J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 109 uitvoeringbesluiten 24 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State

Titel
29 APRIL 1999. - Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
(NOTA : art. 4, 17, 23 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2005-06-01/32, 010; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : art. 4, 17, 23 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2009-05-06/03, 024; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-05-1999 en tekstbijwerking tot 31-12-2009)

Bron : ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 11-05-1999 nummer : 1999011160 bladzijde : 16264   BEELD
Dossiernummer : 1999-04-29/42
Inwerkingtreding : 02-06-1999 (ART. 2)    ***    onbepaald (Art.26-Art.29)    ***    02-06-1999 (Art.18)    ***    02-06-1999 (ART. 25)    ***    onbepaald (Art.6,§3)    ***    onbepaald (Art.22,§3)    ***    02-06-1999 (Art.24,§2)    ***    02-06-1999 (ART. 10,§1 - ART. 10,§2)    ***    onbepaald (Art.23,§3)    ***    onbepaald (Art.24,§1)    ***    onbepaald (Art.24,§3)    ***    02-06-1999 (Art.20,§1)    ***    02-06-1999 (ART. 4,§3)    ***    onbepaald (Art.14)    ***    02-06-1999 (Art.36-Art.37)    ***    onbepaald (Art.10,§3)    ***    02-06-1999 (ART. 16,§1 - ART. 16,§4)    ***    02-06-1999 (Art.24,§3,L1)    ***    02-06-1999 (Art.30,§1,1)    ***    onbepaald (Art.20,§2)    ***    onbepaald (Art.30,§1)    ***    02-06-1999 (ART. 30§1,1$)    ***    onbepaald (Art.8)    ***    02-06-1999 (Art.23,§1)    ***    02-06-1999 (Art.19)    ***    onbepaald (Art.23,§2)    ***    02-06-1999 (ART. 7)    ***    onbepaald (Art.33-Art.35)    ***    02-06-1999 (ART. 30,§2 - ART. 30§3)    ***    02-06-1999 (Art.20,§3-Art.20,§4)    ***    onbepaald (Art.11)    ***    02-06-1999 (ART. 9)    ***    02-06-1999 (Art.17,§2)    ***    02-06-1999 (ART. 4,§2)    ***    onbepaald (Art.13)    ***    02-06-1999 (ART. 36 - ART. 37)    ***    onbepaald (Art.17,§1)    ***    onbepaald (Art.31)    ***    onbepaald (Art.3)    ***    02-06-1999 (Art.30,§2-Art.30,§3)    ***    onbepaald (Art.4,§1)    ***    onbepaald (Art.15)    ***    02-06-1999 (Art.21)    ***    onbepaald (Art.16,§5)    ***    02-06-1999 (Art.22,§1-Art.22,§2)    ***    onbepaald (Art.17,§3)    ***    onbepaald (Art.5)    ***    02-06-1999 (ART. 12)    ***    02-06-1999 (ART. 6,§2)    ***    02-06-1999 (Art.32)    ***    02-06-1999 (Art.25)    ***    onbepaald (Art.6,§1)    ***    02-06-1999 (ART. 32)

Inhoudstafel Tekst Begin

HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Productie.
Art. 3-7
HOOFDSTUK III. - Beheer van het transmissienet.
Art. 8-9, 9bis, 9ter, 10-12, 12bis, 12ter, 12quater, 12quinquies, 12sexies, 12septies, 12octies, 12novies, 13-14
HOOFDSTUK IV. - Toegang tot het transmissienet, directe lijnen, invoer.
Art. 15-19
HOOFDSTUK V. - Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding.
Art. 20-21, 21bis, 21ter, 21quater, 22
HOOFDSTUK Vbis. - Federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. <Ingevoegd bij W 2004-12-27/30, art. 230, Inwerkingtreding : 01-05-2004>
Art. 22bis
HOOFDSTUK VI. - Reguleringsinstantie, geschillenregeling.
Art. 23, 23bis, 23ter, 24-29
HOOFDSTUK VIbis. - Rechtsmiddelen tegen de beslissingen genomen door de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Afdeling 1. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van het hof van beroep te Brussel. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Art. 29bis
Afdeling 2. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van de Raad voor de Mededinging. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Art. 29ter, 29quater, 29quinquies
HOOFDSTUK VIter. - Bevoegdheid tot schorsing door de Ministerraad. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; ED : 01-02-2006>
Art. 29sexies
HOOFDSTUK VIquater. - Openbaarheid van de beslissingen van de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Art. 29septies, 29octies
HOOFDSTUK VII. - Sancties, opheffings- en slotbepalingen.
Art. 30, 30bis, 31-36, 36bis, 37-38

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :
  1° " producent " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, met inbegrip van elke zelfopwekker;
  2° " zelfopwekker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die hoofdzakelijk voor eigen gebruik elektriciteit produceert;
  3° " warmtekrachtkoppeling " : de gecombineerde productie van elektriciteit en warmte;
  (3°bis " kwalitatieve warmte-krachtkoppeling " : gecombineerde productie van elektriciteit en warmte en ontworpen in functie van de warmtebehoeften van de klant en die leidt tot energiebesparingen in vergelijking met de afzonderlijke productie van dezelfde hoeveelheid warmte en elektriciteit in moderne referentieinstallaties bepaald op basis van de criteria van elk Gewest;
  3°ter " tarieven voor hulpelektriciteit " : de tarieven voor hulpelektriciteitzijn deze die verband houden met de levering van elektriciteit in geval van defect van productie-eenheden;) <W 2001-12-30/30, art. 80, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  4° " hernieuwbare energiebronnen " : alle andere energiebronnen dan fossiele brandstoffen en kernsplijting, inzonderheid hydraulische energie, windenergie, zonne-energie, biogas, organische producten en afvalstoffen van de land- en bosbouw, en huishoudelijke afvalstoffen;
  (4°bis "groenestroomcertificaat" : een immaterieel goed dat aantoont dat een producent een aangegeven hoeveelheid stroom geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen heeft opgewekt binnen een bepaalde tijdsduur;) <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  5° " broeikasgassen " : de gassen die in de atmosfeer infrarode straling absorberen en weer uitstralen en inzonderheid koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), stikstofoxide (N2O), hydrofluorocarbon (HFC), perfluorocarbon (PFC) en zwavelhexafluoride (SF6);
  6° " transmissie " : het vervoer van elektriciteit langs het transmissienet met het oog op de levering ervan aan eindafnemers of distributeurs;
  7° " transmissienet " : het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten;
  (7°bis " koppellijnen " : uitrustingen die worden gebruikt om de transmissie- en distributienetten onderling te koppelen;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  8° " netbeheerder " : de beheerder van het transmissienet, aangewezen overeenkomstig artikel 10;
  (9° " neteigenaars " : de eigenaars van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, met uitsluiting van de netbeheerder en zijn dochterondernemingen;) <W 2003-01-14/36, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  10° " distributie " : het vervoer van elektriciteit langs distributienetten met het oog op de levering ervan aan afnemers;
  11° " distributeur " : elke natuurlijke of rechtspersoon die de distributie van elektriciteit op het Belgisch grondgebied verzorgt, ongeacht of hij deze elektriciteit verkoopt;
  12° " distributienet " : elk net dat werkt aan een spanning die gelijk is aan of lager is dan 70 kilovolt, voor het vervoer van elektriciteit naar afnemers op regionaal of lokaal niveau;
  13° (" afnemer " : elke eindafnemer, tussenpersoon, distributienetbeheerder of netbeheerder;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  14° " eindafnemer " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;
  15° " tussenpersoon " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt met het oog op de doorverkoop ervan, behalve een producent of een distributeur;
  (15°bis "leverancier" : elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die elektriciteit levert aan één of meerdere eindafnemers; de leverancier produceert of koopt de, aan de eindafnemers verkochte, elektriciteit;) <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (15°ter "elektriciteitsbedrijf" : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, vervoert, verdeelt, (telt,) levert of aankoopt of meerdere van deze werkzaamheden uitoefent, behalve eindafnemers;) <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003> <W 2007-03-16/32, art. 9, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  16° " in aanmerking komende afnemer " : elke afnemer die, krachtens artikel 16 of, indien hij niet in België is gevestigd, krachtens het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie, het recht heeft om contracten voor de levering van elektriciteit te sluiten met een producent, distributeur (, leverancier) of tussenpersoon van zijn keuze en, te dien einde, het recht heeft om toegang te krijgen tot het transmissienet tegen de voorwaarden bepaald in artikel 15, § 1; <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  17° " directe lijn " : elke elektriciteitslijn ter aanvulling van het transmissienet, met uitzondering van de lijnen die deel uitmaken van een distributienet;
  18° " netgebruiker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die als leverancier of afnemer op het transmissienet is aangesloten;
  19° (" geassocieerde onderneming " : elke geassocieerde onderneming in de zin van artikel 12 van het Wetboek van Vennootschappen;) <W 2006-07-20/39, art. 128, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  20° (" verbonden onderneming " : elke verbonden onderneming in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen;) <W 2006-07-20/39, art. 128, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  (20°bis " dochteronderneming " : elke handelsvennootschap waarin de netbeheerder, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent bezit van het kapitaal of van de stemrechten verbonden aan de effecten uitgegeven door deze handelsvennootschap.) <W 2003-01-14/36, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  21° (" prospectieve studie " : de studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading, opgesteld in toepassing van artikel 3;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  22° " technisch reglement " : het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe, opgesteld in uitvoering van artikel 11;
  23° " ontwikkelingsplan " : het plan voor de ontwikkeling van het transmissienet, opgesteld in uitvoering van artikel 13;
  24° (" Richtlijn 2003/54/EG " : Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  25° " minister " : de federale minister bevoegd voor Energie;
  26° " commissie " : de commissie voor de regulering van de elektriciteit, opgericht door artikel 23;
  27° (" energie-efficiëntie en/of beheer van de vraag " : een globale of geïntegreerde benadering om het belang en het ogenblik van het elektriciteitsverbruik te beïnvloeden om het primaire energieverbruik en de piekbelasting te verminderen, waarbij voorrang wordt gegeven aan de investeringen met betrekking tot energie-efficiëntie of andere maatregelen boven investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, indien de eerste de meest efficiënte en economische oplossing zijn;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (28° " Algemene Directie Energie " : de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  29° " niet-uitvoerende bestuurder " : elke bestuurder die geen directiefunctie vervult bij de netbeheerder of bij een van zijn dochterondernemingen;
  30° " onafhankelijke bestuurder " : elke niet-uitvoerende bestuurder die :
  - voldoet aan de voorwaarden van artikel 524, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en
  - tijdens de vierentwintig maanden die zijn aanstelling voorafgegaan zijn, geen functie of activiteit heeft uitgeoefend, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een producent andere dan een zelfopwekker, van een van de neteigenaars, van een distributeur, van een tussenpersoon, van een leverancier of van een dominerende aandeelhouder;
  31° " regulatoire periode " : de periode van vier jaar tijdens welke de tarieven bedoeld in artikel 12 worden toegepast;
  32° " billijke marge " : de in artikel 12, § 2, bedoelde marge;
  33° " gereguleerd actief " : het in artikel 12quinquies bedoelde actief;
  34° " rendementspercentage " : het in artikel 12quinquies bedoelde percentage.) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (35° " verbruikslocatie " : verbruiksinstallaties gelegen op een topografisch geïdentificeerde plaats waarvan elektriciteit wordt opgenomen op het net door eenzelfde transmissie- of distributienetgebruiker. Eenzelfde spoorwegnet of stedelijk spoorwegnet, zelfs indien er meerdere voedingspunten zijn, wordt beschouwd als één enkele locatie;
  36° " geïnjecteerd vermogen " : de netto-energie per tijdseenheid door een installatie voor productie van elektriciteit in het net wordt geïnjecteerd, uitgedrukt in kilowatt (kW);
  37° " nominatie van het geïnjecteerd vermogen " : de verwachte waarde van het geïnjecteerd vermogen, uitgedrukt in kilowatt (kW) die aan de netbeheerder wordt meegedeeld overeenkomstig het technisch reglement bedoeld in artikel 11;
  38° " productie-afwijking " : het verschil, positief of negatief, tussen, enerzijds, het geïnjecteerd vermogen en, anderzijds, de nominatie van het geïnjecteerd vermogen voor een bepaalde tijdseenheid op een bepaalde moment, uitgedrukt in kilowatt (kW);
  39° " procentuele productie-afwijking " : het quotiënt, in procenten uitgedrukt, van de productie-afwijking gedeeld door de nominatie van het geïnjecteerd vermogen;
  40° " marktreferentieprijs " : de prijs geldig voor de betrokken tijdseenheid van de Belgische elektriciteitsbeurs en, bij gebrek aan deze, de Nederlandse elektriciteitsbeurs.) <W 2005-07-20/41, art. 60, 012; Inwerkingtreding : 01-07-2005>

  HOOFDSTUK II. - Productie.

  Art. 3.[1 § 1. De prospectieve studie wordt opgesteld door de Algemene Directie Energie in samenwerking met het Federaal Planbureau.
   De netbeheerder, de commissie en de Nationale Bank van België worden geraadpleegd.
   Het ontwerp van prospectieve studie wordt voor advies voorgelegd aan de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. De adviezen worden bezorgd binnen de zestig dagen na het verzoek om advies. Bij gebrek aan advies wordt de procedure inzake de uitwerking van de prospectieve studie voortgezet.
   De prospectieve studie strekt zich uit over minstens tien jaar. Ze wordt om de vier jaar na de publicatie van de vorige studie aangepast.
   § 2. De prospectieve studie bevat de volgende elementen :
   1° ze maakt een schatting van de evolutie van de vraag naar elektriciteit op middellange en lange termijn en identificeert de behoeften aan productiemiddelen die daaruit voortvloeien;
   2° ze bepaalt de richtsnoeren inzake de keuze van primaire bronnen met zorg voor een gepaste diversificatie van de brandstoffen, de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de inpassing van de door de Gewesten bepaalde randvoorwaarden inzake leefmilieu;
   3° ze bepaalt de aard van de productiekanalen waaraan de voorrang moet worden gegeven met zorg voor de bevordering van productietechnologieën met lage emissie van broeikasgassen;
   4° ze evalueert de bevoorradingszekerheid inzake elektriciteit en formuleert, wanneer deze in het gedrang dreigt te komen, aanbevelingen dienaangaande.
   § 3. De minister bezorgt de prospectieve studie aan de federale Wetgevende Kamers en de Gewestregeringen. Hij ziet erop toe dat de prospectieve studie op passende wijze wordt bekendgemaakt.
   § 4. In het raam van het volbrengen van de opdrachten die haar krachtens dit artikel zijn toegewezen kan de Algemene Directie Energie de elektriciteitsbedrijven die op de Belgische markt een rol spelen, verzoeken haar binnen de dertig dagen volgend op haar aanvraag alle informatie te bezorgen die zij nodig heeft. Ingeval geweigerd wordt de gevraagde informatie binnen de dertig dagen te verstrekken kan zij overgaan tot een plaatsbezoek waarbij zij alle inlichtingen en documenten kan raadplegen die nodig zijn voor het volbrengen van de haar toegewezen opdrachten en die desgevallend kopiëren.]1
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 160, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  

  Art. 4. § 1. (Met uitzondering van de installaties voor de industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen die, overeenkomstig artikelen 3 en 4 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie, niet meer het voorwerp van vergunningen kunnen uitmaken, is de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie onderworpen) aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning afgeleverd door de minister op voorstel van de commissie. <W 2003-01-31/38, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  Na advies van de commissie kan de Koning, tegen de door Hem bepaalde voorwaarden :
  1° het toepassingsgebied van het eerste lid uitbreiden tot verbouwingen of andere aanpassingen van bestaande installaties;
  2° de bouw van installaties met een laag vermogen vrijstellen van vergunning en onderwerpen aan een procedure van voorafgaande melding aan de commissie.
  § 2. Na advies van de commissie bepaalt de Koning de criteria voor de toekenning van de vergunningen bedoeld in § 1, eerste lid. Deze criteria kunnen inzonderheid betrekking hebben op :
  1° de veiligheid en de bedrijfszekerheid van de elektriciteitsnetten, de installaties en de bijbehorende uitrusting;
  2° de energie-efficiëntie van de voorgestelde installatie, rekening houdend met de internationale verbintenissen van België inzonderheid inzake bescherming van het leefmilieu;
  3° de aard van de primaire energiebronnen;
  4° de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
  5° de openbare dienstverplichtingen inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen en inzake bevoorrading van afnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn.
  § 3. Na advies van de commissie bepaalt de Koning :
  1° de procedure voor de toekenning van de vergunningen bedoeld in § 1, eerste lid, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier door de commissie, de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen, en de vergoeding die aan de commissie moet worden betaald voor het onderzoek van het dossier;
  2° de gevallen waarin de minister de vergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
  3° wat er met de vergunning gebeurt in geval van overdracht van de installatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder van de vergunning en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vergunning in deze gevallen.
  (§ 4. Na advies van de commissie legt de Koning, bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bijzondere voorwaarden met betrekking tot de productieafwijking vast, van toepassing op de nieuwe productie-installaties, ongeacht de aard van de gebruikte primaire energie, wanneer de houder van de vergunning van de nieuwe installatie, alleen of met de installaties van de bedrijven waarmee hij verbonden is, voor niet meer dan 10 procent van de in België tijdens het voorbije jaar verbruikte energie bevoorraad heeft. Voor de productie-installaties hierboven vermeld, werkend op basis van hernieuwbare energie of warmtekrachtkoppeling worden deze bijzondere voorwaarden vastgelegd na overlegd met de Gewesten.) <W 2005-07-20/41, art. 61, 012; Inwerkingtreding : 01-07-2005>

  Art. 5. <W 2005-06-01/32, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 21, eerste lid, 1° en 2°, kan de minister een beroep doen op de procedure van offerteaanvraag voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie wanneer de bevoorradingszekerheid niet voldoende wordt gegarandeerd door :
  1° de in aanbouw zijnde productiecapaciteit; of
  2° de maatregelen met betrekking tot energie-efficiëntie; of
  3° het beheer van de vraag.
  De offerteaanvraag dient rekening te houden met het aanbod van elektriciteitsleveringen dat op lange termijn gewaarborgd is en dat voortkomt uit bestaande installaties voor elektriciteitsproductie, voor zover deze het mogelijk maken de bijkomende behoeften te dekken.
  § 2. De minister motiveert het beroep op de procedure van offerteaanvraag in het bijzonder rekening houdend met de volgende criteria :
  1° het niet afgestemd zijn van het productiepark, rekening houdend met de prospectieve studie, op de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag op middellange en lange termijn;
  2° de investeringen die bedoeld zijn om de productiecapaciteit te verhogen, zonder afbreuk te doen aan de investeringen met betrekking tot energie-efficiëntie;
  3° de in artikel 21 bedoelde openbare dienstverplichtingen.
  § 3. Het advies van de netbeheerder betreffende de omvang van het productiepark en de weerslag van de invoer wordt gevraagd voorafgaand aan het instellen van de procedure van offerteaanvraag.
  § 4. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de procedure van offerteaanvraag waarbij hij zorg draagt voor het garanderen van :
  1° een daadwerkelijke mededinging door de offerteaanvraag;
  2° de transparantie van de procedure, in het bijzonder van de technische specificaties en toekenningscriteria van de offerteaanvraag;
  3° de gelijke behandeling van alle kandidaten die antwoorden op de offerteaanvraag.
  Het bestek kan stimuli bevatten voor de bouw van installaties voor elektriciteitsproductie die het voorwerp uitmaken van de offerteaanvraag. Overeenkomstig artikel 21 kan de Koning, bij besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de openbare dienstverplichtingen bepalen die de financiering mogelijk maken van de hierboven bedoelde stimuli.
  § 5. Nadat hij het advies van de netbeheerder ingewonnen heeft, wijst de minister, op basis van de in artikel 4, § 2, vermelde criteria de kandidaat of kandidaten aan die in aanmerking genomen worden ingevolge de offerteaanvragen.

  Art. 6. § 1. Met inachtneming van de bepalingen vastgesteld krachtens §,2, en onverminderd de bepalingen van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, kan de minister, (na advies) van de commissie, domeinconcessies voor een hernieuwbare duur van maximum dertig jaar verlenen voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht. <W 2005-06-01/32, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 09-11-2008>
  § 2. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, bepaalt de Koning de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de concessies bedoeld in § 1, en inzonderheid :
  1° de beperkingen ter vermijding dat de bouw of de exploitatie van bedoelde installaties het gebruik van de reguliere scheepvaartroutes, de zeevisserij of het wetenschappelijk zeeonderzoek in overdreven mate zou hinderen;
  2° de maatregelen die moeten worden genomen voor de bescherming en het behoud van het mariene milieu, overeenkomstig de bepalingen van voornoemde wet van 20 januari 1999;
  3° de technische voorschriften waaraan de betrokken kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen moeten beantwoorden;
  4° de procedure voor de toekenning van bedoelde concessies, met zorg voor een gepaste publiciteit van het voornemen tot toekenning van een concessie alsook, in voorkomend geval, voor een effectieve mededinging tussen de kandidaten;
  5° de regels inzake de overdracht en de intrekking van de concessie.
  De maatregelen bedoeld in het eerste lid, 2°, worden vastgesteld op gezamenlijke voordracht van de minister en van de federale minister die bevoegd is voor de bescherming van het mariene milieu.
  § 3. Artikel 4 is niet van toepassing op de installaties bedoeld in § 1.

  Art. 7. (§ 1) (Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning :
  1° maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van certificaten van oorsprongsgarantie en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen;
  2° een mechanisme inrichten ter financiering van alle of een deel van de nettolasten die voortvloeien uit de in 1° bedoelde maatregelen.) <W 2008-12-22/33, art. 107, 022; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
  Het in het eerste lid, 2°, bedoelde mechanisme wordt, in voorkomend geval, beheerd door de commissie en kan geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd door een toeslag op de tarieven bedoeld in artikel 12 of door een heffing op alle of objectief bepaalde categorieën van energieverbruikers of marktoperatoren, volgens de nadere regels bepaald door de Koning in uitvoering van het eerste lid, 2°.
  Elk besluit dat een toeslag of heffing zoals bedoeld in het tweede lid invoert, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf) maanden na de datum van zijn inwerkingtreding. <W 2003-03-20/49, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (§ 2. Voor nieuwe installaties voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro voor een project van 216 MW of meer. Deze financiering van 25 miljoen euro wordt naar rato verminderd, wanneer het project minder dan 216 MW bedraagt.
  In dit bedrag is begrepen de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van voormelde productie-installaties. Deze financiering wordt over vijf jaar gespreid, a rato van één vijfde per jaar vanaf het begin van de werken. De commissie controleert de voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten op basis van de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt bij toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. De commissie voert deze controle uit binnen een periode van één maand na voorlegging van voornoemde offerte, of offertes, door de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1. Deze bijdrage wordt gestort in vijf gelijke schijven vanaf de maand volgend op de aanvang van de eerste werken, en elk volgend jaar op dezelfde datum.
  In geval van het niet bereiken van de geplande 216 MW binnen de vijf jaren na het begin van de werken wordt een bedrag pro rata aan 25 miljoen euro teruggevorderd op initiatief van de minister, na advies van de commissie.
  De betaling van iedere schijf gebeurt na aanvraag van de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1. Deze aanvraag omvat :
  1° het bewijs van het uitvoeren van het vergund investeringsprogramma dat de commissie kan controleren, hetzij op basis van de door de titularis overgezonden stukken, hetzij ter plaatse;
  2° de overlegging van het bewijs van het naleven van de fiscale en sociale wetgevingen en reglementeringen tijdens het afgesloten boekjaar voorafgaand aan de aanvraag tot betaling.
  Zo de voorwaarden bedoeld in het derde lid niet zijn nageleefd, schort de minister, op voorstel van de commissie, de storting van de jaarlijkse schijf op. Zo die voorwaarden wegens overmacht niet worden nageleefd, en indien de economische bedrijvigheid van de onderneming verdergaat, kan het storten van de jaarlijkse schijf door de minister worden gehandhaafd.
  In geval van intrekking van de machtiging tot betaling gebeurt de terugvordering van de betwiste stortingen op initiatief van de minister, via alle rechtsmiddelen.
  De nadere regels van deze financiering zullen worden bepaald in een overeenkomst tussen de netbeheerder en de titularis van de domeinconcessie. De kostprijs van deze bijdrage die door de netbeheerder wordt gefinancierd is toerekenbaar aan de taken bedoeld in artikel 8.
  § 3. Voor de installaties bedoeld in § 2 wordt voor elke tijdseenheid de productieafwijking bepaald (in kW). De Koning bepaalt de nadere regels voor de berekening van de productieafwijking op voorstel van de netbeheerder en na advies van de commissie, inbegrepen de wijze waarop deze meerkost in de tarieven van de netbeheerder wordt doorgerekend, rekening houdend met volgende bepalingen :
  1° de hoeveelheid energie die overeenkomt met een positieve procentuele productieafwijking lager dan of gelijk aan 30 % wordt door de netbeheerder aangekocht aan de marktreferentieprijs, verminderd met 10 %;
  2° de hoeveelheid energie die overeenkomt met een negatieve procentuele productieafwijking waarvan de absolute waarde lager is dan of gelijk is aan 30 % wordt door de netbeheerder bijgeleverd aan de concessionaris aan de marktreferentieprijs, verhoogd met 10 %;
  3° de hoeveelheid energie die overeenkomt met de procentuele productieafwijking waarvan de absolute waarde 30 % overschrijdt wordt verrekend op basis van het tarief van de netbeheerder voor de compensatie van de onevenwichten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de marktvoorwaarden voor onbalansenergie.
  § 4. Voor de installatieprojecten bedoeld in § 2, ingediend tot 31 december 2007, en in het geval van intrekking van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1, of van enig andere voor de totale realisatie van het project vereiste en door de federale overheid verleende vergunning of toelating, of in geval van stopzetting tijdens de opbouwfase van het project, ingevolge een besluit dat niet gebaseerd is op enige reglementaire basis, al of niet genomen na advies van de bevoegde instantie, zonder dat een voor de titularis van de domeinconcessie aanwijsbare nalatigheid of tekortkoming kan worden aangetoond, wordt voorzien in een maatregel zoals beschreven in het vierde lid, teneinde de investeringszekerheid van het project te garanderen, rekening houdend met het innoverende karakter van het project.
  Op het ogenblik van de inwerkingtreding van de intrekking of stopzetting zoals beschreven in het eerste lid, wordt een evaluatie gemaakt door de commissie. Deze evaluatie houdt rekening met :
  1° de totale jaarlijkse kost die de investeringen omvat, de exploitatiekosten alsook de financiële lasten;
  2° de verschillende inkomsten voortvloeiend uit het vigerende reglementair kader en de mogelijkheden tot aankoop van energie.
  De commissie stelt, op basis van de evaluatie in het tweede lid, de noodzakelijke aanpassingen voor aan de prijs van de met het project verbonden groene stroomcertificaten, teneinde een rentabiliteit te waarborgen die gelijkwaardig is aan een investering op lange termijn met gelijkaardige risico's, overeenkomstig de beste praktijken binnen de internationale financiële markten.
  Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie, bepaalt de Koning op basis van het voorstel van de commissie, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de noodzakelijke aanpassingen aan de prijs van de met het project verbonden groene stroomcertificaten.
  De commissie waakt over de verenigbaarheid tussen het voorstel en de vigerende regelgeving.) <W 2005-07-20/41, art. 62, 012; Inwerkingtreding : 01-07-2005>

  HOOFDSTUK III. - Beheer van het transmissienet.

  Art. 8. (§ 1.) Het beheer van het transmissienet wordt waargenomen door één enkele beheerder, aangewezen overeenkomstig artikel 10. <W 2003-03-20/49, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  De netbeheerder staat in voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het transmissienet, met inbegrip van de koppellijnen daarvan naar andere elektriciteitsnetten, teneinde de continuïteit van de voorziening te waarborgen.
  Te dien einde is de netbeheerder inzonderheid belast met de volgende taken :
  1° de exploitatie van het transmissienet en het onderhoud ervan;
  2° de verbetering, de vernieuwing en de uitbreiding van het transmissienet, inzonderheid in het kader van het ontwikkelingsplan, teneinde een adequate capaciteit te waarborgen om aan de behoeften te voldoen;
  3° het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet en, in dit kader, de coördinatie van de inschakeling van de productie-installaties en het bepalen van het gebruik van de koppellijnen (met de middelen waarover hij beschikt,) de vraag naar en het aanbod van elektriciteit; <W 2003-03-20/49, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  4° met het oog hierop, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet te waarborgen en, in dit verband, (met de middelen waarover hij beschikt,) toe te zien op de beschikbaarheid van de nodige ondersteunende diensten en inzonderheid hulpdiensten in geval van defect van productie-eenheden (hierbij inbegrepen eenheden van kwalitatieve warmte-krachtkoppeling met een vermogen van minder dan 20 MW en die aangesloten zijn op het transmissienet of op het distributienet;) <W 2001-12-30/30, art. 81, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002> <W 2003-03-20/49, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  5° de transmissie voor derden in uitvoering van artikel 15.
  (§ 2. Overeenkomstig zijn maatschappelijk doel, kan de netbeheerder elke andere activiteit uitoefenen op of buiten het Belgische grondgebied. Onder voorbehoud van een overleg met de Gewesten, kunnen deze activiteiten bestaan uit onder meer diensten voor de uitbating, het onderhoud, de verbetering, de vernieuwing, de uitbreiding en/of het beheer van lokale, regionale transmissie- en/of distributienetten met een spanningsniveau van 30 kV tot 70 kV. Hij kan deze activiteiten, met inbegrip van de handelsactiviteiten, rechtstreeks uitoefenen of via deelnemingen in publieke of private instellingen, vennootschappen of verenigingen die reeds bestaan of nog opgericht zullen worden.
  Deze activiteiten kunnen alleen maar uitgeoefend worden indien ze geen negatieve invloed hebben op de onafhankelijkheid van de netbeheerder noch de uitoefening van de taken die hem door de wet zijn toevertrouwd;
  Voor de in deze paragraaf bedoelde activiteiten wordt een afzonderlijke boekhouding gevoerd overeenkomstig artikel 22.
  De netbeheerder stelt een verbintenissenprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat elk discriminerend gedrag uitgesloten is, en zorgt ervoor dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de naleving ervan. Dit programma bevat de specifieke verplichtingen die de werknemers opgelegd worden opdat deze doelstelling wordt verwezenlijkt. Een persoon, die verantwoordelijk is voor het toezicht op het naleving van het programma binnen de netbeheerder dient bij de commissie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt door de netbeheerder gepubliceerd.) <W 2005-06-01/32, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>

  Art. 9. <W 2005-06-01/32, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> § 1. De netbeheerder moet zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel en centrale administratie in een Staat van de Europese Economische Ruimte. Hij mag geen andere activiteiten ondernemen inzake productie of verkoop van elektriciteit dan de verkopen die nodig zijn voor zijn coördinatieactiviteit als netbeheerder. Hij mag ook geen activiteiten ondernemen inzake het beheer van distributienetten met een spanningsniveau dat lager is dan 30 kV.
  De netbeheerder mag, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen lidmaatschapsrechten bezitten onder welke vorm dan ook, in producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen.
  § 2. De raad van bestuur van de netbeheerder is uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor de helft uit onafhankelijke bestuurders. De commissie geeft een eensluidend advies betreffende de onafhankelijkheid van de in artikel 2, 30°, bedoelde onafhankelijke bestuurders, zulks ten laatste binnen een periode van dertig dagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van deze onafhankelijke bestuurders door het bevoegd orgaan van de netbeheerder. Naast hun onafhankelijkheid worden deze onafhankelijke bestuurders door de algemene vergadering benoemd deels om hun kennis inzake financieel beheer en deels om hun relevante kennis inzake technische zaken.
  De raad van bestuur is voor minstens een derde samengesteld uit leden van het andere geslacht.
  De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn voor de eerste maal van toepassing bij de hernieuwing van alle of van een gedeelte van de mandaten van de leden van de raad van bestuur.
  De raad van bestuur van de netbeheerder richt uit zijn midden minstens een auditcomité, een vergoedingscomité en een corporate governance comité op.
  Het auditcomité en het vergoedingscomité zijn uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en in meerderheid uit onafhankelijke bestuurders.
  Het corporate governance comité is uitsluitend samengesteld uit minstens drie onafhankelijke bestuurders.
  § 3. Het auditcomité is belast met de volgende taken :
  1° de rekeningen onderzoeken en de controle van het budget waarnemen;
  2° de auditwerkzaamheden opvolgen;
  3° de betrouwbaarheid van de financiële informatie evalueren;
  4° de interne controle organiseren en daarop toezicht uitoefenen;
  5° de doeltreffendheid nagaan van de interne systemen van risicobeheer.
  Het auditcomité is bevoegd om een onderzoek in te stellen in elke aangelegenheid die onder zijn bevoegdheden valt. Te dien einde beschikt het over de nodige werkmiddelen, heeft het toegang tot alle informatie, met uitzondering van commerciële gegevens betreffende de netgebruikers, en kan het interne en externe deskundigen om advies vragen.
  § 4. Het vergoedingscomité is belast met het opstellen van aanbevelingen ter attentie van de raad van bestuur inzake de bezoldiging van de leden van het directiecomité.
  § 5. Het corporate governance comité is belast met de volgende taken :
  1° aan de algemene vergadering van aandeelhouders kandidaten voorstellen voor de mandaten van onafhankelijk bestuurder;
  2° het verlenen van een voorafgaande goedkeuring bij de aanstelling van de leden van het directiecomité;
  3° op verzoek van elke onafhankelijke bestuurder, van de voorzitter van het directiecomité of van de commissie, elk belangenconflict onderzoeken tussen de netbeheerder, enerzijds, en een dominerende aandeelhouder of een met een dominerende aandeelhouder geassocieerde of verbonden onderneming, anderzijds, en hierover verslag uitbrengen aan de raad van bestuur;
  4° zich uitspreken over de gevallen van onverenigbaarheid in hoofde van de directieleden en van de personeelsleden;
  5° toezien op de toepassing van de bepalingen van dit artikel en van artikel 9ter, de doeltreffendheid ervan evalueren ten aanzien van de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het beheer van het transmissienet en elk jaar een verslag hierover aan de commissie voorleggen.
  § 6. Overeenkomstig artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen, stelt de raad van bestuur van de netbeheerder een directiecomité aan.
  § 7. Na voorafgaande goedkeuring door het corporate governance comité, wijst de raad van bestuur van de netbeheerder de leden van het directiecomité aan en, in voorkomend geval, ontslaat hij ze, met inbegrip van de voorzitter en vice-voorzitter.
  De bepalingen van deze paragraaf zijn voor de eerste maal van toepassing op de benoemingen en hernieuwingen van de mandaten na de inwerkingtreding van dit artikel.
  De voorzitter en vice-voorzitter van het directiecomité hebben zitting in de raad van bestuur van de netbeheerder met een raadgevende stem.
  § 8. De raad van bestuur van de netbeheerder oefent met name de volgende bevoegdheden uit :
  1° hij bepaalt het algemeen beleid van de vennootschap;
  2° hij oefent de bevoegdheden uit die hem door of krachtens het Wetboek van Vennootschappen worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden die worden toegekend of gedelegeerd aan het directiecomité van de netbeheerder;
  3° hij houdt een algemeen toezicht op het directiecomité van de netbeheerder, met inachtneming van de wettelijke beperkingen op het vlak van de toegang tot de commerciële en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de netgebruikers en de verwerking ervan;
  4° hij oefent de bevoegdheden uit die hem door de statuten worden toegewezen.
  § 9. Het directiecomité van de netbeheerder oefent onder andere de volgende bevoegdheden uit :
  1° het beheer van de elektriciteitsnetten;
  2° het dagelijks bestuur van de netbeheerder;
  3° de andere bevoegdheden die gedelegeerd zijn door de raad van bestuur;
  4° de bevoegdheden die er door de statuten worden aan toegewezen.
  § 10. Bij de hernieuwing van de mandaten van de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité wordt erop toegezien dat een taalevenwicht wordt bereikt en behouden.

  Art. 9bis. <Ingevoegd bij W 2003-01-14/36, art. 3; Inwerkingtreding : 10-03-2003> § 1. De netbeheerder dient, rechtstreeks of onrechtstreeks, op twee effecten na, het bezit te hebben van het volledige kapitaal van en de stemrechten verbonden aan de effecten uitgegeven door :
  1° elke dochteronderneming die in opdracht van de netbeheerder het beheer van het transmissienet bedoeld in artikel 8 geheel of gedeeltelijk waarneemt;
  2° elke dochteronderneming die eigenaar is van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet.
  Elke vervreemding door de netbeheerder en zijn dochterondernemingen van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, is onderworpen aan het eensluidend advies van de commissie.
  § 2. De rechten en verplichtingen die de netbeheerder krachtens de wet heeft, zijn van toepassing op elk van zijn dochterondernemingen bedoeld in § 1, eerste lid, 1° De bevoegdheden waarover de commissie door of krachtens deze wet beschikt ten aanzien van de netbeheerder, zijn eveneens van toepassing op elk van de dochterondernemingen bedoeld in § 1.
  § 3. De raden van bestuur en de directiecomités van de netbeheerder en van elk van zijn dochterondernemingen bedoeld in § 1, eerste lid, zijn samengesteld uit dezelfde leden. Op voorstel van de commissie kan de minister hierop uitzonderingen toestaan indien deze nodig zijn voor een efficiënt bestuur van de netbeheerder en zijn dochterondernemingen en indien zij de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van het beheer van het transmissienet niet bedreigen.
  Er is geen onafhankelijkheid vereist van het personeel van de netbeheerder ten aanzien van zijn dochterondernemingen bedoeld in § 1, eerste lid, en omgekeerd. Er is geen onafhankelijkheid vereist van het personeel van de ene dochteronderneming bedoeld in § 1, eerste lid, ten aanzien van een andere dochteronderneming bedoeld in § 1, eerste lid.

  Art. 9ter.<W 2005-06-01/32, art. 9; Inwerkingtreding : 24-06-2005> Na advies van de commissie en in samenspraak met de netbeheerder bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
  1° de vereisten inzake onafhankelijkheid van het personeel van de netbeheerder ten aanzien van de producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen, vanuit financieel oogpunt;
  2° de voorzorgsmaatregelen die door de netbeheerder moeten worden genomen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens betreffende de netgebruikers;
  3° maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de netbeheerder verbonden ondernemingen;
  4° [1 de eventuele verplichting van de netbeheerder om te aanvaarden dat geschillen betreffende transmissieaangelegenheden, die onder meer betrekking kunnen hebben op de toegang tot het transmissienet, de toepassing van het technisch reglement of de tarieven bedoeld in artikelen 12 tot 12novies , worden voorgelegd aan bemiddeling of arbitrage overeenkomstig het reglement bedoeld in artikel 28.]1.
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>

  Art. 10. § 1. Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad wijst de minister de netbeheerder aan na voorstel van één of meerdere neteigenaars (met inbegrip, in voorkomend geval, van de scheidende netbeheerder) die, afzonderlijk of gezamenlijk, een deel van het transmissienet bezitten dat ten minste 75 procent van het nationaal grondgebied en ten minste twee derden van het grondgebied van elk gewest bestrijkt.
  Bij gebrek aan een dergelijk voorstel binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad, wijst de minister de netbeheerder aan op voorstel van de commissie en na beraadslaging in Ministerraad.
  § 2. De netbeheerder wordt aangewezen voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar. In elk geval eindigt zijn mandaat in geval van faillissement, ontbinding, fusie of splitsing. De minister kan, na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad, de aanstelling van de netbeheerder herroepen in geval van :
  1° significante wijziging in het aandeelhouderschap van de netbeheerder die de onafhankelijkheid van het beheer van het transmissienet in het gedrang zou kunnen brengen;
  2° grove tekortkoming van de netbeheerder aan zijn verplichtingen krachtens deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan.
  § 3. (De inbreng in een vennootschap, in eigendom van infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, enerzijds, zowel voor de verkoop van aandelen van de voornoemde maatschappij aan de netbeheerder, met de bijhorende creatie van schuld, als de inbreng in de netbeheerder van de aandelen van eerstgenoemde vennootschap, waardoor deze vennootschap een dochteronderneming wordt als vermeld in artikel 9bis , § 1, eerste lid, 2°, anderzijds, worden geacht opgericht te zijn volgens het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 1992, worden, beiden afzonderlijk, geacht een verrichting te zijn zoals bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 die beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Voor de toepassing van artikel 184, alinea 3, van hetzelfde Wetboek, zal, in geval van verkoop en inbreng in de netbeheerder van de aandelen van eerstgenoemde vennootschap, het vrijgemaakte kapitaal gelijk zijn aan de netto fiscale waarde van de verkochte en ingebrachte aandelen, verminderd met de prijs van de verkochte aandelen. Artikel 442bis van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing op de verrichtingen bedoeld in dit lid.) <W 2003-01-14/36, art. 4, 007; ED : 01-06-2001>
  Wanneer een inbreng als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan door een belastingplichtige onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, worden de meerwaarden verkregen of vastgesteld ter gelegenheid van die inbreng voor de toepassing van hetzelfde Wetboek ten name van de netbeheerder geacht niet te zijn verwezenlijkt.
  De inbrengen bedoeld in het eerste en het tweede lid zijn vrijgesteld van het recht bepaald in de artikelen 115 en 115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
  (Lid 4 opgeheven) <W 2003-01-14/36, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2001>
  (De inbreng in eigendom van infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, genieten van artikel 11 van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde.) <W 2003-01-14/36, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2001>

  Art. 11. Na advies van de commissie en overleg met de netbeheerder stelt de Koning een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe.
  Het technisch reglement bepaalt inzonderheid :
  1° de technische minimumeisen voor de aansluiting op het transmissienet van productie-installaties, distributienetten, uitrusting van direct aangesloten afnemers, koppellijnencircuits en directe lijnen, (de aansluitingstermijnen evenals de technische modaliteiten die de netbeheerder toelaten toegang te hebben tot de installaties van de gebruikers en maatregelen te nemen of te laten nemen met betrekking hiertoe indien de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net dit vereist;) alsook de termijnen voor aansluiting; <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden;
  3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling;
  4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten;
  5° de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder (, de gegevens van het ontwikkelingsplan inbegrepen) moeten verstrekken; <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen.
  (7° de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, type-overeenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de gebruikers;) <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (Overeenkomstig het technisch reglement, verduidelijken de contracten van de netbeheerder met betrekking tot de toegang tot het net de toepassingsmodaliteiten hiervan voor de gebruikers van het net, de distributeurs of de tussenpersonen op een niet discriminatoire manier.) <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>

  Art. 12. (§ 1. De aansluiting op het transmissienet en het gebruik van het transmissienet, alsmede de levering van ondersteunende diensten door de netbeheerder, gebeuren op basis van de tarieven die voorgesteld worden door de netbeheerder en die onderworpen worden aan de goedkeuring van de commissie, met toepassing van de in artikel 12quinquies, 4°, bedoelde procedure.
  § 2. Het totaal inkomen dat nodig is voor de uitvoering van de wettelijke en reglementaire verplichtingen die rusten op de netbeheerder met toepassing van deze wet, wordt onderworpen aan de goedkeuring van de commissie. Dit totaal inkomen dekt :
  1° het geheel van de kosten die nodig zijn voor de vervulling van de in artikel 8, § 1, bedoelde taken door de netbeheerder gedurende de regulatoire periode, met inbegrip van de financiële lasten;
  2° (een billijke marge en afschrijvingen die beiden nodig zijn om aan de netbeheerder een optimale werking, de noodzakelijke toekomstige investeringen en de leefbaarheid van het transmissienet te waarborgen en om aan de betrokken netbeheerder, na een Europese benchmark, op basis van vergelijkbare netbeheerders, een gunstig perspectief te bieden betreffende de toegang tot de kapitaalmarkten op lange termijn;) <W 2006-07-20/39, art. 129, 1°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  3° desgevallend, de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen met toepassing van artikel 21; en
  4° desgevallend de toeslagen die toegepast worden op de tarieven.
  § 3. De tarieven voor elektriciteit ingeval van nood voor eenheden van kwalitatieve warmtekrachtkoppeling met een vermogen van minder dan 20 MW en die aangesloten zijn op het transmissienet of op een distributienet maken deel uit van de tarieven van de ondersteunende diensten. Deze tarieven hangen hoofdzakelijk af van de elektriciteitsconsumptie die nodig is voor de behoeften ingeval van nood en voor het onderhoud van de eenheden van warmtekrachtkoppeling.) <W 2005-06-01/32, art. 10, 010; Inwerkingtreding : 23-03-2006>
  § 3bis.(...) <W 2005-06-01/32, art. 10, 010; Inwerkingtreding : 23-03-2006>
  (§ 4. De bepalingen van het koninklijk besluit van 4 april 2001 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de beheerder van het nationaal transmissienet voor elektriciteit en van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit blijven van kracht voor de exploitatiejaren 2005, 2006 en 2007 wat betreft de tarieven bedoeld in artikel 12 tot 12novies met uitzondering van artikel 12octies en voor de exploitatiejaren 2005, 2006, 2007 en 2008 wat betreft de tarieven bedoeld in artikel 12octies.) <W 2006-07-20/39, art. 129, 2°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  § 5. (Het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit, bedoeld in § 4, wordt bekrachtigd.) <Hersteld bij W 2007-12-21/38, art. 53, 019; Inwerkingtreding : 27-07-2002>

  Art. 12bis. <Ingevoegd bij W 2002-12-24/31, art. 431; Inwerkingtreding : 10-01-2003> Onverminderd de bepalingen van artikel 12 zal de netbeheerder jaarlijks aan de gemeenten een bedrag storten. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na overleg met de Gewesten, bepaalt de Koning de verdeling over de gemeenten. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning het bedrag, de modaliteiten en de wijze waarop de netbeheerder de kost ervan in de tarieven dient op te nemen.

  Art. 12ter. <Ingevoegd bij W 2005-06-01/32, art. 11; Inwerkingtreding : 23-03-2006> De tarieven respecteren de volgende richtsnoeren :
  1° ze zijn niet-discriminerend en transparant;
  2° ze maken de evenwichtige ontwikkeling mogelijk van het transmissienet overeenkomstig de verschillende investerings- en ontwikkelingsplannen van de netbeheerder;
  3° ze zijn op internationaal niveau vergelijkbaar met de beste tariefpraktijken die door vergelijkbare beheerders van transmissienetten worden toegepast;
  4° ze maken het de netbeheerder mogelijk het totaal in artikel 12, § 2, bedoelde inkomen te genereren;
  5° in de mate van het mogelijke, beogen ze het gebruik van de capaciteit van het transmissienet te optimaliseren;
  6° ze zijn voldoende opgesplitst, met name :
  a) op basis van de voorwaarden en de modaliteiten voor het gebruik van het transmissienet;
  b) wat de ondersteunende diensten betreft;
  c) wat de eventuele meerkosten voor de openbare dienstverplichtingen betreft met toepassing van de artikelen 7 en 21, eerste lid, 3°;
  7° de tariefstructuren zijn gelijk voor het gehele grondgebied, zonder onderscheid per geografische zone.

  Art. 12quater. <Ingevoegd bij W 2005-06-01/32, art. 11; Inwerkingtreding : 23-03-2006> § 1. (Zonder evenwel afbreuk te doen aan de evaluatie- en controlebevoegdheid van de commissie dient het totaal inkomen van het eerste jaar van de regulatoire periode als referentie voor de ontwikkeling van het totaal inkomen voor de volgende jaren van de regulatoire periode van vier jaar, rekening houdend met volgende ontwikkelingsregels :) <W 2006-07-20/39, art. 130, 1°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  1° de categorieën van samenstellende delen van het totaal inkomen zoals bedoeld in artikel 12, § 2, 1°, en die betrekking hebben op kosten waarop de netbeheerder geen rechtstreekse controle heeft en die noodzakelijk zijn voor de zekerheid, de efficiëntie en de betrouwbaarheid van het net evolueren jaarlijks in functie van de overeenstemmende kosten die door de netbeheerder gedragen worden.
  (Voor wat betreft de kosten van de ondersteunende diensten moet de netbeheerder ten laatste op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat voormelde kosten evolueren, de commissie en de minister op basis van een verslag met verantwoordingstukken inlichten over de prijzen die hem worden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en de door hem ondernomen handelingen, met toepassing van artikel 234 van het koninklijk besluit betreffende het technisch reglement van het beheer van het transmissienet voor elektriciteit en de toegang ertoe.
  Op basis van het verslag van de netbeheerder wordt door de commissie met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt een gemotiveerd rapport gemaakt waarin uitdrukkelijk en gemotiveerd vastgesteld wordt of de aangeboden prijzen voor de levering van de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn. Het gemotiveerd rapport wordt aan de minister en de netbeheerder meegedeeld binnen de 60 dagen na ontvangst van verslag, zoals bedoeld in het tweede lid.
  Op grond van het gemotiveerd rapport brengt de minister binnen de vijftien dagen de commissie en de netbeheerder per aangetekend schrijven op de hoogte van de te nemen maatregelen, die bindend zijn voor de commissie. Indien hij zulks niet doet, wordt met de aan de netbeheerder aangeboden prijzen rekening gehouden voor de bepaling van het totaal inkomen, zoals bedoeld in artikel 12, § 2.
  2° (Na advies van de commissie wordt de objectieve indexeringsformule vastgesteld door de Koning na overleg in de Ministerraad.) <W 2006-07-20/39, art. 130, 2°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  3° de afschrijvingen evolueren jaarlijks in functie van de investeringen, die tegelijk de ontwikkelings- en vervangingsinvesteringen omvatten;
  4° de winstmarge evolueert jaarlijks in functie van de ontwikkeling van het gereguleerd actief en het rendementspercentage bedoeld in artikel 12quinquies, 1°;
  5° de interestlasten evolueren jaarlijks in functie van de evolutie van de rentetarieven.
  § 2. Vóór elke regulatoire periode, dient de netbeheerder bij de commissie, ter goedkeuring, een tariefvoorstel in, uitgewerkt op basis van het totaal in artikel 12, § 2, bedoelde inkomen overeenkomstig de in artikel 12quinquies, 4°, bedoelde procedure.
  § 3. De netbeheerder kan de commissie in de regulatoire periode een geactualiseerd tariefvoorstel over nieuwe diensten en/of de aanpassing van bestaande diensten ter goedkeuring voorleggen. Dat voorstel wordt ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de voor het tariefvoorstel geldende procedure. Dat geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het totaal inkomen en het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zulks zonder afbreuk te doen aan de volledigheid van het totale inkomen, noch aan de bestaande tariefstructuur.

  Art. 12quinquies. <Ingevoegd bij W 2005-06-01/32, art. 11; Inwerkingtreding : 23-03-2006> Op voorstel van de commissie opgesteld in overleg met de netbeheerder en voorgelegd binnen veertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de minister, legt de Koning, na overleg in de Ministerraad, de volgende regels vast met betrekking tot :
  1° de methodologie voor het vaststellen van het totale inkomen en de billijke winstmarge zoals bedoeld in artikel 12bis ; deze methodologie legt meer bepaald het volgende vast :
  a) een definitie van gereguleerd actief;
  b) de ontwikkelingsregels van het gereguleerd actief in de loop van de tijd;
  c) een bepaling van een rendementspercentage op dit gereguleerd actief dat overeenkomt met een rendement dat de beleggers, op competitieve markten, kunnen verwachten te bereiken voor investeringen op lange termijn met gelijkaardige risico's, overeenkomstig de beste praktijken van de internationale financiële markten;
  2° de algemene tariefstructuur voor de tarieven voor de aansluiting op het net, de tarieven voor het gebruik van het net, alsmede de tarieven van ondersteunende diensten;
  3° de behandeling van het saldo (positief of negatief) tussen de kosten en de ontvangsten, die jaarlijks opgelopen en geboekt zijn door de netbeheerder tijdens een regulatoire periode, voorzover dit saldo voortvloeit uit een verschil tussen de reële niet-beheersbare kosten opgelopen door de netbeheerder en de geraamde niet-beheersbare kosten, en/of een verschil tussen de reële verkoopsvolumes en de geraamde verkoopsvolumes van de netbeheerder;
  4° de procedure voor :
  a) het voorstel en de goedkeuring van het totaal inkomen en de tarieven van het eerste jaar van elke regulatoire periode;
  b) de controle op de naleving van de evolutieregels van het totaal inkomen tijdens de regulatoire periode, zoals bedoeld in artikel 12quater, § 1, en de tarieven tijdens de regulatoire periode;
  c) de publicatie van de tarieven;
  5° de jaarverslagen en de gegevens die de netbeheerder aan de commissie moet verstrekken met het oog de controle van zijn tarieven door de commissie;
  6° de doelstellingen die de netbeheerder moet nastreven inzake kostenbeheersing;
  7° de regels met betrekking tot de bestemming van de inkomsten uit de toekenning van de capaciteiten van internationale koppellijnen, met het oog op hun optimale ontwikkeling en de veiligheid van het transmissienet.

  Art. 12sexies. <Ingevoegd bij W 2005-06-01/32, art. 11; Inwerkingtreding : 23-03-2006> De modellen van de verslagen die de netbeheerder aan de commissie moet bezorgen, worden door de commissie uitgewerkt, na overleg met de netbeheerder.

  Art. 12septies. <Ingevoegd bij W 2005-06-01/32, art. 11; Inwerkingtreding : 23-03-2006> § 1. Indien er zich, tijdens een regulatoire periode, uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de beheerder, legt deze ter goedkeuring aan de commissie een gemotiveerde vraag voor herziening van de regels tot bepaling van het in artikel 12, § 2, bedoelde totaal inkomen voor wat de komende jaren van de regulatoire periode betreft.
  § 2. Op het einde van iedere regulatoire periode van vier jaar, bepaalt de netbeheerder het saldo (positief of negatief) tussen de kosten en de ontvangsten die opgelopen en geboekt zijn door de netbeheerder tijdens de regulatoire periode, voor zover dit saldo voortvloeit uit een verschil, tussen de reële niet-beheersbare kosten die opgelopen zijn door de netbeheerder en de geraamde niet-beheersbare kosten, en/of een verschil tussen de reële verkoopsvolumes en de geraamde verkoopsvolumes van de netbeheerder.
  Hij brengt de commissie op de hoogte van dit saldo en levert haar de elementen ter staving hiervan.
  De verdeling van dit saldo wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

  Art. 12octies. <W 2008-06-08/31, art. 93, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008> § 1. Dit artikel is van toepassing op de beheerders van distributienetwerken, en netwerken van plaatselijk vervoer of gewestelijk vervoer, met uitsluiting van de netten die een transmissiefunctie hebben.
  De definitie van artikel 2, 31°, is tevens van toepassing.
  § 2. De aansluiting op het distributienet en het gebruik van het net, alsmede de levering van ondersteunende diensten door de netbeheerder, gebeuren op basis van de tarieven die voorgesteld worden door de netbeheerder en die onderworpen worden aan de goedkeuring van de Commissie, met toepassing van de in § 8, 4°, bedoelde procedure.
  § 3. Het totaal inkomen dat nodig is voor de uitvoering van de wettelijke en reglementaire verplichtingen die rusten op de netbeheerder, wordt onderworpen aan de goedkeuring van de Commissie. Dit totaal inkomen dekt inzonderheid :
  1° het geheel van de kosten die nodig zijn voor de vervulling van de taken die de netbeheerder te beurt vallen gedurende de regulatoire periode, met inbegrip van de financiële lasten;
  2° een billijke marge en afschrijvingen die beiden nodig zijn om aan de netbeheerder een optimale werking, de noodzakelijke toekomstige investeringen en de leefbaarheid van het distributienet te waarborgen;
  3° desgevallend, de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen, en;
  4° desgevallend de toeslagen die toegepast worden op de tarieven.
  § 4. De tarieven respecteren de volgende richtsnoeren :
  1° ze zijn niet-discriminerend en transparant;
  2° ze maken de evenwichtige ontwikkeling mogelijk van het distributienet overeenkomstig de verschillende investeringsplannen van de netbeheerder;
  3° ze zijn vergelijkbaar met de beste tariefpraktijken die door vergelijkbare netbeheerders worden toegepast;
  4° ze maken het de netbeheerder mogelijk het totaal in artikel 12octies, § 3, bedoelde inkomen te genereren;
  5° ze beogen het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren;
  6° ze zijn voldoende opgesplitst, met name :
  a) op basis van de voorwaarden en de nadere regels voor het gebruik van het distributienet;
  b) wat de ondersteunende diensten betreft;
  c) wat de eventuele meerkosten voor de openbare dienstverplichtingen betreft;
  7° de tariefstructuren zijn gelijk voor het gehele grondgebied van de distributienetbeheerder zonder onderscheid per geografische zone.
  § 5. Zonder evenwel afbreuk te doen aan de evaluatie- en controlebevoegdheid van de Commissie dient het totaal inkomen van het eerste jaar van de regulatoire periode als referentie voor de ontwikkeling van het totaal inkomen voor de volgende jaren van de regulatoire periode van vier jaar, rekening houdend met volgende ontwikkelingsregels :
  1° de categorieën van samenstellende delen van het totale inkomen zoals bedoeld in artikel 12octies § 3, 1°, en die betrekking hebben op kosten waarop de netbeheerder geen rechtstreekse controle heeft en die noodzakelijk zijn voor de zekerheid, de efficiëntie en de betrouwbaarheid van het net evolueren jaarlijks in functie van de overeenstemmende kosten die door de netbeheerder gedragen worden;
  2° de categorieën van samenstellende delen van het totale inkomen zoals bedoeld in artikel 12octies § 3, 1°, en die betrekking hebben op kosten waarop de netbeheerder een rechtstreekse controle heeft en die noodzakelijk zijn voor de zekerheid, de efficiëntie en de betrouwbaarheid van het net evolueren jaarlijks op basis van een objectieve indexeringsformule die de dekking verzekert van de verplichtingen van de netbeheerder, overeenkomstig deze wet. Na advies van de Commissie wordt de objectieve indexeringsformule vastgesteld door de Koning na overleg in de Ministerraad;
  3° de afschrijvingen evolueren jaarlijks in functie van de investeringen, die tegelijk de ontwikkelings- en vervangingsinvesteringen omvatten;
  4° de winstmarge evolueert jaarlijks in functie van de ontwikkeling van het gereguleerd actief en het rendementspercentage bedoeld in § 8, 1°;
  5° de interestlasten evolueren jaarlijks in functie van de evolutie van de rentetarieven.
  § 6. Vóór elke regulatoire periode, dient de netbeheerder bij de Commissie, ter goedkeuring, een tariefvoorstel in, uitgewerkt op basis van het totaal in artikel 12octies, § 3, bedoelde inkomen overeenkomstig de in § 8, 4°, bedoelde procedure.
  § 7. De netbeheerder kan de Commissie in de regulatoire periode een geactualiseerd tariefvoorstel over nieuwe diensten en/of de aanpassing van bestaande diensten ter goedkeuring voorleggen. Dat voorstel wordt ingediend en door de Commissie behandeld overeenkomstig de voor het tariefvoorstel geldende procedure. Dat geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het totaal inkomen en het door de Commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zulks zonder afbreuk te doen aan de volledigheid van het totale inkomen, noch aan de bestaande tariefstructuur.
  § 8. Op voorstel van de Commissie opgesteld in overleg met de netbeheerder en voorgelegd binnen veertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek van de minister, stelt de Koning, na overleg met de gewesten en na overleg in de Ministerraad, de volgende regels vast met betrekking tot :
  1° de methodologie voor het vaststellen van het totale inkomen en de billijke marge zoals bedoeld in artikel 12, § 2, 2°; deze methodologie legt meer bepaald het volgende vast :
  a) een definitie van het gereguleerde actief;
  b) de ontwikkelingsregels van het gereguleerde actief in de loop van de tijd;
  c) een bepaling van een rendementspercentage op dit gereguleerde actief dat overeenkomt met een rendement dat de beleggers, op competitieve markten, kunnen verwachten te bereiken voor investeringen op lange termijn met gelijkaardige risico's, overeenkomstig de beste praktijken van de internationale financiële markten;
  2° de algemene tariefstructuur voor de tarieven voor de aansluiting op het net, de tarieven voor het gebruik van het net, alsmede de tarieven van ondersteunende diensten;
  3° de behandeling van het saldo (positief of negatief) tussen de kosten en de ontvangsten, die jaarlijks opgelopen en geboekt zijn door de netbeheerder tijdens een regulatoire periode, voor zover dit saldo voortvloeit uit een verschil tussen de reële niet-beheersbare kosten opgelopen door de netbeheerder en de geraamde niet-beheersbare kosten, en/of een verschil tussen de reële verkoopsvolumes en de geraamde verkoopsvolumes van de netbeheerder;
  4° de procedure voor :
  a) het voorstel en de goedkeuring van het totaal inkomen en de tarieven van het eerste jaar van elke regulatoire periode;
  b) de controle op de naleving van de evolutieregels van het totaal inkomen tijdens de regulatoire periode, zoals bedoeld in § 5, en de tarieven tijdens de regulatoire periode;
  c) de publicatie van de tarieven;
  5° de jaarverslagen en de gegevens die de netbeheerder aan de Commissie moet verstrekken met het oog de controle van zijn tarieven door de Commissie;
  6° de doelstellingen die de netbeheerder moet nastreven inzake kostenbeheersing;
  § 9. De modellen van de verslagen die de netbeheerder aan de Commissie moet bezorgen, worden door de commissie uitgewerkt, na overleg met de netbeheerder.
  § 10. Indien er zich, tijdens een regulatoire periode, uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de beheerder, legt deze ter goedkeuring aan de Commissie een gemotiveerde vraag voor herziening van de regels tot bepaling van het in artikel 12, § 2, bedoelde totaal inkomen voor wat de komende jaren van de regulatoire periode betreft.
  Op het einde van iedere regulatoire periode van vier jaar, bepaalt de netbeheerder het saldo (positief of negatief) tussen de kosten en de ontvangsten die opgelopen en geboekt zijn door de netbeheerder tijdens de regulatoire periode, voor zover dit saldo voortvloeit uit een verschil, tussen de reële niet-beheersbare kosten die opgelopen zijn door de netbeheerder en de geraamde niet-beheersbare kosten, en/of uit een verschil tussen de reële verkoopsvolumes en de geraamde verkoopsvolumes van de netbeheerder.
  Hij brengt de Commissie op de hoogte van dit saldo en levert haar de elementen ter staving hiervan.
  De verdeling van dit saldo wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

  Art. 12novies.<Ingevoegd bij W %ù2005-06-01/32, art. 11; Inwerkingtreding : 23-03-2006> [1 Op voorstel van de Commissie en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, kan de Koning bijzondere regels definiëren met betrekking tot de bepaling van de afschrijvingen en de billijke marge die respectievelijk bedoeld worden in artikel 12quater, § 1, van toepassing op de uitbreidingen van installaties of op nieuwe installaties voor het transport van elektriciteit, die worden erkend als zijnde van nationaal of Europees belang, voor een bepaald aantal regulatoire periodes, teneinde de ontwikkeling van deze op lange termijn mogelijk te maken.]1
  [1 De netbeheerder dient bij de commissie, ter goedkeuring, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 12quinquies, 4°, een uitgewerkt tariefvoorstel in voor de betrokken investeringen op basis van het, in artikel 12, § 2, bedoeld totaal inkomen, zoals bepaald met toepassing van de in het eerste lid bedoelde methodologie.]1 (Als van nationaal of Europees belang worden erkend, investeringen die bijdragen tot de zekerheid en/of de optimalisatie van de werking van grensoverschrijdende interconnecties met in voorkomend geval faseverdraaiende transformatoren en die alzo de ontwikkeling vergemakkelijken van de nationale en Europese interne markt.) <W 2006-07-20/39, art. 131, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  ----------
  (1)<W 2009-12-30/01, art. 14, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2010>

  Art. 13.§ 1. [De netbeheerder stelt een plan voor de ontwikkeling van het transmissienet op in samenwerking met de Algemene Directie Energie en het Federaal Planbureau.
  Het ontwikkelingsplan is onderworpen aan het advies van de commissie.
  Het ontwikkelingsplan is onderworpen aan de goedkeuring van de minister.
  Voor deze delen van het ontwikkelingsplan die betrekking hebben op de ontwikkelingen van het transmissienet die noodzakelijk zijn voor de aansluiting op het transmissienet van installaties voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, pleegt de minister vooraf overleg met de minister die bevoegd is voor het mariene milieu.
  [1 Het ontwikkelingsplan dekt een periode van minstens tien jaar. Het wordt om de vier jaar aangepast. Die aanpassing moet plaatsvinden binnen de twaalf maanden na de publicatie van de prospectieve studie.]1
  De Koning bepaalt de nadere regels van de procedure van opstelling, goedkeuring en publicatie van het ontwikkelingsplan.] <W 2005-06-01/32, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
  § 2. Het ontwikkelingsplan bevat een gedetailleerde raming van de behoeften aan transmissiecapaciteit, met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en bepaalt het investeringsprogramma dat de netbeheerder zich verbindt uit te voeren om aan deze behoeften te voldoen. Het ontwikkelingsplan houdt rekening met de nood aan een adequate reservecapaciteit en met de projecten van gemeenschappelijk belang aangewezen door de instellingen van de Europese Unie in het domein van de transeuropese netten.
  § 3. Indien de commissie, na raadpleging van de netbeheerder, vaststelt dat de investeringen voorzien in het ontwikkelingsplan de netbeheerder niet in de mogelijkheid stellen om op een adequate en doeltreffende wijze aan de capaciteitsbehoeften te voldoen, kan de minister de netbeheerder verplichten om het ontwikkelingsplan aan te passen teneinde aan deze situatie te verhelpen binnen een redelijke termijn. Deze aanpassing gebeurt overeenkomstig de procedure bepaald in § 1, eerste lid.
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 163, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>

  Art. 14. De personeelsleden van de netbeheerder zijn gebonden door het beroepsgeheim; zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder in het kader van de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 8, aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen en onverminderd de mededelingen aan beheerders van andere elektriciteitsnetten of aan de commissie die uitdrukkelijk door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan zijn bepaald of toegelaten.
  Elke overtreding van dit artikel wordt gestraft met de straffen bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van hetzelfde Wetboek zijn van toepassing.

  HOOFDSTUK IV. - Toegang tot het transmissienet, directe lijnen, invoer.

  Art. 15. § 1. De in aanmerking komende afnemers hebben een recht van toegang tot het transmissienet tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12.
  De netbeheerder kan de toegang alleen weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt, of wanneer de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het technisch reglement. De weigering moet met redenen worden omkleed.
  § 2. § 1 is eveneens van toepassing :
  1° Op producenten gevestigd in België of in andere lidstaten van de Europese Unie, met het oog op de bevoorrading in elektriciteit van hun eigen vestigingen of dochterondernemingen : gevestigd in België of in andere lidstaten van de Europese Unie of met het oog op de levering van elektriciteit aan in aanmerking komende afnemers;
  2° op in België gevestigde tussenpersonen en, voorzover hun activiteit is toegelaten krachtens het recht van de Staat waar zij zijn gevestigd, op tussenpersonen gevestigd in andere lidstaten van de Europese Unie, met het oog op de levering van elektriciteit aan in aanmerking komende afnemers.
  § 3. (opgeheven) <W 2005-06-01/32, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>

  Art. 16. <W 2005-06-01/32, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> Vanaf 1 juli 2004 komen alle afnemers die op het transmissienet zijn aangesloten, in aanmerking.

  Art. 17. § 1. De aanleg van nieuwe directe lijnen is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning afgeleverd door de minister op voorstel van de commissie. De minister kan de aanleg toestaan van elke directe lijn die bestemd is voor de bevoorrading in elektriciteit :
  1° door een in België gevestigde producent of tussenpersoon van één van zijn eigen vestigingen, dochterondernemingen of in aanmerking komende afnemers;
  2° van een in België gevestigde in aanmerking komende afnemer door een producent of tussenpersoon die in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd.
  § 2. Na advies van de commissie bepaalt de Koning de criteria en de procedure voor de toekenning van vergunningen bedoeld in § 1. Dit besluit kan de vergunning afhankelijk stellen van een weigering van toegang tot het transmissienet of van het ontbreken van een aanbod tot gebruik van een distributienet tegen redelijke economische en technische voorwaarden.
  § 3. Artikel 10 van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening wordt aangevuld als volgt :
  " g. om producenten, tussenpersonen en in aanmerking komende afnemers te verbinden door directe lijnen toegestaan krachtens artikel 17, § 1, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. ".

  Art. 18. <W 2005-06-01/32, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> Onverminderd de toepassing van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de financiële tussenpersonen en beleggingsadviseurs, kan de Koning, na advies van de commissie :
  1° de leveringen van elektriciteit in België langs het transmissienet door tussenpersonen en leveranciers aan een procedure van vergunning of voorafgaande melding onderwerpen;
  2° gedragsregels vaststellen die van toepassing zijn op de tussenpersonen en leveranciers;
  3° op gezamenlijk voorstel van de minister en de minister van Financiën, na advies van de commissie en de Commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen, na overleg in de Ministerraad, de regels vaststellen betreffende de oprichting van, de toegang tot en de werking van markten voor de uitwisseling van energieblokken.
  De toekenning van een krachtens het eerste lid ingestelde vergunning is onderworpen aan objectieve en transparante criteria die meer bepaald betrekking hebben op :
  1° de betrouwbaarheid en professionele ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteiten en de kwaliteit van zijn organisatie;
  2° de openbare dienstverplichtingen inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen en inzake bevoorrading van afnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn.
  De krachtens het eerste lid vastgestelde regels en gedragsregels beogen inzonderheid :
  1° gedragingen te vermijden die de elektriciteitsmarkt kunnen destabiliseren;
  2° de transparantie van de transactie- en leveringsvoorwaarden te waarborgen door inzonderheid te specifiëren op de facturen aan de eindafnemers en in het promotiemateriaal :
  a) het aandeel van elke energiebron in het geheel van de energiebronnen die de leverancier gebruikt heeft in de loop van het voorbije jaar;
  b) de indicatie van bestaande referentiebronnen en hun invloed op het milieu, tenminste met betrekking tot de uitstoot van CO2 en radioactief afval.
  De Koning bepaalt de regels met betrekking tot de controlemechanismen betreffende de betrouwbaarheid van de in het derde lid bedoelde informatie.
  Om een hoog niveau van bescherming van de eindafnemers te waarborgen, kan de Koning maatregelen nemen met betrekking tot de transparantie van de contractuele voorwaarden, en de algemene informatie.

  Art. 19. § 1. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, kan de Koning, tegen de door Hem bepaalde voorwaarden, de minister machtigen om de toegang tot het transmissienet te beperken of te verbieden voor de invoer van elektriciteit afkomstig van andere lidstaten van de Europese Unie en bestemd voor in België gevestigde in aanmerking komende afnemers, voorzover :
  a) de graad van openstelling van de elektriciteitsmarkt van de lidstaat van oorsprong, in de zin van artikel 19 van richtlijn 96/92, lager is dan die van de Belgische elektriciteitsmarkt; en
  b) de afnemer, indien hij in de lidstaat van oorsprong zou zijn gevestigd, geen in aanmerking komende afnemer zou zijn krachtens de wetgeving van deze Staat.
  Elk besluit dat krachtens het eerste lid wordt vastgesteld, houdt op uitwerking te hebben op 19 februari 2006.
  § 2. Onverminderd lopende contracten en de verplichtingen van België krachtens internationale verdragen, bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, in welke mate en tegen welke voorwaarden de bepalingen van deze wet van toepassing zijn op producenten of tussenpersonen die ressorteren onder Staten die geen lid zijn van de Europese Unie.

  HOOFDSTUK V. - Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding.

  Art. 20. § 1. (§ 1. Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie de maximumprijzen vaststellen voor de levering van elektriciteit aan eindafnemers en voor het aandeel van de elektriciteitslevering aan distributeurs bestemd voor de bevoorrading van eindafnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn.) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  § 2. (Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh geldig voor het gehele grondgebied, voor de levering van elektriciteit aan residentiële beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie. (...) <W 2005-06-01/32, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  De elektriciteitsbedrijven verzekeren de bevoorrading van residentiële beschermde klanten tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.
  (lid 3 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 2°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  (lid 4 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 2°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  § 3. De maximumprijzen bedoeld in §§ 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat :
  1° kruissubsidies tussen categorieën van afnemers worden vermeden;
  2° wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsverbetering ingevolge de openstelling van de elektriciteitsmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiële en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
  3° de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers geleidelijk worden afgestemd op de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector.
  (4° het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de elektriciteitsmarkt voor concurrentie, de continuïteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde catego-rieën residentiële verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (5° erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (6° de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  § 4. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na overleg met de gewestregeringen, kan de Koning de minister machtigen om, (na advies van de commissie), minimumprijzen vast te stellen voor de aankoop van elektriciteit geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en die beantwoordt aan de door Hem bepaalde kwaliteitscriteria, met het oog op de levering aan afnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn. <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. 21. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, kan de Koning :
  1° de producenten, tussenpersonen (, leveranciers) en netbeheerder openbare dienstverplichtingen opleggen inzonderheid inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen en inzake bevoorrading van afnemers (...); <W 2003-03-20/49, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003> <W 2005-06-01/32, art. 18, 010; ED : 24-06-2005>
  2° als tegenprestatie voor de openbare dienstverplichtingen bedoeld in 1°, afwijken van de bepalingen van de artikelen 4, 15 en 17 voor zover dergelijke afwijkingen strikt noodzakelijk zijn voor de correcte uitvoering van deze verplichtingen;
  3° een fonds oprichten, onder beheer van de commissie, dat :
  a) de volledige of een deel van de reële nettokost van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in 1° ten laste neemt, voor zover deze kost een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn, alsook, in voorkomend geval, alle of een deel van de kosten en verliezen die elektriciteitsondernemingen niet kunnen terugwinnen wegens de openstelling van de elektriciteitsmarkt, in de mate en voor de duur toegestaan door de Europese Commissie;
  b) geheel of gedeeltelijk wordt gefinancierd door toeslagen op de tarieven bedoeld in artikel 12 of door heffingen op alle of objectief bepaalde categorieën van energieverbruikers of marktoperatoren, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.
  In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten en verliezen bedoeld in het eerste lid, 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd.
  Elk besluit dat krachtens het eerste lid, 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf) maanden na de datum van zijn inwerkingtreding. <W 2003-03-20/49, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (lid 4 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  (lid 5 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  (lid 6 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>

  Art. 21bis. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 63, Inwerkingtreding : 01-10-2005> (§ 1. Een " federale bijdrage " wordt geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.
  De federale bijdrage is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De federale bijdrage is aan de BTW onderworpen.
  De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage zonder toepassing van de regels betreffende de vrijstelling bedoeld in § 1bis en de degressiviteit bedoelt in § 2 en § 5. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de federale bijdrage factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt.) <W 2008-12-22/32, art. 32, 1°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009> De opbrengst van deze federale bijdrage is bestemd voor :
  1° de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 te Mol-Dessel, alsook uit de behandeling, de conditionering, de opslag en de berging van het geaccumuleerd radioactief afval, met inbegrip van het radioactief afval afkomstig van de denuclearisatie van de installaties, ten gevolge van de nucleaire activiteiten op genoemde sites;
  2° de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie zoals bedoeld in artikel 25, § 3, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 25, § 3 (en voor de financiering van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie, bedoeld in artikel 27, die door de commissie in het jaar 2005 zijn geïnd met toepassing van artikel 21ter, § 1, en die worden gestort in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie overeenkomstig artikel 21ter, § 1, 6°); <W 2007-03-16/32, art. 11, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  3° de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie zoals bepaald door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke bijstand aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
  4° de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen met het oog op de naleving van de internationale verbintenissen van België inzake bescherming van het leefmilieu en duurzame ontwikkeling;
  5° de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële klanten, zoals bepaald in artikel 20, § 2.
  6° (de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit voorzien in de programmawet van 8 juni 2008;) <W 2008-12-22/32, art. 32, 3°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (§ 1bis.) Het gedeelte van de elektriciteit geleverd aan eindafnemers en geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen of door eenheden van kwalitatieve warmtekracht-koppeling, wordt vrijgesteld (door de leveranciers en de houders van een toegangscontract) van het deel van deze toeslag bedoeld in 1° en 4°. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van de vrijstelling. <L 2008-12-22/32, art. 32, 4°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  § 2. Wanneer op een verbruikslocatie meer dan 20 MWh/jaar voor professioneel gebruik wordt geleverd, wordt vanaf het jaar 2006 de federale bijdrage voor die eindafnemers, op basis van hun jaarlijks verbruik, als volgt verminderd (door de leveranciers en de houders van een toegangscontract) : <W 2008-12-22/32, art. 32, 5°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 15 procent;
  2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 20 procent;
  3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 25 procent;
  4° voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 45 procent.
  Wanneer per verbruikslocatie en per jaar aan een eindafnemer meer dan 250 000 MWh geleverd wordt, bedraagt de federale bijdrage (, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract,) voor die verbruikslocatie maximum 250 000 euro. <L 2008-12-22/32, art. 32, 6°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  De verminderingen bedoeld in de eerste twee leden gelden voor de elektriciteit afgenomen door alle eindafnemers behalve degenen die geen sectorakkoord of convenant ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen.
  Wanneer blijkt dat een bedrijf dat een sectorakkoord of convenant heeft gesloten en dat de degressiviteit geniet als gevolg van zijn verklaring betreffende de naleving ervan, de verplichtingen van dit akkoord of convenant zoals bepaald door de Gewesten niet naleeft, moet dit bedrijf de bedragen, die wegens de onterechte toepassing van de degressiviteit niet betaald werden, terugbetalen aan de commissie. Daarenboven verliest het bedrijf haar recht op de degressiviteit voor het volgende jaar.
  § 3. Om het totale bedrag te dekken dat uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in § 2 voortvloeit, worden volgende elementen aan de in artikel 21ter, § 1, bedoelde fondsen toegewezen :
  1° de ontvangsten voortvloeiend uit de verhoging van het bijzondere accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004 voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15°, als deze verhoging overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 420, § 3, b), van dezelfde wet gebeurt;
  2° als het totaal van de onder 1° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen;
  3° als het totaalbedrag uit de onder 1° en 2° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen.
  (Voor het jaar 2009, om het totale bedrag te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage, bedoeld in § 2, worden ook toegewezen aan de fondsen, bedoeld in artikel 21ter, § 1, de bedragen, 2 650 000 euro komende van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3 000 000 euro van het fonds voor het passief BP1/BP2.) <W 2008-12-22/32, art. 32, 7°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  De codes van de in dit artikel bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de verordening EEG nr 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de verordening EEG nr 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.
  § 4. Voor elke eindafnemer die, zoals bepaald in paragraaf 2, de degressiviteit geniet mag de jaarlijkse kostprijs van alle maatregelen bedoeld in artikel 7, § 2, en van de in uitvoering van artikel 7, § 1, getroffen bepalingen voor de overname van groene certificaten voor de installaties voor de productie van elektriciteit in de zeegebieden, het bedrag dat door de toepassing van de verminderingen bedoeld in § 2, jaarlijks bespaard wordt, tussen 2006 en 2024 niet overschrijden. De commissie is belast met het toezicht op en de controle van de naleving van deze maatregel. Indien de kostprijs voor het geheel van deze maatregelen het bespaarde bedrag overschrijdt, wordt het voorziene bedrag ter financiering van de degressiviteit proportioneel verhoogd zodat het voordeel van de verminderingen kan behouden worden.
  § 5. (Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt de federale bijdrage verminderd, door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor eindafnemers die van de degressiviteit genieten, op basis van hun jaarlijks verbruik :
  1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 20 %;
  2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 25 %;
  3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 30 %;
  4° voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 55 %.
  Wanneer per verbruikslocatie en op jaarbasis meer dan 250 000 MWh aan een eindafnemer wordt geleverd, bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor deze verbruikslocatie maximum 200 000 euro.) <W 2008-12-22/32, art. 32, 8°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  § 6. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie de in § 2 bedoelde percentages aanpassen. Elk hiertoe genomen besluit wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.

  Art. 21ter. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 64, Inwerkingtreding : 01-10-2005> § 1. (De netbeheerder stort) storten de geïnde federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis, § 1, aan de commissie. De Koning bepaalt, bij besluiten, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bedragen van de federale bijdrage die de commissie doorstort : <W 2008-12-22/32, art. 33, 1°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  1° in een fonds dat beheerd wordt door de commissie en dat bestemd is voor de financiering van haar werkingskosten overeenkomstig artikel 25, § 3;
  2° in het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 3°;
  3° in een fonds ten voordele van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen met het oog op de financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 1°;
  4° in een fonds voor de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, dat beheerd wordt door de commissie, zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 4°;
  5° in een fonds ten gunste van de residentiële beschermde klanten, zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 5°.
  (6° in een organiek begrotingsfonds genaamd "Fonds voor de financiering van de studie over de elektriciteitsbevoorradingsvooruitzichten en van de prospectieve studie betreffende de aardgasbevoorradingszekerheid" dat opgericht is door de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen en beheerd wordt door de Algemene Directie Energie.) <W 2006-12-27/32, art. 73, 016; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  ((7°) <hernummerd door W 2008-12-22/32, art. 33, 2°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009> in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie met het oog op de financiering van de werkingskosten van deze dienst overeenkomstig artikel 27.) <W 2007-03-16/32, art. 12, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  (8° in een organiek begrotingsfonds, " Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit " genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie.) <W 2008-12-22/32, art. 33, 3°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  Voor het bekomen van het bedrag van de federale bijdrage dat voor haar bestemd is, richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen een geldopvraging aan de commissie volgens de nadere regels bepaald in toepassing van § 2, 1°. Op hetzelfde ogenblik richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen aan de Belgische Staat een factuur met hetzelfde bedrag als de geldopvraging, verhoogd met de BTW op dat bedrag. Deze factuur vermeldt de vereffening van het bedrag door de geldopvraging aan de commissie en vraagt de betaling van de BTW. Deze BTW wordt betaald door een voorafname van het fonds bedoeld in het eerste lid, 4°. Bij de ontvangst van de factuur wordt de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën verzocht die voorafname te compenseren door een toewijzing vanuit de BTW-ontvangsten (...). (...). (Na opdracht aan de administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt de voorafname terugbetaald aan het fonds bedoeld in het eerste lid, 4°, ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de maandelijkse BTW-aangifte van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen waarin de factuur is vermeld die de Instelling aan de Belgische Staat gericht heeft voor de betaling van de BTW in het kader van de financiering van de verplichtingen bedoeld in artikel 21bis, § 1, 1°.) <W 2005-12-23/31, art. 64, 013; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
  § 2. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning :
  1° het bedrag en de berekeningswijze en de overige nadere regels van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 1;
  2° de nadere regels voor de betaling van de federale bijdrage voor eindafnemers die niet door alleen maar één leverancier bevoorraad kunnen worden of die hun elektriciteit herverkopen;
  3° (het forfait dat in rekening mag gebracht worden, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt, om de administratieve meerkosten te dekken die zijn verbonden aan de inning van de federale bijdrage, de financiële lasten en de risico's;) <W 2008-12-22/32, art. 33, 4°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  4° de nadere regels voor het beheer van deze fondsen door de commissie;
  5° de nadere regels voor de samenstelling en het bedrag van de bankwaarborg ter honorering van de betaling, die door de leveranciers wordt samengesteld en op het eerste verzoek inroepbaar is;
  6° (de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en van de vrijstelling, bedoeld in artikel 21bis, § 1bis, in het bijzonder de manier waarop de leveranciers en de houders van een toegangscontract deze voorgefinancierde bedragen kunnen recupereren bij de commissie en de nodige bewijzen voor het bekomen van deze terugbetaling.) <W 2008-12-22/32, art. 33, 5°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  § 3. Op voorstel van de commissie bepaalt de Koning de regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsondernemingen van de activiteit bedoeld in artikel 20, § 2, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan.
  § 4. Elk besluit tot vaststelling van het bedrag, de berekeningswijze en de overige nadere regels van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 1, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bevestigd binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding.
  § 5. Voor het jaar 2005, worden de bedragen van de federale bijdrage die door de commissie gestort worden met toepassing van § 1, als volgt vastgelegd :
  1° voor het fonds zoals bedoeld in § 1, 1°, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 februari 2005 tot vaststelling van de bedragen die bestemd zijn voor de financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas voor het jaar 2005;
  2° voor het fonds zoals bedoeld in § 1, 2°, bij artikel 4, § 4, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
  3° voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 3°, bij het koninklijk besluit van 19 december 2003 ter vaststelling van de bedragen bestemd voor de financiering van de nucleaire passiva BP1 en BP2 voor de periode 2004-2008, in uitvoering van artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverleningen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
  4° voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 4°, bij artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverleningen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
  5° voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 5°, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 januari 2005 tot vaststelling van de bedragen voor 2005 van de fondsen die bestemd zijn voor de financiering van de werkelijke kostprijs ingevolge de toepassing van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas aan beschermde residentiële afnemers.

  Art. 21quater. <ingevoegd bij W 2008-12-22/32, art. 34; Inwerkingtreding : 01-01-2009> Onverminderd artikel 26, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008, en artikel 30bis, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren.

  Art. 22. § 1. De wet van 17 juli 1975 op de boekhoudingen de jaarrekening van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, 80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing op de netbeheerder en op de beheerders van de distributienetten, producenten, distributeurs (, leveranciers) en tussenpersonen die vennootschappen of organismen naar Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze ondernemingen specificeert in de toelichting alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar. <W 2003-03-20/49, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  § 2. De ondernemingen bedoeld in §1 die verticaal of horizontaal geïntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor hun productie-, transmissie- en distributieactiviteiten en, in voorkomend geval, voor het geheel van hun activiteiten buiten de elektriciteitssector, zoals zij zouden moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd. (Zij houden ook rekeningen die kunnen geconsolideerd worden voor de andere activiteiten met betrekking tot elektriciteit die niet verbonden zijn met de transmissie of distributie.) <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (Tot 1 juli 2007, houden de in § 1 bedoelde ondernemingen, afzonderlijke rekeningen voor hun leveringsactiviteiten aan in aanmerking komende en niet in aanmerking komende afnemers. De inkomsten uit de eigendom van het transmissienet worden in de boekhouding vermeld.) <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (Wat de gescheiden rekeningen voor hun productieactiviteiten betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen de productie van nucleaire oorsprong en de productie van fossiele of andere oorsprong.) <W 2001-07-16/31, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001>
  De jaarrekening van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat in de toelichting een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten, alsmede de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten in de toelichting bij de jaarrekening worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
  § 3. De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of bepaalde categorieën ervan haar periodiek (boekhoudkundige) gegevens overmaken betreffende (hun gescheiden rekeningen of) hun financiële of commerciële betrekkingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden. <W 2001-07-16/31, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  De commissie kan ondernemingen bedoeld in § 2 toestaan om gegevens van hun analytische boekhouding niet bekend te maken indien de betrokken onderneming aantoont dat de bekendmaking ervan haar concurrentiepositie kan schaden.
  Elk besluit dat voor de elektriciteitssector wordt vastgesteld krachtens artikel 11, 2°, van de voornoemde wet van 17 juli 1975, en elke afwijking die aan ondernemingen uit deze sector wordt toegestaan met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het voorafgaand advies van de commissie.

  HOOFDSTUK Vbis. - Federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. <Ingevoegd bij W 2004-12-27/30, art. 230, Inwerkingtreding : 01-05-2004>

  Art. 22bis. <Ingevoegd bij W 2004-12-27/30, art. 230, Inwerkingtreding : 01-05-2004> § 1. Er wordt een federale bijdrage ingesteld tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt die jaarlijks wordt geheven op de volgende grondslag : de eerste 25 000 MWh/jaar die per afnamepunt afgenomen wordt door eindafnemers aangesloten op het distributienet.
  § 2. Op de in § 1 vermelde grondslag wordt een aanslagvoet ingesteld ten bedrage van :
  (1° 4,91 euro/MWh tot 31 augustus 2009;
  2° 2,50 euro/MWh tot 1 juli 2010;
  3° 0 euro/MWh vanaf 1 juli 2010.) <KB 2007-12-20/13, art. 1, 020; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
  § 3. De in § 2, 2° en 3°, vermelde data en aanslagvoeten (alsmede de termijnen) kunnen bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, aangepast worden. <W 2006-07-20/39, art. 132, 1°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  Het besluit bedoeld in het eerste lid houdt op uitwerking te hebben indien het niet binnen de twaalf maanden na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet is bekrachtigd.
  § 4. De in de vorige paragrafen bedoelde verschuldigde bijdrage wordt geïnd door de beheerders van het distributienet.
  De beheerders van het distributienet kunnen de federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt, onder de vorm van een toeslag op de tarieven voor de aansluiting van het betrokken distributienet toegepast op de belastingplichtigen in functie van het afnamepunt, doorrekenen aan hun klanten, die ze op hun beurt kunnen factureren aan hun klanten totdat de toeslag uiteindelijk gefactureerd wordt aan degene die de MWh voor eigen gebruik verbruikt heeft.
  § 5. Er wordt in de schoot van de CREG een Fonds opgericht dat beheerd wordt door de CREG en dat bestemd is voor de financiering van de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt.
  § 6. Uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het jaar t en 15 januari van het jaar t+1, stort de beheerder van het distributienet telkens een voorschot gelijk aan één vierde van de federale bijdrage die strekt tot dekking van de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in het Fonds bedoeld in § 5.
  Voor het jaar 2004 stort de beheerder van het distributienet uiterlijk op 25 december 2004 de federale bijdrage die strekt tot dekking van de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in het Fonds bedoeld in § 5.
  § 7. Uiterlijk op 30 juni van het jaar t+1, overhandigt de beheerder van het distributienet aan het Fonds het door zijn revisor gecertificeerde overzicht van de gegevens, bedoeld in de eerste paragraaf en van de federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt voor het jaar t-1.
  Indien de uiteindelijke verschuldigde federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt voor het jaar (t-1), groter is dan de som van de vier driemaandelijkse betalingen bedoeld in § 6, wordt het overschot door de beheerder van het distributienet uiterlijk op 30 september van het jaar t+1 aan het Fonds gestort. Indien de door de revisor bij de netbeheerder gecertificeerde opbrengst lager is dan de som van de vier driemaandelijkse betalingen bedoeld in § 5, betaalt het Fonds aan de beheerder van het distributienet het overschot terug uiterlijk op 30 september van het jaar t+1. <W 2006-07-20/39, art. 132, 2°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  § 8. Na eensluidend advies van de regering van het betrokken Gewest bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toewijzing van de opbrengst van de bijdrage bedoeld in de eerste paragraaf.
  (De minister bepaalt :
  1° de nadere regels voor de facturatie van de federale bijdrage aan de leveranciers door de distributienetbeheerders;
  2° de nadere regels voor de facturatie van de federale bijdrage aan de eindafnemers door de leveranciers;
  3° de maatregelen met het oog op de recuperatie van de door de distributienetbeheerders enerzijds en de leveranciers anderzijds geprefinancierde bijdragen.) <W 2006-07-20/39, art. 132, 3°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  § 9. De CREG wordt belast met het beheer en het doorstorten aan de gemeenten van de sommen bestemd voor de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt.
  De CREG maakt jaarlijks, vóór 1 mei, een verslag in verband met het beheer van het Fonds over aan de bevoegde minister.
  Uiterlijk op 15 mei, 15 augustus, 15 november van het jaar t en 15 februari van het jaar t+1, stort de CREG telkens een voorschot gelijk aan één vierde van de federale bijdrage die strekt tot dekking van de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt, rechtstreeks door aan de gemeenten.
  Voor het jaar 2004 stort de CREG, uiterlijk op 15 februari 2005, aan de gemeenten de federale bijdrage die strekt tot dekking van de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt.
  § 10. Voor het toepassen van de grondslag van de federale bijdrage zoals vastgelegd in § 1, worden de beheerders van spoorwegnetten als één enkel afnamepunt beschouwd in ieder Gewest.

  HOOFDSTUK VI. - Reguleringsinstantie, geschillenregeling.

  Art. 23.§ 1. Er wordt een commissie voor de regulering van de elektriciteit, in het Duits " Elektrizitätsregulierungskommission " en afgekort " CRE ", opgericht. De commissie is een autonoom organisme met rechtspersoonlijkheid, met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
  § 2. De commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de elektriciteitsmarkt, enerzijds, en met een algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds.
  Te dien einde zal de commissie :
  1° gemotiveerde adviezen geven en voorstellen voorleggen in de gevallen bepaald door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2° op eigen initiatief of op verzoek van de minister of van een gewestregering onderzoeken en studies uitvoeren in verband met de elektriciteitsmarkt;
  3° [toezicht houden op de transparantie en de mededinging op de elektriciteitsmarkt overeenkomstig artikel 23bis;] <W 2008-06-08/31, art. 85, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  3°bis [de objectief verantwoorde verhouding beoordelen tussen de prijzen en de kosten van een bedrijf, bedoeld in artikel 23ter;] <W 2008-06-08/31, art. 85, 2°, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  4° een bemiddelings- en arbitragedienst inrichten overeenkomstig artikel 28;
  5° [...]; <W 2006-07-20/39, art. 133, 1°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006> <W 2007-03-16/32, art. 13, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  6° de vergunningsaanvragen voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie en nieuwe directe lijnen krachtens de artikelen 4 en 17 onderzoeken en controle uitoefenen op de naleving van de voorwaarden van de afgeleverde vergunningen;
  7° [1 ...]1
  8° controle uitoefenen op de naleving door de netbeheerder van de bepalingen van artikel 9 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  9° controle uitoefenen op de toepassing van het technisch reglement;
  10° (een advies uitbrengen over het ontwikkelingsplan en het toezicht uitoefenen op de uitvoering van dit plan;)
  <W 2005-06-01/32, art. 20, 3°, 010; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
  11° de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1°, en, in voorkomend geval, de toepassing van de afwijkingen toegestaan krachtens artikel 21, eerste lid, 2°, controleren en evalueren;
  12° in voorkomend geval, het mechanisme bedoeld in artikel 7 en het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, beheren;
  (12°bis de maatregelen vastgesteld in toepassing van artikel 7 controleren;) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  13° in voorkomend geval, een methode uitwerken voor de berekening van de kosten en verliezen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, a), en deze berekeningen verifiëren;
  14° de tarieven (bedoeld in artikelen 12 tot 12nonies) goedkeuren; <W 2006-07-01/76, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
  (14°bis erop toezien dat de tarifering voor de levering van elektriciteit gericht is op het algemeen belang en zich in het globale energiebeleid integreert en, in voorkomend geval, de maximumprijzen controleren die toepasselijk zijn op eindafnemers en distributeurs die eindafnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn bevoorraden;) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  15° (de rekeningen) van de ondernemingen van de elektriciteitssector controleren inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 22 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen de productie-, transmissie- en distributieactiviteiten; <W 2005-06-01/32, art. 20, 4°, 010; Inwerkingtreding : 23-03-2006>
  16° (de afwezigheid van kruissubsidies tussen categorieën van afnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn en tussen deze categorieën van afnemers en de in aanmerking komende afnemers controleren;) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  17° alle andere taken uitvoeren die haar door wetten en reglementen betreffende de organisatie van de (...) elektriciteitsmarkt worden toevertrouwd. <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  18° (...) <Ingevoegd bij W 2003-01-31/38, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 10-03-2003 en opgeheven bij W 2005-06-01/32, art. 20, 4°, 010; ED : 01-09-2006>
  (18° controleert de afwezigheid van kruissubsidies wanneer de netbeheerder artikel 8, § 2 toepast.) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (19° er op toezien dat de met name technische en tarifaire toestand van de elektriciteitssector alsook de evolutie van deze sector het algemeen belang beogen en kaderen in het algemene energiebeleid. De Commissie verzekert de permanente monitoring van de elektriciteitsmarkt, zowel op het vlak van de marktwerking als op het vlak van de prijzen. De Koning kan, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de permanente monitoring van de elektriciteitsmarkt nader bepalen;
  20° toezien op de essentiële belangen van de consument en op de correcte toepassing van de openbare dienstverplichtingen door de betrokken ondernemingen.) <W 2008-06-08/31, art. 85, 3°, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  In de gevallen waarin deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van de commissie vereisen, kan deze op eigen initiatief voorstellen doen.
  (Het directiecomité overhandigt zijn adviezen (en voorstellen) aan de minister binnen veertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek, behalve wanneer de minister een langere termijn bepaalt. De minister kan een kortere termijn bepalen voor adviezen aangevraagd in het kader van de artikelen 19 en 32. Op het ogenblik waarop het directiecomité zijn adviezen (en voorstellen) aan de minister overhandigt, maakt het deze ook over aan de Algemene Raad.) <W 2006-07-20/39, art. 133, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  § 3. (Vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar maakt de commissie aan de minister een verslag over met betrekking tot :
  1° de uitvoering van haar opdrachten;
  2° de staat van haar werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva;
  3° de evolutie van de elektriciteitsmarkt.
  De minister maakt dat jaarverslag over aan de federale wetgevende kamers en aan de gewestregeringen. Hij zorgt voor een passende bekendmaking van het verslag.) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (De minister legt aan de Ministerraad een rapport voor met een vergelijkende tabel van de doelstellingen, als geformuleerd in het beleidsplan, en de realisatie ervan tijdens het bedoelde jaar. Wanneer uit de vergelijking blijkt dat de voorgestelde doelstellingen niet zijn gehaald wordt het directiecomité gehoord. Blijkt de daarbij verkregen toelichting onvoldoende verantwoording te verstrekken dan geeft de Ministerraad, op voorstel van de minister, aan het directiecomité, hetzij uitvoeringsrichtlijnen met het oog op het bereiken van de doelstellingen vervat in het goedgekeurde beleidsplan, hetzij concrete beleidsrichtlijnen met het oog op het herformuleren of bijsturen van de doelstellingen vervat in het goedgekeurde beleidsplan. In beide gevallen zullen de aldus geformuleerde uitvoeringsrichtlijnen of concrete beleidsrichtlijnen aanleiding geven tot een aanpassing van het beleidsplan volgens de geëigende besluitvormingsprocedure.) <W 2006-07-20/39, art. 133, 3°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  (§ 4. In het kader van de uitvoering van de taken die aan de commissie zijn toegewezen in uitvoering van § 2, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 15° en 17°, kan de voorzitter van het directiecomité van de commissie de bijstand vorderen van de ambtenaren (van de Algemene Directie Energie en Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie), die gevolmachtigd zijn overeenkomstig artikel 30bis.) <W 2001-07-16/31, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> <W 2005-06-01/32, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 166, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  

  Art. 23bis. <W 2008-06-08/31, art. 86, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008> De Commissie ziet er op toe dat elk elektriciteitsbedrijf, dat elektriciteit levert aan in België gevestigde afnemers, zich onthoudt, afzonderlijk of in overleg met meerdere andere elektriciteitsbedrijven, van elk anti-competitief gedrag of oneerlijke handelspraktijken die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende elektriciteitsmarkt in België.
  Indien de Commissie bij de uitoefening van haar toezichtscontroletaken oneerlijke handelspraktijken of een anti-competitief gedrag vaststelt, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister, met haar bevindingen en desgevallend elke maatregel waarvan zij het nodig acht dat die genomen wordt door haarzelf of door elke andere bevoegde overheid om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende elektriciteitsmarkt in België te verhelpen.
  De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de Raad voor de Mededinging, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
  Wat betreft de oneerlijke handelspraktijken, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.
  De Commissie kan adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die de goede werking en de transparantie op de markt verhoogt en die van toepassing is op alle elektriciteitsbedrijven, actief in België.

  Art. 23ter. <ingevoegd bij W 2008-06-08/31, art. 87; Inwerkingtreding : 26-06-2008> § 1. De prijzen van een elektriciteitsbedrijf dienen op een objectief verantwoorde wijze in verhouding te staan tot de kosten van het bedrijf. De Commissie beoordeelt deze verhouding door ondermeer de kosten en de prijzen van genoemd bedrijf te vergelijken met de kosten en de prijzen van vergelijkbare bedrijven, indien mogelijk ook op internationaal vlak.
  § 2. Als een elektriciteitsbedrijf een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verbonden ondernemingen.
  § 3. Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft en de maatregelen die zij aanbeveelt.
  De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de Raad voor de Mededinging, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke confidentiële informatie mede.
  Wat betreft de discriminatoire prijzen en/of voorwaarden, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.
  Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die van toepassing is op alle elektriciteitsbedrijven, actief in België.

  Art. 24. § 1. De twee organen van de commissie zijn het directiecomité en de algemene raad. Zij stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op dat aan de goedkeuring van de Koning is onderworpen.
  § 2. Het directiecomité staat in voor het operationeel bestuur van de commissie en stelt alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 23, § 2. Het is een college dat beraadslaagt volgens de gewone regels van beraadslagende vergaderingen.
  Het directiecomité bestaat uit een voorzitter en drie andere leden, benoemd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. In afwijking van het voorgaande worden bij de oprichting van de commissie twee leden benoemd voor een aanvankelijke termijn van drie jaar. De voorzitter en de leden van het directiecomité worden gekozen omwille van hun deskundigheid, inzonderheid voor de aangelegenheden (die onder hun bevoegdheid vallen : de voorzitter wat betreft het management van de commissie, de leden wat betreft de directies die zij moeten leiden). <W 2006-07-20/39, art. 134, 1°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  Bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de onverenigbaarheden met het mandaat van voorzitter of lid van het directiecomité en de regels die van toepassing zijn op belangenconflicten. (...). <W 2006-07-20/39, art. 134, 2°, 015; Inwerkingtreding : 11-12-2006>
  (De Koning bepaalt, na overleg met de voorzitter en de leden van het directiecomité, de bezoldiging van de voorzitter en de leden van het directiecomité. De Koning kan deze bevoegdheid delegeren aan de minister bevoegd voor energie. Met uitzondering van de voorzitter beschikken de leden van het directiecomité over een identieke bezoldiging. Worden als behorend tot de bezoldiging beschouwd, benevens de bezoldiging in strikte zin : elk voordeel of elke vergoeding die aan de voorzitter en de leden van het directiecomité van de commissie worden toegekend wegens of naar aanleiding van de uitoefening van hun mandaat, met inbegrip van een dertiende maand en een groepsverzekering.) <W 2006-07-20/39, art. 134, 2°, 015; Inwerkingtreding : 11-12-2006>
  § 3. (...) de algemene raad (...) is samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale regering, van werknemers-, werkgevers- (, middenstandsorganisaties en milieuverenigingen,), en van producenten, (van de netbeheerder,) (distributienetbeheerders, tussenpersonen, leveranciers) en verbruikers. De gewestregeringen worden uitgenodigd om vertegenwoordigers af te vaardigen. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na raadpleging van de gewestregeringen, bepaalt de Koning de samenstelling en de werking van de algemene raad. <W 2001-07-16/31, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> <W 2003-03-20/49, art. 26, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> <W 2005-06-01/32, art. 21, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> <W 2006-07-20/39, art. 134, 3°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  (De Algemene Raad heeft als taak :
  1° op eigen initiatief of op verzoek van de minister richtsnoeren te bepalen voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2° binnen 40 dagen na ontvangst van het verzoek vanwege het directiecomité een advies te formuleren betreffende elke kwestie die hem door het directiecomité wordt voorgelegd; het directiecomité kan op gemotiveerde wijze de algemene raad verzoeken dit advies binnen een kortere termijn te verstrekken voor kwesties met betrekking tot adviezen gevraagd in het kader van de artikelen 19 en 32, te dien einde kunnen buitengewone vergaderingen van de Algemene Raad worden georganiseerd; bij ontstentenis van een tijdig advies, wordt dit geacht gunstig te zijn wat betreft de door het directiecomité in voorkomend geval ingenomen standpunten;
  3° een discussieforum te zijn over de doelstellingen en strategieën van het energiebeleid.) <W 2006-07-20/39, art. 134, 4°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  De algemene raad kan het directiecomité om studies of adviezen vragen.

  Art. 25. § 1. (De diensten van de commissie zijn in een voorzitterschap en drie directies georganiseerd. De drie directies zijn de volgende :) <W 2006-07-20/39, art. 135, 1°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  1° (...) <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  1° (vroeger 2°) een directie voor de technische werking van de markt die inzonderheid verantwoordelijk is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 6° tot 11°; <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  2° (vroeger 3°) (een directie voor de controle op de prijzen en de rekeningen die inzonderheid verantwoordelijk is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 12°bis tot 16 en 18°;) <W 2003-03-20/49, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  3° (vroeger 4°) een administratieve directie die inzonderheid verantwoordelijk is voor het administratief en financieel beheer van de commissie, de juridische studies, de documentatie en, in voorkomend geval, het beheer van het mechanisme bedoeld in artikel 7 en van het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°. <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  § 2. Het personeel van de commissie wordt aangeworven en tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten beheerst door de wet van 3 juli 1978 betreffende de eidsovereenkomsten.
  § 3. De werkingskosten van de commissie worden gedekt door de bijdragen voor haar tussenkomsten krachtens de artikelen 4, 17 en 28 en (door de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis), ten belope van de bedragen en volgens de nadere regels bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. <W 2006-07-20/39, art. 135, 3°, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  (In afwachting dat aan het eerste lid uitvoering is gegeven, worden de werkingskosten van de commissie gedekt door een toeslag op de tarieven die degene die, in afwachting van de aanduiding van de netbeheerder overeenkomstig artikel 10, het transmissienet in opdracht van de neteigenaars beheert, werkelijk aanrekent voor de aansluiting op het transmissienet en het gebruik ervan, alsmede op de tarieven voor de ondersteunende diensten die hij levert, ten belope van de bedragen en volgens de nadere regels bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2000-08-12/62, art. 229, 002; Inwerkingtreding : 10-09-2000>
  § 4. De commissie wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en reglementen betreffende de belastingen, heffingen, rechten en vergoedingen van de Staat, de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten.
  (§ 5. De commissie duidt, mits instemming van de minister, een bedrijfrevisor aan. Deze bedrijfsrevisor mag geen functie vervullen bij de netbeheerder, de distributienetbeheerders alsook bij de producenten, distributeurs en tussenpersonen.
  De bedrijfsrevisor aangeduid overeenkomstig eerste lid controleert de financiële toestand en de jaarrekeningen van de commissie alsook de regelmatigheid van de verrichtingen te constateren in de jaarrekeningen ten aanzien van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, van deze wet en van hun uitvoeringsbesluiten.
  Het ontwerp van begroting van de commissie wordt opgemaakt door het directiecomité en vóór 30 oktober van het jaar voorafgaand waarop ze betrekking heeft (, samen met een beleidsplan, opgesteld door het directiecomité), voorgelegd ter goedkeuring aan de Ministerraad. <W 2006-07-20/39, art. 135, 4°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  De jaarrekeningen, vergezeld van het verslag van de bedrijfsrevisor opgesteld op basis van het tweede lid, worden door de commissie meegedeeld aan de minister, vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar.) <W 2003-03-20/49, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  (§ 6. De commissie is onderworpen aan de wet van 29 oktober 1846 betreffende de inrichting van het Rekenhof.) <W 2005-06-01/32, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>

  Art. 26. § 1. Bij de uitvoering van de taken die haar worden opgelegd, kan de commissie van de netbeheerder en de distributienetbeheerders, alsook van de producenten, distributeurs (, leveranciers) en tussenpersonen die actief zijn op de Belgische markt, alle nodige inlichtingen vorderen (voorzover zij haar aanvraag motiveert). Zij kan overgaan tot een controle van hun rekeningen ter plaatse. <W 2003-03-20/49, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003> <W 2005-06-01/32, art. 23, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (Vanaf 1 januari 2003, kan de commissie ook van hen en van het controlecomité voor de Elektriciteit en het Gas, onverminderd de opdrachten die aan deze laatste toegewezen worden, de informatie vorderen die nodig is voor de voorbereiding van haar tarievenbeleid in het kader van de toepassing van de haar in artikel 23, punten 14°bis , 15 en 16 toegewezen opdracht;) <W 2003-03-20/49, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (§ 1bis. Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 23bis en 23ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn :
  1° vanwege de elektriciteitsbedrijven elke inlichting verkrijgen, onder welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
  2° van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
  3° de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgezonden;
  4° bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiëren.) <W 2008-06-08/31, art. 88, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  § 2. De leden van de organen en de personeelsleden van de commissie zijn gebonden door het beroepsgeheim; zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de commissie, aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen en onverminderd § 3 en de uitwisseling van informatie (met de reguleringsinstanties voor elektriciteit en voor gas van de gewesten en van andere lidstaten van de Europese Unie). <W 2006-07-20/39, art. 136, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  Elke overtreding van het eerste lid wordt gestraft met de straffen bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van hetzelfde Wetboek zijn van toepassing.
  § 3. (...) <W 2003-03-20/49, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>

  Art. 27.<W 2007-03-16/32, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007> § 1. Er wordt een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid, " ombudsdienst voor energie ", " Ombudsstelle für Energie " genaamd in het Duits, opgericht die bevoegd is voor de verdeling van vragen en klachten betreffende het functioneren van de elektriciteitsmarkt en voor de behandeling van alle geschillen tussen een eindafnemer en een elektriciteitsbedrijf inzake aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren krachtens artikel 6, § 1, VI, vierde en vijfde lid en VII, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  De ombudsdienst voor energie is belast met de volgende opdrachten :
  1° het beoordelen en onderzoeken van alle vragen en klachten van eindafnemers die betrekking op de activiteiten van een elektriciteitsbedrijf en op het functioneren van de elektriciteitsmarkt. De ombudsdienst maakt op grond van de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gewestelijke overheden de vragen en klachten over aan de terzake bevoegde gewestelijke overheidsdienst wanneer de vragen en klachten geheel betrekking hebben op een gewestelijke bevoegdheid.
  De vragen van de eindafnemers worden ingediend bij de ombudsdienst voor energie per brief, per fax, met de elektronische post of telefonisch. De antwoorden op deze vragen worden per brief, per fax of met de elektronische post verstuurd.
  De klachten van de eindafnemers worden ingediend bij de ombudsdienst voor energie per brief, per fax of met de elektronische post en zijn slechts ontvankelijk wanneer de aanklager voorafgaandelijk bij het betrokken bedrijf stappen heeft ondernomen. De ombudsdienst voor energie mag weigeren een klacht te behandelen wanneer die klacht meer dan één jaar voordien werd ingediend bij het betrokken bedrijf. Indien de klacht van een eindafnemer door de ombudsdienst voor energie ontvankelijk wordt verklaard, wordt de inningprocedure door het elektriciteitsbedrijf opgeschort tot de ombudsdienst voor energie hetzij een aanbeveling heeft geformuleerd, zoals bedoeld in 3°, hetzij een minnelijke schikking heeft bereikt, zoals bedoeld in 2°;
  2° te bemiddelen tussen de eindafnemer en het elektriciteitsbedrijf met het oog op het vergemakkelijken van een minnelijke schikking;
  3° een aanbeveling te formuleren ten aanzien van het elektriciteitsbedrijf ingeval geen minnelijke schikking kan worden bereikt. Een afschrift van de aanbeveling wordt naar de klager gestuurd. In geval het elektriciteitsbedrijf zich niet kan vinden in de aanbeveling, beschikt het over een termijn van 20 werkdagen om zijn beslissing te verantwoorden. Deze met redenen omklede beslissing wordt verstuurd naar de klager en naar de ombudsdienst voor energie;
  4° op eigen initiatief of op verzoek van de minister, adviezen uitbrengen in het kader van zijn opdrachten.
  § 2. De ombudsdienst voor energie kan, in het kader van een bij hem ingediende klacht, ter plaatse kennis nemen van de boeken, briefwisseling, verslagen en, in het algemeen, van alle documenten en alle geschriften van het elektriciteitsbedrijf die rechtstreeks te maken hebben met het voorwerp van de klacht. De dienst kan van de bestuurders, agenten en aangestelden van het elektriciteitsbedrijf alle nodige uitleg en informatie vorderen en alle verificaties uitvoeren die nodig zijn voor zijn onderzoek.
  De aldus verkregen informatie wordt op een vertrouwelijke manier door de ombudsdienst voor energie behandeld, wanneer de bekendmaking ervan schade zou kunnen toebrengen aan het elektriciteitsbedrijf op algemeen vlak. Elke overtreding van deze alinea wordt gestraft met de straffen bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van hetzelfde Wetboek zijn van toepassing.
  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden krijgt de ombudsdienst voor energie van geen enkele overheid instructies. Onduidelijkheden of meningsverschillen met betrekking tot de kwestie of een vraag of klacht tot de federale of regionale bevoegdheid behoort worden in overleg met het bevoegde Gewest geregeld overeenkomstig de procedure voorzien in het huishoudelijk reglement van de ombudsdienst voor energie.
  De leden van de ombudsdienst voor energie mogen zich laten bijstaan door deskundigen.
  Het onderzoek van de klacht wordt beëindigd wanneer omtrent het voorwerp van de klacht een rechtsvordering wordt ingesteld of een arbitrageprocedure wordt aangevat.
  § 3. De ombudsdienst voor energie bestaat uit twee leden die door de Koning benoemd zijn bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. De leden behoren tot een verschillende taalrol.
  De kandidaat-leden worden opgeroepen tot indiening van hun kandidaturen bij bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  Het lid van de ombudsdienst voor energie dat zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enig andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld, overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut, voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddenverhoging en blijft hij onderworpen aan hetzelfde sociale zekerheidsstelsel dat op hem van toepassing is in de dienst van oorsprong.
  Indien het lid van de ombudsdienst voor energie zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een contractuele band bevindt met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en blijft hij onderworpen aan hetzelfde sociale zekerheidsstelsel dat op hem van toepassing is in de dienst van oorsprong.
  De ombudsdienst voor energie handelt als college. Niettemin mogen de leden elkaar onderling delegaties verlenen via een collegiale beslissing, goedgekeurd door de minister.
  Om als lid van de ombudsdienst voor energie te worden benoemd, moet men :
  1° de Belgische nationaliteit bezitten;
  2° van onberispelijk gedrag zijn en de burgerlijke en politieke rechten genieten;
  3° houder zijn van een diploma dat bij de Rijksbesturen toegang geeft tot een ambt van niveau 1;
  4° gedurende een periode van drie jaar voor de benoeming geen mandaat of functie hebben bekleed in een elektriciteitsbedrijf of ermee verbonden onderneming.
  Het lidmaatschap van de ombudsdienst voor energie is onverenigbaar met :
  1° een bezoldigd openbaar mandaat;
  2° een bij verkiezingen verleend openbaar mandaat;
  3° het beroep van advocaat;
  4° het ambt van notaris, magistraat of gerechtsdeurwaarder;
  5° een mandaat of functie in een elektriciteitsbedrijf of ermee verbonden onderneming.
  Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de regels die van toepassing zijn op belangenconflicten en de basisprincipes van hun bezoldiging.
  De leden van de ombudsdienst voor energie kunnen slechts om wettige reden worden ontslagen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 4. De leden van de ombudsdienst genieten voor de duur van hun functies dezelfde pensioenregeling als de vast benoemde personeelsleden van de Staat. Dit pensioen valt ten laste van de Staatskas.
  Voor de opening van het recht op het in het eerste lid bedoelde pensioen en voor de berekening ervan, komen enkel de diensten gepresteerd als lid van de ombudsdienst in aanmerking. Deze diensten mogen niet in aanmerking genomen worden noch voor de opening van het recht op een ander pensioen van de overheidssector, noch voor de berekening ervan.
  § 5. De personeelsleden van de ombudsdienst voor energie worden aangeworven en tewerkgesteld krachtens de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of krachtens de voorwaarden zoals voorzien bij een koninklijk besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad.
  Het personeelslid van de ombudsdienst voor energie dat zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enig andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld, overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut, voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddenverhoging en blijft hij onderworpen aan hetzelfde sociale zekerheidsstelsel dat op hem van toepassing is in de dienst van oorsprong.
  § 6. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de regels betreffende de werking van de ombudsdienst voor energie.
  De leden van de ombudsdienst voor energie stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op dat aan de goedkeuring van de minister is onderworpen.
  § 7. Het bedrag van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie wordt jaarlijks bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van een begrotingsvoorstel opgesteld door de leden van de ombudsdienst voor energie. Het begrotingsvoorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Ministerraad voor 30 oktober van het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat.
  § 8. [1 Voor het eerste werkingsjaar 2010]1 worden de bedragen van de federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis, § 1, en die door de commissie in het jaar 2005 zijn geïnd met toepassing van artikel 21ter, § 1, gestort in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie overeenkomstig artikel 21ter, § 1, 6°. Het bedrag bestemd voor de dekking van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie voor het jaar 2005 wordt vastgesteld op 832.054 euro.
  § 9. Om de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie te dekken, betalen de elektriciteits- en gasondernemingen vanaf het tweede werkingsjaar jaarlijks aan de ombudsdienst voor energie een bijdrage begroot op basis van de kosten voor de financiering van de ombudsdienst voor energie, " ombudsbijdrage " genoemd.
  § 10. Jaarlijks bepaalt de ombudsdienst voor energie het bedrag van de ombudsbijdrage, verschuldigd door elke elektriciteits- en gasonderneming.
  Voor het tweede en derde werkingsjaar wordt de ombudsbijdrage per elektriciteits- en gasonderneming begroot op basis van het gemiddeld aantal klanten van het jaar voorafgaand aan de vaststelling van de ombudsbijdrage.
  Vanaf het vierde en de daaropvolgende werkingsjaren wordt de ombudsbijdrage per elektriciteits- en gasonderneming begroot enerzijds op basis van het gemiddeld aantal klanten van het afgelopen jaar voorafgaand de vaststelling van de ombudsbijdrage, de vaste ombudsbijdrage genoemd en anderzijds op basis van het aantal ingediende klachten in het afgelopen werkingsjaar, de variabele ombudsbijdrage genoemd.
  § 11. De elektriciteits- en gasondernemingen delen de in § 10 bedoelde gegevens uiterlijk op 30 juni aan de ombudsdienst voor energie mee.
  § 12. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning de nadere regels bepalen voor de berekening van de ombudsbijdragen.
  Elk besluit dat krachtens voorgaand lid wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  § 13. De ombudsbijdragen moeten uiterlijk op 30 september van het jaar waarvoor zij verschuldigd zijn, worden betaald op het rekeningnummer dat door de ombudsdienst voor energie is opgegeven.
  De bijdragen die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum geven van rechtswege en zonder ingebrekestelling aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief verhoogd met 2 %. Deze intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand.
  Ten laatste één maand voor de vervaldatum deelt de ombudsdienst voor energie aan de elektriciteits- en gasondernemingen het bedrag mee van de verschuldigde bijdragen.
  § 14. De ombudsdienst voor energie deelt ieder jaar zijn rekeningen voor controle mede aan het Rekenhof.
  § 15. Elk jaar, vóór 1 mei, bezorgt de ombudsdienst voor energie aan de minister een verslag van zijn activiteiten. Het verslag vermeldt inzonderheid de verschillende klachten of typen klachten, een duidelijke opdeling naargelang de klachten en vragen betrekking hebben op federale of gewestelijke bevoegdheden, en het gevolg dat werd gegeven aan die klachten, zonder de aanklagers rechtstreeks of onrechtstreeks te identificeren. De minister maakt het verslag over aan de Wetgevende Kamers. Het wordt ter beschikking gesteld van het publiek.
  [1 § 16. In afwijking van § 3, vijfde lid, § 6, tweede lid, en § 7, en wanneer slechts een van de twee leden van de ombudsdienst benoemd is, is dat lid gemachtigd de bevoegdheden waarin dit artikel voorziet, alleen uit te oefenen.
   Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer een van de leden van de ombudsdienst zich in de onmogelijkheid bevindt zijn ambt uit te oefenen.]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-30/01, art. 15, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2010>

  Art. 28.[1 De commissie richt een bemiddelings- en arbitragedienst in voor geschillen betreffende transmissieaangelegenheden. Deze geschillen kunnen onder meer de toegang tot het transmissienet, de toepassing van het technisch reglement en de tarieven bedoeld in artikelen 12 tot 12novies betreffen.]1 De commissie neemt het secretariaat van deze dienst waar. De Koning stelt er het reglement van vast op voorstel van de commissie, en de minister stelt een lijst op van deskundigen die als bemiddelaars of als arbiters kunnen optreden. De leden van de organen en de personeelsleden van de commissie kunnen niet als arbiters worden aangewezen. <W 2005-07-27/32, art. 3, 011 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 167, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>

  Art. 29.[1 § 1. Binnen de commissie wordt een autonoom orgaan opgericht, Geschillenkamer genoemd, dat, op verzoek van één van de partijen, beslist over geschillen tussen de netbeheerder en de netgebruikers betreffende de toegang tot het transmissienet en de tarieven bedoeld in artikelen 12 tot 12novies , behalve geschillen inzake contractuele rechten en verbintenissen.
   § 2. De Geschillenkamer bestaat uit een voorzitter, twee andere leden en drie plaatsvervangers, benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. In afwijking van het voorgaande worden bij de oprichting van de Geschillenkamer één lid en één plaatsvervanger benoemd voor een aanvankelijke termijn van twee jaar en één lid en één plaatsvervanger voor een aanvankelijke termijn van vier jaar.
   De voorzitter en één plaatsvervanger worden aangewezen onder de magistraten van de rechterlijke orde; de andere leden en plaatsvervangers worden aangewezen omwille van hun deskundigheid inzake mededinging. De leden en de plaatsvervangers mogen niet onder de leden van de organen en de personeelsleden van de commissie worden gekozen. De Koning bepaalt het bedrag van de vergoedingen die hun worden toegekend.
   § 3. De Geschillenkamer beslist met een gemotiveerde administratieve beslissing over de aangelegenheden die bij haar aanhangig worden gemaakt, na de betrokken partijen te hebben gehoord. Zij kan overgaan of doen overgaan tot alle nuttige onderzoeken en kan, indien nodig, deskundigen aanwijzen en getuigen horen. Zij kan bewarende maatregelen opleggen in dringende gevallen.
   Bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, bepaalt de Koning de procedureregels die van toepassing zijn voor de Geschillenkamer.]1
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 168, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>

  HOOFDSTUK VIbis. - Rechtsmiddelen tegen de beslissingen genomen door de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Afdeling 1. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van het hof van beroep te Brussel. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 29bis. (NOTA : oude artikel 29bis is 29octies geworden) <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> § 1. Er kan een beroep worden ingesteld bij het hof van beroep te Brussel zetelend zoals in kort geding, door elke persoon die een belang aantoont, tegen de hierna opgesomde beslissingen van de Commissie :
  1° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 8°, betreffende de controle op de naleving door de netbeheerder van de bepalingen van artikel 9 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, betreffende de controle op de toepassing van het technisch reglement bedoeld in artikel 11 en de uitvoeringsbesluiten ervan (met uitzondering van de beslissingen bedoeld in artikel 29ter); <Erratum, B.S. 02-02-2007, p. 5514>
  3° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 10°, betreffende de controle op de uitvoering door de netbeheerder van het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  4° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 11°, betreffende de controle op en de evaluatie van de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° en de uitvoeringsbesluiten ervan en, desgevallend, betreffende de toepassing van de afwijkingen die zijn toegestaan krachtens artikel 21, eerste lid, 2°, en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  5° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 13°, betreffende de goedkeuring van de berekeningsmethode en de controle van de berekeningen van de kosten en verliezen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, a) en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  6° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 14°, betreffende de goedkeuring (van de tarieven bedoeld in artikelen 12 tot 12novies en de uitvoeringsbesluiten ervan); <W 2006-07-01/76, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 12-01-2007> <Erratum, B.S. 02-02-2007, p. 5514>
  7° de beslissingen genomen met toepassing van de opdracht die zij uitoefent krachtens artikel 23, § 2, tweede lid, 14°bis, betreffende het toezicht op het feit dat de tarifering voor de levering van elektriciteit gericht is op het algemeen belang en zich in het globale energiebeleid integreert en in voorkomend geval betreffende het toezicht op de maximumprijzen die toepasselijk zijn op eindafnemers en distributeurs die eindafnemers bevoorraden die geen in aanmerking komende afnemers zijn;
  8° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 15°, betreffende de controle van de rekeningen van de ondernemingen uit de elektriciteitssector bedoeld in artikel 22 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  9° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 31 (om een administratieve boete op te leggen). <W 2006-07-20/39, art. 137, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  § 2. De grond van de zaak wordt voorgelegd aan het hof van beroep van Brussel dat uitspraak doet met volle rechtsmacht.

  Afdeling 2. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van de Raad voor de Mededinging. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 29ter. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> Er kan een beroep worden ingesteld bij de Raad voor de Mededinging door elke persoon die een belang aantoont, tegen de beslissingen van de Commissie, genomen in toepassing van artikel 23, 2, tweede lid, 9°, betreffende de controle op de toepassing van het technisch reglement bedoeld in artikel 11 en de uitvoeringsbesluiten ervan, voorzover de beslissing de goedkeuring, de aanvraag tot herziening of de weigering tot goedkeuring betreft van :
  1° de beslissingen van de netbeheerder betreffende de toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15, behalve in geval van contractuele rechten en verbintenissen;
  2° de allocatiemethode of methoden voor de toewijzing van de beschikbare capaciteit op de interconnectoren voor de elektriciteitsuitwisselingen met de buitenlandse transmissienetten.

  Art. 29quater. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 67 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> § 1. Het beroep bedoeld in artikel 29bis, heeft geen schorsende werking, tenzij het ingesteld is tegen een beslissing van de commissie tot het opleggen van een administratieve geldboete. Het hof van beroep te Brussel waarbij een dergelijk beroep aanhangig wordt gemaakt, kan evenwel, alvorens recht te doen, de schorsing bevelen van de tenuitvoerlegging van de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep als de aanvrager ernstige middelen inroept die de vernietiging of hervorming van de beslissing mogelijk kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof spreekt zich onverwijld uit over de vordering tot schorsing.
  § 2. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet ter kennis is gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
  § 3. Binnen drie werkdagen volgend op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt het verzoekschrift door de griffie van het hof van beroep per gerechtsbrief ter kennis gebracht aan alle partijen die door de verzoeker in het geding zijn geroepen. Bovendien vraagt de griffie van het hof van beroep binnen dezelfde termijn aan het directiecomité van de commissie om het administratief dossier met betrekking tot de aangevochten beslissing toe te sturen. De toezending moet gebeuren binnen vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag. De partijen kunnen het administratief dossier raadplegen ter griffie van het hof van beroep vanaf de neerlegging ervan tot de sluiting van de debatten.
  § 4. Op ieder ogenblik kan het hof van beroep te Brussel ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beïnvloed dreigt te worden door de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep, uitnodigen in het geding tussen te komen.
  § 5. Deel IV, Boek II, Titel III, Hoofdstuk VIII van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de procedure voor het hof van beroep te Brussel.
  § 6. Het hof van beroep te Brussel stelt de termijnen vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen meedelen en een kopie ervan neerleggen ter griffie. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
  Het hof van beroep te Brussel beslist binnen een termijn van zestig dagen na de neerlegging van het in § 2 beoogde verzoekschrift.

  Art. 29quinquies. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 68 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> § 1. Het beroep ingesteld bij de Raad voor de Mededinging is onderworpen aan de onderzoeksbepalingen en procedureregels met betrekking tot de restrictieve mededingingspraktijken, zoals bepaald in (de wetten van 10 juni 2006 tot bescherming van de economische mededinging en tot oprichting van een Raad voor de Mededinging). <W 2006-07-20/39, art. 116, 1°, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2006>
  § 2. Het beroep wordt ingesteld bij de Raad voor de Mededinging binnen een termijn van dertig dagen vanaf de betekening van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet is betekend, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan.
  (De Raad voor de Mededinging, opgericht door de wet van 10 juni 2006, beslist binnen een termijn van vier maanden.) <W 2006-07-20/39, art. 116, 2°, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2006>

  HOOFDSTUK VIter. - Bevoegdheid tot schorsing door de Ministerraad. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 29sexies. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> § 1. De Ministerraad kan, op voorstel van de minister, bij gemotiveerd besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de tenuitvoerlegging schorsen van de beslissingen genomen met toepassing van artikel 12 en zijn uitvoeringsbesluiten waarmee de commissie de wet schendt of het algemeen belang schaadt, alsook van de beslissingen die de Ministerraad strijdig acht met de krachtlijnen van 's lands energiebeleid, hierbij inbegrepen de doelstellingen van de regering inzake de bevoorrading van het land in energie.
  De commissie brengt de Ministerraad op de hoogte van de beslissingen beoogd in het voorgaande lid onmiddellijk na het aannemen van deze beslissingen.
  Het besluit tot schorsing wordt genomen binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de beslissing van de commissie door de Ministerraad. Het wordt dadelijk bekendgemaakt aan de commissie en aan de belanghebbenden.
  De commissie wijzigt de geschorste beslissing binnen vijftien dagen, te rekenen vanaf de schorsing ervan, in overeenstemming met het met redenen omkleed besluit bedoeld in het eerste lid.
  § 2. Het instellen van beroep tegen de beslissing van de Ministerraad is ontvankelijk wanneer tezelfdertijd beroep wordt ingesteld tegen de gewijzigde beslissing van de commissie.
  § 3. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, legt de Koning de nadere regels van de in § 1 beschreven procedures vast.

  HOOFDSTUK VIquater. - Openbaarheid van de beslissingen van de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 29septies. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> De definitieve versies van de beslissingen van het directiecomité of de algemene raad van de commissie zijn openbaar en worden gepubliceerd op de website van de Commissie, www.creg.be, behoudens andersluidende beslissing van de organen van de Commissie die de beslissing hebben genomen.

  Art. 29octies. (oude art. 29bis; als 29octies vernummerd bij W 2005-07-27/32, art. 5; Inwerkingtreding : 01-02-2006) <Ingevoegd bij W 2001-07-16/31, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> § 1. De Koning kan op voorstel van de minister en tegen de voorwaarden die Hij bepaalt, de verplichting opleggen aan het geheel of aan objectief omschreven categorieën van operatoren op de energiemarkten, om aan (de Algemene Directie Energie), mededeling te doen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van energiebalansen, alsook voor het periodiek opmaken van vooruitzichten op korte, middellange en lange termijn, die toelaten om de energieprestaties van het land te situeren in het internationaal kader en de behoeften te evalueren die zijn verbonden met de dekking van zijn energiebevoorrading en met de vermindering van zijn afhankelijkheid van energie, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de commissie op het vlak van het verzamelen van gegevens bij de operatoren. <W 2005-06-01/32, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> <W 2005-07-27/32, art. 5, 011 ; ED : 01-02-2006>
  § 2. De ambtenaren van (de Algemene directie Energie) zijn onderworpen aan het beroepsgeheim. De vertrouwelijkheid wordt gewaarborgd voor de individuele gegevens, verkregen in het kader van § 1. Elk gebruik van de verzamelde gegevens voor andere doeleinden dan die welke bepaald zijn in § 1, is verboden. <W 2005-06-01/32, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  Elke inbreuk op het eerste lid wordt bestraft met de straffen, bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.

  HOOFDSTUK VII. - Sancties, opheffings- en slotbepalingen.

  Art. 30. § 1. Worden gestraft met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van vijftig tot twintigduizend frank of met één van deze straffen alleen :
  1° zij die de verificaties en onderzoeken van de commissie of van de Beroepskamer krachtens deze wet hinderen, weigeren hun informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mee te delen krachtens deze wet, of hun bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;
  2° zij die de bepalingen van de artikelen 4, § 1, eerste lid, of 17, § 1, overtreden.
  § 2. De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van twintigduizend frank niet overschrijden.
  § 3. De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bepaald in §§ 1 en 2. De vennootschappen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten waarvoor hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers wegens dergelijke inbreuken worden veroordeeld.

  Art. 30bis. <W 2008-12-22/32, art. 67, 023; Inwerkingtreding : 29-12-2008> § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. Hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.
  De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen.
  Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht.
  § 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn voor de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
  De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op het artikel 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° en 20°, op het artikel 23bis, op het artikel 23ter en op het artikel 26, § 1, wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de Commissie bedoeld in artikelen 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° en 20°, 23bis en 23ter, en op het artikel 26, § 1bis van deze wet en op haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;
  3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;
  4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de commissie.
  Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden gesteld.
  De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.
  De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal.

  Art. 31. Onverminderd de andere door deze wet voorziene maatregelen, kan de commissie elke in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon verplichten tot naleving van specifieke bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan binnen de termijn bepaald door de commissie. Indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn in gebreke blijft, kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete opleggen. De geldboete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan vijftigduizend frank, noch hoger zijn dan vier miljoen frank, noch, in totaal, hoger zijn dan tachtig miljoen frank of 3 procent van de omzet die de betrokken persoon heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatste afgesloten boekjaar, indien dit laatste bedrag hoger is. De geldboete wordt ten gunste van de Schatkist geïnd door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, der registratie en domeinen.
  (De administratieve geldboetes die de commissie aan de netbeheerder oplegt, worden niet opgenomen in de kosten bedoeld in artikel 12, § 2, 2°, maar worden in mindering gebracht van de billijke winstmarge bedoeld in artikel 12, § 2, 3°.) <W 2003-01-14/36, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 10-03-2003>

  Art. 32. In geval van een plotse crisis op de energiemarkt of wanneer de fysieke veiligheid van personen, de veiligheid of betrouwbaarheid van uitrusting of installaties of de integriteit van het transmissienet wordt bedreigd, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, de nodige beschermingsmaatregelen nemen, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen van de bepalingen van deze wet.

  Art. 33. De vennootschappen (...) met een sterke positie op de Belgische elektriciteitsmarkt dragen er zorg voor om in hun intern besluitvormingsproces aangepaste mechanismen in te bouwen teneinde te vermijden dat belangenconflicten in hoofde van verbonden of geassocieerde ondernemingen ertoe leiden dat beslissingen of strategieën worden aangenomen die de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming kunnen schaden. <W 2005-06-01/32, art. 26, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  De commissie doet aanbevelingen ter invulling van wat in het eerste lid is bepaald; zij inspireert zich hierbij op de beste praktijken van deugdelijk vennootschapsbestuur. De betrokken vennootschappen lichten de commissie in over het gevolg dat zij aan deze aanbevelingen geven; in voorkomend geval lichten zij haar de specifieke redenen toe op grond waarvan zij menen er van af te moeten wijken.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt een onderneming geacht een sterke positie te hebben op de Belgische elektriciteitsmarkt wanneer zij een aandeel heeft van meer dan 25 procent van deze markt of een segment ervan.

  Art. 34. Het Nationaal Comité voor de Energie wordt opgeheven. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, regelt de Koning de ontbinding van deze instelling en alle kwesties waartoe deze aanleiding geeft, inzonderheid de overdracht van haar bevoegdheden, haar personeel en haar goederen, rechten en verplichtingen.

  Art. 35. De artikelen 168, 169 en 173, § 1, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 worden opgeheven.

  Art. 36. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, kan de Koning de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen, of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, en die de organisatie of de werking van de elektriciteitsmarkt betreffen.
  De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.

  Art. 36bis. (opgeheven) <W 2006-02-13/41, art. 21, 014; Inwerkingtreding : 10-03-2006>

  Art. 37. <W 2005-06-01/32, art. 27, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> § 1. De Koning kan de bepalingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  § 2. Te dien einde kan Hij :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
  4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
  De coördinatie krijgt het volgende opschrift : " Elektriciteitswetboek ".

  Art. 38. De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet. (NOTA : Zie 1999-05-03/36).
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 29 april 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Landsverdediging, belast met Energie,
  J.-P. PONCELET
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 30-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 12novies; 27)
  • BEELD
  • WET VAN 06-05-2009 GEPUBL. OP 19-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 17; 23) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • WET VAN 06-05-2009 GEPUBL. OP 19-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 9TER; 13; 23; 28; 29)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 21BIS-21QUATER; 30BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • BEELD
  • WET VAN 08-06-2008 GEPUBL. OP 16-06-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 23BIS; 23TER; 26; 12OCTIES)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-12-2007 GEPUBL. OP 12-02-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 22BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 21-12-2007 GEPUBL. OP 31-12-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • BEELD
  • WET VAN 16-03-2007 GEPUBL. OP 26-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 12QUAT; 21BIS; 21TER; 23; 27)
  • BEELD
  • WET VAN 01-07-2006 GEPUBL. OP 12-01-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 29BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2006 GEPUBL. OP 28-12-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 21BIS; 21TER)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 29QUI; 2; 12; 12QUA; 12NOV; 22BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 24; 25; 26; 29BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 24; 25)
  • BEELD
  • WET VAN 13-02-2006 GEPUBL. OP 10-03-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 36BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 23-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 21TER)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 7; 21BIS; 21TER; 12; 20; 21)
    (GEWIJZIGD ART. : 29QUATER-29SEPTIES)
  • BEELD
  • WET VAN 27-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 29BIS; 29TER; 28; 23; 29; 29OCTIE)
  • BEELD
  • WET VAN 01-06-2005 GEPUBL. OP 14-06-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 17; 23) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • WET VAN 01-06-2005 GEPUBL. OP 14-06-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 8; 9; 9TER; 15; 16; 18; 20-22)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 24-26; 29BIS; 30BIS; 33; 37; 6)
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 12; 12TER-12NOV; 13; 23)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 22BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 12BIS; 21)
  • BEELD
  • WET VAN 20-03-2003 GEPUBL. OP 04-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 7; 8; 9; 11; 13; 15; 18; 20; 21; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 22; 23; 23BIS; 24; 25; 26; 27; 37)
    (GEWIJZIGD ART. : 16)
  • BEELD
  • WET VAN 14-01-2003 GEPUBL. OP 28-02-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 9BIS; 10; 12; 31)
  • BEELD
  • WET VAN 31-01-2003 GEPUBL. OP 28-02-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 23)
  • BEELD
  • WET VAN 24-12-2002 GEPUBL. OP 31-12-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 12BIS; 12; 21)
  • BEELD
  • WET VAN 30-12-2001 GEPUBL. OP 31-12-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 8; 12; 36BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 16-07-2001 GEPUBL. OP 20-07-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; 22; 23; 24; 29; 29BIS; 30BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 31-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 25)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1998-1999. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 1933/1. - Amendementen, nrs. 1933/2 tot 9. - Verslag, nr. 1933/10. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1933/11. - Amendementen, nr. 1933/12. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden door de Senaat, nr. 1933/13. Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - 9 en 11 maart 1999. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1308/1. - Amendementen, nrs. 1308/2 en 3. - Verslag, nr. 1308/4. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1308/5. - Amendementen, nrs. 1308/6 en 7. - Beslissing niet te amenderen, nr. 1308/8. Handelingen van de Senaat. - 22 april 1999.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 109 uitvoeringbesluiten 24 gearchiveerde versies
    Franstalige versie