J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2009/06/08/2009000425/justel

Titel
8 JUNI 2009. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op welbepaalde plaatsen, gesitueerd in het <grensgebied>, voorzien in artikel 74/5, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
(NOTA : Artikel 69 vernietigd bij het arrest nr 207.819 van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak van 01-10-2010, zie B.St. van 02-12-2010, p. 73739)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 25-06-2009 nummer :   2009000425 bladzijde : 43902       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2009-06-08/04
Inwerkingtreding : 05-07-2009

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities en algemene bepalingen
Art. 1-4
HOOFDSTUK 2. - Reglementering inzake bewoners
Art. 5-12
HOOFDSTUK 3. - Regels van toepassing bij de aankomst
Art. 13-19
HOOFDSTUK 4. - Regels tijdens het verblijf
Deel 1. - Telefoongebruik en briefwisseling
Art. 20-29
Deel 2. - Bezoeken
Deel 2.1. - Algemene bepalingen
Art. 30-31
Deel 2.2. - Professionele bezoeken
Art. 32-39
Deel 2.3. - Bezoeken van de familieleden of andere personen
Art. 40-42
Deel 3. - Materieel welzijn en behoeften op het gebied van voeding, hygiëne en kledij
Art. 43-48
Deel 4. - Ontspanningsmogelijkheden
Art. 49-51
Deel 5. - Medische, psychologische, sociale en juridische bijstand
Art. 52-60
Deel 6. - De morele en religieuze beleving in het INAD-centrum
Art. 61-62
HOOFDSTUK 5. - Ordemaatregelen
Art. 63-66
HOOFDSTUK 6. - Overbrenging naar een ander INAD-centrum of een gesloten centrum. - Afzondering
Art. 67
HOOFDSTUK 7. - Veiligheid, ontsnapping, risico op zelfmoord, brand en bomalarm
Art. 68-76
HOOFDSTUK 8. - Verwijdering van de bewoner of overbrenging naar een gesloten centrum
Art. 77-78
HOOFDSTUK 9. - Administratieve voorschriften en jaarverslag
Art. 79-84
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002
Art. 85
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Art. 86

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities en algemene bepalingen

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  2° de Minister : de Minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onder zijn bevoegdheid heeft;
  3° de INAD-centra : plaatsen bedoeld in de artikelen 74/5, § 1, 1° en 74/8, § 1, van de voornoemde wet van 15 december 1980;
  4° de bewoner : vreemdeling die het voorwerp heeft uitgemaakt van een beslissing tot vasthouding en een beslissing tot verwijdering en die zich, in afwachting van de uitvoering van de verwijderingsmaatregel, in een INAD-centrum bevindt;
  5° personeel van het INAD-centrum : personeel aangeduid voor het uitvoeren van de taken die hen in dit besluit worden toevertrouwd;
  6° het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 : het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken,
  waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  7° de directeur-generaal : de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken of zijn gemachtigde.

  Art. 2. Dit besluit bepaalt het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de INAD-centra.
  Het huishoudelijk reglement regelt de uitvoeringsmodaliteiten van de bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op de dagelijkse werking van de INAD-centra. Dit reglement kan geen bepalingen bevatten die de draagwijdte van dit besluit beperken.
  Het huishoudelijk reglement wordt goedgekeurd door de Minister.

  Art. 3. Het verblijf van de bewoner is beperkt tot 7 dagen in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of 48 uren in de INAD-centra van de regionale luchthavens erkend als Schengengrenspost. Indien de verwijdering, niet binnen deze termijn kan worden uitgevoerd wordt de bewoner overgebracht naar een andere plaats, door de Koning bepaald als gelijkgesteld met de plaatsen gelegen in het <grensgebied>, met toepassing van artikel 74/5, § 2 van de wet. Deze overbrenging kan slechts plaatsvinden na instructie van de Dienst Vreemdelingenzaken.

  Art. 4. De opsluiting en de vasthouding zijn geen sancties maar middelen tot uitvoering van een verwijderingsmaatregel.

  HOOFDSTUK 2. - Reglementering inzake bewoners

  Art. 5. Het personeel van het INAD-centrum heeft als opdracht :
  1° de bewoner in het centrum vast te houden in afwachting van, al naargelang het geval :
  - zijn terugdrijving naar de plaats van vertrek of elke andere plaats waar hij gemachtigd kan worden tot binnenkomst of verblijf of;
  - zijn repatriëring, indien de vervoerder die hem heeft meegenomen onbekend is, of;
  - zijn machtiging om het Rijk binnen te komen;
  2° hem psychologisch en sociaal te begeleiden en voor te bereiden op zijn eventuele verwijdering;
  3° hem aan te zetten tot naleving van de beslissing tot verwijdering die ten aanzien van hem werd genomen.
  De organisatie en de werking van het INAD-centrum moeten daarop worden afgestemd.

  Art. 6. Geen enkele vreemdeling kan ten laste worden genomen door het INAD-centrum zonder in het bezit te zijn gesteld van een beslissing tot verwijdering en een beslissing tot vasthouding in het INAD-centrum.
  Indien een vreemdeling, omwille van praktische of humanitaire redenen, op vrijwillige basis wenst opgenomen te worden in een INAD-centrum, zonder dat hij te dien einde het voorwerp uitmaakt van een beslissing tot vasthouding, dan is de voorafgaande toestemming van de directeur-generaal steeds vereist.

  Art. 7. Elke bewoner kan ten vroegste 24 uur vóór de vlucht die hem moet terugbrengen naar de plaats van vertrek of elke andere plaats waar hij tot binnenkomst of verblijf kan worden gemachtigd weer zijn intrek nemen in het INAD-centrum.

  Art. 8. Elke bewoner wordt door het personeel van het INAD-centrum gelijkwaardig, correct en respectvol behandeld, met respect voor de persoonlijke levenssfeer en zonder enige discriminatie.
  Het personeel van het INAD-centrum respecteert de mening en de eigenheid van elke bewoner op godsdienstig, moreel, filosofisch, cultureel en politiek gebied.

  Art. 9. Elke bewoner heeft, onder de in dit besluit vastgelegde voorwaarden, het recht op individuele medische, psychologische, sociale en juridische bijstand.
  De bewoners van het INAD-centrum dienen elkaars mening en eigenheid onder meer op godsdienstig, filosofisch, cultureel en politiek vlak te respecteren.

  Art. 10. Het personeel van het INAD-centrum communiceert in een taal die de bewoner begrijpt. Indien nodig wordt beroep gedaan op een tolk.

  Art. 11. Het personeel van het INAD-centrum onderhoudt met de bewoners enkel het contact dat verantwoord is voor het uitvoeren van de dienstopdracht. Een professionele houding is steeds vereist.
  Indien het personeel van het INAD-centrum vaststelt dat er in hoofde van de bewoner ernstige elementen aanwezig zijn die de vrijlating of het uitstel van het vertrek kunnen verantwoorden, moet het deze elementen voorleggen aan de directeur-generaal of aan de door de directeur-generaal aangeduide dienst of persoon.

  Art. 12. De bewoner mag niet aan publieke belangstelling blootgesteld worden, noch zonder zijn instemming onderworpen worden aan vragen van journalisten of van derden of van personen bedoeld in de artikelen 35 tot 39, noch gefotografeerd of gefilmd worden.

  HOOFDSTUK 3. - Regels van toepassing bij de aankomst

  Art. 13. De gevaarlijke voorwerpen en verboden stoffen worden door de politie in beslag genomen. De voorwerpen en stoffen die verboden zijn in de veiligheidszone met een gereglementeerde toegang worden tijdens het verblijf van de bewoner in het INAD-centrum bewaard door de politie. Er wordt een inventaris opgemaakt van de in bewaring gegeven goederen.
  Indien dat nodig is, wordt er voor de controle van de goederen die in het bezit zijn van de bewoner, zelfs indien die naar het INAD-centrum worden meegenomen, een beroep gedaan op het personeel van de FOD Financiën/Douane. Een dergelijke controle is met name gerechtvaardigd indien :
  - hij de toestemming zou krijgen om het Rijk te betreden, of;
  - hij ervan verdacht wordt goederen te smokkelen, of;
  - de goederen die door hem worden vervoerd een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid, of;
  - de bewoner verboden goederen, dieren of planten vervoert.

  Art. 14. De bewoner heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben of in bewaring te geven overeenkomstig de door het huishoudelijk reglement te bepalen regels.
  De bewaargeving valt onder toezicht en verantwoordelijkheid van de centrumdirecteur voor het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens. Er wordt een inventaris opgemaakt van de in bewaring gegeven goederen. De betrokken bewoner ontvangt een afschrift van de inventaris die hijzelf en twee daartoe bevoegde personeelsleden ondertekenen.

  Art. 15. Na de door de politie uitgevoerde fouillering wordt de bewoner uitgenodigd om gebruik te maken van de sanitaire installaties, tenzij dit om medische redenen of [veiligheidsredenen] niet aangewezen is. (Erratum, B.St. 23-07-2009, p. 50405)

  Art. 16. Indien de bewoner van het INAD-centrum ziektesymptomen vertoont of indien hij er zelf om verzoekt, neemt het personeel van het INAD-centrum zo spoedig mogelijk de nodige schikkingen om een medisch onderzoek te laten plaatsvinden. De bewoner moet zijn medewerking verlenen aan het medisch onderzoek.
  Indien een medische behandeling vereist is en niet ter plaatse kan worden verstrekt, moet de dienst of de persoon aangeduid door de directeur-generaal hiervan onmiddellijk, schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

  Art. 17. Wanneer hij in het INAD-centrum aankomt, heeft de bewoner recht op één gratis nationaal telefoongesprek van minimum 10 minuten.

  Art. 18. Een exemplaar van dit besluit en van het huishoudelijk reglement worden ter beschikking gesteld van de bewoner.

  Art. 19. De redenen van de opsluiting, de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan de bewoner onderworpen is en de bestaande beroepen worden gemeld aan de bewoner, in een taal die hij begrijpt. Indien nodig, wordt er beroep gedaan op een tolk.

  HOOFDSTUK 4. - Regels tijdens het verblijf

  Deel 1. - Telefoongebruik en briefwisseling

  Art. 20. De bewoner heeft het recht dagelijks tussen acht uur en tweeëntwintig uur gratis met zijn advocaat en zijn diplomatieke of consulaire overheden te telefoneren.
  De advocaten hebben het recht op ieder ogenblik met hun cliënt telefonisch in contact te treden.
  Het telefonisch contact tussen een bewoner en zijn advocaat kan niet worden verboden.

  Art. 21. De bewoner heeft het recht om alle dagen op eigen kosten te telefoneren. Het personeel respecteert het privé-karakter van deze telefoongesprekken.

  Art. 22. In het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, de bescherming van de openbare orde of indien het nemen van preventieve maatregelen tegen strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de rechten en de vrijheden van anderen of de bescherming van de veiligheid van het INAD-centrum dit vereisen kan het telefonisch contact verboden worden met uitzondering van het telefonisch contact met zijn advocaat. In dit geval moet de Minister of zijn gemachtigde daarvan onmiddellijk op de hoogte worden gebracht.

  Art. 23. Onder briefwisseling wordt elke vorm van inkomende of uitgaande post verstaan. Behoudens de bepalingen in artikel 25 hebben de bewoners het recht om dagelijks en onbeperkt briefwisseling te voeren.

  Art. 24. De inkomende post kan op elk ogenblik gecontroleerd worden om na te gaan of deze geen andere voorwerpen dan brieven bevat. Deze controle gebeurt in aanwezigheid van de geadresseerde. Gevaarlijke of verboden voorwerpen worden in bewaring genomen.
  Behoudens de gevallen bepaald in artikel 25, mag het personeel van het INAD-centrum geen kennis nemen van de inhoud van de brieven. De briefwisseling komende van of met de publieke overheden als bestemming wordt niet gecontroleerd.

  Art. 25. Indien er ernstige aanwijzingen zijn dat de briefwisseling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of de openbare orde of indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten, ter bescherming van de gezondheid, de goede zeden of de rechten en vrijheden van anderen of ter bescherming van de veiligheid van het centrum, kan de briefwisseling van of gericht aan een bewoner, voor de verzending of de overhandiging ervan, aan een inhoudelijke controle door de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of door de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens worden onderworpen, met uitzondering van de briefwisseling bedoeld in de artikelen 26 en 27. Deze controle gebeurt in aanwezigheid van de betrokken bewoner.
  Indien blijkt dat de inhoud van de briefwisseling, bedoeld in het eerste lid, een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of de openbare orde of indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten, ter bescherming van de gezondheid, de goede zeden of de rechten en vrijheden van de anderen of ter bescherming van de veiligheid van het centrum, kan de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens beslissen de briefwisseling niet te verzenden of niet te overhandigen. Hij dient de Minister hiervan onmiddellijk via hiërarchische weg op de hoogte te brengen.

  Art. 26. De briefwisseling tussen de bewoner en de advocaat van zijn keuze is niet onderworpen aan de in de artikelen 24 en 25 bepaalde controle. Teneinde de vrije briefwisseling te verzekeren worden de hoedanigheid en het beroepsadres van de advocaat en de identiteit van de bewoner op de briefomslag vermeld.
  Indien de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in [het INAD-centrum] van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens ernstige gronden heeft om aan te nemen dat de briefwisseling tussen de advocaat en de bewoner geen betrekking heeft op rechtshulpverlening, kan hij de ter verzending aangeboden of toegezonden brieven aan de controle onderwerpen van de Stafhouder van de Orde van advocaten van het gerechtelijk arrondissement waar het centrum gelegen is. (Erratum, B.St. 23-07-2009, p. 50405)

  Art. 27. De brieven afkomstig van of gericht aan de volgende personen of overheden zijn niet onderworpen aan de in de artikelen 25 en 26 bepaalde controle :
  1° de Koning;
  2° de voorzitter van de Senaat, de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  3° de ministers en staatssecretarissen van de federale regering; de ministers en staatssecretarissen van de gemeenschaps- en gewestregeringen;
  4° de voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse zaken, de directeur-generaal, de adviseurs-generaal;
  5° de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens;
  6° de voorzitters van het Arbitragehof;
  7° de rechterlijke overheden;
  8° de eerste voorzitter van de Raad van State, de auditeur-generaal bij de Raad van State, de hoofdgriffier van de Raad van State;
  9° de syndicus van de gerechtsdeurwaarders en de voorzitters van de Kamer van notarissen van het arrondissement waar het centrum gelegen is;
  10° de voorzitter van het Europees Comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;
  11° de federale, gemeenschaps en gewestelijke ombudsmannen;
  12° de stafhouder van de Orde van advocaten van het arrondissement waar het centrum gelegen is;
  13° de directeur en de adjunct-directeur van het Centrum voor Gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding;
  14° de voorzitter van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten;
  15° de Commissie en het Permanent Secretariaat van de klachtencommissie bedoeld in artikel 130;
  Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, moeten de bewoners hun brieven richten aan het adres waar deze personen of overheden hun ambt uitoefenen.

  Art. 28. Het personeel van het INAD-centrum helpt de bewoner die de nodige kennis daartoe niet bezit, bij het opstellen of lezen van zijn brieven, indien hij dat vraagt.

  Art. 29. Het personeel van het INAD-centrum stelt kosteloos briefpapier ter beschikking van de bewoner. Indien de bewoner de verzendingskosten niet kan betalen, heeft hij het recht de brieven, voor een redelijk bedrag, op kosten van het INAD-centrum te laten frankeren.

  Deel 2. - Bezoeken

  Deel 2.1. - Algemene bepalingen

  Art. 30. De bezoeken vinden plaats in een vrij lokaal van de politie omwille van de kleine oppervlakte van de infrastructuur van de INAD-centra.
  De bezoeken moeten [steeds], bij de politie worden aangevraagd teneinde een afspraak vast te leggen en het bezoek te organiseren in een vrij lokaal, rekening houdend met de geringe oppervlakte van de infrastructuur. (Erratum, B.St. 23-07-2009, p. 50405)

  Art. 31. Alle bezoekers moeten bij het begin van het bezoek een geldig identiteitsbewijs of -document voorleggen. De politie kan hierop een uitzondering toestaan.
  De bezoekers worden in het bezoekersregister ingeschreven.
  Het onderhoud vindt plaats buiten de aanwezigheid van het personeel van het INAD-centrum.

  Deel 2.2. - Professionele bezoeken

  Art. 32. Het personeel van de dienst controle grenzen van de Dienst Vreemdelingenzaken hebben onbeperkt toegang tot de INAD-centra. Andere personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken kunnen gemachtigd worden door de directeur-generaal.

  Art. 33. De advocaten en de tolken die de advocaten bijstaan, hebben alle dagen en tenminste van acht uur tot tweeëntwintig uur, toegang tot een vrij lokaal van de politie, om hun cliënt te bezoeken, voorzover zij hun hoedanigheid door middel van een geldige beroepskaart kunnen aantonen.
  De advocaten die niet in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, hebben hiertoe eveneens toegang op voorwaarde dat de Minister, op advies van de Procureur des Konings en van de Stafhouder van de Orde van Advocaten van het gerechtelijk arrondissement waar het INAD-centrum gelegen is, hen een bijzondere machtiging heeft gegeven.
  Het bezoek vanwege de advocaat van de bewoner mag niet worden verboden.

  Art. 34. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van de Staat waarvan de bewoner een onderdaan is, beschikt over een bezoekrecht.

  Art. 35. De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat en de leden van de uitvoerende en rechterlijke macht die zich in het centrum aanmelden, mogen in contact komen met één of meerdere op voorhand te identificeren bewoners, nadat zij zich als zodanig kenbaar hebben gemaakt bij de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens en indien zij aantonen dat hun bezoek aan die bewoner of die bewoners nodig is, in het kader van hun ambt of hun functie.

  Art. 36. De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat hebben tussen acht uur en negentien uur steeds toegang tot het INAD-centrum, nadat zij zich als zodanig kenbaar hebben gemaakt.

  Art. 37. De volgende overheden hebben in het kader van de uitoefening van hun ambt tussen acht uur en negentien uur steeds toegang tot het INAD-centrum :
  1° de provinciegouverneur bevoegd voor het grondgebied waar het centrum gelegen is;
  2° de burgemeester bevoegd voor het grondgebied waar het centrum gelegen is.

  Art. 38. De volgende personen of instellingen en hun leden hebben in het kader van het volbrengen van hun opdracht toegang tot het INAD-centrum :
  1° de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens;
  2° het Europees Comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;
  3° het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding;
  4° De Kinderrechtencommissaris en de Délégué général aux droits de l'enfant;
  5° het Comité tegen Foltering van de Verenigde Naties.

  Art. 39. De directeur-generaal of zijn gemachtigde kan aan andere instellingen, organisaties of personen dan die bedoeld in de artikelen 37 en 38, het recht geven één of meerdere INAD-centra te bezoeken voor de duur en onder de voorwaarden die hij bepaalt.

  Deel 2.3. - Bezoeken van de familieleden of andere personen

  Art. 40. De bewoner heeft het recht om het bezoek te ontvangen van zijn familieleden indien het gaat om zijn ouders en zijn aanverwanten in rechte lijn, zijn voogd, zijn echtgeno(o)t(e) of partner, zijn broers en zussen of zijn ooms en tantes.
  Het bezoek kan enkel plaatsvinden indien hetzij het bewijs van de familieband of van de uitoefening van de ouderlijke macht, hetzij het bewijs van hun geregistreerd partnerschap met de bewoner wordt geleverd. Dit bewijs kan met alle rechtsmiddelen worden geleverd. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger voor het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens kan een uitzondering op die voorwaarde toestaan.

  Art. 41. Het aantal bezoekers is beperkt tot 2 personen per bewoner en per bezoek. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger voor het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens kan hierop een uitzondering toestaan. De kinderen die jonger zijn dan 12 jaar zijn niet in dit cijfer begrepen.

  Art. 42. Andere bezoekers worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande machtiging van de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens.
  Deze machtiging kan enkel worden geweigerd indien :
  - de bewoner de bezoeker niet wenst te ontmoeten;
  - de bezoeker duidelijk geen legitiem belang kan aantonen;
  - er ernstige aanwijzingen zijn dat het bezoek een gevaar kan uitmaken voor de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, de openbare orde en de goede werking van het INAD-centrum;
  - er aanwijzingen zijn dat de morele of fysieke integriteit van de bewoner gevaar loopt.

  Deel 3. - Materieel welzijn en behoeften op het gebied van voeding, hygiëne en kledij

  Art. 43. De plaatsen waar de veiligheid en het comfort dit vereisen, worden van valavond tot 's morgens verlicht.
  In alle lokalen heerst er een temperatuur die aangepast is aan de behoeften van de bewoners en het personeel van het INAD-centrum.
  Alle maatregelen dienen genomen te worden om een goede verluchting en hygiëne in het INAD-centrum te verzekeren.

  Art. 44. De bewoner mag de goede staat en de netheid van de roerende en onroerende goederen van het INAD-centrum niet aantasten.
  De bewoners zorgen er voor dat de vertrekken waarin zijn verblijven in orde [zi] en voldoen aan de voorschriften bepaald in het huishoudelijk reglement. (Erratum, B.St. 23-07-2009, p. 50405)
  De schade die de bewoner opzettelijk aanricht, en de kosten veroorzaakt door zijn gedrag niet conform de regels, kunnen onmiddellijk op hem verhaald worden.

  Art. 45. Elke bewoner krijgt driemaal per dag een maaltijd. De menu's houden in de mate van het mogelijke rekening met de religieuze voorschriften en/of de gezondheid van de bewoners. Een voedselsupplement of een dieetmaaltijd kan op geneeskundig advies worden aangeboden. Varkensvlees wordt nooit geserveerd.
  Alcoholische dranken zijn verboden.

  Art. 46. De bewoner mag zijn eigen kledij behouden, tenzij het personeel van het INAD-centrum in het belang van de veiligheid, de zedelijkheid of de hygiëne, er anders over beslist. Indien dat nodig is, wordt bijkomende kledij ter beschikking gesteld van de bewoner. De bewoner mag, op eigen kosten, de kledij laten brengen die hij nodig heeft.

  Art. 47. De kledij en het beddengoed van de bewoner moeten in overeenstemming zijn met de seizoentemperatuur. Deze worden net en in goede staat gehouden. Te dien einde worden deze regelmatig gewassen.

  Art. 48. De bewoner krijgt dagelijks de gelegenheid zich te wassen. De noodzakelijke toiletartikelen worden kosteloos ter beschikking gesteld.

  Deel 4. - Ontspanningsmogelijkheden

  Art. 49. De bewoner heeft toegang tot de media. In functie van de infrastructuur en de mogelijkheden van elk INAD-centrum worden vrijetijdsactiviteiten georganiseerd.

  Art. 50. De Minister kan organisaties en de personen de toelating geven activiteiten op te starten binnen het INAD-centrum, onder de volgende voorwaarden :
  1° onder activiteiten wordt verstaan : de organisatie van activiteiten ten behoeve van de bewoner, op een regelmatige basis en op professionele wijze;
  2°de activiteiten mogen niet ontwikkeld worden in strijd met de wetgeving betreffende de gesloten centra en de vreemdelingenwetgeving;
  3° een jaarlijks activiteitenplan dient aan de Minister te worden voorgelegd;
  4°de organisatie dient waarborgen te bieden inzake de continuïteit van de activiteiten;
  5° de activiteiten moeten plaatsvinden in samenspraak met de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger voor het INAD-centrum van de luchthaven van Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens;
  6° de werking van de betrokken organisatie wordt jaarlijks geëvalueerd.
  Indien er ernstige aanwijzingen zijn dat oneigenlijk gebruik of misbruik wordt gemaakt van de toelating, bepaald in het eerste lid, wordt de Minister hiervan onmiddellijk, via hiërarchische weg, op de hoogte gebracht.

  Art. 51. De bewoner heeft het recht door bemiddeling van het INAD-centrum en voor eigen rekening, kranten, tijdschriften en andere publicaties te ontvangen waarvan de verspreiding niet bij wet of bij rechterlijke beslissing is verboden, met uitzondering van erotisch en pornografisch materiaal.
  De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens kan een bewoner alleen de kennisneming van bepaalde publicaties of gedeelten van publicaties ontzeggen, wanneer dit voor de handhaving van de orde of de veiligheid volstrekt noodzakelijk is.
  In voorkomend geval wordt de beslissing tot ontzegging met redenen omkleed en schriftelijk betekend aan de bewoner.
  De bewoner heeft het recht om radio- en televisieprogramma's te volgen, overeenkomstig de door het huishoudelijk reglement vastgestelde regels.
  Wanneer dit voor de handhaving van de orde of de veiligheid volstrekt noodzakelijk is, kan de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger voor het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens de bewoner het volgen van bepaalde programma's ontzeggen. In voorkomend geval wordt de beslissing tot ontzegging met redenen omkleed en schriftelijk aan de bewoner meegedeeld.

  Deel 5. - Medische, psychologische, sociale en juridische bijstand

  Art. 52. De bewoner heeft recht op medische bijstand. Het personeel van het INAD-centrum waakt erover dat :
  - de door de arts voorgeschreven geneesmiddelen aan de bewoner worden verstrekt en dat de diëten worden gevolgd;
  - de arts verwittigd wordt indien een bewoner de voorgeschreven geneesmiddelen weigert te nemen.
  De bewoner kan, op eigen kosten, een beroep doen op een door hemzelf gekozen arts. Hij moet het personeel van het INAD-centrum daarvan op de hoogte brengen. In dit geval moet hij de geneesmiddelen en de behandeling zelf betalen.
  Het personeel van het INAD-centrum moet op de hoogte worden gebracht van de aard van het geneesmiddel en de door de arts voorgeschreven behandeling, teneinde de opvolging van de behandeling te verzekeren.
  De door het personeel van het INAD-centrum opgeroepen arts behoudt zijn professionele onafhankelijkheid ten opzichte van het personeel van het INAD-centrum. Zijn evaluaties en beslissingen die betrekking hebben op de gezondheid van de bewoner zijn uitsluitend op medische criteria gebaseerd.
  De voorschriften van geneesmiddelen door de door het personeel van het INAD-centrum opgeroepen arts of door de arts van de bewoner worden op een medische fiche vermeld.

  Art. 53. Indien de arts die door het personeel van het INAD-centrum wordt opgeroepen, vaststelt dat de bewoner aangetast is door een aandoening die niet op passende wijze kan worden behandeld in het INAD-centrum, of in geval van bevalling of stervensgevaar wordt de bewoner naar een gespecialiseerd medisch centrum overgebracht. De directeur-generaal wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht.

  Art. 54. Het personeel van het INAD-centrum waakt erover dat de consultaties door de artsen-specialisten, die volgens de arts noodzakelijk zijn, plaatsvinden en dat de behandelingen die door deze specialisten voorgeschreven worden op de bewoner toegepast worden. Elke weigering van de bewoner om de voorgeschreven behandeling te volgen wordt aan de directeur-generaal meegedeeld.

  Art. 55. Indien de arts die door het personeel van het INAD-centrum wordt opgeroepen, medische bezwaren formuleert met betrekking tot de verwijdering van de bewoner, of van mening is dat de geestelijke of fysieke gezondheid van de bewoner ernstig wordt geschaad door het voortzetten van de opsluiting, worden deze bezwaren of dit advies voorgelegd aan de directeur-generaal, die de uitvoering van de verwijderingsmaatregel of de maatregel van vrijheidsberoving kan schorsen.
  Indien de directeur-generaal de verwijderingsmaatregel niet wenst te schorsen of de maatregel van vrijheidsberoving niet wenst op te heffen, wordt voorafgaandelijk het advies van een arts verbonden aan een gesloten centrum gevraagd, overeenkomstig artikel 61, tweede lid van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002. Indien deze arts de bezwaren of het advies van de eerste arts bevestigt, dient de directeur-generaal hier gevolg aan te geven en de verwijderingsmaatregel te schorsen of de maatregel van vrijheidsberoving op te heffen.
  Indien de tweede arts de bezwaren of het advies niet bevestigt, is het advies van een derde arts doorslaggevend. Indien deze derde arts het advies van de eerste arts bevestigt, dient de directeur-generaal de verwijderingsmaatregel te schorsen of de maatregel van vrijheidsberoving op te heffen.

  Art. 56. Indien het om ernstige aandoeningen, een besmettelijke ziekte of een epidemie gaat, brengt de arts de bevoegde overheden zo snel mogelijk op de hoogte, teneinde de nodige maatregelen te nemen.

  Art. 57. De bewoner kan psychologische steun en sociale bijstand krijgen. In dit geval moet hij dit voorafgaandelijk aanvragen bij het personeel van het INAD-centrum.
  Het personeel van het INAD-centrum doet in functie van de specifieke situatie van de bewoner een voorstel aan de dienst of de persoon hiertoe aangeduid door de directeur-generaal.
  In dringende gevallen wordt een psycholoog van de Dienst Vreemdelingenzaken aangeduid door de dienst of de persoon aangeduid door de directeur-generaal.
  De bewoner kan, op eigen kosten, een beroep doen op een door hemzelf gekozen psychologische expert.

  Art. 58. De bewoner heeft recht op juridische bijstand. Het personeel waakt erover dat de bewoner een beroep kan doen op het bureau voor juridische bijstand, overeenkomstig de artikelen 508/1 en volgende van het gerechtelijk wetboek.

  Art. 59. Het personeel van het INAD-centrum kan de bewoner bijstaan bij het vervullen van de administratieve formaliteiten, zoals de formaliteiten die betrekking hebben op de burgerlijke stand.

  Art. 60. De bewoner heeft het recht om de consulaire vertegenwoordiging van zijn land die bevoegd is voor de plaats waar hij wordt vastgehouden op de hoogte te brengen van zijn vasthouding.

  Deel 6. - De morele en religieuze beleving in het INAD-centrum

  Art. 61. De bewoner die te kennen geeft deel te willen nemen aan een erkende eredienst krijgt op zijn verzoek morele en religieuze bijstand van de bedienaars van die eredienst.
  De bewoner die morele steun wenst te ontvangen,kan een beroep doen op een consulent die een niet-confessionele levensbeschouwing vertegenwoordigt.
  Deze bedienaars van erediensten of deze consulenten worden door hun oversten aan de Minister of zijn gemachtigde voorgesteld.
  Zij worden in het bezit gesteld van een identificatiekaart die door de Minister of zijn gemachtigde wordt afgeleverd.

  Art. 62. Op verzoek van een bewoner kan de Minister of zijn gemachtigde, hulpbedienaars van een niet door de staat erkende eredienst toegang verlenen tot het INAD-centrum.
  De bedienaars van de erediensten en de morele consulenten bezoeken slechts de bewoners die daarom vragen en moeten de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger voor het INAD-centrum van de luchthaven van Brussel Nationaal of de politie in de regionale INAD-centra contacteren om het bezoek te organiseren in een vrij lokaal, rekening houdend met de kleine oppervlakte van de infrastructuur van de INAD-centra.

  HOOFDSTUK 5. - Ordemaatregelen

  Art. 63. De ordemaatregelen hebben enkel tot doel de veiligheid van de bewoners en de goede werking van het INAD-centrum te waarborgen.
  In de mate van het mogelijke worden ordemaatregelen vermeden.

  Art. 64. Enkel de ordemaatregelen die door of krachtens dit besluit zijn omschreven kunnen ten aanzien van een bewoner worden genomen, met het oog op het beschermen van de fysieke integriteit van de bewoners en het verzekeren van de goede werking van het centrum.
  Voor een en dezelfde inbreuk mag ten aanzien van een bewoner niet tweemaal een ordemaatregel worden genomen.

  Art. 65. § 1.Enkel de volgende feiten worden beschouwd als inbreuken die aanleiding kunnen geven tot ordemaatregelen :
  - ernstige en herhaalde beledigingen ten aanzien van het personeel of daarmee gelijk te stellen personen, die van aard zijn hun gezag te ondermijnen;
  - ernstige en herhaalde beledigingen ten aanzien van andere bewoners, die van aard zijn aanleiding te geven tot feitelijkheden;
  - het zich zonder toelating opzettelijk bevinden in een ruimte of plaats die men niet gerechtigd is te betreden of buiten de toegestane tijdsperiode en door dit feit de orde, de veiligheid of de goede werking van het centrum te verstoren;
  - daden van koop of verkoop of het aanbod daartoe tussen bewoners, behoudens toelating van het personeel;
  - het in het bezit hebben of het gebruik van verboden voorwerpen of substanties.
  - het geen gevolg geven aan de aanmaningen of de bevelen van het personeel, tenzij deze manifest onrechtmatig zijn;
  - het opzettelijk vernielen of beschadigen van andermans roerende of onroerende goederen of van de zaken die in het bezit werden gesteld of gelaten van de bewoners, onder beding om ze in goede staat te onderhouden;
  - het verstoren van de veiligheid, de orde, de goede zeden en de goede werking van het centrum of het zich opzettelijk niet houden aan een afspraak, waardoor de goede gang van zaken van het centrum in het gedrang komt of aan een afspraak waarvoor de Dienst Vreemdelingenzaken maatregelen diende te nemen;
  - diefstal, afpersing, heling, oplichting, actieve of passieve omkoping;
  - bedreigingen met aantasting van de fysieke integriteit van personen of met vernieling of beschadiging van goederen;
  - het stellen van handelingen met het oog op het vergemakkelijken van de vlucht van een bewoner;
  - opzettelijke slagen en het opzettelijk toebrengen van verwondingen;
  - een opzettelijke veronachtzaming van een door of krachtens dit besluit of het huishoudelijk reglement schriftelijk vastgelegde verplichting;
  - seksuele handtastelijkheden die de eerbaarheid van het personeel van het INAD-centrum, daarmee gelijk te stellen personen of andere bewoners aantasten;
  - het in het bezit hebben of het gebruik van werktuigen, toestellen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen heeft om te doden, te verwonden, te slaan of te dreigen.
  § 2. Worden eveneens beschouwd als inbreuken op de tuchtregeling, die aanleiding kunnen geven tot ordemaatregelen, de poging tot de onder § 1 opgesomde inbreuken en de deelneming eraan.

  Art. 66. § 1. De opgelegde ordemaatregel is een mondelinge waarschuwing. Deze voorziene ordemaatregel kan worden opgelegd door het personeel van het INAD-centrum.
  Alle opgelegde ordemaatregelen worden door het personeel van het INAD-centrum opgetekend in het individueel dossier van de bewoner.
  De bewoner moet vooraf in kennis gesteld worden van de feiten die hem ten laste worden gelegd en geen enkele maatregel kan worden opgelegd alvorens hij [gehoord] is. (Erratum, B.St. 23-07-2009, p. 50405)
  § 2. De directeur van het centrum waar de bewoner wordt naar overgebracht, kan een ordemaatregel nemen bedoeld in artikel 98, § 1 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 naargelang de ernst van de gepleegde feiten, vastgesteld door het personeel van het INAD-centrum, met een graad van op zijn minst niveau C of door een politieambtenaar.

  HOOFDSTUK 6. - Overbrenging naar een ander INAD-centrum of een gesloten centrum. - Afzondering

  Art. 67. Indien een bewoner door zijn gedrag zijn veiligheid, die van de andere bewoners, de personeelsleden van het INAD-centrum of de goede werking van het INAD-centrum in gevaar brengt, of na een verwijderingspoging, kan het personeel van het INAD-centrum aan de door de directeur -generaal aangeduide dienst vragen dat de bewoner zou worden overgebracht naar een ander INAD-centrum of een gesloten centrum, zoals bepaald in artikel 1, 3° van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002. In afwachting van deze overbrenging wordt de bewoner uit het INAD-centrum gehaald en onder toezicht van de politie in afzondering geplaatst.

  HOOFDSTUK 7. - Veiligheid, ontsnapping, risico op zelfmoord, brand en bomalarm

  Art. 68. De door de directeur-generaal aangeduide dienst inspecteert regelmatig het INAD-centrum om erop toe te zien dat de bewoners, de personeelsleden van het INAD-centrum en de derden die er toegang toe hebben het intern reglement strikt naleven.

  Art. 69.(NOTA : Artikel 69 vernietigd bij het arrest nr 207.819 van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak van 01-10-2010, zie B.St. van 02-12-2010, p. 73739)
  
   Op onregelmatige tijdstippen en telkens bij aankomst van een nieuwe bewoner in het INAD-centrum, worden de woonvertrekken gecontroleerd door het personeel van het INAD-centrum op gevaarlijke of verboden voorwerpen. Indien nodig worden de bewoners ook gecontroleerd door de politie.

  Art. 70. Het personeel van het INAD-centrum vordert de bijstand van de politie, wanneer zij dat voor de veiligheid van het INAD-centrum nodig acht.

  Art. 71. De infrastructuur van het INAD-centrum is onderworpen aan een brandveiligheidsattest. Dit attest moet na elke nieuwe inrichting, die een invloed kan hebben op de brandveiligheid, vernieuwd worden.

  Art. 72. Zodra een ontsnapping of een ontsnappingspoging wordt vastgesteld, brengt het personeel de politie en de door de directeur-generaal aangeduide dienst hiervan onmiddellijk op de hoogte.

  Art. 73. Bij een ontsnapping worden de volgende gegevens onmiddellijk doorgegeven aan de politie : het aantal ontsnapten, de namen, de voornamen, de geboortedata, de dossiernummers,de nationaliteiten en de foto's.

  Art. 74. Er wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de eventuele medische gevolgen van een ontsnappingspoging.

  Art. 75. Indien het personeel van het INAD-centrum vaststelt dat een bewoner een risico op zelfmoord vertoont, wordt deze persoon overgebracht naar een ander centrum, na overleg met de Dienst Vreemdelingenzaken.

  Art. 76. Het personeel dat een brand opmerkt, een boodschap ontvangt, een bom of een verdacht pakket ontdekt, dient de brandweer zo snel mogelijk te verwittigen. Vervolgens moeten de brandbestrijdings- en evacuatieprocedures gestart worden. De politie dient hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht. Deze begeeft zich ter plaatse. Het personeel stelt een verslag op en brengt de Dienst Vreemdelingenzaken zo snel mogelijk op de hoogte.
  Indien de brand het centrum onbruikbaar heeft gemaakt worden de bewoners, na overleg met de door de directeur-generaal aangeduide dienst, overgebracht naar een ander centrum.

  HOOFDSTUK 8. - Verwijdering van de bewoner of overbrenging naar een gesloten centrum

  Art. 77. Bij de invrijheidstelling of de verwijdering worden de goederen die in bewaring werden gegeven, teruggegeven aan de bewoner, met uitzondering van de gevaarlijke en de verboden voorwerpen.
  De reisdocumenten die in bewaring werden genomen door de politie, worden teruggegeven hetzij bij de invrijheidsstelling, hetzij bij de verwijdering tenzij er wordt vastgesteld dat deze documenten vals zijn of vervalst werden.

  Art. 78. Bij zijn invrijheidstelling of verwijdering worden aan de onvermogende bewoner de nodige middelen verstrekt om te voorzien in zijn basisbehoeften gedurende de eerstvolgende dagen.

  HOOFDSTUK 9. - Administratieve voorschriften en jaarverslag

  Art. 79. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of voor de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens bezorgt de directeur-generaal een verslag vergezeld van een getuigschrift van een arts met betrekking tot elke vrouw van wie de bevalling voorzien is tijdens haar vasthoudingdsperiode.

  Art. 80. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of voor de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens doet binnen de drie dagen aangifte van de geboorte van een kind bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het kind is geboren, overeenkomstig artikel 55 van het burgerlijk wetboek.

  Art. 81. Indien een bewoner in het INAD-centrum overlijdt, meldt de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of voor de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens dit, nadat een arts het overlijden heeft vastgesteld en er de oorzaak van heeft bepaald, onmiddellijk aan de directeur-generaal, aan de politiediensten en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden, overeenkomstig de artikelen 80 en 84 van het burgerlijk wetboek.

  Art. 82. Het stoffelijk overschot van de bewoner wordt in een mortuarium geplaatst.

  Art. 83. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of voor de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens maakt een inventaris van de bezittingen en documenten van de overleden bewoner.

  Art. 84. Elk INAD-centrum maakt een jaarverslag op.
  Hierin zijn minstens opgenomen :
  1° het totaal aantal ingeschreven bewoners, opgesplitst naar nationaliteit;
  2° de gemiddelde verblijfsduur per bewoner, opgesplitst naar nationaliteit;
  3° het totaal aantal ontsnappingen;
  4° het totaal aantal overbrengingen naar strafinstellingen, andere centra of andere instellingen;
  5° het totaal aantal terugdrijvingen en repatriëringen, opgesplitst naar nationaliteit;
  6° het totaal aantal vrijstellingen, opgesplitst naar nationaliteit;
  7° de gemiddelde kostprijs per bewoner;
  8° het totaal aantal zelfmoordpogingen;
  9° het totaal aantal hongerstakingen.
  Dit verslag wordt overgemaakt aan de Minister.

  HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002

  Art. 85. In artikel 130 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 wordt een nieuw derde lid, als volgt opgesteld, ingevoegd :
  " De Commissie en het permanent secretariaat worden eveneens belast met de individuele behandeling van de klachten van de bewoners van de INAD-centra.
  De bewoner van een INAD-centrum heeft het recht een klacht in te dienen bij de centrumdirecteur of zijn vervanger van het INAD-centrum van de luchthaven van Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens ".

  HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen

  Art. 86. Onze Minister die de toegang tot het grondgebied, [het verblijf], de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onder zijn bevoegdheid heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit. (Erratum, B.St. 23-07-2009, p. 50405)
  Gegeven te Brussel op 8 juni 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Migratie- en Asielbeleid,
  Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, inzonderheid op artikel 74/8, § 2;
   Gelet op het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 april 2009;
   Gelet op het advies nr 46.498/4 van de Raad van State, gegeven op 18 mei 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van Onze Minister van Migratie- en asielbeleid,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2009000492
PUBLICATIE :
2009-07-23
bladzijde : 50405



Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Artikel 74/8, § 2, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen stelt de Koning in staat om het regime en de werkingsmaatregelen te bepalen die toepasbaar zijn op de plaats waar de vreemdeling wordt vastgehouden, in toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 74/8, § 1.
   Dit besluit heeft tot doel het regime en de maatregelen te bepalen die toepasbaar zijn op elk INAD-centrum, in de zin van artikel 74/8, § 1.
   Door middel van arrest nr. 188.705 van 10 december 2008 van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, werd met name artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen vernietigd, omwille van het feit dat een specifiek besluit voor de INAD-centra niet werd goedgekeurd. Artikel 2 voorzag de goedkeuring van een afzonderlijk koninklijk besluit, omwille van de specificiteit van deze centra en de infrastructuur, die totaal verschillend is van die van de andere centra.
   Bijgevolg heeft het besluit dat aan u wordt voorgelegd tot doel het regime en de regels die toepasbaar zijn op de INAD-centra te bepalen.
   De INAD-centra zijn gelegen binnen de extra-Schengen zone van de regionale luchthavens of van de luchthaven Brussel-Nationaal, die als Schengengrenspost erkend worden.
   De nadruk moet worden gelegd op het feit dat de bewoners die in de INAD centra van de extra-Schengen regionale luchthavens worden vastgehouden de vreemdelingen zijn die zich aan de grens aanbieden zonder te voldoen aan de voorwaarden voor de binnenkomst en het verblijf en die geen asielaanvraag indienen (met het oog op de toekenning van het statuut van vluchteling of van de subsidiaire bescherming) en daar vastgehouden blijven voor maximum 48 uren. De bewoners die vastgehouden worden in het INAD-centrum van Brussel-Nationaal zijn hetzij vreemdelingen die zich aan de grens aanbieden zonder te voldoen aan de voorwaarden voor de binnenkomst en het verblijf en die geen asielaanvraag indienen hetzij vreemdelingen die vastgehouden worden krachtens artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 met het oog op hun verwijdering. De bewoners van het INAD-centrum van Brussel-Nationaal blijven daar gedurende maximum 7 dagen.
   De bewoners worden vastgehouden in elk INAD-centrum gedurende de periode die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de verwijdering van de vreemdeling naar zijn land van herkomst of het land waar hij gemachtigd is tot verblijf of het land waar hij het vliegtuig genomen heeft. De duur van het verblijf loopt uiteen van enkele uren tot gemiddeld 1 à 2 dagen. De termijn van de vasthouding in een INAD-centrum mag in geen geval langer dan 7 dagen duren.
   Dit impliceert dat de bewoner na deze termijn ofwel verwijderd wordt, ofwel vrijgelaten wordt, ofwel overgebracht wordt naar een gesloten centrum, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, aangezien het gaat om de plaatsen die gelijkgesteld zijn met de welbepaalde plaatsen, gesitueerd in het <grensgebied>, met toepassing van artikel 74/5, § 2 van de wet.
   Vóór de aankomst van de bewoner in het INAD-centrum worden deze persoon en zijn bagage gefouilleerd door een lid van de politie, overeenkomstig artikel 28, § 1, tweede en derde lid van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt. Deze fouillering en deze controle van de bagage hebben tot doel na te gaan of de bewoner in het bezit is van voorwerpen of stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor hemzelf, voor de andere bewoners, voor het personeel van het INAD-centrum of voor de veiligheid van het INAD-centrum. De bewoner is verplicht zijn medewerking te verlenen aan deze procedure.
   De door de politie uitgevoerde fouillering zal kunnen worden uitgevoerd, iedere keer wanneer de bewoner :
   - zich buiten de veiligheidszone met gereglementeerde toegang bevindt, of;
   - contact heeft met derden (advocaat, personeel van de Ambassade, familieleden,...).
   De bezoekers moeten onderworpen worden aan een veiligheidsfouillering die wordt uitgevoerd door het personeel dat belast is met de veiligheidscontrole op de luchthaven. Deze fouillering wordt uitgevoerd in overeenstemming met de Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart. De fouillering wordt uitgevoerd door een personeelslid van hetzelfde geslacht als de bezoeker.
   Deze fouillering heeft tot doel na te gaan of de bezoeker in het bezit is van voorwerpen of stoffen die verboden zijn of die gevaarlijk kunnen zijn voor hemzelf, voor de bewoners, voor het personeel van het INAD-centrum of voor de veiligheid van het INAD-centrum. De goederen die in het bezit zijn van de bezoeker kunnen eveneens gecontroleerd worden.
   Het regime en de regels toepasbaar op elk INAD-centrum worden eveneens bepaald op basis van het klein aantal bewoners dat er verblijft, de beperkte oppervlakte van de infrastructuur en de veiligheid van de luchthaven.
   Alle rechten van de bewoners die zijn vastgelegd in het voornoemd koninklijk besluit van 2 augustus 2002 zijn eveneens toepasbaar op de bewoners van elk INAD-centrum, met uitzondering van de mogelijkheid om buiten te gaan wandelen.
   Wat de hiërarchische keten in de INAD-centra betreft, moet men weten dat er een centrumdirecteur is voor het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal en dat deze taak in de INAD-centra van de regionale luchthavens zal worden uitgevoerd door de politie. De politie zal regelmatig contact opnemen met de door de Directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken aangeduide dienst, om de noodzakelijke aanwezigheid van een minimaal aantal personeelsleden in de INAD-centra van de regionale luchthavens, in functie van het aantal bewoners, te verzekeren. Men moet weten dat er niet steeds bewoners zijn in deze regionale INAD-centra.
   De bewaargeving valt onder toezicht en verantwoordelijkheid van de centrumdirecteur voor het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens. Er wordt een inventaris opgemaakt van de in bewaring gegeven goederen. De betrokken bewoner ontvangt een afschrift van de inventaris die hijzelf en twee bevoegde personeelsleden ondertekenen.
   De bezoeken zullen in een afzonderlijk lokaal van de politie plaatsvinden, omdat de INAD-centra niet over een afzonderlijk lokaal voor deze bezoeken beschikken. De politie zal het bezoekersregister bijhouden. Bij het begin van het bezoek moeten alle bezoekers een geldig document of een geldig identiteitsbewijs voorleggen. De politie zal een uitzondering op deze vereiste kunnen toestaan.
   De ambtenaren van de dienst controle grenzen van de Dienst Vreemdelingenzaken hebben onbeperkt toegang tot de INAD-centra. De professionele bezoeken, de bezoeken van de familieleden of van andere personen vinden plaats in een apart lokaal van de politie, omwille van de veiligheidsvoorschriften van de luchthaven en de beperkte ruimte in het centrum.
   Tijdens de bezoeken moeten de advocaten en de tolken hun hoedanigheid door middel van een geldige beroepskaart bewijzen.
   De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat en van de leden van de uitvoerende en rechterlijke macht die zich in het INAD-centrum aanmelden, mogen in contact komen met één of meerdere op voorhand, nadat zij zich als zodanig kenbaar hebben gemaakt bij de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens erkend als Schengengrenspost en indien zij aantonen dat een bezoek aan die bewoner nodig is, in het kader van hun ambt of hun functie.
   Andere bezoekers worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande machtiging van de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of van de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens. De redenen van weigering worden vermeld in artikel 42.
   De bewoner ontvangt informatiefiches. Deze fiches hebben betrekking op de werking van het centrum, de rechten en de plichten van de bewoners en de bestaande procedures. Ze zijn in 15 talen verkrijgbaar.
   De fundamentele rechten van de bewoner worden in elk INAD-centrum gegarandeerd.
   De bewoner heeft het recht om dagelijks onbeperkt briefwisseling te voeren.
   Het recht op het privé- en gezinsleven wordt eveneens gewaarborgd. De bewoner mag het bezoek ontvangen van zijn familieleden, van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, zijn voogd, zijn echtgeno(o)t(e) of partner, zijn broers en zussen, zijn ooms en tantes. Er wordt enkel gevraagd dat deze personen, door alle rechtsmiddelen, het bewijs leveren van hun bloed- of aanverwantschap of hun geregistreed partnerschap met de bewoner.
   De telefonische communicaties zijn niet beperkt. De bewoner heeft het recht om alle dagen op eigen kosten te telefoneren. Tijdens de telefoongesprekken respecteren het personeel van het INAD-centrum het privé-karakter van deze gesprekken. De bewoner heeft ook recht op een gratis nationaal telefoongesprek van minimum 10 minuten wanneer hij in het INAD-centrum aankomt. Hij heeft ook het recht dagelijks tussen acht uur en tweeëntwintig uur gratis met zijn advocaat en zijn diplomatieke of consulaire overheden te telefoneren. De advocaten hebben het recht op ieder ogenblik met hun cliënt telefonisch in contact te treden.
   In het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, de bescherming van de openbare orde of indien het nemen van preventieve maatregelen tegen strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de rechten en de vrijheden van anderen of de bescherming van de veiligheid van het INAD-centrum dit vereisen kan het telefonisch contact verboden worden met uitzondering van het telefonisch contact met zijn advocaat. In dit geval moet de Minister of zijn gemachtigde daarvan onmiddellijk op de hoogte worden gebracht
   De bewoner krijgt ook juridische, medische, sociale en psychologische bijstand. De juridische bijstand kan geleverd worden door het bureau voor juridische bijstand.
   De bewoner kan psychologische steun of sociale bijstand bekomen door dit aan het personeel van het INAD-centrum te vragen. Het personeel van het INAD-centrum doet, in functie van de specifieke situatie van de bewoner, een voorstel aan de dienst of de persoon hiertoe aangeduid door de directeur-generaal. In dringende gevallen wordt een psycholoog van de Dienst Vreemdelingenzaken aangeduid door de dienst of de persoon aangeduid door de directeur-generaal. De bewoner kan, op eigen kosten, een beroep doen op een door hemzelf gekozen psychologische expert.
   Overdag wordt het verblijf in het INAD-centrum gekenmerkt door het leven in groep. Het personeel neemt de noodzakelijke maatregelen om te garanderen dat enkel personeelsleden van hetzelfde geslacht als de bewoners aanwezig zijn tijdens het gebruik van de sanitaire voorzieningen.
   Tijdens het gebruik van de sanitaire voorzieningen en tijdens de slaapuren worden de alleenstaande mannen en vrouwen in alle gevallen van elkaar gescheiden. Indien dat mogelijk is kunnen de families samen ondergebracht worden.
   Indien de kinderen ouder zijn dan 12 jaar wordt de toestemming van de andere bewoners van de kamer gevraagd om het betrokken kind/de betrokken kinderen te laten blijven bij de volwassene die het kind/de kinderen begeleidt.
   Wat de regels inzake de religieuze en morele beleving betreft, laat de infrastructuur van het INAD centrum niet toe dat een specifiek lokaal hiervoor beschikbaar is. Niettemin, teneinde de bewoner toe te laten zijn godsdienst of morele overtuiging te beoefenen of te kunnen genieten van een godsdienstige of morele bijstand, zal de directeur van het centrum of zijn vervanger voor het INAD centrum van de luchthaven van Brussel-Nationaal of de politie in de INAD centra van de regionale luchthavens ervoor zorgen dat in functie van de oppervlakte van elk INAD centrum een lokaal tijdelijk hiervoor wordt bestemd.
   De bewoner heeft toegang tot de media. In functie van de infrastructuur en de mogelijkheden van elk INAD-centrum worden vrijetijdsactiviteiten georganiseerd.
   Omwille van de beperkte infrastructuur beschikken de INAD-centra niet over een medische dienst en een sociale dienst. Daarom wordt de bewoner, wanneer hij ziek is of een medische behandeling nodig heeft, om erover te waken dat hij alle vereiste zorgen ontvangt, naar een ziekenhuis of een gesloten centrum, zoals gedefinieerd in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, overgebracht, aangezien deze centra over een ziekenzaal en een medische dienst beschikken.
   De ordemaatregelen zijn bedoeld, om de orde en de veiligheid te garanderen in een INAD-centrum waar een aantal personen van verschillende nationaliteiten dicht op elkaar leven. In de mate van het mogelijke worden ordemaatregelen vermeden.
   Bepaalde rechten worden gewaarborgd voor de bewoner die zal worden verwijderd of overgebracht naar een ander gesloten centrum. Ten slotte worden fundamentele regels vastgelegd om de veiligheid in het INAD-centrum in gevaarlijke situaties te garanderen (ontsnapping, risico op zelfmoord, brand en bomalarm).
   De bewoner kan een klacht indienen bij de Klachtencommissie, ingesteld door artikel 130 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 met betrekking tot de toepassing van dit besluit.
   Artikelsgewijze commentaar
   HOOFDSTUK 1. - Definities en algemene bepalingen
   Deze artikelen definiëren inzonderheid de begrippen INAD-centra, bewoner, personeel van elk INAD-centrum, directeur-generaal.
   Het huishoudelijk reglement inzake de dagelijkse werking van INAD-centrum kan geen bepalingen bevatten die restrictiever zijn dan dit besluit.
   Er wordt vermeld dat het verblijf van de bewoner beperkt is tot 7 dagen voor het INAD-centrum van Brussel-Nationaal en tot 48 uren voor de INAD-centra van de extra-Schengen regionale luchthavens en dit met het oog op het feit dat omwille van veiligheidsredenen die door de luchthaven bepaald worden, het niet mogelijk is om een wandeling buiten het centrum te organiseren.
   Indien de verwijdering niet binnen deze termijn kan worden uitgevoerd, wordt de bewoner overgebracht naar een andere plaats die door de Koning bepaald wordt, die gelijkgesteld wordt met de plaatsen die in het <grensgebied> gesitueerd zijn, met toepassing van artikel 74/5, § 2 van de wet. Dit impliceert dat de bewoner na deze termijn ofwel verwijderd wordt, ofwel vrijgelaten wordt, ofwel overgebracht wordt naar een gesloten centrum, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   HOOFDSTUK 2. - Reglementering inzake bewoners
   De vrijheid van meningsuiting, communicatie en informatie van elke bewoner wordt gegarandeerd. Het personeel van het INAD-centrum respecteert de eigenheid van elke bewoner op religieus, filosofisch, moreel, cultureel en politiek gebied.
   De bewoners kunnen individuele, medische, psychologische, sociale en juridische bijstand bekomen.
   Het personeel communiceert met de bewoner in een taal die hij begrijpt. Indien de bewoner en het personeel van het centrum niet in een gemeenschappelijke taal kunnen communiceren wordt er een beroep gedaan op een tolk.
   Indien het personeel van het INAD-centrum vaststelt dat er in hoofde van de bewoner ernstige elementen aanwezig zijn die de vrijlating of het uitstel van het vertrek kunnen verantwoorden, moet het deze elementen voorleggen aan de directeur-generaal of de door hem aangeduide dienst of persoon. Zo wordt vermeden dat een bewoner die aan de voorwaarden voor de binnenkomst of het verblijf voldoet wordt vastgehouden.
   De rol van het personeel van het INAD-centrum ten opzichte van de bewoners wordt bepaald.
   HOOFDSTUK 3. - Regels van toepassing bij de aankomst
   Deze artikelen bepalen de rechten en plichten van de bewoner in het INAD-centrum.
   Na de door de politie uitgevoerde fouillering wordt de bewoner uitgenodigd om gebruik te maken van de sanitaire installaties, tenzij dit om medische redenen of veiligheidsredenen niet aangewezen is.
   Indien de bewoner van het INAD-centrum ziektesymptomen vertoont of indien hij er zelf om verzoekt, neemt het personeel van het INAD-centrum zo spoedig mogelijk de nodige schikkingen om een medisch onderzoek te laten plaatsvinden.
   Het gaat om het vrijwaren van de hygiëne en het voorkomen van ziekten. Deze maatregelen worden zowel in het belang van de betrokken bewoner als dat van de andere bewoners en het personeel van het INAD-centrum genomen.
   Indien het om een besmettelijke ziekte of een epidemie gaat, wordt er contact opgenomen met de bevoegde gemeenschapsdiensten zodat de vereiste maatregelen kunnen worden genomen, daar deze materie valt onder hun bevoegdheid.
   Bij zijn aankomst in het INAD-centrum worden de redenen van de vasthouding en de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan de bewoner onderworpen is aan hem meegedeeld, evenals de bestaande beroepsmogelijkheden, in een taal die hij begrijpt.
   HOOFDSTUK 4. - Regels tijdens het verblijf
   Deze artikelen bepalen de rechten en de plichten van de bewoners gedurende het verblijf in het INAD-centrum.
   Deel 1. - Telefoongebruik en briefwisseling
   De telefonische communicaties zijn niet beperkt. Bij de aankomst in het INAD-centrum heeft de bewoner recht op een gratis nationaal telefoongesprek van minimum 10 minuten.
   Tijdens zijn verblijf mag de bewoner dagelijks tussen acht uur en tweeëntwintig uur gratis telefoneren met zijn advocaat en zijn diplomatieke of consulaire overheden. De advocaten hebben het recht op ieder ogenblik met hun cliënt telefonisch in contact te treden.De bewoner heeft het recht om alle dagen op eigen kosten te telefoneren.
   Tijdens de telefoongesprekken respecteert het personeel van het INAD-centrum het privé-karakter van deze gesprekken, door de noodzakelijke afstand in acht te nemen, om niet te horen wat er gezegd wordt, en tegelijkertijd dichtbij te blijven, zodat ze hun veiligheidopdracht kunnen vervullen.
   De briefwisseling tussen de bewoner en de advocaat van zijn keuze is niet onderworpen aan de in de artikelen 24 en 25 bepaalde controle van de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens. In de praktijk zal het onderscheid tussen brieven aan en van de advocaat en andere brieven kunnen gemaakt worden door de vermelding van de hoedanigheid en het beroepsadres van de advocaat en de identiteit van de bewoner op de briefomslag.
   Trouwens, indien de centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens ernstige gronden heeft om aan te nemen dat deze briefwisseling een gevaar kan vormen voor de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of de openbare orde, kan hij dit aan de controle onderwerpen van de Stafhouder van de Orde van advocaten van het gerechtelijk arrondissement waar het centrum gelegen is.
   Deel 2. - Bezoeken
   Het bezoek van de bewoners wordt in 3 delen onderverdeeld : de algemene bepalingen, de professionelen bezoeken,de bezoeken van de familieleden en andere personen.
   Deel 2.1. -Algemene bepalingen
   De bezoeken vinden plaats in een vrij lokaal van de politie omwille van de kleine oppervlakte van de infrastructuur van de INAD-centra.
   De bezoeken moeten bij de politie worden aangevraagd zodat een afspraak kan worden gemaakt om het bezoek, in een vrij lokaal te organiseren.
   De bewoner moet ongestoord met zijn bezoeker kunnen praten.
   De politie zal het bezoekersregister bijhouden. Bij het begin van het bezoek moeten alle bezoekers een geldig document of een geldig identiteitsbewijs tonen. De politie zal een uitzondering op deze vereiste kunnen toestaan.
   Deel 2.2. - Professionele bezoeken
   De professionele bezoeken betreffen de bezoeken van de ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken, van de advocaat, van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers of officiële instanties. Krachtens de bepalingen van het Verdrag van Wenen van 24 april 1963 heeft de bewoner het recht om de consulaire vertegenwoordiging van zijn land, die bevoegd is voor de plaats waar hij wordt vastgehouden, op de hoogte te brengen van zijn vasthouding.
   De ambtenaren van de dienst controle grenzen van de Dienst Vreemdelingenzaken hebben onbeperkt toegang tot de INAD-centra.
   Het bezoek van de advocaat van de bewoner mag niet worden verboden. Tijdens de bezoeken, hebben de advocaten en de tolken die de bewoner bijstaan, toegang tot een vrij lokaal van de politie, voor zover ze hun hoedanigheid door middel van een geldige beroepskaart kunnen bewijzen
   De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van de Staat waarvan de bewoner een onderdaan is, beschikt over een recht op bezoek.
   De leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat hebben tussen acht uur en negentien uur steeds toegang tot het centrum, als zij zich als zodanig kenbaar hebben gemaakt.
   De overheden, vermeld in artikel 37, hebben in het kader van de uitoefening van hun ambt steeds toegang tot het INAD-centrum tussen acht uur en negentien uur.
   Deel.2.3. - Bezoeken van de familieleden of andere personen
   Het bezoek van de familieleden wordt met respect voor de bepalingen van de artikelen 8 en 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 georganiseerd. Het familielid moet een geldig identiteitsdocument voorleggen. Het bezoek kan enkel plaatsvinden indien hetzij het bewijs van de familieband of van de uitoefening van de ouderlijke macht, hetzij het bewijs van hun geregistreerd partnerschap met de bewoner wordt geleverd. Dit bewijs kan met alle rechtsmiddelen worden geleverd. De centrumdirecteur of zijn plaatsvervanger in het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens kan een uitzondering op die voorwaarde toestaan.
   Deel 3. - Materieel welzijn en behoeften op het gebied van voeding,hygiëne en kledij
   Deze artikelen leggen de regels vast aangaande het materieel welzijn en de behoeften inzake voeding, hygiëne en kleding van de bewoner. De producten die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van het personeel van het INAD-centrum, van de bewoners, zowel voor de volwassenen als voor de kinderen en de baby's, worden hen ter beschikking gesteld.
   De terugbetaling van de schade die opzettelijk door de bewoners werd veroorzaakt alsook van de kosten die veroorzaakt werden door hun gedrag dat niet beantwoordde aan de regels ter zake, kan onmiddellijk teruggevorderd worden. Deze mogelijkheid laat de overheid evenwel niet toe af te wijken van de regels van gemeen recht inzake de burgerlijke aansprakelijkheid.
   De bewoner draagt zijn eigen kleren. Zo nodig worden bijkomende kledingstukken ter beschikking gesteld.
   Deel 4. - Ontspanningsmogelijkheden
   Artikel 51 bepaalt de manier waarop de informatie van diverse media aan de bewoners wordt verstrekt. Gelet op de beperkte beschikbare ruimte in de INAD centra is het niet mogelijk om een bibliotheek van een dergelijke omvang te installeren die de bewoners de keuze laat uit een voldoende groot aanbod. De bewoner zal evenwel toegang tot de media hebben.
   De beperking inzake erotische en pornografische geschriften werd opgelegd teneinde alle filosofische, godsdienstige en culturele overtuigingen van alle bewoners te respecteren. Verder moet deze beperking de bewoners, die een verschillende nationaliteit hebben, toelaten samen te leven.
   Het personeel van het centrum van het INAD-centrum zal erover waken om gezelschapsspelen te organiseren en dat men toegang heeft tot de televisie en de radio.
   Deel 5. - Medische, psychologische, sociale en juridische bijstand
   Deze artikelen bepalen de medische, psychologische, sociale en juridische bijstand waarvan elke bewoner kan genieten.
   De bewoner heeft recht op medische bijstand. Er wordt een beroep gedaan op een arts telkens wanneer de bewoner of het personeel van het INAD centrum dit noodzakelijk acht.
   De bewoner kan, op eigen kosten, een beroep doen op een door hemzelf gekozen arts. Hij moet het personeel van het INAD-centrum daarvan op de hoogte brengen. In dit geval moet hij de geneesmiddelen en de behandeling zelf betalen.
   Het personeel van het INAD-centrum moet op de hoogte worden gebracht van de aard van het geneesmiddel en de door de arts voorgeschreven behandeling, zodat de opvolging van de behandeling kan worden verzekerd.
   Het gaat om het beschermen van de hygiëne en het voorkomen van ziekten. Deze maatregelen worden zowel in het belang van de bewoners als dat van de andere bewoners en het personeel van het INAD- centrum genomen.
   Indien de arts die door het personeel van het INAD-centrum wordt opgeroepen vaststelt dat de bewoner aangetast is door een aandoening die niet behoorlijk kan worden behandeld in het INAD-centrum, of in geval van bevalling of stervensgevaar, wordt de bewoner naar een gespecialiseerd medisch centrum overgebracht. De directeur-generaal wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht.
   Vooraleer de verwijdering wordt uitgevoerd kan een medisch onderzoek worden opgelegd. Dit medisch onderzoek wordt uitgevoerd om de gezondheid te beschermen en erover te waken dat de verwijdering enkel georganiseerd wordt indien de medische toestand van de bewoner dit toelaat.
   De bewoner kan psychologische steun en sociale bijstand bekomen. In dit geval moet hij dit voorafgaandelijk aanvragen bij het personeel van het INAD-centrum.
   Het personeel van het INAD-centrum doet in functie van de specifieke situatie van de bewoner een voorstel aan de dienst of de persoon hiertoe aangeduid door de directeur-generaal. In dringende gevallen wordt een psycholoog van de Dienst Vreemdelingenzaken aangeduid door de dienst of de persoon aangeduid door de directeur -generaal.
   De bewoner kan ook op eigen kosten een psycholoog raadplegen.
   Wat de juridische bijstand betreft, wordt gepreciseerd dat het personeel van het INAD-centrum erover waakt dat de bewoner een beroep kan doen op het bureau voor juridische bijstand, overeenkomstig de artikelen 508/1 en volgende van het gerechtelijk wetboek. De bewoner kan zich ook laten bijstaan door een zelf gekozen advocaat, maar in dat geval moet hij de kosten zelf dragen.
   Het personeel van het INAD-centrum kan de bewoner bijstaan bij het vervullen van de administratieve formaliteiten die betrekking hebben op de burgerlijke stand. Het gaat in geen geval om een verplichting. In sommige gevallen kunnen de bewoners zich rechtstreeks tot de bevoegde overheden wenden of zich door hun advocaat laten helpen.
   Deel 6. - De morele en religieuze beleving in het INAD-centrum
   Artikelen 61 en 62 bevatten de bepalingen die betrekking hebben op de morele en religieuze beleving in het INAD-centrum. Teneinde de bewoner toe te laten zijn godsdienst of morele overtuiging te beoefenen of te kunnen genieten van een godsdienstige of morele bijstand, zal de directeur van het centrum of zijn vervanger voor het INAD centrum van de luchthaven van Brussel-Nationaal of de politie in de INAD centra van de regionale luchthavens ervoor zorgen dat in functie van de oppervlakte van elk INAD centrum een lokaal tijdelijk hiervoor wordt bestemd.
   HOOFDSTUK 5. - Ordemaatregelen
   Deze artikelen bevatten de bepalingen die betrekking hebben op de ordemaatregelen. De ordemaatregelen hebben enkel tot doel de veiligheid van de bewoners en de goede werking van het INAD-centrum te waarborgen, waar een aantal personen van verschillende nationaliteiten dicht op elkaar leven.
   Artikel 66, § 2, voorziet de mogelijkheid voor de centrumdirecteur van het gesloten centrum waar de bewoner van het INAD-centrum naar werd overgebracht om een ordemaatregel te nemen bedoeld in artikel 98, § 1 van het koninklijk besluit van 02 augustus 2002 naargelang de ernst van de gepleegde feiten, vastgesteld door het personeel van het INAD-centrum, met een graad van op zijn minst niveau C of door een politieambtenaar om de volgende redenen :
   1) geen discriminatie veroorzaken tussen de bewoners die vastgehouden worden in een gesloten centrum bedoeld in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 en zij die vastgehouden worden in een INAD-centrum;
   2) vermijden dat een bewoner die feiten heeft gepleegd die zijn vastgesteld door het personeel van het INAD-centrum, met een graad van op zijn minst niveau C of door een politieambtenaar, niet het voorwerp zou kunnen uitmaken van een ordemaatregel onder dezelfde voorwaarden als de bewoners van de gesloten centra wanneer hij gelijkaardige feiten pleegde in een INAD-centrum.
   In het besef dat de INAD-centra niet over de infrastructuur beschikken om een vreemdeling in een afzonderingsruimte vast te houden, is er beslist voor te schrijven dat deze maatregel onder dezelfde voorwaarden als voor de andere bewoners in een ander gesloten centrum kan worden toegepast. De bewoner van het INAD-centrum die naar een ander gesloten centrum is overgebracht en op wie een ordemaatregel wordt toegepast zal dezelfde voorwaarden inzake de opvolging van de ordemaatregel genieten als de bewoners van de gesloten centra.
   In de mate van het mogelijke worden ordemaatregelen vermeden.
   Het principe van de wettelijkheid en van " non bis in idem " worden uitdrukkelijk uitgelegd.
   HOOFDSTUK 6. - Overbrenging naar een ander INAD-centrum of een gesloten centrum. - Afzondering
   Bepalingen die betrekking hebben op de overbrenging van de bewoner naar een gesloten centrum, zoals bepaald in artikel 1, 3° van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 worden voorzien indien de bewoner door zijn gedrag zijn veiligheid, die van de andere bewoners, het personeel van het INAD-centrum of de goede werking van het INAD-centrum in gevaar brengt, of na een verwijderingspoging.
   HOOFDSTUK 7. - Veiligheid, ontsnapping, risico op zelfmoord, brand en bomalarm
   De artikelen van dit hoofdstuk bevatten bepalingen die gericht zijn op het garanderen van de veiligheid in het INAD-centrum in welbepaalde gevaarlijke situaties (ontsnapping, risico op zelfmoord, brand en bomalarm).
   Deze regels moeten gespecificeerd worden in het huishoudelijk reglement van het INAD- centrum.
   HOOFDSTUK 8. - Verwijdering van de bewoner of overbrenging naar een gesloten centrum
   Deze artikelen leggen de bepalingen vast die betrekking hebben op de verwijdering van de bewoner of zijn overbrenging naar een gesloten centrum.
   Bij de uitvoering van de verwijdering of van de invrijheidsstelling worden de in bewaring gegeven goederen evenals de reisdocumenten die door de politie in bewaring werden gehouden, aan de bewoner teruggegeven tenzij er werd vastgesteld dat deze documenten vals of vervalst zijn.
   HOOFSTUK 9. - Administratieve voorschriften en jaarverslag
   De artikelen 79 tot 84 bepalen de te volgen administratieve procedure bij een geboorte of een overlijden in het INAD-centrum. Artikel 84 bepaalt de gegevens die het jaarverslag moet bevatten.
   HOOFDSTUK 10 Wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002
   Artikel 130 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 wordt gewijzigd teneinde de Klachtencommissie de bevoegdheid te geven om de klachten van de bewoners van de INAD-centra individueel te behandelen. De bewoner kan zijn klacht indienen bij de centrumdirecteur of zijn vervanger van het INAD-centrum van de luchthaven van Brussel-Nationaal of de politie in de INAD-centra van de regionale luchthavens.
   HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
   Dit artikel vereist geen bijzondere commentaar.
   Dit is het onderwerp van dit ontwerp van koninklijk besluit.
   We hebben de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Migratie- en asielbeleid,
   Mevr. A. TURTELBOOM
   Advies 46.498/4 van 18 mei 2009 van de afdeling wetgeving van de Raad van State
   De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 21 april 2009 door de Minister van Migratie- en asielbeleid verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit " houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op welbepaalde plaatsen, gesitueerd in het <grensgebied>, voorzien in artikel 74/5, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen ", heeft het volgende advies gegeven :
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Voorafgaande opmerking
   Er wordt verwezen naar de voorafgaande opmerkingen gemaakt in advies 46.497/4, dat heden is verstrekt omtrent een ontwerpbesluit " tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen " (hierna " advies 46.497/4 ").
   Algemene opmerkingen
   1. Er wordt eveneens verwezen naar de algemene opmerkingen gemaakt in advies 46.497/4.
   2.1. Ter aanvulling van algemene opmerking 1 geformuleerd in advies 46.497/4, kan voorts het volgende worden gepreciseerd in verband met de keuze, gemaakt door de indiener van de ontwerpen, om te werk te gaan bij wege van twee onderscheiden besluiten, waarvan het ene alleen betrekking heeft op de INAD-centra, zoals ze worden gedefinieerd in het thans onderzochte besluit, en het andere op alle overige centra.
   2.2. In het algemene gedeelte van het verslag aan de Koning bij het thans onderzochte ontwerpbesluit wordt beklemtoond (1) dat dit ontwerp slechts een zeer beperkt aantal gesloten centra betreft, te weten de INAD-centra gelegen binnen de extra-Schengenzone van de regionale luchthavens en het INAD-centrum van de luchthaven Brussel-Nationaal, welke alle als grenspost van de Schengenruimte erkend worden. Er wordt eveneens gepreciseerd dat de vreemdelingen in die centra worden vastgehouden met het oog op hun verwijdering en dat de duur van vasthouding in zulke centra varieert van " enkele uren tot gemiddeld 1 à 2 dagen ". De duur van de vasthouding wordt hoe dan ook strikt beperkt tot " 7 kalenderdagen " voor de bewoners van het INAD-centrum van Brussel-Nationaal, en tot maximaal " 48 uren " voor de bewoners van de INAD-centra van de extra-Schengenzone van regionale luchthavens (2). In het verslag aan de Koning staat bovendien te lezen dat de bewoners van deze centra die na het verstrijken van die termijnen niet konden worden verwijderd, worden " overgebracht naar een gesloten centrum, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 " (3). Daaruit volgt dat op een zodanig centrum, ook al blijft het met toepassing van artikel 74/5, § 2, van de wet van 15 december 1980 gelijkgesteld met een plaats gelegen aan de grens, niet meer de regeling uitgewerkt in het thans onderzochte ontwerpbesluit van toepassing is, maar wel de regeling vastgelegd bij het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zoals het zou worden gewijzigd nadat ontwerp 46.497/4 is aangenomen.
   In het verslag aan de Koning wordt eveneens erop gewezen dat het regime en de maatregelen die op die INAD-centra toepasselijk zullen zijn, eveneens bepaald worden op basis van het kleine aantal bewoners dat er verblijft, de beperkte oppervlakte ervan en de veiligheid van de luchthaven waarin ze gelegen zijn(4).
   Tot slot volgt uit de commentaar op bepaalde artikelen van het ontwerp dat sommige regels waarin het ontwerpbesluit voorziet, in die zin specifiek zijn ten opzichte van de regels vastgelegd in het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 dat de INAD-centra bedoeld in het ontwerpbesluit in de regel gelegen zijn in de veiligheidszone met een gereglementeerde toegang van de betrokken luchthaven, wat tot gevolg heeft dat de dwingende internationaalrechtelijke bepalingen inzake de veiligheid in de luchthavens moeten worden in acht genomen (5).
   2.3. Hoe dan ook wordt in het algemene gedeelte van het verslag aan de Koning het volgende nochtans duidelijk herbevestigd : " De fundamentele rechten van de bewoner worden in elk INAD-centrum gegarandeerd " en " alle rechten van de bewoners die zijn vastgelegd in het voornoemd koninklijk besluit van 2 augustus 2002 zijn eveneens toepasbaar op de bewoners van elk INAD-centrum, met uitzondering van de mogelijkheid om buiten te gaan wandelen. "
   2.4. Gelet op het vorenstaande is het aanvaardbaar dat de indiener van het thans onderzochte ontwerpbesluit het nodig acht om het regime en de maatregelen toepasselijk op de INAD-centra gelegen aan de grens, op te nemen in een koninklijk besluit verschillend van dat van 2 augustus 2002, waarbij indien mogelijk ervoor gezorgd moet worden dat die maatregelen identiek zijn met die welke toepasselijk zijn in de overige centra gelegen op het grondgebied.
   Er kan eveneens worden beschouwd dat de verschillende redenen die in het verslag aan de Koning worden aangevoerd en hierboven worden herhaald (specifieke geografische ligging van de INAD-centra; beperkt aantal centra waarop het ontwerpbesluit toepasselijk is; geringe oppervlakte van de infrastructuur; relatief beperkt aantal bewoners in elk centrum; strikt beperkte verblijfsduur in deze centra; internationale verplichtingen inherent aan de veiligheid van de burgerluchtvaart, inzonderheid in de veiligheidszones met gereglementeerde toegang van de betrokken luchthavens), in de regel kunnen rechtvaardigen dat specifieke regels worden aangenomen, zoals die welke het ontwerpbesluit bevat omtrent een aantal aspecten.
   Dit advies wordt bijgevolg verstrekt op basis van de volgende twee uitgangspunten :
   1° de afdeling Wetgeving heeft het alleen nodig geacht te wijzen op een verschil in behandeling tussen de bewoners van de INAD-centra en die van de overige centra wanneer dit verschil haar onvoldoende verantwoord leek in het licht van de motieven die reeds zijn aangevoerd in het verslag aan de Koning (hierna " leidend beginsel 1 ");
   2° wanneer een bepaling van het ontwerpbesluit is ingegeven door een bepaling van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zonder dat de indiener van het ontwerp de bedoeling heeft tussen de twee regelingen een verschil in behandeling in te voeren, is gewezen op de noodzaak om de regel indien mogelijk op dezelfde wijze te formuleren, zulks om iedere uiteenlopende uitlegging omtrent de toepassing van die regel te voorkomen (hierna " leidend beginsel 2 ").
   3. Ofschoon de directeur van ieder betrokken centrum een belangrijke rol wordt toebedeeld bij de deugdelijke toepassing van de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, slaat het thans onderzochte ontwerpbesluit algemeen beschouwd alleen op de personeelsleden van het INAD-centrum in de zin van artikel 1, 5°, van het ontwerp en wordt nergens in het ontwerp verwezen naar enige leidend functionaris van het INAD-centrum.
   Derhalve rijst de vraag wat de hiërarchische structuur is binnen ieder INAD-centrum : wie draagt de eindverantwoordelijkheid voor de naleving, door de personeelsleden, van de bepalingen van het ontwerpbesluit en hoe worden de contacten georganiseerd tussen die personeelsleden en de leden van de federale politie aan wie het ontwerpbesluit een aantal taken toewijst, onder meer op het gebied van het fouilleren? Het is de afdeling Wetgeving evenmin duidelijk wie ervoor moet zorgen dat te allen tijde een minimumaantal personeelsleden aanwezig moet zijn in een INAD-centrum of wie de nodige maatregelen moet treffen bij een ernstige verstoring van de orde of wanneer de veiligheid van het INAD-centrum ernstig bedreigd wordt (6).
   Ofwel moet het ontwerpbesluit op dat punt worden aangevuld, ofwel moeten daaromtrent toelichtingen worden verstrekt in het verslag aan de Koning.
   Bijzondere opmerkingen
   Aanhef
   1. Er is geen grond om in het eerste lid te verwijzen naar artikel 74/5, § 1, van de wet van 15 december 1980, daar het ontwerpbesluit zijn rechtsgrond uitsluitend ontleent aan artikel 74/8, § 2, (7) van de wet.
   2. Onder voorbehoud van de opmerking gemaakt onder artikel 70 van het ontwerp, moeten in het tweede lid de woorden " inzonderheid op artikel 130 " vervallen. Het is immers voldoende te verwijzen naar het besluit dat bij het ontwerp wordt gewijzigd, zonder dat de nummers van de artikelen hoeven te worden vermeld waarop de wijziging betrekking heeft (8).
   3. Het derde lid moet vervallen, daar het ministerieel besluit van 23 januari 2009 geen rechtsgrond kan verlenen aan het ontwerpbesluit en bovendien niet erdoor wordt gewijzigd.
   Dispositief
   Artikel 1
   1. Het ontwerpbesluit strekt ertoe, zoals reeds is opgemerkt en zoals onder meer blijkt uit het opschrift, de aanhef, artikel 3 en het verslag aan de Koning, het regime en de werkingsmaatregelen vast te stellen die toepasselijk zijn op welbepaalde plaatsen gelegen aan de grens, zoals voorgeschreven bij artikel 74/5, § 1, van de wet van 15 december 1980.
   Artikel 1, 3°, van het ontwerp daarentegen omschrijft de INAD-centra als de plaatsen bedoeld in artikel 74/5, § 2, van deze wet, te weten de overige plaatsen gelegen binnen het Rijk, maar die worden " gelijkgesteld " met de plaatsen bedoeld in paragraaf 1 van hetzelfde artikel (9). Zoals erop gewezen wordt in het algemene gedeelte van het verslag aan de Koning is echter het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zoals het is gewijzigd bij ontwerp 46.497/4, toepasselijk op die plaatsen.
   Bijgevolg moet artikel 1, 3°, worden herzien. Allicht moeten de INAD-centra worden omschreven als " de plaatsen bedoeld in artikel 74/5, § 1, van de wet " (10).
   Rekening houdend evenwel met de precisering die daaromtrent wordt verstrekt in het algemene gedeelte van het verslag aan de Koning, naar luid waarvan de INAD-centra niets van doen hebben met de vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend met het oog op de toekenning van de status van vluchteling of van subsidiaire bescherming, rijst de vraag of men niet uitsluitend dient te verwijzen naar " artikel 74/5, § 1, 1°, van de wet ", zoals trouwens te lezen staat in artikel 6, eerste lid, tweede streepje (lees : " 2° "), van het ontwerp.
   Hoe dan ook dient te worden gezorgd voor samenhang tussen de ontworpen bepaling en het verslag aan de Koning.
   2. Aangezien in het ontwerpbesluit meermaals wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zonder dat het opschrift ervan evenwel wordt vermeld, wordt voorgesteld in artikel 1 een punt 6° toe te voegen, luidende :
   " 6° het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 : het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. "
   Artikel 2
   1. Gelet op de definitie van de INAD-centra die in artikel 1, 3°, van het ontwerp wordt gegeven, is het voldoende om in het eerste lid te preciseren :
   " Dit besluit bepaalt het regime en de werkingsmaatregelen toepasselijk op de INAD-centra. "
   2. In artikel 2, derde lid, van het ontwerp moeten de woorden " of zijn gemachtigde " vervallen.
   Immers, zoals de afdeling Wetgeving van de Raad van State er dikwijls op heeft gewezen, is het opdragen van verordeningsbevoegdheid aan een ambtenaar die niet politiek verantwoordelijk is tegenover een verkozen vergadering, slechts geoorloofd als de minister de politieke verantwoordelijkheid op zich neemt voor de verordeningen die door die ambtenaar worden uitgevaardigd, bijvoorbeeld via de techniek van goedkeuring (11), opdat de uitgevaardigde bepalingen bindend zijn voor de burgers (12).
   Artikel 3
   1. In de eerste zin is het woord " kalender " in de samenstelling " kalenderdagen " overbodig; in de plaats ervan schrijve men " dagen ". Het spreekt immers vanzelf dat wanneer geen precisering wordt verstrekt, onder het begrip " dagen " kalenderdagen worden verstaan.
   2. In de Franse lezing van de tweede zin wordt gepreciseerd dat de bewoner van een INAD-centrum na het verstrijken van de termijnen bepaald in de eerste zin " le cas échéant " wordt overgebracht naar een plaats gelijkgesteld met de plaatsen gelegen op het grondgebied. Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk wat de strekking is van dit voorbehoud, dat overigens in tegenspraak lijkt te zijn met het algemene gedeelte van het verslag aan de Koning, waarin immers gepreciseerd wordt dat de duur van vasthouding in een INAD-centrum in geen geval zeven dagen mag te boven gaan, wat de maximumduur is die wordt voorgeschreven in de eerste zin van artikel 3 van het ontwerp. Derhalve moet worden gezorgd voor samenhang ter zake, waarbij ofwel de ontworpen zin moet worden herzien, ofwel het verslag aan de Koning moet worden aangepast.
   Omtrent de derde zin van de ontworpen bepaling dient een soortgelijke opmerking te worden gemaakt, in zoverre die bepaling het volgende stelt : " Deze overbrenging kan slechts plaatsvinden na (lees : op) instructie van de Dienst Vreemdelingenzaken ". Het spreekt vanzelf dat die instructie moet worden gegeven binnen de termijnen gesteld in de eerste zin van het ontwerp.
   Artikel 5
   Deze bepaling moet in verband worden gebracht met artikel 3 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, ofschoon ze is aangepast aan de specifieke situatie van de bewoner van een INAD-centrum (13). Overeenkomstig leidend beginsel 2 moet :
   - onderdeel 2° als volgt worden geredigeerd : " hen psychologisch en sociaal te begeleiden en voor te bereiden op hun eventuele verwijdering ";
   - de bepaling worden aangevuld met een tweede lid, luidende :
   " De organisatie en de werking van het INAD-centrum dienen hierop gericht te zijn. "
   Artikel 6
   1. Men kan ermee volstaan om in de eerste zin van het eerste lid te schrijven : " Het personeel van de INAD-centra is belast met het begeleiden van de bewoners van die centra ". Zo ook moeten in het tweede streepje (lees : " 2° ") de woorden " op een welbepaalde plaats, gelegen in het <grensgebied>, met toepassing van artikel 74/5, § 1, 1°of 74/8, § 1 " vervangen worden door de woorden " in een INAD-centrum ".
   2. Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk wat de concrete draagwijdte is van de woorden " Met uitzondering van humanitaire gevallen " in de tweede zin van het eerste lid, en in de commentaar op het artikel wordt daarover niets gezegd. Deze woorden zijn bovendien een overbodige overlapping van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel van het ontwerp, luidens hetwelk een vreemdeling om praktische (14) of humanitaire redenen kan vragen om in een INAD-centrum te worden opgenomen. Die woorden moeten derhalve vervallen.
   3. Gelet op artikel 1, 5°, van het ontwerp moet de uitdrukking " personeel van het INAD-centrum " worden gebruikt in plaats van soortgelijke uitdrukkingen zoals " personeel van de INAD-centra " of " personeel ".
   Deze opmerking geldt voor het gehele ontwerp.
   Artikel 8
   Gelet op leidend beginsel 2 moet het eerste lid, dat met artikel 7 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 in verband moet worden gebracht, aangevuld worden met de woorden " en zonder enige discriminatie ".
   Artikel 9
   1. Overeenkomstig leidend beginsel 2 moeten aansluitend bij het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 de woorden " Elke bewoner kan van... genieten. " vervangen worden door de woorden " Iedere bewoner heeft, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, recht op... " .
   2. De afdeling Wetgeving ziet niet in waarom het ontwerp geen bepaling bevat zoals die welke voorkomt in artikel 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   Artikel 10
   1. In de eerste zin schrijve men " verstaat " in plaats van " begrijpt ". Deze opmerking geldt ook voor artikel 20.
   2.Overeenkomstig leidend beginsel 2 moeten aansluitend bij het bepaalde in de laatste zin van artikel 17 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, in de tweede ontworpen zin de woorden " In voorkomend geval " vervangen worden door de woorden " Indien nodig ".
   Ook in de Franse lezing van de tweede zin van artikel 20 schrijve men " Si nécessaire " in plaats van " Le cas échéant ".
   Artikel 11
   Overeenkomstig leidend beginsel 2 en in aansluiting aan de artikelen 8 en 9, eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 :
   - moet het eerste lid beginnen met de woorden " Het personeel van het INAD-centrum onderhoudt met de bewoners enkel (voorts zoals in het ontwerp) ";
   - moet het tweede lid als volgt worden geredigeerd : " Wanneer het personeel vaststelt dat er ten aanzien van de bewoner ernstige elementen voorhanden zijn die... voorleggen aan de directeur-generaal van... Vreemdelingenzaken of aan de dienst of de persoon aangewezen door de directeur-generaal. "
   Artikel 12
   Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom in artikel 12 van het ontwerp, net als in artikel 40 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 waarop het gebaseerd is, niet eveneens wordt verwezen naar de personen waarvan sprake is in de artikelen 31 en volgende.
   Artikel 13
   Net als ontwerp 46.197/4 ontleent het ontworpen besluit zijn enige rechtsgrond aan artikel 74/8, § 2, van de wet van 15 december 1980 en kan het in casu dus alleen betrekking hebben op het regime en de werkingsmaatregelen van de INAD-centra. In dat verband worden het fouilleren en de controle van de bagage van de bewoners van die centra, ook bij hun aankomst in het centrum of nadat ze bezoek hebben ontvangen, geregeld bij artikel 74/8, § 3, van de wet van 15 december 1980 en komt het de Koning, wanneer hij in dat kader optreedt, niet toe te voorzien in andere regels inzake het fouilleren dan die welke de wet voorschrijft.
   Indien een lid van de federale politie, trouwens optredend bij de uitoefening van zijn taken van bestuurlijke politie of van zijn gerechtelijke taken (15), het noodzakelijk acht een vreemdeling om veiligheidsredenen te fouilleren vóór diens aankomst in een INAD-centrum of in voorkomend geval bij zijn terugkeer naar dat centrum, nadat hij zich buiten de veiligheidszone met gereglementeerde toegang van de luchthaven heeft bevonden, is artikel 28 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 ambtshalve van toepassing en het staat niet aan de Koning zulks te herhalen in het kader van het voorliggende ontwerpbesluit.
   Er dient bovendien op te worden gewezen dat wanneer het erom gaat bezoekers te fouilleren, in artikel 36, eerste lid, van het ontwerp wordt verwezen naar Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart, terwijl, wanneer het gaat om het fouilleren van de bewoner door de politie na een bezoek (16), het vierde lid van diezelfde bepaling gewoon " een grondige fouillering " van de bewoner voorschrijft.
   Uit de voorgaande opmerkingen blijkt dat artikel 13 van het ontwerp grondig moet worden herzien en dat bovendien gezorgd moet worden voor samenhang tussen deze bepaling en artikel 36 van het ontwerp.
   Artikel 15
   Net als voor het ontworpen artikel 111/3, § 2, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 (artikel 28 van ontwerp 46.497/4) is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk in welk opzicht het specifieke karakter van de INAD-centra met zich zou moeten brengen dat het de bewoner van een INAD-centrum verboden wordt om voorwerpen die hem toebehoren en waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde, de veiligheid of, gelet op de geografische ligging van het INAD-centrum, de veiligheid van de burgerluchtvaart, bij zich te hebben of in zijn verblijfsruimte onder te brengen, overeenkomstig de regels die moeten worden vastgesteld in het huishoudelijk reglement van het centrum.
   Overeenkomstig leidend beginsel 2 moet dit verschil in behandeling naar behoren worden gerechtvaardigd in het verslag aan de Koning.
   Artikelen 21 en 22
   1. De artikelen 21 en 22 van het ontwerp, die betrekking hebben op het recht van de bewoners om te telefoneren of telefoonoproepen te ontvangen, doelen zowel op telefoonoproepen in het algemeen als op die tussen de bewoner en zijn advocaat.
   Deze artikelen geven hierdoor aanleiding tot verwarring.
   Immers terwijl uit artikel 21, derde lid, van het ontwerp blijkt dat telefonisch contact tussen een bewoner en zijn advocaat niet kan worden verboden, lijkt daarentegen artikel 22 het mogelijk te maken een zodanig contact, zelfs met een advocaat, te verbieden in de omstandigheden waarvan sprake is in deze bepaling.
   Aangezien het zich laat aanzien dat zulks niet de bedoeling is van de steller van het ontwerp, moeten deze twee bepalingen worden herzien om beter vast te stellen welke regels van toepassing zijn op enerzijds telefonisch contact tussen de bewoner van een INAD-centrum en zijn advocaat (advocaten) en anderzijds ander telefonisch contact in het algemeen (17).
   2. In de Franse versie van artikel 21, tweede lid, van het ontwerp, dient zoals in de Nederlandse versie van de bepaling, het woord " téléphonique " te worden toegevoegd na het woord " contact " (18).
   Artikelen 23 tot 25
   Deze bepalingen moeten worden herzien in het licht van de artikelen 18 tot 21/2 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zoals ze gewijzigd, vervangen of ingevoegd zijn bij ontwerp 46.497/4, om beter tot uiting te laten komen welke regels van toepassing zijn op briefwisseling in het algemeen, briefwisseling met de advocaten en met de overheid.
   Artikel 26
   Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom de voorwaarden inzake de kostenovername voor briefpapier en briefwisseling strikter zijn voor een bewoner van een INAD-centrum dan die waarin artikel 23 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 voorziet voor de bewoners van de andere centra.
   Artikel 27
   Er wordt bepaald dat alle bezoeken plaats vinden in een vrij lokaal van de politie " omwille van de kleine oppervlakte van de infrastructuur van de INAD-centra en om te voorkomen dat er gevaarlijke voorwerpen en/of verboden stoffen binnengebracht worden ".
   De tweede reden die wordt opgegeven ter rechtvaardiging van dit verschil in behandeling in vergelijking met de bewoners van de centra waarvan sprake is in het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, is niet relevant, aangezien ook voor de bewoners van deze centra ernaar wordt gestreefd te voorkomen dat gevaarlijke voorwerpen en/of verboden stoffen worden binnengebracht.
   In verband met de eerste aangevoerde reden zou overeenkomstig leidend beginsel 1, in het verslag aan de Koning beter moeten worden bepaald in welk opzicht de infrastructuur van de INAD-centra zo ontoereikend is dat het hoe dan ook niet mogelijk is binnen deze accommodatie te voorzien in een bezoekerslokaal.
   Artikel 28
   Overeenkomstig leidend beginsel 1 is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom :
   - in het eerste lid van artikel 28 niet wordt bepaald dat de bezoeker eveneens een geldig identiteitsbewijs kan overleggen, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 2 augustus 2002;
   - artikel 26, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 niet eveneens is overgenomen;
   - niet wordt voorzien in het bijhouden van een " bezoekersregister ", zoals in artikel 28 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002;
   - inzonderheid wat professionele bezoeken betreft, niet ook wordt bepaald welke regels aangaande bezoek moeten worden toegepast wanneer een zieke bewoner zich niet kan begeven naar het aparte lokaal van de politie (19).
   Artikel 32
   1. Bij vergelijking met artikel 33 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 rijst de vraag of de in artikel 32, eerste lid, van het ontwerp bedoelde overheden de bewoners van de INAD-centra in alle omstandigheden kunnen bezoeken, dan wel of ze zulks slechts kunnen op voorwaarde dat ze aantonen dat hun bezoek noodzakelijk is in het kader van hun bediening of hun ambt, in welk geval zulks in de ontworpen tekst zou moeten worden gepreciseerd.
   2. In zoverre artikel 32, tweede lid, getoetst aan leidend beginsel 1, enerzijds bepaalt dat " de andere officiële instanties " een " gemotiveerd " verzoek om bezoek moeten indienen bij de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken of zijn gemachtigde, en anderzijds niet preciseert dat toestemming alleen kan worden geweigerd in welbepaalde gevallen, voert het, vergeleken bij artikel 37 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, verschillen in behandeling in; waarvan de afdeling Wetgeving de reden niet inziet.
   De ontworpen bepaling is hoe dan ook niet aanvaardbaar en kan zelfs, in bepaalde opzichten, worden beschouwd als een schending van internationale verplichtingen door België, in zoverre ze ook van toepassing is op sommige van de " officiële instanties " die worden opgenoemd in artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   3. Artikel 32 van het ontwerp moet dus grondig worden herzien in het licht van de voorgaande opmerkingen.
   Artikel 33
   1. In de Franse versie van het eerste lid dienen, zoals in de Nederlandse versie, de woorden " une visite " vervangen te worden door de woorden " la visite " (20).
   2. Overeenkomstig leidend beginsel 1 is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom, net als in de tweede volzin van het tweede lid van artikel 34 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, niet wordt voorzien in de mogelijkheid om af te wijken van het vereiste om de band van verwantschap, aanverwantschap of partnerschap te bewijzen.
   Evenzo dient, in aansluiting op artikel 35, nieuw eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 (artikel 14 van ontwerp 46.497/4), te worden bepaald wie van het personeel van het INAD-centrum zich ervan moet vergewissen of elke bewoner van het centrum daadwerkelijk zijn bezoekrecht kan uitoefenen. Zulks geldt des te meer daar dit bezoekrecht moet worden uitgeoefend in een lokaal dat ter beschikking wordt gesteld door de federale politie.
   Artikel 35
   De steller van het ontwerp moet in het verslag aan de Koning rechtvaardigen waarom de regels voor bezoek " van andere personen " strenger zijn voor de bewoners van de INAD-centra dan die welke artikel 37 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 voorschrijft voor de bewoners van de andere centra. In het licht van leidend beginsel 1 is het de afdeling Wetgeving hoe dan ook niet duidelijk hoe kan worden gerechtvaardigd dat bezoeken alleen toegestaan worden " indien ze kunnen bijdragen tot de verwijdering " van de bewoner van het centrum.
   Artikel 36
   Er wordt verwezen naar de opmerkingen onder artikel 13 van het ontwerp.
   Artikel 38
   Overeenkomstig leidend beginsel 2 dient gezorgd te worden voor samenhang tussen deze bepaling en artikel 88 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zoals het wordt gewijzigd bij artikel 22 van ontwerp 46.497/4. Bovendien wordt verwezen naar de opmerking die in advies 46.497/4 onder deze bepaling is gemaakt.
   Artikel 39
   Overeenkomstig leidend beginsel 2 is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom de tweede en derde zin van artikel 79 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 niet worden overgenomen in de ontworpen tekst.
   Artikel 44
   Het laat zich aanzien dat dit artikel gebaseerd is op de oorspronkelijke versie van artikel 72 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, dat evenwel is vernietigd bij arrest nr. 188.705 van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 december 2008.
   De ontworpen bepaling moet dus worden herzien om rekening te houden met zowel de draagwijdte van dit vernietigingsarrest, met het nieuwe artikel 72 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, zoals het wordt vervangen bij artikel 21 van ontwerp 46.497/4, als met de wijzigingen die erin worden aangebracht om de opmerkingen in acht te nemen die onder dit artikel in advies 46.497/4 zijn gemaakt.
   Indien de steller van het ontwerp het noodzakelijk acht te voorzien in een verschillende behandeling van de bewoners van INAD-centra, zou dit verschil in behandeling overeenkomstig leidend beginsel 1 naar behoren moeten worden gerechtvaardigd in het verslag aan de Koning.
   Artikelen 45 tot 50
   1. Overeenkomstig leidend beginsel 1 en in aansluiting op de artikelen 52 tot 61 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, moet de steller van het ontwerp in het verslag aan de Koning de volgende verschillen in behandeling kunnen rechtvaardigen :
   - het niet-bijhouden van een medisch dossier of op zijn minst, een medische kaart, wanneer een bewoner van een INAD-centrum een beroep doet op medische bijstand;
   - de reden waarom niet wordt vermeld dat de bewoner van een INAD-centrum een beroep kan doen op een arts naar keuze, op eigen kosten;
   - evenzo het ontbreken van enige bepaling met betrekking tot de professionele onafhankelijkheid van de arts die door het personeel van het INAD-centrum wordt opgeroepen.
   Bij gebrek aan een gepaste rechtvaardiging moet het ontwerpbesluit worden aangevuld om die verschillen in behandeling geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken.
   Voor het overige geven de voorliggende bepalingen aanleiding tot de volgende bijzondere opmerkingen.
   2. De artikelen 48 en 49 van het ontwerp zouden moeten worden samengebracht in één artikel en, overeenkomstig leidend beginsel 2, worden herzien of aangevuld opdat ze beter overeenstemmen met artikel 61 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, waar ze zeer nauw bij aansluiten.
   3. Artikel 50 van het ontwerp bepaalt dat wanneer het om een ernstige aandoening, een besmettelijke ziekte of een epidemie gaat, de arts de " bevoegde overheden " op de hoogte moet brengen. De vraag rijst evenwel wat onder dat begrip dient te worden verstaan. Op dat punt wordt verwezen naar artikel 58 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   4. Het is de afdeling Wetgeving evenmin duidelijk waarom het voorliggende ontwerpbesluit geen soortgelijke bepaling bevat als die in artikel 61/1 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 (artikel 19 van ontwerp 46.497/4), betreffende het medisch onderzoek dat wordt verricht nadat een poging tot verwijdering van het grondgebied is mislukt.
   Artikel 51
   Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarin de beoordelingsbevoegdheid van het personeel van het centrum kan bestaan wanneer het, zoals in de ontworpen tekst wordt bepaald, " een voorstel, in functie van de specifieke situatie van de bewoner " moet doen. Op zijn minst het verslag aan de Koning moet op dat punt verduidelijkt worden.
   In verband met de vraag wie in dezen de beslissing neemt, wordt verwezen naar algemene opmerking 3.
   Artikel 54
   De woorden " Overeenkomstig de bepalingen van het verdrag van Wenen van 24 april 1963 " dienen als overbodig te vervallen. Indien de steller van het ontwerpbesluit het nuttig acht daarvan gewag te maken, moet zulks geschieden in het verslag aan de Koning.
   Artikel 57
   1. Overeenkomstig leidend beginsel 2 is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom de ontworpen bepaling geen paragraaf 2 bevat zoals die van artikel 96 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, waarop ze is gebaseerd.
   2. In de Franse versie van het ontwerp moet naast het tweede streepje (lees : " 2° "), het woord " résidents " vervangen worden door het woord " occupants ".
   3. In de Franse versie van het ontwerp moet naast het dertiende streepje (lees : " 13° "), het woord " texte " vervangen worden door het woord " arrêté ".
   Nieuwe artikelen (in te voegen)
   Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom het ontworpen besluit geen eendere, of op zijn minst vergelijkbare bepalingen bevat als die van de artikelen 121 tot 126 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   Artikel 70
   Artikel 70 voegt in het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 een derde lid in om te preciseren dat de Commissie en het permanent secretariaat, beide opgericht door dat besluit, eveneens belast worden met de individuele behandeling van klachten ingediend door bewoners van de INAD-centra (21).
   Hoewel men ervan uit kan gaan dat een zodanige verwijzing impliceert dat de klachten zullen worden behandeld volgens de procedure waarin het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 voorziet, zou het voorliggende ontwerp evenwel moeten worden aangevuld met een bepaling waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat elke bewoner van een INAD-centrum het recht heeft om een klacht in te dienen bij een personeelslid van het centrum.
   De vraag rijst eveneens hoe sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 concreet zullen worden toegepast, aangezien het voorliggende ontwerpbesluit niet voorziet in het ambt van " directeur van een INAD-centrum " als zodanig. Een soortgelijke vraag rijst in verband met de uitvoeringsbepalingen in het ministerieel besluit van 23 januari 2009 tot vaststelling van de procedure- en werkingsregels van de Commissie en het permanent secretariaat, bedoeld in het artikel 130 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 houdende vaststelling van het regime en de werkingsmaatregelen, toepasbaar op de plaatsen gelegen op het Belgisch grondgebied, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, waar een vreemdeling wordt opgesloten, ter beschikking gesteld van de regering of vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 74/8, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
   Op dat punt wordt verwezen naar algemene opmerking 3.
   Nieuw artikel (in te voegen)
   Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk waarom niet elk INAD-centrum de verplichting wordt opgelegd een jaarverslag op te maken waarin alle inlichtingen, of een gedeelte ervan, worden opgenomen waarvan sprake is in artikel 135 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   Ofwel dient de ontworpen tekst te worden aangevuld, ofwel dient dit verschil in behandeling te worden gerechtvaardigd in het verslag aan de Koning.
   Artikel 72
   Tenzij er een specifieke reden bestaat om af te wijken van de gangbare termijn van inwerkingtreding bepaald door artikel 6, eerste lid, van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, dient in beginsel te worden afgezien van de onmiddellijke inwerkingtreding teneinde iedereen een redelijke termijn te geven om kennis te nemen van de nieuwe regels.
   Slotopmerking
   Overeenkomstig leidend beginsel 1 moet in het verslag aan de Koning naar behoren worden gerechtvaardigd waarom het niet noodzakelijk wordt geacht in het voorliggende ontwerp bepalingen op te nemen met betrekking tot enerzijds het zedelijk en godsdienstig regime van toepassing op de bewoners van de INAD-centra (22) en anderzijds de activiteiten van de niet-gouvernementele organisaties in diezelfde centra (23).
   Wetgevingstechnische slotopmerkingen
   1. Alle indelingen tot groepering van artikelen worden genummerd in Arabische cijfers (24). Dit geldt voor de nummering van de hoofdstukken in het voorliggende ontwerp.
   2. Overeenkomstig de beginselen van de wetgevingstechniek moeten hoofdstukken worden onderverdeeld in afdelingen en onderafdelingen (25).De punten A tot D van afdeling 2 van hoofdstuk IV (lees : " 4 ") moeten dienovereenkomstig worden aangepast.
   3. Voor een opsomming binnen een zin werkt men met de onderverdelingen " 1° ", " 2° ", " 3° " enz. die op hun beurt eventueel kunnen worden onderverdeeld in " a) ", " b) ", " c) ", enz. (26).
   Het gehele ontwerp moet worden herzien om rekening te houden met deze opmerking.
   De kamer was samengesteld uit :
   de heren :
   Ph. Hanse, kamervoorzitter.
   P. Liénardy, J. Jaumotte, staatsraden.
   Mevr. C. Gigot, griffier.
   Het verslag werd uitgebracht door de H. R. Wimmer, auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de H. P. Liénardy.
   De griffier,
   C. Gigot.
   De voorzitter,
   Ph. Hanse.
   Nota's
   (1) Zie in die zin artikel 1, 3°, van het ontwerp.
   (2) Zie in die zin artikel 3 van het ontwerp.
   (3) Zie evenwel, wat betreft het gebrek aan overeenstemming tussen deze passage in het verslag aan de Koning en artikel 3, tweede en derde zin, van het ontwerp, de bijzondere opmerking gemaakt onder dit artikel 3.
   (4) Zo wordt in het verslag aan de Koning bijvoorbeeld gepreciseerd dat professionele bezoeken, bezoeken van familieleden of van andere personen niet plaatsvinden in het centrum zelf, maar " in een apart lokaal van de politie, omwille van de veiligheidsvoorschriften van de luchthaven en de beperkte ruimte in het centrum ".
   (5) Aldus wordt verwezen naar verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart.
   (6) Vergelijk met de artikelen 106 en 109 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   (7) Doch niet " § 1 ", zoals in de aanhef verkeerdelijk wordt vermeld.
   (8) Zie Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, 2008, tab Wetgevingstechniek, aanbeveling nr. 30, www.raadvanstate.be (18/05/2009).
   (9) Zie inzonderheid de koninklijke besluiten van 10 juli 1998 en 13 mei 1999 houdende aanduiding in het Rijk van plaatsen die gelijkgesteld worden met de plaats zoals bedoeld in artikel 74/5, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
   (10) In een normatieve bepaling moet het vervolg van de ontwerptekst in artikel 1, 3°, vervallen. Die preciseringen kunnen hooguit worden opgenomen in het verslag aan de Koning.
   (11) Vergelijk met artikel 2, tweede en derde lid, van het ontwerp en met artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 voordat het is vernietigd bij arrest nr. 188.705 van 10 december 2008 van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
   (12) Zie evenzo opmerking 2 bij artikel 2 in het advies over ontwerp 46.137/4.
   (13) Het geval van " verwijdering van het grondgebied " wordt immers niet vermeld doordat de bewoner van een INAD-centrum het grondgebied niet is binnengekomen, maar wel de gevallen van " terugdrijving " en " repatriëring ".
   (14) Allicht moet hier worden verwezen naar artikel 7 van het ontwerp.
   (15) Pro memorie, artikel 21, eerste lid, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt draagt de politiediensten op toe te zien op de naleving van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
   (16) En dus voordat de bewoner terugkeert naar het INAD-centrum nadat hij dit bezoek heeft ontvangen in het afzonderlijk lokaal van de politie (zie in dat verband artikel 27 van het ontwerp).
   (17) Vergelijk in dat opzicht met de artikelen 24 en 25 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 (gebruik van de telefoon in het algemeen) enerzijds, en met artikel 63 van datzelfde besluit (telefonisch contact met de advocaat in het kader van de juridische bijstand), anderzijds.
   (18) Vergelijk met artikel 63, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   (19) Vergelijk met artikel 30 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   (20) Vergelijk eveneens met artikel 34, eerste lid, van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   (21) Pro memorie, ook een nieuw tweede lid wordt ingevoegd in dat artikel 130 bij artikel 54 van ontwerp 46.137/4; zie in dat verband de opmerkingen gemaakt onder de artikelen 49 tot 54 van het ontwerp in advies 46.137/4.
   (22) Vergelijk met de artikelen 46 tot 51 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   (23) Vergelijk met de artikelen 73 en 74 van het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.
   (24) Aanbeveling nr. 64.
   (25) Aanbeveling nr. 62.
   (26) Aanbeveling nr. 58.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Erratum Franstalige versie