J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2004/06/24/2004002072/justel

Titel
24 JUNI 2004. - Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten voor het verlenen van materiŽle hulp aan een minderjarige vreemdeling die met zijn ouders illegaal in het Rijk verblijft.
(NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-2004 en tekstbijwerking tot 03-08-2006)

Bron : MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE
Publicatie : 01-07-2004 nummer :   2004002072 bladzijde : 53369       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2004-06-24/30
Inwerkingtreding : 11-07-2004

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden.
Art. 2-6
HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten.
Art. 7-8

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities.

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  - " het Agentschap ": het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers;
  - " het OCMW " : het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

  HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden.

  Art. 2. Met het oog op het bekomen van materiŽle hulp zoals bedoeld in artikel 57, ß 2, tweede lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, moet een aanvraag worden ingediend bij het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats van de minderjarige, hetzij door de minderjarige zelf, hetzij door minstens ťťn van zijn beide ouders die in zijn naam de aanvraag indient (of door elke persoon die daadwerkelijk het ouderlijk gezag uitoefent). <KB 2006-07-01/69, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>

  Art. 3. <KB 2006-07-01/69, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006> Het O.C.M.W. gaat op basis van een sociaal onderzoek na of alle wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Inzonderheid gaat het na of :
  - het kind jonger is dan 18 jaar;
  - het kind en zijn ouders, of de personen die daadwerkelijk het ouderlijk gezag uitoefenen, illegaal op het grondgebied verblijven;
  - de verwantschapsband of het ouderlijk gezag bestaat;
  - het kind behoeftig is;
  - de ouders of de personen die daadwerkelijk het ouderlijk gezag uitoefenen hun onderhoudsplicht niet nakomen of niet in staat zijn na te komen.

  Art. 4. Het OCMW neemt een beslissing ten laatste ťťn maand na ontvangst van de aanvraag.
  (Wanneer de voorwaarden vervuld zijn, deelt het O.C.M.W. de aanvrager mee dat hij materiŽle hulp kan bekomen in een federaal opvangcentrum. Deze hulp houdt rekening met zijn specifieke situatie en bestaat uit huisvesting in gemeenschapsverband, voeding, sociale en medische begeleiding, hulp bij vrijwillige terugkeer en waarborgt het recht op onderwijs.) <KB 2006-07-01/69, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>
  (De aanvrager verbindt zich schriftelijk om al dan niet de voorgestelde materiŽle hulp te aanvaarden.) <KB 2006-07-01/69, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>
  Het OCMW deelt de beslissing zo snel mogelijk en ten laatste binnen 8 dagen na de beslissing mee aan de minderjarige of aan de ouders (of aan de personen die daadwerkelijk het ouderlijk gezag uitoefenen) bij aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs. <KB 2006-07-01/69, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>
  Indien de aanvrager zich schriftelijk verbindt om (een voorstel van huisvesting) in een centrum te aanvaarden, wordt het Agentschap binnen dezelfde termijn door het OCMW op de hoogte gebracht van de beslissing tot toekenning van het recht zoals bedoeld in artikel 2. <KB 2006-07-01/69, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>
  (Om een opvangcentrum toegewezen te krijgen, moet de aanvrager zich aanmelden bij het Agentschap.) <KB 2006-07-01/69, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>

  Art. 5. (opgeheven) <KB 2006-07-01/69, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>

  Art. 6. Het voordeel van de materiŽle steun verleend door het Agentschap vervalt indien de minderjarige zich niet (bij het Agentschap) aanmeldt binnen 30 dagen hetzij vanaf de datum van afgifte ter post van de aangetekend brief waarmee de beslissing wordt meegedeeld, hetzij vanaf de datum van het ontvangstbewijs van de beslissing. <KB 2006-07-01/69, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006>

  HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten.

  Art. 7. <KB 2006-07-01/69, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 03-08-2006> Binnen de drie maanden na hun aankomst in het door het Agentschap aangeduid federaal opvangcentrum, wordt er met de minderjarige en de persoon/personen die hem/haar begeleiden een sociaal begeleidingsproject opgesteld aangaande ofwel het onderzoek van de wettelijke procedures die een eind kunnen stellen aan hun illegale verblijf, ofwel de hulp bij vrijwillige terugkeer.

  Art. 8. Onze Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 24 juni 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Maatschappelijke Integratie,
  Mevr. M. ARENA.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzonderheid op artikel 57, ß 2;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 31 maart 2004;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 12 mei 2004;
   Gelet op het advies 37.236/3 van de Raad van State van 16 juni 2004;
   Gelet op het feit dat het Arbitragehof in het arrest nr. 106/2003 voor recht zegt dat artikel 57, ß 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met de artikelen 2, 3, 24.1, 26 en 27 van het Verdrag inzake de rechten van het kind schendt;
   Dat het Hof, onder voorbehoud van een optreden van de wetgever, aan minderjarigen wier ouders illegaal op het grondgebied verblijven een beperkt recht op dienstverlening toekent onder de drievoudige voorwaarde dat de bevoegde overheden hebben vastgesteld dat de ouders hun onderhoudsplicht niet nakomen of niet in staat zijn die na te komen, dat vaststaat dat de aanvraag betrekking heeft op onontbeerlijke uitgaven voor de ontwikkeling van het kind ten voordele van wie de dienstverlening wordt aangevraagd en dat het centrum zich ervan vergewist dat de dienstverlening uitsluitend zal dienen om die uitgaven te dekken;
   Dat artikel 57, ß 2, eerste lid van voormelde organieke wet ingevolge voormelde uitspraak van het Arbitragehof bij de programmawet van 22 december 2003 werd gewijzigd;
   Dat deze nieuwe bepaling aan de Koning de opdracht geeft de voorwaarden en de modaliteiten van de hulpverlening te bepalen;
   Dat het aangewezen is de openbare centra voor maatschappelijk welzijn onverwijld te informeren over deze voorwaarden en modaliteiten die bij onderhavig besluit worden vastgesteld.
   Op de voordracht van Onze Minister van Maatschappelijke Integratie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KB VAN 01-07-2006 GEPUBL. OP 03-08-2006
    (GEWIJZ. ART: 2; 3; 4; 5; 6; 7)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie