J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 18 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2002/06/26/2002009610/justel

Titel
26 JUNI 2002. - Koninklijk besluit betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht. -
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-06-2002 en tekstbijwerking tot 02-08-2019)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN.JUSTITIE
Publicatie : 29-06-2002 nummer :   2002009610 bladzijde : 29602       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2002-06-26/32
Inwerkingtreding : 09-07-2002

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.De uitzondering bepaald bij [artikel 27, § 1, van de Wapenwet], is van toepassing op de agenten die deel uitmaken van de volgende diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht : <KB 2006-12-29/30, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
  1° de krijgsmacht;
  2° het operationeel kader van de politiediensten [2 alsook de beschermingsassistenten van de Veiligheid van de Staat overgeplaatst naar de federale politie]2;
  3° [de door Ons aangewezen leden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten;] <KB 2007-06-03/63, art. 26, 007; Inwerkingtreding : 02-07-2007>
  4° de politieambtenaren van de Algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie;
  5° de hoofden en de leden van de Diensten Enquêtes van de Vaste Comités van toezicht op de politiediensten en op de inlichtingendiensten;
  6° de agenten van de Administratie van douane en accijnzen;
  7° de buitendiensten van het Directoraat-Generaal Strafinrichtingen;
  8° [3 de ambtenaren van de buitendiensten van de Veiligheid van de Staat, alsook de ambtenaren van de binnendiensten van de inlichtingen- en veiligheidsdienst behorende tot het interventieteam of die de functie van technisch veiligheidsbeambte uitoefenen]3;
  9° [1 de daartoe aangestelde personeelsleden van het Agentschap voor Natuur en Bos binnen het Vlaamse Ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie;]1
  10° [1 de ambtenaren van het bosbeheer van het " Département de la Nature et des Forêts ", alsook de ambtenaren van het " Département de la police et des contrôles de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement " van de Waalse overheidsdienst;]1
  11° [1 de ingenieurs en adjuncten van de Bosdienst van de Afdeling Natuur, Water en Bos van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;]1
  12° de inspecteurs van de Dienst Beveiliging van de Luchtvaart- en Luchthaveninspectie;
  13° [3 de politiediensten van een andere Staat die optreden op het Belgische grondgebied overeenkomstig een uitdrukkelijke Belgische wettelijke bepaling of een internationaal rechtsinstrument dat België en de betrokken Staat bindt, waarin bepaald wordt dat deze diensten <wapens> mogen dragen tijdens de uitvoering van hun respectieve wettelijke opdrachten in België]3;
  [14° de veiligheidsbeambten van het veiligheidskorps van de Federale Overheidsdienst Justitie.] <KB 2003-07-11/45, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  15° [...] <KB 2006-06-10/38, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2006>
  ----------
  (1)<KB 2010-05-10/05, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 05-06-2010>
  (2)<KB 2016-05-23/02, art. 15, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2016>
  (3)<KB 2019-07-16/07, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 12-08-2019>

  Art. 2.[1Voor wat betreft de diensten bedoeld onder 1° tot en met 12° en onder 14° van artikel 1, is dit artikel 1 uitsluitend van toepassing indien de bevoegde overheid vooraf de <wapens> en de munitie heeft bepaald die behoren tot de reglementaire uitrusting, alsook de bepalingen heeft vastgelegd betreffende het verwerven, het voorhanden hebben, het bewaren, het dragen, het gebruiken en het vervreemden van die <wapens> en munitie ]1.
  Voor de dienst bedoeld onder 1° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister van Landsverdediging.
  Voor de diensten bedoeld onder (2° tot 4° en 6°) van artikel 1, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze dienst onder zijn bevoegdheid heeft op gelijkluidend advies van de Minister van Justitie. <KB 2007-06-03/63, art. 27, 007; Inwerkingtreding : 02-07-2007>
  (Voor de diensten bedoeld in artikel 1, 5°, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend respectievelijk door het Vast Comité van toezicht op de politiediensten en het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten.) <KB 2007-06-03/63, art. 27, 007; Inwerkingtreding : 02-07-2007>
  Voor de diensten bedoeld onder [1 8°]1 9°, 10° en 11° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze diensten onder zijn bevoegdheid heeft, na advies van de Minister van Justitie.
  Voor de dienst bedoeld onder 12° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister die deze dienst onder zijn bevoegdheid heeft, na gelijkluidend advies van de Minister van Justitie en van de Minister van Binnenlandse Zaken. In geen geval wordt het gebruik van <wapens> door die dienst op de instapzones voor passagiers toegelaten. Het gebruik van <wapens> wordt beperkt tot gevallen van wettige zelfverdediging bij de uitvoering van beveiligingsopdrachten op de luchthaven Brussel-Nationaal, die worden uitgevoerd, enerzijds, door het inzetten van permanente patrouilles op de perimeter van de luchthaven, en anderzijds, door toegangscontroles bij de overgangen " landside/airside ".
  [1 Voor wat betreft de politiediensten bedoeld onder 13° van artikel 1, bepaalt de Minister van Binnenlandse Zaken vooraf de <wapens> en munitie van de reglementaire uitrusting die vervoerd en gedragen mogen worden tijdens opdrachten in België]1.
  (Voor de dienst bedoeld onder 14° van artikel 1, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Minister van Justitie.) <KB 2003-07-11/45, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (Lid 8, 9 en 10 opgeheven) <KB 2006-07-20/57, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 27-08-2006>
  ----------
  (1)<KB 2019-07-16/07, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 12-08-2019>

  Art. 3. De voornaamste kenmerken van elk dienstvuurwapen worden voor elke dienst, bedoeld in artikel 1, 2° tot 12°, vermeld in het centraal wapenregister.

  Art. 4. Het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht (I), gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 oktober 1991, 29 oktober 1993, 31 maart 1995, 16 april 1998 en 3 mei 1999, wordt opgeheven.
  Het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht (II) wordt opgeheven.

  Art. 5. Niettegenstaande de opheffing van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht (I) blijven van kracht :
  1° artikel 1, 3°, tot aan de instelling van alle lokale politiekorpsen overeenkomstig artikel 248 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;
  2° de besluiten die genomen werden ter uitvoering van artikel 2 ervan, totdat ze vervangen worden met toepassing van artikel 2 van dit besluit.
  Niettegenstaande de opheffing van het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht (II), blijven de besluiten die genomen werden ter uitvoering van artikel 2 ervan van kracht totdat ze vervangen worden met toepassing van artikel 2 van dit besluit.

  Art. 6. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 26 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van <wapens> en op de handel in munitie, inzonderheid op artikel 22, tweede en derde lid, gewijzigd bij de wet van 30 januari 1991;
   Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht (I), gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 oktober 1991, 29 oktober 1993, 31 maart 1995, 16 april 1998 en 3 mei 1999;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 september 1991 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van <wapens> door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht (II);
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 januari 2002;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 29 januari 2002;
   Gelet op het besluit van de Ministerraad van 30 januari 2002 over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;
   Gelet op advies 33.056/2 van de Raad van State, gegeven op 27 mei 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
   Gelet, voor wat betreft artikel 1, 13° en artikel 2, 6e lid, op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat deze bepalingen een dringend karakter hebben in het kader van de toepassing van het Frans-Belgisch akkoord inzake politie- en douanesamenwerking van 5 maart 2001, wat de gemengde patrouilles betreft;
   Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2002009651
PUBLICATIE :
2002-07-03
bladzijde : 30075

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-07-2019 GEPUBL. OP 02-08-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 23-05-2016 GEPUBL. OP 30-05-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-05-2010 GEPUBL. OP 26-05-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-06-2007 GEPUBL. OP 22-06-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 29-12-2006 GEPUBL. OP 09-01-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 17-08-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-06-2006 GEPUBL. OP 20-06-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 01-09-2004 GEPUBL. OP 11-10-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-07-2003 GEPUBL. OP 11-08-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 18 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie