J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1998/03/01/1998009204/justel

Titel
1 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende de indeling in categorieŽn van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens [...]. <KB 2006-12-29/30, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-03-1998 en tekstbijwerking tot 09-01-2007)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN.JUSTITIE
Publicatie : 25-03-1998 nummer :   1998009204 bladzijde : 8595   BEELD
Dossiernummer : 1998-03-01/30
Inwerkingtreding : 04-04-1998

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
  1į seinpistolen : vuurwapens die (uitsluitend) zijn ontworpen voor het geven van noodsignalen of voor reddingsactiviteiten, zoals seinkanonnen en vuurpijlpistolen; <KB 1999-02-04/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 26-02-1999>
  2į slachttoestellen : vuurwapens die (uitsluitend) zijn ontworpen voor het slachten van dieren; <KB 1999-02-04/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 26-02-1999>
  3į (...) <KB 2006-12-29/30, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 09-01-2007>
  4į verdovingswapens : vuurwapens of <wapens> op lucht- of gasdruk die (uitsluitend) zijn ontworpen voor het verdoven van dieren. <KB 1999-02-04/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 26-02-1999>

  Art. 2. <KB 2006-12-29/30, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 09-01-2007> De seinpistolen, de slachttoestellen en de verdovingswapens die geen vergunningsplichtige vuurwapens zijn, worden ingedeeld bij de categorie van de vrij verkrijgbare <wapens> op voorwaarde dat de houder steeds kan bewijzen deze <wapens> nodig te hebben voor een daarmee overeenstemmende activiteit.

  Art. 3. Het koninklijk besluit van 23 april 1934 houdende uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van <wapens> en op de handel in munitie, en het koninklijk besluit van 11 augustus 1934 tot uitvoering van artikel 3 van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van <wapens> en op de handel in munitie, worden opgeheven.

  Art. 4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 1 maart 1998.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de Richtlijn 83/189/EEG van 28 maart 1983 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, gewijzigd bij de Richtlijn 88/182/EEG van de Raad van 22 maart 1988 en bij de Richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994;
   Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van <wapens> en op de handel in munitie, inzonderheid op artikel 3, vijfde en zesde lid, gewijzigd bij de wet van 30 januari 1991;
   Overwegende dat de slachttoestellen en sommige seinpistolen, als <wapens> van twijfelachtig model, zijn ingedeeld bij de categorie der verweerwapens;
   Overwegende dat de meeste van die tuigen door de Richtlijn 91/477/EEG van 18 juni 1991 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van <wapens>, niet als <wapens> worden beschouwd;
   Overwegende dat de modellen van deze tuigen zodanig zijn geŽvolueerd dat hun indeling bij de verweerwapens niet langer wenselijk is;
   Overwegende dat bepaalde toestellen voor de africhting van jachthonden en bepaalde instrumenten gebruikt voor de verdoving van dieren door een ruime interpretatie van de wetgeving als verweerwapens kunnen worden beschouwd, terwijl dit tuigen zijn die niet als wapen worden gebruikt en er geen reden is om voor het bezit ervan een vergunning te vereisen;
   Overwegende dat deze tuigen derhalve eveneens van twijfelachtig model zijn;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 18 maart 1997;
   Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 18 april 1997;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 29-12-2006 GEPUBL. OP 09-01-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-02-1999 GEPUBL. OP 26-02-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie