geval van ernstige mishandeling of verwaarlozing, tot 12.500 euro.
  De rechtbank kan daarenboven in die gevallen de sluiting bevelen van de inrichting waar de misdrijven werden gepleegd, definitief of voor een termijn van twee maanden tot vijf jaar. ".

  Art. 21. Artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009 wordt vervangen als volgt :
  " Art. 41. Overtredingen op deze wet of op haar uitvoeringsbesluiten of op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake die niet in de artikelen 35, 36 en 36bis zijn bepaald, worden gestraft met een geldboete van 52 euro tot 500 euro. ".

  Art. 22. In artikel 41bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " ter uitvoering ervan " en de woorden " kan de ambtenaar ";
  2° in het vierde lid worden de woorden " de helft van " ingevoegd tussen de woorden " niet lager zijn dan " en de woorden " het minimum ".

  Art. 23. Artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995, bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en bij de wetten van 22 december 2003, 4 en 9 juli 2004 en 10 december 2009, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 42. § 1. Wanneer de in artikel 34 bedoelde overheidspersonen een inbreuk op deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of Europese verordeningen of beschikkingen/besluiten vaststellen en deze inbreuk over levende dieren gaat, kunnen zij deze dieren administratief in beslag nemen en indien nodig onderbrengen in een geschikte opvangplaats.
  Zij kunnen tevens dieren in beslag nemen wanneer deze gehouden worden in weerwil van een in toepassing van artikel 40 uitgesproken verbod.
  § 2. De Federale Overheidsdienst bevoegd voor <Dierenwelzijn> bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven aan de eigenaar, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden.
  § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname.
  § 4. De in artikel 34 bedoelde overheidspersonen kunnen eveneens de kadavers, het vlees of de voorwerpen die het voorwerp vormen van de inbreuk of die gediend hebben om de inbreuk te plegen of die bestemd waren om de inbreuk te begaan, administratief in beslag nemen en eventueel vernietigen.
  § 5. De kosten verbonden aan de op grond van de paragrafen 1, 2 en 4 genomen maatregelen worden gedragen door de eigenaar.
  Indien de in het eerste lid bedoelde kosten door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor <Dierenwelzijn> of het openbaar ministerie worden voorgeschoten, worden zij verhaald op de eigenaar.
  Indien de dieren of hun karkassen worden verkocht, wordt de aldus ontvangen som bij voorrang gebruikt om de in het eerste lid bedoelde kosten te dekken. Het eventuele saldo wordt aan de eigenaar overgemaakt.
  § 6. Dode dieren of op bevel van de federale overheidsdienst bevoegd voor <dierenwelzijn> gedode dieren worden verwijderd overeenkomstig de voorschriften van de bevoegde overheid. De eventuele kosten hiervoor ten laste van de federale overheidsdienst bevoegd voor <dierenwelzijn> worden verhaald op de eigenaar.
  § 7. Dit artikel is niet van toepassing op de controles die zijn verricht met toepassing van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen. ".

  Art. 24. In artikel 45bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1995 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001, wordt het eerste lid opgeheven.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979

  Art. 25. In artikel 5 van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004 en 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " genomen maatregelen " en de woorden " , specimens invoert ".
  2° de woorden " met een boete van 25 tot 50.000 euro " worden vervangen door " met een boete van 26 tot 50.000 euro ".

  Art. 26. In artikel 5bis, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake, " ingevoegd tussen de woorden " uitvoering ervan " en de woorden " kan de ambtenaar ".

  Art. 27. Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. § 1. In geval van de door artikel 5 voorziene overtredingen, zijn de in artikel 7 vermelde overheidsagenten bevoegd voor het opleggen van bestuurlijk beslag op de specimens die het voorwerp uitmaken van het misdrijf.
  § 2. De inbeslaggenomen specimens worden toevertrouwd aan het Beheersorgaan. Deze zendt ze, indien nodig, naar een bewaarcentrum of naar elke andere plaats die geschikt is en verenigbaar met de doelstellingen van de Overeenkomst en de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake.
  § 3. Het Beheersorgaan is bevoegd voor het nemen van bestuurlijke maatregelen omtrent de inbeslaggenomen specimens. Deze maatregelen kunnen zijn :
  1° een bevel tot terugzenden naar de Staat van uitvoer op kosten van deze laatste;
  2° het geven van het volle eigendom aan de geschikte natuurlijke of rechtspersoon, wanneer dit verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake;
  3° het organiseren van een openbare verkoop;
  4° een bevel tot slachten;
  5° een bevel tot vernietigen;
  6° een combinatie van de in 1°, 2°, 3° en 4° bedoelde maatregelen.
  Deze bestuurlijke maatregelen worden schriftelijk opgelegd. De schriftelijke oplegging kan gebeuren door ofwel de kennisgeving van het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen ofwel de kennisgeving van het proces-verbaal. Het Beheersorgaan behoudt het recht om ten allen tijde de bestuurlijke maatregelen op te heffen.
  Deze bevoegdheid doet geen afbreuk aan de in artikel 5bis gestelde bevoegdheid.
  § 4. In geval van veroordeling spreekt de rechtbank de verbeurdverklaring uit van de specimens die niet werden teruggezonden of vernietigd en doet zij de veroordeelde de onkosten betalen van de terugzendingen die zouden gemaakt zijn en die niet door de Staat van uitvoer werden betaald, evenals de kosten van expertises, van het vervoer naar bewaarcentra, van het slachten, van het vernietigen en van de bewaring tot aan de datum van het vonnis. ".

  Art. 28. In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 9 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd de volmachten van de officieren van de gerechtelijke politie worden de overtredingen op deze wet, op haar uitvoeringsbesluiten en op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door :
  - de agenten van de douane;
  - de leden van de federale en lokale politie;
  - de statutaire en contractuele dierenartsen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  - andere door de minister bevoegd voor de Overeenkomst aangewezen personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  - de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die belast zijn met het uitvoeren van de controles voor zover deze controles van toepassing zijn op de in artikel 4, § 3, 2°, van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen bedoelde plaatsen en de volksgezondheid, de dierengezondheid of de plantengezondheid tot doel hebben.
  2° in het derde lid worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " zijn uitvoeringsbesluiten " en de woorden " is vastgesteld ".
  3° in het zevende lid worden de woorden " de statutaire en contractuele dierenartsen " vervangen door de woorden " de voor CITES bevoegde statutaire en contractuele personeelsleden ".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987

  Art. 29. In artikel 1 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en bij de wetten van 20 juli 2006 en 1 maart 2007, wordt de bepaling onder 12. vervangen als volgt :
  " 12. dierlijke bijproducten : de niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten, zoals bepaald in artikelen 3.1 en 3.2 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) ".

  Art. 30. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999, bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en bij de wetten van 20 juli 2006 en 1 maart 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden overtredingen op deze wet, op haar uitvoeringsbesluiten en op de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door :
  - de leden van de federale en lokale politie;
  - de door de minister aangewezen statutaire en contractuele agenten van de FOD;
  - de agenten van de Administratie der Douanes en Accijnzen;
  - de andere statutaire en contractuele agenten aangewezen door de Koning;
  - de statutaire en contractuele personeelsleden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, belast met het uitvoeren van de controles. ";
  2° het zesde lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor. ";
  3° tussen het zesde en het zevende lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen. ".

  Art. 31. In artikel 20bis, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 februari 1999, worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " de uitvoeringsbesluiten " en de woorden " wordt vastgesteld ".

  Art. 32. In artikel 24, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " en van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " genomen besluiten " en de woorden " , die niet onder de toepassing ".

  Art. 33. In artikel 27 van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " en van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " besluiten tot uitvoering ervan " en de woorden " , maken het voorwerp uit van ";
  2° in paragraaf 9 wordt het tweede lid opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de oprichting van een federaal Borstvoedingscomité

  Art. 34. In artikel 7 van de wet van 29 april 1999 betreffende de oprichting van een federaal Borstvoedingscomité wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
  " § 1. Het Comité bestaat uit 19 leden, van wie evenveel Franstaligen als Nederlandstaligen en een vertegenwoordiger van de Duitstalige Gemeenschap, onder wie :
  a) een vertegenwoordiger van het Belgisch Comité voor Unicef;
  b) vier vertegenwoordigers van organisaties ter bevordering van de borstvoeding;
  c) een vertegenwoordiger van de ONE;
  d) een vertegenwoordiger van Kind en Gezin;
  e) een vertegenwoordiger van Dienst für Kind und Familie;
  f) een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid en een vertegenwoordiger van Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  g) vier vertegenwoordigers van de artsen, onder wie ten minste een kinderarts, een gynaecoloog en een huisarts;
  h) twee vertegenwoordigers van de verpleegkundigen;
  i) twee vertegenwoordigers van de vroedkundigen. ".

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten

  Art. 35. In artikel 1, 2°, a), van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, gewijzigd bij de wet van 22 maart 1989, worden de woorden " toevoegsels, aroma's en " opgeheven.

  Art. 36. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1989, 9 februari 1994 en 12 augustus 2000, bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor. ";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen. ".

  Art. 37. In artikel 11bis, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 1989 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " uitvoeringsbesluit ervan " en de woorden " is vastgesteld, ".

  Art. 38. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1989 en 4 september 2012, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
  " 1° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt zonder inachtneming van in artikel 6, §§ 4 en 6, en artikel 8 en de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 2, 3, 2°, 4° en 6°, 4, §§ 3 en 4, 5, § 4, en 6; ".

  Art. 39. Artikel 14 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 mei 2010, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 14. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten fabriceert of invoert en hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, wetens voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt met overtreding van artikel 6, §§ 4 en 6, en artikel 8 en de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, 1°, a), en 2° tot 5°, 4, § 4, en 6. ".

  Art. 40. In artikel 19, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 maart 1989, worden de woorden " of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake " ingevoegd tussen de woorden " ter uitvoering ervan " en de woorden " kan de ambtenaar ".

  Art. 41. In artikel 20, § 2, van dezelfde wet worden de woorden " Europese Economische Gemeenschap " vervangen door de woorden " Europese Unie ".

  Art. 42. In dezelfde wet wordt een artikel 22ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 22ter. Bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, wordt een Commissie van advies voor plantenbereidingen opgericht, die tot opdracht heeft hem advies te verlenen over aangelegenheden die betrekking hebben op de fabricage, de handel en de samenstelling van voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels betreffende de samenstelling, de werking en de vergoeding van de leden van deze Commissie, en de aangelegenheden waarvoor ze geraadpleegd moet worden. ".

  TITEL 3. - Toelagen voor wetenschappelijk onderzoek

  Art. 43. § 1. Toelagen voor wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid, sanitair beleid van dieren en planten en <dierenwelzijn> kunnen door de minister bevoegd voor Volksgezondheid toegekend worden.
  § 2. De onderzoeksactiviteiten die genieten van in § 1 bedoelde toelagen hebben tot doel de beleidsvoorbereiding in de in § 1 bedoelde domeinen te ondersteunen en worden verricht door de begunstigde, in uitvoering van een contract dat de wederzijdse rechten en verplichtingen van de begunstigde en de Staat bepaalt.
  § 3. De Koning bepaalt :
  - de voorwaarden met betrekking tot de aanvragen, het toekennen en de controle van de toelagen;
  - de procedures betreffende de selectie, de opvolging en de evaluatie van de projecten;
  - de nadere regels die betrekking hebben op de verspreiding en de valorisatie van de resultaten.

  Art. 44. Toelagen voor internationaal wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid, sanitair beleid van dieren en planten en <dierenwelzijn> kunnen door de minister bevoegd voor Volksgezondheid toegekend worden.
  De Koning bepaalt :
  - de voorwaarden met betrekking tot de aanvragen, het toekennen en de controle van de toelagen;
  - de procedures betreffende de selectie, de opvolging en de evaluatie van de projecten;
  - de nadere regels die betrekking hebben op de verspreiding en de valorisatie van de resultaten.
  
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te [Châteauneuf-de-Grasse], 27 december 2012. (ERRATUM, zie B.St. 10-01-2013, p. 864)
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  Voor de Minister van Justitie, afwezig :
  De Vice-Eerste Minister
  en Minister van Pensioenen,
  A. DE CROO

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

BEELD
2013022001
PUBLICATIE :
2013-01-10
bladzijde : 864

Erratum



Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2012-2013. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsontwerp 53-2512 - Nr. 1. - Amendement, 53-2512 - Nr. 2. - Verslag, 53-2512 - Nr. 3. - Tekst aangenomen door de commissie, 53-2512 -Nr. 4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-2512 - Nr. 5. Integraal Verslag. - 19 en 20 december 2012. Senaat. Stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 5-1891 - nr. 1. - Verslag, 5-1896 - Nr. 121. - Beslissing om niet te amenderen, 5-1896 - Nr. 122. Handelingen van de Senaat. - 21 december 2012.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten
Erratum Franstalige versie