J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 29 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1992/12/10/1993016211/justel

Titel
10 DECEMBER 1992. - Koninklijk besluit betreffende de verbetering van paardachtigen.
(NOTA 1 : opgeheven voor de Vlaamse overheid door <BVR 2010-03-19/22, art. 60, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-08-2000 en tekstbijwerking tot 07-05-2010) Zie wijziging(en)

Bron : LANDBOUW
Publicatie : 02-02-1993 nummer :   1993016211 bladzijde : 1934
Dossiernummer : 1992-12-10/33
Inwerkingtreding : 01-01-1993

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Algemene doelstelling.
Art. 2
Afdeling I. - Erkenning van verenigingen.
Art. 3-4, 4/1, 5
Afdeling II. - Coördinatie tussen verenigingen.
Art. 6
Afdeling III. - Identificatie.
Art. 7-9
Afdeling IV. - Keuring van de hengsten.
A. Algemeenheden.
Art. 10-14
B. Deelnemingsvoorwaarden.
Art. 15
C. Werking van de jury.
Art. 16-19
D. Administratieve verplichting.
Art. 20-22
Afdeling V. - Organisatie van wedstrijden.
A. Algemeenheden.
Art. 23-24
B. Prijskampen georganiseerd door de erkende fokkers verenigingen.
Art. 25-26
C. Wedstrijden voor het gebruik van paardachtigen.
Art. 27
Afdeling VI. - Kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie.
Art. 28-33
Afdeling VII. - De toekenning van toelagen.
Art. 34-36
HOOFDSTUK III. - Sancties.
Art. 37-38
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen.
Art. 39-41
Bijlage.
Art. N1

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1.(Federaal) Voor de toepassing van dit besluit wordt vestaan onder :
  1° de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort.
  2° de Veeteeltdienst : de Veeteeltdienst van het Ministerie van Landbouw, hierna de Dienst genoemd;
  3° de rijksveeteeltkonsulent : de ambtenaar van de Veeteeltdienst van het Ministerie van Landbouw die bevoegd is voor de paardenfokkerij, hierna de konsulent genoemd;
  4° paardachtige : als huisdier gehouden paard of ezel of een kruising daarvan;
  5° erkende fokkersvereniging : de rechtspersoon die al de leden groepeert van een vereniging die erkend is voor het aanleggen of het bijhouden van het stamboek van één of verschillende rassen van paardachtigen;
  6° stamboek : alle boeken, registers, kaartsystemen of informatiedragers die worden bijgehouden door een erkende fokkersvereniging en waarin de paardachtigen worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van de bekende voorouders;
  7° identificeren : verzamelen van alle kenmerken opgenomen in bijlage 1;
  8° registreren : betekenen bij de geboorte van de identificatie van een paardachige in het stamboek en hem daardoor zijn rasaanhorigheid toekennen;
  9° inschrijvingen in het stamboek :
  a) ofwel bevestigen van de registratie en deze aanvullen met alle beschikbare zootechnische gegevens,
  b) ofwel betekenen van de afstamming van paardachtigen die reeds in een ander stamboek geregistreerd werden;
  c) ofwel betekenen van de identifikatie van paardachtigen zonder gekende afstamming;
  10° jury : persoon of groep personen die benoemd zijn door de Minister op voorstel van de erkende fokkersverenigingen;
  11° keuring :
  a) ofwel de procedure tijdens dewelke de jury een selektie maakt om de hengsten aan te duiden die toegelaten worden tot de voortplanting;
  b) ofwel de selektie door de jury van hengsten toegelaten tot de voortplanting in een ander land en waarvan het sperma mag gebruik worden in het Koninkrijk;
  12° wedstrijd : elke hippische wedstrijd, met name wedrennen, springconcoursen (jumping), dressuurproeven, menproeven, alsmede proeven inzake model en gangen;
  13° zoötechnische controles : materiële controles en/of administratieve formaliteiten die betrekking hebben op de paardachtigen en rechtstreeks of zijdeling strekken tot hun verbetering.
  
  Artikel 1. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  Voor de toepassing van dit besluit wordt vestaan onder :
  1° [de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij;] <BVR 2005-09-30/34, art. 1, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  2° [de bevoegde entiteit : de entiteit van het Vlaams Ministerie van Landbouw en visserij die bevoegd is voor de veeteelt;] <MB 2006-04-28/51, art. 38, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
  3° de rijksveeteeltkonsulent : de ambtenaar van de Veeteeltdienst van het Ministerie van Landbouw die bevoegd is voor de paardenfokkerij, hierna de konsulent genoemd;
  4° paardachtige : als huisdier gehouden paard of ezel of een kruising daarvan;
  5° erkende fokkersvereniging : de rechtspersoon die al de leden groepeert van een vereniging die erkend is voor het aanleggen of het bijhouden van het stamboek van één of verschillende rassen van paardachtigen;
  6° stamboek : alle boeken, registers, kaartsystemen of informatiedragers die worden bijgehouden door een erkende fokkersvereniging en waarin de paardachtigen worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van de bekende voorouders;
  7° identificeren : verzamelen van alle kenmerken opgenomen in bijlage 1;
  8° registreren : betekenen bij de geboorte van de identificatie van een paardachige in het stamboek en hem daardoor zijn rasaanhorigheid toekennen;
  9° inschrijvingen in het stamboek :
  a) ofwel bevestigen van de registratie en deze aanvullen met alle beschikbare zootechnische gegevens,
  b) ofwel betekenen van de afstamming van paardachtigen die reeds in een ander stamboek geregistreerd werden;
  c) ofwel betekenen van de identifikatie van paardachtigen zonder gekende afstamming;
  10° [...] <BVR 2005-09-30/34, art. 1, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  11° (...) <BVR 2005-09-30/34, art. 1, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  12° wedstrijd : elke hippische wedstrijd, met name wedrennen, springconcoursen (jumping), dressuurproeven, menproeven, alsmede proeven inzake model en gangen;
  13° zoötechnische controles : materiële controles en/of administratieve formaliteiten die betrekking hebben op de paardachtigen en rechtstreeks of zijdeling strekken tot hun verbetering.
  [14° de hengstenhouder : de eigenaar van de hengst of zijn afgevaardigde;
  15° de inseminator : de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de inseminatie;
  16° de bevruchting : het moment waarop sperma in de merrie wordt gebracht.] <BVR 2005-09-30/34, art. 1, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  
  Artikel 1. (WAALS GEWEST)
  Voor de toepassing van dit besluit wordt vestaan onder :
   1° de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort.
   2° [1 de (Veeteelt)dienst : de Directie Kwaliteit van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;]1
   3° de rijksveeteeltkonsulent : de ambtenaar van de Veeteeltdienst van het Ministerie van Landbouw die bevoegd is voor de paardenfokkerij, hierna de konsulent genoemd;
   4° paardachtige : als huisdier gehouden paard of ezel of een kruising daarvan;
   5° erkende fokkersvereniging : de rechtspersoon die al de leden groepeert van een vereniging die erkend is voor het aanleggen of het bijhouden van het stamboek van één of verschillende rassen van paardachtigen;
   6° stamboek : alle boeken, registers, kaartsystemen of informatiedragers die worden bijgehouden door een erkende fokkersvereniging en waarin de paardachtigen worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van de bekende voorouders;
   7° identificeren : verzamelen van alle kenmerken opgenomen in bijlage 1;
   8° registreren : betekenen bij de geboorte van de identificatie van een paardachige in het stamboek en hem daardoor zijn rasaanhorigheid toekennen;
   9° inschrijvingen in het stamboek :
   a) ofwel bevestigen van de registratie en deze aanvullen met alle beschikbare zootechnische gegevens,
   b) ofwel betekenen van de afstamming van paardachtigen die reeds in een ander stamboek geregistreerd werden;
   c) ofwel betekenen van de identifikatie van paardachtigen zonder gekende afstamming;
   10° jury : persoon of groep personen die benoemd zijn door de Minister op voorstel van de erkende fokkersverenigingen;
   11° keuring :
   a) ofwel de procedure tijdens dewelke de jury een selektie maakt om de hengsten aan te duiden die toegelaten worden tot de voortplanting;
   b) ofwel de selektie door de jury van hengsten toegelaten tot de voortplanting in een ander land en waarvan het sperma mag gebruik worden in het Koninkrijk;
   12° wedstrijd : elke hippische wedstrijd, met name wedrennen, springconcoursen (jumping), dressuurproeven, menproeven, alsmede proeven inzake model en gangen;
   13° zoötechnische controles : materiële controles en/of administratieve formaliteiten die betrekking hebben op de paardachtigen en rechtstreeks of zijdeling strekken tot hun verbetering.
  [1 14° Richtlijn nr. 2008/73/EG : Richtlijn nr. 2008/73/EG van de Raad van 15 juli 2008 tot vereenvoudiging van de procedures voor het opstellen en publiceren van lijsten met informatie op veterinair en zoötechnisch gebied en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG, 77/504/EEG, 88/407/EEG, 88/661/EEG, 89/361/EEG, 89/556/EEG, 90/426/EEG, 90/427/EEG, 90/428/EEG, 90/429/EEG, 90/539/EEG, 91/68/EEG, 91/496/EEG, 92/35/EEG, 92/65/EEG, 92/66/EEG, 92/119/EEG, 94/28/EG, 2000/75/EG, de Beslissing 2000/258/EG en de Richtlijnen 2001/89/EG, 2002/60/EG en 2005/94/EG.]1

  
  Artikel 1. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  Voor de toepassing van dit besluit wordt vestaan onder :
  1° de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort.
  2° [2 de Veeteeltdienst : de directie bevoegd voor het Landbouwbeleid binnen het bestuur Economie en werkgelegenheid van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;]2
  3° de rijksveeteeltkonsulent : de ambtenaar van de Veeteeltdienst van het Ministerie van Landbouw die bevoegd is voor de paardenfokkerij, hierna de konsulent genoemd;
  4° paardachtige : als huisdier gehouden paard of ezel of een kruising daarvan;
  5° erkende fokkersvereniging : de rechtspersoon die al de leden groepeert van een vereniging die erkend is voor het aanleggen of het bijhouden van het stamboek van één of verschillende rassen van paardachtigen;
  6° stamboek : alle boeken, registers, kaartsystemen of informatiedragers die worden bijgehouden door een erkende fokkersvereniging en waarin de paardachtigen worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van de bekende voorouders;
  7° identificeren : verzamelen van alle kenmerken opgenomen in bijlage 1;
  8° registreren : betekenen bij de geboorte van de identificatie van een paardachige in het stamboek en hem daardoor zijn rasaanhorigheid toekennen;
  9° inschrijvingen in het stamboek :
  a) ofwel bevestigen van de registratie en deze aanvullen met alle beschikbare zootechnische gegevens,
  b) ofwel betekenen van de afstamming van paardachtigen die reeds in een ander stamboek geregistreerd werden;
  c) ofwel betekenen van de identifikatie van paardachtigen zonder gekende afstamming;
  10° jury : persoon of groep personen die benoemd zijn door de Minister op voorstel van de erkende fokkersverenigingen;
  11° keuring :
  a) ofwel de procedure tijdens dewelke de jury een selektie maakt om de hengsten aan te duiden die toegelaten worden tot de voortplanting;
  b) ofwel de selektie door de jury van hengsten toegelaten tot de voortplanting in een ander land en waarvan het sperma mag gebruik worden in het Koninkrijk;
  12° wedstrijd : elke hippische wedstrijd, met name wedrennen, springconcoursen (jumping), dressuurproeven, menproeven, alsmede proeven inzake model en gangen;
  13° zoötechnische controles : materiële controles en/of administratieve formaliteiten die betrekking hebben op de paardachtigen en rechtstreeks of zijdeling strekken tot hun verbetering.
  [2 14° Richtlijn nr. 2008/73/EG : Richtlijn nr. 2008/73/EG van de Raad van 15 juli 2008 tot vereenvoudiging van de procedures voor het opstellen en publiceren van lijsten met informatie op veterinair en zoötechnisch gebied en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG, 77/504/EEG, 88/407/EEG, 88/661/EEG, 89/361/EEG, 89/556/EEG, 90/426/EEG, 90/427/EEG, 90/428/EEG, 90/429/EEG, 90/539/EEG, 91/68/EEG, 91/496/EEG, 92/35/EEG, 92/65/EEG, 92/66/EEG, 92/119/EEG, 94/28/EG en 2000/75/EG, Beschikking 2000/258/EG en de Richtlijnen 2001/89/EG, 2002/60/EG en 2005/94/EG.]2

  ----------
  (1)<BWG 2009-10-29/11, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-11-2009>
  (2)<BESL 2009-12-17/01, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  HOOFDSTUK II. - Algemene doelstelling.

  Art. 2.§ 1. De Minister waakt over het naleven en toepassen van de Europese richtlijnen inzake het intracommunautaire handelsverkeer en de deelname aan wedstrijden voor paardachtigen. Daarenboven neemt hij de maatregelen met het oog op hun genetische verbetering.
  Hiertoe kan hij met name :
  1° fokkersverenigingen of elke andere vereniging die wedstrijden organiseert, erkennen;
  2° deelnemen aan de coördinatie tussen de verenigingen;
  3° de identificatie van de paardachtigen reglementeren;
  4° de keuringen reglementeren;
  5° de wedstrijden reglementeren;
  6° de kunstmatige inseminatie en de embryotransplantatie reglementeren;
  7° toelagen toekennen.
  § 2. De Minister is, zo nodig, belast met het uitvoeren van zoötechnische controles die van toepassing zijn op geregistreerde paardachtigen :
  a) ofwel bij de erkende fokkersverenigingen;
  b) ofwel tijdens het vervoer van paardachtigen in het Koninkrijk;
  c) ofwel op de bedrijven van bestemming of oorsprong die gelegen zijn in het Koninkrijk.
  
  Art. 2. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  § 1. De Minister waakt over het naleven en toepassen van de Europese richtlijnen inzake het intracommunautaire handelsverkeer en de deelname aan wedstrijden voor paardachtigen. Daarenboven neemt hij de maatregelen met het oog op hun genetische verbetering.
  Hiertoe kan hij met name :
  1° fokkersverenigingen of elke andere vereniging die wedstrijden organiseert, erkennen;
  2° deelnemen aan de coördinatie tussen de verenigingen;
  3° de identificatie van de paardachtigen reglementeren;
  4° (de toelating tot de voortplanting reglementeren;) <BVR 2005-09-30/34, art. 2, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  5° de wedstrijden reglementeren;
  6° de kunstmatige inseminatie en de embryotransplantatie reglementeren;
  7° toelagen toekennen.
  § 2. De Minister is, zo nodig, belast met het uitvoeren van zoötechnische controles die van toepassing zijn op geregistreerde paardachtigen :
  a) ofwel bij de erkende fokkersverenigingen;
  b) ofwel tijdens het vervoer van paardachtigen in het Koninkrijk;
  c) ofwel op de bedrijven van bestemming of oorsprong die gelegen zijn in het Koninkrijk.


  Afdeling I. - Erkenning van verenigingen.

  Art. 3. In zover de voorwaarden die hij heeft vastgesteld zijn vervuld, kan de Minister erkennen :
  1° fokkersverenigingen voor :
  a) het bijhouden van de stamboeken en afleveren van oorsprongscertificaten;
  b) het verzamelen en interpreteren van de gegevens over de identiteit, de produktiviteit, de prestaties en de uiterlijke kenmerken van de fokdieren, van hun voorgeslacht, bloedverwanten en afstammelingen.
  2° een coördinerend organisme voor verschillende fokkerijactiviteiten van paardachtigen voor :
  a) het organiseren van de identificatie van veulens bij de merrie;
  b) het coördineren van de samenwerking tussen de fokkersverenigingen;
  c) het organiseren van de nationale manifestaties;
  d) het bevorderen van de fokkerij van paardachtigen;
  e) het volbrengen van de opdrachten die hem zijn toevertrouwd door de Minister in het kader van de Europese richtlijn die de voorwaarden vastlegt voor de deelname aan de wedstrijden;
  f) het verdelen van de fondsen die bestemd zijn voor de vrijwaring van de genetische patrimonium, de aanmoediging en de verbetering van de fokkerij van paardachtigen;
  3° verenigingen voor het gebruik van paardachtigen voor :
  a) het verwerken en doen toepassen van de regelgeving betreffende de verschillende disciplines in de paardesport;
  b) het organiseren van wedstrijden;
  c) het samenwerken met de erkende fokkersverenigingen door hen met name de inlichtingen te verschaffen die nodig zijn voor de uitvoering van hun selectiebeleid.

  Art. 4.(Federaal) § 1. Indien er voor een ras reeds een fokkersvereniging erkend is die in aanmerking komt om de paarden van dat ras in haar stamboek in te schrijven, kan de Minister een nieuwe fokkersvereniging voor dat ras niet erkennen :
  a) indien deze de instandhouding van het bestaande ras in gevaar zou brengen,
  of
  b) indien ze de goede werking of het selectie- of veredelingsprogramma van de bestaande vereniging zou kunnen verstoren,
  of
  c) indien de paardachtigen van dat ras kunnen worden geregistreerd of ingeschreven in een bijzondere afdeling van een stamboek dat wordt bijgehouden door een erkende fokkersvereniging die met name voor deze afdeling de beginselen in acht neemt die zijn vastgesteld door de vereniging die het oorspronkelijke stamboek voor dat ras bijhoudt.
  § 2. Wanneer aan een vereniging een erkenning wordt geweigerd, worden de redenen voor die weigering haar schriftelijk meegedeeld.
  § 3. De Minister stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen op de hoogte van alle verleende of geweigerde erkenningen.
  
  Art. 4. (WAALS GEWEST)
  § 1. Indien er voor een ras reeds een fokkersvereniging erkend is die in aanmerking komt om de paarden van dat ras in haar stamboek in te schrijven, kan de Minister een nieuwe fokkersvereniging voor dat ras niet erkennen :
  a) indien deze de instandhouding van het bestaande ras in gevaar zou brengen,
  of
  b) indien ze de goede werking of het selectie- of veredelingsprogramma van de bestaande vereniging zou kunnen verstoren,
  of
  c) indien de paardachtigen van dat ras kunnen worden geregistreerd of ingeschreven in een bijzondere afdeling van een stamboek dat wordt bijgehouden door een erkende fokkersvereniging die met name voor deze afdeling de beginselen in acht neemt die zijn vastgesteld door de vereniging die het oorspronkelijke stamboek voor dat ras bijhoudt.
  § 2. Wanneer aan een vereniging een erkenning wordt geweigerd, worden de redenen voor die weigering haar schriftelijk meegedeeld.
  § 3. [1 ...]1

  
  Art. 4. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  § 1. Indien er voor een ras reeds een fokkersvereniging erkend is die in aanmerking komt om de paarden van dat ras in haar stamboek in te schrijven, kan de Minister een nieuwe fokkersvereniging voor dat ras niet erkennen :
  a) indien deze de instandhouding van het bestaande ras in gevaar zou brengen,
  of
  b) indien ze de goede werking of het selectie- of veredelingsprogramma van de bestaande vereniging zou kunnen verstoren,
  of
  c) indien de paardachtigen van dat ras kunnen worden geregistreerd of ingeschreven in een bijzondere afdeling van een stamboek dat wordt bijgehouden door een erkende fokkersvereniging die met name voor deze afdeling de beginselen in acht neemt die zijn vastgesteld door de vereniging die het oorspronkelijke stamboek voor dat ras bijhoudt.
  § 2. Wanneer aan een vereniging een erkenning wordt geweigerd, worden de redenen voor die weigering haar schriftelijk meegedeeld.
  § 3. [2 ...]2

  ----------
  (1)<BWG 2009-10-29/11, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-11-2009>
  (2)<BESL 2009-12-17/01, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 4/1. (WAALS GEWEST)
  [1 Krachtens artikel 5 van Richtlijn nr. 90/427/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen, gewijzigd bij Richtlijn nr. 2008/73/EG maakt en houdt de Minister, of zijn afgevaardigde van de Dienst die hij daartoe afvaardigt, een lijst bij van de instellingen die stamboeken bedoeld in artikel 3, 1°, bijhouden of aanleggen en die ter inzage van de overige lidstaten en van het publiek leggen; dit geschiedt met inachtneming van de modaliteiten die, desgevallend, bepaald worden door het permanent zoötechnisch comité ingesteld bij de Beslissing 77/505/EEG van 25 juli 1977.]1

  
  Art. 4/1. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  [2 Krachtens artikel 5 van Richtlijn nr. 90/427/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen, gewijzigd door Richtlijn nr. 2008/73/EG, stelt de Minister of de leidende ambtenaar van de Dienst die hij daartoe machtigt, de lijst op van de van lichamen die de in artikel 3, 1° bedoelde stamboeken bijhouden of aanleggen, houdt deze lijst actueel en stelt ze ter beschikking van de andere lidstaten en het publiek; dit gebeurt volgens de modaliteiten die in voorkomend geval bepaald zijn door het permanent zoötechnisch comité ingesteld bij Besluit nr. 77/505/EEG van 25 juli 1977.]2

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BWG 2009-10-29/11, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-11-2009>
  (2)<Ingevoegd bij BESL 2009-12-17/01, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 5. De Minister trekt de erkenning in, indien na controle blijkt dat de betreffende fokkersvereniging niet langer op duurzame wijze voldoet aan de voor het verkrijgen en het behouden van de erkenning gestelde voorwaarden.

  Afdeling II. - Coördinatie tussen verenigingen.

  Art. 6. § 1. De erkende fokkersvereniging die het oorspronkelijke stamboek van een ras bijhoudt, zorgt voor een nauwe samenwerking met de verenigingen die stamboeken of afdelingen van stamboeken voor datzelfde ras bijhouden, meer in het bijzonder om geschillen te voorkomen.
  § 2. a) Wanneer de Minister oordeelt dat een in een andere Lid-Staat erkende vereniging de in het gemeenschapsrecht ter zake vastgestelde voorschriften niet in acht neemt en met name de beginselen die zijn vastgesteld door de vereniging die het oorspronkelijke stamboek voor het ras bijhoudt niet eerbiedigt, neemt hij onmiddellijk contact op met de bevoegde autoriteit van die andere Lid-Staat en wint inlichtingen in over de maatregelen die genomen worden om de tekortkoming te ondervangen. Indien de Minister vreest dat deze maatregelen niet toereikend zijn, zoekt hij samen met de autoriteit van de betrokken Lid-Staat, naar de wijze waarop in deze situatie verbetering kan worden gebracht, eventueel door middel van een bezoek ter plaatse.
  b) Wanneer in het Koninkrijk een erkende fokkersvereniging de voorschriften niet in acht neemt die zijn vastgesteld door de vereniging die in een andere Lid-Staat het oorspronkelijke stamboek voor het ras bijhoudt, voert de Minister op vraag van de bevoegde autoriteit van de andere Lid-Staat de nodige controles uit en neemt de beslissingen om aan deze tekortkoming te verhelpen. Hij deelt vervolgens aan de bevoegde autoriteit van de andere Lid-Staat de genomen maatregelen en de verantwoording mee. Zo nodig, indien ze door de bevoegde autoriteit van de andere Lid-Staat niet voldoende worden geacht, neemt de Minister de praktische schikkingen opdat een delegatie van deze andere Staat in het Koninkrijk een onderzoek zou kunnen uitvoeren.
  c) In beide situaties vermeld onder a en b, deelt de Minister aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen mee welke oplossingen weerhouden zijn.
  § 3. Indien binnen de zes maanden geen oplossing is gevonden in het kader van de toepassing van de beschikkingen van § 2, en op verzoek van de autoriteiten van de betrokken Lid-Staten of op eigen initiatief, kan de Commissie met name een inspectiebezoek ter plaatse gelasten in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten.

  Afdeling III. - Identificatie.

  Art. 7. § 1. Behoudens afwijking toegestaan door de Minister, is alleen het coördinerend organisme gemachtigd voor de identificatie van alle te registreren paardachtigen.
  § 2. Alleen de erkende fokkersverenigingen mogen het identificatiedocument van een geregistreerde paardachtige afleveren.

  Art. 8. Het identificatiedocument van een in een stamboek geregistreerde paardachtige moet ten minste de gegevens bevatten die vermeld zijn in bijlage 1. Dit document moet de paardachtige vergezellen tijdens elk vervoer tot bij de bestemmeling(en) en getoond worden telkens een overeenkomstig de bepalingen van de wet van 20 juni 1956 bevoegd agent er om vraagt.

  Art. 9. § 1. Bij intracommunautair handelsverkeer moeten de paardachtigen die in de Lid-Staat van verzending zijn geregistreerd, tenzij een afwijking tussen beide betrokken verenigingen onderling is overeengekomen, in het passende stamboek van de Lid-Staat van bestemming onder dezelfde naam worden geregistreerd of ingeschreven, met vermelding van het letterwoord van het ras dat hen bij de eerste registratie toegekend werd.
  § 2. Indien zulks krachtens het statuut van de verenigingen is toegestaan, mag de oorspronkelijke naam van de paardachtige worden voorafgegaan van of gevolgd door een andere naam, op voorwaarde dat de oorspronkelijke naam tussen haakjes behouden blijft zolang de betrokken paardachtige leeft en mits het land van geboorte wordt aangegeven met het letterwoord van het ras dat bij zijn registratie toegekend werd.

  Afdeling IV. - Keuring van de hengsten.

  A. Algemeenheden.

  Art. 10.§ 1. Iedere erkende fokkersvereniging moet elk jaar een keuringsessie organiseren.
  § 2. Op voorstel van de erkende fokkersverenigingen, kunnen er bijkomende keuringen georganiseerd worden na het afsluiten van de gewone keuringen.
  § 3. Uitzonderlijk, op voorstel van de erkende fokkersverenigingen kunnen er bijzondere keuringen georganiseerd worden op verzoek van een paardehouder en op zijn kosten.
  § 4. De Minister bepaalt de omstandigheden waarbij de hengsten tot de bijkomende en bijzondere keuringen kunnen toegelaten worden.
  
  Art. 10. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  De minister legt de voorwaarden vast voor de toelating tot de voortplanting.
Art. 11.Behoudens afwijking toegestaan door de Minister, mogen alleen de hengsten die toegelaten zijn tot de voortplanting overeenkomstig de bepalingen van artikel 10, merries dekken die toebehoren aan derden.
  
  Art. 11. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  Alleen de hengsten die door een fokkersvereniging, erkend in overeenstemming met beschikking 92/353/EEG, toegelaten zijn tot de voortplanting, mogen merries dekken die toebehoren aan derden.
  De minister kan afwijkingen hiervan toestaan.


  Art. 12.Behoudens afwijking toegestaan door de Minister, geldt de toelating van een hengst tot de voortplanting slechts voor één dekseizoen en ze kan hernieuwd worden.
  
  Art. 12. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  Art. 13.Op voorstel van de erkende fokkersverenigingen, stelt de Minister de modaliteiten vast voor het beoordelen van de genetische waarde van de fokdieren die met het oog op hun toelating tot de voortplanting.
  Niettegenstaande de toelating, is het verboden om voor de voortplanting gebruik te maken van hengsten die aangetast zijn door of dragers zijn van besmettelijke ziekten die kunnen overgedragen worden bij het dekken of het insemineren. Het is eveneens verboden merries te laten dekken die aangetast zijn door langs geslachtelijke weg overdraagbare ziekten.
  
  Art. 13. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  Art. 14.Op voorstel van de erkende fokkersverenigingen kan de Minister het aantal dekbewijzen per hengst beperken.
  
  Art. 14. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

  

  B. Deelnemingsvoorwaarden.

  Art. 15.Behalve de afwijkingen die werden toegestaan door de Minister of door de Dienst, worden de hengsten slechts toegelaten tot deelname aan de keuringen indien zij tenminste aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° geregistreerd, ingeschreven zijn of in aanmerking komen om te worden ingeschreven in een stamboek bijgehouden door een erkende fokkersvereniging;
  2° vergezeld gaan van een identificatiedocument zoals vermeld in artikel 8;
  3° voor de keuring ingeschreven zijn overeenkomstig de voorgeschreven vorm en termijn;
  4° op de datum van de keuring, een door de Minister bepaalde leeftijd bereikt hebben;
  5° aangeboden zijn voor de jury die bevoegd is voor het ras waartoe zij behoren.
  
  Art. 15. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  C. Werking van de jury.

  Art. 16.Het mandaat van de juryleden duurt drie jaar; het is hernieuwbaar.
  
  Art. 16. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  Art. 17.In geval van afwezigheid van een lid en bij ontstentenis van een plaatsvervanger voorziet de konsulent, onmiddellijk in zijn vervanging, in akkoord met de voorzitter van de jury. In geval van de afwezigheid van de voorzitter, neemt het oudste lid het voorzitterschap waar.
  
  Art. 17. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  Art. 18.De procedure, waarbij de jury een selektie maakt om de hengsten aan te duiden die toegelaten worden tot de voortplanting, heeft in het openbaar plaats, met uitzondering van het diergeneeskundig onderzoek dat uitgevoerd wordt in een diergeneeskundige faculteit op vraag van sommige erkende fokkersverenigingen.
  
  Art. 18. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  Art. 19.Er kan niet in beroep gegaan worden tegen de beslissingen van de jury. Deze die genomen worden op grond van documenten die vals of onnauwkeurig blijken te zijn, worden door de jury nietig verklaard.
  
  Art. 19. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  D. Administratieve verplichting.

  Art. 20.§ 1. Iedere houder van een toegelaten hengst moet in het bezit zijn van een dekboek, dat namens de Minister wordt afgeleverd door de erkende fokkersvereniging waarvoor de jury de hengst heeft goedgekeurd.
  De titularissen van de dekboeken dienen voor 15 oktober de volledig ingevulde documenten, waarop de dekkingen bevestigd zijn die werden uitgevoerd in de loop van het jaar, terug te zenden aan de erkende fokkersvereniging die ze heeft afgeleverd.
  § 2. In geval in het Koninkrijk sperma gebruikt wordt van een hengst die in een ander land toegelaten is tot de voortplanting moet de gebruiker in het bezit zijn van een dekbewijs dat namens de Minister wordt afgeleverd door de erkende fokkersvereniging waarvoor de jury de hengst heeft toegelaten tenzij een afwijking tussen beide betrokken erkende fokkersverenigingen onderling is overeengekomen.
  
  Art. 20. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  Art. 21.De houder van een hengst die toegelaten werd tot de voortplanting, moet het dekboek tonen telkens hem hierom gevraagd wordt door een overeenkomstig de bepalingen van de wet van 20 juni 1956 bevoegd agent of door degene die een merrie voor dekking aanbiedt.
  
  Art. 21. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

  

  Art. 22.De houder van een hengst die toegelaten werd tot de voortplanting evenals de dierenarts ofwel zijn voor de kunstmatige inseminatie behoorlijk gemachtigde afgevaardigde moet onmiddellijk na de dekking of de inseminatie in een register inschrijven :
  a) de naam van de hengst, zijn inschrijvingsnummer in het stamboek en het letterwoord van zijn ras;
  b) de naam en het signalement van de merrie en haar inschrijvingsnummer indien ze in een stamboek is ingeschreven;
  c) de datum van de dekking of inseminatie;
  d) de naam en het adres van de houder van de gedekte of geïnsemineerde merrie;
  e) de gebruikte bevruchtingswijze (geleide dekking, vrije dekking, kunstmatige inseminatie).
  Deze gegevens worden ook genoteerd op het dekbewijs dat aan de merriehouder wordt afgeleverd.
  Telkens hem hierom door een overeenkomstig de bepalingen van de wet van 20 juni 1956 bevoegd agent verzocht wordt, moet de eigenaar van een hengst- of merrieveulen het vaderschap van dat hengst- of merrieveulen kunnen aantonen door het voorleggen van het dekbewijs tenzij hij kan bewijzen dat hij op het ogenblik van de dekking van de moeder eigenaar was van een hengst.
  
  Art. 22. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

  

  Afdeling V. - Organisatie van wedstrijden.

  A. Algemeenheden.

  Art. 23. § 1. De wedstrijdbepalingen mogen geen ongelijke behandeling inhouden tussen paardachtigen, onafgezien van de Lid-Staat waaruit ze komen. Dit geld ook voor paardachtigen van eenzelfde stamboek, onafgezien van de Lid-Staat waar ze geregistreerd of ingeschreven zijn.
  § 2. Als een inschrijving voor een wedstrijd van een in een Lid-Staat geregistreerde paardachtige wordt geweigerd, moeten de redenen voor die weigering schriftelijk aan de eigenaar of zijn gemachtigde worden meegedeeld.

  Art. 24.(Federaal) § 1. De in artikel 23 bedoelde verplichtingen gelden met name voor :
  a) de criteria voor toelating tot de wedstrijd;
  b) de beoordeling tijdens de wedstrijd;
  c) de aan de wedstrijd verbonden prijzen of winsten.
  § 2. Bij wijze van uitzondering doen de in artikel 23 bedoelde verplichtingen echter geen afbreuk aan de organisatie van :
  a) wedstrijden, uitsluitend voor paardachtigen die in éénzelfde stamboek van het Koninkrijk geregistreerd of ingeschreven zijn, met het oog op de verbetering van het ras;
  b) regionale wedstrijden, met het oog op selektie van paardachtigen;
  c) evenementen met een historisch of traditioneel karakter.
  Elke organisator van wedstrijden zal bij het begin van elk jaar aan het coördinerende organisme de lijst meedelen van de afwijkende wedstrijden.
  
  Art. 24. (WAALS GEWEST)
  § 1. De in artikel 23 bedoelde verplichtingen gelden met name voor :
  a) de criteria voor toelating tot de wedstrijd;
  b) de beoordeling tijdens de wedstrijd;
  c) de aan de wedstrijd verbonden prijzen of winsten.
  § 2. [1 De verplichtingen bedoeld in artikel 23 doen evenwel geen afbreuk aan de organisatie van :
   a) wedstrijden voor paardachtigen ingeschreven in een welbepaald stamboek, teneinde een verbetering van het ras mogelijk te maken;
   b) regionale wedstrijden met het oog op de selectie van de paardachtigen;
   c) evenementen met een historisch of traditioneel karakter.
   Elke wedstrijdorganisator maakt de lijst van die afwijkende wedstrijden aan het begin van elk jaar aan de coördinatie-instellingen over.]1
  [1 § 3. De Minister, of de leidend ambtenaar van de Dienst die hij daartoe afvaardigt, geeft de overige lidstaten en het publiek vooraf kennis van zijn bedoeling om de bepalingen van artikel 24, paragraaf 2, van dit besluit in te roepen en geeft de redenen daarvoor op.]1

  
  Art. 24. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  § 1. De in artikel 23 bedoelde verplichtingen gelden met name voor :
  a) de criteria voor toelating tot de wedstrijd;
  b) de beoordeling tijdens de wedstrijd;
  c) de aan de wedstrijd verbonden prijzen of winsten.
  § 2. [2 De in artikel 23 bedoelde verplichtingen doen echter geen afbreuk aan de mogelijkheid tot het organiseren van :
   wedstrijden, uitsluitend voor paardachtigen die in eenzelfde stamboek zijn ingeschreven, met het oog op de verbetering van het ras;
   regionale wedstrijden met het oog op selectie van de paardachtigen;
   evenementen met een historisch of traditioneel karakter.
   Elke organisator van wedstrijden dient bij het begin van elk jaar aan het coördinerende organisme de lijst mee te delen van de afwijkende wedstrijden.]2
  [2 § 3. Krachtens artikel 4 van Richtlijn nr. 90/428/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden, gewijzigd door Richtlijn nr. 2008/73/EG, stelt de Minister of de leidende ambtenaar van de Dienst die hij daartoe machtigt, de ander lidstaten en het publiek vooraf in kennis van zijn voornemen om gebruik te maken van de mogelijkheden waarin artikel 24, paragraaf 2 van dit besluit voorziet, met opgave van de redenen daarvoor.]2

  ----------
  (1)<BWG 2009-10-29/11, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-11-2009>
  (2)<BESL 2009-12-17/01, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  

  B. Prijskampen georganiseerd door de erkende fokkers verenigingen.

  Art. 25. De Minister bepaalt de voorwaarden waaraan de prijskampen, die ingericht worden door de erkende fokkersverenigingen, moeten voldoen en waakt over de naleving van de maatregelen voorzien in de artikels 23 en 24.

  Art. 26. In toepassing van artikel 24, § 2 kan de Minister de organisatie van een nationale prijskamp toevertrouwen aan het coördinerend organisme dat daartoe samenwerk met de betrokken erkende fokkersverenigingen. Deze nationale prijskamp is voorbehouden voor paardachtigen die afkomstig zijn uit het Koninkrijk en er geregistreerd of ingeschreven zijn in een stamboek. De Minister bepaalt de plaats en de datum op voorstel van de erkende fokkersverenigingen.

  C. Wedstrijden voor het gebruik van paardachtigen.

  Art. 27. De Minister waakt over het naleven van de maatregelen voorzien in de artikels 23 en 24 door de ertoe erkende verenigingen.

  Afdeling VI. - Kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie.

  Art. 28. De Minister kan de algemene criteria voor het gebruik van sperma, eicellen en embryo's bepalen.

  Art. 29. Alleen sperma, eicellen en embryo's afkomstig van paardachtigen die toegelaten zijn tot de voortplanting en waarvan de bloedgroepformule gekend is, mogen gewonnen, bewaard, overgedragen en ingebracht worden.

  Art. 30. § 1. Alleen de natuurlijke of rechtspersonen die een door de Minister erkend centrum uitbaten, mogen sperma, eicellen en embryo's afkomstig van paardachtigen die toegelaten zijn tot de voortplanting winnen, bewaren, overdragen en inbrengen.
  § 2. Er is evenwel geen enkele erkenning vereist voor :
  a) het opvangen, in voorraad houden en aanwenden van sperma voor kunstmatige inseminatie, wanneer de betreffende merrie en hengst op eenzelfde bedrijf gehouden worden en aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon toebehoren;
  b) een natuurlijk of rechtspersoon die voor het insemineren van zijn merries, sperma gebruikt dat afkomstig is van een in een Lid-Staat erkend centrum;
  c) de embryotransplantatie waarbij de donor- en de receptormerries in hetzelfde bedrijf gehouden worden en toebehoren aan dezelfde natuurlijke of rechtspersoon.

  Art. 31. De voorwaarden waaronder de erkenning bedoeld in artikel 30, § 1 verleend wordt, worden vastgesteld door de Minister. Overtreding van de bepalingen betreffende het verlenen en het behoud van de erkenning hebben de onmiddellijke opschorting van de activiteiten waarvoor het centrum erkend werd, tot gevolg.
  De Minister is bevoegd uitspraak te doen over het behoud of de intrekking van de erkenning.

  Art. 32. Bijzondere sanitaire voorwaarden kunnen worden vastgesteld door de Minister met het oog op het verlenen of het behoud van de erkenning.

  Art. 33. § 1. Sperma, eicellen en embryo's moeten bij hun overdracht vergezeld zijn van een zoötechnisch oorsprongs- en identificatiecertificaat, overeenkomstig het door de Minister bepaald model.
  § 2. Sperma, eicellen en embryo's afkomstig uit een andere Lid-Staat, moeten vergezeld zjn van een zoötechnisch oorsprongs- en identificatiecertificaat overeenkomstig de gemeenschappelijke richtlijnen. Het dient afgeleverd te zijn door de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat, in de taal van de bestemmeling.

  Afdeling VII. - De toekenning van toelagen.

  Art. 34. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten, kan de Minister een maximum van (99.650 EUR) ter beschikking stellen om te verdelen tussen enerzijds de erkende fokkersverenigingen die de oorspronkelijke stamboeken bijhouden en anderzijds het coördinerend organisme om : <KB 2000-07-20/59, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  1° hun werking te verzekeren;
  2° prijskampen te organiseren;
  3° de veulens te identificeren;
  4° acties aan te moedigen met het oog op het vrijwaren van het genetisch patrimonium.

  Art. 35.(Federaal) De Minister kan voor iedere wedstrijd of wedstrijdtype via het coördinerend organisme een maximum van 20 % van de prijzen of winsten voorzien in § 1, punt c van artikel 24 voorbehouden voor het behoud, de bevordering en de verbetering van de fokkerij.
  
  Art. 35. (WAALS GEWEST)
  [1 § 1. Voor elke wedstrijd of wedstrijdtype kan de Minister maximum 20 % van de in § 1, punt C, van artikel 24 bedoelde winsten via de coördinatie-instelling bestemmen voor de bescherming, de bevordering en de verbetering van de teelt.
   § 2. De Minister, of de leidend ambtenaar van de Dienst die hij daartoe afvaardigt, geeft de overige lidstaten en het publiek kennis van de criteria op grond waarvan die fondsen worden verdeeld.]1

  
  Art. 35. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  [2 § 1. De Minister kan voor elke wedstrijd of elk wedstrijdtype via het coördinerend organisme tot maximaal 20 % van de in artikel 24, § 1, C bedoelde prijzen of winsten bestemmen voor het behoud, de ontwikkeling en de verbetering van de fokkerij.
   § 2. Krachtens artikel 4 van Richtlijn nr. 90/428/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden, gewijzigd door Richtlijn nr. 2008/73/EG, deelt de Minister of de leidende ambtenaar van de Dienst die hij daartoe machtigt, de criteria voor de verdeling van deze middelen mee aan de andere lidstaten en aan het publiek.]2

  ----------
  (1)<BWG 2009-10-29/11, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-11-2009>
  (2)<BESL 2009-12-17/01, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 36.Op gunstig advies van de Inspektie van Financiën, kan de Minister voorschotten toekennen op de toelagen voorzien in artikel 34. Het saldo zal pas gelikwideerd worden na de verantwoording van het gebruik van het totaal der toelagen binnen de drie maanden die het budgettaire jaar volgen.
  
  Art. 36. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  Op gunstig advies van de Inspektie van Financiën, kan de Minister voorschotten toekennen op de toelagen voorzien in artikel 34. Het saldo zal pas gelikwideerd worden na de verantwoording van het gebruik van het totaal der toelagen (...) <BVR 2005-09-30/34, art. 5, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>.

  

  HOOFDSTUK III. - Sancties.

  Art. 37. Ongeacht de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 5 van 18 april 1967 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van de toelagen wordt de overtreding op de bepalingen van dit besluit opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren.

  Art. 38.De personen die weigeren zich te onderwerpen aan de beslissingen of bevelen van de Jury of die hem in beledigende en onbetamelijke woorden te woord staan, kunnen bovendien door deze jury uit de keuring of de prijskamp gesloten worden.
  
  Art. 38. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <BVR 2005-09-30/34, art. 6, 003 ; Inwerkingtreding : 01-09-2005>


  HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen.

  Art. 39. Het koninklijk besluit van 18 maart 1971, betreffende de verbetering van het paarderas, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juni 1977, 10 juni 1987 en 21 maart 1989 wordt opgeheven met uitzondering van :
  de artikels 4 en 5 die van toepassing blijven voor de keuringen voor het dekseizoen 1993;
  de artikels 18 en 25 voor de toekenning van de toelagen voor het begrotingsjaar 1992.

  Art. 40. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1993.

  Art. 41. Onze Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

  Bijlage.

  Art. N1. Bijlage 1. IDENTIFICATIEDOKUMENT. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 02/02/1993, p. 1940 tot 1941>

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren, gewijzigd bij de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;
   Gelet op de richtlijn van de Raad van 26 juni 1990 betreffende de veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (90/425/EEG);
   Gelet op de richtlijn van de Raad van 26 juni 1990 betreffende het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen (90/427/EEG);
   Gelet op de richtlijn van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen (90/428/EEG);
   Gelet op het akkoord van de Inspekteur van Financiën gegeven op 25 november 1992;
   .....
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegend dat enerzijds de noodzaak om onverwijld maatregelen te nemen voortvloeit uit de verplichting om zich te schikken naar hogervermelde richtlijnen en dat anderzijds het nodig blijkt te zijn de reglementering betreffende de verbetering van paardachtigen aan te passen;
   Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw,
   .....

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 27-09-2018 GEPUBL. OP 04-12-2018
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 19-03-2010 GEPUBL. OP 07-05-2010
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 17-12-2009 GEPUBL. OP 22-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 4/1; 24; 35)
  • BEELD
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 29-10-2009 GEPUBL. OP 16-11-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 4/1; 24; 35)
  • BEELD
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 28-04-2006 GEPUBL. OP 20-07-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 30-09-2005 GEPUBL. OP 18-10-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 10; 11; 36; 12-22; 38)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 34)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 29 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie