J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
16 JANUARI 2006. - Circulaire betreffende de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek van Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning.

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 23-01-2006 nummer :   2006009053 bladzijde : 03680   BEELD
Dossiernummer : 2006-01-16/30
Inwerkingtreding : 23-01-2006

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. M, 64, 1476

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel M. Ik vestig uw aandacht op de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek van Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning bekendgemaakt door de diensten van het Staatssecretariaat voor administratieve vereenvoudiging in het Belgisch Staatsblad van 23 december 2005 - zie ook de errata gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 januari 2006.
  Deze wet zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand na die waarin zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met name op 1 februari 2006. Zij zal van toepassing zijn op de verzoeken tot opmaak van een akte van huwelijksaangifte of tot het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning gedaan vanaf die datum (art. 5 en 6 van de wet).
  De wet heeft tot doel de procedure voor de huwelijksaangifte en het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning te vereenvoudigen. De doorgevoerde wijzigingen zijn de volgende :
  1. De ambtenaar van de burgerlijke stand vraagt het eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte en de eventueel andere voor te leggen akten van de burgerlijke stand zelf op wanneer deze in België zijn opgemaakt of overgeschreven en hij de plaats van de overschrijving ervan kent.
  2. Voor het bekomen van het bewijs van nationaliteit, van ongehuwde staat en van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister raadpleegt hij het Rijksregister en voegt een uittreksel hieruit bij het dossier. Dit geldt enkel voor personen die zijn ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
  Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand zich onvoldoende ingelicht acht door de gegevens van het Rijksregister, kan hij niettemin belanghebbende steeds om de voorlegging van ieder ander bewijs tot staving van die gegevens verzoeken.
  3. Wat betreft het bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken volstaat voortaan een bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van het laatste voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk; daarnaast is in voorkomend geval een bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van de huwelijken gesloten voor een buitenlandse overheid vereist, tenzij ze voorafgaan aan een voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand gesloten huwelijk.
  4. De regeling wordt uitgebreid tot de documenten die eventueel worden gevraagd om te bewijzen dat voldaan is aan de voorwaarden voor het aangaan van een wettelijke samenwoning.
  5. Tot slot gaat de wijziging gepaard met een afschaffing van het zegelrecht op de diverse documenten die moeten worden voorgelegd.
  Deze circulaire strekt ertoe de praktische toepassing van deze wijzigingen te omschrijven zodat de procedures uniform zouden worden toegepast in alle Belgische steden en gemeenten.
  A. De huwelijksaangifte.
  1. Voor de aangifte vereiste documenten.

  Artikel 64, § 1, van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de documenten die de aanstaande echtgenoten, bij aangifte van het huwelijk, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar zij wensen te huwen, moeten voorleggen. De wijzigingen hebben betrekking op het afschrift van de akte van geboorte (1°), het bewijs van nationaliteit (3°), het bewijs van ongehuwde staat en, in voorkomend geval, van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken (4°), en het bewijs van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister (5°). Aan de overige documenten werd niet geraakt. Vorige circulaires, inzonderheid deze van 17 december 1999 inzake de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk, punt A, (B.S. 31.12.1999) en van 23 januari 2004 tot vervanging van de circulaire van 8 mei 2003 betreffende de wet van 13 februari 2003 tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, punt A, 2.2., (B.S. 27. 01.2004), hadden reeds betrekking op de voor het huwelijk voor te leggen documenten. Algemeen gesproken blijven deze circulaires wat betreft die punten van toepassing voorzover hierna niet anders wordt bepaald.
  1.1. een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte (art. 64, § 1, 1°);
  Een nieuwe § 3 ingevoegd in artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek voorziet erin dat de ambtenaar van de burgerlijke stand zelf het eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte opvraagt wanneer de akte in België is opgemaakt of overgeschreven en hij de plaats van de overschrijving ervan kent. Deze verplichting geldt zowel indien de aanstaande echtgenoot Belg is als vreemdeling en ongeacht of hij al dan niet in België woont.
  Hetzelfde principe geldt voor de andere akten van de burgerlijke stand die in België zijn opgemaakt of overgeschreven en waarvan, in voorkomend geval, de voorlegging van een afschrift nodig zou zijn : b.v. de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van een adoptievonnis.
  De nieuwe regeling is beperkt tot huwelijken gesloten in België. Om praktische redenen werden de huwelijken gesloten door de Belgische diplomatieke of consulaire ambtenaren uitgesloten van deze verplichting, zolang een snel verkeer tussen de gemeenten en de diplomatieke en consulaire posten niet is gerealiseerd of deze niet zijn verbonden met het Rijksregister.
  Indien de aanstaande echtgenoot niet in België is geboren of zijn geboorteakte niet werd overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand van een Belgische gemeente, zal hij, zoals dat tot nu toe het geval was, zelf een authentiek afschrift van zijn geboorteakte moeten voorleggen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de geldende voorschriften inzake legalisatie (art 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht; circulaire van 21 september 2004 betreffende de aspecten van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht die betrekking hebben op het personeel statuut, punt G. 3. en de instructies terzake van het departement van Buitenlandse Zaken). In voorkomend geval kan om een voor eensluidend verklaarde vertaling worden verzocht.
  1.2. Een bewijs van identiteit (art. 64, § 1, 2°);
  De wet wijzigt terzake niets. Zoals aangegeven in vermelde omzendbrief van 17 december 1999 gaat het om een document waaruit de identiteit van betrokkene blijkt : b.v. een identiteitskaart of een paspoort. Ik wens de aandacht erop te vestigen dat, bij gebrek aan identiteitskaart of paspoort, ook ieder ander document dat de identiteit bewijst kan worden aanvaard zoals een rijbewijs of laissez passer met foto. Tenzij zulks redelijkerwijze niet kan worden geëist zal het voorgelegde identiteitsbewijs evenwel in principe steeds een foto bevatten.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt een kopie van het voorgelegde identiteitsbewijs of drukt de inhoud van de chip van de elektronische identiteitskaart af en voegt deze gegevens bij het dossier.
  1.3. - een bewijs van nationaliteit;
  - een bewijs van ongehuwde staat of van de ontbinding of nietigverklaring van het laatste voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk en in voorkomend geval een bewijs van de ontbinding of de nietigverklaring van de huwelijken gesloten voor een buitenlandse overheid, tenzij ze een voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk voorafgaan;
  - een bewijs van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele verblijfplaats evenals in voorkomend geval een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden(art. 64, § 1, 3° tot 5°);
  De nieuwe § 4 van artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek voert een andere belangrijke wijziging in : de aanstaande echtgenoot, indien deze op de datum van het verzoek tot opmaak van de akte van aangifte ingeschreven is in het bevolkings-, of vreemdelingenregister en voor zover het huwelijk in België wordt voltrokken, wordt vrijgesteld van de voorlegging van een bewijs van nationaliteit, van ongehuwde staat en van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
  Het gaat hier om informaties die als dusdanig, overeenkomstig artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, als basisgegevens zijn opgenomen in het Rijksregister en waartoe de ambtenaar van de burgerlijke stand toegang heeft.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand zal voor het bekomen van die gegevens het Rijksregister consulteren en zelf de nodige uittreksels als bewijs bij het dossier voegen. De diverse gegevens mogen desgewenst op één uittreksel worden vermeld. Op die wijze wordt in principe, wat betreft die documenten, voldaan aan de voorwaarden van de wet.
  Het kan evenwel niet worden uitgesloten dat in bepaalde gevallen de gegevens van het Rijksregister niet zouden volstaan.
  Daarom behoudt de ambtenaar van de burgerlijke stand steeds het recht om, indien hij zich onvoldoende ingelicht acht door die gegevens, belanghebbende om de voorlegging van ieder ander bewijs tot staving van die gegevens te verzoeken (art. 64, § 4, tweede lid).
  Dit kan onder meer het geval zijn :
  - wanneer de informatie in het Rijksregister niet overeenstemt met de gegevens in de akten van de burgerlijke stand of nog met andere gegevens waarover de ambtenaar van de burgerlijke stand beschikt;
  - wanneer de informatie in het Rijksregister niet correct, onvolledig of niet bijgewerkt is omdat zij b.v. nog verder wordt onderzocht (vb. de rechtsgeldigheid van een vorig huwelijk of de ontbinding ervan);
  - wanneer belanghebbende zelf zich beroept op een andere staat of nationaliteit dan deze vermeld in het Rijksregister of nog
  - wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand meent een bijkomend bewijs van de nationale overheden van de vreemdeling te moeten vragen.
  Het komt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand toe om te oordelen of wat hem betreft de gegevens van het Rijksregister volstaan. Hij zal er wel over waken dat eventuele verschillen tussen de aktes van de burgerlijke stand en het Rijksregister nauwkeurig worden onderzocht en op elkaar worden afgestemd. Het opvragen van bijkomende documenten dient zich in deze omstandigheden evenwel te beperken tot het hoogst noodzakelijke.
  Zo kan bij wijze van voorbeeld worden vermeld dat tenzij betrokkene zelf anders aangeeft of de ambtenaar van de burgerlijke stand over ernstige aanwijzingen van het tegendeel beschikt, de vermelding van ongehuwde staat in het Rijksregister kan worden aanvaard indien betrokkene vóór de huwbare leeftijd, in toepassing van het op hem van toepassing zijnde internationaal privaatrecht, in België werd ingeschreven. Dit geldt zowel voor Belgen als voor vreemdelingen. Wanneer iemand, na een reglementaire inschrijving in België tijdelijk werd afgeschreven naar het buitenland, kan de vermelde toestand van ongehuwde staat conform het rijksregister worden aanvaard, tenzij betrokkene anders aangeeft of de ambtenaar van de burgerlijke stand over ernstige aanwijzingen van het tegendeel beschikt. Enerzijds kan iemand in theorie in dergelijke omstandigheden weliswaar in het buitenland gehuwd zijn, maar het is anderzijds niet mogelijk een ongehuwde staat te bewijzen omdat iemand in om het even welk land van de wereld gehuwd kan zijn zonder dit te melden. Dit geldt trouwens ook voor Belgen of vreemdelingen die altijd in België hebben verbleven en even goed zonder dit te melden in het buitenland gehuwd kunnen zijn. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan eventueel het uittreksel van ongehuwde staat uit het Rijksregister met de formulering Gelezen en goedgekeurd' laten ondertekenen door de aangever.
  De nieuwe regeling is enkel van toepassing op personen die op de datum van het verzoek tot opmaak van de akte van aangifte zijn ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
  Zij geldt dus niet :
  - voor vreemdelingen ingeschreven in het wachtregister. De inschrijving in het wachtregister gebeurt grotendeels op verklaring zodat er onvoldoende garanties zijn met betrekking tot de juistheid van de gegevens.
  - voor Belgen ingeschreven in de registers gehouden in de diplomatieke zendingen en consulaire posten. De inschrijving in die registers is niet verplicht zodat er evenmin voldoende garanties zijn omtrent de juistheid van de gegevens in het Rijksregister.
  - voor personen die in België verblijven zonder inschrijving.
  - voor personen die hun woonplaats in het buitenland hebben.
  Al deze personen zullen dus, zoals dat nu toe het geval was, zelf de door de wet vereiste documenten moeten voorleggen. Deze documenten moeten in voorkomend geval worden gelegaliseerd en vertaald (cfr. ook punt 1.1 hierboven).
  Verder is de regeling enkel van toepassing bij huwelijken gesloten in België. Huwelijken gesloten voor een Belgisch diplomatiek of consulair ambtenaar vallen er dus buiten.
  Tot slot betreft de vrijstelling waarvan sprake in de nieuwe § 4 enkel de daarin bij naam genoemde documenten.
  - Zo kan het Rijksregister slechts voorzien in het bewijs van ongehuwde staat. Indien betrokkene gehuwd was zal het eveneens in artikel 64, § 1, 4° voorziene bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van vorig(e) huwelijk(en) moeten worden voorgelegd.
  Wanneer de akte in België werd opgemaakt of overgeschreven zal de ambtenaar van de burgerlijke stand evenwel zelf de nodige akten opvragen (art. 64, § 3, derde lid).
  Bovendien wordt ingevolge artikel 2, 1° van de wet de voorlegging van het bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken beperkt tot het bewijs van de ontbinding van het laatste huwelijk dat werd voltrokken voor een Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand en in voorkomend geval een bewijs van de ontbinding of de nietigverklaring van de huwelijken gesloten voor een buitenlandse overheid, tenzij ze een voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk voorafgaan.
  Er kan inderdaad van worden uitgegaan dat de Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand, bij de voltrekking van het laatste huwelijk, zorgvuldig, aan de hand van stukken, de ontbinding van de vorige huwelijken heeft onderzocht zodat dezelfde controle niet moet worden overgedaan. Indien het laatste huwelijk werd voltrokken voor een Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand zal dus enkel het bewijs van de ontbinding van dit huwelijk moeten worden voorgelegd. Onder de term 'huwelijk voltrokken voor een Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand' moeten ook die huwelijken begrepen worden die voltrokken werden door de Belgische diplomatieke ambtenaren of door de ambtenaren van het consulaire korps aan wie de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand is opgedragen.
  Enkel indien een daaropvolgend huwelijk voor een buitenlandse instantie werd gesloten, zal nog een bewijs van ontbinding van dit huwelijk moeten worden voorgelegd.
  - Zo betreft de vrijstelling evenmin het bewijs van inschrijving in het wachtregister (zie hierboven) en/of het bewijs van de actuele verblijfplaats of in voorkomend geval het bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden. Het bewijs van de actuele verblijfplaats en van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden kan met alle mogelijke bewijsmiddelen worden bewezen. Ik verwijs terzake ook naar hogergenoemde circulaire van 23 september 2004, punt K.
  1.4. Overige documenten.
  De nieuwe wet raakt niet aan de onder artikel 64, § 1, 6° en 7° van het Burgerlijk Wetboek vermelde documenten. In voorkomend geval blijft de voorlegging ervan dus vereist.
  2. Samenstelling van het dossier.
  Voor de toepassing van de vorige bepalingen zal de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld overgaan tot het samenstellen van het dossier huwelijksaangifte. Ik ben de mening toegedaan dat een dossier 'huwelijksaangifte' kan worden samengesteld uiterlijk binnen de 12 werkdagen te rekenen vanaf het eerste verzoek van de aanstaande echtgenoten.
  In geval de ambtenaar van de burgerlijke stand het dossier niet of niet volledig zelf kan samenstellen, deelt hij beide aanstaande echtgenoten onverwijld mee welke stukken zij zelf moeten voorleggen. Hetzelfde geldt indien nadien zou blijken dat bijkomende stukken vereist zijn.
  De mogelijkheid blijft behouden dat de aanstaande echtgenoten om persoonlijke redenen zelf de nodige bewijsstukken voorleggen waarvoor vrijstelling wordt verleend (cfr. art. 64, § 3, vierde lid). De belanghebbenden kunnen, bijvoorbeeld bij een huwelijk in extremis zoals voorzien in artikel 165, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, verkiezen om zelf het dossier samen te stellen. De bepaling mag evenwel door de ambtenaar van de burgerlijke stand niet worden aangewend om alsnog de bewijslast voor de vrijgestelde documenten systematisch bij de aanstaande echtgenoot te leggen. Het principe is duidelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand het dossier zelf samenstelt voor zover dit door de wet is voorzien. Hoewel de ambtenaar de aanstaande echtgenoten niet kan verplichten een kopie voor te leggen van de akte(n) wanneer voldaan is aan de voorwaarden van de nieuwe § 3, is er nochtans geen beletsel om een spontaan door de aanstaande echtgenoten aangeboden document te aanvaarden.
  3. Andere aandachtspunten.
  In de marge van deze hervorming maak ik van de gelegenheid gebruik om de aandacht te vestigen op een aantal andere punten.
  - Er werd mij ter kennis gebracht dat de praktijk wat betreft de geldigheidsduur van de documenten die voor de opmaak van de huwelijksaangifte zijn vereist, varieert naar gelang van het arrondissement. In sommige arrondissementen wordt een geldigheidsduur van 3 maanden aanvaard terwijl in andere de documenten 6 maanden geldig zouden zijn of in nog andere er geen richtlijnen zouden zijn. Deze geldigheidsduur zou vooral een probleem vormen in gevallen waar, voordat belanghebbenden over alle nodige documenten beschikken, bepaalde stukken niet meer geldig zijn wegens de overschrijding van de geldigheidsduur ervan. De Vaste Commissie voor de Burgerlijke Stand aan wie deze aangelegenheid werd voorgelegd, was van oordeel dat terzake blijk moet worden gegeven van de nodige soepelheid, rekening houdend met de moeilijkheidsgraad om bepaalde documenten te verkrijgen. Overigens ben ik van mening dat wanneer een bepaald document in het kader van de huwelijksaangifte als geldig werd aanvaard, het opvragen van een zelfde document aan belanghebbende enkel verantwoord is wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de situatie sindsdien is gewijzigd.
  - In aanvulling op punt M.5. van de circulaire van 23 september 2004 deel ik mee dat het Duitse partnerschap sedert 1 januari 2005 een onmogelijkheid inhoudt om te huwen zolang het niet is ontbonden. Hetzelfde geldt voor het 'civil partnership' dat sedert 5 december 2005 van kracht werd in het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Wales, Noord-Ierland en Schotland) en voor het geregistreerd partnerschap dat in Zwitserland ingevoerd zal worden op 1 januari 2007.
  B. Wettelijke Samenwoning.

  Artikel 1476, § 1, van het Burgerlijk Wetboek wordt aangevuld met een nieuw lid dat beoogt de voormelde nieuwe bepalingen van artikel 64, §§ 3 en 4 van het Burgerlijk Wetboek eveneens van overeenkomstige toepassing te verklaren wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand van oordeel is bepaalde bewijsstukken te moeten opvragen om na te gaan of belanghebbenden voldoen aan de wettelijke voorwaarden om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen (art. 3 van de wet).
  C. Zegelrechten.
  Het artikel 59.1 van het Wetboek van zegelrechten is aangevuld met een 6°ter dat voorziet in een vrijstelling van zegelrecht voor alle uittreksels en getuigschriften uit de registers gehouden door de ambtenaren van de burgerlijke stand wanneer deze bestemd zijn om deel uit te maken van het dossier voor de opmaak van een akte van huwelijksaangifte of voor het afleggen van een verklaring voor wettelijke samenwoning. De vrijstelling geldt zowel bij het opvragen van de stukken door de ambtenaar van de burgerlijke stand als door de aanstaande echtgenoot of wettelijk samenwonende zelf. De bedoeling van deze regeling is een vlot documentenverkeer tussen de steden of gemeenten of zijn burgers toe te laten.
  D. Overgangsregeling.
  De nieuwe regeling geldt slechts voor verzoeken tot opmaak van een akte van huwelijksaangifte of tot het afleggen van een verklaring tot wettelijke samenwoning gedaan na de inwerkingtreding van de wetswijziging. De op het ogenblik van de inwerkingtreding al geopende dossiers blijven dus beheerst door de vroegere regeling, zowel wat betreft de voorlegging van de stukken als wat betreft het vorderen van het zegelrecht.
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Aan de dames en heren procureurs-generaal bij de hoven van beroep,
   Aan de dames en heren ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk,

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie