J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2000/12/14/2000002134/justel

Titel
14 DECEMBER 2000. - Wet tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de [arbeidstijd in de openbare sector]. (Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-01-2001 en tekstbijwerking tot 23-12-2016)

Bron : OPENBAAR AMBT
Publicatie : 05-01-2001 nummer :   2000002134 bladzijde : 212   BEELD
Dossiernummer : 2000-12-14/50
Inwerkingtreding : 01-07-2001

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Definities en toepassingsgebied.
Art. 3-4
HOOFDSTUK III. - Arbeids- en rusttijden.
Art. 5-9
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen betreffende nachtarbeid.
Afdeling 1. - Het verbod op nachtarbeid.
Art. 10
Afdeling 2. - Afwijkingen op het verbod op nachtarbeid.
Art. 11
Afdeling 3. - Begeleidingsmaatregelen voor nachtarbeiders.
Art. 12-21
HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepaling.
Art. 22
HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 23-25

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Bij deze wet wordt de richtlijn 93/104/EEG van de Raad van 23 november 1993 betreffende sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd omgezet.

  HOOFDSTUK II. - Definities en toepassingsgebied.

  Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° werknemers : de personen die, krachtens een arbeidsrelatie van statutaire of van contractuele aard, met inbegrip van de stagiairs en de tijdelijken, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;
  2° werkgevers : de personen die de onder 1° genoemde personen tewerkstellen.

  Art. 4.Deze wet is van toepassing op de werknemers die in de overheidssector tewerkgesteld zijn en op hun werkgevers, met uitzondering van :
  1° de instellingen die een industriële of commerciële activiteit uitoefenen en de instellingen die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen;
  2° de contractuele werknemers in dienst genomen voor behoeften in het buitenland.
  De hoofdstukken III en IV van deze wet zijn niet van toepassing op de personeelsleden onderworpen aan de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus en op het militair personeel, noch op het burgerlijk personeel waarvan de aanwezigheid vereist is bij de militairen die prestaties verrichten in de deelstand " intensieve dienst ", [2 "militaire bijstand",]2 " hulpverlening " en " operationele inzet ". De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, minimumvoorschriften op het vlak van veiligheid en gezondheid inzake organisatie van de arbeidstijd en bijzondere bepalingen inzake nachtarbeid vast die aangepast zijn aan de specifieke opdrachten die deze werknemers moeten vervullen en waarborgt hun daarbij niettemin een beschermingsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van de andere werknemers die door deze wet beoogd worden.
  [1 De hoofdstukken III en IV van deze wet zijn niet van toepassing op de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones en van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-19/69, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2016-11-21/20, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 02-01-2017>

  HOOFDSTUK III. - Arbeids- en rusttijden.

  Art. 5. § 1. De werknemers hebben in elk tijdvak van vierentwintig uur tussen de beëindiging en de hervatting van de arbeid recht op ten minste elf opeenvolgende uren rust.
  § 2. Van paragraaf 1 kan worden afgeweken :
  1° wanneer het gaat om werknemers die een leidende functie uitoefenen of die over een autonome beslissingsbevoegdheid beschikken;
  2° voor de werkzaamheden waarbij de werkplaats en de standplaats van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn of waarbij de verschillende werkplaatsen van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn;
  3° voor bewakings-, toezicht- en wachtdiensten die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen;
  4° in opvoedings- en opvangtehuizen;
  5° voor de werkzaamheden die gekenmerkt worden door de noodzaak om de continuïteit van de dienst of de productie te verzekeren;
  6° in geval van dringende werken aan machines of materieel;
  7° in geval van arbeid die door een onvoorziene noodzakelijkheid wordt vereist;
  8° in geval van voorzienbare activiteitstoename;
  9° (om het hoofd te beiden aan een voorgekomen dreigend ongeval;) <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>
  10° wanneer het werk georganiseerd is in continudienst of met opeenvolgende ploegen, alleen in het geval van verandering van ploeg, zonder dat een werknemer aan het werk mag worden gehouden in twee opeenvolgende ploegen;
  11° voor de werkzaamheden die gekenmerkt worden door onderbroken arbeidsperiodes;
  12° voor de diensten die bijdragen tot de burgerlijke, openbare en militaire veiligheid.
  De Koning kan onder de door Hem te stellen voorwaarden toestaan dat er van § 1 wordt afgeweken in sommige bedrijfstakken of voor het uitvoeren van sommige werken.
  § 3. Behalve in de gevallen vermeld in § 2, eerste lid, 3°, 4°, 6°, 9°, 12° en tweede lid, mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan elf uur per dag, zelfs niet bij de gelijktijdige toepassing van verschillende bepalingen.
  § 4. Behalve in het geval vermeld in § 2, 1°, worden de afwijkingen slechts toegestaan op voorwaarde dat gelijkwaardige periodes van inhaalrust toegekend worden in de loop van de veertien volgende dagen.
  Deze periode van veertien dagen kan door de Koning worden aangepast.

  Art. 6. § 1. Wanneer de arbeidstijd per dag meer dan zes uur bedraagt, wordt een half uur rust toegekend.
  § 2. Van paragraaf 1 kan worden afgeweken :
  1° voor de diensten die (bijdragen tot) de burgerlijke, openbare en militaire veiligheid; <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>
  2° in opvoedings- en opvangtehuizen.
  In deze gevallen worden bijzondere beschermingsmaatregelen ten gunste van de werknemers genomen door de Koning.

  Art. 7. § 1. Het is verboden werknemers 's zondags tewerk te stellen.
  § 2. Van paragraaf 1 kan worden afgeweken :
  1° wanneer het gaat om werknemers die een leidende functie uitoefenen of die over een autonome beslissingsbevoegdheid beschikken;
  2° voor de werkzaamheden waarbij de werkplaats en de standplaats van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn of waarbij de verschillende werkplaatsen van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn;
  3° voor bewakings-, toezicht- en wachtdiensten die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen;
  4° voor de werkzaamheden die gekenmerkt worden door de noodzaak om de continuïteit van de dienst of de productie te verzekeren;
  5° voor de uitvoering van onderhoudswerken;
  6° in geval van dringende werken aan machines of materieel;
  7° in geval van arbeid die door een onvoorziene noodzakelijkheid wordt vereist;
  8° in geval van voorzienbare activiteitstoename;
  9° om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
  10° wanneer het werk georganiseerd is in continudienst of met opeenvolgende ploegen, alleen in het geval van verandering van ploeg, zonder dat een werknemer aan het werk mag worden gehouden in twee opeenvolgende ploegen;
  11° voor de werkzaamheden die gekenmerkt worden door onderbroken arbeidsperiodes;
  12° voor de diensten de bijdragen tot de burgerlijke, openbare en militaire veiligheid;
  13° in de politie- en veiligheidsdiensten;
  14° in de magistratuur, de griffie- en parketdiensten;
  15° voor de uitvoering van controle- en inspectieopdrachten;
  16° voor de uitvoering van wetenschappelijke observatieopdrachten;
  17° voor de organisatie van selectie-, wervings- of bevorderingsexamens;
  18° voor personen die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen;
  19° in opvoedings- en opvangtehuizen;
  20° in strafinrichtingen, gesloten of halfgesloten inrichtingen;
  21° in instellingen van culturele en/of toeristische aard en voor het organiseren van culturele en/of toeristische manifestaties;
  22° in ondernemingen voor radio- en televisie-uitzendingen;
  23° wanneer het gaat om scheeps- of luchtvaartpersoneel.
  De Koning kan onder de door Hem te stellen voorwaarden toestaan dat er van § 1 wordt afgeweken in sommige bedrijfstakken of voor het uitvoeren van sommige werken.
  § 3. Behalve in het geval vermeld in § 2, 1°, worden de afwijkingen slechts toegestaan op voorwaarde dat gelijkwaardige periodes van inhaalrust toegekend worden in de loop van de veertien volgende dagen.
  Deze periode van veertien dagen kan door de Koning worden aangepast.
  § 4. De duur van de dagelijkse rusttijd toegekend krachtens artikel 5 komt bovenop de zondagsrust bedoeld in § 1 of bovenop de inhaalrust bedoeld in § 3 zodanig dat de werknemer geniet van een werkonderbreking van vijfendertig opeenvolgende uren.
  Van het eerste lid kan worden afgeweken, in de gevallen bedoeld in artikel 5, § 2.

  Art. 8.§ 1. De arbeidsduur van de werknemers mag niet meer dan gemiddeld achtendertig uren per week belopen over een referentieperiode van vier maanden.
  Onder arbeidsduur wordt verstaan de tijd gedurende welke de werknemer ter beschikking is van de werkgever.
  § 2. De arbeidsduur mag niet meer dan vijftig uren per week bedragen behalve :
  1° in geval van dringende werken aan machines of materieel;
  2° om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
  3° in opvoedings- en opvangtehuizen.
  De Koning kan, onder de door Hem te stellen voorwaarden toestaan dat de grens van vijftig uur per week overschreden wordt in sommige bedrijfstakken of voor het uitvoeren van sommige werken.
  § 3. Inhaalverlof dat overeenkomt met het overschrijden van de in § 1 vastgestelde wekelijkse arbeidsbeperking wordt toegekend binnen de in § 1 bedoelde referentieperiode.
  [1 In geval van onvoorziene omstandigheden die dringende maatregelen vragen, kan het in het eerste lid bedoelde inhaalverlof vervangen worden door een financiële compensatie mits het akkoord van de werknemer.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-11/04, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 9. De werknemers hebben recht op betaald jaarlijks vakantieverlof waarvan de minimumduur vierentwintig werkdagen voor volledige prestaties bedraagt.
  De minimumperiode van betaald jaarlijks vakantieverlof mag niet vervangen worden door een financiële vergoeding, behalve in geval van einde van arbeidsrelatie.

  HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen betreffende nachtarbeid.

  Afdeling 1. - Het verbod op nachtarbeid.

  Art. 10. De werknemers mogen geen nachtarbeid verrichten.
  Onder nachtarbeid word verstaan de arbeid verricht tussen twintig en zes uur.

  Afdeling 2. - Afwijkingen op het verbod op nachtarbeid.

  Art. 11. In afwijking van artikel 10 mag nachtarbeid worden verricht voor zover de aard van de werken of de activiteit dit rechtvaardigt :
  1° wanneer het gaat om werknemers die een leidende functie uitoefenen of die over een autonome beslissingsbevoegdheid beschikken;
  2° voor de uitvoering van werkzaamheden naar aanleiding van late vergaderingen;
  3° voor de diensten die bijdragen tot de burgerlijke, openbare en militaire veiligheid;
  4° in de politie- en veiligheidsdiensten;
  5° in de magistratuur, de griffie- en parketdiensten;
  6° voor de uitvoering van controle- en inspectieopdrachten;
  7° voor de uitvoering van wetenschappelijke observatieopdrachten;
  8° om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
  9° voor personen die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen;
  10° in opvoedings- en opvangtehuizen;
  11° in strafinrichtingen, gesloten of halfgesloten inrichtingen;
  12° in instellingen van culturele en/of toeristische aard en voor het organiseren van culturele en/of toeristische manifestaties;
  13° in ondernemingen voor radio- en televisie-uitzendingen;
  14° wanneer het gaat om scheeps- of luchtvaartpersoneel;
  15° voor de uitvoering van onderhoudswerken;
  16° voor werken die, gezien de aard ervan, niet mogen onderbroken of uitgesteld worden of slechts op bepaalde uren kunnen plaatsvinden;
  17° voor het schoonmaken, herstellen en onderhouden voor zover deze werkzaamheden voor de regelmatige voortzetting van het bedrijf nodig zijn;
  18° voor dringende arbeid aan machines of materieel voor zover de uitvoering ervan buiten de arbeidsuren onontbeerlijk is om een ernstige belemmering van de normale werking van het bedrijf te voorkomen;
  19° voor arbeid die door een onvoorziene noodzakelijkheid wordt vereist;
  20° voor bewakings-, toezicht- en wachtdiensten die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen;
  21° voor het uitvoeren van arbeid in opeenvolgende ploegen;
  22° voor het uitvoeren van werken waarvoor een permanentie noodzakelijk word geacht;
  23° wanneer de verwerkte stoffen zeer snel kunnen ontaarden.
  In afwijking van ditzelfde artikel 10 kan de Koning onder de door Hem te stellen voorwaarden nachtarbeid toestaan in sommige bedrijfstakken of voor het uitvoeren van sommige werken.

  Afdeling 3. - Begeleidingsmaatregelen voor nachtarbeiders.

  Art. 12. § 1. Deze afdeling is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die zij gewoonlijk tewerkstellen in arbeidsregelingen met prestaties tussen twintig en zes uur, met uitsluiting van :
  1° de werknemers die uitsluitend prestaties verrichten tussen zes en tweeëntwintig uur;
  2° de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf vijf uur.
  Eveneens uitgesloten van het toepassingsgebied ervan zijn het zeevaartpersoneel en het varend personeel tewerkgesteld aan werken van vervoer in de lucht.
  § 2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
  1° leden van het vast en tijdelijk personeel : de vastbenoemde ambtenaren en de tijdelijk aangewezen personeelsleden, evenals de stagiairs;
  2° leden van het contractueel personeel : de personen die tewerkgesteld zijn krachtens een arbeidsovereenkomst;
  3° werknemers : de leden van het vast en tijdelijk personeel en de leden van het contractueel personeel.

  Art. 13. § 1. Het dagelijkse werkrooster van de in artikel 12 bedoelde werknemers moet evenveel werkuren bevatten als een volledig dagelijks werkrooster, met een minimum van zes uur. Het mag echter niet meer dan acht uur per periode van vierentwintig uren bedragen.
  § 2. De toepassing van paragraaf 1 is beperkt tot de dagen waarop de werknemer de in artikel 12 bedoelde werkzaamheden verricht.
  § 3. Van paragraaf 1 kan worden afgeweken :
  1° wanneer het gaat om werknemers die een leidende functie uitoefenen of die over een autonome beslissingsbevoegdheid beschikken;
  2° voor de werkzaamheden waarbij de werkplaats en de standplaats van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn of waarbij de verschillende werkplaatsen van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn;
  3° voor bewakings-, toezicht- en wachtdiensten die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen;
  4° in opvoedings- en opvangtehuizen;
  5° voor de werkzaamheden die gekenmerkt worden door de noodzaak om de continuïteit van de dienst of de productie te verzekeren;
  6° in geval van dringende werken aan machines of materieel;
  7° in geval van arbeid die door een onvoorziene noodzakelijkheid wordt vereist;
  8° in geval van voorzienbare activiteitstoename;
  9° om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
  10° voor de diensten die bijdragen tot (de burgerlijke, openbare en militaire) veiligheid. <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>
  De Koning kan onder de door Hem te stellen voorwaarden toestaan dat de in § 1 vastgestelde grenzen overschreden worden in sommige bedrijfstakken of voor het uitvoeren van sommige werken.
  § 4. Behalve in het geval vermeld in § 3, 1°, worden de afwijkingen slechts toegestaan op voorwaarde dat gelijkwaardige periodes van inhaalrust toegekend worden in de loop van de veertien volgende dagen.
  Deze periode van veertien dagen kan door de Koning worden aangepast.

  Art. 14. § 1. De in deze afdeling bedoelde werknemers kunnen bij de aanwerving alleen op vrijwillige basis (in arbeidsregelingen bedoeld in) artikel 12 worden ingeschakeld. <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>
  § 2. Het in paragraaf 1 opgenomen vrijwilligheidsbeginsel is niet van toepassing op de werknemers die door hun school- of beroepsopleiding hebben gekozen voor een beroep dat doorgaans nachtprestaties met zich meebrengt.
  De Koning stelt de lijst van deze opleidingen vast.

  Art. 15. Indien een werkgever niet al zijn werknemers tewerkstelt op basis van arbeidsregelingen als bedoeld in artikel 12, kunnen werknemers alleen vrijwillig in het kader van die arbeidsregelingen in dienst worden genomen, onverminderd het principe van de continuïteit van de openbare dienst.

  Art. 16. § 1. De werknemer, bedoeld in artikel 12, die ten minste vijftig jaar is en die een beroepsactiviteit van ten minste twintig jaar in één of meer van die arbeidsregelingen kan bewijzen, heeft het recht om te vragen in een niet in dat artikel bedoelde arbeidsregeling te worden tewerkgesteld om ernstige medische redenen die door de arbeidsgeneesheer zijn erkend.
  Onder ernstige medische redenen die door de arbeidsgeneesheer zijn erkend, moet worden verstaan, de medische redenen die ertoe zouden kunnen leiden dat de gezondheid van de werknemer wordt geschaad indien hij een in artikel 12 bedoeld werk blijft verrichten.
  § 2. De werknemer, bedoeld in artikel 12, die ten minste vijfenvijftig jaar is en die een beroepsactiviteit van ten minste twintig jaar (in één of meer van die arbeidsregelingen) kan bewijzen, heeft het recht om te vragen in een niet in dat artikel bedoelde arbeidsregeling te worden tewerkgesteld. <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>

  Art. 17. § 1. De werknemer die aan de in § 1 of § 2 van artikel 16 gestelde voorwaarden voldoet en die een niet in artikel 12 bedoeld werk vraagt, dient een schriftelijk verzoek in bij zijn werkgever.
  § 2. De werkgever beschikt over een termijn van zes maanden om de werknemer schriftelijk een niet in artikel 12 bedoeld werk aan te bieden.
  § 3. Indien er geen werk beschikbaar is, kan het lid van het vast en tijdelijk personeel bedoeld in artikel 16, § 2, naargelang het hem schikt, zijn betrekking behouden in de arbeidsregeling waarin het is tewerkgesteld of ter beschikking worden gesteld van de overheid die het in dienst heeft.
  De aan het lid van het vast en tijdelijk personeel geboden mogelijkheid om in zijn arbeidsregeling te blijven werken geldt niet (voor het in artikel 16, § 1, bedoelde lid) van het vast en tijdelijk personeel omwille van de ernstige medische redenen. <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>
  § 4. Indien er geen werk beschikbaar is kan het in artikel 16, § 2, vermelde lid van het contractueel personeel, naargelang het hem schikt, zijn betrekking behouden in de arbeidsregeling waarin het is tewerkgesteld of een einde stellen aan zijn arbeidsovereenkomst.
  De aan het lid van het contractueel geboden mogelijkheid om in zijn arbeidsregeling te blijven werken geldt niet voor het in artikel 16, § 1, bedoelde lid van het contractueel personeel in geval van ernstige medische redenen.

  Art. 18. Wanneer een werkneemster bedoeld in artikel 12 zwanger is, kan zij een werk in een niet in dat artikel bedoelde arbeidsregeling krijgen, voor zover zij een schriftelijk verzoek indient :
  a) vanaf ten minste drie maanden voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot ten minste drie maanden na de geboorte;
  b) of wanneer dit op grond van een medisch attest voor de gezondheid van de moeder of van het kind noodzakelijk is :
  - gedurende nog andere perioden tijdens de zwangerschap;
  - gedurende een periode van maximum één jaar na de bevalling.
  Niettemin, wanneer overplaatsing naar werk overdag technisch of objectief niet mogelijk is of om gegronde redenen redelijkerwijs niet kan worden verlangd, wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de betrokken werkneemster geschorst of wordt de persoon wiens rechtspositie eenzijdig door de overheid is geregeld vrijgesteld van arbeid.

  Art. 19. De werknemer bedoeld in artikel 12 heeft het recht om op grond van dwingende redenen te vragen tijdelijk in een niet in dat artikel bedoelde arbeidsregeling te worden tewerkgesteld.
  De werkgever zal bij voorkeur dat verzoek trachten in te willigen voor zover dit gelet op de beschikbare betrekkingen en de kwalificatie van de werknemer mogelijk is.

  Art. 20. § 1. Wanneer de arbeidsgeneesheer na afloop van een medisch onderzoek, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de in artikel 12 vermelde werknemer, vaststelt dat deze laatste gezondheidsproblemen heeft die verband houden met het feit dat hij een in dat artikel bedoeld werk verricht, voert hij, vooraleer de mutatie of verwijdering voor te stellen, de passende aanvullende onderzoeken uit. (Hij moet inlichtingen inwinnen) over de sociale toestand van de werknemer en ter plaatse de maatregelen en de aanpassingen nagaan die geschikt kunnen zijn om de werknemer ondanks zijn eventuele zwakke punten op zijn post te behouden. De werknemer kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze. <Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536>
  De geneesheer maakt aan de werkgever en aan de werknemer de maatregelen kenbaar die moeten getroffen worden om zo snel mogelijk de te grote risico's en eisen die hij heeft vastgesteld te verhelpen. Het orgaan dat, met toepassing van het vakbondsstatuut, de plaats inneemt van het Comité voor preventie en bescherming op het werk wordt erover ingelicht.
  § 2. Indien de arbeidsgeneesheer na deze onderzoeken een maatregel tot verwijdering voorstelt, wordt de werknemer hiervan op de hoogte gebracht.
  Indien mogelijk stelt de werkgever de werknemer tewerk in een andere dan een in artikel 12 bedoelde arbeidsregeling, rekening houdend met de aanbevelingen van de arbeidsgeneesheer.

  Art. 21. Werknemers die op basis van arbeidsregelingen als bedoeld in artikel 12 tewerkgesteld, zijn, hebben dezelfde rechten als werknemers die niet op basis van zulke regelingen in dienst zijn, op het stuk van :
  1° vakbondsvertegenwoordiging en deelneming aan het vakbondsleven;
  2° algemene en beroepsopleiding;
  3° hygiëne, veiligheid en geneeskundige verzorging;
  4° sociale infrastructuur.

  HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepaling.

  Art. 22. Artikel 12, § 2, van de wet van 17 februari 1997 betreffende de nachtarbeid, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 23. De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen die gunstiger zijn voor de bescherming van de werknemers.

  Art. 24. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad wijst de Koning de ambtenaren aan die moeten toezien op de naleving van de bepalingen van deze wet en schrijft Hij voor hoe dat toezicht geschiedt.
  De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de wijze waarop de representatieve vakorganisaties betrokken worden bij de controle op de naleving van deze wet.

  Art. 25. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 14 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
(De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE) {LT}Erratum, zie B.St. 31-01-2001, p. 2536{GT}
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

BEELD
2001002003
PUBLICATIE :
2001-01-31
bladzijde : 2536

ERRATA



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 21-11-2016 GEPUBL. OP 23-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • WET VAN 11-12-2016 GEPUBL. OP 22-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • BEELD
  • WET VAN 19-04-2014 GEPUBL. OP 23-07-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 4)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zie : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 50-839 - 1999/2000 : Nr. 1. Wetsontwerp. 50-839 - 2000/2001 : Nr. 2. Amendementen. Nr. 3. Verslag. Nr. 4. Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 5. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Handelingen van de Kamer : 16 november 2000. Stukken van de Senaat : 2-578 - 2000/2001 : Nr. 1. Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Nr. 2. Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie