J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1999/05/07/1999012770/justel

Titel
7 MEI 1999. - Ministerieel besluit tot uitvoering van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 15 januari 1999 betreffende de boekhouding en de jaarrekening met betrekking tot de Fondsen voor bestaanszekerheid

Bron :
TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 09-11-1999 nummer :   1999012770 bladzijde : 41769       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1999-05-07/76
Inwerkingtreding : 10-02-1999

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De bepalingen van dit besluit gelden voor de fondsen voor bestaanszekerheid bedoeld bij de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid.

  Art. 2. De financiŽle verbintenissen van het Fonds voor bestaanszekerheid moeten gewaarborgd worden wanneer zij betrekking hebben op personen aan wie in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst een recht aan het uitputten zijn en die dit recht in de toekomst verder blijven uitputten met dien verstande dat het een recht betreft dat in hoofde van die personen door een wijziging of een beŽindiging van de collectieve arbeidsovereenkomst niet kan worden herroepen.
  De bepaling van het vorige lid geldt niet voor de verbintenissen waarin reeds bij andere wettelijke of reglementaire bepalingen in een waarborg is voorzien.

  Art. 3. De financiŽle verbintenissen kunnen gewaarborgd worden door de techniek van de herverzekering of door het aanleggen van technische voorzieningen in de resultatenrekening en de balans.
  Het beheersorgaan van het Fonds voor bestaanszekerheid beslist jaarlijks over de wijze waarop de financiŽle verbintenissen gewaarborgd worden.
  De toelichting zoals vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 januari 1999 met betrekking tot de fondsen voor bestaanszekerheid vermeldt de wijze waarop de financiŽle verbintenissen gewaarborgd worden.

  Art. 4. In het geval dat de financiŽle verbintenissen zoals voorzien in dit besluit, gewaarborgd worden door het aanleggen van technische voorzieningen, worden deze geÔndividualiseerd in functie van de risico's die zij geacht worden te dekken.

  Art. 5. De waarborgen moeten jaarlijks voorzien worden bij de sluiting van het boekjaar op basis van een evaluatie van de risico's die zij dekken.

  Art. 6. ß 1. De waarborgen moet volledig aangelegd zijn binnen een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
  ß 2. In afwijking van ß 1 kan het beheersorgaan van het Fonds voor bestaanszekerheid voorstellen aan het bevoegd Paritair Comitť om deze termijn te verlengen, zonder dat deze 8 jaar mag overschrijden. Een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het bevoegd Paritair Comitť moet in dit geval de termijn vaststellen.

  Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking op 10 februari 1999.
  Brussel, 7 mei 1999.
  Mevr. M. SMET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
   Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 13bis, ingevoegd bij de wet van 13 februari 1998;
   Gelet op het koninklijk besluit van 15 januari 1999 betreffende de boekhouding en de jaarrekening met betrekking tot de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 19;
   Gelet op het advies van de nationale Arbeidsraad;
   Gelet op het advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 20 april 1999;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat de fondsen voor bestaanszekerheid vanaf de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 15 januari 1999 voorzieningen moeten aanleggen; op die manier wil men vermijden dat zich binnen de kortste termijn problemen zouden voordoen in verband met de uitbetalingen van reeds aangegane verbintenissen op lange termijn zoals de facto de nakoming van de verbintenissen inzake de aanvullende vergoeding van het conventioneel brugpensioen, voor het geval onvoldoende waarborgen zouden zijn aangelegd;
   Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, ß 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie