J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiŰlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/10/26/2007009900/justel

Titel
26 OKTOBER 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-11-2007 en tekstbijwerking tot 10-04-2019)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 09-11-2007 nummer :   2007009900 bladzijde : 56834       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2007-10-26/35
Inwerkingtreding : 01-01-2008

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-11

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.De basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek worden vastgesteld in dit besluit.
  [1 De bedragen worden vastgesteld per gerechtelijke band en ten aanzien van elke partij die door een advocaat wordt bijgestaan. Wanneer eenzelfde advocaat in eenzelfde gerechtelijke band verscheidene partijen bijstaat, wordt de rechtsplegingsvergoeding onder hen verdeeld.]1
  Geen vergoeding is verschuldigd wegens handelingen verricht voor een gerecht waaraan de zaak bij beslissing van de arrondissementsrechtbank is onttrokken [2 of indien een gerecht zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de bevoegde rechter]2.
  Zo ook is geen vergoeding verschuldigd indien de verweerder of de gedaagde in hoger beroep vˇˇr de inschrijving van de zaak op de rol, de [3 vordering]3 inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten.
  Ingeval de verweerder, of de gedaagde in hoger beroep, na de inschrijving op de rol, de [3 vordering]3 inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten, is het bedrag van de vergoeding gelijk aan ÚÚn kwart van de basisvergoeding, zonder hoger te kunnen zijn dan 1.000 euro.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-29/11, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>
  (2)<KB 2019-03-29/11, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>
  (3)<KB 2019-03-29/11, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>

  Art. 2.Met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in artikel 4 van dit besluit wordt de rechtsplegingsvergoeding voor [1 rechtsvorderingen]1 die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen, vastgesteld als volgt :

                                                    (in euro)
                                                        -
                                     Basisbedrag     Minimum-      Maximum-
                                                      bedrag        bedrag
                                          -             -              -
  Tot 250,00                            150,00          75,00        300,00
  Van 250,01 tot 750,00                 200,00         125,00        500,00
  Van 750,01 tot 2.500,00               400,00         200,00      1.000,00
  Van 2.500,01 tot 5.000,00             650,00         375,00      1.500,00
  Van 5.000,01 tot 10.000,00            900,00         500,00      2.000,00
  Van 10.000,01 tot 20.000,00         1.100,00         625,00      2.500,00
  Van 20.000,01 tot 40.000,00         2.000,00       1.000,00      4.000,00
  Van 40.000,01 tot 60.000,00         2.500,00       1.000,00      5.000,00
  Van 60.000,01 tot 100.000,00        3.000,00       1.000,00      6.000,00
  Van 100.000,01 tot 250.000,00       5.000,00       1.000,00     10.000,00
  Van 250.000,01 tot 500.000,00       7.000,00       1.000,00     14.000,00
  Van 500.000,01 tot 1.000.000,00    10.000,00       1.000,00     20.000,00
  Boven 1.000.000,01                 15.000,00       1.000,00     30.000,00


  Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de vordering vastgesteld overeenkomstig [2 de artikelen 557 tot 559, 561, 562 en 618, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek]2 in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg. Wanneer het geschil betrekking heeft op de titel van een uitkering tot onderhoud, wordt in afwijking van artikel 561 van hetzelfde Wetboek het bedrag van de vordering berekend, ter bepaling van de rechtsplegingsvergoeding, op basis van het bedrag van de annu´teit of van twaalf maandelijkse termijnen.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-29/11, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>
  (2)<KB 2019-03-29/11, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>

  Art. 3.Voor de [1 rechtsvorderingen]1 die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 1.200 euro, het minimum bedrag 75 euro en het maximum bedrag 10.000 euro.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-29/11, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>

  Art. 4. In afwijking van de artikelen 2 en 3 worden de basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding voor rechtspleging bedoeld in artikelen 579 en 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek vastgesteld als volgt :

                                                       (in euro)
                                                           -
                                             Basis-     Minimum-    Maximum-
                                             bedrag      bedrag      bedrag
                                               -           -           -
  Voorzitter van de arbeidsrechtbank
  Tot 249,99                                  36,46       26,46       46,46
  Van 250 tot 619,99                          36,46       26,46       46,46
  Van 620 tot 2.500 euro en voor de           36,46       26,46       46,46
   vorderingen die betrekking hebben op
   niet in geld waardeerbare eisen
  Boven 2.500                                 72,86       57,86       87,86
       
  Arbeidsrechtbank
  Tot 249,99                                  36,46       26,46       46,46
  Van 250 tot 619,99                          72,86       57,86       87,86
  Van 620 tot 2.500 euro en voor de          109,32       89,32      129,32
   vorderingen die betrekking hebben op
   niet in geld waardeerbare eisen
  Boven 2.500                                218,64      188,64      248,64
       
  Arbeidshof
  Tot 249,99                                  48,61       38,61       58,61
  Van 250 tot 619,99                          97,17       82,17      112,17
  Van 620 tot 2.500 euro en voor de          145,78      120,78      160,78
   vorderingen die betrekking hebben op
   niet in geld waardeerbare eisen
  Boven 2.500                                291,50      251,50      331,50



  Art. 5.Voor de overeenkomstig artikel 1340 van het Gerechtelijk Wetboek ingediende vorderingen zijn de in artikel 2 bedoelde minimumvergoedingen van toepassing voor de fase van de [1 rechtspleging]1 omschreven in de artikelen 1340 tot 1343,ž2, van het Gerechtelijk Wetboek.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-29/11, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>

  Art. 6.
  <Opgeheven bij KB 2019-03-29/11, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 20-04-2019>

  Art. 7. Geen rechtsplegingsvergoeding wordt toegekend voor rechtsplegingen die rechtsbijstand beogen.
  Voor het overige doet het gegeven dat rechtsbijstand wordt verleend geenszins afbreuk aan de toekenning van de in de vorige artikelen bedoelde vergoedingen.

  Art. 8. De basis-, minimum- en maximum bedragen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat overeenstemt met 105,78 punten (basis 2004); telkens als het indexcijfer met 10 punten stijgt of daalt, worden de sommen bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 van dit besluit met 10 procent vermeerderd of verminderd.

  Art. 9. Het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek wordt opgeheven.

  Art. 10. Treden in werking op 1 januari 2008 :
  - De artikelen 1 tot en met 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat
  - Dit besluit.

  Art. 11. Onze minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 26 oktober 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op artikel 1022, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 21 april 2007;
   Gelet op de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, inzonderheid op artikel 14;
   Gelet op het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek gewijzigd door de koninklijk besluiten van 23 november 1976, 17 maart 1993, 21 december 1994 en 20 juli 2000;
   Gelet op het advies van de Orde van Vlaamse Balies van 24 april 2007 en van de Ordre des Barreaux francophones et germanophone van 25 april 2007;
   Gelet op de adviezen van de inspecteurs van financiŰn, gegeven op 23 april 2007 en 26 april 2007;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 april 2007;
   Gelet op advies nr. 43.215/2 van de Raad van State, gegeven op 18 juni 2007, met toepassing van artikel 84, ž 1, eerste lid, 1░, van de geco÷rdineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 29-03-2019 GEPUBL. OP 10-04-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 5; 6)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie