J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2004/08/23/2004014178/justel

Titel
23 AUGUSTUS 2004. - Koninklijk besluit tot regeling van de opleidings- en certificatievoorwaarden van de leden van de luchtvaartinspectie
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-08-2004 en tekstbijwerking tot 31-05-2018)

Bron : MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 31-08-2004 nummer :   2004014178 bladzijde : 63748       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2004-08-23/35
Inwerkingtreding : 12-06-1999

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1999014136       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Bepalingen gemeen aan alle mandaten en certificaten.
Art. 2-6
HOOFDSTUK III. - Certificatie luchtvaartinspectie.
Afdeling 1. - Mandaat van agent van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging [1 , met bevoegdverklaring veiligheid]1of met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven.
Art. 7-10
Afdeling 2. - Mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging.
Art. 11-14
Afdeling 3. - Mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring [1 veiligheid]1.
Art. 15-18
Afdeling 3/1. [1 - Mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven ]1
Art. 18/1, 18/2, 18/3, 18/4
Afdeling 4. - Mandaat van adjunct-hoofdinspecteur van de luchtvaartinspectie.
Art. 19-21
Afdeling 5. - Mandaat van hoofdinspecteur van luchtvaartinspectie en luchthaveninspectie.
Art. 22
HOOFDSTUK III/1. [1 - KWALIFICATIECRITERIA]1
Afdeling 1. [1 Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging]1
Art. 22/1, 22/2
Afdeling 2. [1 - Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging]1
Art. 22/3
Afdeling 3. [1 - Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid]1
Art. 22/4. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid beschikken over volgende capaciteiten:
Art. 22/5. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het veiligheidsdomein.]1
Afdeling 4. [1 Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid]1
Art. 22/6, 22/7
Afdeling 5. [1 Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven.]1
Art. 22/8, 22/9
Afdeling 6. [1 Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven]1
Art. 22/10. [1 De inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven beschikken over volgende capaciteiten:
Art. 22/11. [1 De inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het veiligheidsdomein. ]1
HOOFDSTUK IV. - Examens.
Art. 23-29
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 30-33
BIJLAGE.<
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1.[1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
   1° opleidingscertificaat : getuigschrift afgeleverd door een erkende opleidingsinstelling of door de directeur-generaal, waaruit blijkt dat een persoon voldoet aan de gestelde voorwaarden inzake opleiding zoals bepaald in dit besluit;
   2° certificaat : getuigschrift afgeleverd door de directeur-generaal waaruit blijkt dat een persoon voldoet aan de gestelde voorwaarden inzake opleiding om een mandaat te bekomen;
   3° mandaat : vergunning of ambt toegekend door Ons, waaruit blijkt dat een persoon over de bevoegdheid beschikt tot uitoefening van bepaalde voorrechten zoals omschreven bij de artikelen 38 en 39 van de wet van 27 juni 1937;
   4° bevoegdverklaring: onderdeel van het certificaat dat de door de houder genoten opleiding preciseert;
   5° voorrechten : bevoegdheden die mogen uitgeoefend worden op grond van een mandaat en bevoegdverklaringen;
   6° veiligheid (safety) : geheel van maatregelen evenals menselijke en materiële middelen bestemd om een veilig verloop te verzekeren van het burgerlijke luchtverkeer, met uitsluiting van maatregelen of middelen ter beveiliging van de burgerlijke luchtvaart tegen wederrechtelijke daden;
   7° beveiliging (security) : geheel van maatregelen evenals menselijke en materiële middelen bestemd om de burgerlijke luchtvaart te beveiligen tegen wederrechtelijke daden;
   8° directeur-generaal : de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart;
   9° Directoraat-generaal Luchtvaart: het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer;
   10° hoofdinspecteur : de directeur-generaal in zijn hoedanigheid van hoofd van de luchtvaart- en luchthaveninspecties;
   11° minister : minister bevoegd voor de luchtvaart;
   12° entiteit: een persoon, organisatie of onderneming anders dan een exploitant;
   13° exploitant: een rechtspersoon of natuurlijk persoon die één of meer luchtvaartuigen of één of meer luchtvaartterreinen exploiteert of voornemens is te exploiteren;
   14° wet van 27 juni 1937: de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 November 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart;
   15° verordening (EG) nr. 300/2008 : de verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002;
   16 ° luchtvaartinspectie : alle personeelsleden van het Directoraat-generaal Luchtvaart die over een mandaat beschikken zoals bedoeld in 3°. ]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  HOOFDSTUK II. - Bepalingen gemeen aan alle mandaten en certificaten.

  Art. 2.Om een bevoegdheid uit te oefenen zoals omschreven bij de artikelen 38 en 39 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart moet de betrokkene beschikken over het met zijn functie overeenstemmend mandaat en de daarbij horende bevoegdverklaring [1 ...]1.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 3.§ 1. De mandaten voor de leden van de luchtvaartinspectie zijn :
  1° agent;
  2° inspecteur;
  3° adjunct-hoofdinspecteur;
  4° hoofdinspecteur.
  § 2. De bevoegdverklaringen voor de leden van de luchtvaartinspectie zijn :
  1° beveiliging;
  2° [1 veiligheid;]1
  [1 3° specifieke luchtvaartmisdrijven.]1
  § 3. [1 ...]1
  § 4. [1 Aan iedere houder van een mandaat wordt door de directeur-generaal een legitimatiekaart afgeleverd waarvan het model bepaald wordt door de minister.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 4.[1 De opleidingen tot het bekomen van een opleidingscertificaat worden georganiseerd door een door de directeur-generaal erkende opleidingsinstelling.
   De opleidingsinstellingen bedoeld in het eerste lid organiseren ook de opfrissingscursussen en daaraan gekoppelde proeven met het oog op het hernieuwen van mandaten en bevoegdverklaringen.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 5.[1 De leden van de luchtvaartinspectie onthouden zich van iedere handeling en iedere meningsuiting die afbreuk zouden kunnen doen aan het aanzien van de luchtvaartinspectie of haar activiteiten zou kunnen schaden.
   Zij hebben geen contractuele of financiële verplichtingen ten aanzien van een luchthaven, exploitant of entiteit waarop zij toezicht houden.
   Zij zijn verplicht tegenover elke onbevoegde persoon alsook tegenover het publiek geheimhouding te bewaren met betrekking tot alle feitelijke gegevens en inlichtingen die in de uitoefening van hun functie of in het kader van hun activiteit te hunner kennis worden gebracht.
   Deze geheimhoudingsplicht geldt evenzeer met betrekking tot alle gegevens en inlichtingen, die aan betrokkenen ter kennis worden gebracht naar aanleiding van hun opleiding voor het behalen van certificaten of bevoegdverklaringen met betrekking tot de luchtvaartinspectie.
   Deze geheimhoudingsplicht geldt ook na beëindiging van hun mandaat.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 6. De Minister bepaalt de onverenigbaarheden verbonden aan de uitoefening van de mandaten van luchtvaartinspectie.

  HOOFDSTUK III. - Certificatie luchtvaartinspectie.

  Afdeling 1. - Mandaat van agent van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging [1 , met bevoegdverklaring veiligheid]1of met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 7.Het mandaat van agent van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging [1 , veiligheid]1 of specifieke luchtvaartmisdrijven verleent aan de houder de bevoegdheden verbonden aan het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de respectieve bevoegdverklaringen beveiliging [1 , veiligheid]1 of specifieke luchtvaartmisdrijven zoals omschreven in dit besluit, met uitzondering van de bevoegdheid tot vaststelling van de luchtvaartmisdrijven en met uitzondering van de bevoegdheid omschreven in artikel 38, § 3 van de wet van 27 juni 1937. [1 De houder van het mandaat van agent kan deze bevoegdheden slechts uitoefenen onder het toezicht en in aanwezigheid van een inspecteur van luchtvaartinspectie met de vereiste bevoegdverklaring, een adjunct-hoofdinspecteur van luchtvaartinspectie of van de hoofdinspecteur.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 8.Teneinde het mandaat van agent van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging [1 , veiligheid]1 of specifieke luchtvaartmisdrijven te bekomen moet de kandidaat :
  1° [1 aantonen dat het gerechtelijk niet bewezen is dat hij een overtreding begaan heeft die afbreuk doet aan het aanzien van de luchtvaartinspectie of haar activiteiten zou kunnen schaden;]1
  2° deel uitmaken van het personeel van het Directoraat-generaal Luchtvaart;
  3° [1over het certificaat van agent van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring beveiliging, veiligheid of specifieke luchtvaartmisdrijven beschikken waaruit tevens blijkt dat hij geslaagd is voor de examens overeenkomstig het programma en de modaliteiten vastgesteld door de directeur-generaal; ]1
  4° [1 ...]1
  5° [1 ...]1
  6° de eed afgelegd hebben voor de hoofdinspecteur.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 9.Het mandaat van agent van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaringen beveiliging of [1 veiligheid]1 [1 ...]1 wordt door Ons toegekend.
  [1 Het mandaat van agent van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven, met omschrijving van die misdrijven, wordt door Ons toegekend.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 10.Het mandaat van agent van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring beveiliging [1 , veiligheid]1 of specifieke luchtvaartmisdrijven is geldig voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Het wordt hernieuwd door de Minister of de Directeur-generaal voor opeenvolgende periodes van ten hoogste vijf jaar, indien de houder een opfrissingscursus heeft gevolgd en geslaagd is voor de daarop betrekking hebbende proef, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Directeur-generaal.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Afdeling 2. - Mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging.

  Art. 11.[1 Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging verleent aan de houder de bevoegdheden vermeld in artikel 38 van de wet van 27 juni 1937.
   In het kader van het toezicht op de uitvoering van de luchtvaartbeveiligingsvoorschriften kan hij overgaan tot het testen van beveiligingssystemen .]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 12.Teneinde het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging te bekomen moet de kandidaat :
  1° [1 aantonen dat het gerechtelijk niet bewezen is dat hij een overtreding begaan heeft die afbreuk doet aan het aanzien van de luchtvaartinspectie of haar activiteiten zou kunnen schaden;]1
  2° deel uitmaken van [1 het personeel]1 van het Directoraat-generaal Luchtvaart;
  3° [1over het certificaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging beschikken waaruit tevens blijkt dat hij geslaagd is voor de examens overeenkomstig het programma en de modaliteiten vastgesteld door de directeur-generaal;]1
  4° [1 ...]1
  5° [1 ...]1
  6° de eed afgelegd hebben voor de hoofdinspecteur.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 13. Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring beveiliging wordt door Ons toegekend.

  Art. 14. Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring beveiliging is geldig voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Het wordt hernieuwd door de Minister of de Directeur-generaal voor opeenvolgende periodes van ten hoogste vijf jaar, indien de houder een opfrissingscursus heeft gevolgd en geslaagd is voor de daarop betrekking hebbende proef, volgens het programma en de modaliteiten vastgesteld door de Directeur-generaal.

  Afdeling 3. - Mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring [1 veiligheid]1.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 15.§ 1. [1 . Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid verleent aan de houder de bevoegdheden vermeld in artikel 38 van de wet van 27 juni 1937.]1
  § 2.[1 ...]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 16.Teneinde het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring [1 veiligheid]1 te bekomen moet de kandidaat :
  1° [1 aantonen dat het gerechtelijk niet bewezen is dat hij een overtreding begaan heeft die afbreuk doet aan het aanzien van de luchtvaartinspectie of haar activiteiten zou kunnen schaden;]1
  2° deel uitmaken van het personeel van het Directoraat-generaal Luchtvaart;
  3° [1 over het certificaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid beschikken waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor de examens overeenkomstig het programma en de modaliteiten vastgesteld door de directeur-generaal;]1
  4° [1 ...]1
  5° de eed afgelegd hebben voor de hoofdinspecteur.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 17.Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring [1 veiligheid]1 wordt door Ons toegekend.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 18.Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring [1 veiligheid]1 is geldig voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Het wordt hernieuwd door de Minister, de Directeur-generaal [1 ...]1 voor opeenvolgende periodes van ten hoogste vijf jaar, indien de houder een opfrissingscursus heeft gevolgd en geslaagd is voor de daarop betrekking hebbende proef overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Directeur generaal.
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Afdeling 3/1. [1 - Mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 18/1. [1 § 1. Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven verleent aan de houder de bevoegdheden vermeld in artikel 38 van de wet van 27 juni 1937. Hij kan bij de uitoefening van zijn opdracht overgaan tot de administratieve en gerechtelijke procedurehandelingen omschreven in voormeld artikel.
   § 2. Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven kan toegekend worden aan personeelsleden van de respectieve diensten van het Directoraat-generaal Luchtvaart wat de specifieke luchtvaartmisdrijven betreft betrekking hebbend op de dienst waarbij zij tewerkgesteld zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 18/2. [1 . Teneinde het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven te bekomen moet de kandidaat:
   1° aantonen dat het gerechtelijk niet bewezen is dat hij een overtreding begaan heeft die afbreuk doet aan het aanzien van de luchtvaartinspectie of haar activiteiten zou kunnen schaden;
   2° deel uitmaken van het personeel van het Directoraat-generaal Luchtvaart;
   3° over het certificaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven beschikken waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor de examens overeenkomstig het programma en de modaliteiten vastgesteld door de directeur-generaal;
   4° de eed afgelegd hebben voor de hoofdinspecteur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 18/3. [1 Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven, met de omschrijving van die misdrijven, wordt door Ons toegekend. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 18/4. [1 Het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven is geldig voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Het wordt hernieuwd door de minister of de directeur-generaal voor opeenvolgende periodes van ten hoogste vijf jaar, indien de houder een opfrissingscursus heeft gevolgd en geslaagd is voor de daarop betrekking hebbende proef overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de directeur-generaal. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Afdeling 4. - Mandaat van adjunct-hoofdinspecteur van de luchtvaartinspectie.

  Art. 19.[1 Het mandaat van adjunct-hoofdinspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging wordt door Ons van rechtswege toegekend aan de leidinggevende van de dienst beveiliging van het Directoraat-generaal Luchtvaart.
   Het mandaat van adjunct-hoofdinspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid wordt door Ons van rechtswege toegekend aan de leidinggevende van de dienst veiligheid van het Directoraat-generaal Luchtvaart. ]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 20.[1 § 1. Het mandaat van adjunct-hoofdinspecteur met bevoegdverklaring beveiliging toegekend aan de leidinggevende van dienst beveiliging verleent aan de houder de bevoegdheid om, onder het gezag van de hoofdinspecteur:
   1° de voorrechten uit te oefenen van het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging;
   2° de leiding te voeren over de houders van een mandaat van agent of inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging wat de uitoefening van hun bevoegdheden met betrekking tot hun mandaat betreft;
   3° de coördinatie te verzekeren tussen de leden van de luchtvaartinspectie evenals de coördinatie en contacten te verzekeren met de politiediensten en de luchthaveninspectiedienst in normale en crisisomstandigheden;
   4° bij afwezigheid van de hoofdinspecteur van luchtvaart- en luchthaveninspecties, en mits door hem verleende delegatie, de voorrechten uit te oefenen verbonden aan diens mandaat met betrekking tot dringende aangelegenheden.
   § 2. Het mandaat van adjunct-hoofdinspecteur met bevoegdverklaring veiligheid toegekend aan de leidinggevende van dienst veiligheid verleent aan de houder de bevoegdheid om, onder het gezag van de hoofdinspecteur:
   1° de voorrechten uit te oefenen van het mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid;
   2° de leiding te voeren over de houders van een mandaat van agent of inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid wat de uitoefening van hun bevoegdheden met betrekking tot hun mandaat betreft;
   3° de coördinatie te verzekeren tussen de leden van de luchtvaartinspectie evenals de coördinatie en contacten te verzekeren met de politiediensten en de luchthaveninspectiedienst in normale en crisisomstandigheden;
   4° bij afwezigheid van de hoofdinspecteur van luchtvaart- en luchthaveninspecties, en mits door hem verleende delegatie, de voorrechten uit te oefenen verbonden aan diens mandaat met betrekking tot dringende aangelegenheden.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 21.
  <Opgeheven bij KB 2018-05-25/03, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Afdeling 5. - Mandaat van hoofdinspecteur van luchtvaartinspectie en luchthaveninspectie.

  Art. 22. Het mandaat van hoofdinspecteur van luchtvaart- en luchthaveninspectie wordt van rechtswege toegekend aan de Directeur-generaal. De houder van dit mandaat heeft in zijn hoedanigheid van hoofd van de luchtvaart- en luchthaveninspecties het gezag en het toezicht over de leden van de luchtvaart- en luchthaveninspecties.

  HOOFDSTUK III/1. [1 - KWALIFICATIECRITERIA]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Afdeling 1. [1 Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/1. [1 Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging beschikken over volgende capaciteiten :
   1° inzicht in de vigerende beveiligingsmaatregelen en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
   2° kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
   3° inzicht in de rol en bevoegdheden van de agent van luchtvaartinspectie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/2. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het beveiligingsdomein.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Afdeling 2. [1 - Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/3. [1 Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging beschikken over de capaciteiten vermeld in punt 15.2 van Bijlage II bij de verordening (EG) nr. 300/2008 en volgen opleidingen overeenkomstig punt 15.3 van Bijlage II bij de verordening (EG) nr. 300/2008. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Afdeling 3. [1 - Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

   Art. 22/4. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid beschikken over volgende capaciteiten:
   1° inzicht in de vigerende veiligheidsmaatregelen en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
   2° kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
   3° inzicht in de rol en bevoegdheden van de agent van luchtvaartinspectie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

   Art. 22/5. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het veiligheidsdomein.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

   Afdeling 4. [1 Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/6. [1 De inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid beschikken over volgende capaciteiten:
   1° inzicht in de vigerende veiligheidsmaatregelen en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
   2° praktische kennis van veiligheidstechnologieën en - technieken;
   3° kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
   4° praktische kennis van de te onderzoeken activiteiten;
   5° inzicht in de rol en bevoegdheden van de inspecteur en agent van luchtvaartinspectie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/7. [1 De inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het veiligheidsdomein. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Afdeling 5. [1 Agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/8. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven beschikken over volgende capaciteiten :
   1° inzicht in de in zijn domein van activiteit vigerende maatregelen en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
   2° kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
   3° inzicht in de rol en bevoegdheden van de agent van luchtvaartinspectie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Art. 22/9. [1 De agenten van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in zijn domein van activiteit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  Afdeling 6. [1 Inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

   Art. 22/10. [1 De inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven beschikken over volgende capaciteiten:
   1° inzicht in de in zijn domein van activiteit vigerende maatregelen en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
   2° praktische kennis van technologieën en - technieken in zijn domein van activiteit;
   3° kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
   4° praktische kennis van de te onderzoeken activiteiten;
   5° inzicht in de rol en bevoegdheden van de inspecteur en agent van luchtvaartinspectie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

   Art. 22/11. [1 De inspecteurs van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven volgen specifieke en periodieke opleidingen met een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het veiligheidsdomein. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-05-25/03, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

  HOOFDSTUK IV. - Examens.

  Art. 23.[1 § 1. De volgende personen zijn gemachtigd om examens af te nemen voor het bekomen van een mandaat:
   1° examinatoren van een opleidingsinstelling bedoeld in artikel 4, eerste lid;
   2° de examencommissie van het Directoraat-generaal Luchtvaart .
   § 2. De examencommissie bedoeld in paragraaf 1, 2° bestaat uit:
   1° de directeur-generaal die het voorzitterschap ervan waarneemt;
   2° de adjunct-hoofdinspecteurs;
   3° experts aangeduid door de directeur-generaal. ]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 24, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 24.
  <Opgeheven bij KB 2018-05-25/03, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 25. De Directeur-generaal stelt het examenreglement vast. De beslissingen van de examencommissie worden genomen bij meerderheid van haar leden. Bij staking van stemmen is deze van de voorzitter beslissend. De beraadslagingen van de commissie zijn geheim. De resultaten van haar beraadslagingen worden in de notulen van de zitting opgetekend. De notulen worden door de commissieleden ondertekend.

  Art. 26. Niemand mag bij een examen als lid van de commissie of als examinator optreden wanneer zijn echtgenoot of één van zijn bloed- of aanverwanten tot in de 4e graad aan dit examen deelneemt.

  Art. 27. Elk bedrog of poging tot bedrog gedurende de examens heeft de uitsluiting voor gevolg.

  Art. 28.
  <Opgeheven bij KB 2018-05-25/03, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 29.
  <Opgeheven bij KB 2018-05-25/03, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 30.§ 1. [1 Aan de personen die op 1 juli 2016 al werkzaam zijn binnen de dienst Beveiliging van het Directoraat-generaal Luchtvaart wordt door Ons op voorwaarde dat zij slagen voor een opleiding waarvan de modaliteiten bepaald worden door de directeur-generaal en dit tot en met 31 december 2018 een mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring beveiliging toegekend.
   Aan de inspecteurs die houder zijn van een mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring specifieke luchtvaartmisdrijven wordt van rechtswege en tot en met 31 december 2018 een mandaat van inspecteur van luchtvaartinspectie met bevoegdverklaring veiligheid toegekend.]1
  § 2. [1 ...]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-25/03, art. 26, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. 31. Het koninklijk besluit van 4 mei 1999 houdende regeling van de opleidings- en certificatievoorwaarden van de leden van de luchtvaartinspectie wordt ingetrokken.

  Art. 32. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 12 juni 1999.

  Art. 33. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.<
  <Opgeheven bij KB 2018-05-25/03, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>

  Art. N.
  <Opgeheven bij KB 2018-05-25/03, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 10-06-2018>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 23 augustus 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
Voor de Minister van Mobiliteit, afwezig,
de Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 5, gewijzigd door de wet van 2 januari 2001 evenals het artikel 42, gewijzigd door de wet van 3 mei 1999;
   Overwegende dat het koninklijk besluit van 4 mei 1999 houdende regeling van de opleidings- en certificatievoorwaarden van de leden van de luchtvaartinspectie wordt ingetrokken;
   Dat het echter van belang is dat deze intrekking de rechtszekerheid eerbiedigt;
   Overwegende dat het van belang is om de continuïteit van de dienst luchtvaartinspectie te verzekeren teneinde de luchtvaartveiligheid te waarborgen;
   Overwegende dat het ook van belang is om de regularisering te verzekeren van de handelingen gesteld door deze inspectie sinds de datum van de inwerkingtreding van het ingetrokken koninklijk besluit van 4 mei 1999;
   dat het behoud van deze rechtszekerheid de terugwerkende kracht van dit besluit vereist vanaf de datum van de inwerkingtreding van het ingetrokken besluit;
   Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 augustus 2004;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van begroting van 18 augustus 2004;
   Gelet op het advies nr. 37.534/2/V van de Raad van State, gegeven op 28 juli 2004 met toepassing van artikel 84, § 1, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-05-2018 GEPUBL. OP 31-05-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 4; 5; 7; 8; 9; 10; 11; 12; 15; 16; 17; 18; 18/1-18/4; 19; 20; 21; 22/1-22/11; 23; 24; 28; 29; 30; N)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie