J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 67 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1999/04/30/1999012338/justel

Titel
30 APRIL 1999. - Wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
(NOTA : opgeheven behalve wat de jonge au pairs betreft, voor wie het artikel 4, § 1 en § 2, alsook de artikelen 5, 8, 9, 10, 11 en 13 van toepassing blijven, bij W 2018-05-09/09, art. 11, 012; Inwerkingtreding : 24-12-2018)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-05-1999 en tekstbijwerking tot 03-05-2019) Zie wijziging(en)

Bron : TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 21-05-1999 nummer :   1999012338 bladzijde : 17800       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1999-04-30/45
Inwerkingtreding : onbepaald (ART. A22)

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Definities en toepassingsgebied.
Art. 2
Art. 2 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Art. 3
HOOFDSTUK III. - Arbeidsvergunning en arbeidskaart.
Art. 4
Art. 4 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Art. 4/1, 5
Art. 5 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Art. 6-7
Art. 7 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden en nadere regelen tot verkrijging van de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten.
Art. 8
Art. 8 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
HOOFDSTUK V. - Beroep.
Art. 9-10
Art. 10 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
HOOFDSTUK VI. - Toezicht.
Art. 11
Art. 11 WAALS GEWEST
Art. 11 VLAAMS GEWEST
Art. 11/1 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
HOOFDSTUK VII. - Strafbepalingen.
HOOFDSTUK VII. WAALS GEWEST. [1 - Strafbepalingen, administratieve geldboetes en overige vergoedingen.]1
HOOFDSTUK VII. BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST.
Art. 12
Art. 12 WAALS GEWEST
Art. 12 VLAAMS GEWEST
Art. 12 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 12/1 VLAAMS GEWEST
Art. 12/1 WAALS GEWEST
Art. 12/2 VLAAMS GEWEST
Art. 12/3 VLAAMS GEWEST
Art. 12/4 VLAAMS GEWEST
Art. 12/5 VLAAMS GEWEST
Art. 12/6 VLAAMS GEWEST
Art. 12/7 VLAAMS GEWEST
Art. 13
Art. 13 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Art. 14
Art. 14 WAALS GEWEST
Art. 14 VLAAMS GEWEST
Art. 14 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 15
Art. 15 WAALS GEWEST
Art. 15 VLAAMS GEWEST
Art. 16
Art. 16 VLAAMS GEWEST
Art. 17
Art. 17 VLAAMS GEWEST
Art. 18
HOOFDSTUK VIII. - Advies.
Art. 19
Art. 19 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 19 VLAAMS GEWEST
Art. 19 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Art. 19 WAALS GEWEST
HOOFDSTUK IX. - Verslag over de toepassing van de wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
HOOFDSTUK IX. DUITSTALIGE GEMEENSCHAP.
Art. 20
Art. 20 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 20 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Art. 20 WAALS GEWEST
HOOFDSTUK X. - Slot- en overgangsbepalingen en opheffingen.
Art. 21-22
Art. 22 DUITSTALIGE GEMEENSCHAP

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK II. - Definities en toepassingsgebied.

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet, dient te worden verstaan onder :
  1° buitenlandse onderdanen en werknemers : de onderdanen en werknemers die niet de Belgische nationaliteit bezitten;
  2° de minister : de minister van Tewerkstelling en Arbeid;
  3° de bevoegde overheid : de overheid bevoegd krachtens artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen.
  [1 4° onderdaan van een derde land : eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, § 1, van het Verdrag tot oprichting van Europese Gemeenschap, en die geen persoon is die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt, als bepaald in artikel 2, punt 5, van de Schengengrenscode.]1
  ----------
  (1)<W 2013-02-11/13, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 04-03-2013>

  Art. 2_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   Voor de toepassing van deze wet, dient te worden verstaan onder :
  1° buitenlandse onderdanen en werknemers : de onderdanen en werknemers die niet de Belgische nationaliteit bezitten;
  2° [2 ...]2
  3° de bevoegde overheid : de overheid bevoegd krachtens artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen.
  [1 4° onderdaan van een derde land : eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van [2 artikel 20, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie]2, en die geen persoon is die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt, als bepaald in artikel 2, punt 5, van de Schengengrenscode.]1
  
----------
  (1)<W 2013-02-11/13, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 04-03-2013>
  (2)<DDG 2016-04-25/10, art. 42,1°,2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 3. Deze wet is van toepassing op de buitenlandse werknemers en op de werkgevers.
  Voor de toepassing van deze wet worden gelijkgesteld :
  1° met buitenlandse werknemers : de buitenlandse onderdanen die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;
  2° met werkgevers : de personen die de onder 1° genoemde personen tewerkstellen.
  Voor de toepassing van deze wet worden de schouwspelartiesten vermoed te zijn aangeworven met een arbeidsovereenkomst voor bedienden, tenzij het tegendeel wordt bewezen.

  HOOFDSTUK III. - Arbeidsvergunning en arbeidskaart.

  Art. 4. § 1. De werkgever die een buitenlandse werknemer wenst tewerk te stellen moet vooraf een arbeidsvergunning hebben verkregen van de bevoegde overheid.
  De werkgever mag de diensten van deze werknemer enkel gebruiken binnen de perken van deze vergunning.
  De Koning kan, in de gevallen door Hem bepaald, afwijken van het eerste lid.
  § 2. De arbeidsvergunning wordt niet toegekend wanneer de buitenlandse onderdaan België is binnengekomen om er te worden tewerkgesteld vooraleer de werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen.
  De Koning kan, in de gevallen door Hem bepaald, afwijken van het voorgaande lid.
  § 3. De Koning kan bepalen op welke voorwaarden een gemeenschappelijke arbeidsvergunning aan een werkgever kan worden toegekend. Deze gemeenschappelijke arbeidsvergunning mag de drie maanden niet overschrijden.
  Onder " gemeenschappelijke arbeidsvergunning " dient te worden verstaan een arbeidsvergunning die aan een werkgever kan worden toegekend voor de tewerkstelling van meerdere buitenlandse werknemers tegelijk voor arbeidsprestaties van korte duur.
  § 4. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepalen op welke voorwaarden een voorlopige arbeidsvergunning kan worden toegekend aan een werkgever.

  Art. 4_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   § 1. De werkgever die een buitenlandse werknemer wenst tewerk te stellen moet vooraf een arbeidsvergunning hebben verkregen van de bevoegde overheid.
  De werkgever mag de diensten van deze werknemer enkel gebruiken binnen de perken van deze vergunning.
  [3 De Regering]3 kan, in de gevallen door [3 haar]3 bepaald, afwijken van het eerste lid.
  § 2. De arbeidsvergunning wordt niet toegekend wanneer de buitenlandse onderdaan België is binnengekomen om er te worden tewerkgesteld vooraleer de werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen.
  [3 De Regering]3 kan, in de gevallen door [3 haar]3 bepaald, afwijken van het voorgaande lid.
  § 3. [3 De Regering]3 kan bepalen op welke voorwaarden een gemeenschappelijke arbeidsvergunning aan een werkgever kan worden toegekend. Deze gemeenschappelijke arbeidsvergunning mag de drie maanden niet overschrijden.
  Onder " gemeenschappelijke arbeidsvergunning " dient te worden verstaan een arbeidsvergunning die aan een werkgever kan worden toegekend voor de tewerkstelling van meerdere buitenlandse werknemers tegelijk voor arbeidsprestaties van korte duur.
  § 4. [1 De Regering kan bepalen]1 op welke voorwaarden een voorlopige arbeidsvergunning kan worden toegekend aan een werkgever.

  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 44,3°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (3)<DDG 2016-04-25/10, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 4/1. [1 De werkgever die een onderdaan van een derde land wenst tewerk te stellen moet :
   1° vooraf nagaan of deze beschikt over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf;
   2° ten minste voor de duur van de tewerkstelling een afschrift of de gegevens van de verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikbaar houden voor de bevoegde inspectiediensten;
   3° aangifte doen van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-02-11/13, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 04-03-2013>

  Art. 5. Om arbeid te verrichten, moet de buitenlandse werknemer vooraf een arbeidskaart hebben verkregen van de bevoegde overheid.
  Hij mag deze arbeid enkel verrichten binnen de perken van deze arbeidskaart.

  Art. 5_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   [1 Om in het Duitse taalgebied arbeid te verrichten]1, moet de buitenlandse werknemer vooraf een arbeidskaart hebben verkregen van de bevoegde overheid.
  Hij mag deze arbeid enkel verrichten binnen de perken van deze arbeidskaart.

  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 46,1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 6. De in artikel 5 bedoelde arbeidskaart is niet vereist wanneer de werkgever één der volgende documenten heeft bekomen :
  1° een gemeenschappelijke arbeidsvergunning zoals bepaald in artikel 4, § 3;
  2° een voorlopige arbeidsvergunning zoals bepaald in artikel 4, § 4.

  Art. 7. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit de categorieën van buitenlandse werknemers die Hij bepaalt, vrijstellen van de verplichting een arbeidskaart te verkrijgen.
  De werkgevers van de buitenlandse werknemers bedoeld in het voorgaande lid worden vrijgesteld van de verplichting een arbeidsvergunning te verkrijgen.

  Art. 7_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   [1 De Regering kan de door haar bepaalde categorieën van buitenlandse werknemers vrijstellen van de verplichting een arbeidskaart te verkrijgen.]1
  De werkgevers van de buitenlandse werknemers bedoeld in het voorgaande lid worden vrijgesteld van de verplichting een arbeidsvergunning te verkrijgen.

  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 50,1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden en nadere regelen tot verkrijging van de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten.

  Art. 8. § 1. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de categorieën alsmede de voorwaarden tot toekenning, geldigheid, verlenging, vernieuwing, weigering en intrekking van de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten.
  Hij kan een geneeskundig onderzoek opleggen en, in voorkomend geval, een onderzoek naar de professionele bekwaamheid, voorafgaand aan de toekenning van de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten.
  § 2. De Koning stelt de nadere regelen vast voor de indiening van de aanvragen om de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten en voor de verlenging of de vernieuwing ervan.
  Hij stelt eveneens de nadere regelen vast tot toekenning, weigering en intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten.
  § 3. Het bedrag van de kosten met betrekking tot de behandeling van de aanvragen van de arbeidskaarten en de arbeidsvergunningen alsmede het bedrag van de kosten met betrekking tot hun aflevering kunnen het voorwerp uitmaken van forfaitaire vergoedingen te betalen door de aanvrager aan de overheden die respectievelijk belast zijn met de verrichtingen van behandeling en aflevering.
  De bedragen van deze forfaitaire vergoedingen worden bepaald door de Koning zonder dat elk van deze bedragen meer mag bedragen dan maximum (12 EUR). <KB 2000-07-20/66, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

  Art. 8_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   § 1. [1 De Regering bepaalt]1 de categorieën alsmede de voorwaarden tot toekenning, geldigheid, verlenging, vernieuwing, weigering en intrekking van de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten.
  [3 Zij]3 kan een geneeskundig onderzoek opleggen en, in voorkomend geval, een onderzoek naar de professionele bekwaamheid, voorafgaand aan de toekenning van de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten.
  § 2. [3 De Regering]3 stelt de nadere regelen vast voor de indiening van de aanvragen om de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten en voor de verlenging of de vernieuwing ervan.
  [3 Zij]3 stelt eveneens de nadere regelen vast tot toekenning, weigering en intrekking de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten.
  § 3. Het bedrag van de kosten met betrekking tot de behandeling van de aanvragen van de arbeidskaarten en de arbeidsvergunningen alsmede het bedrag van de kosten met betrekking tot hun aflevering kunnen het voorwerp uitmaken van forfaitaire vergoedingen te betalen door de aanvrager aan de overheden die respectievelijk belast zijn met de verrichtingen van behandeling en aflevering.
  De bedragen van deze forfaitaire vergoedingen worden bepaald door [3 de Regering]3 zonder dat elk van deze bedragen meer mag bedragen dan maximum [1 200 euro]1.

  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 52,1°,7°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (3)<DDG 2016-04-25/10, art. 41, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  HOOFDSTUK V. - Beroep.

  Art. 9. De buitenlandse werknemer die wettig in België verblijft en wiens arbeidskaart wordt geweigerd of ingetrokken, alsmede de werkgever wiens arbeidsvergunning wordt geweigerd of ingetrokken, kunnen in beroep gaan bij de bevoegde overheid.

  Art. 10. Het beroep wordt ingesteld bij ter post aangetekende brief binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief waarbij de beslissing tot weigering of intrekking wordt betekend.
  Het moet gemotiveerd zijn en opgesteld in één van de drie landstalen.
  De voorschriften uit de voorgaande leden zijn voorzien op straffe van nietigheid.
  De Koning kan de andere nadere regelen van de beroepsprocedure bepalen.

  Art. 10_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   Het beroep wordt ingesteld bij ter post aangetekende brief binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief waarbij de beslissing tot weigering of intrekking wordt betekend.
  Het moet gemotiveerd zijn en opgesteld in één van de drie landstalen.
  De voorschriften uit de voorgaande leden zijn voorzien op straffe van nietigheid.
  [1 De Regering]1 kan de andere nadere regelen van de beroepsprocedure bepalen.

  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  HOOFDSTUK VI. - Toezicht.

  Art. 11.[1 De inbreuken op de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
   De sociaal inspecteurs [2 en de door de bevoegde overheden aangewezen ambtenaren]2 beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
  [3 De sociaal inspecteurs en de door de Koning aangewezen ambtenaren zijn eveneens bevoegd voor de vaststelling van de inbreuken op de decreten en ordonnanties genomen op basis van artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en op hun uitvoeringsbesluiten.]3
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<W 2013-02-11/13, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 04-03-2013>
  (3)<W 2018-01-15/02, art. 28, 010; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 11_WAALS_GEWEST.
  [1 De controle op de toepassing van deze wet en de uitvoeringsmaatregelen ervan wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 februari 2019 betreffende de controle van de wetgevingen en reglementeringen inzake het economisch beleid, het tewerkstellingsbeleid en het wetenschappelijk onderzoek alsook de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze wetgevingen en reglementeringen. ]1

  ----------
  (1)<DWG 2019-02-28/25, art. 111, 013; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  

  Art. 11_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Het toezicht en de controle op de uitvoering van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen conform het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 26, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 11/1_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  [1 De door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aangewezen ambtenaren controleren de uitvoering van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, en houden toezicht op de naleving ervan.
   Deze ambtenaren oefenen die controle of dit toezicht uit in overeenstemming met de bepalingen van de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze reglementeringen.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2015-07-09/17, art. 26, 007; Inwerkingtreding : 01-08-2016 (BESL 2016-06-09/15, art. 42, 1°)>

  HOOFDSTUK VII. - Strafbepalingen.

  HOOFDSTUK VII. WAALS_GEWEST. [1 - Strafbepalingen, administratieve geldboetes en overige vergoedingen.]1
  ----------
  (1)<DWG 2019-02-28/25, art. 112, 013; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  HOOFDSTUK VII. BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  - Strafbepalingen[1 en administratieve geldboeten]1.
  
----------
  (1)<ORD 2015-07-09/04, art. 39, 008; Inwerkingtreding : 01-09-2016 (BESL 2016-07-14/05, art. 10,1°)>

  Art. 12. [1 opgeheven]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 47°, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 12_WAALS_GEWEST.
  [1 § 1. Wordt gestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of met één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in overtreding van deze wet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, uitgezonderd de normen betreffende de arbeidskaart verstrekt in functie van de bijzondere verblijfstoestand van betrokkenen, een buitenlandse onderdaanheeft doen of laten werken die niet toegelaten of gemachtigd is om meer dan drie maanden in België te verblijven of zich er te vestigen.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 2. Wordt gestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of met één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3000 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in overtreding van deze wet en de uitvoeringsmaatregelen ervan, uitgezonderd de normen betreffende de arbeidskaart verstrekt in functie van de bijzondere verblijfstoestand van betrokkenen, die tijdens de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land:
   1° niet vooraf heeft nagegaan of laatstgenoemde over een geldige verblijfsvergunning dan wel over een andere machtiging tot verblijf beschikt;
   2° niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling een afschrift of de gegevens van de verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikbaar heeft gehouden voor de bevoegde inspectiediensten;
   3° die niet aangifte heeft gedaan van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.
   In het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is, is de in het eerste lid bedoelde sanctie van toepassing wanneer het bewezen is dat de werkgever op de hoogte was dat dit document een vervalsing was.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 3. Wordt bestraft hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1.000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 50 tot 500 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen:
   1° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten ofwel :
   a) zonder een arbeidsvergunning te hebben verkregen van de bevoegde overheid en/of die niet over een arbeidskaart beschikt;
   b) zonder de grenzen van deze arbeidsvergunning en/of arbeidskaart te respecteren;
   c) voor een duur welke de duur van de arbeidsvergunning en van de arbeidskaart overschrijdt;
   d) na de intrekking van de arbeidsvergunning of de arbeidskaart;
   2° de arbeidsvergunning niet heeft teruggegeven aan de buitenlandse werknemer of hem die heeft bezorgd tegen betaling van een bedrag of vergoeding in welke vorm ook.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 4. Wordt bestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, eenieder die, in strijd met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen:
   1° een buitenlandse onderdaan België heeft laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld of daartoe heeft bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldige arbeidskaart en met uitzondering van de buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever na diens aankomst in België een arbeidsvergunning kan verkrijgen om er te worden tewerkgesteld;
   2° een buitenlandse onderdaan heeft beloofd, tegen betaling van welke vergoeding ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;
   3° van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook heeft geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;
   4° als tussenpersoon is opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen, of nog tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de genoemde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 5. Voor de inbreuken als bedoeld in §§ 1, 2 en 4, kan de rechter bovendien de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, de onderneming of inrichting waar de inbreuk werd begaan geheel of gedeeltelijk uit te baten of er onder gelijk welke hoedanigheid dan ook in dienst te worden genomen.
   § 6. Voor de inbreuken als bedoeld in §§ 1, 2 en 4, kan de rechter bovendien, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of inrichting waar de inbreuken werden begaan, bevelen voor de duur van één maand tot drie jaar.
   § 7. De duur van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van § 5 of § 6 gaat in vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop zijn straf verjaard is en, bij voorwaardelijke vrijlating, vanaf de dag van de invrijheidstelling, voor zover deze laatste niet ingetrokken wordt. De gevolgen zullen evenwel een aanvang nemen zodra de veroordeling op tegenspraak of bij verstek definitief is.
   § 8. De rechter kan de in § 5 of § 6 bedoelde straffen slechts opleggen wanneer dit noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat zij zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot deze straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen.
   Voor de inbreuken van § 3 kunnen de in § 5 of § 6 bedoelde straffen bovendien slechts worden opgelegd voor zover de gezondheid of de veiligheid van personen door deze inbreuken in gevaar wordt gebracht. Deze straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
   § 9. Elke inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod of sluiting wordt opgelegd met toepassing van § 5 of § 6 wordt bestraft met een sanctie van § 3.]1

  ----------
  (1)<DWG 2019-02-28/25, art. 113, 013; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  

  Art. 12_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt een werkgever, zijn lasthebber of een aangestelde gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 250 tot 2500 euro, of met een van die straffen alleen, als hij in strijd met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan :
   1° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten zonder dat hij een arbeidsvergunning heeft verkregen of als de buitenlandse onderdaan niet over een arbeidskaart beschikt;
   2° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten zonder de grenzen of de voorwaarden van de arbeidsvergunning of arbeidskaart te respecteren;
   3° de arbeidskaart niet heeft teruggegeven aan de buitenlandse werknemer of als hij hem die arbeidskaart heeft bezorgd tegen betaling van een bedrag of tegen vergoeding in welke vorm ook.
   De geldboete die opgelegd wordt met toepassing van het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   § 2. In afwijking van artikel 42, 1°, van het Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, ook worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van de inbreuk, zelfs als die goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 27, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  [1 § 1. Wordt bestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen, arbeid doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 2. Wordt bestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen, op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land :
   1° niet vooraf nagegaan heeft of deze over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikt;
   2° niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling, een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten;
   3° [2 ...]2
   In het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is, is de in het eerste lid bedoelde sanctie van toepassing wanneer het bewezen is dat de werkgever op de hoogte was dat dit document een vervalsing was.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 3. Wordt bestraft hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1.000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 50 tot 500 euro, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen :
   1° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten zonder een arbeidsvergunning te hebben verkregen van de bevoegde overheid en/of die niet over een arbeidskaart beschikt;
   2° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten zonder de grenzen van deze arbeidsvergunning en/of arbeidskaart te respecteren;
   3° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten voor een duur welke de duur van de arbeidsvergunning en van de arbeidskaart overschrijdt;
   4° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten na de intrekking van de arbeidsvergunning of de arbeidskaart;
   5° de arbeidsvergunning niet heeft teruggegeven aan de buitenlandse werknemer of hem die heeft bezorgd tegen betaling van een bedrag of vergoeding in welke vorm ook.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 4. Wordt bestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, eenieder die, in strijd met deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen :
   1° een buitenlandse onderdaan België heeft laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld of daartoe heeft bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldige arbeidskaart en met uitzondering van de buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever na diens aankomst in België een arbeidsvergunning kan verkrijgen om er te worden tewerkgesteld;
   2° een buitenlandse onderdaan heeft beloofd, tegen betaling van welke vergoeding ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;
   3° van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook heeft geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;
   4° als tussenpersoon is opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, met uitzondering van de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen, of nog tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de genoemde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 5. Voor de inbreuken als bedoeld in §§ 1, 2 en 4, kan de rechter bovendien de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, de onderneming of inrichting waar de inbreuk werd begaan geheel of gedeeltelijk uit te baten of er onder gelijk welke hoedanigheid dan ook in dienst te worden genomen.
   § 6. Voor de inbreuken als bedoeld in §§ 1, 2 en 4, kan de rechter bovendien, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of inrichting waar de inbreuken werden begaan, bevelen voor de duur van één maand tot drie jaar.
   § 7. De duur van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van § 5 of § 6 gaat in vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop zijn straf verjaard is en, bij voorwaardelijke vrijlating, vanaf de dag van de invrijheidstelling, voor zover deze laatste niet ingetrokken wordt.
   De gevolgen zullen evenwel een aanvang nemen zodra de veroordeling op tegenspraak of bij verstek definitief is.
   § 8. De rechter kan de in § 5 of § 6 bedoelde straffen slechts opleggen wanneer dit noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat zij zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot deze straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen. Voor de inbreuken van § 3 kunnen de in § 5 of § 6 bedoelde straffen bovendien slechts worden opgelegd voor zover de gezondheid of de veiligheid van personen door deze inbreuken in gevaar wordt gebracht.
   Deze straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
   § 9. Elke inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod of sluiting wordt opgelegd met toepassing van § 5 of § 6 wordt bestraft met een sanctie van § 3.]1

  ----------
  (1)<Hersteld bij ORD 2015-07-09/17, art. 27, 007; Inwerkingtreding : 01-08-2016 (BESL 2016-06-09/15, art. 42, 1°)>
  (2)<ORD 2018-06-14/01, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 12/1_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt de werkgever, zijn lasthebber of een aangestelde gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen, als hij in strijd met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan arbeid heeft doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   De rechter kan bovendien de straffen, vermeld in artikel 12/5 en 12/6, uitspreken.
   § 2. In afwijking van artikel 42, 1°, van het Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, ook worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van de inbreuk, zelfs als die goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12/1_WAALS_GEWEST.
  [1 § 1.Wordt bestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, de aannemer, bij ontstentenis van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in geval van het voorhandenzijn van een dergelijke keten, wanneer hun rechtstreekse onderaannemer een inbreuk bedoeld in artikel 12, § 2, pleegt.
   In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft met de straf bedoeld in het eerste lid als ze in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.
   In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft ofwel met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of met enkel één van die straffen ofwel met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, als ze, voorafgaand aan de inbreuk, vermeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek, zijn.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 2. Wordt bestraft hetzij met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro of één van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro, de hoofdaannemer en de intermediaire aannemer, in geval van het voorhandenzijn van een keten van onderaannemers, wanneer hun onrechtstreekse onderaannemer een inbreuk, vermeld in artikel 12, § 2, op de hoogte is van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek, zijn.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
   § 3. Met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 1.000 euro of met één van deze straffen alleen, of met een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro worden gestraft:
   1° de opdrachtgever, bij ontstentenis van een onderaanneming, wanneer zijn aannemer een van de inbreuken, vermeld in artikel 12, § 2, pleegt, als de opdrachtgever, voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek, zijn;
   2° de opdrachtgever, bij het voorhandenzijn van een onderaanneming, wanneer de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een inbreuk als vermeld in artikel 12, § 2, pleegt, als de opdrachtgever, voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek, zijn.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DWG 2019-02-28/25, art. 114, 013; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  

  Art. 12/2_VLAAMS_GEWEST.[1
   § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt de werkgever, zijn lasthebber of een aangestelde gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen, als hij in strijd met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land :
   1° niet vooraf nagegaan heeft of die over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikt;
   2° niet, ten minste voor de duur van de tewerkstelling, een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten.
   Als de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die de buitenlandse onderdaan voorlegt, een vervalsing is, is de sanctie, vermeld in het eerste lid, van toepassing als de werkgever ervan op de hoogte was dat het document vervalst was.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   De rechter kan bovendien de straffen, vermeld in artikel 12/5 en 12/6, uitspreken.
   § 2. In afwijking van artikel 42, 1°, van het Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, ook worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van de inbreuk, zelfs als die goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.]1
  
----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 29, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12/3_VLAAMS_GEWEST.[1
   § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden personen gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen, als ze in strijd met de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan :
   1° een buitenlandse onderdaan België hebben laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld, of daaraan hebben bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldige arbeidskaart en met uitzondering van een buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever na zijn aankomst in België een arbeidsvergunning kan verkrijgen om er te worden tewerkgesteld;
   2° een buitenlandse onderdaan hebben beloofd, tegen betaling van welke vergoeding ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen voor zijn tewerkstelling in België;
   3° van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook hebben geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen voor zijn tewerkstelling in België;
   4° als tussenpersoon zijn opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan, of tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de vermelde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   De rechter kan bovendien de straffen, vermeld in artikel 12/5 en 12/6, uitspreken.
   § 2. In afwijking van artikel 42, 1°, van het Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, ook worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van de inbreuk, zelfs als die goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 30, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12/4_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt een aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of een intermediaire aannemer, in het kader van een dergelijke keten, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen, als zijn rechtstreekse onderaannemer een inbreuk als vermeld in artikel 12/2 van deze wet, pleegt.
   In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft als ze in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.
   In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft als ze, voorafgaand aan de inbreuk, vermeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7, zijn.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden een hoofdaannemer en een intermediaire aannemer, in het kader van een keten van onderaannemers, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen, als hun onrechtstreekse onderaannemer een inbreuk als vermeld in artikel 12/2 van deze wet, pleegt, als ze, voorafgaand aan de door hen gepleegde inbreuk, op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden de volgende personen gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen :
   1° de opdrachtgever, buiten het kader van een onderaanneming, als zijn aannemer een van de inbreuken, vermeld in artikel 12/2 van deze wet, pleegt, en als de opdrachtgever, voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn;
   2° de opdrachtgever, binnen het kader van een onderaanneming, als de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een inbreuk als vermeld in artikel 12/2 van deze wet, pleegt, en als de opdrachtgever, voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de kennisgeving, vermeld in artikel 12/7 van deze wet, zijn.
   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken buitenlandse onderdanen. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen. ]1
  
----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 31, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12/5_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. Voor de inbreuken, vermeld in artikel 12/1 tot en met 12/3, kan de rechter de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, de onderneming of inrichting waar de inbreuk is begaan, geheel of gedeeltelijk uit te baten of er onder gelijk welke hoedanigheid ook in dienst te worden genomen.
   Voor de inbreuken, vermeld in artikel 12/1 tot en met 12/3, kan de rechter bovendien, als hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of inrichting waar de inbreuken zijn begaan, bevelen voor de duur van één maand tot drie jaar.
   § 2. De duur van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1, gaat in vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop zijn straf verjaard is, en, bij voorwaardelijke vrijlating, vanaf de dag van de invrijheidstelling, als die laatste niet ingetrokken wordt.
   De gevolgen van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1 zullen evenwel een aanvang nemen zodra de veroordeling op tegenspraak of bij verstek definitief is.
   § 3. De rechter kan de straffen, vermeld in paragraaf 1, alleen opleggen als dat noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat ze zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot die straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen.
   De straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
   § 4. Elke inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod of sluiting wordt opgelegd met toepassing van paragraaf 1, wordt met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een strafrechtelijke geldboete van 125 tot 1250 euro, of met een van die straffen alleen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 32, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12/6_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. Voor de inbreuken, vermeld in artikel 12/1 tot en met 12/3, kan de rechter, bij de veroordeling van de werkgever, voor eigen rekening of als bestuurder, lid of bediende van een of andere vennootschap, vereniging, organisatie of onderneming, die werkgever verbieden gedurende een periode van één maand tot drie jaar het voormelde beroep rechtstreeks of onrechtstreeks en in welke hoedanigheid ook uit te oefenen.
   Voor de inbreuken, vermeld in artikel 12/1 tot en met 12/3, kan de rechter bovendien, als hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of van de vestigingen van de vennootschap, vereniging, organisatie of onderneming van de veroordeelde of waarvan de veroordeelde bestuurder is, bevelen voor een duur van één maand tot drie jaar.
   § 2. De duur van de straf die wordt uitgesproken met toepassing van paragraaf 1, gaat in vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of waarop zijn straf verjaard is en, bij voorwaardelijke vrijlating, vanaf de dag van de invrijheidstelling, als die laatste niet ingetrokken wordt.
   Ze wordt evenwel van kracht vanaf de dag waarop de veroordeling, op tegenspraak of bij verstek, definitief geworden is.
   § 3. De rechter kan de straffen, vermeld in paragraaf 1, alleen opleggen als dat noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat ze zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot die straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen.
   De straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
   § 4. Elke inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod of sluiting wordt opgelegd met toepassing van paragraaf 1, wordt met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een strafrechtelijke geldboete van 125 tot 1250 euro, of met een van die straffen alleen. ]1
  
----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 33, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 12/7_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De sociaalrechtelijk inspecteurs kunnen de aannemers, vermeld in artikel 35/9 en 35/10 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk ervan op de hoogte brengen dat hun rechtstreekse of onrechtstreekse onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.
   De sociaalrechtelijk inspecteurs kunnen de opdrachtgevers, vermeld in artikel 35/11 van de voormelde wet, schriftelijk ervan op de hoogte brengen dat hun aannemer of onderaannemer een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.
   De kennisgeving, vermeld in het eerste en het tweede lid, vermeldt :
   1° het aantal en de identiteit van de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen waarvan de inspectie heeft vastgesteld dat ze prestaties hebben geleverd in het raam van de activiteiten die de bestemmeling van de kennisgeving laat uitvoeren;
   2° de identiteit en het adres van de werkgever die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, vermeld in punt 1°, heeft tewerkgesteld;
   3° de plaats waar de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen de prestaties, vermeld in punt 1°, hebben geleverd;
   4° de identiteit en het adres van de bestemmeling van de kennisgeving.
   Een afschrift van de kennisgeving wordt door de sociaal inspecteurs naar de werkgever gestuurd die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, vermeld in het derde lid, 1°, heeft tewerkgesteld. ]1
  
----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/67, art. 34, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 13.[2 Eenieder die zich schuldig maakt aan een misdrijf bedoeld in artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de kosten van repatriëring, alsmede van een forfaitaire vergoeding voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de betrokken buitenlandse werknemers en van de leden van hun gezin die onwettig in België verblijven.]2
  De Koning bepaalt jaarlijks [2 deze vergoeding]2 op basis van de gemiddelde kostprijs van twee jaar voordien, aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen.
  Wanneer de minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen tot zijn bevoegdheid heeft, de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald in de plaats van de persoon die krachtens het eerste lid instaat voor deze kosten, vordert hij van deze persoon bij een ter post aangetekend schrijven de terugbetaling daarvan. Als deze persoon verzuimt het door hem verschuldigde bedrag van de kosten te betalen, draagt de bij dit lid bedoelde minister de invordering van die kosten op aan de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, der Registratie en Domeinen, die optreedt overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.
  De ingevorderde sommen worden in de Schatkist gestort.
  De Koning kan de nadere regelen van uitvoering van de bepalingen van dit artikel vastleggen.
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 90, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<W 2013-02-11/13, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 04-03-2013>

  Art. 13_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   [2 Eenieder die zich schuldig maakt aan een misdrijf bedoeld in artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de kosten van repatriëring, alsmede van een forfaitaire vergoeding voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de betrokken buitenlandse werknemers en van de leden van hun gezin die onwettig in België verblijven.]2
  [3 De Regering]3 bepaalt jaarlijks [2 deze vergoeding]2 op basis van de gemiddelde kostprijs van twee jaar voordien, aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen.
  Wanneer de minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen tot zijn bevoegdheid heeft, de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald in de plaats van de persoon die krachtens het eerste lid instaat voor deze kosten, vordert hij van deze persoon bij een ter post aangetekend schrijven de terugbetaling daarvan. Als deze persoon verzuimt het door hem verschuldigde bedrag van de kosten te betalen, draagt de bij dit lid bedoelde minister de invordering van die kosten op aan de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, der Registratie en Domeinen, die optreedt overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.
  De ingevorderde sommen worden in de Schatkist gestort.
  [3 De Regering]3 kan de nadere regelen van uitvoering van de bepalingen van dit artikel vastleggen.
  
----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 90, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<W 2013-02-11/13, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 04-03-2013>
  (3)<DDG 2016-04-25/10, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 14.[1 opgeheven]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 47°, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 14_WAALS_GEWEST.
  [1 De bepalingen van hoofdstuk 9 van het decreet van 28 februari 2019 betreffende de controle van de wetgevingen en reglementeringen inzake het economisch beleid, het tewerkstellingsbeleid en het wetenschappelijk onderzoek alsook de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze wetgevingen en reglementeringen zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald bij dit hoofdstuk.]1

  ----------
  (1)<DWG 2019-02-28/25, art. 115, 013; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  

  Art. 14_VLAAMS_GEWEST.
   [1In geval van herhaling binnen vijf jaar kan de maximale straf, vermeld in artikel 12 tot en met 12/4, op het dubbele van het maximum worden gebracht.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 35, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 14_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  [1 De bepalingen van de ordonnantie van 9 juli 2015 houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in artikel 12.]1
  ----------
  (1)<ORD 2015-07-09/04, art. 40, 008; Inwerkingtreding : 01-09-2016 (BESL 2016-07-14/05, art. 10,1°)>

  Art. 15.[1 opgeheven]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 47°, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 15_WAALS_GEWEST.
  [1 In overeenstemming met artikel 17, § 2, van richtlijn 2014/36/EU van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider, dient de werkgever, indien de vergunning met het oog op seizoenarbeid is ingetrokken overeenkomstig voor de betaling van een vergoeding te zorgen aan de seizoenarbeider volgens de bepalingen vastgesteld door de Regering. De aansprakelijkheid dekt iedere verplichting die de werkgever niet heeft nageleefd en die hij had moeten nakomen indien de vergunning met het oog op seizoenarbeid niet was ingetrokken.]1

  ----------
  (1)<DWG 2019-02-28/25, art. 116, 013; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  

  Art. 15_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 36, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 16.[1 opgeheven]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 47°, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 16_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in deze wet. In geval van herhaling is artikel 85 van het Strafwetboek niet van toepassing.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 37, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 17.[1 opgeheven]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 47°, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 17_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 38, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 18.[1 opgeheven]1
  ----------
  (1)<W 2010-06-06/06, art. 109, 47°, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  HOOFDSTUK VIII. - Advies.

  Art. 19. Ter uitvoering van de Hem door de wet toegekende bevoegdheden, wint de Koning het advies in van de Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, hier " Adviesraad " genoemd, behalve in geval van dringende noodzakelijkheid.
  De Koning bepaalt de opdrachten en de samenstelling van deze Adviesraad, alsmede de regels inzake de werking ervan.

  Art. 19_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   Ter uitvoering van de Hem door de wet toegekende bevoegdheden, wint de Koning het advies in van [1 de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]1 [1 ...]1, behalve in geval van dringende noodzakelijkheid.
  [1 ...]1.

  ----------
  (1)<ORD 2018-06-14/01, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 19_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid wint de Vlaamse Regering, ter uitvoering van de bevoegdheden die aan haar zijn toegekend, het advies in van de Adviescommissie voor Economische Migratie.
   De Adviescommissie voor Economische Migratie wordt opgericht in de SERV. De Adviescommissie organiseert overleg over bestaande of toekomstige beleidsmaatregelen op het vlak van economische migratie.
   De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling en de werkingsregels van de Adviescommissie voor Economische Migratie, en kan de opdrachten ervan specifiëren.]1
  
----------
  (1)<DVR 2016-12-23/67, art. 39, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 19_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   [1 Voor de uitoefening van de bevoegdheden die haar bij deze wet worden toegekend, kan de Regering het advies inwinnen van de Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, hierna "Adviesraad" te noemen.]1
  [2 De Regering]2 bepaalt de opdrachten en de samenstelling van deze Adviesraad, alsmede de regels inzake de werking ervan.

  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 57, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (2)<DDG 2016-04-25/10, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 19_WAALS_GEWEST.
   Ter uitvoering van de Hem door de wet toegekende bevoegdheden, wint de Koning het advies in van de [1 Sociaal-economische raad van Wallonië]1, [1 ...]1, behalve in geval van dringende noodzakelijkheid.
  [1 ...]1

  ----------
  (1)<DWG 2016-04-28/08, art. 29, 005; Inwerkingtreding : 21-05-2016>

  HOOFDSTUK IX. - Verslag over de toepassing van de wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

  HOOFDSTUK IX. DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   <Opgeheven bij DDG 2016-04-25/10, art. 58, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>


  Art. 20.De federale regering, in samenwerking met de bevoegde overheden, zal elk jaar verslag uitbrengen bij de Wetgevende Kamers over de toepassing van deze wet.
   Dit verslag zal worden medegedeeld aan de Adviesraad.

  Art. 20_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   De federale regering, in samenwerking met de bevoegde overheden, zal elk jaar verslag uitbrengen bij de Wetgevende Kamers over de toepassing van deze wet.
   Dit verslag zal worden medegedeeld aan de [1 Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]1.

  ----------
  (1)<ORD 2018-06-14/01, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 20_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   <Opgeheven bij DDG 2016-04-25/10, art. 58, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>


  Art. 20_WAALS_GEWEST.
   De federale regering, in samenwerking met de bevoegde overheden, zal elk jaar verslag uitbrengen bij de Wetgevende Kamers over de toepassing van deze wet.
  Dit verslag zal worden medegedeeld aan de [1 Sociaal-economische raad van Wallonië]1.
  
----------
  (1)<DWG 2016-04-28/08, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 21-05-2016>

  HOOFDSTUK X. - Slot- en overgangsbepalingen en opheffingen.

  Art. 21. Het koninklijk besluit nr. 34 van 20 juli 1967 betreffende de tewerkstelling van werknemers van vreemde nationaliteit, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1967 en 22 juli 1976, bij de programmawet van 2 juli 1981, bij de wet van 1 juni 1993, bij de koninklijke besluiten van 19 mei 1995 en 8 augustus 1997 en bij de wetten van 13 februari 1998 en 9 februari 1999, wordt opgeheven.

  Art. 22. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt. Hij bepaalt eveneens de overgangsbepalingen die van toepassing zijn op de aanvragen ingediend vóór deze datum.
  
  (NOTA : inwerkingtreding vastgesteld op 01-07-1999 bij KB 1999-06-09/35, art. 41.)

  Art. 22_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   [1 De Regering]1 bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt. [1 Zij]1 bepaalt eveneens de overgangsbepalingen die van toepassing zijn op de aanvragen ingediend vóór deze datum.
  
  (NOTA : inwerkingtreding vastgesteld op 01-07-1999 bij KB 1999-06-09/35, art. 41.)
  ----------
  (1)<DDG 2016-04-25/10, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
    Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 30 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------OPGEHEVEN DOOR---------------------------------------------------
originele versie
  • WET VAN 09-05-2018 GEPUBL. OP 08-06-2018
  • ---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
    originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 28-02-2019 GEPUBL. OP 03-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 12; 12/1; 14; 15)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 14-06-2018 GEPUBL. OP 20-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 19; 20)
  • originele versie
  • WET VAN 15-01-2018 GEPUBL. OP 05-02-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 11)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 23-12-2016 GEPUBL. OP 09-02-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 12; 12/1; 12/2; 12/3; 12/4; 12/5; 12/6; 12/7; 14; 15; 16; 17; 19)
  • originele versie
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 25-04-2016 GEPUBL. OP 14-06-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 7; 8; 19; 20)
  • originele versie
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 25-04-2016 GEPUBL. OP 14-06-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 4; 4/1; 5; 6/1; 6/2; 7; 8; 8/1; 9; 11/1; 19; 20) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 28-04-2016 GEPUBL. OP 11-05-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 20)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 09-07-2015 GEPUBL. OP 02-09-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 11/1; 12)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 09-07-2015 GEPUBL. OP 17-07-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 14)
  • originele versie
  • WET VAN 11-02-2013 GEPUBL. OP 22-02-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4/1; 11; 13)
  • originele versie
  • WET VAN 06-06-2010 GEPUBL. OP 01-07-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 13)
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 14-18)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 8)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1998-1999. Kamer van volksvertegenwoordigers. Gedr. St. van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Wetsontwerp, 2072, nr. 1. - Amendementen, 2072, nr. 2. - Verslag, 2072, nr. 3. - Tekst aangenomen door de commissie, 2072, nr. 4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 2072, nr. 5. Handelingen van de Kamer. - 31 maart en 1 april 1999. Senaat. Gedr. St. van de Senaat. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, 1-1359, nr. 1. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 1-1359, nr. 2.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 67 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
    Franstalige versie