J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2012/08/03/2012204280/justel

Titel
3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een " Europese blauwe kaart "
(NOTA : opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij BDG 2018-06-07/15, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 24-12-2018)
(NOTA : opgeheven voor het Vlaams Gewest bij BVR 2018-06-01/06, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 24-12-2018)
(NOTA : opgeheven voor het Brusselse Gewest bij BESL 2019-05-16/12, art. 47, 004; Inwerkingtreding : 01-06-2019)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-08-2012 en tekstbijwerking tot 04-06-2019)

Bron : WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 31-08-2012 nummer :   2012204280 bladzijde : 53641       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2012-08-03/35
Inwerkingtreding : 10-09-2012

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-8
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning die wordt uitgereikt aan een werkgever, bij toepassing van artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, moet door de werkgever worden ingediend bij de bevoegde Overheid middels een door deze bevoegde Overheid uitgereikt formulier dat minstens de vermeldingen bevat die zijn opgenomen in de bijlage van dit besluit.

  Art. 2. De werkgever voegt bij het in artikel 1 bedoelde formulier de volgende documenten :
  - een afschrift van de geschreven arbeidsovereenkomst conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ondertekend door de werkgever en de werknemer;
  - een afschrift van het paspoort van de werknemer indien deze niet in België aanwezig is of een afschrift van het document, uitgereikt door de betrokken gemeente, dat de verblijfssituatie van de werknemer bevestigt, indien deze reeds in België aanwezig is;
  - een vertaald en gelegaliseerd afschrift van het diploma van de werknemer dat bevestigt dat hij geslaagd is in een postsecundaire cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut erkend als instelling voor hoger onderwijs door de Staat waarin het instituut is gevestigd zoals bedoeld in artikel 15/1 van voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999.

  Art. 3. De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning wordt geacht te zijn ingediend :
  - hetzij op de datum van indiening van het volledige dossier bij de bevoegde Overheid,
  - hetzij op de derde werkdag volgend op de datum van verzending door de Post van het volledige dossier aan de bevoegde Overheid.
  Indien ter staving van de aanvraag niet afdoende gegevens of documenten zijn verstrekt, deelt de bevoegde Overheid de aanvrager mee welke bijkomende documenten of gegevens vereist zijn. De aanvrager heeft dertig dagen om die inlichtingen te verstrekken. In dit geval wordt de termijn van dertig dagen bepaald in artikel 15/3 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999 verlengd met dertig dagen. Indien de aanvullende gegevens of documenten niet binnen de gestelde termijn worden verstrekt, wordt de aanvraag afgewezen.

  Art. 4. De voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde Overheid naar de werkgever verzonden. Een afschrift van deze voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde Overheid naar de Dienst Vreemdelingenzaken verstuurd.

  Art. 5. De bevoegde Overheid verwittigt de Dienst Vreemdelingenzaken van elke inlichting meegedeeld door de werkgever met betrekking tot de verbreking van de arbeidsovereenkomst of in verband met wijzigingen inzake de arbeidsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 15/1 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999.

  Art. 6. Iedere aanvraag betreffende een nieuwe voorlopige arbeidsvergunning, zoals bedoeld in artikel 15/4 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999, dient ingediend bij de bevoegde Overheid volgens dezelfde nadere regels en procedure zoals voorzien voor de eerste aanvraag, twee maanden voor het einde van de geldigheid van de Europese blauwe kaart.

  Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 van wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het Belgisch Staatsblad wordt inwerking treedt.

  Art. 8. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

  BIJLAGE.

  Art. N. Aanvraag om voorlopige arbeidsvergunning afgeleverd in het kader van het verkrijgen door de buitenlandse werknemer van een Europese blauwe kaart
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 31-08-2012, p. 53647-53648)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, artikelen 8, § 2,
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, afdeling 1bis,
   Gelet op het advies van de Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, gegeven op 21 juni 2011,
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 juni 2011,
   Gelet op het akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 15 juli 2011,
   Gelet op het advies 50.185/1 van de Raad van State, gegeven op 20 september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973,
   Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 16-05-2019 GEPUBL. OP 04-06-2019
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 01-06-2018 GEPUBL. OP 09-07-2018
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • BESLUIT DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 07-06-2018 GEPUBL. OP 27-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Het ontwerp van besluit dat we de eer hebben Zijne Majesteit ter ondertekening voor te leggen, bepaalt de procedure die moet worden gevolgd in het kader van de uitreiking van de voorlopige arbeidsvergunningen die wordt aangevraagd om de " Europese blauwe kaart " te bekomen.
       De aangebrachte wijzigingen zijn gebaseerd op de volgende wettelijke bepalingen.
       Artikel 8, § 2 van wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers biedt Zijne Majesteit de gelegenheid om de regels vast te leggen voor de indiening van de aanvragen om de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten, en voor de verlenging en de vernieuwing ervan. Die bepaling biedt Zijne Majesteit ook de gelegenheid om de regels vast te leggen tot toekenning, weigering en intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten.
       Artikelsgewijze bespreking
       Artikel 1. Dit artikel bepaalt dat de aanvraag inzake voorlopige arbeidsvergunning door de werkgever moet worden ingediend bij de bevoegde overheid aan de hand van een formulier dat door deze bevoegde overheid wordt uitgereikt. Dit formulier moet ten minste de vermeldingen bevatten die als bijlage bij het besluit dat U wordt voorgelegd, zijn opgenomen.
       Art. 2. Dit artikel bepaalt welke documenten noodzakelijk zijn om de voorlopige arbeidsvergunning aan te vragen. Het zijn de volgende :
       - een kopie van de arbeidsovereenkomst die is ondertekend door de twee partijen;
       - een kopie van het paspoort als de werknemer niet aanwezig is in België of van het verblijfsdocument dat is uitgereikt door het gemeentebestuur, als de werknemer zich op het Belgische grondgebied bevindt;
       - een beëdigde vertaling van het diploma van de werknemer waarin vermeld wordt dat hij geslaagd is voor drie jaar postsecundaire hogere studies.
       Art. 3. Het eerste lid van dit artikel bepaalt vanaf welke datum het dossier wordt beschouwd " als zijnde ingediend " bij de bevoegde overheid.
       Het tweede lid bepaalt de procedure die moet worden gevolgd als de informatie of de documenten die bij de aanvraag worden gevoegd, ongeschikt zijn.
       In dit geval moet de bevoegde Overheid de aanvrager uitleggen welke de ontbrekende documenten zijn. De aanvrager heeft één maand om deze informatie te bezorgen.
       Deze bepaling wijkt af van het artikel 34, 1° van bovengenoemd koninklijk besluit van 9 juni 1999 dat bepaalt dat de aanvraag wordt geweigerd wanneer deze onvolledige gegevens bevat.
       Deze bepaling is echter nodig met het oog op een volledige omzetting van de Richtlijn 2009/50/EG en meer bepaald van artikel 11, punt 2 van deze Richtlijn.
       Art. 4. Dit artikel bepaalt dat de voorlopige arbeidsvergunning moet worden bezorgd aan de werkgever en dat een kopie van dit document moet worden gestuurd aan de Dienst Vreemdelingenzaken.
       Art. 5. Dit artikel bepaalt dat de bevoegde Overheid zich ertoe verbindt de Dienst Vreemdelingenzaken alle informatie te verstrekken betreffende de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de wijzigingen van de arbeidsovereenkomst (bedoeld in artikel 15/1 van bovengenoemd koninklijk besluit van 9 juni 1999).
       Art. 6. Dit artikel bepaalt dat in geval van een nieuwe aanvraag inzake voorlopige arbeidsvergunning, identiek dezelfde procedure moet worden gevolgd als bij de eerste aanvraag.
       Art. 7. Dit artikel bepaalt dat dit besluit op dezelfde dag in werking treedt als het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 houdende wijzigingen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
       Deze uitgestelde inwerkingtreding wordt verklaard door het feit dat de volledige procedure inzake de toekenning van de Europese blauwe kaart, een combinatie is van de bepalingen inzake " verblijf " en de bepalingen inzake " werk ", zoals hierboven vermeld.
       De Minister van Werk,
       Mevr. M. DE CONINCK
       
       Advies 50.185/1 van 20 september 2011 van de afdeling wetgeving van de Raad van State
       De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 11 augustus 2011 door de Minister van Werk verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 26 september 2011, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de voorwaarden inzake de indiening en de uitreiking van voorlopige arbeidsvergunningen die worden toegekend in het kader van de aanvraag tot verkrijging van een " Europese blauwe kaart " door de buitenlandse werknemer', heeft het volgende advies gegeven :
       Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
       * * *
       Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van het ontwerp, van de rechtsgrond, alsmede van de te vervullen vormvereisten.
       * * *
       STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
       1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het regelen van de procedure die moet worden gevolgd voor het aanvragen en het toekennen van de voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de regeling van de Europese blauwe kaart, zoals die in de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zal worden ingevoegd bij een wet die in ontwerpvorm het voorwerp heeft uitgemaakt van advies 50.205/2/V van 12 september 2011 van de Raad van State, afdeling Wetgeving (1).
       De ontworpen regeling moet worden gelezen in samenhang met de artikelen 15/1 tot 15/4 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, welke bepalingen in dat koninklijk besluit zullen worden ingevoegd bij het koninklijk besluit dat in ontwerpvorm het voorwerp uitmaakt van advies 50.184/1 dat heden wordt uitgebrach (2).
       2.1. Onder voorbehoud van hetgeen onder 2.2 wordt vermeld, kan de ontworpen regeling worden geacht rechtsgrond te vinden in artikel 8, § 2, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Die bepaling luidt :
       " De Koning stelt de nadere regelen vast voor de indiening van de aanvragen om de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten en voor de verlenging of de vernieuwing ervan.
       Hij stelt eveneens de nadere regelen vast tot toekenning, weigering en intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten ".
       2.2. In artikel 7 van het ontwerp wordt bepaald dat er een protocol wordt gesloten " dat doelt op de samenwerking tussen de bevoegde overheden, de Dienst Vreemdelingenzaken en de inspectiediensten die belast zijn met het toezicht op de wetgeving betreffende de reglementering en de arbeidsbetrekkingen ".
       Geen van de wetsbepalingen, vermeld in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp, biedt rechtsgrond voor het aangehaalde artikel 7. Daarenboven kan de Koning niet bevoegd worden geacht om de gewestelijke overheden (3) te verplichten om het in artikel 7 van het ontwerp bedoelde protocol te sluiten. Dergelijke verplichting is immers niet in overeenstemming met de aan de betrokken overheden toekomende autonomie. Om die redenen dient artikel 7 uit het ontwerp te worden weggelaten.
       
       ONDERZOEK VAN DE TEKST
       Aanhef
       1. Rekening houdend met hetgeen over de rechtsgrond van de ontworpen regeling is opgemerkt, redigere men het eerste lid van de aanhef van het ontwerp als volgt :
       " Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, artikel 8, § 2; " (4).
       2. In het tweede lid van de aanhef van het ontwerp wordt verwezen naar artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Deze bepaling strekt de ontworpen regeling niet tot rechtsgrond en wordt er evenmin door gewijzigd. Een verwijzing ernaar in de aanhef van het ontwerp is daarenboven niet noodzakelijk voor een goed begrip van de ontworpen regeling (5). Het tweede lid kan derhalve uit de aanhef worden weggelaten.
       3. Aan het einde van de Nederlandse tekst van het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het begrotingsakkoord dient uiteraard te worden geschreven " , gegeven op 15 juli 2011; ".
       4. Men passe de redactie van het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het advies van de Raad van State aan als volgt :
       " Gelet op advies 50.185/1 van de Raad van State, gegeven op 20 september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; ".
       Artikel 1
       De zinsnede " ingevoegd door het koninklijk besluit van..., ", in artikel 1 van het ontwerp, heeft tot gevolg dat toekomstige wijzigingen die mogelijk zullen worden aangebracht in artikel 15/1 van het koninklijk besluit 9 juni 1999 voor de toepassing van artikel 1 buiten beschouwing dienen te worden gelaten. Indien dit niet de bedoeling is, wordt de voornoemde zinsnede best geschrapt.
       Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van de artikelen 5 en 6 van het ontwerp.
       Artikel 8
       Indien het de bedoeling is om de datum van inwerkingtreding van de ontworpen regeling af te stemmen op die van de regeling welke, in ontwerpvorm, het voorwerp uitmaakte van advies 50.248/2/V dat de Raad van State, afdeling Wetgeving, op 8 september 2011 uitbracht (6), dient er uiteraard op te worden toegezien dat het correcte opschrift van het betrokken koninklijk besluit wordt vermeld. Daarenboven moet worden verwezen naar de datum van " inwerkingtreding " en niet naar die van de " bekendmaking " van het laatstgenoemde koninklijk besluit.
       Bijlage
       Het opschrift van het in bijlage bij het ontwerp gevoegde aanvraagformulier moet worden voorafgegaan door het woord " Bijlage ". Aan het einde van de bijlage dient de formule " Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van... " te worden toegevoegd, waarna dezelfde ondertekeningen moeten volgen als die welke volgen na het dispositief (7).
       
       De kamer was samengesteld uit
       de Heren M. Van Damme, kamervoorzitter,
       J. Baert,
       W. Van Vaerenbergh, staatsraden,
       M. Rigaux, assessor van de afdeling Wetgeving,
       Mevrouw A. Beckers,griffier.
       Het verslag werd uitgebracht door Mevrouw G. Scheppers, auditeur.
       
       De griffier
       A. Beckers
       De voorzitter
       M. Van Damme
       ------
       (1) Advies 50.205/2/V van 12 september 2011 over een voorontwerp van wet " tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen ".
       (2) Advies 50.184/1 van 20 september 2011 over een ontwerp van koninklijk besluit " tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, strekkende tot de toekenning van een voorlopige arbeidsvergunning in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart ".
       (3) Luidens artikel 2, 3°, van de wet van 30 april 1999 en artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 dient onder " de bevoegde overheid " te worden verstaan " de overheid bevoegd krachtens artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen ".
       (4) De vermelding van de artikelen 4, § 4, en 6, 2°, van de wet van 30 april 1999 is in het tekstvoorstel weggelaten omdat die bepalingen geen rechtsgrond bieden voor de ontworpen regeling. Het betreft immers bepalingen die niet op het vaststellen van de procedure van aanvraag of toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning betrekking hebben of die geen machtiging van de Koning inhouden.
       (5) In diverse artikelen van het ontwerp wordt reeds melding gemaakt van artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Indien aan het tweede lid van de aanhef de bedoeling ten grondslag zou liggen om op de samenhang te wijzen met de regeling die met betrekking tot de voorlopige arbeidsvergunningen in het kader van het verkrijgen van de Europese blauwe kaart zal worden ingevoegd in het koninklijk besluit van 9 juni 1999 door het ontwerp 50.184/1, zou trouwens logischerwijze best worden verwezen naar alle bepalingen van de in dat koninklijk besluit in te voegen afdeling 1bis (ontworpen artikelen 15/1 tot 15/4).
       (6) Ontwerp van koninklijk besluit " tot wijziging van de koninklijke besluiten van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van 17 mei 2007 tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van 7 mei 2008 tot vaststelling van bepaalde uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen ".
       (7) Handleiding Wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, nr. 172, te raadplegen op de website van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be).

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie