J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 11 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2001/07/06/2001035984/justel

Titel
6 JULI 2001. - Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking.
(NOTA : art. 18, 19, 22, 25, 41, 52, 53 en 63 gewijzigd in de toekomst door DVR 2016-05-13/17, art. 5-7, 8, 12, 15-17, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2019)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-2001 en tekstbijwerking tot 17-06-2016) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 31-10-2001 nummer :   2001035984 bladzijde : 37846   BEELD
Dossiernummer : 2001-07-06/52
Inwerkingtreding : 10-11-2001

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-5
HOOFDSTUK II. - Samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid.
Art. 6-9
HOOFDSTUK III. - Samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid.
Afdeling 1. - Principes.
Art. 10-12
Afdeling 2. - Projectvereniging.
Art. 13-24
Afdeling 3. - Dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen.
Subafdeling 1. - Voorbereidende fase.
Art. 25-27
Subafdeling 2. - Oprichting, toetreding, duur, verlenging, ontbinding.
Art. 28-37
Subafdeling 3. - Statuten en statutenwijzigingen.
Art. 38-42
Subafdeling 4. - Structuur.
Art. 43-61
Subafdeling 5. - Werking.
Art. 62-63, 63bis, 64-70, 70bis
HOOFDSTUK IV. [1 - Bestuurlijk toezicht.]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen.]1
Art. 71-74
Afdeling 2. [1 - Algemeen bestuurlijk toezicht op de intergemeentelijke overheid.]1
Art. 75, 75bis, 75ter, 75quater, 75quinquies, 75sexies, 75septies
Afdeling 3. [1 - Dwangtoezicht.]1
Art. 75octies
HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen.
Art. 76-78, 78bis
HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 79-81

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2.[1 Dit decreet is van toepassing op:
   1° de samenwerkingsverbanden van gemeenten waarvan het hele ambtsgebied binnen de grenzen van het Vlaamse Gewest valt;
   2° de samenwerkingsverbanden die krachtens het samenwerkingsakkoord van 13 februari 2014 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales onder het recht van het Vlaamse Gewest ressorteren.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 3. Met het oog op de gemeenschappelijke behartiging van doelstellingen van gemeentelijk belang kunnen twee of meer gemeenten, onder de voorwaarden bepaald in dit decreet, samenwerkingsverbanden tot stand brengen met of zonder rechtspersoonlijkheid, met of zonder beheersoverdracht.

  Art. 4. Overeenkomstig de terzake geldende conventies en internationale overeenkomsten, kunnen de gemeenten en de door hen krachtens dit decreet gevormde samenwerkingsverbanden deelnemen in rechtspersonen van publiek recht die ingevolge deze deelneming de staatsgrenzen overschrijden, ongeacht het rechtsstelsel waaraan deze rechtspersonen onderworpen zijn.
  Rechtspersonen, onderworpen aan een buitenlands rechtsstelsel, kunnen deelnemen in een samenwerkingsverband overeenkomstig dit decreet indien zij daartoe door hun eigen recht gemachtigd zijn.
  <NOTA : Bij arrest nr 35/2003 van 14-05-2003, (B.S. 10-06-2003, p.31233), heeft het Arbitragehof artikel 4, tweede lid, vernietigd op 14-05-2003>

  Art. 5.Voor de berekening van alle termijnen vormt de dag die volgt op die van de ontvangst van het document de aanvangsdatum [1 , behoudens andersluidende bepalingen]1.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  HOOFDSTUK II. - Samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid.

  Art. 6. Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid vormen om, zonder beheersoverdracht, een welbepaald project van gemeentelijk belang te verwezenlijken. Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kunnen andere rechtspersonen van publiek recht en privaat recht hieraan deelnemen.
  Deze samenwerkingsverbanden heten interlokale verenigingen en ze voegen deze term steeds toe aan hun naam.

  Art. 7. Het samenwerkingsverband is gegrond op een overeenkomst met statutaire draagkracht die bepalingen bevat omtrent de duurtijd en de eventuele verlenging, de opzegmogelijkheid, de eventuele inbreng van de deelnemers en de wijze waarop deze inbreng wordt beheerd, de interne organisatie, de wederzijdse rechten en verplichtingen en de financiële repercussies, de informatieverstrekking aan de deelnemers en de jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraden, de opmaak van de rekeningen en de bestemming van het resultaat, de financiële controle, de vereffening.

  Art. 8. De overeenkomst kan bepalen dat een van de deelnemende gemeenten aangesteld wordt als beherende gemeente waar de zetel gevestigd wordt en die de interlokale vereniging vertegenwoordigt. De beherende gemeente kan eigen personeel inzetten ten behoeve van het samenwerkingsverband overeenkomstig de voorwaarden, bepaald in de overeenkomst en onder voorbehoud dat de rechten van dit personeel geëerbiedigd worden.

  Art. 9.[1 Een beheerscomité dat samengesteld is uit minstens één afgevaardigde van elke deelnemer, overlegt over de wijze waarop de overeenkomst wordt uitgevoerd. Alleen natuurlijke personen kunnen afgevaardigde zijn van een deelnemer. De afgevaardigden voor de deelnemende gemeenten worden aangewezen onder de gemeenteraadsleden, de burgemeester en de schepenen]1. Het formuleert waar nodig adviezen ten behoeve van de beherende gemeente, stelt de rekeningen van de interlokale vereniging vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarvan de gewone meerderheid de goedkeuring verleent.
  De organisatie van zijn werkzaamheden legt het beheerscomité vast in een huishoudelijk reglement dat gevoegd wordt bij de overeenkomst zonder er deel van uit te maken.
  Uitgezonderd de personen die het ambt van burgemeester of schepen waarnemen, [1 kunnen de leden van het beheerscomité per bijgewoonde vergadering presentiegeld ontvangen]1 dat gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  HOOFDSTUK III. - Samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid.

  Afdeling 1. - Principes.

  Art. 10.[1 § 1. Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer beleidsdomeinen.
   Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kunnen, naast gemeenten, aan het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uitsluitend autonome gemeentebedrijven, Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en de publiekrechtelijke verenigingen ervan, andere samenwerkingsverbanden bepaald door dit decreet, politiezones en hulpverleningszones deelnemen.
   De zetel van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is altijd gevestigd op het grondgebied van een deelnemende gemeente in een gebouw dat toebehoort aan het samenwerkingsverband zelf of aan een deelnemende gemeente.
   § 2. Privaatrechtelijke personen kunnen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1, in de volgende gevallen:
   1° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van opdrachten als vermeld in artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de deelnemende privaatrechtelijke persoon is niet actief als energieleverancier of energieproducent als vermeld in artikel 1.1.3, 78° en 102°, van het voormelde decreet;
   2° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van opdrachten als vermeld in artikel 26, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 11. Het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is een publiekrechtelijke rechtspersoon met een rechtsvorm waarvan de kenmerken vastgesteld zijn krachtens de bepalingen van dit decreet.
  Ongeacht haar doelstellingen hebben haar verbintenissen geen handelskarakter.
  Voor al wat niet uitdrukkelijk geregeld is door dit decreet, zijn op het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid de bepalingen van toepassing van het wetboek voor de vennootschappen die gelden voor de vennootschapsvorm van de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

  Art. 12.§ 1. De gemeenten beslissen over de beheersoverdracht overeenkomstig de statuten van het samenwerkingsverband.
  Onder beheersoverdracht wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van door hen genomen beslissingen in het kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de deelnemende gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of samen met derden dezelfde opdracht uit te voeren.
  § 2. Er bestaan [1 vier]1 vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid :
  1° projectvereniging : een samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschreven project te plannen, uit te voeren en te controleren;
  2° dienstverlenende vereniging : een samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschreven ondersteunende dienst te verlenen aan de deelnemende gemeenten, eventueel voor verschillende beleidsdomeinen;
  3° opdrachthoudende vereniging : een samenwerkingsverband met beheersoverdracht waaraan de deelnemende gemeenten de uitvoering van een of meer duidelijk omschreven bevoegdheden met betrekking tot een of meer [1 ...]1 beleidsdomeinen toevertrouwen;
  [1 4° opdrachthoudende vereniging met private deelname: een opdrachthoudende vereniging waaraan privaatrechtelijke personen kunnen deelnemen overeenkomstig artikel 10, § 2, van dit decreet.]1
  [1 § 3. Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kan een opdrachthoudende vereniging met private deelname niet deelnemen aan de overige verenigingen, vermeld in paragraaf 2.]1
  [1 § 4. In wat volgt in dit decreet wordt met het begrip opdrachthoudende vereniging zowel de opdrachthoudende vereniging als de opdrachthoudende vereniging met private deelname bedoeld, tenzij anders bepaald.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Afdeling 2. - Projectvereniging.

  Art. 13. De projectvereniging wordt opgericht voor een periode van ten hoogste zes jaar ingevolge daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen die genomen worden binnen een tijdsbestek van twee maanden.
  Tijdens de bij de oprichting van een projectvereniging vastgestelde duur, is geen uittreding mogelijk.
  De projectvereniging kan opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan zes jaar, ingevolge de voor het verstrijken van de termijn door de deelnemende gemeenten genomen beslissingen ten gunste van de verlenging. Bij gebrek aan instemming van alle betrokken gemeenten of bij het uitblijven van een of meer beslissingen, wordt de projectvereniging ontbonden. De statuten bepalen de wijze van vereffening.
  Projectverenigingen kunnen niet worden opgericht in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd.

  Art. 14. De projectvereniging wordt opgericht bij akte, verleden voor de burgemeester van de gemeente waar de zetel gevestigd wordt. Onverminderd de wettelijke bepalingen met betrekking tot de inbreng van onroerende goederen verkrijgt de oprichtingsakte geldigheid op de datum van haar dagtekening door de ondertekening van alle aan de oprichting deelnemende gemeenten en andere rechtspersonen.
  De oprichtingsakte omvat de statuten en wordt binnen een termijn van dertig kalenderdagen na haar dagtekening ter informatie aan de toezichthoudende overheid voorgelegd. De oprichtingsakte wordt integraal bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad en wordt ter inzage van eenieder terzelfder tijd neergelegd in de zetel van de projectvereniging.

  Art. 15. De wijzigingen in de statuten en de aanvaarding van toetreding behoeven de instemming van de deelnemende gemeenten, overeenkomstig de procedure die in de statuten is bepaald.

  Art. 16.De projectvereniging beschikt uitsluitend over een raad van bestuur. [1 Alleen natuurlijke personen kunnen lid zijn van de raad van bestuur.]1
  De deelnemers benoemen rechtstreeks de leden van de raad van bestuur. Voor de gemeenten kunnen uitsluitend gemeenteraadsleden, burgemeesters of schepenen dit mandaat vervullen.
  Het voorzitterschap wordt steeds toevertrouwd aan een door een gemeente aangewezen bestuurder.
  De raad van bestuur, waarin alle deelnemende gemeenten vertegenwoordigd zijn en waarin iedere bestuurder beschikt over één stem, heeft uitsluitend de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die hun expliciet door de deelnemers zijn opgedragen. De raad van bestuur is in elk geval bevoegd voor het personeelsbeleid.
  Aan de vergaderingen van de raad van bestuur wordt deelgenomen door een door iedere aangesloten gemeente aangeduide afgevaardigde, als lid met raadgevende stem. Deze afgevaardigden zijn steeds raadsleden in de betrokken gemeenten, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen of aangesteld is als voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  De werkingsmodaliteiten van de raad van bestuur worden vastgesteld in een bij de statuten gevoegd huishoudelijk reglement dat gewijzigd kan worden bij eenvoudige beslissing van de raad van bestuur. De afgevaardigden bedoeld in het vorige lid van dit artikel, tellen niet mee voor de berekening van een eventueel aanwezigheidsquorum.
  De controletaak op de financiële toestand wordt toevertrouwd aan een accountant benoemd door de raad van bestuur.
  De raad van bestuur stelt de jaarrekeningen vast en legt ze, samen met een activiteitenverslag en het verslag van de accountant, voor aan de deelnemers die hun goedkeuring verlenen overeenkomstig de procedure bepaald in de statuten.
  [1 Elke projectvereniging rapporteert aan de Vlaamse Regering over haar werking. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, de periodiciteit en de wijze van rapportering. De rapportering heeft niet tot gevolg dat een termijn om toezicht uit te oefenen als vermeld in hoofdstuk IV een aanvang neemt.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 17. Onverminderd andere wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de bestuurders, bestaat er onverenigbaarheid tussen hun mandaat enerzijds en de ambten, functies of mandaten opgesomd in artikel 48 van dit decreet.
  De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van de projectvereniging. Zij zijn overeenkomstig het gemeen recht verantwoordelijk voor de vervulling van de hun opgedragen taak en aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur.
  Op de bestuurders zijn de onverenigbaarheden van toepassing bepaald in artikel 51 van dit decreet.

  Art. 18.De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar. De gedetailleerde notulen met bijgevoegd het stemgedrag van de individuele leden en alle documenten waar in de notulen naar verwezen wordt, liggen ter inzage van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van de aangesloten gemeenten en desgevallend van de provincieraadsleden van de aangesloten provincies op de griffie van het provinciehuis, onverminderd de decretale bepalingen inzake de openbaarheid van bestuur.
  [1 Op verzoek van een raadslid vraagt het deelnemend bestuur aan de vereniging om de notulen en alle stukken waarnaar in de notulen wordt verwezen, elektronisch ter beschikking te stellen. De vereniging stelt de gevraagde stukken elektronisch ter beschikking aan het deelnemende bestuur en het deelnemende bestuur bezorgt ze aan het raadslid.]1
  [1 Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van de raadsleden wegens schending van het beroepsgeheim, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 19. De duur en de wijze van beëindiging van het mandaat van bestuurder worden statutair bepaald. Alle bestuurders zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun openbaar mandaat, uitgezonderd in geval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden en provincieraden. In voorkomend geval duiden de deelnemende gemeenten en provincies in de loop van de maand januari volgend op het jaar van de verkiezingen tot algehele vernieuwing van de gemeenteraden, de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan op 1 februari daaropvolgend. De gebeurlijke aanduiding van bestuurders door de andere deelnemers gebeurt dan in de loop van de maand volgend op de installatie van hun eigen raden.

  Art. 20. Om geldig te beraadslagen en te beslissen is een aanwezigheidsquorum vastgesteld op de gewone meerderheid van het aantal bestuurders, zowel in het geheel als in de groep van de door de gemeenten benoemde bestuurders. Van dit aanwezigheidsquorum kan statutair worden afgeweken voor een tweede vergadering die volgt op een onvoldoende samengestelde eerdere vergadering, en voorzover het gaat om punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.
  Deze bepaling geldt niet voor de voorstellen tot statutenwijziging en aanvaarding van toetredingen.
  De voor de beslissingen vereiste meerderheid is steeds de gewone meerderheid die bereikt moet worden zowel in het geheel als in de groep van de door de gemeenten benoemde bestuurders.

  Art. 21. De leden van de raad van bestuur kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen dat ten hoogste gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in één van de deelnemende gemeenten.

  Art. 22. Er is geen verplichting tot de vorming van een maatschappelijk kapitaal.
  Indien dit wel statutair is vastgelegd, wordt het vast kapitaal bij de oprichting door de deelnemers volledig in speciën volstort.
  De deelneming van één of meer provincies samen mag niet meer bedragen dan 20 % van het totale maatschappelijk kapitaal.
  Het kapitaal wordt niet geïndexeerd en wordt vertegenwoordigd door aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald.
  Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura, worden gewaardeerd op grond van een verslag van de accountant en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald.
  De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn slechts aansprakelijk ten belope van hun inbreng.
  Aan de statuten wordt een register gehecht waarop iedere deelnemer is vermeld met aanduiding van de aandelen en winstbewijzen die hem zijn toegekend.

  Art. 23. De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen en met naleving van de richtlijnen die de overheid uitvaardigt met betrekking tot de boekhoudkundige verrichtingen.
  De jaarrekeningen worden na hun goedkeuring overeenkomstig de procedure, bepaald in de statuten, door toedoen van de raad van bestuur neergelegd bij Nationale Bank van België.

  Art. 24. De projectvereniging kan door de Vlaamse regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening tot onteigening over te gaan.

  Afdeling 3. - Dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen.

  Subafdeling 1. - Voorbereidende fase.

  Art. 25. De gemeenten die de oprichting van een dienstverlenende of een opdrachthoudende vereniging overwegen, beslissen via hun gemeenteraad vooraf een overlegorgaan op te richten om de samenwerkingsmogelijkheden en -voorwaarden te bestuderen voor één of meer welbepaalde beleidsdomeinen. Terzelfder tijd wijzen ze een lid van het college van burgemeester en schepenen aan die zitting zal hebben in het overlegorgaan en leggen ze eventueel een begrotingskrediet vast om de voorbereidende fase te financieren.
  Uitsluitend gemeenten maken deel uit van het overlegorgaan. Dat overlegorgaan bezit geen rechtspersoonlijkheid en kan geen verbintenissen aangaan ten laste van de op te richten dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  De openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies kunnen een door hun respectieve raden aangewezen waarnemer de vergaderingen van het overlegorgaan laten bijwonen, indien de doelstelling mede tot hun belangensfeer behoort.

  Art. 26. Het overlegorgaan organiseert autonoom zijn werkzaamheden.
  Behoudens wat bepaald is in artikel 31 van dit decreet beschikt het overlegorgaan over een periode van maximaal één jaar, ingaand op zijn installatievergadering, om zijn studieopdracht te vervullen.
  Indien het resultaat van de studieopdracht positief is ten opzichte van de mogelijke oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, stelt het overlegorgaan aan de deelnemende gemeenten een bundel ter beschikking waarin de volgende documenten opgenomen zijn :
  -een grondige motiveringsnota;
  - een bestuursplan met een omschrijving van de maatschappelijke opdrachten en de daaraan verbonden wijze van dienstverlening, en met een beschrijving van de bestuurlijke organisatie van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging;
  - een ondernemingsplan voor een periode van zes jaar, met een omschrijving van de bedrijfsopdrachten, de financiële structuur en de in te zetten middelen, en de controlemogelijkheden op de uitvoering;
  - een ontwerp van statuten.
  Deze documenten vormen de basis van de uitwerking van het samenwerkingsconcept.

  Art. 27. De gemeenten zijn niet gebonden door hun deelneming in het overlegorgaan. Ze spreken zich uit over de documenten die hun worden voorgelegd. Ofwel beslissen ze af te zien van deelneming aan de eventuele oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, ofwel gaan ze akkoord met het voorstel, al of niet op voorwaarde dat wijzigingen aan dat voorstel worden aangebracht.
  De beslissingen van de gemeenten worden voorgelegd aan het overlegorgaan, dat daarover in consensus beslist. De vertegenwoordigers van de afhakende gemeenten nemen niet deel aan deze besluitvorming.
  Het definitieve voorstel wordt aan de overblijvende gemeenten voorgelegd. De gemeenten kunnen het voorstel enkel goedkeuren of afkeuren.
  De gemeenteraadsbeslissingen houdende de oprichting van een overlegorgaan en betreffende de voorstellen van het overlegorgaan worden ter informatie meegedeeld aan de toezichthoudende overheid.

  Subafdeling 2. - Oprichting, toetreding, duur, verlenging, ontbinding.

  Art. 28. De gemeenten die krachtens artikel 27 van dit decreet hun instemming hebben betuigd met het definitieve voorstel van het overlegorgaan kunnen, zonder daartoe verplicht te zijn, uiterlijk binnen drie maanden die volgen op de laatste beslissing tot goedkeuring, en rekening houdend met wat bepaald is in artikel 31 van dit decreet, een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging oprichten.
  Het oprichtingsdossier omvat alle daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen, evenals de bijbehorende documenten waaronder het bestuursplan en het ondernemingsplan; het wordt gevoegd bij de oprichtingsakte.

  Art. 29.[1 Als, naast gemeenten, aan de oprichting van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging wordt deelgenomen door een of meer besturen als vermeld in artikel 10, omvat het oprichtingsdossier de beslissing van het orgaan dat daarvoor bevoegd is. Voor een deelnemende dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is dat altijd de algemene vergadering. Voor een deelnemende projectvereniging is dat de raad van bestuur. Voor een deelnemend Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn is dat de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 30. De oprichting van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging geschiedt bij akte, verleden voor de burgemeester van de gemeente waar de zetel gevestigd wordt. Onverminderd de wettelijke bepalingen met betrekking tot de inbreng van onroerende goederen, en het administratief goedkeuringstoezicht, verkrijgt de oprichtingsakte geldigheid op de datum van haar dagtekening door de ondertekening door de vertegenwoordigers van alle aan de oprichting deelnemende gemeenten en andere rechtspersonen. Ingevolge deze oprichting wordt het overlegorgaan ambtshalve ontbonden.
  De oprichtingsakte omvat de statuten en alle eventuele bijlagen en wordt binnen een termijn van dertig kalenderdagen na haar dagtekening aan de toezichthoudende overheid voorgelegd. Ze wordt goedgekeurd door de Vlaamse regering binnen een termijn van zestig kalenderdagen na haar ontvangst door de toezichthoudende overheid. Verstrijkt deze termijn zonder dat de Vlaamse regering een beslissing heeft genomen en verstuurd aan alle betrokken gemeenteoverheden, dan wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend.
  De goedgekeurde oprichtingsakte wordt integraal bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad en wordt, samen met het volledige oprichtingsdossier, ter inzage van eenieder gelijktijdig neergelegd in de zetel van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en bij de toezichthoudende overheid. Afschriften van de oprichtingsakte liggen ter inzage op de secretarie in de gemeentehuizen van alle deelnemende gemeenten.

  Art. 31. De dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen kunnen niet worden opgericht in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd. De oprichting vindt in voorkomend geval plaats in de loop van de zes daaropvolgende maanden en het overlegorgaan blijft zolang in functie. Zijn leden verliezen van rechtswege hun mandaat en hun vervangers worden aangewezen op de eerste raadszitting die volgt op de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad.

  Art. 32.De toetreding van een [1 gemeente]1 of de uitbreiding van [1 haar]1 aansluiting bij een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, is afhankelijk van een daartoe strekkende beslissing van de gemeenteraad [1 ...]1 op basis van een onderzoek, eventueel vergelijkend in de mate dat er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden.
  De toetredingsbeslissing van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging wordt genomen door de algemene vergadering. De toetredingsbeslissing van een projectvereniging wordt genomen door de raad van bestuur.
  Alle toetredingen worden aanvaard door de algemene vergadering van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 10, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 33. De verbodsbepaling van artikel 31 van dit decreet inzake de periode van oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging geldt voor iedere toetredingsbeslissing op grond van het voorgaande artikel.
  Aan een toetreding of uitbreiding van aansluiting kan geen terugwerkende kracht worden verleend.

  Art. 34.Tijdens de bij de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging vastgestelde duur die, behoudens wat bepaald is in artikel 36 van dit decreet, achttien jaar niet mag overschrijden, is geen uittreding mogelijk.
  [1 Binnen de opdrachthoudende verenigingen, die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 werden aangewezen als distributienetbeheerder is evenwel uittreding ten gevolge van een gebiedsuitwisseling mogelijk mits de gemeente en de betrokken opdrachthoudende verenigingen daarmee instemmen en afspraken hebben over de modaliteiten tot uitvoering ervan.]1
  Een deelnemer kan door de algemene vergadering worden uitgesloten op de wijze die wordt bepaald in de statuten wegens behoorlijk vastgestelde niet-naleving der verbintenissen ten opzichte van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  ----------
  (1)<DVR 2015-11-27/05, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 10-12-2015>

  Art. 35.Na afloop van de statutair bepaalde duur kan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan achttien jaar.
  Op verzoek van de gewone meerderheid van het totale aantal deelnemers en op voorwaarde dat dit verzoek gedragen wordt door een drievierde meerderheid van het aantal deelnemende gemeenten, kan de laatste algemene vergadering die het verstrijken van de duur voorafgaat, tot de verlenging beslissen met een drievierde meerderheid van het aantal stemmen. De daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen worden bij het verslag van de algemene vergadering gevoegd en zijn gebaseerd op een onderzoek, eventueel vergelijkend in de mate er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden.
  Uiterlijk negentig kalenderdagen voor de algemene vergadering die beslist over de verlenging wordt de agenda door de raad van bestuur aan alle deelnemers toegezonden.
  De deelnemers die niet wensen te verlengen kunnen daartoe niet verplicht worden en houden op deel uit te maken van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging op het einde van het jaar waarin tot de verlenging door de algemene vergadering is beslist. Vooraf leggen zij hun daartoe strekkende beslissing voor die wordt gevoegd bij het verslag van de algemene vergadering. Ze moeten de door hen aangegane contractuele verbintenissen naleven, maar zijn voor het overige geen schadevergoeding verschuldigd. De voorlaatste en de laatste leden van artikel 37 van dit decreet zijn op hen van toepassing.
  Deelnemers die nalaten over de verlenging te beslissen of hun beslissing mee te delen, worden geacht verder deel uit te maken van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  [1 In afwijking van voormelde bepalingen van dit artikel kan de Vlaamse Regering op verzoek van de algemene vergadering van de opdrachthoudende verenigingen, die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 werden aangewezen als distributienetbeheerder en die daartoe in de loop van het jaar 2014 of 2015 op verzoek van drie vierden van het aantal gemeenten en met een meerderheid van drie vierden van de stemmen, op basis van een omstandig verslag dat de noodzaak van het verzoek aantoont, eenmalig en bij gemotiveerd besluit instemmen dat de einddatum van de statutaire duur verschoven wordt naar 9 november 2019.]1
  ----------
  (1)<DVR 2015-11-27/05, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 10-12-2015>

  Art. 36. Indien de duur van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging verstrijkt in de loop van het jaar waarin de verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, wordt over de verlenging pas beslist in het daaropvolgende jaar, zowel door de betrokken gemeenteraden als door de eerste algemene vergadering in de loop van dat jaar. Zolang wordt de oorspronkelijke duurtijd verlengd.

  Art. 37.Op verzoek van drievierde van het aantal deelnemende gemeenten, en aan de hand van de daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen, kan de algemene vergadering met een drievierde meerderheid van het aantal stemmen tot de vervroegde ontbinding van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging beslissen.
  Bij ontbinding krachtens het voorgaande lid of door het verstrijken van de statutair bepaalde duur die niet verlengd wordt, wijst de algemene vergadering die de ontbinding vaststelt, de vereffenaars aan op dezelfde wijze als bepaald is voor de bestuurders. Een beperkt college van vereffenaars kan samengesteld worden op dezelfde wijze als een directiecomité. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.
  Het voltallige personeel van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging wordt overgenomen, hetzij door de deelnemers, hetzij eventueel door de overnemers van de activiteit, in verhouding tot de kapitaalinbreng of overeenkomstig de onderling bereikte akkoorden, en zonder dat de personeelsleden door deze plicht tot overname gebonden zijn.
  De nieuwe werkgever waarborgt de rechten die de vereniging op het ogenblik van haar ontbinding, hetzij statutair, hetzij contractueel voor de werknemers vastgesteld had. Het door een gemeente overgenomen personeel komt, met behoud van zijn geldelijk statuut, terecht in een overgangskader dat geen invloed heeft op de personeelsformatie en uitdovend is.
  De gemeenten hebben een recht van voorkeur op overneming van de op hun grondgebied gelegen installaties [1 ...]1.
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 11, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Subafdeling 3. - Statuten en statutenwijzigingen.

  Art. 38. De statuten van de dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen vermelden ten minste :
  1.de naam en eventueel de afkorting;
  2. de maatschappelijke doelstellingen, die duidelijk en beperkend omschreven zijn;
  3. de maatschappelijke zetel;
  4. de duur en de wijze van verlenging;
  5. de nauwkeurige aanduiding van de deelnemers, hun inbreng en hun verbintenissen en eventueel het vast kapitaal;
  6. de samenstelling, de vergaderwijze en de bevoegdheden van alle organen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging;
  7. de wijze waarop de rekeningen werden opgemaakt en het resultaat werd verdeeld;
  8. de wijze van toetreding, ontbinding en vereffening;
  9. de wijze van uitsluiting van een deelnemer;
  10. de wijze en periodiciteit van noodzakelijke informatiedoorstroming tussen de organen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging onderling, naar de deelnemers en eventueel naar belanghebbende derden toe.

  Art. 39. De wijzigingen in de statuten en in de bijlagen worden artikelsgewijs aangebracht door de algemene vergadering met een drievierde meerderheid, zowel voor het geheel van de geldig uitgebrachte stemmen, als voor de geldig uitgebrachte stemmen van de vertegenwoordigde gemeenten, en op voorwaarde dat de gewone meerderheid van het aantal deelnemende gemeenten haar instemming betuigt.
  Uiterlijk negentig kalenderdagen voor de algemene vergadering die de statutenwijzigingen moet beoordelen, wordt een door de raad van bestuur opgesteld ontwerp aan alle deelnemers voorgelegd. De beslissingen terzake van hun raden die de oorspronkelijke statuten hebben goedgekeurd, bepalen het mandaat van de respectieve vertegenwoordigers op de algemene vergadering en worden bij het verslag gevoegd.
  De deelnemers die nalaten binnen de gestelde termijn een beslissing te nemen en voor te leggen, worden geacht zich te onthouden. De onthouding bepaalt het mandaat van hun vertegenwoordiger op de algemene vergadering.

  Art. 40. Het verslag van de algemene vergadering houdende wijziging van de statuten wordt, samen met de bijbehorende documenten waaronder de beslissingen van de deelnemers, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na zijn dagtekening aan de toezichthoudende overheid voorgelegd.
  De wijzigingen worden goedgekeurd door de Vlaamse regering binnen een termijn van negentig kalenderdagen na de ontvangst van het verslag door de toezichthoudende overheid. Verstrijkt deze termijn zonder dat de Vlaamse regering een beslissing heeft genomen en verstuurd aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, dan wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend.

  Art. 41. De statutenwijzigingen worden op dezelfde wijze als de oprichtingsakte neergelegd en bekendgemaakt.
  Een volledig gecoördineerde tekst van de statuten wordt neergelegd in de zetel van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, bij de toezichthoudende overheid en in de gemeentehuizen van elke deelnemende gemeente, evenals in de provinciehuizen van de deelnemende provincies, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de ontvangst door de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging van het goedkeuringsbesluit of na het verstrijken van de termijn, bedoeld in de laatste zin van artikel 40 van dit decreet.

  Art. 42.De statutenwijzigingen zijn slechts uitvoerbaar nadat ze zijn goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering of door het verstrijken van de termijn voor goedkeuring. Er kan geen terugwerkende kracht aan verbonden worden die verder reikt dan de eerste januari van het boekjaar waarin de algemene vergadering de wijzigingen heeft aangebracht.
  [1 Er kunnen geen statutenwijzigingen aan de deelnemers worden voorgelegd in de loop van het jaar waarin verkiezingen voor een algehele vernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, tenzij ingevolge een wettelijke of reglementaire verplichting of om het aantal mandaten binnen het intergemeentelijk samenwerkingsverband te verminderen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2012-06-01/08, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 09-07-2012>

  Subafdeling 4. - Structuur.

  Art. 43.De dienstverlenende en de opdrachthoudende vereniging beschikken ten minste over een algemene vergadering en een raad van bestuur.
  [1 Met uitzondering van de algemene vergadering kunnen alleen natuurlijke personen lid zijn van de organen van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen. Deze bepaling geldt niet voor de aangesloten privaatrechtelijke rechtspersonen zolang zij overeenkomstig artikel 80 van dit decreet deel kunnen blijven uitmaken van de vereniging.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 44.De algemene vergadering is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de deelnemers. Voor de gemeenten worden zij rechtstreeks aangewezen door de gemeenteraden uit hun leden, en voor de overige deelnemers door de organen die, krachtens de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, bevoegd zijn tot deelneming of toetreding te beslissen.
  Het aantal leden dat elke gemeente kan afvaardigen om te zetelen in de algemene vergadering wordt bepaald door twee criteria : de bevolkingscijfers en de kapitaalinbreng. De verdeelsleutel tussen beide criteria wordt statutair bepaald.
  [1 De vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.]1
  Behoudens andersluidende bepalingen in dit decreet, wordt de door de raad van bestuur vastgestelde agenda van de algemene vergadering uiterlijk dertig kalenderdagen voor haar zitting, aan alle deelnemers verstuurd. De zittingen van de algemene vergadering zijn openbaar.
  [2 Het aantal stemmen waarover iedere deelnemer in de algemene vergadering beschikt, wordt statutair bepaald, waarbij:
   1° de deelnemende gemeenten altijd over de meerderheid van de stemmen beschikken;
   2° de deelnemende privaatrechtelijke personen samen over niet meer dan 25% van het totale aantal statutair bepaalde stemmen kunnen beschikken. Onverminderd het voorgaande, kunnen in de statuten bepalingen ter bescherming van minderheden worden opgenomen.]2
  Afgezien van de jaarvergadering waarvan sprake is in artikel 65, tweede lid, van dit decreet, wordt nog minstens één buitengewone algemene vergadering belegd in de loop van het laatste trimester van elk jaar, om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgende boekjaar te bespreken. Een door de raad van bestuur opgestelde begroting staat op de agenda van deze vergadering.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>
  (2)<DVR 2016-05-13/17, art. 13, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 45. Voor de toepassing van dit decreet worden de autonome gemeentebedrijven gelijkgesteld met de gemeenten wanneer het gaat om de hoedanigheid, de onverenigbaarheden en de informatieplicht van de door hen te benoemen of voor te dragen mandatarissen, de aanwezigheids- en stemmingsvereisten en het voorzitterschap van de verschillende organen.

  Art. 46. In de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen benoemt de algemene vergadering de leden van de raad van bestuur, op voordracht van de deelnemers. Indien de gemeenteraad kandidaat-bestuurders voordraagt die geen lid zijn van de gemeenteraad of van de districtsraad, maar van wie de deskundigheid met betrekking tot de statutair bepaalde doelstellingen manifest aantoonbaar is, wordt deze voordracht uitdrukkelijk gemotiveerd. In dat geval is de onverenigbaarheid van het mandaat van bestuurder met de functie van werknemer van een aangesloten bestuur, voorzien in artikel 48 van dit decreet, niet van toepassing.
  De benoeming van de bestuurders gebeurt bij geheime stemming.
  Indien een voorgedragen kandidaat niet wordt benoemd door de algemene vergadering, doet de betrokken deelnemer een andere voordracht. De nieuwe kandidaat woont als waarnemer de vergaderingen van de raad van bestuur bij tot de eerstvolgende algemene vergadering waaraan de benoeming wordt voorgelegd.
  Niemand kan door meer dan één deelnemer worden voorgedragen of benoemd, noch mandaten gelijktijdig uitoefenen in de uitvoerende organen van meer dan drie dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen. Deze bepaling geldt niet voor de aangesloten privaatrechtelijke rechtspersonen zolang zij overeenkomstig artikel 80 van dit decreet deel kunnen blijven uitmaken van de vereniging.

  Art. 47. De samenstelling van de raad van bestuur wordt in iedere dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging statutair geregeld, met precieze aanduiding van het aantal leden, benoemd zoals bepaald in het voorgaande artikel.
  Het aantal bestuurders dat op voordracht van de andere deelnemers werd benoemd, mag nooit meer bedragen dan een vierde van het aantal op voordracht van de aangesloten gemeenten benoemde bestuurders.
  Iedere bestuurder die op die manier is benoemd, beschikt over één stem.
  De bestuurders, benoemd op voordracht van de gemeenten, kunnen zich laten bijstaan door deskundigen die na gezamenlijk overleg worden voorgedragen door de gemeente waar de zetel gevestigd is, en worden benoemd door de gemeentelijke vertegenwoordigers op de algemene vergadering. De deskundigen maken geen deel uit van de raad van bestuur, maar ze kunnen de vergaderingen van alle organen bijwonen en alle documenten opvragen.
  Hun vergoeding valt ten laste van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.

  Art. 48.Onverminderd andere wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de mandaten in een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging, bestaat er een onverenigbaarheid tussen het mandaat van bestuurder en de volgende ambten, functies of mandaten :
  - lid van een regering, zowel op federaal niveau als op niveau van de gewesten en gemeenschappen;
  - lid van een wetgevende vergadering, zowel op federaal niveau als op niveau van de gewesten en gemeenschappen;
  - lid van het Europees Parlement en van de Europese Commissie;
  - provinciegouverneur of adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant;
  - arrondissementscommissaris of adjunct-arrondissementscommissaris;
  - provinciegriffier;
  - lid van een bestuurs- of controleorgaan in of werknemer van een privaatrechtelijke rechtspersoon die activiteiten uitoefent in dezelfde beleidsdomeinen als de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging;
  - behoudens wat bepaald is in artikel 46, tweede lid, van dit decreet, werknemer van een aangesloten openbaar bestuur, of van een administratie die is belast met hetzij de uitoefening van het gewoon toezicht op de lokale besturen, hetzij de uitoefening van een specifiek toezicht op grond van de doelstellingen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  [1 In afwijking van het eerste lid, bestaat er geen onverenigbaarheid tussen het mandaat van bestuurder van een opdrachthoudende vereniging met private deelname en de volgende functies of mandaten: een lid van een bestuurs- of controleorgaan in of een werknemer van een privaatrechtelijke persoon die deelnemer is van dezelfde opdrachthoudende vereniging met private deelname.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 49.De raad van bestuur waaraan beslissingsrecht is toegekend, is bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk overeenkomstig dit decreet of krachtens de statuten voorbehouden is aan [1 een ander orgaan]1.
  De raad van bestuur vertegenwoordigt de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging jegens derden en in rechte als eiser of als verweerder.
  ----------
  (1)<DVR 2012-06-01/08, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 09-07-2012>

  Art. 50. De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. De bestuurders zijn overeenkomstig het gemeen recht verantwoordelijk voor de vervulling van de taak die hun is opgedragen en zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur.

  Art. 51. Ten aanzien van de bestuurders zijn een aantal onverenigbaarheden bepaald.
  Een bestuurder mag niet :
  1° aanwezig zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dit verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen;
  2° rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan overeenkomsten die met de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging zijn gesloten;
  3° als advocaat, notaris of zaakwaarnemer optreden in rechtsgedingen tegen de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. Het is hem verboden, in dezelfde hoedanigheid ten behoeve van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging te pleiten, raad te geven of op te treden in enige betwisting, tenzij dit kosteloos gebeurt;
  4° optreden als raadsman van een personeelslid in tuchtzaken.

  Art. 52.De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar. De gedetailleerde notulen met bijgevoegd het stemgedrag van de individuele leden en alle documenten waar in de notulen naar verwezen wordt, liggen ter inzage van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van de aangesloten gemeenten en van de provincieraadsleden op de griffie van de provinciehuizen van de aangesloten provincies, onverminderd de decretale bepalingen inzake de openbaarheid van bestuur.
  [1 Op verzoek van een raadslid vraagt het deelnemende bestuur om de notulen en alle stukken waarnaar in de notulen wordt verwezen, elektronisch ter beschikking te stellen. De vereniging stelt de gevraagde stukken elektronisch ter beschikking aan het deelnemende bestuur en het deelnemende bestuur bezorgt ze aan het raadslid.]1
  [1 Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van de raadsleden wegens schending van het beroepsgeheim, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.]1
  Aan de vergaderingen van de raad van bestuur wordt deelgenomen door ten hoogste vijf rechtstreeks door verschillende gemeenten aangeduide afgevaardigden die lid zijn met raadgevende stem. De statuten vermelden de criteria die bepalend zijn voor de wijze van aanduiding van deze afgevaardigden, die steeds raadsleden zijn die in de betrokken gemeenten verkozen zijn op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen of aangesteld is als voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 53. De op voordracht van de deelnemende gemeenten en provincies benoemde bestuurders brengen minstens tweemaal per jaar tijdens een openbare vergadering van de gemeenteraad of van de provincieraad die hen heeft voorgedragen, verslag uit over de uitoefening van hun mandaat en verstrekken toelichting bij het beleid van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  In de gemeenten en de provincies die geen bestuurder hebben voorgedragen of waarvan de voorgedragen kandidaat niet is benoemd, wordt in dezelfde omstandigheden de toelichting verstrekt door de voorzitter van de raad van bestuur of de door de voorzitter daartoe gedelegeerde bestuurder.

  Art. 54. Het dagelijks bestuur kan door de raad van bestuur statutair worden toevertrouwd aan een directiecomité dat de leden uit zijn midden benoemt en dat tevens belast is met de voorbereiding van de vergaderingen van de raad van bestuur.
  Het totale aantal leden van het directiecomité in elke dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging bedraagt ten hoogste één derde van dat van de raad van bestuur; de meerderheid komt telkens toe aan de leden die op voordracht van de deelnemende gemeenten zijn benoemd.
  Ieder lid van het directiecomité heeft één stem.
  Een of meer leden van het leidinggevend personeel van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen met raadgevende stem zitting hebben in het directiecomité. Hun mandaat beïnvloedt het toegestane aantal leden niet.
  Op de zittingen en notulen van het directiecomité is artikel 52, eerste lid van dit decreet, van toepassing.

  Art. 55.[1 In opdrachthoudende verenigingen die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet werden aangewezen als distributienetbeheerder kunnen regionale bestuurs- comités met beslissingsbevoegdheid worden opgericht indien de geografische spreiding dit verantwoordt, indien er geen directiecomité of regionale adviescomités worden opgericht en indien dit netto leidt tot een vermindering van het totale aantal bestuursleden in de verschillende organen van het intergemeentelijk samenwerkingsverband. Aan de regionale bestuurscomités kunnen statutair bepaalde bevoegdheden worden toevertrouwd die enkel van belang zijn voor die geografische regio. Daarnaast kan de raad van bestuur bevoegdheden van beperkt regionaal belang delegeren. De regionale bestuurscomités kunnen echter nooit bevoegd zijn voor personeelsbeslissingen.
   Elk lid van het regionaal bestuurscomité heeft één stem. Op de zittingen en notulen van de regionale comités is artikel 52, eerste lid, van dit decreet van toepassing. De bepalingen van artikel 48, 50 en 51 zijn van toepassing op de leden van de regionale bestuurscomités. De regionale bestuurscomités zijn bestuursorganen zoals bedoeld in artikel 71.
   In elke dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen adviescomités worden opgericht, indien de doelstellingen meervoudig zijn, indien niet aan alle aangesloten gemeenten het recht is toegekend kandidaat-bestuurders voor te dragen, of indien de geografische spreiding het verantwoordt.
   De leden van de regionale bestuurscomités en de adviescomités worden benoemd door de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers. Voor de voordracht van de leden van de regionale bestuurscomités gelden de bepalingen van artikel 46. In elk geval hebben alle gemeenten die geen kandidaat hebben kunnen voordragen voor benoeming in de raad van bestuur, wel het recht voor benoeming van een of meer kandidaat-leden in de regionale bestuurscomités of adviescomités.
   In de adviescomités die opgericht worden op grond van meervoudige doelstellingen en die beperkt blijven tot het aantal doelstellingen, zijn uitsluitend de gemeenten vertegenwoordigd die belang hebben bij de betrokken doelstelling.
   De leden van de adviescomités kunnen overeenkomstig de statutaire bepalingen ter zake vertegenwoordigers van belanghebbende derden als leden met stemrecht coöpteren.]1
  ----------
  (1)<DVR 2012-06-01/08, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 09-07-2012>

  Art. 56.Het voorzitterschap van de verschillende organen wordt steeds toevertrouwd aan en effectief uitgeoefend door een op voordracht van de deelnemende gemeenten benoemd lid van het orgaan, dat tevens gemeenteraadslid is of burgemeester of schepen van een aangesloten gemeente.
  De algemene vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van bestuur of diens vervanger.
  De werkingsmodaliteiten van de verschillende organen worden neergeschreven in een bij de statuten gevoegd huishoudelijk reglement dat vastgesteld wordt door de oprichtingsvergadering en gewijzigd kan worden door een eenvoudige beslissing van het betrokken orgaan. De afgevaardigden bedoeld in artikel 52, [1 vierde lid]1 van dit decreet, tellen niet mee voor de berekening van een eventueel aanwezigheidsquorum.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 57. De duur en de wijze van beëindiging van het mandaat van de leden van de verschillende organen in een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging worden statutair bepaald.
  Alle mandatarissen zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun openbaar mandaat, uitgezonderd in geval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden. In dat geval moet binnen de eerste drie maanden van het jaar volgend op dat van de verkiezingen, een algemene vergadering worden bijeengeroepen waarbij tot een algehele vervanging van de raad van bestuur wordt overgegaan, voorzover de raden van de deelnemende besturen die de voordracht moeten doen, reeds in hun nieuwe samenstelling vergaderd hebben. Is dat niet het geval, dan worden de betrokken nieuwe bestuurders benoemd door de algemene vergadering waarvan sprake is in artikel 65, die tevens kwijting verleent aan de bestuurders die het voorgaande boekjaar in functie waren en die tot dan de verantwoordelijkheid blijven dragen overeenkomstig artikel 50.

  Art. 58. Om geldig te beraadslagen en te beslissen is een aanwezigheidsquorum vastgesteld op de gewone meerderheid van het aantal statutair bepaalde stemmen in elk orgaan, zowel globaal als in de groep der deelnemende gemeenten. Van dit aanwezigheidsquorum kan statutair worden afgeweken voor een tweede vergadering die volgt op een onvoldoende samengestelde eerdere vergadering, en voor zover het gaat om punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen. Deze bepaling geldt niet voor statutenwijzigingen.
  De voor de beslissingen vereiste meerderheid moet steeds bereikt zijn zowel globaal als in de groep der gemeenten.

  Art. 59. Met uitzondering van de vertegenwoordigers op de algemene vergadering kunnen de leden van de overige organen aan hun collega's van hetzelfde orgaan schriftelijke volmacht geven om hen te vertegenwoordigen voor één welbepaalde vergadering van het betrokken orgaan. De volmachtgever en de volmachtdrager moeten tot dezelfde categorie van deelnemers behoren. Niemand kan drager zijn van meer dan één volmacht.
  Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van vertegenwoordiger op de algemene vergadering en dat van lid van een van de andere organen. De onverenigbaarheden die bepaald zijn in artikel 48 van dit decreet, zijn eveneens van toepassing op de vertegenwoordigers op de algemene vergadering.

  Art. 60. De algemene vergadering bepaalt, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die vastgesteld zijn door de Vlaamse regering, het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend.
  Jaarlijks wordt een per mandataris geïndividualiseerd overzicht van de in het voorbije boekjaar ontvangen vergoedingen en presentiegelden gevoegd bij de documenten die aan de deelnemende gemeenten worden bezorgd, overeenkomstig artikel 65 van dit decreet.

  Art. 61. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid, vanuit het oogpunt van dit decreet en van de statuten, van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt uitgeoefend door een of meer commissarissen. Die worden benoemd door de algemene vergadering onder de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen.

  Subafdeling 5. - Werking.

  Art. 62. De dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kan bij gemotiveerd besluit van de raad van bestuur leningen aangaan en giften of toelagen ontvangen.
  De algemene vergadering of de door haar daartoe gemachtigde raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging stelt de tarieven vast, met naleving van de wettelijk voorgeschreven formaliteiten.
  De dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kan door de Vlaamse regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot de onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutaire doelstellingen.

  Art. 63.Het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal mag niet lager zijn dan het bedrag dat terzake voorgeschreven is voor de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, en wordt ter belope van één derde volgestort.
  [1 De deelneming van één of meer provincies samen mag niet meer bedragen dan 30 procent van het totale maatschappelijk kapitaal. Het aantal stemmen waarover iedere provincie beschikt, wordt statutair bepaald, met dien verstande dat de deelnemende provincies samen nooit over meer dan 25 procent van het totale aantal statutair bepaalde stemmen kunnen beschikken.]1
  Het kapitaal wordt niet geïndexeerd en wordt vertegenwoordigd door aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald.
  Immateriële inbrengen ter vertegenwoordiging van vermogensbestanddelen die niet volgens economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd, en inbrengen in natura, worden gewaardeerd op grond van een verslag van de revisor en worden vertegenwoordigd door respectievelijk winstbewijzen en aandelen waarvan de waarde en de rechten statutair zijn bepaald.
  De deelnemers kunnen uitsluitend worden vergoed voor hun inbreng en zijn slechts aansprakelijk ten belope van hun inbreng.
  Bij de statuten wordt een register gevoegd waarop iedere deelnemer is vermeld, met aanduiding van de aandelen en winstbewijzen die hem zijn toegekend.
  ----------
  (1)<DVR 2009-04-30/80, art. 134, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 63bis. [1 In de opdrachthoudende vereniging met private deelname is een inbreng van privaatrechtelijke personen toegestaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
   1° de inbreng kan geen controle of blokkerende macht opleveren;
   2° de privaatrechtelijke personen kunnen geen beslissende invloed op de vereniging uitoefenen;
   3° de gezamenlijke inbreng van de privaatrechtelijke personen mag niet meer bedragen dan 49 % van het totale maatschappelijk kapitaal.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-05-13/17, art. 18, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>
  

  Art. 64. De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen en met naleving van de richtlijnen die de overheid uitvaardigt met betrekking tot de boekhoudkundige verrichtingen.

  Art. 65.In de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen worden de jaarrekeningen vastgesteld door de algemene vergadering in de loop van het eerste semester van het volgende boekjaar aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de revisor. Samen met de uitnodiging worden deze documenten ter beschikking gesteld van de deelnemende gemeenten, die het mandaat van hun afgevaardigde terzake bepalen.
  De algemene vergadering verleent terzelfder tijd kwijting aan de [1 bestuurders, de leden van de regionale bestuurscomités]1 en de revisoren.
  ----------
  (1)<DVR 2012-06-01/08, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 09-07-2012>

  Art. 66.Indien de jaarrekeningen niet worden vastgesteld overeenkomstig [1 artikel 65, eerste lid]1, dan wordt, binnen een termijn van negentig kalenderdagen, een nieuwe algemene vergadering bijeengeroepen waaraan de gewijzigde rekeningen, met naleving van de procedure in artikel 65, worden voorgelegd. Bij herhaalde niet-vaststelling wordt [1 artikel 75octies]1 van dit decreet toegepast.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 67. De jaarrekeningen worden, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na hun vaststelling door de algemene vergadering, door de bestuurders neergelegd bij de Nationale Bank van België, met vermelding dat ze nog onderworpen zijn aan het administratief toezicht.
  Binnen een termijn van dertig kalenderdagen wordt de Nationale Bank van België op de hoogte gebracht van het verstrijken van de in het voorgaande lid bepaalde termijn.

  Art. 68.Wanneer ten gevolge van geleden verlies het netto- actief van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging gedaald is tot minder dan de helft van het vast gedeelte van het kapitaal, moet de algemene vergadering bijeenkomen binnen een termijn van ten hoogste zestig kalenderdagen nadat het verlies is vastgesteld om te beraadslagen en te beslissen over een door de raad van bestuur opgesteld saneringsplan.
  De raad van bestuur verantwoordt zijn voorstellen in dit saneringsplan dat uiterlijk drie weken voor de algemene vergadering aan alle deelnemers en aan de toezichthoudende overheid wordt voorgelegd, samen met de oproepingsbrief en alle bijbehorende documenten waaruit de noodzaak van het saneringsplan blijkt.
  De algemene vergadering beslist onder de voorwaarden bepaald in artikel 39 van dit decreet. Indien het saneringsplan niet of in onvoldoende mate wordt aanvaard, kan [1 artikel 75octies]1 van dit decreet worden toegepast.
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 69. De raad van bestuur stelt binnen een termijn van drie maanden na de goedkeuring van de statuten van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en na onderhandelingen conform de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en de uitvoeringsbesluiten daarbij, een administratief en geldelijk statuut op, met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur, en in voorkomend geval, een arbeidsreglement conform de wettelijke bepalingen die gelden voor het contractuele personeel.
  Het administratief en geldelijk statuut en het arbeidsreglement worden meegedeeld aan alle deelnemers en aan de toezichthoudende overheid.
  De raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is bevoegd voor alle personeelsaangelegenheden, maar kan al wat betrekking heeft op de uitvoering van het administratief en geldelijk statuut en het arbeidsreglement, in het kader van het individuele personeelsbeheer, verder delegeren.

  Art. 70. In de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen legt de raad van bestuur aan de jaarvergadering, die telkens plaatsvindt in de loop van het eerste werkingsjaar na het jaar waarin verkiezingen voor de algehele hernieuwing van de gemeenteraden worden georganiseerd, een evaluatierapport voor over de werking van de vereniging. Dat rapport bevat een nieuw ondernemingsplan voor de komende zes jaar of een gemotiveerd voorstel het samenwerkingsverband te beëindigen met inachtneming van de statutair bepaalde rechten van de deelnemers. De eerste evaluatieperiode kan korter zijn dan zes jaar, gelet op de datum van oprichting.
  Alle deelnemers ontvangen dit rapport uiterlijk zes weken voor de datum van de jaarvergadering en bepalen het mandaat van hun vertegenwoordiger.

  Art. 70bis. [1 De dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging rapporteert aan de Vlaamse Regering over haar werking. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud, de periodiciteit en de wijze van rapportering. Deze rapportering heeft niet tot gevolg dat een termijn om toezicht uit te oefenen als vermeld in hoofdstuk IV een aanvang neemt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  HOOFDSTUK IV. [1 - Bestuurlijk toezicht.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 71.[1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
   1° intergemeentelijke overheid : de bestuursorganen van de projectvereniging of dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging die een beslissing nemen;
   2° toezichthoudende overheid : de Vlaamse Regering.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 72.[1 Behoudens andersluidende bepalingen beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang, namelijk aan elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang, vermeld in artikel 3.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 73.[1 De toezichthoudende overheid kan bij de intergemeentelijke overheid alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 74.[1 Alle kennisgevingen of verzendingen tussen de intergemeentelijke overheid en de toezichthoudende overheid gebeuren op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering.
   Buiten de gevallen waarin een intergemeentelijke overheid krachtens dit decreet de toezichthoudende overheid van besluiten op de hoogte moet brengen, heeft het verzenden van een beslissing aan de toezichthoudende overheid niet tot gevolg dat de termijn om het toezicht uit te oefenen een aanvang neemt.
   Voor de berekening van de toezichtstermijn wordt de vervaldag in de termijn gerekend. Als die dag een zaterdag, een zondag, een wettelijke of decretale feestdag is, wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
   Op straffe van nietigheid wordt het besluit dat in het kader van het toezicht wordt genomen, uiterlijk de laatste dag van de voorgeschreven termijn verzonden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Afdeling 2. [1 - Algemeen bestuurlijk toezicht op de intergemeentelijke overheid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 20, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75.[1 Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 75bis en artikel 75ter kan de toezichthoudende overheid besluiten van de intergemeentelijke overheid ambtshalve opvragen.
   Bij ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.]1
  ----------
  (1)<DVR 2013-01-18/10, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75bis. [1 Van de besluiten van alle bestuursorganen van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen wordt binnen twintig dagen na het nemen van het besluit een lijst met een beknopte omschrijving van de daarin geregelde aangelegenheden verzonden aan de Vlaamse Regering.
   Vanaf de dag van de verzending aan de Vlaamse Regering wordt de lijst, vermeld in het eerste lid, gedurende minstens twintig dagen ter inzage gelegd van het publiek. Dezelfde lijst wordt gepubliceerd op de website van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75ter. [1 Binnen twintig dagen na het nemen van het besluit wordt naar de Vlaamse Regering een afschrift verzonden van :
   1° de besluiten van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen betreffende de rechtspositieregeling van het personeel, vermeld in artikel 69;
   2° de voorstellen van de raad van bestuur van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen in verband met het saneringsplan overeenkomstig artikel 68.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 23, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75quater. [1 § 1. De Vlaamse Regering beschikt over dertig dagen om de uitvoering van de besluiten van de intergemeentelijke overheid te schorsen en om de intergemeentelijke overheid daarvan op de hoogte te brengen. Als het om een besluit gaat waarvan overeenkomstig artikel 75ter een afschrift aan de Vlaamse Regering moet worden gezonden, wordt de termijn op vijftig dagen gebracht.
   De Vlaamse Regering kan de besluiten van de intergemeentelijke overheid rechtstreeks vernietigen binnen de termijn, vermeld in het eerste lid.
   § 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de derde dag die volgt op de verzending van de besluiten, vermeld in artikel 75ter, of van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 75bis, of op de derde dag na het nemen van het besluit als de intergemeentelijke overheid een projectvereniging is.
   § 3. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging, op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering, door de toezichthoudende overheid van een bepaald besluit, het dossier, bepaalde documenten of inlichtingen betreffende een bepaald besluit bij de intergemeentelijke overheid.
   De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat opnieuw in op de derde dag die volgt op de dag van de verzending van alle gevraagde gegevens.
   § 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de aangetekende verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1.
   Bij het binnenkomen van een klacht als vermeld in het eerste lid vangt een nieuwe termijn aan als vermeld in paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 24, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75quinquies. [1 In geval van schorsing door de Vlaamse Regering beschikt de intergemeentelijke overheid over zestig dagen, die ingaan op de derde dag die volgt op de verzending van het schorsingsbesluit aan de intergemeentelijke overheid, om een van de volgende beslissingen te nemen en de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte te brengen.
   De intergemeentelijke overheid kan het geschorste besluit intrekken en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.
   Als de intergemeentelijke overheid het besluit waarvan de uitvoering is geschorst, gemotiveerd rechtvaardigt of aanpast, beschikt de Vlaamse Regering over dertig dagen om tot vernietiging over te gaan. Die termijn gaat in op de derde dag die volgt op de dag van de verzending van de rechtvaardigingsbeslissing. Bij gebrek aan vernietiging binnen die termijn is de schorsing opgeheven.
   Als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen besluit aan de Vlaamse Regering wordt verzonden, wordt het besluit waarvan de uitvoering is geschorst, geacht nooit te hebben bestaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 25, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75sexies. [1 Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de intergemeentelijke overheid, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht regelmatig op de hoogte van de behandeling van de klacht. De toezichthoudende overheid brengt de indiener van de klacht met een gewone brief op de hoogte van :
   1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat de klacht toegekomen is;
   2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de intergemeentelijke overheid om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
   3° de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de intergemeentelijke overheid waartegen de klacht was ingediend, niet te schorsen of te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn;
   4° het gemotiveerde besluit van de toezichthoudende overheid waarbij het bestreden besluit van de intergemeentelijke overheid wordt geschorst of vernietigd, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit;
   5° de stand van het dossier als de behandeling van de klacht verschillende weken of maanden in beslag neemt. In dat geval informeert de toezichthoudende overheid de indiener van een klacht minstens om de drie maanden over de stand van zaken.
   Zodra de toezichthoudende overheid het onderzoek heeft afgerond, stuurt ze haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht en brengt ze de intergemeentelijke overheid in kwestie ook op de hoogte van haar antwoord.
   In geval van stuiting van de termijn om beroep in te stellen bij de Raad van State als vermeld in artikel 75septies, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht met een aangetekende brief op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de intergemeentelijke overheid waartegen de klacht was ingediend, niet te schorsen of te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
   De bepalingen van dit artikel zijn zowel van toepassing op de besluiten van de intergemeentelijke overheid, waarvan met toepassing van artikel 75ter een afschrift naar de Vlaamse Regering gestuurd moet worden, als op de besluiten waarvan geen afschrift naar de Vlaamse Regering gestuurd moet worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75septies. [1 De termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State tegen een beslissing van de intergemeentelijke overheid wordt gestuit ten voordele van degene die een klacht indient bij de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht aangetekend wordt verzonden voor het verstrijken van de beroepstermijn en voor het verstrijken van de termijn voor het uitoefenen van het toezicht.
   De stuiting duurt tot de indiener van de klacht de aangetekende verzending heeft ontvangen over het gevolg dat aan zijn klacht wordt gegeven, voor zover die aangetekende verzending melding maakt van de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State. Die aangetekende verzending wordt geacht ontvangen te zijn bij de eerste aanbieding. Als de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State niet wordt vermeld, neemt de verjaringstermijn een aanvang vier maanden nadat de betrokkene op de hoogte werd gebracht van de akte of van de beslissing met individuele strekking.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 27, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Afdeling 3. [1 - Dwangtoezicht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 28, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  Art. 75octies. [1 § 1. De toezichthoudende overheid kan, na een schriftelijke ingebrekestelling, een of meer commissarissen gelasten ter plaatse te gaan om de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te zamelen van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging of om de maatregelen ten uitvoer te brengen die in rechte zijn voorgeschreven.
   De toezichthoudende overheid kan pas optreden na het verstrijken van de termijn, vermeld in de ingebrekestelling.
   § 2. Het optreden van een of meer commissarissen gebeurt op de persoonlijke kosten van de personen die verzuimd hebben aan de ingebrekestelling gevolg te geven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-01-18/10, art. 29, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen.

  Art. 76. Met inachtneming van wat bepaald is in artikel 26 van de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, kan voor gewestelijke aangelegenheden het Vlaamse Gewest de in dit decreet bedoelde samenwerkingsverbanden aan een eigen fiscaliteit onderwerpen.

  Art. 77. Op de grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden waarvan Vlaamse gemeenten deel uitmaken op grond van verdragsrechtelijke overeenkomsten, wordt het toezicht uitgeoefend in onderling overleg tussen de Vlaamse regering en de andere betrokken overheden. De bepalingen met betrekking tot de wijze waarop het toezicht uitgeoefend wordt, worden in voorkomend geval opgenomen in de statuten van de desbetreffende rechtspersoon. Deze statuten worden aan de Vlaamse regering ter goedkeuring voorgelegd overeenkomstig het tweede lid van artikel 30 van dit decreet.

  Art. 78. Onverminderd andere wettelijke of decretale bepalingen kunnen dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen deelnemen in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die zelf niet deze rechtsvorm hebben aangenomen, voorzover het maatschappelijk doel van deze rechtspersonen overeenstemt met de eigen doelstellingen en voorzover de wetgeving van de overheidsopdrachten wordt nageleefd.
  De beslissing daartoe wordt genomen door de algemene vergadering op grond van een door de raad van bestuur opgemaakt verslag dat het belang van de deelneming aantoont. De deelneming is onderworpen aan de voorwaarde dat aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging minstens een mandaat van bestuurder wordt toegekend. Voor dat mandaat komt uitsluitend een op voordracht van de gemeenten benoemd bestuurder in aanmerking.
  De vertegenwoordigers van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging brengen verslag uit in hun raad van bestuur.
  De eventuele vergoedingen komen toe aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging. Een uitzondering hierop vormen de presentiegelden die aan de door of namens een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging benoemde bestuurder in deze rechtspersonen worden toegekend.

  Art. 78bis. <Ingevoegd bij DVR 2003-07-18/62, art. 18; Inwerkingtreding : 29-09-2003> Voor lokale PPS-projecten in de zin van het decreet betreffende publiek-private samenwerking, kunnen de samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid, op voorwaarde van bijzondere en omstandige motivering, zakelijke rechten vestigen op de onroerende goederen die behoren tot het openbaar domein, voorzover de gevestigde zakelijke rechten niet kennelijk onverenigbaar zijn met de bestemming van deze goederen.

  HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 79. § 1. Dit decreet treedt in werking tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het is van toepassing op alle nieuwe samenwerkingsverbanden in het Vlaamse Gewest die tussen gemeenten gevormd worden en die niet onderworpen zijn aan specifieke wettelijke of decretale bepalingen.
  § 2. De op het ogenblik van de inwerkingtreding bestaande intercommunales in het Vlaamse Gewest die onderworpen zijn aan de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales en aan het decreet van 1 juli 1987 betreffende de werkwijze van, de controle op en de vaststelling van het ambtsgebied van intercommunales, brengen hun statuten in overeenstemming met de bepalingen van dit decreet, binnen een periode van twee jaar, vanaf de inwerkingtreding overeenkomstig § 1 van dit artikel.
  Te hunnen opzichte treedt dit decreet in werking de dag volgend op de beslissing van de algemene vergadering tot aanpassing van de statuten aan de bepalingen van dit decreet.
  Toch zijn die bestaande verenigingen van gemeenten bij de inwerkingtreding van dit decreet overeenkomstig de voorgaande paragraaf onmiddellijk onderworpen aan de artikelen 4, 39, 40, 41, 42, 44, 52, 53, 56, 59, 64, 72, 73, 74, 76 en 78 van dit decreet.
  Bovendien wordt de duurtijd van deze intercommunales beperkt tot achttien jaar ingaand op de datum van inwerkingtreding, bepaald in paragraaf 1 van dit artikel.
  § 3. De verenigingen van gemeenten die niet beantwoorden aan de bepalingen van dit decreet en geen andere uitdrukkelijke decretale rechtsgrond hebben, schikken zich naar de bepalingen van dit decreet voor uiterlijk 31 december 2002. Op 1 januari 2003 treedt dit decreet te hunnen opzichte in werking.

  Art. 80.§ 1. [1 De projectverenigingen, dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen, waarin één of meer provincies deelnemen, en waarin deze deelneming niet op een specifieke wijze geregeld is door andere wettelijke of decretale bepalingen, passen hun statuten in die zin aan dat de provincies uiterlijk op 31 december 2018 uittreden. De provinciale aandelen worden overgenomen tegen een tussen de partijen overeen te komen waarde.
   De samenwerkingsverbanden als vermeld in artikel 2, 2°, waarin de deelneming van een of meer provincies de inbreng van 30 procent van het totale maatschappelijk kapitaal overschrijdt op het ogenblik van de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord vermeld in artikel 2, 2°, kunnen, uitsluitend met het oog op de vermindering van deze inbreng tot maximaal 30 procent van het totale maatschappelijk kapitaal, bij gemotiveerd besluit van de Vlaamse Regering gemachtigd worden de desbetreffende artikelen van hun statuten aan te passen uiterlijk op 1 juli van het tweede jaar volgend op de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord. Zij dienen daartoe, binnen de zes maanden volgend op de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord, een gemotiveerd verzoek in van hun algemene vergadering, op grond van een verslag dat de noodzaak van het verzoek aantoont.]1
  § 2. [1 De intercommunales, bedoeld in paragraaf 2 van artikel 79 van dit decreet, waarin natuurlijke personen en rechtspersonen deelnemen en waarin deze deelneming niet op een specifieke wijze geregeld is door andere wettelijke of decretale bepalingen, passen hun statuten in die zin aan dat de bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen die niet met een exploitatieopdracht of beheersopdracht zijn belast, kunnen uittreden op het ogenblik waarop dit decreet voor hen in werking treedt. De andere natuurlijke personen en rechtspersonen treden ten laatste uit deze verenigingen hetzij op het ogenblik van hun verlenging, hetzij op 31 december van het achttiende jaar volgend op het jaar van de laatste gemeenteraadsverkiezingen voorafgaand aan de inwerkingtreding overeenkomstig paragraaf 1 van artikel 79 van dit decreet. Indien de vereniging waarin zij deelnemen voor deze uittredingsdatum voldoet aan de voorwaarden van dit decreet, zijn deze personen niet langer tot uittreding gehouden.
   Verenigingen van gemeenten die niet zijn opgericht volgens de bepalingen van dit decreet en die deelnemen in intercommunales die onder de toepassing vallen van dit decreet ingevolge het samenwerkingsakkoord van 13 februari 2014 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de gewestgrensoverschrijdende intercommunales, treden uiterlijk op 1 juli 2019 uit die intercommunales. In afwijking van artikel 10 behouden zij tot die datum al hun rechten die aan hun deelneming verbonden zijn, en kunnen zij die rechten blijven uitoefenen en worden zij zoals de autonome gemeentebedrijven gelijkgesteld met gemeenten in de zin van artikel 45.
   De uittreders zijn geen schadevergoeding verschuldigd en de toepassing van het derde lid van artikel 37 van dit decreet kan hun niet worden opgedrongen.]1
  § 3. Zolang de natuurlijke personen en de rechtspersonen blijven deelnemen in de intercommunales bedoeld in paragraaf 2 van artikel 79 van dit decreet, behouden ze een vertegenwoordiging in de organen van de verenigingen, met inachtneming van wat bepaald is in dit decreet met betrekking tot het overwicht van de gemeenten en het voorzitterschap. Een eventueel in de statuten aan hen toegekend vetorecht of recht van schorsing vervalt bij de inwerkingtreding overeenkomstig paragraaf 1 van artikel 79 van dit decreet.
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 19, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>

  Art. 81.Op de respectieve data van inwerkingtreding bepaald in artikel 79 van dit decreet, wordt de volgende regelgeving opgeheven :
  a. [1 de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, met uitzondering van artikel 26;]1
  b. het decreet van 1 juli 1987 betreffende de werkwijze van, de controle op en de vaststelling van het ambtsgebied van intercommunales;
  c. artikel 43, § 2, van het decreet betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen van 2 juli 1981.
  ----------
  (1)<DVR 2016-05-13/17, art. 20, 009; Inwerkingtreding : 27-06-2016>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 6 juli 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering,
Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken,
P. VAN GREMBERGEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
   Ontwerp van decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 24-02-2017 GEPUBL. OP 25-04-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 24; 62) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 13-05-2016 GEPUBL. OP 17-06-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 10; 12; 18; 19; 22; 25; 29; 32; 37; 41; 44; 48; 52; 53; 63; 63bis; 80; 81)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-11-2015 GEPUBL. OP 10-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 34; 35)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 26-06-2015 GEPUBL. OP 07-07-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 80)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 26-06-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 80)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-01-2013 GEPUBL. OP 15-02-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 9; 16; 18; 43; 44; 52; 56; 66; 68; 70bis; 71; 72; 73; 74; 75; 75bis; 75ter; 75quater; 75quinquies; 75sexies; 75septies; 75octies)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 01-06-2012 GEPUBL. OP 29-06-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 42; 49; 55; 65)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-04-2009 GEPUBL. OP 19-06-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 63; 80)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 22-12-2006 GEPUBL. OP 29-12-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 48)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-07-2003 GEPUBL. OP 19-09-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 78BIS)
  • BEELD
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 14-05-2003 GEPUBL. OP 10-06-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 4)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 2000-2001. Stukken. - Ontwerp van decreet : 565, nr. 1. Verslag hoorzittingen : 565, nr. 2. Amendementen : 565, nrs. 3 tot 9. Verslag : 565, nr. 10. Reflectienota : 565, nr. 11. Amendementen : 565, nr. 12. Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 565, nr. 13. Handelingen. - Bespreking en aanneming : vergaderingen van 19 en 20 juni 2001.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 11 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie