J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 86 uitvoeringbesluiten 63 gearchiveerde versies
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
8 OKTOBER 1981. - Koninklijk besluit betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-02-1990 en tekstbijwerking tot 13-03-2017)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 27-10-1981 nummer :   1981001949 bladzijde : 13740
Dossiernummer : 1981-10-08/31
Inwerkingtreding : 27-10-1981

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Definities. <Ingevoegd bij KB 1996-11-22/31, art. 1, Inwerkingtreding : 16-12-1996>
Art. 1
TITEL IBIS. - Algemene bepalingen. (Oud TITEL I) <KB 1996-11-22/31, art. 1, Inwerkingtreding : 16-12-1996>
HOOFDSTUK I. [1 - Bijdrage die de administratieve kosten dekt]1
Art. 1/1, 1/1/1, 1/2
HOOFDSTUK I/I. [1 (vroeger Hoofdstuk I)]1 - Toegang tot het grondgebied en verblijf van ten hoogste drie maanden.
Afdeling 1. - Toegang tot het grondgebied. - Binnenkomstvoorwaarden.
Art. 1/3, 2-6, 6bis, 7-17
Afdeling 1bis. - (Toegang tot het grondgebied. - Bijzondere binnenkomstvoorwaarde : de verbintenis tot tenlasteneming.) <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 9; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
Art. 17/2, 17/3, 17/4, 17/5, 17/6, 17/7, 17.8-17.9
Afdeling 2. - Verblijf van ten hoogste drie maanden. - Administratieve formaliteiten. - Afgifte van het verblijfsdocument.
Art. 18-22.2
HOOFDSTUK II. - Verblijf van meer dan drie maanden.
Afdeling 1. - Binnenkomstvoorwaarden.
Art. 23-24
Afdeling 2. - Formaliteiten van inschrijving bij het gemeentebestuur en afgifte van (een) verblijfsvergunning. <KB 2007-04-27/56, art. 4, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 25, 25/2, 25/3, 26, 26/1, 26.2, 26/2/1, 26.3, 26/4, 26/5, 27-28
HOOFDSTUK III. - (Vestiging en status van langdurig ingezetene.) <KB 2008-07-22/33, art. 7; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
Art. 29-30, 30bis
HOOFDSTUK IV. - [1 GELDIGHEID, VERNIEUWING EN INTREKKING VAN VERBLIJFS- EN VESTIGINGSVERGUNNINGEN, VAN EUROPESE BLAUWE KAARTEN EN VAN [2 EU-VERBLIJFSVERGUNNINGEN VOOR LANGDURIG INGEZETENE]2.]1
Art. 31-36, 36bis, 37-38
HOOFDSTUK V. - Afwezigheden en terugkeer van de vreemdeling.
Art. 39-42
TITEL II. - Aanvullende en afwijkende bepalingen betreffende bepaalde categorieën van vreemdelingen.
HOOFDSTUK I. - (Vreemdelingen, burgers van de Unie en hun familieleden, en vreemdelingen, familieleden van een Belg.) <KB 2008-05-07/33, art. 4, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
Art. 43-57
HOOFDSTUK I/I. - [1 Andere familieleden van een burger van de Unie]1
Art. 58-69
HOOFDSTUK Ibis. - (Onderdanen van Liechtenstein, Noorwegen en Ijsland, en leden van hun familie. <KB 1996-12-11/38, art. 18, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
Art. 69bis
HOOFDSTUK Iter. - Onderdanen van Zwitserland en leden van hun familie. <Ingevoegd bij KB 2002-07-11/51, art. 4; Inwerkingtreding : 01-06-2002>
Art. 69ter, 69quater, 69quinquies
HOOFDSTUK Iquater. - Onderdanen van [1 Kroatië,]1 Bulgarije en Roemenië), die naar België komen om er een activiteit in loondienst uit te oefenen en hun gezinsleden - Overgangsbepalingen. <Ingevoegd bij KB 2004-04-25/59, art. 1; Inwerkingtreding : 01-05-2004; Opheffing : ten laatste op 1 mei 2009> <KB 2006-12-20/31, art. 1, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 69sexies, 69septies, 69octies, 69nonies, 69decies
HOOFDSTUK II. - Luxemburgse en Nederlandse onderdanen en leden van hun familie.
Art. 70-71
HOOFDSTUK III. - (Vluchtelingen (, personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen) en Staatlozen). <KB 1996-12-11/38, art. 20; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2007-04-27/56, art. 34, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Voorafgaande afdeling. - (Overheden waarbij de vreemdeling (een asielaanvraag kan indienen). - Overname en [1 terugname]1 van een asielzoeker door de verantwoordelijke Staat of door België. - [1 ...]1.) <KB 1996-12-11/38, art. 21; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
Art. 71.2, 71/2bis, 71/2ter, 71.3-71.5
Afdeling 1. - (Asielzoekers). - Onregelmatige binnenkomst en onregelmatig verblijf. <KB 2007-04-27/56, art. 42, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 72, 72bis, 72ter, 73-77
Afdeling 2. - (Asielzoekers). - Regelmatige binnenkomst en regelmatig verblijf. <KB 2007-04-27/56, art. 51, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 78-88
Afdeling 2bis. - Asielzoekers. - Verwijdering uit het Rijk.
Art. 88bis
Afdeling 2ter.- Vluchtelingen (en genieters van subsidiaire bescherming) <KB 2007-04-27/56, art. 58, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Verwijdering uit het Rijk. <Ingevoegd bij KB 1996-11-22/31, art. 11, Inwerkingtreding : 16-12-1996> <KB 2007-04-27/56, art. 58, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 88ter
Afdeling 3. - In een andere Staat erkende vluchtelingen.
Art. 89-94
Afdeling 4. - Met de vluchteling gelijkgestelde vreemdelingen. (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
Art. 95-97
Afdeling 5. - Staatlozen.
Art. 98
HOOFDSTUK IV. - Studenten.
Art. 99-104
HOOFDSTUK V. - Rijnschippers.
Art. 105
HOOFDSTUK VI. - Grensarbeiders.
Art. 106-110
HOOFDSTUK VII- Vreemdelingen die het slachtoffer zijn van het misdrijf mensenhandel in de zin van artikel 433quinquies van het Strafwetboek, of die het slachtoffer zijn van het misdrijf mensensmokkel in de zin van artikel 77bis in de omstandigheden bedoeld in artikel 77quater, 1°, uitsluitend voor wat de niet-begeleide minderjarigen betreft, tot en met 5°, van de wet en die met de autoriteiten samenwerken <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 65; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 110bis, 110ter
Hoofdstuk VIII. - Gerechtigden van de status van langdurig ingezetene in een andere lidstaat van de Europese Unie, op grond van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-22/33, art. 21; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
Art. 110quater, 110quinquies
Hoofdstuk IX. [1 Bepalingen inzake het verblijf van toepassing op de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen]1
Art. 110sexies, 110septies, 110octies, 110novies, 110decies, 110undecies
Hoofdstuk X. [1 Bepalingen van toepassing op de terugkeer van de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen]1
Art. 110duodecies, 110terdecies, 110quaterdecies
HOOFDSTUK XI. [1 - Hooggekwalifceerde werknemers - Europese blauwe kaart.]1
Art. 110quinquiesdecies, 110sexiesdecies
TITEL III. - Rechtsmiddelen.
HOOFDSTUK I. - (Beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen) <KB 2007-04-27/56, art. 69, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 111-113
HOOFDSTUK Ibis. - Dringend beroep bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 72, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
Art. 113bis, 113ter, 113quater
HOOFDSTUK II. - Verzoek tot opheffing van bepaalde veiligheidsmaatregelen.
Art. 114
HOOFDSTUK III. - Beroep bij de rechterlijke macht. <Ingevoegd bij KB 28-01-1988, art. 19>
Art. 114bis
TITEL IV. - Opheffings- en slotbepalingen.
Art. 115-123
BIJLAGEN.
Art. N1, N1bis, N2-N3, N3bis, N3ter, N4-N6, N6bis, N7, N7bis, N8, N8bis, N9, N9bis, N10, N10bis, N10ter, N10quater, N11, N11bis, N11ter, N12-N13, N13bis, N13ter, N13quater, N13quinquies, N13sexies, N13septies, N14, N14bis, N14ter, N14quater, N15, N15bis, N15ter, N15quater, N15quinquies, N16, N16bis, N16ter, N17-N19, N19bis, N19ter, N19quater, N19quinquies, N20-N22, N22bis, N23-N25, N25bis, N25ter, N25quater, N25quinquies, N26, N26bis, N26ter, N26quater, N26quinquies, N27-N33, N33bis, N34-N39, N39bis, N39ter, N40-N41, N41bis, N41ter, N41quater, N42-N45

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Definities. <Ingevoegd bij KB 1996-11-22/31, art. 1, Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Artikel 1. <Ingevoegd bij KB 1996-11-22/31, art. 1, Inwerkingtreding : 16-12-1996> Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt verstaan onder:
  1° de Minister: de Minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen tot zijn bevoegdheid heeft;
  2° de wet: de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijff, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

  TITEL IBIS. - Algemene bepalingen. (Oud TITEL I) <KB 1996-11-22/31, art. 1, Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  HOOFDSTUK I. [1 - Bijdrage die de administratieve kosten dekt]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-16/03, art. 2, 054; Inwerkingtreding : 02-03-2015>

  Art. 1/1.[1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk dient onder beurs te worden verstaan : de toelage om een studie te volgen en/of onderzoekswerk te verrichten, geheel of gedeeltelijk toegekend door of voor rekening van :
   1° de Belgische Staat, door of krachtens de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, of organisaties naar Belgisch recht die hij daartoe financiert krachtens artikel 27, § 5, van deze wet of krachtens artikel 5, § 2, 5° van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de "Belgische Technische Coöperatie" in de vorm van een vennootschap van publiek recht;
   2° de gemeenschappen, de gewesten, de provincies en de gemeenten;
   3° de instellingen voor hoger onderwijs, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd op grond van de federale of gemeenschapswetgeving;
   4° de internationale organisaties van publiek recht waarvan België lid is;
   5° de bij koninklijk besluit erkende stichtingen van openbaar nut.]1
  ----------
  (1)<KB 2016-06-08/02, art. 1, 062; Inwerkingtreding : 26-06-2016>

  Art. 1/1/1.[1 § 1. Onder voorbehoud van paragraaf 2, wordt het bedrag van de retributie bedoeld in artikel 1/1, van de wet, vastgelegd als volgt :
   1° de vreemdeling jonger dan 18 jaar : gratis;
   2° de vreemdeling die 18 jaar of ouder is :
   de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, 2°, 5°, 9° en 10°, van de wet : [2 350 euro]2;
   de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 3°, 4°, 6° en 7°, van de wet : [2 200 euro]2;
   de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 8°, van de wet : 60 euro.
   § 2. De afwijkingen van de betaling van de bedragen bedoeld in paragraaf 1, zijn vastgelegd als volgt :
   1° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 3° en 4°, van de wet, ingediend door een vreemdeling bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van de wet : gratis;
   2° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 3° en 4°, van de wet, ingediend door de familieleden van een vreemdeling met de status van langdurig ingezetene in een andere lidstaat, voor zover zij deel uitmaakten van zijn gezin in de andere lidstaat : 60 euro;
   3° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 6°, van de wet, ingediend door een alleenstaand gehandicapt kind dat ouder is dan 18 jaar, voor zover het een attest voorlegt dat uitgaat van een door de Belgische diplomatieke of consulaire post erkende arts dat aantoont dat het wegens zijn handicap niet in zijn eigen behoeften kan voorzien : gratis;
   4° de aanvragen bedoeld in artikel 1/1, § 2, 1°, 2°, 7°, 8° en 9°, van de wet, ingediend door een vreemdeling die een beurs geniet zoals bedoeld in artikel 1/1 : gratis. Daartoe moet de vreemdeling het bewijs voorleggen dat hij houder is van een beurs die is toegekend door een instelling of een overheid bedoeld in artikel 1/1, door middel van een standaardformulier waarvan het model is vastgesteld door de minister of met een attest afgegeven door de Algemene Directie Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
   § 3. De bedragen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn per aanvraag en per persoon.
   De betaling van het bedrag bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt uitgevoerd door overschrijving op bankrekening BE57 6792 0060 9235.
   De persoon die de betaling uitvoert vermeldt in de mededeling bij de overschrijving de naam en voornaam van de vreemdeling, zijn geboortedatum en nationaliteit, volgens deze structuur : "NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ".]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2016-06-08/02, art. 2, 062; Inwerkingtreding : 26-06-2016>
  (2)<KB 2017-02-14/02, art. 1, 063; Inwerkingtreding : 01-03-2017>

  Art. 1/2.[1 § 1. Bij de indiening van zijn verblijfsaanvraag moet de vreemdeling bewijzen dat de in artikel 1/1 van de wet bedoelde retributie betaald werden.
   § 2. Indien de vreemdeling het in het eerste lid bedoelde betalingsbewijs niet voorlegt om zijn verblijfsaanvraag te staven verklaart de overheid die bevoegd is om de verblijfsaanvraag in ontvangst te nemen of er een beslissing over te nemen de verblijfsaanvraag onontvankelijk. De onontvankelijkheidsbeslissing wordt overeenkomstig het model in bijlage 42 opgesteld. Een kopie van de onontvankelijkheidsbeslissing wordt naar de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken gestuurd.
   § 3. Indien het in de eerste paragraaf bedoelde betalingsbewijs aantoont dat de retributie gedeeltelijk betaald werden brengt de overheid die bevoegd is om de verblijfsaanvraag in ontvangst te nemen of er een beslissing over te nemen de vreemdeling hiervan op de hoogte en vraagt hem om de betaling van het verschuldigd bedrag [2 uit te voeren en er het bewijs van te leveren]2 binnen een termijn van dertig dagen [2 ...]2. De beslissing waarmee de vreemdeling over de gedeeltelijke betaling wordt geïnformeerd wordt overeenkomstig het model in de bijlage 43 van dit besluit opgesteld. Een kopie van de beslissing wordt naar de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken gestuurd.
   De in het eerste lid bedoelde termijn van dertig dagen begint te lopen op de dag na de dag van de kennisgeving van de beslissing die de vreemdeling over de gedeeltelijke betaling informeert.
   De in het eerste lid bedoelde betaling wordt overeenkomstig artikel [2 1/1/1, § 3]2, van dit besluit uitgevoerd.
   Indien de in het eerste lid bedoelde betaling niet uitgevoerd wordt, verklaart de overheid die bevoegd is om de aanvraag in ontvangst te nemen of er een beslissing over te nemen de aanvraag onontvankelijk. De onontvankelijkheidsbeslissing wordt overeenkomstig het model in bijlage 42 van dit besluit opgesteld. Een kopie van de onontvankelijkheidsbeslissing wordt naar de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken gestuurd.
   In het in het vierde lid voorziene geval maakt de gedeeltelijke betaling van geen enkele terugbetaling het voorwerp uit en behoudt de Dienst Vreemdelingenzaken de gedeeltelijke betaling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-16/03, art. 5, 054; Inwerkingtreding : 02-03-2015>
  (2)<KB 2016-06-08/02, art. 3, 062; Inwerkingtreding : 26-06-2016>

  HOOFDSTUK I/I. [1 (vroeger Hoofdstuk I)]1 - Toegang tot het grondgebied en verblijf van ten hoogste drie maanden.
  ----------
  (1)<KB 2015-02-16/03, art. 1, 054; Inwerkingtreding : 02-03-2015>

  Afdeling 1. - Toegang tot het grondgebied. - Binnenkomstvoorwaarden.

  Art. 1/3.[1 (vroeger art. 1bis)]1 [2 De vreemdeling die de nationaliteit bezit van een van de landen die opgesomd worden in bijlage I van de verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld wordt gemachtigd, op overlegging van de documenten die voorzien worden in artikel 2 van de wet, met uitzondering van het visum of de daarmee gelijkgestelde machtiging, het Rijk binnen te komen voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.]2
  ----------
  (1)<KB 2015-02-16/03, art. 3, 054; Inwerkingtreding : 02-03-2015>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 2, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 2. De vreemdeling, die van zijn nationale autoriteiten geen paspoort kan verkrijgen, wordt gemachtigd het Rijk binnen te komen op voorwaarde dat hij houder is van een geldig paspoort of van een daarmee gelijkgestelde reistitel, afgegeven door de autoriteiten van het land waar hij zijn verblijfplaats heeft, voorzien van een visum, geldig voor België, (aangebracht door een Belgischee diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger of door een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt). <KB 1996-11-22/31, art. 3, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 3. § 1. Het vreemde kind beneden de leeftijd van zestien jaar dat alleen reist, is onderworpen aan de algemene reglementering.
  § 2. Het vreemde kind beneden de leeftijd van zestien jaar wordt gemachtigd het Rijk binnen te komen zonder in het bezit te zijn van een persoonlijk reisdocument op voorwaarde dat het :
  1. reist in gezelschap van een der ouders, grootouders of van zijn voogd;
  2. dezelfde nationaliteit bezit als die persoon en
  3. ingeschreven staat in het reisdocument van die persoon, bij voorkomend geval voorzien van een geldig visum.
  Het Franse kind beneden de leeftijd van zestien jaar mag nochtans ook het Rijk binnenkomen in het gezelschap van een ander persoon (voor zover voldaan wordt aan de in het eerste lid, onder de punten 2 en 3, voorziene voorwaarden). <KB 1996-12-11/38, art. 1, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  Art. 4. Vreemdelingen die in groep reizen, worden, op voorwaarde dat zij tijdens hun verblijf in groep blijven, gemachtigd het Rijk binnen te komen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, op vertoon van een collectief paspoort, waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is, of van een naamlijst, gewaarmerkt door de autoriteiten van het land waar zij is opgemaakt, voor zover :
  1. het paspoort of de lijst de identiteit en de verblijfplaats van de leden van de groep vermeldt; die groep mag niet minder dan vijf noch meer dan vijftig leden tellen;
  2. elk van deze personen de nationaliteit bezit van het land wiens autoriteiten het collectief paspoort hebben afgegeven of de naamlijst hebben gewaarmerkt, en houder zijn van een persoonlijk identiteitsbewijs dat van zijn foto is voorzien;
  (3. het collectief paspoort of de naamlijst voorzien is van een visum, geldig voor België, aangebracht door een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger of van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België vindt, tenzij de betrokken vreemdelingen daarvan zijn vrijgesteld;) <KB 1996-11-22/31, art. 4, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  4. een groepsleider, voorzien van een geldig individueel paspoort, het collectief paspoort of de naamlijst bewaart en bij het overschrijden van de grens(, zo nodig,) alle formaliteiten vervult. <KB 1996-11-22/31, art. 4, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 5. <KB 1996-12-11/38, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> Als geldige reisdocumenten worden niet aanvaard collectieve paspoorten of collectieve lijsten uitgaande van door België niet erkende Staten of Regeringen.

  Art. 6. Jeugdige personen beneden de leeftijd van eenentwintig jaar, die in groep reizen, worden gemachtigd het Rijk binnen te komen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden op vertoon van een geldig collectief paspoort voor jeugdige personen, afgegeven overeenkomstig de Europese overeenkomst van 16 december 1961 betreffende het reizen van jeugdige personen op collectieve paspoorten tussen de landen die lid zijn van de Raad van Europa.
  De bepalingen van artikel 4 zijn van toepassing op de in lid 1 bedoelde jeugdige personen, behoudens navolgende afwijkingen :
  1. Jeugdige personen die op een collectief paspoort reizen moeten niet in het bezit zijn van een individueel identiteitsbewijs, maar in staat zijn hun identiteit op enigerlei wijze te bewijzen;
  2. Jeugdige vluchtelingen en staatlozen die in Frankrijk of Ierland gevestigd zijn kunnen worden opgenomen op het collectief paspoort afgegeven door de bevoegde autoriteiten van deze landen;
  3. Jeugdige personen die reizen op een collectief paspoort afgegeven door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland moeten gedurende hun verblijf niet bij elkaar blijven. Zij mogen in verschillende gemeenten verblijven, op voorwaarde dat zij in staat zijn hun identiteit op enigerlei wijze te bewijzen en op voorwaarde dat de reisleider, die het collectief paspoort onder zijn berusting heeft, te allen tijde bereikbaar is.

  Art. 6bis. <Ingevoegd bij KB 1995-10-12/35, art. 1; Inwerkingtreding : 01-11-1995> De scholier die geen onderdaan is van één van de Lid-Staten van de Europese Unie, maar die in één van deze Staten verblijft en behoort tot een groep scholieren die ingeschreven zijn in een school van algemeen vormend onderwijs en die in het kader van een schoolexcursie deelneemt aan een groepsreis, mag door het Rijk reizen of het Rijk binnenkomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden op eenvoudig vertoon van een naamlijst waarop zijn naam vermeld is, conform het gemeenschappelijke formulier dat als bijlage gaat bij het Besluit van de Raad van de Europese Unie 94/795/JBZ van 30 november 1994 inzake een gemeenschappelijk optreden, door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter vereenvoudiging van het reizen voor scholieren uit derde landen die in een Lid-Staat verblijven, op voorwaarde dat :
  1. de groep begeleid wordt door een leerkracht van de school, die in het bezit is van de documenten die voor zijn doorreis of zijn binnenkomst in het Rijk vereist zijn en van de hogervermelde lijst, opgesteld door de school, met vermelding van de namen en de voornamen van de begeleide leerlingen, de namen van de leerkrachten die de groep begeleiden, alsook van de bestemming en de duur van de reis;
  2. de Lid-Staat waarin de scholieren verblijven de overige Lid-Staten heeft meegedeeld dat zijn eigen lijsten in alle Lid-Staten van de Europese Unie erkend dienen te worden als geldige reisdocumenten op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden vermeld in de onderdelen 3 en 4 hierna;
  3. de verantwoordelijke instantie van deze Lid-Staat de lijst gewaarmerkt heeft, ten einde de verblijfstatus van de betrokken scholieren en hun recht om zonder formaliteiten opnieuw tot het land te worden toegelaten, te bevestigen;
  4. op het formulier recente foto's zijn aangebracht van de op de lijst vermelde leerlingen die niet in staat zijn om hun identiteit aan te tonen door middel van een identiteitsbewijs met foto.
  Als niet voldaan is aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid, onderdelen 2 tot 4, mag de in het eerste lid bedoelde scholier, wiens naam vermeld is op de desbetreffende naamlijst en die voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel 1, bedoelde voorwaarden, hoe dan ook door het Rijk reizen of het Rijk binnenkomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden na overlegging van een individueel reisdocument dat in België geldt, zonder dat hij echter in het bezit hoeft te zijn van een visum indien hij daarvan niet is vrijgesteld krachtens andere bepalingen.

  Art. 7. § 1. Luxemburgse of Nederlandse kinderen en jeugdige personen beneden de leeftijd van eenentwintig jaar die in groep reizen, worden gemachtigd het Rijk binnen te komen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, op enkel vertoon van een naamlijst die door de onderwijsinstelling of de jeugdvereniging waartoe ze behoren is opgemaakt en die voorzien is van de stempel van de politie van de plaats waar die lijst is opgemaakt.
  Alleen de groepsleider moet in het bezit zijn van het individueel document dat voor zijn binnenkomst in het Rijk vereist is.
  § 2. Luxemburgse en Nederlandse bejaarden die in groep reizen worden gemachtigd het Rijk binnen te komen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, op vertoon van een collectieve lijst die door de plaatselijke politie van hun verblijfplaats is afgestempeld en die het voorafgaand akkoord vermeldt van het ((Minister),of van zijn gemachtigde) <AR 1992-07-13/32, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 15-07-1992> <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 8.
  <Opgeheven bij KB 2015-02-13/06, art. 3, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 9. Houders van documenten afgegeven door de hieronder genoemde internationale organisaties kunnen op enkel vertoon van deze documenten het Rijk binnenkomen.
  1. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een " laissez-passer " van de Verenigde Naties.
  2. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa afgegeven legitimatiebewijs.
  3. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een door de (Raad van de Europese Unie) vastgesteld " laissez-passer ". <KB 1996-12-11/38, art. 4, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  4. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een door de Secretaris-Generaal van de Internationale Douaneraad afgegeven " laissez-passer ".
  5. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een officieel legitimatiebewijs van de Noord Atlantische Verdragsorganisatie.
  6. Militairen behorende tot een krijgsmacht van de N.A.V.O. die in het bezit zijn van een persoonlijk militair identiteitsbewijs en een individuele of collectieve reiswijzer, afgegeven door de N.A.V.O. of door de bevoegde autoriteiten van het land waarvan zij onderdaan zijn.
  7. In Europa gelegerde Amerikaanse of Canadese militairen die in het bezit zijn van een persoonlijk militair identiteitsbewijs en van een verlofpas.

  Art. 10. De vreemdeling die in de Duits-Belgische of de Frans-Belgische grensstreek verblijft wordt gemachtigd in de Belgisch-Duitse of de Belgisch-Franse grensstreek te verkeren op vertoon van de documenten die voorzien zijn bij de tussen België en die landen gesloten overeenkomsten of gemaakte afspraken voor het klein grensverkeer.

  Art. 11. De vreemdeling die niet in de gelegenheid is geweest tijdig het vereiste transit- of reisvisum te bekomen, kan, bij wijze van uitzondering, door de met de grenscontrole belaste overheden worden toegelaten het Rijk binnen te komen.
  Indien de vreemdeling toegang verzoekt uitsluitend om zich via het grondgebied van het Rijk naar een derde land te begeven, mogen de met de grenscontrole belaste overheden hem een transitvisum zonder oponthoud afgeven, op voorwaarde dat het hem is toegestaan zich naar het land van bestemming te begeven en te transiteren door het land dat hij het eerst dient door te reizen om het land van bestemming te bereiken.
  Indien de vreemdeling toegang verzoekt voor een verblijf van ten hoogste drie maanden mogen de met de grenscontrole belaste overheden hem een visum afgeven dat ten hoogste drie dagen geldig is.

  Art. 12. § 1. De vreemdeling die vrijgesteld is van de visumplicht en die niet in het bezit is van het vereiste paspoort of identiteitsbewijs, kan, bij wijze van uitzondering, door de met de grenscontrole belaste overheden worden toegelaten het Rijk binnen te komen, op voorwaarde :
  1. dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt;
  2. dat hij zich niet bevindt in een van de gevallen bedoeld in (artikel 3, eerste lid, 5° tot 8°, van de wet); <KB 1996-11-22/31, art. 6, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  3. dat hij gegronde redenen aanvoert tot staving van zijn verzoek;
  4. dat de duur van zijn verblijf in het Rijk twee weken niet lijkt te zullen overschrijden;
  5. dat hij in het bezit is van enig identiteitsbewijs.
  Er wordt hem een bijzonder doorlaatbewijs afgegeven, overeenkomstig het model van bijlage 10.
  § 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn, is voor de afgifte van het bijzonder doorlaatbewijs een machtiging van de (Minister) of van zijn gemachtigde vereist. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 13. (Opgeheven) <KB 1996-12-11/38, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  Art. 14.Wanneer de vreemdeling wordt teruggedreven krachtens artikel 3 van de wet, wordt de beslissing tot terugdrijving hem, (...), ter kennis gebracht door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 11. <KB 1996-11-22/31, art. 7, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  (Lid 2 opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 7, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 15. (opgeheven) <KB 2008-07-22/33, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>

  Art. 16. (opgeheven) <KB 2008-07-22/33, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>

  Art. 17. (opgeheven) <KB 2008-07-22/33, art. 4, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>

  Afdeling 1bis. - (Toegang tot het grondgebied. - Bijzondere binnenkomstvoorwaarde : de verbintenis tot tenlasteneming.) <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 9; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  Art. 17/2.[1 § 1. De verbintenis tot tenlasteneming bedoeld in artikel 3bis van de wet, moet overeenkomen met bijlage 3bis en twee delen omvatten. Het eerste deel is de verbintenis tot tenlasteneming en het tweede deel bevat informatie die bestemd is voor de garant en de onderdaan van een derde land die ten laste wordt genomen.
   Om een geldig bewijs van de bestaansmiddelen die vereist zijn voor een kort verblijf in België te vormen moet het eerste deel van de verbintenis tot tenlasteneming recto verso gedrukt zijn, moet het origineel zijn en mag het geen wijzigingen bevatten.
   De verbintenis tot tenlasteneming bedoeld in artikel 3bis van de wet vermeldt de volgende elementen :
   1° de identiteit van de persoon die de verbintenis tot tenlasteneming ondertekent;
   2° de identiteit en het adres van een onderdaan van een derde land die ten laste wordt genomen;
   3° het huisvestingsadres;
   4° de duur en het doel van het verblijf;
   5° de verwantschapsbanden tussen de garant en de onderdaan van een derde land die ten laste wordt genomen.
   § 2. De verbintenis tot tenlasteneming kan worden aangegaan voor een onderdaan van een derde land die een kort verblijf in België wenst.
   De garant moet persoonlijk over voldoende middelen van bestaan beschikken.
   § 3.De verbintenis tot tenlasteneming vormt slechts een bewijs van voldoende middelen van bestaan in hoofde van de ten laste genomen onderdaan van een derde land indien zij ontvankelijk verklaard en aanvaard werd door de Minister of zijn gemachtigde.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-12-02/13, art. 1, 059; Inwerkingtreding : 07-01-2016>

  Art. 17/3.<Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 9; Inwerkingtreding : 17-01-1997> § 1. De persoon die de verbintenis tot tenlasteneming ondertekent ten gunste van een vreemdeling die niet onderworpen is aan de visumplicht, moet op het ogenblik dat hij zich aanbiedt bij het gemeentebestuur om de verbintenis te laten legaliseren, de volgende documenten overleggen :
  1° een loonfiche of een document, opgesteld door een openbare overheid, waaruit zijn maandelijkse of jaarlijkse netto-/bruto- inkomsten blijken of wanneer hij één van deze stukken niet kan overleggen, enig ander document waarin het bedrag van zijn inkomsten vermeld wordt;
  2° een document waaruit blijkt dat hij de Belgische nationaliteit bezit of dat hij gemachtigd of toegelaten is om voor onbepaalde duur in België te verblijven.
  § 2. Het gemeentebestuur zendt de gelegaliseerde verbintenis tot tenlasteneming evenals de documenten vermeld in § 1 onmiddellijk over aan de Dienst Vreemdelingenzaken.
  Indien deze documenten niet overgelegd werden door de garant, verklaart de Minister of diens gemachtigde de verbintenis tot tenlasteneming onontvankelijk.
  Indien de garant niet beschikt over voldoende middelen van bestaan, verwerpt de Minister of diens gemachtigde de verbintenis tot tenlasteneming.
  § 3. De Dienst Vreemdelingenzaken zendt vervolgens de verbintenis tot tenlasteneming opnieuw over aan het gemeentebestuur, die de garant onmiddellijk verzoekt om deze te komen afhalen.
  Het gemeentebestuur vermeldt op de verbintenis tot tenlasteneming vanaf welke datum zij mag worden afgehaald.
  § 4. Indien de verbintenis tot tenlasteneming aanvaard werd door de Minister of diens gemachtigde, moet zij door de vreemdeling aangewend worden om het grondgebied van de Staten die partij zijn bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, binnen te komen binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum vermeld in § 3, tweede lid.
  [1 § 5. De paragrafen 1 tot 3 zijn eveneens van toepassing wanneer de verbintenis tot tenlasteneming ondertekend wordt ten gunste van een vreemdeling die onderworpen is aan de visumplicht, in geval van indiening van de aanvraag bij een diplomatieke of consulaire post van een lidstaat die België vertegenwoordigt.
   Wanneer ze aanvaard wordt, moet de verbintenis tot tenlasteneming binnen een termijn van zes maanden, vanaf de datum die in de derde paragraaf, tweede lid, vermeld wordt, door de vreemdeling worden overgelegd om zijn aanvraag te staven.
   § 6. Indien de vreemdeling niet voldoet aan de verplichting die voorzien wordt in paragraaf 4 of 5, tweede lid, naargelang het geval, wordt de verbintenis tot tenlasteneming geacht niet te zijn aanvaard.]1
  ----------
  (1)<KB 2012-07-16/10, art. 1, 045; Inwerkingtreding : 29-09-2012>

  Art. 17/4. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 9; Inwerkingtreding : 17-01-1997> § 1. Indien de burgemeester of diens gemachtigde de verbintenis tot tenlasteneming legaliseert die aangegaan werd ten opzichte van een vreemdeling die onderworpen is aan de visumplicht, vermeldt hij de datum van de legalisatie op de verbintenis tot tenlasteneming en overhandigt hij deze onmiddellijk aan de garant.
  Wanneer de burgemeester of zijn gemachtigde overeenkomstig artikel 3bis, vierde lid, van de wet, een advies richt aan de Minister of diens gemachtigde, bezorgt hij hem terzelfdertijd een kopie van de gelegaliseerde verbintenis tot tenlasteneming.
  § 2. Wanneer de verbintenis tot tenlasteneming gelegaliseerd werd, moet de vreemdeling ten opzichte van wie zij werd aangegaan, zich binnen een termijn van zes maanden vanaf de in § 1, eerste lid, vermelde datum aanbieden bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats of zijn plaats van oponthoud in het buitenland om er samen met de gelegaliseerde verbintenis tot tenlasteneming de volgende documenten over te leggen:
  1° een loonfiche of een document, opgesteld door een openbare overheid, waaruit de maandelijkse of jaarlijkse netto-/bruto- inkomsten van de garant blijken of wanneer hij één van deze stukken niet kan overleggen, enig ander document waarin het bedrag van de inkomsten van de garant vermeld wordt;
  2° een document waaruit blijkt dat de garant de Belgische nationaliteit bezit of dat hij gemachtigd of toegelaten is om voor onbepaalde duur in België te verblijven.
  Indien deze documenten niet overgelegd werden binnen de vastgestelde termijn, verklaart de diplomatieke of consulaire post de verbintenis tot tenlasteneming onontvankelijk.
  Indien de garant niet beschikt over voldoende inkomsten, verwerpt de Minister of diens gemachtigde de verbintenis tot tenlasteneming.
  § 3. De diplomatieke of consulaire post brengt de genomen beslissing ter kennis van de vreemdeling door hem de verbintenis tot tenlasteneming opnieuw over te leggen.

  Art. 17/5. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 9; Inwerkingtreding : 17-01-1997> Vanaf de dag dat de vreemdeling het grondgebied van de Staten die partij zijn bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, binnengekomen is, voorzien van de documenten vereist bij artikel 2 van de wet, is de garant samen met de vreemdeling gedurende een periode van twee jaar hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van de in artikel 3bis, eerste lid, van de wet, vermelde kosten.
  De garant is vrijgesteld van deze aansprakelijkheid indien hij het bewijs levert dat de vreemdeling het grondgebied van de Staten die partij zijn bij de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen, ondertekend op 19 juni 1990, verlaten heeft.

  Art. 17/6. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 9; Inwerkingtreding : 17-01-1997> De garant kan enkel afstand doen van de verbintenis tot tenlasteneming indien de Minister of zijn gemachtigde een nieuwe verbintenis aanvaardt, die door een andere persoon ondertekend werd.

  Art. 17/7.<Ingevoegd bij KB 2006-05-15/39, art. 1; Inwerkingtreding : 21-06-2006> § 1. Wanneer de kosten van verblijf, gezondheidszorgen en repatriëring, bedoeld in artikel 3bis van de wet, door de Belgische Staat gedragen werden, wordt de terugbetaling ervan ingevorderd op initiatief van de Minister of zijn gemachtigde bij een ter post aangetekende brief.
  § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt het bedrag van de kosten van verblijf en gezondheidszorgen dat voortvloeit uit de opsluiting van de vreemdeling overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 7, 27 [1 29 en 51/5, § 3]1 van de wet, met uitzondering van de individueel gemaakte extra kosten, forfaitair vastgesteld op [1 180 euro ]1 per volledige dag en per persoon. De dag van binnenkomst wordt eveneens aangerekend, de dag van vertrek niet.
  Wanneer een vreemdeling die het voorwerp uitmaakt van een uitvoerbare beslissing tot weigering van verblijf (...), overeenkomstig artikel 74/6 van de wet vastgehouden wordt, wordt het bedrag van de kosten van verblijf en gezondheidszorgen dat hieruit voortvloeit eveneens vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid. De dag dat de beslissing uitvoerbaar wordt, wordt in dit geval beschouwd als de dag van binnenkomst. <KB 2007-04-27/56, art. 2, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Het in het eerste lid vastgestelde forfaitaire bedrag wordt gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, [1 119,01 (basis 2004 = 100)]1. Het wordt elk jaar op 1 januari aangepast in verhouding tot de index van de voorafgaande maand december. De uitkomst wordt naar [1 de hogere euro]1 afgerond.
  § 3. Voor de toepassing van § 1 zijn de kosten van repatriëring, de reële kosten die voortvloeien uit de begeleiding en het vervoer van de vreemdeling naar het land waarvan hij de nationaliteit bezit of dat hem een verblijfstitel voor meer dan drie maanden heeft afgegeven.
  
   (NOTA : het bedrag van 180 euro is geïndexeerd. Dit bedrag is vastgesteld op :
  
  - 184 euro voor het jaar 2013 ; zie VARIA 2013-05-07/09, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2013;
  - 186 euro voor het jaar 2014 ; zie VARIA 2014-01-15/01, art. M, 052; Inwerkingtreding : 01-01-2014; < Erratum, B.St. 07-02-2014, p. 11067>;
  - 186 euro voor het jaar 2015 ; zie VARIA 2015-03-16/06, art. M, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2015
  - 188 euro voor het jaar 2016 ; zie VARIA 2016-02-01/02, art. M1, 060; Inwerkingtreding : 01-01-2016
  - 192 euro voor het jaar 2017 ; zie VARIA 2017-03-03/02, art. M1, 064; Inwerkingtreding: 01-01-2017)

  ----------
  (1)<KB 2012-09-20/14, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 11-10-2012>

  Art. 17.8. <Ingevoegd bij KB 2006-05-15/39, art. 2; Inwerkingtreding : 21-06-2006> Wanneer de kosten van verblijf en gezondheidszorgen, bedoeld in artikel 3bis van de wet, door het bevoegd openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedragen werden, wordt de terugbetaling ervan door dit centrum ingevorderd bij een ter post aangetekende brief.
  Deze kosten zijn de door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedragen reële kosten van verblijf en gezondheidszorgen.

  Art. 17.9. <Ingevoegd bij KB 2006-05-15/39, art. 3; Inwerkingtreding : 21-06-2006> Indien de schuldenaar verzuimt het bedrag van de teruggevorderde kosten te betalen, kan de invordering ervan aan de administratie van het Kadaster, Registratie en Domeinen overgedragen worden.
  De ingevorderde sommen worden aan de Schatkist gestort.

  Afdeling 2. - Verblijf van ten hoogste drie maanden. - Administratieve formaliteiten. - Afgifte van het verblijfsdocument.

  Art. 18. Zijn vrijgesteld van de verplichting zich bij het gemeentebestuur aan te melden :
  1° de vreemdeling die tijdens een reis in België voor behandeling in een ziekenhuis of een soortgelijke verplegingsinrichting is opgenomen;
  2° de vreemdeling die aangehouden is en in een strafinrichting of in een inrichting tot bescherming van de maatschappij gedetineerd is, (...). <KB 1996-12-11/38, art. 10, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  Art. 19. De aanwezigheid in het Rijk van het vreemde kind beneden de leeftijd van vijftien jaar moet aan het gemeentebestuur gesignaleerd worden door de vader of de moeder of door de persoon of de instelling onder wiens bewaring het kind staat.

  Art. 20. De vreemdeling die België binnenkomt voor een verblijf van ten hoogste drie maanden ontvangt van het gemeentebestuur van de plaats waar hij logeert een document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage 3.
  Dat document is ten hoogste drie maanden geldig vanaf de datum van binnenkomst in het Rijk, tenzij het visum of de visum verklaring, aangebracht op het paspoort of de daarmee gelijkgestelde reistitel, een kortere duur bepaalt.
  (Van de geldigheidstermijn bepaald in het tweede lid wordt afgetrokken de duur van het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied van een andere Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen die België bindt, uitgezonderd de duur van het verblijf op het grondgebied van de overeenkomstsluitende Staat die hem een geldige verblijfstitel heeft afgegeven.) <KB 1996-11-22/31, art. 8, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 21. <KB 1996-11-22/31, art. 9, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996> - De beslissing van de Minister of zijn gemachtigde waarbij het bevel om het grondgebied te verlaten wordt gegeven aan de vreemdeling die niet in het bezit is van de vereiste documenten om het Rijk binnen te komen, wordt ter kennis gebracht door middel van formulier A, overeenkomstig het model van bijlage 12.

  Art. 22. <KB 28-01-1988, art. 1> De beslissing van de (Minister) of zijn gemachtigde waarbij bevel om het grondgebied te verlaten wordt gegeven aan de vreemdeling die noch gemachtigd noch toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk of om er zich te vestigen, wordt ter kennis gebracht door middel van het formulier B, overeenkomstig het model van bijlage 13. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 22.2. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 11; Inwerkingtreding : 17-01-1997> Wanneer de Minister of diens gemachtigde aan de verantwoordelijke Staat in de zin van internationale overeenkomsten die België binden, het verzoek richt om de vreemdeling terug te nemen die bedoeld wordt in artikel 7, eerste lid, 1°, 2° of 5°, van de wet, en wiens asielprocedure hangende is in deze Staat of wiens asielaanvraag definitief werd verworpen door deze Staat, brengt hij de vreemdeling daarvan op de hoogte en deelt hij hem de inhoud mee van de genomen beslissing.
  Wanneer de vreemdeling overgedragen wordt aan de verantwoordelijke Staat, wordt hij in het bezit gesteld van een doorlaatbewijs, overeenkomstig het model van bijlage 10bis (of bijlage 10ter). Dit document vermeldt de bevoegde overheid van deze Staat waarbij de vreemdeling zich moet aanmelden evenals (, desgevallend,) de termijn die hem toegestaan wordt om dit te doen. <KB 1998-03-02/32, art. 1, 020; Inwerkingtreding : 01-09-1997> <KB 2007-04-27/56, art. 3, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  HOOFDSTUK II. - Verblijf van meer dan drie maanden.

  Afdeling 1. - Binnenkomstvoorwaarden.

  Art. 23. <KB 1994-03-11/30, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 01-01-1994> Onder voorbehoud van artikel 10 van de wet, hoeven niet in het bezit te zijn van de machtiging tot voorlopig verblijf :
  1° de vreemdelingen bedoeld in titel II, hoofdstuk I, afdeling 6;
  2° (de onderdanen van Monaco); <KB 1996-12-11/38, art. 12, 1°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  3° (de onderdanen van Zwitserland, die het genot van de bepalingen van Titel II, hoofdstuk Iter niet kunnen opeisen of die er geen aanspraak op wensen te maken.) <KB 2002-07-11/51, art. 1, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002>

  Art. 24. Het vreemde kind beneden zestien jaar, dat alleen naar elgië komt voor een verblijf van meer dan drie maanden, is onderworpen aan de algemene reglementering.
  Het vreemde kind beneden zestien jaar wordt evenwel toegelaten het Rijk binnen te komen voor een verblijf van meer dan drie maanden zonder in het bezit te zijn van een persoonlijk reisdocument of van een machtiging tot voorlopig verblijf, onder dezelfde voorwaarden als deze bepaald bij artikel 3, § 2, lid 1, van dit besluit, voor zover de ouder, de bloedverwant in de opgaande lijn of de voogd zelf de voorwaarden vervult die gesteld zijn om langer dan drie maanden in het Rijk te verblijven.

  Afdeling 2. - Formaliteiten van inschrijving bij het gemeentebestuur en afgifte van (een) verblijfsvergunning. <KB 2007-04-27/56, art. 4, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 25. § 1. Wanneer de vreemdeling die naar België komt voor een verblijf van meer dan drie maanden in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf, schrijft het gemeentebestuur hem in het vreemdelingenregister in en geeft hem het bewijs van inschrijving in dat register af.
  Indien de machtiging tot voorlopig verblijf slechts voor een bepaalde duur geldt, wordt het bewijs van inschrijving tot die duur beperkt.
  § 2. Wanneer de vreemdeling geen machtiging tot voorlopig verblijf moet bezitten, handelt het gemeentebestuur, op overlegging van het bewijs van de bestaansmiddelen, zoals bepaald is in paragraaf 1.
  Acht het gemeentebestuur het bewijs van de bestaansmiddelen ontoereikend, dan geeft het aan de vreemdeling een attest van immatriculatie model A af, overeenkomstig bijlage 4.
  Dat attest dekt het verblijf voor drie maanden, in afwachting van de beslissing van de (Minister)) of zijn gemachtigde. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  Is de beslissing gunstig of wordt, binnen de termijn van drie maanden, geen beslissing ter kennis van het gemeentebestuur gebracht, dan geeft dat bestuur het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af.
  Indien de (Minister) of zijn gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet tot verblijf gemachtigd wordt, geeft hij hem bevel om het grondgebied te verlaten. Het gemeentebestuur geeft van beide beslissingen kennis door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 14. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 25/2.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 5; Inwerkingtreding : 01-06-2007> § 1. De vreemdeling die reeds toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk van maximaal drie maanden overeenkomstig Titel I, hoofdstuk II van de wet, of van meer dan drie maanden, die aantoont :
  1° ofwel in het bezit te zijn van
  a) een arbeidskaart B, een beroepskaart, of een attest afgegeven door de bevoegde overheidsdienst van vrijstelling van deze verplichting (of elk ander bewijs dat door de bevoegde ministers voldoende wordt geacht om deze vrijstelling te bevestigen), en <KB 2008-07-22/33, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  b) een geneeskundig getuigschrift waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één der in bijlage bij de huidige wet opgesomde ziekten, en
  c) een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene niet veroordeeld is geweest wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht, wanneer hij ouder is dan 18 jaar,
  2° ofwel de door de wet of een koninklijk besluit vastgestelde voorwaarden te vervullen om gemachtigd te worden tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk op grond van een andere hoedanigheid,
  kan op deze basis een aanvraag tot machtiging tot verblijf indienen bij de burgemeester van de gemeente waar hij verblijft.
  Deze aanvraag dient vergezeld te zijn van de bewijzen dat de vreemdeling de voorwaarden bedoeld in deze paragraaf vervult.
  § 2. Voor zover de vreemdeling de bewijzen aanbrengt dat hij de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, vervult, en indien uit de controle van de reële verblijfplaats, die de burgemeester of zijn gemachtigde moet laten uitvoeren, blijkt dat de vreemdeling op het grondgebied van de gemeente verblijft, kent de burgemeester of zijn gemachtigde de machtiging tot beperkt verblijf toe aan de vreemdeling, schrijft het gemeentebestuur hem in het vreemdelingenregister in en overhandigt het een bewijs van inschrijving in dit register, of, indien de vreemdeling reeds houder is van een dergelijk bewijs, brengt het gemeentebestuur hem op de hoogte van de beslissing.
  In het andere geval beslist de burgemeester of zijn gemachtigde om de aanvraag niet in overweging te nemen door middel van een document overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 40. Het gemeentebestuur maakt een kopie van dit document over aan de gemachtigde van de minister.
  § 3. Voor zover de vreemdeling de bewijzen aanbrengt dat hij de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, vervult, en indien uit de controle van de reële verblijfplaats, die de burgemeester of zijn gemachtigde moet laten uitvoeren, blijkt dat de vreemdeling op het grondgebied van de gemeente verblijft, wordt hij in het bezit gesteld van een document dat aantoont dat de aanvraag werd ingediend. Het gemeentebestuur maakt de aanvraag, vergezeld van de bewijzen bedoeld bij § 1, tweede lid, en van het verslag opgesteld bij de controle van de verblijfplaats, zonder verwijl over aan de gemachtigde van de minister.
  In het andere geval beslist de burgemeester of zijn gemachtigde om de aanvraag niet in overweging te nemen door middel van een document overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 40. Het gemeentebestuur maakt een kopie van dit document over aan de gemachtigde van de minister.
  Indien de minister of zijn gemachtigde de machtiging tot verblijf toekent aan de vreemdeling, schrijft het gemeentebestuur deze in het vreemdelingenregister in en overhandigt het een bewijs van inschrijving in dit register, of, indien de vreemdeling reeds houder is van een dergelijk bewijs, brengt het gemeentebestuur hem op de hoogte van de beslissing.
  Indien de minister of zijn gemachtigde beslist dat de vreemdeling de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, niet vervult, verwerpt hij de aanvraag tot machtiging tot verblijf en geeft het hem in voorkomend geval het bevel om het grondgebied te verlaten overeenkomstig het model van bijlage 13.
  (§ 4. Indien uit de controle van de reële verblijfplaats die de burgemeester of zijn gemachtigde moet laten uitvoeren blijkt dat de vreemdeling die [1 ...]1 een aanvraag gebaseerd op artikel 61/7 van de wet, op het grondgebied van de gemeente verblijft, wordt hij in het bezit gesteld van een document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend. Het gemeentebestuur maakt de aanvraag, vergezeld van de voorgelegde documenten en het verslag opgesteld bij de controle van de verblijfplaats, zonder verwijl over aan de gemachtigde van de minister.
  De bepalingen van § 3, tweede tot vierde lid, zijn van toepassing [1 op de aanvraag bedoeld in het eerste lid]1.) <KB 2008-07-22/33, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  [1 § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de vreemdelingen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf op basis van artikel 10bis, van de wet indienen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 25/3.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 6; Inwerkingtreding : 01-06-2007> § 1. Indien de vreemdeling die verklaart zich in één der in artikel 10 of 10bis van de wet voorziene gevallen te bevinden zijn aanvraag indient bij de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger wordt hij, overeenkomstig artikel 12bis, § 2, of 10ter, § 1, van de wet, na voorlegging van alle vereiste documenten, in het bezit gesteld van [1 een bewijs van indiening van de aanvraag, conform het model in de bijlage 15quinquies]1.
  § 2. Indien de vreemdeling die naar België komt in het bezit is van een toelating tot verblijf krachtens artikel 10 van de wet, schrijft het gemeentebestuur hem in het vreemdelingenregister in en geeft hem het bewijs van inschrijving in dat register af.
  Behalve in het geval van artikel 13, § 1, [1 vijfde lid]1, van de wet, zijn de toelating tot verblijf voor beperkte duur en het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister geldig voor een duur van één jaar.
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 26.[1 § 1.De vreemdeling die een aanvraag voor een toelating tot verblijf indient bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, in toepassing van de artikelen 10 en 12bis, § 1, tweede lid, 1°, 2° of 4°, van de wet, overlegt de volgende documenten om deze aanvraag te staven :
   1° de voor zijn binnenkomst en verblijf vereiste documenten die aantonen dat hij voldoet aan de in artikel 12bis, § 1, tweede lid, 1°, 2° of 4°, van de wet bepaalde voorwaarden;
   2° de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden.
   Indien de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag alle vereiste documenten overlegt, overhandigt de burgemeester of zijn gemachtigde hem een ontvangstbewijs van zijn aanvraag, conform het model in de bijlage 15bis. De aanvraag en een kopie van de bijlage 15bis worden onmiddellijk naar de Minister of zijn gemachtigde gestuurd. Met het oog op de eventuele inschrijving van de vreemdeling in het vreemdelingenregister laat de burgemeester of zijn gemachtigde tot een verblijfsonderzoek overgaan.
   Indien de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag echter niet alle vereiste documenten overlegt, neemt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag niet in overweging en betekent deze beslissing aan de vreemdeling, door middel van een document conform het model in de bijlage 15ter. Een kopie van dit document wordt onmiddellijk aan de Minister of zijn gemachtigde bezorgd.
   § 2. Indien de Minister of zijn gemachtigde de aanvraag ontvankelijk verklaart, of indien binnen de in artikel 12bis, §3, tweede lid, van de wet bepaalde termijn geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde, informeert de burgemeester of zijn gemachtigde de vreemdeling dat zijn aanvraag ontvankelijk is, schrijft hem in in het vreemdelingenregister en geeft hem een attest van immatriculatie (model A) af, conform het model in de bijlage 4. Dit attest van immatriculatie vervalt zes maanden na de afgifte van het ontvangstbewijs van de aanvraag. [2 Indien de aanvraag echter wordt ingediend door een familielid bedoeld bij artikel 10, § 1, eerste lid, 4° tot 6° van de vreemdeling die de status van langdurig ingezetene geniet en die voormalig houder is van een Europese blauwe kaart, vervalt het attest van immatriculatie vier maanden na de afgifte van het ontvangstbewijs van de aanvraag.]2
   Indien de Minister of zijn gemachtigde de aanvraag onontvankelijk verklaart, betekent de burgemeester of zijn gemachtigde deze beslissing door middel van het document conform het model in de bijlage 15quater. Indien de vreemdeling zich bovendien in één van de in artikel 7 van de wet bepaalde gevallen bevindt, geeft de Minister of zijn gemachtigde, in voorkomend geval, door middel van het formulier A of B, conform het model van de bijlage 12 of 13, een bevel om het grondgebied te verlaten aan hem af.
   § 3. [2 Indien de Minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 12bis, § 3, vierde lid, of § 3bis, tweede lid, van de wet, beslist om de in artikelen 12bis, § 3, derde, of § 3bis, eerste lid, van de wet bedoelde termijn te verlengen, overhandigt de Burgemeester of zijn gemachtigde een kopie van deze beslissing aan de vreemdeling en verlengt zijn attest van immatriculatie (model A) met drie maanden, te rekenen vanaf zijn vervaldatum.]2
   § 4. [2 Indien de beslissing gunstig is of indien binnen de in artikel 12bis, § 3, derde lid, of § 3bis, eerste lid, van de wet, bedoelde termijn, die eventueel verlengd wordt, geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af aan de vreemdeling. Het attest van immatriculatie (model A) wordt desgevallend verlengd tot de afgifte van dit bewijs]2
   Indien de Minister of diens gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet toegelaten wordt tot een verblijf op het grondgebied van het Rijk weigert hij de aanvraag, en, in voorkomend geval, geeft hij hem het bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent deze twee beslissingen door middel van het document conform het model in de bijlage 14.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 4, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 26/1.[1 § 1. De vreemdeling die een verblijfsaanvraag indient bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, in toepassing van de artikelen 10 en 12bis, § 1, tweede lid, 3°, van de wet, overlegt de volgende documenten om deze aanvraag te staven :
   1° een geldig paspoort;
   2° de bewijsdocumenten die betrekking hebben op de buitengewone omstandigheden, zoals gedefinieerd in artikel 12bis, § 1, tweede lid, 3°, van de wet;
   3° de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden.
   Indien de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag alle vereiste documenten overlegt, stuurt de burgemeester of zijn gemachtigde onmiddellijk een kopie van de aanvraag naar de gemachtigde van de Minister, zodat de laatstgenoemde persoon de ontvankelijkheid ervan kan verifiëren. Met het oog op de eventuele inschrijving van de vreemdeling in het vreemdelingenregister laat de burgemeester of zijn gemachtigde tot een verblijfsonderzoek overgaan.
   Indien de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag echter niet alle vereiste documenten overlegt, neemt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag niet in overweging en betekent deze beslissing aan de vreemdeling, door middel van een document conform het model in de bijlage 15ter. Een kopie van dit document wordt onmiddellijk aan de Minister of zijn gemachtigde bezorgd.
   § 2. Indien de Minister of zijn gemachtigde de aanvraag ontvankelijk verklaart, informeert de burgemeester of zijn gemachtigde de vreemdeling dat zijn aanvraag ontvankelijk is, geeft hem een ontvangstbewijs van de aanvraag conform het model in de bijlage 15bis af, schrijft hem in in het vreemdelingenregister en geeft hem een attest van immatriculatie (model A) af, conform het model in de bijlage 4. Dit attest van immatriculatie vervalt zes maanden na de afgifte van het genoemd ontvangstbewijs. [2 Indien de aanvraag echter wordt ingediend door een familielid bedoeld bij artikel 10, § 1, eerste lid, 4° tot 6° van de vreemdeling die de status van langdurig ingezetene geniet en voormalig houder is van een Europese blauwe kaart, vervalt het attest van immatriculatie vier maanden na de afgifte van het ontvangstbewijs van de aanvraag.]2
   Indien de Minister of zijn gemachtigde de aanvraag onontvankelijk verklaart, betekent de burgemeester of zijn gemachtigde deze beslissing door middel van het document conform het model in de bijlage 15quater. Indien de vreemdeling zich bovendien in één van de in artikel 7 van de wet bepaalde gevallen bevindt, geeft de Minister of zijn gemachtigde, in voorkomend geval, door middel van het formulier A of B, conform het model van de bijlage 12 of 13, een bevel om het grondgebied te verlaten aan hem af.
   § 3. [2 Indien de Minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 12bis, § 3, vierde lid, of § 3bis, tweede lid, van de wet, beslist om de in artikel 12bis, § 3, derde lid, of § 3bis, eerste lid, van de wet bedoelde termijn te verlengen, overhandigt de Burgemeester of zijn gemachtigde een kopie van deze beslissing aan de vreemdeling en verlengt zijn attest van immatriculatie (model A) met drie maanden, te rekenen vanaf zijn vervaldatum.]2
   § 4. [2 Indien de beslissing gunstig is of indien binnen de in artikel 12bis, § 3, derde lid, of § 3bis, eerste lid, van de wet, bedoelde termijn, die eventueel verlengd wordt, geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af aan de vreemdeling. Het attest van immatriculatie (model A) wordt desgevallend verlengd tot de afgifte van dit bewijs.]2
   Indien de Minister of diens gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet toegelaten wordt tot een verblijf op het grondgebied van het Rijk weigert hij de aanvraag, en, in voorkomend geval, geeft hij hem het bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent deze twee beslissingen door middel van het document conform het model in de bijlage 14.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 5, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 3, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 26.2.[1 § 1. Onverminderd artikel 26/2/1 kan de vreemdeling in de volgende gevallen een aanvraag voor een machtiging tot verblijf op basis van artikel 10bis, van de wet, indienen bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats :
   1° indien hij in een andere hoedanigheid reeds toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk;
   2° indien hij gemachtigd is tot een verblijf van maximum drie maanden en indien hij, indien de wet dat vereist, beschikt over een geldig visum, met het oog op het afsluiten van een huwelijk of een partnerschap in België, indien dit huwelijk of partnerschap effectief werd afgesloten vóór het einde van deze machtiging;
   3° indien hij gemachtigd is tot een verblijf van maximum drie maanden en een minderjarig kind, bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 4°, tweede en derde streepje, is, [2 ...]2 van de wet.
   § 2. De vreemdeling dient zijn aanvraag voor een machtiging tot verblijf in vooraleer zijn toelating of machtiging tot verblijf verstrijkt en overlegt de volgende documenten om deze aanvraag te staven :
   1° de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de in de eerste paragraaf voorziene voorwaarden;
   2° de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden.
   In afwijking van het eerste lid overlegt de vreemdeling die een aanvraag indient op basis van artikel 10bis, § 3, van de wet, de bewijsdocumenten die betrekking hebben op de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden ten laatste binnen de vier maanden na de indiening van zijn aanvraag.
   § 3. Indien de vreemdeling zijn aanvraag voor een machtiging tot verblijf overeenkomstig de tweede paragraaf indient, overhandigt de burgemeester of zijn gemachtigde hem een ontvangstbewijs van zijn aanvraag conform het model in de bijlage 41bis. Indien uit de controle van het effectief verblijf blijkt dat de vreemdeling in de gemeente verblijft, wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een attest van immatriculatie (model A), waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan die van de verblijfstitel van de vreemdeling die vervoegd wordt, zonder echter langer te mogen zijn dan zes maanden. De burgemeester of zijn gemachtigde stuurt onmiddellijk een kopie van de aanvraag en van de bijlage 41bis naar de gemachtigde van de Minister.
   Indien de aanvraag echter wordt ingediend op basis van artikel 10bis, § 3, van de wet, wordt de in het eerste lid voorziene termijn van zes maanden verminderd tot vier maanden.
   Indien de vreemdeling zijn aanvraag voor een machtiging tot verblijf niet overeenkomstig de tweede paragraaf indient, beslist de burgemeester of zijn gemachtigde om deze aanvraag niet in overweging te nemen, door middel van het document conform het model in de bijlage 41ter. Een kopie van dit document wordt onmiddellijk aan de Minister of zijn gemachtigde bezorgd.
   § 4. [2 Indien de Minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 10ter, § 2, derde lid, § 2bis, tweede lid, of § 2ter, tweede lid, van de wet, beslist om de in artikel 10ter, § 2, eerste lid, § 2bis, eerste lid, of § 2ter, eerste lid, van de wet, bedoelde termijn te verlengen overhandigt de Burgemeester of zijn gemachtigde een kopie van deze beslissing aan de vreemdeling en verlengt zijn attest van immatriculatie (model A) met drie maanden, te rekenen vanaf zijn vervaldatum.]2
   § 5. Indien de beslissing gunstig is of indien binnen de in artikel 10ter, § 2, eerste lid, [2 of § 2ter, eerste lid,]2 van de wet, bedoelde termijn, die eventueel verlengd wordt, geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af aan de vreemdeling. De geldigheidsduur van dit bewijs is gelijk aan die van de verblijfstitel van de vreemdeling die vervoegd wordt. Het attest van immatriculatie (model A) wordt desgevallend verlengd tot de afgifte van dit bewijs.
   Indien de aanvraag voor een machtiging tot verblijf echter op basis van artikel 10bis, § 3, van de wet, wordt ingediend en binnen de in artikel 10ter, § 2bis, eerste lid, bedoelde termijn, die eventueel verlengd wordt, geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde wordt het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister enkel indien alle documenten werden overgelegd overeenkomstig het eerste lid afgegeven. Indien dit niet het geval is, verwerpt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag en geeft, in voorkomend geval, aan de vreemdeling het bevel om het grondgebied te verlaten, door middel van het document conform het model in de bijlage 14.
   Indien de Minister of diens gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet toegelaten wordt tot een verblijf op het grondgebied van het Rijk weigert hij de aanvraag, en, in voorkomend geval, geeft hij hem het bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent deze twee beslissingen door middel van het document conform het model in de bijlage 14.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 6, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 4, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 26/2/1.[1 § 1. De vreemdeling die een verblijfsaanvraag indient bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, op basis van de artikelen 9bis en 10bis, van de wet, overlegt de volgende documenten om deze aanvraag te staven :
   1° een identiteitsdocument of het bewijs dat hij vrijgesteld is van het overleggen van een dergelijk document;
   2° de bewijsdocumenten die betrekking hebben op de buitengewone omstandigheden, bedoeld in artikel 9bis, van de wet;
   3° de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden.
   In afwijking van het eerste lid overlegt de vreemdeling die een aanvraag indient op basis van artikel 10bis, § 3, van de wet, de bewijsdocumenten die betrekking hebben op de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden ten laatste binnen de vier maanden na de indiening van zijn aanvraag.
   § 2. Indien de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag alle vereiste documenten overlegt, stuurt de burgemeester of zijn gemachtigde een kopie van de aanvraag naar de gemachtigde van de Minister, zodat de laatstgenoemde persoon de ontvankelijkheid ervan kan verifiëren, voor zover uit de controle van het verblijf waartoe de burgemeester of zijn gemachtigde laat overgaan blijkt dat de vreemdeling effectief op het grondgebied van de gemeente verblijft.
   Indien de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag echter niet alle vereiste documenten overlegt, of indien uit de controle van de verblijfplaats bedoeld in het 1e lid blijkt dat de vreemdeling niet op het grondgebied van de gemeente verblijft, neemt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag niet in overweging en betekent deze beslissing aan de vreemdeling, door middel van een document conform het model in de bijlage 41ter. Een kopie van dit document wordt onmiddellijk aan de Minister of zijn gemachtigde bezorgd.
   § 3. Indien de Minister of zijn gemachtigde de aanvraag ontvankelijk verklaart, informeert de burgemeester of zijn gemachtigde de vreemdeling dat zijn aanvraag ontvankelijk is, geeft hem een ontvangstbewijs van de aanvraag af, conform het model in de bijlage 41bis, schrijft hem in in het vreemdelingenregister en geeft hem een attest van immatriculatie (model A) af, waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan die van de verblijfstitel van de vreemdeling die vervoegd wordt, zonder echter langer te mogen zijn dan zes maanden.[2 Indien de aanvraag echter wordt ingediend op basis van artikel 10bis, § 4 van de wet, wordt de termijn van zes maanden verminderd tot vier maanden.]2
   Indien de Minister of zijn gemachtigde de aanvraag onontvankelijk verklaart, betekent de burgemeester of zijn gemachtigde deze beslissing door middel van het document conform het model in de bijlage 41quater. Indien de vreemdeling zich bovendien in één van de in artikel 7 van de wet bepaalde gevallen bevindt, wordt in voorkomend geval, door middel van het formulier A of B, conform het model van de bijlage 12 of 13, een bevel om het grondgebied te verlaten aan hem betekend.
   § 4. [2 Indien de Minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 10ter, § 2, derde lid, § 2bis, tweede lid, of § 2ter, tweede lid, van de wet, beslist om de in artikel 10ter, § 2, eerste lid, § 2bis, eerste lid, of § 2ter, eerste lid, van de wet, bedoelde termijn te verlengen, overhandigt de Burgemeester of zijn gemachtigde een kopie van deze beslissing aan de vreemdeling en verlengt zijn attest van immatriculatie (model A) met drie maanden, te rekenen vanaf zijn vervaldatum. "]2
   § 5. Indien de beslissing gunstig is of indien binnen de in artikel 10ter, § 2, eerste lid, van de wet, bedoelde termijn, die eventueel verlengd wordt, geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan die van de verblijfstitel van de vreemdeling die vervoegd wordt, af aan de vreemdeling. Het attest van immatriculatie (model A) wordt desgevallend verlengd tot de afgifte van dit bewijs.
   Indien de aanvraag voor een machtiging tot verblijf echter op basis van artikel 10bis, § 3, van de wet, wordt ingediend en binnen de in artikel 10ter, § 2bis, eerste lid, bedoelde termijn, die eventueel verlengd wordt, geen enkele beslissing ter kennis wordt gebracht van de burgemeester of zijn gemachtigde wordt het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister enkel indien alle documenten werden overgelegd overeenkomstig het eerste lid afgegeven. Indien dit niet het geval is, verwerpt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag en geeft, in voorkomend geval, aan de vreemdeling het bevel om het grondgebied te verlaten, door middel van het document conform het model in de bijlage 14.
   Indien de Minister of diens gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet toegelaten wordt tot een verblijf op het grondgebied van het Rijk weigert hij de aanvraag, en, in voorkomend geval, geeft hij hem het bevel om het grondgebied binnen een bepaalde termijn te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent deze twee beslissingen door middel van het document conform het model in de bijlage 14.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 7, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 5, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 26.3.[1 Vormt een voldoende huisvesting in de zin van de artikelen 10 en 10bis van de wet, de huisvesting die, voor de vreemdeling en zijn familieleden die zich bij hem willen voegen, voldoet aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid in de zin van artikel 2 van de wet van 20 februari 1991 houdende wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake huishuur.
   Om te bewijzen dat hij beschikt over een in het eerste lid bedoelde huisvesting, maakt de vreemdeling het bewijs van het geregistreerde huurcontract van de woning die hij huurt als hoofdverblijfplaats, of van de eigendomstitel van de huisvesting waar hij woont over.
   Het bewijs van voldoende huisvesting zal niet aanvaard worden als de huisvesting onbewoonbaar verklaard werd door een daartoe bevoegde overheid.]1
  ----------
  (1)<KB 2010-08-26/47, art. 1, 037; Inwerkingtreding : 08-10-2010>

  Art. 26/4.[1 § 1. Indien de Minister of zijn gemachtigde beslist een einde te maken aan het verblijf van de op grond van artikel 10, van de wet, toegelaten vreemdeling, geeft hij hem, zo nodig, het bevel om binnen een bepaalde termijn het grondgebied te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent deze beslissing aan de vreemdeling door hem het document overeenkomstig het model van bijlage 14ter te overhandigen.
   § 2. Indien de Minister of zijn gemachtigde beslist een einde te maken aan het verblijf van de op grond van artikel 10bis, van de wet, toegelaten vreemdeling, geeft hij hem, zo nodig, het bevel om binnen een bepaalde termijn het grondgebied te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent deze beslissing aan de vreemdeling door hem het document overeenkomstig het model van bijlage 14quater te overhandigen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 8, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 26/5.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 11; Inwerkingtreding : 01-06-2007> § 1. Wanneer de minister of zijn gemachtigde aan de vreemdeling bedoeld in artikel 13, § 3, van de wet het bevel geeft het grondgebied te verlaten, bepaalt hij de termijn waarbinnen die persoon het grondgebied moet verlaten. Deze beslissing wordt betekend door middel van de afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 13.
  § 2. Dit geldt ook wanneer de minister of zijn gemachtigde de gezinsleden van de in § 1 bedoelde vreemdeling of de gezinsleden van een student, op basis van artikel 13, § 4, van de wet, het bevel geeft het grondgebied te verlaten. [1 ...]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 9, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 27. De inschrijving bij het gemeentebestuur van een vreemd kind beneden vijftien jaar moet gevraagd worden hetzij door de vader of de moeder, hetzij door de persoon of de instelling onder wiens bewaring het kind staat.

  Art. 28. Vreemdelingen die in een woonwagen, in een kermiswagen of op een boot wonen, moeten zich, binnen de gestelde termijnen, laten inschrijven in het vreemdelingenregister van de gemeente waar zij de officiële mededelingen wensen te ontvangen.
  De afgifte van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister gebeurt door de autoriteiten van deze gemeente.

  HOOFDSTUK III. - (Vestiging en status van langdurig ingezetene.) <KB 2008-07-22/33, art. 7; Inwerkingtreding : 08-09-2008>

  Art. 29.[1 De aanvraag voor een machtiging tot vestiging wordt bij de burgemeester van de verblijfplaats of bij zijn gemachtigde ingediend door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 16.
   Indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde van artikel 14, tweede lid, van de wet en indien hij, als zijn identiteit niet is vastgesteld, een geldig nationaal paspoort voorlegt, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde hem een ontvangstbewijs overeenkomstig het model van bijlage 16bis. De burgemeester of zijn gemachtigde maakt een kopie van dit document over aan de gemachtigde van de minister.
   Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 14, tweede lid, van de wet of indien hij geen geldig nationaal paspoort voorlegt wanneer dit vereist is overeenkomstig het tweede lid, beslist de burgemeester of zijn gemachtigde om de aanvraag niet in overweging te nemen door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 16ter. De burgemeester of zijn gemachtigde maakt een kopie van dit document over aan de gemachtigde van de minister.
   § 2. De aanvraag voor het verkrijgen van de status van langdurig ingezetene wordt bij de burgemeester van de verblijfplaats of bij zijn gemachtigde ingediend door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 16. De vreemdeling moet bovendien bij het indienen van deze aanvraag de bewijzen leveren dat hij de voorwaarden vervult die zijn bepaald in artikel 15bis, § 3, van de wet.
   Indien de vreemdeling in het bezit is van een geldige verblijfs- of vestigingsvergunning en indien hij, als zijn identiteit niet is vastgesteld, een geldig nationaal paspoort voorlegt, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde hem een ontvangstbewijs overeenkomstig het model van bijlage 16bis. De burgemeester of zijn gemachtigde maakt een kopie van dit document over aan de gemachtigde van de minister.
   Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een geldige verblijfs- of vestigingsvergunning of indien hij geen geldig nationaal paspoort voorlegt wanneer dit vereist is overeenkomstig het tweede lid, beslist de burgemeester of zijn gemachtigde om de aanvraag niet in overweging te nemen door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 16ter. De burgemeester of zijn gemachtigde maakt een kopie van dit document over aan de gemachtigde van de minister.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 4, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 30.[1 § 1. In afwachting van een beslissing van de minister of zijn gemachtigde omtrent de aanvraag voor een machtiging tot vestiging of de aanvraag voor het verkrijgen van de status van langdurig ingezetene dient, wanneer de verblijfstitel vervalt, deze titel te worden afgenomen en het document overeenkomstig het model van bijlage 15 aan de vreemdeling te worden afgegeven. Dit document bewijst dat de vreemdeling een aanvraag voor een machtiging tot vestiging of een aanvraag voor het verkrijgen van de status van langdurig ingezetene heeft ingediend en dekt voorlopig zijn verblijf gedurende de termijn vermeld in het tweede lid, desgevallend verlengd tot de afgifte van de identiteitskaart voor vreemdeling of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene.
   Is de beslissing gunstig of wordt, binnen een termijn van vijf maanden na de afgifte van het ontvangstbewijs, geen beslissing ter kennis van de burgemeester of zijn gemachtigde gebracht, dan geeft deze, naargelang het geval, de identiteitskaart voor vreemdeling of de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene af.
   Indien de minister of zijn gemachtigde de aanvraag verwerpt, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde aan de vreemdeling kennis van die beslissing door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 17.
   § 2. Wanneer de status van langdurig ingezetene wordt verleend aan een vreemdeling die in het Rijk internationale bescherming geniet, wordt op de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene de bijzondere vermelding "internationale bescherming verleend op [datum] door België" aangebracht.
   Wanneer de status van langdurig ingezetene wordt verleend aan een vreemdeling die reeds een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene bezit die door een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven en die de bijzondere vermelding "Internationale bescherming verleend op [datum] door [naam van een lidstaat]" bevat, wordt op de Belgische EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene dezelfde bijzondere vermelding geplaatst, tenzij de internationale bescherming bij een definitieve beslissing van die andere lidstaat is ingetrokken. Alvorens deze bijzondere vermelding aan te brengen op de Belgische EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene, verzoekt de minister of zijn gemachtigde de bevoegde overheid van de in de vermelding aangewezen lidstaat te bevestigen of de betrokkene aldaar nog steeds internationale bescherming geniet.
   § 3. Wanneer uit een verzoek van de autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie blijkt dat deze lidstaat de internationale bescherming heeft verleend aan een vreemdeling die houder is van een Belgische EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene of de verantwoordelijkheid voor de internationale bescherming van deze langdurig ingezetene heeft overgenomen, alvorens zij zelf een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene hebben afgegeven, wordt binnen de drie maanden na ontvangst van dit verzoek, de in § 2 bedoelde bijzondere vermelding inzake internationale bescherming op de Belgische EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene dienovereenkomstig aangebracht of gewijzigd.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 5, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 30bis.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 14; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Indien de minister of zijn gemachtigde, in toepassing van artikel 18, § 2, van de wet, beslist dat de vreemdeling niet meer het recht heeft om in het Rijk te verblijven, wordt de beslissing betekend aan de vreemdeling door overhandiging van het document overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 13 en wordt de identiteitskaart voor vreemdeling (of de [1 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]1) ingetrokken. <KB 2008-07-22/33, art. 10, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  Indien de minister of zijn gemachtigde, in toepassing van artikel 18, § 2, van de wet, beslist dat de vreemdeling niet meer gemachtigd is zich in het Rijk te vestigen, maar zijn recht op verblijf behoudt, wordt de identiteitskaart voor vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling wordt dan in het bezit gesteld van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor, naargelang het geval, beperkte of onbeperkte duur.
  [1 Indien de minister of zijn gemachtigde beslist, met toepassing van artikel 18, §§ 2 of 3, van de wet, dat de vreemdeling de status van langdurig ingezetene heeft verloren maar zijn recht op verblijf behoudt, wordt de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene ingetrokken. De vreemdeling wordt dan, naargelang het geval, in het bezit gesteld van de identiteitskaart voor vreemdeling of een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor beperkte of onbeperkte duur.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 6, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  HOOFDSTUK IV. - [1 GELDIGHEID, VERNIEUWING EN INTREKKING VAN VERBLIJFS- EN VESTIGINGSVERGUNNINGEN, VAN EUROPESE BLAUWE KAARTEN EN VAN [2 EU-VERBLIJFSVERGUNNINGEN VOOR LANGDURIG INGEZETENE]2.]1
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 7, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 7, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 31.§ 1. (Dit hoofdstuk is van toepassing op het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, de identiteitskaart voor vreemdeling, [1 de Europese blauwe kaart,]1 de [2 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]2, de verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, en de duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, opgenomen in de bijlagen 6, [1 6bis,]1 7, 7bis, 9, 9bis.) <KB 2008-07-22/33, art. 12, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  § 2. (Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister dat constateert dat de vreemdeling voor onbeperkte duur toegelaten of gemachtigd is, is vijf jaar geldig.) <KB 2007-04-27/56, art. 16, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (Onder voorbehoud van artikel 69quater, meer bepaald voor wat betreft de studenten, en artikel 69quinquies, is de identiteitskaart voor vreemdeling vijf jaar geldig (...).) <KB 2002-07-11/51, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002> <KB 2007-04-27/56, art. 16, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  [1 De Europese blauwe kaart is gedurende de eerste twee jaar dertien maanden geldig en gedurende die periode hernieuwbaar met dezelfde geldigheidsduur van dertien maanden. Nadien is ze geldig voor een duur van drie jaar.]1
  (De duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie is vijf jaar geldig.) <KB 2008-05-07/33, art. 2, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  (De [2 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]2 is vijf jaar geldig.) <KB 2008-07-22/33, art. 12, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  § 3. De verblijfs- en vestigingsvergunningen (alsook [1 de Europese blauwe kaart en]1 de [2 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]2) zijn geldig voor het hele grondgebied van het Rijk. <KB 2008-07-22/33, art. 12, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 8, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 8, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 32.§ 1. (Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister dat constateert dat de vreemdeling voor onbeperkte duur toegelaten of gemachtigd is, wordt vernieuwd voor vijf jaar door het gemeentebestuur van de verblijfplaats.
  Onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden kan hij vervroegd vernieuwd worden.) <KB 2007-04-27/56, art. 17, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (§ 1bis. Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor een verblijf van beperkte duur, dat afgeleverd werd op grond van artikel 9ter of artikel 49/2, § 2, van de wet, blijft geldig tot aan zijn vervaldatum indien tijdens de geldigheidsduur van dit bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, de machtiging of de toelating tot verblijf onbeperkt wordt op grond van artikel 13, § 1, tweede lid, of artikel 49/2, § 3, van de wet.) <KB 2007-04-27/56, art. 17, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 2. (Onder voorbehoud van artikel 69quater, meer bepaald voor wat betreft de studenten, en artikel 69quinquies, wordt de identiteitskaart voor vreemdeling, die constateert dat de vreemdeling gemachtigd is tot vestiging in het Rijk, vernieuwd voor vijf jaar door het gemeentebestuur van de verblijfplaats.) <KB 2002-07-11/51, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002>
  Onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden kan zij vervroegd vernieuwd worden.
  (Bij de eerste vernieuwing kan de geldigheidsduur van de identiteitskaart voor vreemdeling, afgeleverd aan een Zwitserse onderdaan in toepassing van artikel 69quater, beperkt worden tot een tijdvak dat niet minder dan twaalf maanden mag belopen, indien die vreemdeling sinds meer dan twaalf opeenvolgende maanden onvrijwillig werkloos is.) <KB 2002-07-11/51, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002>
  (§ 2bis. De [2 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]2 die vaststelt dat de vreemdeling de status van langdurig ingezetene heeft verkregen op grond van artikel 15bis van de wet, wordt voor vijf jaar vernieuwd door het gemeentebestuur van de verblijfplaats.
  Onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden kan zij vervroegd worden vernieuwd.) <KB 2008-07-22/33, art. 13, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  [1 § 2ter. Gedurende de eerste twee jaar als hooggekwalificeerde werknemer in het Belgische Rijk in de zin van Hoofdstuk VIII van Titel II van de wet vernieuwt de Minister of zijn gemachtigde de Europese blauwe kaart nadat de bevoegde gewestelijke autoriteit een voorlopige arbeidsvergunning heeft toegekend aan de betrokken werkgever.
   Na het verstrijken van de termijn bedoeld in het eerste lid, vernieuwt de Burgemeester van de verblijfplaats van de vreemdeling of zijn gemachtigde, de Europese blauwe kaart. Tot staving van zijn aanvraag legt de vreemdeling de documenten over waaruit blijkt dat hij nog altijd de voorwaarden vervult die aan zijn verblijf zijn gesteld overeenkomstig Hoofdstuk VIII van Titel II van de wet. Bij deze gelegenheid, wordt een Europese blauwe kaart uitgereikt met een geldigheidsduur van drie jaar.
   Onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden kan zij vervroegd worden vernieuwd.]1
  § 3. (De verblijfskaart van een familielid van een burger van de unie wordt door het gemeentebestuur van de verblijfplaats vernieuwd voor de voorziene duur van verblijf van de burger van de Unie die hij begeleidt of vervoegt, met een maximale duur van vijf jaar.
  Onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden kan zij vervroegd vernieuwd worden.) <KB 2008-05-07/33, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  (§ 4. De duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de unie wordt vernieuwd voor vijf jaar door het gemeentebestuur van de verblijfplaats.
  Onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden kan zij vervroegd vernieuwd worden.) <KB 2008-05-07/33, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 9, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 9, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 33.[3 Tussen de vijfenveertigste en de dertigste dag voor de vervaldatum van zijn verblijfs- of vestigingsvergunning, van zijn Europese blauwe kaart of van zijn [5 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]5 moet de vreemdeling zich bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats aanbieden om de vernieuwing van zijn verblijfs- of vestigingsvergunning, zijn Europese blauwe kaart of van zijn EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene aan te vragen.]3
  [2 De verplichting de vernieuwing te vragen van de verblijfsdocumenten bedoeld in het 1e lid wordt opgeschort voor :
   1° de vreemdeling die voor behandeling is opgenomen in een ziekenhuis of een soortgelijke verplegingsinrichting;
   2° de vreemdeling die is aangehouden en opgesloten in een strafinrichting of een inrichting voor bescherming van de maatschappij. De directeur van de strafinrichting of de inrichting voor bescherming van de maatschappij moet zich bij de vasthouding of de internering, en voor de gehele duur ervan, evenwel vergewissen van de administratieve verblijfssituatie van de vreemdeling.]2
  [4 3° de vreemdeling die 75 jaar oud of ouder is. Indien hij moet reizen moet hij echter vragen dat zijn verblijfsdocument vernieuwd wordt.]4
  [1 De vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot het verblijf op grond van artikel 10 of 10bis, van de wet, en die, overeenkomstig het eerste lid, de vernieuwing van zijn verblijfstitel vraagt, legt, tot staving van zijn aanvraag, de documenten over waaruit blijkt dat hij nog altijd de voorwaarden vervult die aan zijn verblijf zijn gesteld. Hetzelfde is het geval wanneer, krachtens artikel 13, § 1, 3e lid, van de wet, de toelating tot het verblijf van beperkte duur van onbeperkte duur wordt.]1
  [3 Indien de vreemdeling zijn aanvraag tot vernieuwing heeft ingediend overeenkomstig het eerste lid en de Minister of zijn gemachtigde niet in staat was over deze aanvraag een beslissing te nemen voor het verstrijken van de verblijfsvergunning waarvan hij houder is, stelt de burgemeester of zijn gemachtigde hem in het bezit van een attest conform het model in bijlage 15 [5 mits de vreemdeling, tot staving van zijn aanvraag voor verlenging, de documenten heeft voorgelegd die bewijzen dat hij de voorwaarden voor zijn verblijf vervult]5.
   Dit attest dekt voorlopig het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied van het Koninkrijk. Het attest is vijfenveertig dagen geldig en kan tweemaal met eenzelfde periode worden verlengd.]3
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 10, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-07-19/16, art. 1, 043; Inwerkingtreding : 19-08-2012>
  (3)<KB 2012-08-15/07, art. 10, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (4)<KB 2013-12-26/40, art. 1, 053; Inwerkingtreding : 15-03-2014>
  (5)<KB 2015-02-13/06, art. 10, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 34. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 19, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 35.De verblijfs- of de vestigingsvergunning [2 de Europese blauwe kaart,]2 ([3 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]3) of enig ander Belgisch verblijfsdocument wordt ontnomen aan de vreemdeling aan wie kennis wordt gegeven van een maatregel tot verwijdering van het grondgebied. <KB 2008-07-22/33, art. 15, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  [1 Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, al dan niet met de vermelding tijdelijk verblijf, de identiteitskaart voor vreemdelingen, de verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie verliest zijn geldigheid zodra de houder ervan langer dan twaalf opeenvolgende maanden buiten het Rijk verblijft, tenzij hij heeft voldaan aan de verplichtingen voorzien in artikel 39.]1
  [1 Het document ter staving van duurzaam verblijf, de duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie verliest zijn geldigheid zodra de houder ervan langer dan vierentwintig opeenvolgende maanden buiten het Rijk verblijft.
   De [3 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]3 verliest haar geldigheid zodra de houder ervan langer dan twaalf achtereenvolgende maanden buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of langer dan zes jaar buiten het Rijk verblijft, tenzij hij heeft voldaan aan de verplichtingen voorgeschreven door het koninklijk besluit van 22 juli 2008 tot vaststelling van bepaalde uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.]1
  ----------
  (1)<KB 2012-07-19/16, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 19-08-2012>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 11, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (3)<KB 2015-02-13/06, art. 11, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 36.De vreemdeling moet zijn verblijfs- of vestigingsvergunning of enig ander verblijfsdocument laten vervangen :
  1° bij beschadiging, verlies, diefstal of vernieling;
  2° wanneer de foto niet meer overeenkomt met de gelaatstrekken van de houder.
  [1 3° wanneer zijn vingerafdrukken dusdanig beschadigd zijn dat ze niet meer vergeleken kunnen worden met die op zijn verblijfstitel.]1
  Het gemeentebestuur gaat (, na zonodig contact te hebben opgenomen met de Minister of zijn gemachtigde,) ambtshalve over tot de vervanging van die vergunningen, onder meer : <KB 2007-04-27/56, art. 20, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  1° bij verandering van identiteit (...); <KB 2007-04-27/56, art. 20, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  2° bij verandering van nationaliteit of van status;
  3° (...); <KB 2007-04-27/56, art. 20, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  4° (...); <KB 2007-04-27/56, art. 20, 4°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (De nieuwe vergunning vermeldt de vervanging en heeft dezelfde vervaldatum als deze die vermeld was op de vervangen vergunning, behoudens wanneer het de vervanging betreft van een vergunning die constateert dat de vreemdeling een verblijf van onbepaalde duur heeft of tot vestiging gemachtigd is en de vervanging gebeurt tijdens de laatste zes maanden voor de vervaldatum ervan.) <KB 2007-04-27/56, art. 20, 5°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  [1 De Burgemeester of zijn gemachtigde gaat over tot de vernieuwing van de verblijfstitel wanneer de vingerafdrukken van de vreemdeling, tussen het moment van de aanvraag van de verblijfstitel en zijn vernieuwing, dusdanig beschadigd zijn dat ze niet meer vergeleken kunnen worden met die op zijn verblijfstitel. In dit geval is er geen vermelding van de vervanging, zoals die voorzien wordt in het derde lid.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-12-26/40, art. 2, 053; Inwerkingtreding : 15-03-2014>

  Art. 36bis.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 22; Inwerkingtreding : 01-06-2007> In geval van verlies, diefstal of vernieling van zijn verblijfs- of vestigingsvergunning (, van zijn [2 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]2) [1 zijn Europese blauwe kaart,]1 of enig ander verblijfsdocument doet de vreemdeling aangifte bij de politie van de plaats waar het verlies of de diefstal werd vastgesteld. <KB 2008-07-22/33, art. 16, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  De politie levert een attest af van verlies, diefstal of vernieling, maakt er een kopie van over aan de gemeente van hoofdverblijf van de vreemdeling en aan de Dienst Vreemdelingenzaken en stelt zo nodig een onderzoek in naar de omstandigheden van het verlies of de diefstal.
  De gemeente van hoofdverblijf bewaart een kopie van het attest in het dossier van de vreemdeling.
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 12, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 12, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 37.De vreemdeling die voorgoed het land verlaat, moet, voor zijn vertrek, hiervan kennis geven aan het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats en zijn verblijfs- of vestigingsvergunning [1 , zijn Europese blauwe kaart]1 (of zijn [2 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]2) teruggeven. <KB 2008-07-22/33, art. 17, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  Het gemeentebestuur mag niet overgaan tot de afvoering van de echtgenoot van een vreemdeling wanneer alleen de andere echtgenoot om dergelijke afvoering verzoekt.
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 13, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 13, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 38. Elke vreemdeling, ouder dan vijftien jaar, moet zijn verblijfs- of vestigingsvergunning of enig ander verblijfsdocument altijd bij zich hebben en op vordering van enige overheidspersoon overleggen.

  HOOFDSTUK V. - Afwezigheden en terugkeer van de vreemdeling.

  Art. 39.§ 1. De vreemdeling die het recht van terugkeer, bedoeld in (artikel 19, (§ 1,) eerste lid van de wet), wil genieten, moet : <KB 1996-12-11/38, art. 15, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2008-07-22/33, art. 18, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  - bij zijn terugkeer in het bezit zijn van een verblijfs- of vestigingsvergunning waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is;
  - zich binnen vijftien dagen na zijn terugkeer aanmelden bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats als hij meer dan drie maanden afwezig is geweest.
  (Om het recht van terugkeer, bedoeld in artikel 19, § 1, tweede lid, te kunnen genieten, dient de vreemdeling die houder is van een [1 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]1 zich aan te melden bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, binnen vijftien dagen na zijn terugkeer, om te bewijzen dat hij de voorwaarden vermeld in dit artikel vervult.) <KB 2008-07-22/33, art. 18, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  § 2. De vreemdeling (, houder van een verblijfs- of vestigingsvergunning,) die voornemens is langer dan drie maanden afwezig te zijn geeft het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats kennis van zijn voornemen om het land te verlaten en er terug te keren. <KB 2008-07-22/33, art. 18, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  § 3. De vreemdeling die houder is van een geldige verblijfs- of vestigingsvergunning kan het recht op terugkeer uitoefenen na een afwezigheid van meer dan een jaar op voorwaarde dat hij :
  1° vóór zijn vertrek bewezen heeft dat hij zijn hoofdbelangen in België behoudt en het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats kennis heeft gegeven van zijn voornemen om het land te verlaten en er terug te keren;
  2° bij zijn terugkeer in het bezit is van een verblijfs- of vestigingsvergunning waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is;
  3° zich binnen vijftien dagen na zijn terugkeer aanmeldt bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats.
  § 4. De vreemdeling die wenst in het land terug te keren na de datum waarop zijn verblijfs- of vestigingsvergunning verstrijkt, moet vóór zijn vertrek de (...) vernieuwing van die vergunning vragen. <KB 2007-04-27/56, art. 22, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 5. De vreemdeling (, houder van een verblijfs- of vestigingsvergunning,) die in zijn land zijn wettelijke militaire verplichtingen moet vervullen, moet alleen het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats kennis geven van zijn afwezigheid. (Bij zijn terugkeer) in België wordt hij van rechtswege opnieuw in de toestand geplaatst waarin hij zich bevond, op voorwaarde dat hij teruggekeerd is binnen zestig dagen na het vervullen van zijn militaire verplichtingen. <Err B.St. 28-10-1981> <KB 2008-07-22/33, art. 18, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  § 6. De vreemdeling die zich bij het gemeentebestuur aanmeldt om aangifte te doen van zijn vertrek om een bepaalde reden, wordt in het bezit gesteld van een attest overeenkomstig het model van bijlage 18.
  (§ 7. De vreemdeling die ambtshalve wordt geschrapt door het gemeentebestuur of van wie de verblijfstitel al meer dan drie maanden is verstreken wordt verondersteld het land te hebben verlaten, behoudens bewijs van het tegendeel.) <KB 2008-07-22/33, art. 18, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 14, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 40. De vreemdeling die overeenkomstig de bepalingen van artikel 39, § 2, 3, 4 en 5, het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats op de hoogte gebracht heeft van zijn voornemen het land te verlaten en er terug te keren, en die, wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, niet in staat is geweest binnen de voorziene termijnen naar het land terug te keren, kan opnieuw in zijn vroegere toestand geplaatst worden bij beslissing van de (Minister) of van zijn gemachtigde. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  In afwachting van die beslissing, geeft het gemeentebestuur, na inzage van de documenten die vereist zijn voor zijn terugkeer in het Rijk, aan de vreemdeling een document af overeenkomstig het model van bijlage 15.
  Dit document bewijst dat de vreemdeling zich bij het gemeentebestuur heeft aangemeld en dekt voorlopig zijn verblijf gedurende drie maanden.
  Is de beslissing gunstig of wordt, binnen die termijn, geen beslissing ter kennis van het gemeentebestuur gebracht, dan wordt de vreemdeling opnieuw in zijn vroegere toestand geplaatst.
  Indien de (Minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onder zijn bevoegdheid heeft) of zijn gemachtigde beslist dat de vreemdeling niet meer tot verblijf wordt toegelaten, brengt het gemeentebestuur hem deze beslissing ter kennis door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 14. <KB 1992-07-13/32, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 15-07-1992>

  Art. 41.(Het gemeentebestuur vernieuwt de verblijfs- of vestigingsvergunning (of de [1 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]1), van tevoren, in de loop van het laatste jaar van haar geldigheidsduur in het geval bedoeld in artikel 39, (§ 1), of op verzoek van de vreemdeling, op voorwaarde dat die formaliteit vereist is voor het verkrijgen van een visum.) <KB 2007-04-27/56, art. 23, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> <KB 2008-07-22/33, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  (Tweede lid opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 23, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Elke aanvraag om (...) vernieuwing van tevoren die buiten de in dit artikel bepaalde termijnen en voorwaarden is ingediend, moet met de nodige verantwoording worden voorgelegd aan de (Minister) of aan zijn gemachtigde. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996> <KB 2007-04-27/56, art. 20, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 15, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 42.De vreemdeling die houder is van een geldige Belgische verblijfs- of vestigingsvergunning (of een [1 EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene]1) mag in het Rijk terugkeren op eenvoudig vertoon van een van die documenten en van zijn geldig paspoort of van de daarmee gelijkgestelde reistitel. <KB 2008-07-22/33, art. 20, 034; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  Franse, Luxemburgse en Nederlandse onderdanen mogen echter in België terugkeren op eenvoudig vertoon van hun Belgische vestigingsvergunning waarvan de geldigheidsduur niet verstreken is.
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 16, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  TITEL II. - Aanvullende en afwijkende bepalingen betreffende bepaalde categorieën van vreemdelingen.

  HOOFDSTUK I. - (Vreemdelingen, burgers van de Unie en hun familieleden, en vreemdelingen, familieleden van een Belg.) <KB 2008-05-07/33, art. 4, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 43.[1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de volgende vreemdelingen :
   1° de burgers van de Unie zoals omschreven in artikel 40, § 2, van de wet;
   2° de familieleden van een burger van de Unie zoals omschreven in artikel 40bis, van de wet;
   3° de familieleden van een Belg zoals omschreven in artikel 40ter, van de wet.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 11, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 44.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> De familieleden bedoeld in artikel 40bis, § 2, van de wet, die geen burger van de Unie zijn, kunnen enkel genieten van de bepalingen van dit hoofdstuk indien zij het bewijs overleggen aangaande de bloed- of aanverwantschap of partnerschap met de burger van de Unie die ze begeleiden of bij wie ze zich voegen.
  [1 Indien wordt vastgesteld dat het familielid de ingeroepen bloed- of aanverwantschapsband of het partnerschap niet kan bewijzen door middel van officiële documenten, overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie, kan de minister of zijn gemachtigde rekening houden met andere geldige bewijzen die in dit verband worden voorgelegd.]1
  [1 Indien dat niet mogelijk is, kan de minister of zijn gemachtigde overgaan of laten overgaan tot een onderhoud met het familielid en de burger van de Europese Unie waarbij het familielid zich wil voegen, of tot elk ander onderzoek dat noodzakelijk wordt geacht en in voorkomend geval, voorstellen om een aanvullende analyse uit te laten voeren.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-06-08/05, art. 1, 036; Inwerkingtreding : 02-07-2009>

  Art. 45.[1 Het inreisvisum bedoeld in artikel 41, § 2, van de wet, wordt kosteloos en binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de aanvrager bewijst dat richtlijn 2004/38/EG op hem van toepassing is, afgegeven.
   In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, kan de in het eerste lid bedoelde termijn echter verlengd worden.]1
  ----------
  (1)<Hersteld door KB 2015-02-13/06, art. 17, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 46.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> § 1. [1 ...]1.
  § 2. Bij gebreke [1 aan een geldige nationale identiteitskaart of een geldig nationaal paspoort]1, verlenen de met grenscontrole belaste overheden toegang tot het grondgebied aan de burger van de Unie op overmaking van een van de volgende documenten :
  1° een vervallen nationaal paspoort of een vervallen identiteitskaart, of
  2° enig ander bewijs van de identiteit en nationaliteit van de betrokkene.
  Er wordt hem een bijzonder doorlaatbewijs afgegeven, overeenkomstig het model van bijlage 10quater.
  In het geval vermeld onder 2°, wordt de beslissing genomen door de minister of zijn gemachtigde.
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 18, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 47. <KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> § 1. De met grenscontrole belaste overheden verlenen overeenkomstig artikel 41, tweede lid, van de wet, toegang tot het grondgebied aan het familielid van een burger van de Unie dat geen burger van de Unie is, en dat geen houder is van de documenten die krachtens artikel 2 van de wet vereist zijn, op overmaking van een van de volgende documenten :
  1° een, al dan niet geldig, nationaal paspoort of identiteitskaart, of
  2° een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, verstrekt op basis van artikel 10 van de richtlijn 2004/38/EG van 29 april 2004, of
  3° een duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie verstrekt op basis van artikel 20 van de richtlijn 2004/38/EG van 29 april 2004, of
  4° enig ander bewijs van de identiteit en nationaliteit van de betrokkene.
  Indien het familielid is vrijgesteld van de visumplicht, wordt hem een bijzonder doorlaatbewijs afgegeven, overeenkomstig het model van bijlage 10quater.
  Indien het familielid onderworpen is aan de visumplicht, ontvangt hij een visum, of, indien de betrokkene geen geldig paspoort heeft, een visumverklaring met een geldigheidsduur van 3 maanden.
  In het geval vermeld onder 4°, wordt de beslissing genomen door de minister of zijn gemachtigde.
  § 2. Indien het familielid niet de in artikel 2 van de wet of § 1 vermelde documenten overmaakt, wordt hij door de met grenscontrole belaste overheden teruggedreven. De beslissing tot terugdrijving wordt ter kennis gebracht door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 11.

  Art. 48. <KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> De burgers van de Unie en hun familieleden zijn vrijgesteld van de meldingsplicht bedoeld in artikel 41bis van de wet in de gevallen bepaald bij artikel 18.
  De burgers van de Unie en de familieleden die hun aanwezigheid melden, ontvangen van het gemeentebestuur, na inzage van de documenten vermeld in artikel 46 of 47, als bewijs een document overeenkomstig het model van bijlage 3ter. Dit document is geen verblijfsdocument en wordt kosteloos verstrekt.

  Art. 49. <KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Wanneer de minister of zijn gemachtigde op grond van artikel 41ter van de wet een einde stelt aan het verblijf van de burger van de Unie of zijn familie, wordt de betrokkene in kennis gesteld van deze beslissing door overhandiging van een document overeenkomstig het model van de bijlage 21 waarbij hem bevolen wordt het grondgebied te verlaten.

  Art. 50.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> § 1. [1 De burger van de Unie die langer dan drie maanden op het grondgebied van het Rijk wil verblijven en die zijn burgerschap bewijst, overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van de wet, dient een aanvraag voor een verklaring van inschrijving in bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij verblijft door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 19.
   In dit geval, wordt de burger van de Unie die in het wachtregister ingeschreven is, zodra uit de controle van de effectieve verblijfplaats, waartoe de burgemeester of zijn gemachtigde moet laten overgaan, blijkt dat hij op het grondgebied van de gemeente verblijft, in het vreemdelingenregister ingeschreven. Het gemeentebestuur maakt het verslag dat na de controle van de verblijfplaats wordt opgesteld over aan de gemachtigde van de minister.
   Indien de vreemdeling daarentegen niet het bewijs van zijn burgerschap, overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van de wet, overlegt, om zijn aanvraag te staven, neemt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag niet in overweging, door middel van een document overeenkomstig de bijlage 19quinquies. Hij overhandigt geen bijlage 19 aan de vreemdeling.]1
  Zodra uit de controle van de reële verblijfsplaats, die de burgemeester of zijn gemachtigde moet laten uitvoeren, blijkt dat de burger van de Unie, ingeschreven in het wachtregister, op het grondgebied van de gemeente woont, wordt hij ingeschreven in het vreemdelingenregister. Het gemeentebestuur maakt het verslag opgesteld bij de controle van de verblijfplaats over aan de gemachtigde van de minister.
  § 2. Bij de aanvraag of ten laatste binnen de drie maanden na de aanvraag dient de burger van de Unie naargelang het geval de volgende documenten over te maken :
  1° werknemer : een verklaring van indienstneming of tewerkstelling overeenkomstig het model van bijlage 19bis ;
  2° zelfstandige : een inschrijving in de Kruispuntbank voor ondernemingen met ondernemingsnummer [1 en [2 een attest van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen overeenkomstig het model dat werd vastgesteld door de Minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onder zijn bevoegdheid heeft en door de Minister die de zelfstandigen onder zijn bevoegdheid heeft]2]1;
  3° werkzoekende :
  a) een inschrijving bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening of kopieën van sollicitatiebrieven; en
  b) het bewijs van de reële kans om te worden aangesteld waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene, zoals behaalde diploma's, eventuele gevolgde of voorziene beroepsopleidingen, en duur van de werkloosheid;
  4° burger van de Unie bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 2° van de wet :
  a) het bewijs van voldoende bestaansmiddelen, waarbij onder andere een invaliditeitsuitkering, een vervroegd pensioen, een ouderdomsuitkering of een uitkering van de arbeidsongevallen- of beroepsziektenverzekering in aanmerking worden genomen. Zowel middelen waarover de burger van de Unie in eigen hoofde beschikt, als bestaansmiddelen die hij daadwerkelijk verkrijgt via een derde, worden in aanmerking genomen; en
  b) een ziektekostenverzekering;
  5° student bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 3° van de wet :
  a) een inschrijving aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling; en
  b) een ziektekostenverzekering; en
  c) een verklaring van voldoende bestaansmiddelen, of een gelijkwaardig middel dat zekerheid verschaft dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt;
  6° [1 familielid bedoeld in artikel 40bis, van de wet :
   a) de officiële documenten of elk ander bewijs waarmee op geldige wijze de band van bloed- of aanverwantschap of van partnerschap, bedoeld in artikel 44, 2e lid, kan worden vastgesteld;
   b) elk ander document waarmee op geldige wijze kan worden vastgesteld dat hij de andere voorwaarden, die zijn voorgeschreven bij artikel 40bis, § 2 en § 4, van de wet, die op hem van toepassing zijn, vervult.]1
  [1 7° familielid bedoeld in artikel 40ter, van de wet :
   a) de officiële documenten of elk ander bewijs waarmee op geldige wijze de band van bloed- of aanverwantschap of van partnerschap, bedoeld in artikel 44, 2e lid, kan worden vastgesteld;
   b) elk ander document waarmee op geldige wijze kan worden vastgesteld dat hij de andere voorwaarden, die zijn voorgeschreven bij artikel 40ter, van de wet, die op hem van toepassing zijn, vervult.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 13, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2015-10-12/08, art. 1, 058; Inwerkingtreding : 14-11-2015>

  Art. 51.[1 § 1. Indien een burger van de Unie niet alle vereiste bewijsstukken overlegt binnen drie maanden na de indiening van zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving, weigert de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag, zonder hem het bevel te geven om het grondgebied te verlaten, door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 20. [2 ...]2
  [2 In dit geval beschikt de burger van de Unie over een bijkomende termijn van een maand om de vereiste documenten over te leggen. Deze bijkomende termijn van een maand begint te lopen vanaf de kennisgeving van de in het eerste lid bedoelde bijlage 20.]2
   Indien de burger van de Unie nog altijd niet beschikt over de vereiste documenten binnen de bijkomende termijn van een maand bedoeld in het eerste lid, weigert de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag en geeft hij hem, zo nodig, het bevel om het grondgebied te verlaten door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 20.
   Indien de burger van de Unie de vereiste documenten overlegt binnen de termijn van drie maanden, eventueel verlengd met een maand, stuurt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag onmiddellijk door aan de gemachtigde van de Minister, behalve indien het recht op verblijf onmiddellijk aan de burger van de Unie is toegekend conform § 3.
   § 2. Indien de Minister of zijn gemachtigde het verblijfsrecht toekent of als er geen enkele beslissing is genomen binnen de termijn bepaald bij artikel 42, van de wet, [2 en mits de documenten bedoeld in artikel 50, § 2, werden overgelegd binnen de termijn van drie maanden, eventueel verlengd met een maand,]2 geeft de burgemeester of zijn gemachtigde aan de burger van de Unie een verklaring van inschrijving overeenkomstig het model van bijlage 8 af.
   Indien de Minister of zijn gemachtigde aan de burger van de Unie niet het verblijfsrecht toekent, weigert hij de aanvraag en geeft hij hem, zo nodig, het bevel om het grondgebied te verlaten. De burgemeester of zijn gemachtigde betekent beide beslissingen door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 20.
   § 3. De burgemeester of zijn gemachtigde mag het verblijfsrecht onmiddellijk toekennen aan de burger van de Unie die alle vereiste bewijsstukken overlegt binnen de in § 1 bepaalde termijn, indien :
   1° hij werknemer of zelfstandige is in de zin van artikel 40, § 4, 1e lid, 1°, van de wet;
   2° hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt, overeenkomstig artikel 40, § 4, 1e lid, 2°, van de wet, mits het bewijs van de voldoende bestaansmiddelen wordt geleverd door een invaliditeitsuitkering, een vervroegd pensioen, een ouderdomsuitkering of een uitkering van de arbeidsongevallen- of beroepsziektenverzekering waarover de betrokkene voor zichzelf beschikt;
   3° hij ingeschreven is aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling om er als hoofdbezigheid een studie te volgen, overeenkomstig artikel 40, § 4, 1e lid, 3°, van de wet;
   4° hij de echtgenoot is of de partner waarmee een geregistreerd partnerschap werd gesloten dat beschouwd wordt als gelijkwaardig aan het huwelijk, in de zin van artikel 40bis, § 2, 1e lid, 1°, van de wet, mits de band van aanverwantschap of partnerschap wordt bewezen door middel van officiële documenten, overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten ter zake;
   5° hij bloedverwant in neergaande lijn is jonger dan 21 jaar, in de zin van artikel 40bis, § 2, 1e lid, 3°, van de wet, mits de band van bloedverwantschap en het recht van bewaring, en, bij gedeelde bewaring, de toestemming van de andere houder van het recht van bewaring, zijn bewezen door middel van officiële documenten, overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten ter zake.
   Als het recht op verblijf wordt toegekend aan een burger van de Unie bedoeld in het 1e lid, 1° tot 5°, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde hem een verklaring van inschrijving af, overeenkomstig het model van bijlage 8 en stuurt hij onmiddellijk een kopie van de aanvraag door aan de gemachtigde van de Minister.
   § 4. Een burger van de Unie die in het bezit is van een verklaring van inschrijving kan, te allen tijde, een elektronische versie van dit document vragen, behalve als er aan zijn recht op verblijf een einde is gemaakt. De papieren versie van de verklaring van inschrijving wordt gratis afgegeven. De kosten van de elektronische versie van de verklaring mogen niet hoger zijn dan het bedrag dat wordt geïnd voor de overhandiging van een identiteitskaart aan Belgische onderdanen.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 14, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 14, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 52.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> § 1. [1 Het familielid dat zelf geen burger van de Unie is en zijn familieband overeenkomstig artikel 44 bewijst, dient een aanvraag in voor een verblijfkaart van familielid van een burger van de Unie bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij verblijft door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 19ter.
   In dit geval wordt de betrokkene, na de controle van de verblijfplaats, ingeschreven in het vreemdelingenregister en in het bezit gesteld van een attest van immatriculatie (model A) met een geldigheidsduur van zes maanden, te rekenen vanaf de aanvraag. De woorden " Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid of ", die voorkomen in de tweede paragraaf van de tekst op de voorzijde van dit document, worden geschrapt.
   Indien de vreemdeling het bewijs van zijn familieband daarentegen niet overlegt, overeenkomstig artikel 44, om zijn aanvraag te staven, neemt de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag niet in overweging, door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 19quinquies. Hij overhandigt geen bijlage 19ter.]1
  Na de woonstcontrole wordt de betrokkene ingeschreven in het vreemdelingenregister en hij ontvangt een attest van immatriculatie model A met een geldigheidsduur van [1 zes maanden]1 te rekenen vanaf de aanvraag.
  De woorden " van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid of ", die voorkomen in het tweede lid van de tekst op zijde 1 van dit document, worden geschrapt.
  § 2. Bij de aanvraag of ten laatste binnen de drie maanden na de aanvraag dient het familielid bovendien de volgende documenten over te maken :
  1° het bewijs van zijn identiteit overeenkomstig artikel 41, tweede lid, van de wet;
  2° [1 de documenten waarmee op geldige wijze kan worden vastgesteld dat hij de voorwaarden die zijn voorgeschreven bij de artikelen 40bis, § 2 en § 4, of 40ter, van de wet, die op hem van toepassing zijn, vervult.]1
  § 3. Indien het familielid na afloop van drie maanden niet alle vereiste bewijsdocumenten heeft overgemaakt of indien uit de woonstcontrole niet blijkt dat het familielid op het grondgebied van de gemeente verblijft, weigert het gemeentebestuur de aanvraag door middel van een bijlage 20 dat desgevallend een bevel om het grondgebied te verlaten bevat. Het attest van immatriculatie wordt ingetrokken.
  § 4. Indien het familielid alle vereiste documenten heeft overgemaakt, maakt het gemeentebestuur de aanvraag over aan de gemachtigde van de minister.
  [1 Indien de Minister of zijn gemachtigde het verblijfsrecht toekent of als er geen enkele beslissing is genomen binnen de termijn bepaald bij artikel 42, van de wet, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde aan de vreemdeling een " verblijfkaart van een familielid van een burger van de Unie " overeenkomstig het model van bijlage 9 af.]1
  De kostprijs die de gemeente kan vorderen voor de afgifte van deze verblijfskaart mag niet meer bedragen dan de prijs die geheven wordt voor de afgifte van een identiteitskaart aan Belgische onderdanen.
  Wanneer het gemeentebestuur zich in de onmogelijkheid bevindt om onmiddellijk over te gaan tot de afgifte van deze verblijfskaart, dient het attest van immatriculatie te worden verlengd tot de afgifte van de verblijfskaart.
  Indien de minister of zijn gemachtigde het recht op verblijf niet erkent, wordt het familielid van deze beslissing kennis gegeven door de afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 20, dat desgevallend een bevel om het grondgebied te verlaten bevat. Het attest van immatriculatie wordt ingetrokken.
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 15, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 53.
  <Opgeheven bij KB 2011-09-21/03, art. 16, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 54.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Indien de minister of zijn gemachtigde een einde stelt aan het verblijf in toepassing van artikelen [1 40ter, vierde lid, 42bis, 42ter, 42quater of 42septies,]1 van de wet, wordt de betrokkene hiervan kennis gegeven door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 21 met [1 , zo nodig,]1 bevel om het grondgebied te verlaten. De verklaring van inschrijving of de verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie wordt ingetrokken.
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 17, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. 55.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> De burger van de Unie die het document ter staving van het duurzaam verblijf, bedoeld in artikel 42quinquies, § 5, van de wet, wenst te verkrijgen, dient dit aan te vragen bij het gemeentebestuur via de bijlage 22. Bij deze aanvraag moet de burger van de Unie alle bewijzen overmaken die aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf, zoals voorzien in artikelen 42quinquies en 42sexies van de wet.
  Het gemeentebestuur verklaart de aanvraag onontvankelijk door middel van de bijlage 23, indien de burger van de Unie niet gedurende [1 minstens vijf jaar]1 in het Rijk verbleven heeft op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk, te rekenen vanaf de inschrijving in het wachtregister, en hij evenmin de bewijzen overmaakt waaruit blijkt dat hij :
  1° ofwel gewerkt heeft in het Rijk, hetzij als werknemer, hetzij als zelfstandige, en blijvend arbeidsongeschikt is of een vervroegd pensioen of ouderdomsuitkering ontvangt;
  2° ofwel een familielid is van een burger van de Unie bedoeld in 1°;
  3° ofwel een familielid is van een overleden burger van de Unie die gewerkt heeft in Rijk, hetzij als werknemer, hetzij als zelfstandige.
  In het andere geval maakt het gemeentebestuur de aanvraag over aan de gemachtigde van de minister, die een beslissing neemt binnen de vijf maanden.
  Indien de minister of zijn gemachtigde vaststelt dat niet aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf is voldaan, wordt hiervan kennis gegeven door afgifte van de bijlage 24.
  Indien de minister of zijn gemachtigde het duurzaam verblijf erkent, of indien geen beslissing werd genomen binnen de vijf maanden te rekenen vanaf de afgifte van de bijlage 22, ontvangt de betrokkene het " document ter staving van duurzaam verblijf "overeenkomstig het model van bijlage 8bis. Hij wordt bovendien ingeschreven in het bevolkingsregister.
  Een burger van de Unie met een document ter staving van duurzaam verblijf kan te allen tijde dit document in elektronische vorm aanvragen. Het document ter staving van duurzaam verblijf in papieren vorm wordt kosteloos verstrekt. De kostprijs van het document ter staving van duurzaam verblijf in elektronische vorm mag niet meer bedragen dan de prijs die geheven wordt voor de afgifte van een identiteitskaart aan Belgische onderdanen.
  ----------
  (1)<KB 2013-07-17/09, art. 1, 050; Inwerkingtreding : 08-08-2013>

  Art. 56.<KB 2008-05-07/33, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Het familielid dat geen burger van de Unie is dient het duurzaam verblijf aan te vragen bij het gemeentebestuur via de bijlage 22. Bij deze aanvraag moet het familielid alle bewijzen overmaken die aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf, zoals voorzien in artikelen 42quinquies en 42sexies van de wet.
  Het gemeentebestuur verklaart de aanvraag onontvankelijk door middel van de bijlage 23, indien het familielid niet gedurende [1 minstens vijf jaar]1 in het Rijk verbleven heeft op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk, te rekenen vanaf de afgifte van de bijlage 19ter of bijlage 15, en hij evenmin de bewijzen overmaakt waaruit blijkt dat hij
  1° ofwel een familielid is van een burger van de Unie bedoeld in artikel 55, tweede lid, 1°;
  2° ofwel een familielid is van een overleden burger van de Unie die gewerkt heeft in Rijk, hetzij als werknemer, hetzij als zelfstandige.
  In het andere geval maakt het gemeentebestuur de aanvraag over aan de gemachtigde van de minister, die een beslissing neemt binnen de vijf maanden.
  In afwachting van een beslissing van de minister of zijn gemachtigde dient, wanneer de verblijfskaart van een familielid van een burger van de unie vervalt, deze verblijfskaart te worden afgenomen en dient het document overeenkomstig het model van bijlage 15 aan het familielid te worden afgegeven. Dit document bewijst dat het familielid een aanvraag om duurzaam verblijf heeft ingediend en dekt voorlopig zijn verblijf gedurende de termijn vermeld in het derde lid, desgevallend verlengd tot de afgifte van de duurzame verblijfskaart.
  Indien de minister of zijn gemachtigde vaststelt dat niet aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf is voldaan, wordt hiervan kennis gegeven door afgifte van de bijlage 24.
  Indien de minister of zijn gemachtigde het duurzaam verblijf erkent of indien geen beslissing werd genomen binnen de vijf maanden te rekenen vanaf de datum van afgifte van de bijlage 22, ontvangt de betrokkene de " duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie " overeenkomstig het model van bijlage 9bis.
  De kostprijs van de duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie mag niet meer bedragen dan de prijs die geheven wordt voor de afgifte van een identiteitskaart aan Belgische onderdanen.
  ----------
  (1)<KB 2013-07-17/09, art. 2, 050; Inwerkingtreding : 08-08-2013>

  Art. 57.[1 Indien de Minister of zijn gemachtigde beslist een einde te maken aan het recht op duurzaam verblijf op grond van artikel 42septies, van de wet, wordt deze beslissing aan de betrokkene betekend door het overhandigen van een document overeenkomstig het model van bijlage 21 met daarin, zo nodig, een bevel om het grondgebied te verlaten. Het document dat de duurzaamheid van het verblijf bewijst of de duurzame verblijfkaart van familielid van een burger van de Unie wordt ingetrokken.
   Indien echter de Minister of zijn gemachtigde beslist een einde te maken aan het recht op duurzaam verblijf maar het verblijfsrecht van de betrokkene te behouden, wordt aan de betrokkene een verklaring van inschrijving overeenkomstig het model van bijlage 8 of een verblijfkaart van familielid van een burger van de Europese Unie overhandigd nadat het document bedoeld in het 1e lid is ingetrokken.]1
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 18, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  HOOFDSTUK I/I. - [1 Andere familieleden van een burger van de Unie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-13/06, art. 19, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 58.[1 Met uitzondering van artikel 45, zijn de bepalingen van hoofdstuk I die betrekking hebben op de familieleden van een burger van de Unie bedoeld in artikel 40bis van de wet, van toepassing op de andere familieleden bedoeld in artikel 47/1 van de wet." De Minister of zijn gemachtigde begunstigen echter hun binnenkomst en hun verblijf op het grondgebied van het Rijk, na een individueel en grondig onderzoek van hun aanvraag.]1
  ----------
  (1)<Hersteld door KB 2015-02-13/06, art. 20, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 59. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 60. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 61. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 62. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 63. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 64. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 65. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 66. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 67. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 68. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 69. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  HOOFDSTUK Ibis. - (Onderdanen van Liechtenstein, Noorwegen en Ijsland, en leden van hun familie. <KB 1996-12-11/38, art. 18, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  Art. 69bis.<ingevoegd bij KB 1994-03-11/30, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 01-01-1994> [1 ...]1.
  De onderdanen van Liechtenstein, Noorwegen en IJsland, en de leden van hun familie, vallen onder de bepalingen van titel II, hoofdstuk I, (...).) <KB 1996-12-11/38, art. 19, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2008-05-07/33, art. 8, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  (lid 3 opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 8, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 24, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  HOOFDSTUK Iter. - Onderdanen van Zwitserland en leden van hun familie. <Ingevoegd bij KB 2002-07-11/51, art. 4; Inwerkingtreding : 01-06-2002>

  Art. 69ter.[1 De onderdanen van Zwitserland en de leden van hun familie, vallen onder de bepalingen van Titel II, Hoofdstuk I.]1
  ----------
  (1)<KB 2016-05-17/02, art. 1, 061; Inwerkingtreding : 06-06-2016>

  Art. 69quater.
  <Opgeheven bij KB 2015-02-13/06, art. 26, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 69quinquies.
  <Opgeheven bij KB 2016-05-17/02, art. 2, 061; Inwerkingtreding : 06-06-2016>

  HOOFDSTUK Iquater. - Onderdanen van [1 Kroatië,]1 Bulgarije en Roemenië), die naar België komen om er een activiteit in loondienst uit te oefenen en hun gezinsleden - Overgangsbepalingen. <Ingevoegd bij KB 2004-04-25/59, art. 1; Inwerkingtreding : 01-05-2004; Opheffing : ten laatste op 1 mei 2009> <KB 2006-12-20/31, art. 1, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  ----------
  (1)<KB 2013-07-04/03, art. 1, 049; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 69sexies.[1 De bepalingen van hoofdstuk I van titel II zijn van toepassing op de onderdanen van [2 Kroatië,]2 Bulgarije en Roemenië die naar België komen om er een activiteit in loondienst uit te oefenen evenals op hun familieleden met als enige uitzondering dat het document dat de [2 Kroatische,]2 Bulgaarse of Roemeense werknemer overeenkomstig artikel 50, § 2, 1° moet voorleggen, het bewijs is dat hij in het bezit is van een arbeidskaart B zoals bepaald in het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.]1
  ----------
  (1)<KB 2012-01-08/08, art. 1, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (2)<KB 2013-07-04/03, art. 2, 049; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 69septies.[1 De bepalingen van dit hoofdstuk houden op van kracht te zijn op 1 januari 2014 voor wat betreft onderdanen van Bulgarije en Roemenië en op 1 juli 2015 voor wat betreft onderdanen van Kroatië.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-07-04/03, art. 3, 049; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 69octies.
  <Opgeheven bij KB 2012-01-08/08, art. 3, 1°, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  Art. 69nonies.
  <Opgeheven bij KB 2012-01-08/08, art. 3, 2°, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  Art. 69decies.
  <Opgeheven bij KB 2012-01-08/08, art. 3, 3°, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  HOOFDSTUK II. - Luxemburgse en Nederlandse onderdanen en leden van hun familie.

  Art. 70. (De Luxemburgse en Nederlandse onderdanen mogen slechts worden teruggedreven om één van de redenen opgesomd in artikel 3, eerste lid, 2°, 7° en 8°, van de wet.) <KB 1996-11-22/31, art. 10, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  De beslissing tot terugdrijving wordt hun ter kennis gebracht door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 11.

  Art. 71. (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 16, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  HOOFDSTUK III. - (Vluchtelingen (, personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen) en Staatlozen). <KB 1996-12-11/38, art. 20; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2007-04-27/56, art. 34, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Voorafgaande afdeling. - (Overheden waarbij de vreemdeling (een asielaanvraag kan indienen). - Overname en [1 terugname]1 van een asielzoeker door de verantwoordelijke Staat of door België. - [1 ...]1.) <KB 1996-12-11/38, art. 21; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 1, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 71.2. (Oud artikel 71bis) <KB 1996-12-11/38, art. 22, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> § 1. (De overheden waarbij de vreemdeling, bedoeld in artikelen 50 en 50ter van de wet, aan de grens een asielaanvraag kan indienen, zijn de met grenscontrole belaste overheden.) <KB 2007-04-27/56, art. 36, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 2. (De overheden waarbij de vreemdeling, bedoeld in artikelen 50, 50bis en 51 van de wet, in het Rijk een asielaanvraag kan indienen, zijn de ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken, evenals de directeurs van de strafinrichtingen.) <KB 2007-04-27/56, art. 36, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (§ 3. Tenzij hij in een andere hoedanigheid in de bevolkingsregisters ingeschreven is, wordt de vreemdeling die (aan de grens of in het Rijk een asielaanvraag indient), onmiddellijk door de (Minister), of door zijn gemachtigde, in het wachtregister ingeschreven.) <KB 1995-02-03/32, art. 1, 2°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996> <KB 2007-04-27/56, art. 36, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 71/2bis. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 37; Inwerkingtreding : 01-06-2007> In de gevallen voorzien in artikel 51/5, § 1, tweede lid, van de wet, kan de minister of zijn gemachtigde de vasthouding van de vreemdeling in een welbepaalde plaats bevelen.
  De beslissing van de minister of van diens gemachtigde wordt door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 39ter betekend.

  Art. 71/2ter. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 38; Inwerkingtreding : 01-06-2007> § 1. Wanneer de vreemdeling, in het kader van de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, wordt opgeroepen of om inlichtingen wordt verzocht, maakt deze oproeping of dit verzoek melding van de inhoud van artikel 51/5, § 1, vijfde lid, van de wet.
  § 2. Indien de vreemdeling geacht wordt afstand gedaan te hebben van zijn asielverzoek en hem de binnenkomst in het Rijk geweigerd werd, wordt hij door de met grenscontrole belaste overheden teruggedreven. De minister of zijn gemachtigde stelt de vreemdeling hiervan in kennis door afgifte van het document overeenkomstig het model van bijlage 11.
  § 3. Indien de vreemdeling geacht wordt afstand gedaan te hebben van zijn asielverzoek en hem het verblijf in het Rijk geweigerd werd, dient deze het grondgebied te verlaten. De minister of zijn gemachtigde stelt de vreemdeling hiervan in kennis door afgifte van het document overeenkomstig het model van bijlage 13.
  Er wordt overgegaan tot de intrekking van de afgegeven documenten op het moment dat de vreemdeling een asielaanvraag indient en, zo nodig, van het attest van immatriculatie.

  Art. 71.3. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 23; Inwerkingtreding : 17-01-1997> § 1. Wanneer de Minister of zijn gemachtigde het verzoek richt aan de verantwoordelijke Staat in de zin van (Europese regelgeving die België bindt), om de asielzoeker over te nemen of terug te nemen, brengt hij de vreemdeling daarvan op de hoogte en deelt hij hem de inhoud mee van de genomen beslissing. <KB 2007-04-27/56, art. 39, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 2. Wanneer de asielzoeker overgedragen moet worden aan de verantwoordelijke Staat en hem de binnenkomst in het Rijk geweigerd werd, wordt hij door de met grenscontrole belaste overheden teruggedreven of teruggeleid naar de grens van deze Staat en in het bezit gesteld van een doorlaatbewijs overeenkomstig het model van bijlage 10bis (of bijlage 10ter). De beslissing tot weigering van binnenkomst wordt ter kennis gebracht door middel van een document overeenkomstig bijlage 25quater. <KB 1998-03-02/32, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 01-09-1997>
  § 3. Wanneer de asielzoeker overgedragen moet worden aan de verantwoordelijke Staat en hem het verblijf in het Rijk geweigerd werd, ontvangt hij een bevel om het grondgebied te verlaten en wordt hij in het bezit gesteld van een doorlaatbewijs overeenkomstig het model van bijlage 10bis (of bijlage 10ter). De beslissing tot weigering van verblijf wordt ter kennis gebracht door middel van een document overeenkomstig bijlage 26quater. <KB 1998-03-02/32, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 01-09-1997>
  Er wordt overgegaan tot de intrekking van de afgegeven documenten, op het moment dat de vreemdeling (een asielaanvraag indient) en, zo nodig, van het attest van immatriculatie. <KB 2007-04-27/56, art. 39, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 71.4.<Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 24; Inwerkingtreding : 17-01-1997> De asielzoeker die door België moet worden overgenomen of teruggenomen en die overgebracht wordt door de verantwoordelijke Staat in de zin van (Europese regelgeving die België bindt) en die zich aanbiedt aan de grens, wordt door de met grenscontrole belaste overheden in het bezit gesteld van een document overeenkomstig het model van bijlage 26 [1 of, indien het een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft, een document overeenkomstig het model van bijlage 26quinquies]1. <KB 2007-04-27/56, art. 40, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Wanneer de asielzoeker die overgenomen of teruggenomen moet worden door België, overgebracht wordt door de verantwoordelijke Staat in de zin van (Europese regelgeving die België bindt) en zich in het Rijk bij de Minister of zijn gemachtigde aanbiedt, wordt hij in het bezit gesteld van een document overeenkomstig het model van bijlage 26 [1 of, indien het een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft, een document overeenkomstig het model van bijlage 26quinquies]1. <KB 2007-04-27/56, art. 40, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Zonodig kan (de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen) dadelijk overgaan tot het verhoor van de in de leden 1 en 2 bedoelde asielzoekers. <KB 2007-04-27/56, art. 40, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 2, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 71.5.
  <Opgeheven bij KB 2013-08-17/03, art. 3, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Afdeling 1. - (Asielzoekers). - Onregelmatige binnenkomst en onregelmatig verblijf. <KB 2007-04-27/56, art. 42, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 72.<KB 28-01-1988, art. 2> [1 § 1.]1 De met de grenscontrole belaste overheden geven aan de vreemdeling die zich aan de grens aanmeldt zonder in het bezit te zijn van de vereiste documenten en die (een asielaanvraag indient) een document overeenkomstig het model van bijlage 25 [1 of, indien het een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft, een document overeenkomstig het model van bijlage 25quinquies]1. <KB 2007-04-27/56, art. 43, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (Overeenkomstig artikel 52/3, § 2, van de wet, ontvangt deze vreemdeling eveneens een beslissing tot terugdrijving overeenkomstig het model van bijlage 11ter.) <KB 2007-04-27/56, art. 43, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  [1 § 2. De vreemdeling die zich aan de grens aanmeldt zonder in het bezit te zijn van de vereiste documenten, die bij de met grenscontrole belaste overheden een asielaanvraag indient en aan wie de toegang tot het grondgebied niet geweigerd is, wordt gemachtigd het Rijk binnen te komen en er te verblijven tot over zijn asielaanvraag beslist is.
   De met de grenscontrole belaste overheden brengen die machtiging aan op het document overeenkomstig het model van bijlage 25 of, indien het een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft, op het document overeenkomstig het model van bijlage 25quinquies.
   § 3. De vreemdeling die zich aan de grens aanmeldt zonder in het bezit te zijn van de vereiste documenten en aan wie de vluchtelingenstatus en subsidiaire beschermingsstatus geweigerd werd of wiens asielaanvraag niet in overweging genomen werd door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, wordt, onverminderd de opschortende werking bedoeld bij artikel 39/70 van de wet, teruggedreven en kan, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 53bis van de wet teruggeleid worden naar de grens van het land waaruit hij gevlucht is en waar volgens zijn verklaring zijn leven of zijn vrijheid bedreigd zou zijn.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 4, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 72bis.
  <Opgeheven bij KB 2013-08-17/03, art. 5, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 72ter.
  <Opgeheven bij KB 2013-08-17/03, art. 6, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 73.<KB 28-01-1988, art. 5> (De in artikel 71.2, § 2, aangewezen overheden), geven aan de vreemdeling die het Rijk binnengekomen is zonder in het bezit te zijn van de vereiste documenten en die (...) (een asielaanvraag indient), een document af overeenkomstig het model van bijlage 26 [1 of, indien het een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft, een document overeenkomstig het model van bijlage 26quinquies]1. <KB 1996-12-11/38, art. 26, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2005-02-03/31, art. 1, 028 ; Inwerkingtreding : 08-02-2005> <KB 2007-04-27/56, art. 46, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 7, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 74.<KB 28-01-1988, art. 6> § 1. De vreemdeling die (aan de grens een [1 eerste]1 asielaanvraag heeft ingediend) en die gemachtigd werd het Rijk binnen te komen moet zich, binnen acht werkdagen na zijn binnenkomst, aanmelden (bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats). <KB 1995-02-03/32, art. 2, 1°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 2007-04-27/56, art. 47, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (Na inzage van het document dat de met de grenscontrole belaste overheden afgegeven hebben, geeft dit bestuur hem een attest van immatriculatie, model A, geldig voor drie maanden vanaf de datum van afgifte.) <KB 1995-02-03/32, art. 2, 2°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995>
  § 2. (De vreemdeling die binnen het Rijk een asielaanvraag heeft ingediend bij een van de in artikel 71/2, § 2, aangewezen overheden, en die overeenkomstig artikel 74/6, § 1bis, van de wet, in een bepaalde plaats wordt vastgehouden, ontvangt kennisgeving van deze beslissing door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 39bis. In dit geval ontvangt de betrokkene, overeenkomstig artikel 52/3, § 2, van de wet, eveneens een bevel om het grondgebied te verlaten door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 13quinquies.) <KB 2007-04-27/56, art. 47, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 3. De vreemdeling die (binnen het Rijk een [1 eerste]1 asielaanvraag heeft ingediend) bij een van de (in artikel 71.2, § 2, aangewezen overheden) moet zich, binnen acht werkdagen na zijn (aanvraag), aanmelden (bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats). <KB 1996-12-11/38, art. 27, 1°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 1995-02-03/32, art. 2, 3°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 2007-04-27/56, art. 47, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Na inzage van het document dat een dezer overheden afgegeven heeft, (geeft dit bestuur hem een attest van immatriculatie, model A, geldig voor drie maanden vanaf de datum van afgifte). <KB 2007-04-27/56, art. 47, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 4. Wanneer de vreemdeling gemachtigd werd tot een verblijf van meer dan drie maanden waarvan de duur uitdrukkelijk beperkt werd, de machtiging tot verblijf verstreken en niet verlengd is en de betrokkene daarna (een [1 eerste]1 asielaanvraag indient), moet hij zich binnen acht werkdagen na zijn verklaring aanmelden (bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats). <KB 1995-02-03/32, art. 2, 4°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 2007-04-27/56, art. 47, 4°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Na inzage van het document dat hem door een der (in artikel 71.2, § 2, aangewezen overheden) afgegeven is, handelt dit bestuur overeenkomstig de bepalingen van (§ 3, tweede lid). <KB 1996-12-11/38, art. 27, 2°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2007-04-27/56, art. 47, 4°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Indien de vreemdeling nog titularis is van een document of verblijfstitel waarvan de geldigheidsduur vervallen is wordt dit door het gemeentebestuur afgenomen.
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 8, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 75.<KB 1993-05-19/32, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 31-05-1993> § 1. Het attest van immatriculatie, afgegeven aan de vreemdeling die (een [1 eerste]1 asielaanvraag heeft ingediend), wordt verlengd om het verblijf te dekken tot over de aanvraag is beschikt [1 door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen]1. <KB 2007-04-27/56, art. 48, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 2. (Indien de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen de vluchtelingenstatus weigert te erkennen en de subsidiaire beschermingsstatus weigert toe te kennen aan een vreemdeling [1 of de asielaanvraag niet in overweging neemt]1 , geeft de minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 52/3, § 1, van de wet, aan de betrokkene een bevel om het grondgebied te verlaten.) <KB 2007-04-27/56, art. 48, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Onverminderd de opschortende werking bedoeld bij (artikel 39/70), van de wet, worden de beslissingen van de Minister of van diens gemachtigde door middel van een document overeenkomstig het model van (bijlage 13quinquies) betekend. <KB 2007-04-27/56, art. 48, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  De documenten die aan de vreemdeling afgegeven werden op het ogenblik dat hij (een asielaanvraag indiende), en, in voorkomend geval, het attest van immatriculatie, worden afgenomen. <KB 2007-04-27/56, art. 48, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 3. (In geval van weigering op grond van artikel 52, beveelt de minister of zijn gemachtigde, indien hij het nodig acht met het oog op het waarborgen van de effectieve verwijdering uit het grondgebied bovendien de vasthouding van de vreemdeling in een welbepaalde plaats, bedoeld bij artikel 74/6, § 1.) <KB 2007-04-27/56, art. 48, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  De beslissing van de Minister of van diens gemachtigde wordt door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 39, betekend.
  [1 § 4. De bijlage 26quinquies of de in artikel 72, § 2, bedoelde bijlage 25quinquies, afgegeven aan de vreemdeling die een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet heeft ingediend, wordt door de minister of zijn gemachtigde verlengd om het verblijf te dekken tot de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een beslissing op grond van artikel 57/6/2 van de wet heeft genomen.
   In geval van inoverwegingname van de asielaanvraag door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen op grond van artikel 57/6/2 van de wet, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde, op onderrichting van de minister of zijn gemachtigde, aan de betrokken vreemdeling een attest van immatriculatie, model A, geldig voor drie maanden vanaf de datum van afgifte. Dit attest van immatriculatie wordt verlengd om het verblijf te dekken tot de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen over de in overweging genomen asielaanvraag heeft beslist.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 9, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 76. <KB 2007-04-27/56, art. 49, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Onder voorbehoud van de indiening van een beroep bedoeld bij artikel 39/56, tweede lid, van de wet, wordt de vreemdeling aan wie de vluchtelingenstatus wordt toegekend, na inzage van het vluchtelingenbewijs dat hem door de bevoegde overheid is afgegeven, ingeschreven in het vreemdelingenregister en in het bezit gesteld van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor onbeperkte duur.

  Art. 77. <KB 2007-04-27/56, art. 50, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Wanneer de bevoegde overheid aan een vreemdeling de subsidiaire beschermingsstatus toekent, schrijft het gemeentebestuur, na instructie van de Minister of zijn gemachtigde, de betrokkene in in het vreemdelingenregister en wordt hij in het bezit gesteld van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister overeenkomstig artikel 49/2, §§ 2 en 3, van de wet.

  Afdeling 2. - (Asielzoekers). - Regelmatige binnenkomst en regelmatig verblijf. <KB 2007-04-27/56, art. 51, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 78. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 52, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 79.<KB 1996-12-11/38, art. 28, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> De in artikel 71.2, § 2, aangewezen overheden geven aan de vreemdeling bedoeld in artikel (50bis of) 51 van de wet een document af overeenkomstig het model van bijlage 26 [1 of, indien het een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft, een document overeenkomstig het model van bijlage 26quinquies]1 . <KB 2007-04-27/56, art. 53, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 10, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 80.§ 1. (...) <KB 2007-04-27/56, art. 54, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 2. (De vreemdeling die zich in België bevindt voor een verblijf van niet meer dan drie maanden en die (een [1 eerste]1 asielaanvraag heeft ingediend), moet zich binnen acht werkdagen na zijn (aanvraag), aanmelden (bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats).) <KB 28-01-1988, art. 12> <KB 1995-02-03/32, art. 3, 3°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 2007-04-27/56, art. 54, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (Na inzage van de documenten die voor zijn binnenkomst vereist zijn en van het document dat werd afgegeven door één van de (in artikel 71.2, § 2, aangewezen overheden), geeft dit bestuur hem een attest van immatriculatie, model A, geldig voor drie maanden vanaf de datum van afgifte.) <KB 1995-02-03/32, art. 3, 4°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 1996-12-11/38, art. 29, 1°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  Is de vreemdeling reeds in het bezit van een verklaring overeenkomstig het model van bijlage 3, dan wordt dat document hem door het gemeentebestuur afgenomen.
  (§ 3. De vreemdeling die zich in België bevindt voor een verblijf van meer dan drie maanden, waarvan de duur uitdrukkelijk beperkt werd, die (een [1 eerste]1 asielaanvraag heeft ingediend) en wiens machtiging tot verblijf komt te verstrijken en niet verlengd werd, moet zich, binnen acht werkdagen na het vervallen van zijn document of zijn verblijfstitel, aanmelden (bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats). <KB 1995-02-03/32, art. 3, 5°, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995>
  (De vreemdeling die op grond van artikel 57/29 van de wet een tijdelijke bescherming heeft genoten, en die een [1 eerste]1 asielaanvraag heeft ingediend overeenkomstig artikel 50bis, tweede lid, van de wet, moet zich binnen de acht werkdagen na zijn aanvraag, aanmelden bij het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats.) <KB 2007-04-27/56, art. 54, 3°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Na inzage van het document dat hem door de (in artikel 71.2, § 2, aangewezen overheden) afgegeven is, handelt dit bestuur overeenkomstig [1 de bepalingen van § 2, tweede lid]1. <KB 1996-12-11/38, art. 29, 2°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  Indien de vreemdeling nog titularis is van een document of een verblijfstitel waarvan de geldigheidsduur vervallen is, wordt het door het gemeentebestuur afgenomen.) <Ingevoegd bij KB 28-01-1988, art. 12>
  (§ 4. Wanneer de minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 57/36, § 2, van de wet, de machtiging tot verblijf afgegeven aan een vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet of aan zijn familielid, van wie het onderzoek van de asielaanvraag werd geschorst op basis van artikel 51/9 van de wet, beëindigt, wordt het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister waarvan deze houder is, ingetrokken.
  Na inzage van het document dat werd afgegeven door een van de in artikel 71/2, § 2, aangewezen overheden, handelt het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de betrokkene overeenkomstig de bepalingen van § 2, tweede lid.) <KB 2007-04-27/56, art. 54, 4°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 11, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 81. Artikel 75, artikel 76 en artikel 77 zijn van toepassing op de gevallen bedoeld in artikel 80.

  Art. 82. (Opgeheven) <KB 28-01-1988, art. 13>

  Art. 83. <KB 28-01-1988, art. 14> Onder voorbehoud van (de indiening van een beroep bedoeld bij artikel 39/56, tweede lid) (, van de wet) wordt de vreemdeling die titularis is van een verblijfs- of vestigingstitel en die als vluchteling erkend is, na inzage van het vluchtelingenbewijs dat hem door de bevoegde overheid afgegeven is, in het bezit gesteld van een nieuwe verblijfs- of vestigingstitel waarbij rekening gehouden is met de tussengekomen wijziging van zijn statuut. <KB 1993-05-19/32, art. 15, 011; Inwerkingtreding : 31-05-1993> <KB 2007-04-27/56, art. 55, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 84.[1 Wanneer de internationale bescherming wordt verleend aan een vreemdeling die houder is van een Belgische EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene en onder voorbehoud van de indiening van een beroep bedoeld bij artikel 39/56, tweede lid, van de wet, geeft de minister of zijn gemachtigde binnen de drie maanden na deze beslissing de instructie aan de burgemeester of zijn gemachtigde om een nieuwe EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene af te leveren waarin de in artikel 30, § 2 bedoelde bijzondere vermelding inzake internationale bescherming wordt aangebracht.
   Wanneer de internationale bescherming wordt verleend aan een vreemdeling die houder is van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, en onder voorbehoud van de indiening van een beroep bedoeld bij artikel 39/56, tweede lid, van de wet, verzoekt de minister of zijn gemachtigde de bevoegde overheid van de lidstaat die de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene heeft afgegeven om deze te wijzigen teneinde de bijzondere vermelding inzake de internationale bescherming, verleend door België, en de datum waarop deze internationale bescherming werd verleend, er op aan te brengen.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 27, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 85. § 1. De vluchteling die regelmatig in het Rijk verblijft, mag, na zich naar het buitenland te hebben begeven, naar het land terugkeren op enkel vertoon van zijn geldige, door de Belgische autoriteiten afgegeven reistitel.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde vreemdeling die niet in staat is geweest voor het verstrijken van zijn reistitel terug te keren, kan, door de met de grenscontrole belaste overheden gemachtigd worden naar het land terug te keren.
  Deze overheden geven hem een machtiging tot terugkeer af, overeenkomstig het model van bijlage 27.
  § 3. De vluchteling die geen regelmatig verblijf meer heeft in het Rijk of die uit de (bevolkingsregisters) werd afgevoerd, maar wiens Belgische reistitel nog geldig is, kan, bij beslissing van de (Minister) of van zijn gemachtigde, gemachtigd worden naar het Rijk terug te keren. <KB 1995-02-03/32, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 01-02-1995> <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  Indien de beslissing gunstig is, geven de met de grenscontrole belaste overheden hem een machtiging tot terugkeer af, geldig drie werkdagen.
  Voor het verstrijken van die termijn moet de vluchteling zich aanmelden bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats. Na inzage van de reistitel en van de machtiging tot terugkeer, gaat dit bestuur over tot inschrijving in het vreemdelingenregister en tot afgifte van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister.
  § 4. De in § 3 bedoelde vluchteling, wiens Belgische reistitel niet meer geldig is, kan, bij beslissing van de (Minister) of van zijn gemachtigde, gemachtigd worden naar het Rijk terug te keren. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  Te dien einde moet hij een met redenen omklede aanvraag indienen bij een Belgische diplomatieke of consulaire post, die ze zonder verwijl voor beslissing overmaakt aan de (Minister) of aan zijn gemachtigde. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  Indien de beslissing gunstig is, wordt de vluchteling in het bezit gesteld van een " doorlaatbewijs " overeenkomstig het model van bijlage 28, geldig vijftien dagen vanaf de datum van afgifte.
  Voor het verstrijken van het doorlaatbewijs moet de vluchteling zich aanmelden bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats. Na inzage van het doorlaatbewijs gaat dit bestuur over tot inschrijving in het vreemdelingenregister en tot afgifte van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister.

  Art. 86. De vluchteling-werknemer, die tot verblijf in Luxemburg of Nederland werd toegelaten, heeft, vanaf de dag waarop hij het Rijk heeft verlaten, gedurende twee jaar recht op terugkeer.
  Hij wordt zonder formaliteiten wederom in België toegelaten op enige voorwaarde dat hij houder is van een geldige reistitel, afgegeven door de Belgische autoriteiten.

  Art. 87. De vluchteling, die tot verblijf in een ander land werd toegelaten, kan het genot van de in artikel 85 voorziene bepalingen niet meer opeisen.
  De vluchteling aan wie een verblijfsvergunning in Oostenrijk is verleend, mag echter gedurende een termijn van twee jaar naar België terugkeren op vertoon van de geldige reistitel, afgegeven door de Belgische autoriteiten. Hetzelfde geldt voor de vluchteling-werknemer aan wie een verblijfsvergunning in Zwitserland is verleend.

  Art. 88. <KB 2007-04-27/56, art. 56, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Behalve indien zij houder zijn van een verblijfstitel, ontvangen de in artikel 10, § 1, eerste lid, 4°, van de wet bedoelde familieleden van de vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend een attest van immatriculatie model A, met dezelfde geldigheidsduur als die van het attest van immatriculatie van de vreemdeling.

  Afdeling 2bis. - Asielzoekers. - Verwijdering uit het Rijk.

  Art. 88bis. <KB 1993-05-19/32, art. 16, 011; Inwerkingtreding : 31-05-1993> § 1. Wanneer de (Minister), aan de in het artikel (52.4), eerste lid, van de wet bedoelde vreemdeling de toegang tot het grondgebied weigert, gaan de met de grenscontrole belaste overheden tot terugdrijving over. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  De beslissing van de Minister wordt door een document overeenkomstig het model van bijlage 11bis betekend. De documenten die aan de vreemdeling afgegeven werden op het ogenblik dat hij (een asielaanvraag indiende), worden afgenomen. <KB 2007-04-27/56, art. 57, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 2. Wanneer de (Minister), beslist dat de in artikel (52.4), eerste lid, van de wet, bedoelde vreemdeling niet of niet meer in het Rijk mag verblijven, geeft hij hem het bevel om het grondgebied te verlaten. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996> <KB 2007-04-27/56, art. 57, 1°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  De beslissing van de Minister wordt door een document overeenkomstig het model van bijlage 13bis betekend. De documenten die aan de vreemdeling afgegeven werden op het ogenblik dat hij (een asielaanvraag indiende), en, in voorkomend geval, het attest van immatriculatie, worden afgenomen. <KB 2007-04-27/56, art. 57, 2°, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Afdeling 2ter.- Vluchtelingen (en genieters van subsidiaire bescherming) <KB 2007-04-27/56, art. 58, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Verwijdering uit het Rijk. <Ingevoegd bij KB 1996-11-22/31, art. 11, Inwerkingtreding : 16-12-1996> <KB 2007-04-27/56, art. 58, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 88ter. <KB 2007-04-27/56, art. 59, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> De beslissing van de minister of diens gemachtigde waarbij een bevel om het grondgebied te verlaten wordt gegeven overeenkomstig artikel 49, § 3, of artikel 49/2, § 5, van de wet, wordt ter kennis gebracht door afgifte van het document overeenkomstig het model van bijlage 13. De verblijfstitel en, in voorkomend geval, het vluchtelingenbewijs, worden afgenomen.

  Afdeling 3. - In een andere Staat erkende vluchtelingen.

  Art. 89. Deze afdeling is van toepassing op de vreemdelingen die als vluchteling erkend zijn terwijl zij zich bevonden op het grondgebied van een andere Staat, verdragsluitende partij bij het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en zijn bijlagen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 en goedgekeurd bij de wet van 26 juni 1953.

  Art. 90.§ 1. [1 Onverminderd meer voordelige bepalingen vervat in een internationaal verdrag of Europese verordeningen, wordt de in artikel 89 bedoelde vreemdeling gemachtigd het Rijk binnen te komen voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, op voorwaarde dat hij houder is van een geldig reisdocument, afgegeven door de autoriteiten van het land waar hij verblijf houdt, voorzien van een visum, geldig voor België, aangebracht door een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger of door een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt.]1
  [1 ...]1.
  § 2. De algemene bepalingen van titel 1, hoofdstuk I, afdeling 2, zijn van toepassing op die vreemdeling.
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 28, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 91. § 1. De in artikel 89 bedoelde vreemdeling die naar België komt voor een verblijf van meer dan drie maanden, is onderworpen aan de algemene reglementering.
  Om nochtans het recht op terugkeer van die vreemdeling naar het land dat hem erkend heeft te vrijwaren, wordt de machtiging tot voorlopig verblijf beperkt tot twee jaar.
  § 2. Het gemeentebestuur geeft aan de vreemdeling het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af waarvan de vervaldatum drie maanden vroeger valt dan die van de reistitel.
  (Tweede lid opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 60, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 92. Alvorens het aan de in artikel 89 bedoelde vreemdeling afgegeven bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (...) te vernieuwen, moet het gemeentebestuur nagaan of de reistitel verlengd werd. Zo ja, dan (...) vernieuwt het het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister. Zo neen, dan verzoekt het de vreemdeling door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 29, zijn reistitel te laten verlengen. <KB 2007-04-27/56, art. 61, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 93.<KB 28-01-1988, art. 17> De in artikel 89 bedoelde vreemdeling kan bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de bevestiging van zijn hoedanigheid van vluchteling vragen, op voorwaarde dat hij regelmatig en zonder onderbreking gedurende achttien maanden in België verbleven heeft en de duur van zijn verblijf niet om een welbepaalde reden beperkt werd.
  [1 Wanneer de hoedanigheid van vluchteling bevestigd wordt van de in artikel 89 bedoelde vreemdeling die houder is van een Belgische EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene en onder voorbehoud van de indiening van een beroep bedoeld bij artikel 39/56, tweede lid, van de wet, geeft de minister of zijn gemachtigde binnen de drie maanden na deze beslissing de instructie aan de burgemeester of zijn gemachtigde om een nieuwe EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene af te leveren waarin de in artikel 30, § 2, bedoelde bijzondere vermelding inzake internationale bescherming wordt gewijzigd.
   Wanneer de hoedanigheid van vluchteling bevestigd wordt van de in artikel 89 bedoelde vreemdeling die houder is van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene, afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, en onder voorbehoud van de indiening van een beroep bedoeld bij artikel 39/56, tweede lid, van de wet, verzoekt de minister of zijn gemachtigde de bevoegde overheid van de lidstaat die de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene heeft afgegeven om deze te wijzigen teneinde de bijzondere vermelding inzake internationale bescherming, aan te passen.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 29, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 94. (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 13, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  (NOTA : Het blijft echter van toepassing wanneer, voor het in werking treden van dit besluit, een aanvraag is ingediend overeenkomstig artikel 55 van de wet van 15 december 1980 betreffend de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, opgeheven door de wet van 15 juli 1996.)

  Afdeling 4. - Met de vluchteling gelijkgestelde vreemdelingen. (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 95. (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 96. (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 97. (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  (NOTA : Die artikelen blijven echter van toepassing wanneer, voor het in werking treden van dit besluit, een aanvraag om met de vluchteling gelijkgesteld te worden ingediend is, overeenkomstig artikel 57 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 juli 1992.)

  Afdeling 5. - Staatlozen.

  Art. 98. De staatloze en zijn familieleden zijn onderworpen aan de algemene reglementering.
  Wanneer de staatloze echter gemachtigd is om meer dan drie maanden in het Rijk te verblijven, geeft het gemeentebestuur hem een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af waarvan de vervaldatum drie maanden vroeger valt dan die van de reistitel.
  (Derde lid opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 62, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  De artikelen 85 en 92 zijn van toepassing op de staatloze die gemachtigd is om in het Rijk te verblijven.

  HOOFDSTUK IV. - Studenten.

  Art. 99. De machtiging tot voorlopig verblijf die aan een student wordt afgegeven overeenkomstig artikel 58 van de wet, wordt beperkt tot de duur van zijn studiën. Zij maakt melding van datgene van de in artikel 59 van de wet bepaalde attesten, op overlegging waarvan de machtiging is afgegeven.

  Art. 100. Indien de betrokkene houder is van de machtiging tot voorlopig verblijf, afgegeven op overlegging van een attest van inschrijving als regelmatig leerling of student, wordt hem het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (...) afgegeven. <KB 1996-12-11/38, art. 31, 1°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  (Tweede lid opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 63, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  Indien de betrokkene houder is van de machtiging tot voorlopig verblijf, afgegeven op overlegging van een attest waaruit blijkt, hetzij dat hij tot de studiën is toegelaten of ingeschreven is voor een toelatingsexamen, hetzij dat hij een aanvraag ingediend heeft tot het verkrijgen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften, wordt hem een attest van immatriculatie model A, afgegeven dat geldig is gedurende vier maanden vanaf de datum van binnenkomst.
  Bij het overleggen door de student van het nieuwe attest, bedoeld in artikel 59, lid 3, van de wet, geeft het gemeentebestuur hem een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (...) af. <KB 1996-12-11/38, art. 31, 1°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  (De beslissing van de Minister of zijn gemachtigde waarbij het bevel om het grondgebied te verlaten wordt gegeven aan de student die artikel 59, derde lid, van de wet niet heeft nageleefd, wordt ter kennis gebracht door middel van formulier A, overeenkomstig het model van bijlage 12.) <KB 1996-12-11/38, art. 31, 2°, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  Art. 101.De vreemde student moet zich bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats aanmelden om (...) de vernieuwing van zijn verblijfsvergunning aan te vragen, uiterlijk een maand vóór de vervaldatum. <KB 2007-04-27/56, art. 64, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  De verbintenis tot tenlasteneming, bedoeld in artikel 60, lid 1, 2°, van de wet, moet in overeenstemming zijn met het model van bijlage 32.
  Indien de student de vereiste documenten niet overlegt, verzoekt het gemeentebestuur hem, door afgifte van een document overeenkomstig het model van bijlage 29, het nodige te doen vóór het verstrijken van zijn verblijfsvergunning.
  [1 Indien de vreemdeling zijn aanvraag tot vernieuwing heeft ingediend overeenkomstig het eerste lid en de Minister of zijn gemachtigde niet in staat was over deze aanvraag een beslissing te nemen voor het verstrijken van de verblijfsvergunning waarvan hij houder is, stelt de burgemeester of zijn gemachtigde hem in het bezit van een attest conform het model in bijlage 15.
   Dit attest dekt voorlopig het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied van het Koninkrijk. Het attest is vijfenveertig dagen geldig en kan tweemaal met eenzelfde periode verlengd worden.]1
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 15, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 102. § 1. De vreemdeling, onderdaan van een aangrenzend land, die naar België komt om er te studeren doch die zijn gewoon verblijf behoudt in zijn land waar hij, in principe, elk week-end terugkeert, moet zich, binnen acht werkdagen na zijn eerste binnenkomst, aanmelden bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij logeert.
  Na inzage van de documenten die voor zijn binnenkomst vereist zijn en op vertoon een attest van inschrijving als regelmatig leerling of student in een (door de overheid) georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling, geeft het gemeentebestuur hem een document af overeenkomstig het model van bijlage 33. <KB 1996-12-11/38, art. 32, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  § 2. Paragraaf 1 is van toepassing op de vreemdeling die niet de nationaliteit bezit van het aangrenzend land waar hij zijn gewoon verblijf heeft, op voorwaarde dat hij een door de overheden van dat land afgegeven geldig verblijfsdocument overlegt.

  Art. 103. De familieleden van de student ontvangen dezelfde documenten als hij, met dezelfde geldigheidsduur.

  Art. 103.2. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 33; Inwerkingtreding : 17-01-1997> Onder voorbehoud van artikel 61, § 1, leden 2, 3 en 4, van de wet, kan de Minister aan de vreemde student die, rekening houdend met de resultaten, zijn studies op overdreven wijze verlengt, het bevel geven om het grondgebied te verlaten wanneer deze :
  1° in dezelfde studierichting gedurende drie opeenvolgende school- of academiejaren voor geen enkel examen geslaagd is of gedurende de laatste vier studiejaren niet voor tenminste twee examens geslaagd is;
  2° op zijn minst twee verschillende studierichtingen heeft aangevat zonder in de loop van vier opeenvolgende school- of academiejaren voor enig examen geslaagd te zijn of zonder in de loop van de laatste vijf studiejaren voor ten minste twee examens geslaagd te zijn;
  3° op zijn minst drie verschillende studierichtingen heeft aangevat zonder in de loop van de twee voorafgaande studierichtingen enig einddiploma behaald te hebben.

  Art. 103.3. (Oud artikel 103bis) <KB 1996-12-11/38, art. 34, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997> Wanneer de Minister of zijn gemachtigde aan de vreemdeling bedoeld in artikel 61, § 1 of § 2, van de wet of aan de leden van diens gezin het bevel geeft om het grondgebied te verlaten, bepaalt hij de termijn waarbinnen de belanghebbenden het grondgebied moeten verlaten.
  In de beide gevallen geeft het gemeentebestuur van de beslissing van de Minister of van zijn gemachtigde kennis door afgifte van een document dat overeenkomt met het model van bijlage 33bis.

  Art. 104. (Opgeheven) <KB 1996-12-11/38, art. 35, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997>

  HOOFDSTUK V. - Rijnschippers.

  Art. 105. Voor de uitoefening van het beroep van Rijnschipper worden, voor zover hun reisdocumenten de vermelding : " Rijnschipper - Batelier du Rhin - Rheinschiffer " dragen, zonder visum noch machtiging tot voorlopig verblijf, toegelaten het Rijk binnen te komen en er te reizen :
  1° de onderdanen van de Rijnoeverstaten : Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland;
  2° de onderdanen van de overige Westeuropese landen;
  3° de onderdanen van Turkije en van Joegoslavië;
  4° de in de Rijnoeverstaten gevestigde vluchtelingen die aldaar een geldige reistitel voor vluchtelingen hebben verkregen;
  5° de in de Rijnoeverstraten gevestigde vreemdelingen en staatlozen, die aldaar hetzij een geldig paspoort of een geldige reistitel voor vreemdelingen, hetzij een geldige reistitel voor staatlozen hebben verkregen.

  HOOFDSTUK VI. - Grensarbeiders.

  Art. 106. (§ 1.) Onder grensarbeider verstaat men de arbeider die in België in loondienst werkzaam is, doch die zijn verblijfplaats heeft op het grondgebied van een aangrenzend land en daarheen in principe dagelijks of tenminste eenmaal per week terugkeert. <KB 2002-07-11/51, art. 8, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002>
  (§ 2. Onder een Zwitserse grensarbeider verstaat men de Zwitserse onderdaan wiens woonplaats is gelegen in Zwitserland, en die in loondienst werkzaam is of die als zelfstandige een economisch activiteit uitoefent op het grondgebied van België, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week.) <KB 2002-07-11/51, art. 8, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002>

  Art. 107.[1 De grensarbeider die een burger van de Europese Unie of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat is, mag het Rijk binnenkomen om er arbeid te verrichten, op vertoon van een der in artikel 41 van de wet vermelde documenten.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 30, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 108.De grensarbeider die geen onderdaan is van een [1 lidstaat van de Europese Unie]1 mag het Rijk binnenkomen om er arbeid te verrichten op vertoon van zijn geldige verblijfsvergunning van het aangrenzend land en van een geldig reisdocument, zo nodig voorzien van een visum geldig voor meerdere reizen.
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 31, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 109. De grensarbeider moet zich bij eerste aankomst melden bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij werkzaam is.
  Bij zijn melding geeft dat bestuur, na inzage van de documenten die voor zijn binnenkomst vereist zijn, hem een document overeenkomstig het model van bijlage 15, af.

  Art. 110. De grensarbeider moet zich bij definitief vertrek melden bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij werkzaam is en, op dat ogenblik, het Belgisch document waarvan hij houder is teruggeven.

  HOOFDSTUK VII- Vreemdelingen die het slachtoffer zijn van het misdrijf mensenhandel in de zin van artikel 433quinquies van het Strafwetboek, of die het slachtoffer zijn van het misdrijf mensensmokkel in de zin van artikel 77bis in de omstandigheden bedoeld in artikel 77quater, 1°, uitsluitend voor wat de niet-begeleide minderjarigen betreft, tot en met 5°, van de wet en die met de autoriteiten samenwerken <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 65; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 110bis.<Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 66; Inwerkingtreding : 01-06-2007> § 1. Elke aanvraag voor het verkrijgen van het document voor de in artikelen 61/2 tot 61/4 van de wet bedoelde vreemdeling moet door een in het onthaal van de slachtoffers gespecialiseerd centrum, dat door de bevoegde overheden wordt erkend, naar de minister of zijn gemachtigde worden gestuurd.
  § 2. Indien de in artikel 61/2, § 1, van de wet bedoelde vreemdeling niet over een verblijfstitel beschikt, geeft de minister of zijn gemachtigde de instructie een bevel om het grondgebied te verlaten te betekenen. Het gemeentebestuur betekent deze beslissing door middel van de overhandiging van het document overeenkomstig het model in bijlage 13.
  Indien de in het vorig lid bedoelde vreemdeling een niet-begeleide minderjarige is, zoals gedefinieerd in artikel 61/2, § 2, tweede lid, van de wet, geeft de minister of zijn gemachtigde aan het gemeentebestuur de instructie om een verblijfsdocument met een geldigheidsduur van maximaal drie maanden, overeenkomstig het model in bijlage 4, te overhandigen. [1 Bij die gelegenheid schrijft de burgemeester of diens gemachtigde de vreemdeling in het vreemdelingenregister in.]1
  § 3. De minister of zijn gemachtigde geeft aan het gemeentebestuur de instructie om aan de in artikel 61/2, § 2, derde lid, of artikel 61/3, § 1, van de wet bedoelde vreemdeling een verblijfsdocument met een geldigheidsduur van maximaal drie maanden, overeenkomstig het model in bijlage 4, te overhandigen. [1 Bij die gelegenheid schrijft de burgemeester of diens gemachtigde de vreemdeling in het vreemdelingenregister in.]1
  De in het vorig lid bedoelde vreemdeling moet zijn identiteitsdocument zo snel mogelijk, en ten laatste tijdens het onderzoek van de aanvraag voor een machtiging tot verblijf voor onbepaalde duur, overleggen, om zijn identiteit aan te tonen. Indien hij dit document niet kan overleggen moet de vreemdeling meedelen welke stappen hij ondernomen heeft om zijn identiteit te bewijzen, overeenkomstig artikel 61/3, § 4, van de wet.
  Overeenkomstig artikel 61/3, § 2, tweede lid, van de wet kan de minister of zijn gemachtigde aan het gemeentebestuur de instructie geven om de bijlage 4 voor één enkele nieuwe periode van maximaal drie maanden te verlengen.
  § 4. De minister of zijn gemachtigde geeft aan het gemeentebestuur de instructie om aan de in artikel 61/4, § 1, bedoelde vreemdeling een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister met een geldigheidsduur van zes maanden te overhandigen. Deze verblijfstitel kan worden (...) vernieuwd indien de Procureur des Konings of de arbeidsauditeur bevestigt dat de vreemdeling nog steeds aan de in artikel 61/4, § 1, van de wet bepaalde voorwaarden voldoet. <KB 2007-04-27/56, art. 67, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  § 5. De minister of zijn gemachtigde geeft aan het gemeentebestuur de instructie om een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor onbeperkte duur toe te kennen indien de vreemdeling aan de in artikel 61/5 van de wet vermelde voorwaarden voldoet en indien hij zijn identiteitsdocument heeft voorgelegd, tenzij hij de onmogelijkheid om dit document in België te verwerven op geldige wijze aantoont.
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 32, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. 110ter. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 68; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Indien de vreemdeling zich in de in artikel 61/2, § 3, artikel 61/3, § 3, of in artikel 61/4, § 2, van de wet bepaalde omstandigheden bevindt, kan de minister of zijn gemachtigde op elk moment een einde maken aan de in artikel 61/2, § 2, van de wet voorziene termijn of een einde maken aan de tijdelijke machtiging tot verblijf. Er wordt overgegaan tot het intrekken van het document en een bevel om het grondgebied te verlaten, overeenkomstig het model van bijlage 13 wordt betekend.

  Hoofdstuk VIII. - Gerechtigden van de status van langdurig ingezetene in een andere lidstaat van de Europese Unie, op grond van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-22/33, art. 21; Inwerkingtreding : 08-09-2008>

  Art. 110quater. <Ingevoegd bij KB 2008-07-22/33, art. 22; Inwerkingtreding : 08-09-2008> § 1. Indien de vreemdeling die verklaart zich te bevinden in een van de gevallen bepaald in artikel 61/7, § 1, van de wet zijn aanvraag indient bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post, overeenkomstig artikel 61/7, § 2, van de wet, wordt hij in het bezit gesteld van een document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend en de datum van de aanvraag vermeldt.
  § 2. Indien de beslissing gunstig is of indien geen enkele beslissing aan de diplomatieke of consulaire post wordt meegedeeld binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum van de afgifte van het document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend, en indien de documenten bedoeld in artikel 61/7, § 1, van de wet werden voorgelegd, wordt de vreemdeling bedoeld in § 1 gemachtigd tot het verblijf.
  § 3. Indien de minister of zijn gemachtigde beslist de termijn van vier maanden voorgeschreven in § 2 te verlengen met een periode van drie maanden, overhandigt de diplomatieke of consulaire post de vreemdeling een kopie van deze beslissing.
  Indien de beslissing gunstig is of indien geen enkele beslissing aan de diplomatieke of consulaire post wordt meegedeeld binnen deze periode van drie maanden en de documenten bedoeld in artikel 61/7, § 1, van de wet werden voorgelegd, wordt de vreemdeling bedoeld in § 1 gemachtigd tot het verblijf.

  Art. 110quinquies.[1 § 1. Indien de vreemdeling bedoeld in artikel 61/7 van de wet zijn aanvraag voor een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden indient bij de burgemeester van zijn verblijfplaats of bij zijn gemachtigde, moet die overgaan tot een verblijfsonderzoek om zich ervan te vergewissen dat de vreemdeling effectief op het grondgebied van zijn gemeente verblijft.
   Indien de in het eerste lid bedoelde vreemdeling niet effectief op het grondgebied van de gemeente verblijft of indien hij niet in het bezit is van een geldig nationaal paspoort, weigert de burgemeester of zijn gemachtigde om zijn aanvraag voor een machtiging tot verblijf in overweging te nemen, door middel van het document overeenkomstig [2 bijlage 45]2.
   Indien de in het eerste lid bedoelde vreemdeling effectief op het grondgebied van de gemeente verblijft en hij in het bezit is van een geldig nationaal paspoort, geeft de burgemeester of zijn gemachtigde een ontvangstbewijs van zijn aanvraag, overeenkomstig het model van bijlage 41bis, en een attest van immatriculatie - model A, overeenkomstig het model van bijlage 4, dat vier maanden geldig is, aan hem af.
   De burgemeester of zijn gemachtigde maakt onverwijld een kopie van de aanvraag voor een machtiging tot verblijf en een kopie van het ontvangstbewijs over aan de minister of zijn gemachtigde.
   § 2. Indien de minister of zijn gemachtigde, overeenkomstig artikel 61/7, § 3, tweede lid, van de wet, de termijn van vier maanden verlengt, betekent de burgemeester of zijn gemachtigde de beslissing aan de vreemdeling en verlengt hij het attest van immatriculatie voor een duur van drie maanden.
   § 3. Indien de minister of zijn gemachtigde de vreemdeling tot het verblijf machtigt of indien geen enkele beslissing aan de burgemeester of zijn gemachtigde wordt meegedeeld binnen de vier maanden, eventueel verlengd overeenkomstig artikel 61/7, § 3, tweede lid, van de wet, na de afgifte van het ontvangstbewijs, en voor zover de documenten bedoeld in artikel 61/7, § 1, van de wet, voorgelegd werden, wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister.
   § 4. Indien de minister of zijn gemachtigde de vreemdeling niet tot het verblijf machtigt, betekent de burgemeester of zijn gemachtigde de beslissing door middel van het document overeenkomstig het model van [2 bijlage 44]2. Het attest van immatriculatie wordt ingetrokken.
   § 5. Indien de vreemdeling na afloop van de termijn van vier maanden, eventueel verlengd overeenkomstig artikel 61/7, § 3, tweede lid, van de wet, na de afgifte van het ontvangstbewijs de documenten bedoeld in artikel 61/7, § 1, van de wet, niet heeft voorgelegd weigert de burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag voor een machtiging tot verblijf door middel van het document overeenkomstig het model van [2 bijlage 44]2. Het attest van immatriculatie wordt ingetrokken.]1
  ----------
  (1)<KB 2015-02-13/06, art. 33, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>
  (2)<KB 2015-04-20/01, art. 1, 057; Inwerkingtreding : 24-04-2015>

  Hoofdstuk IX. [1 Bepalingen inzake het verblijf van toepassing op de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>

  Art. 110sexies. [1 De aanvraag voor een machtiging tot verblijf wordt, overeenkomstig artikel 61/15, tweede lid, ingediend en moet de volgende gegevens bevatten :
   1° de naam, de voornaam, het telefoonnummer of het GSM-nummer, het faxnummer of e-mail en de gekozen woonplaats van de voogd;
   2° de naam, de voornaam, de geboorteplaats en de geboortedatum, de nationaliteit, eventueel het dossiernummer van DVZ, de woonstkeuze van de N.B.M.V. en het adres van de " N.B.M.V. ";
   3° een kopie van het nationaal paspoort of een gelijkgestelde reistitel. Indien de " N.B.M.V. " niet in het bezit is van een paspoort,verbindt de voogd zich ertoe om de vereiste stappen te ondernemen om de afgifte van dit document te verkrijgen;
   4° elk bewijskrachtig document dat de waarachtigheid van de elementen waarnaar in de aanvraag verwezen wordt, aantoont;
   5° het adres waarnaar de Minister of diens gemachtigde de oproep voor het verhoor moet sturen.
   6° de vraag om bijstand van een tolk en de vermelding van de taal;
   7° de stappen welke de voogd ondernam bij de familieleden en de kennissen in het land van oorsprong of in het gastland en de bekomen resultaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>

  Art. 110septies. [1 De verhoren vinden plaats op de dag die in de oproep vermeld wordt. Indien de voogd zich op de dag van het verhoor niet samen met zijn pupil kan aanbieden brengt hij de Minister of diens gemachtigde hiervan schriftelijk op de hoogte en preciseert hij de reden.
   In dit geval legt de Minister of diens gemachtigde, in overleg met de voogd, een nieuwe datum vast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>

  Art. 110octies. [1 De ambtenaar die het verhoor afneemt, legt zijn rol en, in voorkomend geval, die van de tolk uit aan de N.B.M.V. Hij legt uit hoe het verhoor zal verlopen en herinnert eraan dat het doel van het verhoor is de duurzame oplossing te bepalen inzake het verblijf.
   Het verhoor vindt plaats in omstandigheden die de vertrouwelijkheid garanderen.
   De ambtenaar maakt een kopie van alle originelen van de nationale en internationale documenten die de identiteit of de nationaliteit vaststellen, alsook van alle andere documenten. Na afloop van het verhoor worden de documenten teruggegeven aan de voogd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>

  Art. 110novies. [1 § 1. Het verhoor van de N.B.M.V. vindt in de lokalen van de Minister of diens gemachtigde plaats, in aanwezigheid van de voogd en,in voorkomend geval, van een tolk. Indien de voogd dit vraagt, kan de advocaat aanwezig zijn.
   Het verslag van het verhoor bevat de persoonlijke gegevens van de N.B.M.V., die van zijn ouders,van zijn familieleden en van zijn kennissen, inlichtingen over zijn geschiedenis en de reden van zijn reis.
   § 2. Het verslag van het verhoor is een getrouwe weergave van de vragen die aan de N.B.M.V. en zijn voogd gesteld werden en van de antwoorden. De toevoegingen en de opmerkingen die tijdens het verhoor geformuleerd werden worden eveneens vermeld.
   Indien de met het verhoor belaste ambtenaar eventuele tegenstrijdigheden vaststelt tussen deze verklaringen en de elementen die doorgegeven werden bij de indiening van de aanvraag voor een machtiging tot verblijf brengt hij de N.B.M.V. en de voogd hiervan op de hoogte en neemt hij akte van hun antwoorden.
   Het verslag van het verhoor wordt herlezen, in voorkomend geval met de hulp van een tolk, en indien nodig aangepast.
   Het verslag van het verhoor wordt gedateerd, ondertekend door de ambtenaar die belast is met het verhoor, door de voogd, en, in voorkomend geval, door de aanwezige tolk.
   Indien de voogd weigert om het verslag van het verhoor te ondertekenen, worden de redenen van deze weigering op dit verslag gepreciseerd.
   Op het einde van het verhoor wordt een kopie van het verslag van het verhoor aan de voogd overhandigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>

  Art. 110decies. [1 De stappen ondernomen om de identiteit van de N.B.M.V. aan te tonen, dienen bewezen te worden aan de hand van officiële documenten afkomstig van de bevoegde buitenlandse overheden van het land van oorsprong of het land waar hij verblijft of het transitland.
   Deze officiële documenten moeten het mogelijk maken om vast te stellen dat er een fysieke band bestaat tussen de houder en de N.B.M.V., en ze mogen niet opgesteld zijn op basis van eenvoudige verklaringen van de N.B.M.V.
   De onmogelijkheid om een officiële document te bekomen die de identiteit bewijst, wordt geval per geval beoordeeld door de minister of diens gemachtigde, op basis van bewijselementen die voldoende ernstig, objectief en overeenstemmend zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>

  Art. 110undecies.[1 Het verblijfsdocument afgeleverd overeenkomstig artikel 61/18, tweede lid, van de wet, is een attest van immatriculatie conform het model van bijlage 4. [2 Op het moment van de afgifte van dit verblijfsdocument schrijft de burgemeester of zijn gemachtigde de vreemdeling in het vreemdelingenregister in.]2
   Het bevel tot terugleiding bedoeld in artikel 61/18, eerste lid, is conform het model van bijlage 38.
   Het verblijfstitel bedoeld in artikel 61/20, is een bewijs van inschrijving in het vreemdeling register, conform het model van bijlage 6.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-11-07/15, art. 1, 039; Inwerkingtreding : 08-12-2011>
  (2)<KB 2015-02-13/06, art. 34, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Hoofdstuk X. [1 Bepalingen van toepassing op de terugkeer van de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-06-19/04, art. 2, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>

  Art. 110duodecies. [1 Aan de onderdaan van een derde land die zich bevindt in de situatie die bedoeld wordt in artikel 7 of artikel 74/14, van de wet, wordt een bevel om het grondgebied te verlaten, overeenkomstig het model van de bijlage 13, betekend.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-06-19/04, art. 2, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>

  Art. 110terdecies.[1 Aan de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 74/11 van de wet, wordt een inreisverbod overeenkomstig het model van bijlage 13sexies betekend.
   Aan de onderdaan van een derde land die zich bevindt in de situatie zoals bedoeld in de artikelen 7 of 27 en 74/14, § 3, van de wet, wordt een bevel om het grondgebied te verlaten met een beslissing tot vasthouding met het oog op zijn verwijdering, overeenkomstig het model van bijlage 13septies, betekend.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 12, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 110quaterdecies. [1 § 1. De preventieve maatregelen die door de Minister of zijn gemachtigde kunnen worden genomen ten aanzien van de onderdaan van een derde land overeenkomstig artikel 74/14, § 2, van de wet om het risico op onderduiken tijdens de termijn die voor het vrijwillig vertrek is toegekend, te vermijden, zijn :
   1° zich aanmelden als de burgemeester of zijn gemachtigde of de agent of ambtenaar van Dienst Vreemdelingenzaken dit vraagt. De regelmaat waarmee de onderdaan van een derde land zich moet aanmelden wordt in het verzoek vermeldt;
   2° het storten van een gepaste financiële waarborg bij de Deposito- en Consignatiekas. Het bedrag van de waarborg wordt door de Minister of zijn gemachtigde vastgelegd op basis van de dagelijkse kostprijs van een verblijf in een gesloten centrum, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 14 januari 1993 tot bepaling van de nadere regels voor de terugbetaling van de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorgen bedoeld in artikel 74/4, §§ 3 en 4, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gelinkt aan een bepaalde duur, zonder dat dit bedrag de kosten van een verblijf van 30 dagen mag te boven gaan.
   De onderdaan van een derde land stort dit bedrag ten laatste de dag na de betekening van de beslissing tot verwijdering op de rekening bij de Deposito- en Consignatiekas, ongeacht het feit of een beroep tegen deze beslissing wordt ingesteld of niet, en levert daarvan het bewijs aan de minister of zijn gemachtigde.
   De onderdaan van een derde land stuurt het bewijs dat hij het Belgische grondgebied heeft verlaten aan de minister of diens gemachtigde, en deelt de minister of zijn gemachtigde een rekeningnummer mee waarop de Deposito- en Consignatiekas het bedrag van de waarborg zal terugstorten.
   Indien de toegekende termijn voor het vrijwillig vertrek van de onderdaan van een derde land, verstreken is, en deze laatste geen gevolg heeft gegeven aan het bevel om het grondgebied te verlaten, komt de gestorte som toe aan de Belgische Staat, tenzij een beroep binnen de door de wet vastgestelde termijnen tegen de beslissing van verwijdering werd ingediend;
   3° het overhandigen van een kopie van de documenten die toelaten om de identiteit vast te stellen.
   § 2. De preventieve maatregelen worden vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten en indien het de maatregel onder § 1, 1° betreft, de regelmatigheid waarmee ze wordt toegepast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-06-19/04, art. 2, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>

  HOOFDSTUK XI. [1 - Hooggekwalifceerde werknemers - Europese blauwe kaart.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-08-15/07, art. 16, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 110quinquiesdecies. [1 § 1. Indien de vreemdeling bedoeld in artikel 61/26 van de wet zijn aanvraag indient bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post, wordt hij in het bezit gesteld van een document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend en de datum van de aanvraag vermeldt voor zover hij alle bewijzen aanbrengt bedoeld in artikel 61/27, § 1 van de wet.
   § 2. Indien de beslissing gunstig is of indien geen enkele beslissing aan de diplomatieke of consulaire post wordt meegedeeld binnen een termijn van negentig dagen vanaf de datum van de afgifte van het document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend, en indien de bevoegde gewestelijke autoriteit een voorlopige arbeidsvergunning heeft toegekend aan de werkgever, wordt de vreemdeling bedoeld in paragraaf 1 gemachtigd tot verblijf.
   § 3. Indien de Minister of zijn gemachtigde beslist de termijn van negentig dagen, voorgeschreven in paragraaf 2 te verlengen met een periode van dertig dagen, overhandigt de diplomatieke of consulaire post de vreemdeling een kopie van deze beslissing met daarin vermeld welke aanvullende gegevens of documenten binnen de termijn van dertig dagen moeten overgemaakt worden.
   Indien de beslissing gunstig is of indien geen enkele beslissing aan de diplomatieke of consulaire post wordt meegedeeld binnen deze periode van dertig dagen en de vereiste documenten werden voorgelegd, wordt de vreemdeling bedoeld in paragraaf 1 gemachtigd tot het verblijf.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-08-15/07, art. 16, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. 110sexiesdecies. [1 § 1. Indien de vreemdeling bedoeld in artikel 61/26 van de wet zijn aanvraag indient bij de Burgemeester van de gemeente van zijn verblijfplaats of zijn gemachtigde, wordt hij in het bezit gesteld van een document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend, overeenkomstig het model van bijlage 41bis voor zover hij alle bewijzen aanbrengt bedoeld in artikel 61/27, § 1, van de wet.
   De Burgemeester of zijn gemachtigde maakt de aanvraag en een kopie van bijlage 41bis zonder verwijl over aan de gemachtigde van de Minister. Met het oog op de eventuele inschrijving van de vreemdeling in het vreemdelingenregister laat de Burgemeester of zijn gemachtigde tot een verblijfsonderzoek overgaan.
   Indien de vreemdeling bij de indiening van de aanvraag echter niet alle vereiste documenten overlegt, neemt de Burgemeester of zijn gemachtigde de aanvraag niet in overweging door middel van een document overeenkomstig het model van bijlage 41. Een kopie van dit document wordt onmiddellijk aan de gemachtigde van de Minister overgemaakt.
   § 2. Indien de beslissing gunstig is of indien geen enkele beslissing aan de Burgemeester of zijn gemachtigde wordt meegedeeld binnen een termijn van negentig dagen vanaf de datum van de afgifte van het document dat aantoont dat zijn aanvraag werd ingediend, en indien door de bevoegde gewestelijke autoriteit een voorlopige arbeidsvergunning werd toegekend aan de werkgever, wordt de vreemdeling bedoeld in paragraaf 1 in het bezit gesteld van de een Europese blauwe kaart.
   § 3. Indien de Minister of zijn gemachtigde beslist dat de vreemdeling bedoeld in paragraaf 1 niet tot het verblijf wordt gemachtigd, of indien na afloop van de termijn van negentig dagen geen enkele beslissing is genomen en niet alle vereiste documenten zijn voorgelegd, ontvangt de vreemdeling bedoeld in paragraaf 1 een bevel om het grondgebied te verlaten. In dit geval mag de termijn voor het verlaten van het grondgebied niet minder dan dertig dagen bedragen. De Burgemeester of zijn gemachtigde betekent beide beslissingen door overhandiging van een document overeenkomstig het model van bijlage 13.
   § 4. Indien de Minister of zijn gemachtigde beslist de termijn van negentig dagen bepaald in paragraaf 3 te verlengen met een periode van dertig dagen, overhandigt de Burgemeester of zijn gemachtigde de vreemdeling een kopie van deze beslissing met daarin vermeld welke aanvullende gegevens of documenten binnen de termijn van dertig dagen moeten overgemaakt worden.
   Indien de beslissing gunstig is of indien geen enkele beslissing aan de Burgemeester of zijn gemachtigde wordt meegedeeld binnen deze periode van dertig dagen, en de vereiste documenten werden voorgelegd, wordt de vreemdeling bedoeld in § 1 in het bezit gesteld van een Europese blauwe kaart.
   Indien de minister of zijn gemachtigde beslist, binnen deze periode van dertig dagen, dat de vreemdeling niet tot het verblijf wordt gemachtigd, of indien, na afloop van de termijn van dertig dagen, geen enkele beslissing is genomen en niet alle vereiste documenten zijn voorgelegd, wordt overeenkomstig paragraaf 3 gehandeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-08-15/07, art. 16, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  TITEL III. - Rechtsmiddelen.

  HOOFDSTUK I. - (Beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen) <KB 2007-04-27/56, art. 69, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 111.<KB 2007-04-27/56, art. 70, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007> Indien bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een beroep met volle rechtsmacht wordt ingediend overeenkomstig de gewone procedure, of indien bij deze Raad een annulatieberoep wordt ingediend tegen een beslissing vermeld in artikel 39/79, § 1, tweede lid, van de wet, geeft het gemeentebestuur, op onderrichting van de minister of zijn gemachtigde, aan de betrokken vreemdeling een document af overeenkomstig het model van bijlage 35 indien dit beroep gericht is tegen een beslissing die verwijdering uit het Rijk meebrengt.
  [1 Dit document is drie maanden geldig vanaf de datum van afgifte en wordt daarna van maand tot maand verlengd tot over het in het vorige lid bedoelde beroep is beslist.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/03, art. 13, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. 112. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 71, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 113. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 71, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  HOOFDSTUK Ibis. - Dringend beroep bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 72, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 113bis. (Opgeheven) <KB 2003-07-11/05, art. 36, 026; Inwerkingtreding : 06-02-2004>

  Art. 113ter. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 72, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 113quater. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 72, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  HOOFDSTUK II. - Verzoek tot opheffing van bepaalde veiligheidsmaatregelen.

  Art. 114. Het verzoek tot opheffing van een veiligheidsmaatregel, andere dan de vrijheidsberoving, zet de argumenten uiteen die de vreemdeling aanvoert.
  Het wordt door de vreemdeling of door zijn raadsman, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de (Minister). <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  HOOFDSTUK III. - Beroep bij de rechterlijke macht. <Ingevoegd bij KB 28-01-1988, art. 19>

  Art. 114bis. (Opgeheven) <KB 1993-05-19/32, art. 18, 011; Inwerkingtreding : 31-05-1993>

  TITEL IV. - Opheffings- en slotbepalingen.

  Art. 115. Onder werkdag verstaat men al de dagen van de kalender met uitsluiting van de zaterdagen, zondagen en feestdagen.

  Art. 116. Iedere afgenomen vergunning of ieder afgenomen document wordt onmiddellijk vervangen door een attest overeenkomstig het model van bijlage 37.
  (Het vorige lid is niet van toepassing in het geval voorzien in artikel 35, eerste lid, of indien een beslissing tot terugdrijving wordt betekend.) <KB 2007-04-27/56, art. 73, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. 117. De (Minister) of zijn gemachtigde bepaalt, in elk geval, overeenkomstig de artikelen 7 en 25 van de wet, de termijn die aan een vreemdeling wordt toegestaan om het grondgebied van het Rijk te verlaten. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. 118. Behoudens bijzondere beslissing van de (Minister) of zijn gemachtigde, mag geen bevel om het grondgebied te verlaten worden afgegeven aan een vreemdeling die minder dan achttien jaar oud is of die volgens zijn personeel statuut minderjarig is. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  Dat bevel om het grondgebied te verlaten wordt vervangen door een bevel tot terugbrenging overeenkomstig het model van bijlage 38.

  Art. 119. Telkens wanneer het gemeentebestuur zich in de onmogelijkheid bevindt om onmiddellijk over te gaan hetzij tot inschrijving van de vreemdeling die zich aanmeldt, hetzij tot afgifte van de verblijfs- of vestigingsvergunning of van om het even welk verblijfsdocument, dient het een document overeenkomstig het model van bijlage 15, af te geven.
  Dit document levert het bewijs dat de vreemdeling zich bij het gemeentebestuur heeft aangemeld en dekt voorlopig zijn verblijf; de geldigheidsduur ervan mag de (vijfenveertig dagen) niet overschrijden. <KB 2007-04-27/56, art. 74, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (Deze bepaling is niet van toepassing op burgers van de Unie in het kader van titel II, hoofdstuk I.) <KB 2008-05-07/33, art. 17, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. 120. De (Minister) verzorgt de vertaling van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het Duits, het Engels en het Italiaans. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>
  De tekst van die vertalingen wordt in zijn geheel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De Duitse vertaling wordt bovendien bekendgemaakt in het " Memorial des Rates der deutschen Kulturgemeinschaft ".

  Art. 121. Het koninklijk besluit van 21 december 1965 betreffende de voorwaarden waaronder vreemdelingen België mogen binnenkomen, er verblijven en er zich vestigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 mei 1968, 11 juli 1969, 27 juli 1972 en 14 januari 1975, wordt opgeheven.

  Art. 122. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

  Art. 123. Onze (Minister) is belast met de uitvoering van dit besluit. <KB 1996-11-22/31, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  BIJLAGEN.

  Art. N1.
  <Opgeheven bij KB 2015-02-13/06, art. 35, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N1bis.
  <Opgeheven bij KB 2015-02-13/06, art. 36, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N2.
  <Opgeheven bij KB 2015-02-13/06, art. 37, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N3. Bijlage 3. - AANKOMSTVERKLARING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 44>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 1°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>

  Art. N3bis.[1 Bijlage 3BIS. - Verbintenis tot tenlasteneming.]1
   (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-09-2012, p. 57990-57993)
  
  GEWIJZIGD BIJ :
  <KB 2015-12-02/13, art. 2, 059; Inwerkingtreding : 07-01-2016>
  ----------
  (1)<KB 2012-07-16/10, art. 2, 045; Inwerkingtreding : 29-09-2012>

  Art. N3ter. <Ingevoegd bij KB 2008-05-07/33, art. 18; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Bijlage 3ter. - MELDING VAN AANWEZIGHEID.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 13-05-2008, p. 25102.)

  Art. N4. Bijlage 4. - ATTEST VAN IMMATRICULATIE (MODEL A).
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 47>

  Art. N5. Bijlage 5. - ATTEST VAN IMMATRICULATIE (MODEL B).
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 50>

  Art. N6.Bijlage 6. - BEWIJS VAN INSCHRIJVING IN HET VREEMDELINGENREGISTER.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1991, p. 54-55>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2007-04-27/56, art. 75; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27257>
  <KB 2012-07-19/16, art. 3, 043; Inwerkingtreding : 19-08-2012>
  <KB 2012-12-11/21, art. 1, 047; Inwerkingtreding : 17-01-2013>

  Art. N6bis.Bijlage 6bis. - [1 Europese blauwe kaart
  (Figuur niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-01-2013, p. 251)
  Met het blote oog zichtbare gegevens :
  

  
1Titel van het document : " Verblijfstitel "
2Nummer van het document
3.1Naam en voorna(a)m(en)
4.2Uiterste geldigheidsdatum
5.3Plaats van afgifte en datum van begin van geldigheid
6.4Soort titel : " H. Europese blauwe kaart "
7.5-9Identificatienummer van het Rijksregister
8Handtekening van de houder
9Nationale embleem van België
10/11Machineleesbare gedeelte
12Landcode van België : " BEL "
13Optisch variabel kenmerk
14Foto
15/16Datum en plaats van geboorte - nationaliteit - geslacht - opmerkingen - handtekening van de ambtenaar - contact microchip
17ICAO-symbool voor een machineleesbaar reisdocument met een contactloze microchip

]1
  ----------
  (1)<KB 2012-12-11/21, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 17-01-2013>

  Art. N7.Bijlage 7. - Model I-II. - IDENTITEITSKAART VOOR VREEMDELING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 59>
  Gewijzigd bij :
  <KB 02-04-1984, art. 1; Inwerkingtreding : 27-04-1984; B.St. 17-04-1984, p. 4853-4854>
  <KB 2007-04-27/56, art. 76; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27259>
  <KB 2012-07-19/16, art. 4, 043; Inwerkingtreding : 19-08-2012>
  <KB 2012-12-11/21, art. 1, 047; Inwerkingtreding : 17-01-2013>

  Art. N7bis.<Ingevoegd bij KB 2008-07-22/33, art. 24; Inwerkingtreding : 08-09-2008> Bijlage 7bis. - EG-langdurig ingezetene.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-08-2008, p. 45157.)
  Gewijzigd bij :
  <KB 2012-07-19/16, art. 5, 043; Inwerkingtreding : 19-08-2012>
  <KB 2012-12-11/21, art. 1, 047; Inwerkingtreding : 17-01-2013>

  Art. N8. Bijlage 8. - (VERKLARING VAN INSCHRIJVING. (elektronische versie) - (papieren versie)) <KB 2008-05-07/33, art. 19; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 61>
  Gewijzigd bij :
  <KB 02-04-1984, art. 1; Inwerkingtreding : 27-04-1984; B.St. 17-04-1984, p. 4859-4860>
  <KB 2007-04-27/56, art. 77; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27261>
  <KB 2008-05-07/33, art. 19; Inwerkingtreding : 01-06-2008; zie B.St. 13-05-2008, p. 25103-25104>

  Art. N8bis. <Ingevoegd bij KB 2008-05-07/33, art. 20; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Bijlage 8bis. - DOCUMENT TER STAVING VAN DE DUURZAAM VERBLIJF. (elektronische versie) - (papieren versie)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 13-05-2008, p. 25105-25106.)

  Art. N9. Bijlage 9. - (VERBLIJFSKAART VAN EEN FAMILIELID VAN EEN BURGER VAN DE UNIE.) <KB 2008-05-07/33, art. 21; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 63>
  Gewijzigd bij :
  <KB 02-04-1984, art. 1; Inwerkingtreding : 27-04-1984; B.St. 17-04-1984, p. 4865-4866> <Err. B.St. 29-05-1984>
  <KB 2007-04-27/56, art. 78; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27263>
  <KB 2008-05-07/33, art. 21; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25107>

  Art. N9bis. <Ingevoegd bij KB 2008-05-07/33, art. 22; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Bijlage 9bis. - DUURZAME VERBLIJFSKAART VAN EEN FAMILIELID VAN EEN BURGER VAN DE UNIE.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 13-05-2008, p. 25108.)

  Art. N10. Bijlage 10. - BIJZONDER DOORLAATBEWIJS.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 68>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 2°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>

  Art. N10bis. Bijlage 10BIS. - Doorlaatbewijs. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 40; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 07-01-1997, p. 211-212).
  Gewijzigd bij :
  <KB 2005-04-11/36, art. 1, Inwerkingtreding : 19-05-2005; B.S. 19-05-2005, p. 23469>

  Art. N10ter. <Ingevoegd bij KB 1998-01-07/65, art. 1, Inwerkingtreding : 01-09-1997; niet opgenomen om technische redenen; zie B.St. 07-03-1998, p. 6219-6227>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>

  Art. N10quater. <Ingevoegd bij KB 2008-05-07/33, art. 23; Inwerkingtreding : 01-06-2008> Bijlage 10quater. - BIJZONDER DOORLAATBEWIJS.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 13-05-2008, p. 25109.)

  Art. N11.Bijlage 11. - (TERUGDRIJVING.) <KB 2008-05-07/33, art. 24; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 70> <gewijzigd bij art. 3 van het KB 1992-07-13/32; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 1996-11-22/31, art. 15, Inwerkingtreding : 16-12-1996; B.St. 06-12-1996, p. 30635>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2004-12-09/65, art. 1, Inwerkingtreding : 14-03-2005; zie B.St. 14-03-2005, p. 10584-10585>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 3°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2008-05-07/33, art. 24; Inwerkingtreding : 01-06-2008; zie B.St. 13-05-2008, p. 25110-25111>
  <KB 2012-06-19/04, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>
  <KB 2013-08-17/03, art. 14, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015> Art. N11bis.Bijlage 11BIS. <Ingevoegd bij KB 1993-05-19/32, art. 22; Inwerkingtreding : 31-05-1993> - BESLISSING TOT BINNENKOMSTWEIGERING MET TERUGDRIJVING EN AKTE VAN KENNISGEVING>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-1993, p. 12003-12004> <Err. B.S. 10-08-1993>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 4°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2007-04-27/56, art. 79; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27265-66>
  <KB 2013-08-17/03, art. 15, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N11ter.Bijlage 11ter. - BESLISSING TOT BINNENKOMSTWEIGERING MET TERUGDRIJVING-ASIELZOEKER EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27269-70>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2013-08-17/03, art. 16, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N12.Bijlage 12. - MODEL A. - BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 72> <Err B.St. 28-10-1981>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1992-07-13/32, art. 3, Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1992-12-22/36, art. 17, Inwerkingtreding : 30-06-1992; B.St. 22-01-1993, p. 1056>
  <KB 1996-11-22/31, art. 15, Inwerkingtreding : 16-12-1996; B.St. 06-12-1996, p. 30637>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 5°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2008-07-22/33, art. 25; Inwerkingtreding : 08-09-2008: B.S. 29-08-2008, p. 45158>
  <KB 2011-12-19/06, art. 1, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>

  Art. N13.Bijlage 13. - MODEL B. - BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 74>
  Gewijzigd bij:
  <KB 1992-07-13/32, art.3, Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1996-11-22/31, art. 15, Inwerkingtreding : 16-12-1996; B.St. 06-12-1996, p. 30639>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 6°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2008-07-22/33, art. 26; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45159>
  <KB 2011-12-19/06, art. 1, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>
  <KB 2012-06-19/04, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>
  <KB 2013-08-17/03, art. 17, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N13bis.Bijlage 13BIS. <KB 1993-05-19/32, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 31-05-1993> - BESLISSING TOT WEIGERING VAN VERBLIJF MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-1993, p. 12007-12008> <Err. B.S. 10-08-1993>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 7°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2007-04-27/56, art. 80; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27273-74>
  <KB 2008-07-22/33, art. 27; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  <KB 2011-12-19/06, art. 2, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>
  <KB 2013-08-17/03, art. 18, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N13ter. Bijlage 13TER. - BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 81, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N13quater.
  <Opgeheven bij KB 2013-08-17/03, art. 19, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N13quinquies.Bijlage 13quinquies. - BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN-ASIELZOEKER EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27281-82>
  <Gewijzigd bij :>
  <KB 2008-07-22/33, art. 28; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45160-45161>
  <KB 2011-12-19/06, art. 1, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>
  <KB 2013-08-17/03, art. 20, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N13sexies.[1 Bijlage 13sexies. - BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN MET INREISVERBOD
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-07-2012, p. 36189-36192)]1
  
  Gewijzigd bij :
  <KB 2013-08-17/03, art. 21, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-06-19/04, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>

  Art. N13septies.[1 Bijlage 13septies. - BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN MET INREISVERBOD EN VASTHOUDING MET HET OOG OP VERWIJDERING
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-07-2012, p. 36193-36196)]1
  
  Gewijzigd door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2012-06-19/04, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 02-07-2012>

  Art. N14. Bijlage 14. - BESLISSING TOT WEIGERING VAN VERBLIJF MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 77-78>
  
  Gewijzigd bij :
  <KB 1992-07-13/32, art. 3; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 10°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2008-07-22/33, art. 29; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45162-45163>
  <KB 2011-09-21/03, art. 21, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  <KB 2011-12-19/06, art. 3, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>

  Art. N14bis. Bijlage 14BIS. - Beslissing waarbij een einde gesteld wordt aan het verblijf van de EG-student/van een lid van het gezin van de EG-student, met bevel om het grondgebied te verlaten. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 40; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 07-01-1997, p. 219-220.)
  Gewijzigd bij :
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 11°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 25; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. N14ter. Bijlage 14ter. - BESLISSING TOT WEIGERING VAN VERBLIJF MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27285-86>
  <Gewijzigd bij :>
  <KB 2008-07-22/33, art. 30; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  <KB 2011-09-21/03, art. 22, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  <KB 2011-12-19/06, art. 3, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>

  Art. N14quater.[1 Bijlage 14quater. - BESLISSING TOT INTREKKING VAN VERBLIJF MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-10-2011, p. 62250-62251)]1
  
  Gewijzigd bij :
  <KB 2011-12-19/06, art. 4, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 23, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N15.Bijlage 15. - ATTEST.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/08/2012, p. 53591>
  Gewijzigd bij :
  <KB 16-08-1984, art. 6; Inwerkingtreding : 01-09-1984; B.St. 01-09-1984, p. 12115>
  <KB 28-01-1988, art. 21; Inwerkingtreding : 01-02-1988; B.St. 30-01-1988, p. 1515>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 12°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45258>
  <KB 2007-04-27/56, art. 83; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27289>
  <KB 2008-05-07/33, art. 26; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25112>
  <KB 2008-07-22/33, art. 31; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45164>
  <KB 2012-08-15/07, art. 18, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  <KB 2012-12-11/21, art. 3, 047; Inwerkingtreding : 17-01-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 38, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N15bis. Bijlage 15bis. - <Ingevoegd bij KB 16-08-1984, art. 8> ONTVANGSBEWIJS VAN EEN AANVRAAG VOOR TOELATING TOT VERBLIJF
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 01/09/1984, p. 12116-12117>
  Vervangen door :
  <KB 1994-03-03/30, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-03-1994; zie B.St. 1994-03-08, blz. 5667>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 13°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 84; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27291>
  <KB 2011-09-21/03, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  <KB 2012-08-15/07, art. 19, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. N15ter. Bijlage 15TER. - BESLISSING TOT NIET-INOVERWEGINGNAME VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN TOELAGING TOT VERBLIJF EN AKTE VAN KENNISGEVING <Ingevoegd bij KB 1994-03-03/30, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 01-03-1994>
  <Niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 08-03-1994, p. 5669-5670>
  (Gewijzigd bij : )
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 14°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 85; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27293-94>
  <KB 2011-09-21/03, art. 25, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  <KB 2012-08-15/07, art. 20, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. N15quater.[1 Bijlage 15quater. - BESLISSING TOT ONONTVANKELIJKHEID VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN TOELATING TOT VERBLIJF EN AKTE VAN KENNISGEVING
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-10-2011, p. 62255-62256)]1
  Gewijzigd bij :
  <KB 2012-08-15/07, art. 21, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 26, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N15quinquies.[1 Bijlage 15quinquies. - ONTVANSTBEWIJS VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN TOELATING TOT VERBLIJF OF EEN TOELATING TOT VERBLIJF VAN MEER DAN DRIE MAANDEN
  (Formulier niet opgenoemen om technische redenen, zie B.St. 10-10-2011, p. 62257)]1
  Gewijzigd door :
  <Vervangen door KB 2012-08-15/07, art. 22, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 27, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N16.Bijlage 16. - (AANVRAAG OM MACHTIGING TOT VESTIGING). <KB 2007-04-27/56, art. 86, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 83-84>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 15°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 86; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27297-98>
  <KB 2008-07-22/33, art. 32; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45165>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 39, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14436-14437>

  Art. N16bis.Bijlage 16bis. - ONTVANGSTBEWIJS. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27299>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2008-07-22/33, art. 33; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45166>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 40, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14438-14439>

  Art. N16ter.Bijlage 16ter. - BESLISSING TOT NIET-INOVERWEGINGNAME EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27301-02>
  <Gewijzigd bij :
  <KB 2008-07-22/33, art. 34; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45167-45168>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 41, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14440-14441>

  Art. N17.Bijlage 17. - VERWERPING VAN EEN AANVRAAG OM MACHTIGING TOT VESTIGING EN AKTE VAN KENNISGEVING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 87-88>
  Gewijzigd bij :
  <KB 16-08-1984, art. 7; Inwerkingtreding : 01-09-1984; B.St. 01-09-1984, p. 12115>
  <KB 1992-07-13/32, art. 3; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; voir M.B. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 16°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 87; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27305-06>
  <KB 2008-07-22/33, art. 35; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45169-45170>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 42, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14442-14443>

  Art. N18. Bijlage 18. - ATTEST VAN VERTREK.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27/10/1981, p. 91-92>

  Art. N19.[2 Bijlage 19. - [1 AANVRAAG VAN EEN VERKLARING VAN INSCHRIJVING oF VAN EEN IDENTITEITSKAART VOOR VREEMDELINGEN IN DE HOEDANIGHEID VAN ZWITSERSE ONDERDAAN]1]2 <KB 2008-05-07/33, art. 27; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31/08/2012, p. 53595>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1992-12-22/36, art. 18, Inwerkingtreding : 30-06-1992; B.S. 22-01-1993, p. 1059-1060>
  <KB 1998-06-12/39, art. 16; Inwerkingtreding : 31-08-1998; B.S. 21-08-1998, p. 26864-2685>
  <KB 2002-07-11/51, art. 10; Inwerkingtreding : 01-06-2002; B.S. 09-08-2002, p. 34589-34608>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 17°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 27; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25113>
  <KB 2011-09-21/03, art. 28, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  <KB 2013-08-17/03, art. 23, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 43, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14444-14445>
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 28, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  (2)<KB 2012-08-15/07, art. 23, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. N19bis. Bijlage 19bis. - <Ingevoegd bij KB 07-11-1988, art. 2> WERKGEVERSATTEST.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 29/11/1988, p. 16473>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; voir M.B. 14-06-2005, p. 27180>

  Art. N19ter.Bijlage 19ter. - <Ingevoegd bij KB 1995-02-22/35, art. 3; Inwerkingtreding : 15-03-1995> [1 AANVRAAG VOOR EEN VERBLIJFSKAART VAN EEN FAMILIELID VAN EEN BURGER VAN DE EUROPESE UNIE OF VOOR EEN IDENTITEITSKAART VOOR VREEMDELINGEN, IN DE HOEDANIGHEID VAN FAMILIELID VAN EEN ZWITSERSE ONDERDAAN]1
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 15-03-1995, p. 5787>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2002-07-11/51, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2002; B.S. 09-08-2002, p. 35589-34608>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 18°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 28; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25114>
  <KB 2011-09-21/03, art. 29, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 44, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14446-14447>
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 29, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N19quater. Bijlage 19quater. - <Ingevoegd bij KB 1998-06-12/39, art. 15; Inwerkingtreding : 31-08-1998> VOORLOPIGE SCHORSING VAN DE BESLISSING AANGAANDE DE AANVRAAG TOT VESTIGING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-08-1998, p. 26868-26869>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2002-07-11/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-06-2002; B.S. 09-08-2002, p. 34589-34608>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 19°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  (opgeheven) <KB 2008-05-07/33, art. 29; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. N19quinquies. Bijlage 19quinquies. - <Ingevoegd bij KB 1998-06-12/39, art. 15; Inwerkingtreding : 31-08-1998> (BESLISSING TOT NIET-INOVERWEGINGNEMING EN AKTE VAN KENNISGEVING.) <KB 2008-05-07/33, art. 30; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21.08.1998, p. 26872-26873> (Gewijzigd bij : )
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2002-07-11/51, art. 13; Inwerkingtreding : 01-06-2002; B.S. 09-08-2002, p. 34589-34608>
  <KB 2004-04-25/59, art. 8; Inwerkingtreding : 01-05-2004; Opheffing : ten laatste op 1 mei 2009; B.S. 17-05-2004, p. 39031- 39032>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 20°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 30; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25115-25116>
  <KB 2011-09-21/03, art. 30, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N20.Bijlage 20. - BESLISSING TOT WEIGERING VAN VEBLIJF VAN MEER DAN DRIE MAANDEN MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31/08/2012, p. 53597>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1992-07-13/32, art. 3, Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1992-12-22/36, art. 18, Inwerkingtreding : 30-06-1992; B.S. 22-01-1993, p. 1063-1064>
  <KB 1998-06-12/39, art. 16; Inwerkingtreding : 31-08-1998; B.St. 21-08-1998, p. 26876-26877>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 21°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 31; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25117-25118>
  <KB 2011-09-21/03, art. 31, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  <KB 2012-08-15/07, art. 24, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  <KB 2013-08-17/03, art. 24, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 45, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14448-14449>

  Art. N21.Bijlage 21. - [1 BESLISSING DIE EEN EINDE STELT AAN HET RECHT OP VERBLIJF VAN MEER DAN DRIE MAANDEN MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING]1
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 103-104> <gewijzigd bij art. 3 van het KB 1992-07-13/32; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; voir M.B. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 22°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 32; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25119-25120>
  <KB 2011-09-21/03, art. 32, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 46, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14450-14451>
  ----------
  (1)<KB 2011-09-21/03, art. 32, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N22. Bijlage 22. - (AANVRAAG OM DUURZAAM VERBLIJF.) <KB 2008-05-07/33, art. 33; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27/10/1981, p. 106>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1998-06-12/39, art. 16; Inwerkingtreding : 31-08-1998; B.St. 21-08-1998, p. 26880>
  <KB 2002-07-11/51, art. 14; Inwerkingtreding : 01-06-2002; B.S. 09-08-2002, p. 34589-34608>
  <KB 2004-04-25/59, art. 8; Inwerkingtreding : 01-05-2004; Opheffing : ten laatste op 1 mei 2009; B.S. 17-05-2004, p. 39035>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 23°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 33; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25121>

  Art. N22bis. Bijlage 22bis. - ATTEST. <Ingevoegd bij KB 2004-04-25/59, art. 9; Inwerkingtreding : 01-05-2004; Opheffing : ten laatste op 1 mei 2009>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 17-05-2004, p. 39037>
  <Gewijzigd bij :>
  <KB 2008-05-07/33, art. 34; Inwerkingtreding : 01-06-2008>

  Art. N23. Bijlage 23. - (BESLISSING TOT ONONTVANKELIJKHEID VAN DE AANVRAAG OM DUURZAAM VERBLIJF EN AKTE VAN KENNISGEVING.) <KB 2008-05-07/33, art. 35; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27/10/1981, p. 109-110>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1992-07-13/32, art. 3, Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1992-12-22/36, art. 19, Inwerkingtreding : 30-06-1992; B.S. 22-01-1993, p. 1056>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 24°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 35, 033; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25122-25123>
  <KB 2013-07-17/09, art. 3, 050; Inwerkingtreding : 08-08-2013>

  Art. N24. Bijlage 24. - (BESLISSING TOT WEIGERING VAN HET DUURZAAM VERBLIJF EN AKTE VAN KENNISGEVING.) <KB 2008-05-07/33, art. 36; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 113-114>
  <gewijzigd bij : >
  <KB 1992-07-13/32, art. 3; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; voir M.B. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 25°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2008-05-07/33, art. 36; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25124-25125>

  Art. N25. Bijlage 25. - ATTEST. <KB 1993-05-19/32, art. 20, 011; Inwerkingtreding : 31-05-1993> - ATTEST.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-1993, p. 12018>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1996-12-11/38, art. 37, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997; B.St. 07-01-1997, p. 222>
  <KB 2005-01-17/37, art. 1; Inwerkingtreding : 22-02-2005 ; B.S. 22.02.2005, p. 6829-6841>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 26°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 88; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27309>
  <KB 2013-08-17/03, art. 25, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N25bis. Bijlage 25bis. - BESLISSING TOT WEIGERING VAN TOEGANG TOT HET GRONDGEBIED, MET TERUGDRIJVING EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 89, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N25ter. Bijlage 25ter. - VERWERPING VAN EEN DRINGEND VERZOEK TOT HERONDERZOEK EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 90, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N25quater.Bijlage 25QUATER. - (BESLISSING TOT WEIGERING VAN BINNENKOMST MET TERUGDRIJVING OF TERUGLEIDING TOT AAN DE GRENS EN AKTE VAN KENNISGEVING). <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 40; Inwerkingtreding : 17-01-1997> <KB 2007-04-27/56, art. 91, 030; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 07-01-1997, p. 225-226; Err. B.St. 14-02-1997).
  Gewijzigd bij :
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 29°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 91; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27311-12>
  <KB 2013-08-17/03, art. 26, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N25quinquies. [1 Bijlage 25quinquies. - ATTEST
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 22-08-2013, p. 55885)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/03, art. 27, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N26. Bijlage 26. - ATTEST.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 121>
  Gewijzigd bij :
  <KB 28-01-1988, art. 21; Inwerkingtreding : 01-02-1988; B.St. 30-01-1988, p. 1527>
  <KB 25-09-1991, art. 9; Inwerkingtreding : 03-10-1991; B.St. 03-10-1991, p. 21746>
  <KB 1996-12-11/38, art. 38, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997; B.St. 07-01-1997, p. 228>
  <KB 2005-01-17/37, art. 3; Inwerkingtreding : 22-02-2005 ; B.S. 22.02.2005, p. 6829-6841>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1; Inwerkingtreding : 25-10-2005 ; B.S. 25.10.2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 92; Inwerkingtreding : 01-06-2007; B.St. 21-05-2007, p. 27315>
  <KB 2013-08-17/03, art. 28, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N26bis. Bijlage 26bis. - BESLISSING TOT WEIGERING VAN VERBLIJF MET BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 93, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N26ter. Bijlage 26ter. - VERWERPING VAN EEN DRINGEND VERZOEK TOT HERONDERZOEK EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 94, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N26quater.Bijlage 26QUATER. - Beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten. <Ingevoegd bij KB 1996-12-11/38, art. 40; Inwerkingtreding : 17-01-1997>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 07-01-1997, p. 231-232).
  Gewijzigd bij :
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27181>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 33°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>
  <KB 2007-04-27/56, art. 95, Inwerkingtreding : 01-06-2007; zie B.St. 21-05-2007, p. 27317-18>
  <KB 2013-08-17/03, art. 29, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  <KB 2015-02-13/06, art. 50, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N26quinquies. [1 Bijlage 26quinquies. - ATTEST
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 22-08-2013, p. 55891-55892)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/03, art. 30, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N27. Bijlage 27. - MACHTIGING TOT TERUGKEER. <Err B.St. 28-10-1981>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 124>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; voir M.B. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 34°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>

  Art. N28. Bijlage 28. - DOORLAATBEWIJS. <Err B.St. 28-10-1981>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 126>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 35°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45259>

  Art. N29. Bijlage 29. - UITNODIGING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 128>

  Art. N30. Bijlage 30. - CERTIFICAAT VAN GELIJKGESTELDE MET DE VLUCHTELING.
  (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 17, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. N31. Bijlage 31. - WEIGERING EEN VREEMDELING MET DE VLUCHTELING GELIJK TE STELLEN EN AKTE VAN KENNISGEVING.
  (Opgeheven) <KB 1996-11-22/31, art. 17, 018; Inwerkingtreding : 16-12-1996>

  Art. N32. Bijlage 32. - VERBINTENIS TOT TENLASTENNEMING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 136>

  Art. N33. Bijlage 33. - VERBLIJFSDOCUMENT.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 138>
  Gewijzigd bij :
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 36°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45260>

  Art. N33bis. Bijlage 33bis. - <Ingevoegd bij KB 16-08-1984, art. 8> BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN EN AKTE VAN KENNISGEVING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 01/09/1984, p. 12120-12121>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  <KB 1996-12-11/38, art. 39, 019; Inwerkingtreding : 17-01-1997; B.St. 07-01-1997, p. 235-236>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-05-11/38, art. 2, Inwerkingtreding : 14-06-2005; zie B.S. 14-06-2005, p. 27181>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 37°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45260>
  <KB 2008-07-22/33, art. 36; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45171-45172>
  <KB 2011-12-19/06, art. 1, 040; Inwerkingtreding : 19-12-2011>

  Art. N34. Bijlage 34. - VERWERPING VAN EEN VERZOEK TOT HERZIENING EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 96, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N35. Bijlage 35. - BIJZONDER VERBLIJFSDOCUMENT.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 145-146>
  Gewijzigd bij :
  <KB 28-01-1988, art. 21; Inwerkingtreding : 01-02-1988, B.St. 30-01-1988, p. 1537-1538> en bij <KB 1992-07-13/32, art.3; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 39°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45260>
  <KB 2007-04-27/56, art. 97, Inwerkingtreding : 01-06-2007; zie B.St. 21-05-2007, p. 27321-22>
  <KB 2013-08-17/03, art. 31, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N36. Bijlage 36. - VERWERPING VAN EEN VERZOEK TOT HERZIENING EN AKTE VAN KENNISGEVING. (Opgeheven) <KB 2007-04-27/56, art. 98, 031; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

  Art. N37. Bijlage 37. - ATTEST VAN AFNEMING van een verblijfs-/vestigingsvergunning of van een verblijfsdocument.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31/08/2012, p. 53600>
  Gewijzigd bij :
  <KB 28-01-1988, art. 21; Inwerkingtreding : 01-02-1988; B.St. 30-01-1988, p. 1541>
  <KB 1992-07-13/32, art. 3; Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 41°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45260>
  <KB 2008-05-07/33, art. 37; Inwerkingtreding : 01-06-2008; B.St. 13-05-2008, p. 25126>
  <KB 2012-08-15/07, art. 25, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. N38.Bijlage 38. - BEVEL TOT TERUGBRENGING.
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 27/10/1981, p. 154><
  Gewijzigd bij :
  <KB 1992-07-13/32, art. 3, Inwerkingtreding : 15-07-1992; B.S. 15-07-1992, p. 16227>
  <KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000>
  <KB 2005-09-17/71, art. 1, 42°; Inwerkingtreding : 25-10-2005; B.St. 25-10-2005, p. 45260>
  <KB 2008-07-22/33, art. 37; Inwerkingtreding : 08-09-2008; B.S. 29-08-2008, p. 45173>
  
  Vervangen door :
  
  <KB 2015-02-13/06, art. 47, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14452-14454> Art. N39. Bijlage 39. - BESLISSING TOT HET VASTHOUDEN IN EEN WELBEPAALDE PLAATS EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 1993-05-19/32, art. 22; Inwerkingtreding : 31-05-1993>
  <bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-1993, p. 12029-12030> <Err. B.S. 10-08-1993>
  Gewijzigd bij :
  <KB 1993-12-31/31, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-1994; B.St. 01-01-1994, p. 14>
  (KB 2000-07-09/30, art. 41, Inwerkingtreding : 01-08-2000)
  <KB 2005-05-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 14-06-2005; voir M.B. 14-06-2005, p. 27180>
  <KB 2007-04-27/56, art. 99, Inwerkingtreding : 01-06-2007; zie B.St. 21-05-2007, p. 27325-26>
  <KB 2008-07-22/33, art. 38; Inwerkingtreding : 08-09-2008>
  <KB 2013-08-17/03, art. 32, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N39bis. Bijlage 39bis. - BESLISSING TOT HET VASTHOUDEN IN EEN WELBEPAALDE PLAATS EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27329-30>
  
  Gewijzigd bij :
  <KB 2013-08-17/03, art. 33, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N39ter. Bijlage 39ter. - BESLISSING TOT HET VASTHOUDEN IN EEN WELBEPAALDE PLAATS EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27333-34>
  
  Gewijzigd bij :
  <KB 2013-08-17/03, art. 34, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>

  Art. N40. Bijlage 40. - BESLISSING TOT NIET-INOVERWEGINGNAME EN AKTE VAN KENNISGEVING. <Ingevoegd bij KB 2007-04-27/56, art. 100; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-05-2007, p. 27337-38>

  Art. N41.[1 Bijlage 41. - Recto Beslissing tot niet-inoverwegingname.]1
  <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31/08/2012, p. 53601>
  ----------
  (1)<KB 2012-08-15/07, art. 26, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>

  Art. N41bis.[1 Bijlage 41bis. - BEWIJS VAN ONTVANGST VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN MACHTIGING TOT VERBLIJF
  (Formulier niet opgenomenom technische redenen, zie B.St. 10-10-2011, p. 62266)]1
  Gewijzigd bij :
  <KB 2012-08-15/07, art. 27, 044; Inwerkingtreding : 10-09-2012>
  <KB 2013-08-17/03, art. 35, 051; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 34, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N41ter.[1 Bijlage 41ter. - BESLISSING TOT NIET-INAANMERKINGNEMING VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN MACHTIGING TOT VERBLIJF EN AKTE VAN KENNISGEVING
  
  (Formulier niet opgenomenom technische redenen, zie B.St. 10-10-2011, p. 62267-62268)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 35, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>

  Art. N41quater. [1 Bijlage 41quater. - BESLISSING TOT NIET-ONTVANKELJKHEID VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN MACHTIGING TOT VERBLIJF EN AKTE VAN KENNISGEVING
  
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 10-10-2011, p. 62270)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2011-09-21/03, art. 36, 038; Inwerkingtreding : 10-10-2011>
  

  Art. N42.[1 Bijlage 42. - Beslissing tot niet-ontvankelijkheid van een verblijfsaanvraag
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-02-2015, p. 13868-13869)]1
  
  GEWIJZIGD BIJ :
  <KB 2015-04-20/01, art. 2, 057; Inwerkingtreding : 24-04-2015>
  <KB 2016-06-08/02, art. 4, 062; Inwerkingtreding : 26-06-2016>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-16/03, art. 6, 054; Inwerkingtreding : 02-03-2015>
  

  Art. N43.[1 Bijlage 43. - Beslissing waarmee de vreemdeling geïnformeerd wordt over de gedeeltelijke betaling van de bijdrage die de administratieve kosten die uit de behandeling van zijn verblijfsaanvraag voortvloeien moet dekken
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-02-2015, p. 13870-13871)]1
  
  GEWIJZIGD BIJ :
  <KB 2015-04-20/01, art. 3, 057; Inwerkingtreding : 24-04-2015>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-16/03, art. 7, 054; Inwerkingtreding : 02-03-2015>

  Art. N44.[1 Bijlage 44. - (verkeerdelijk genummerd als bijlage 42) Beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14455-14456)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-13/06, art. 48, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>

  Art. N45.[1 Bijlage 45. - (verkeerdelijk genummerd als bijlage 43) Beslissing tot niet-inoverwegingname van een aanvraag voor een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-02-2015, p. 14457-14458)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2015-02-13/06, art. 49, 055; Inwerkingtreding : 08-03-2015>
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
   Gelet op de wet van 26 juni 1953 houdende goedkeuring van het Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en van de bijlagen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951;
   Gelet op de wet van 2 december 1957 houdende goedkeuring van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ondertekend te Rome op 25 maart 1957, inzonderheid op de artikelen 48, 49, 54, 56, 63, 189 en 191;
   Gelet op de wet van 12 mei 1960 houdende goedkeuring van het Verdrag betreffende de status van staatlozen en van de bijlagen, ondertekend te New-York op 28 september 1954;
   Gelet op de wet van 20 juni 1960 houdende goedkeuring van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's-Gravenhage op 3 februari 1958, inzonderheid op de artikelen 2, 55 en 56;
   Gelet op de wet van 30 juni 1960 houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groot-Hertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied, ondertekend te Brussel op 11 april 1960;
   Gelet op de wet van 29 mei 1962 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van de artikelen 55 en 56 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te Brussel op 19 september 1960;
   Gelet op de wet van 28 maart 1980 houdende goedkeuring van de internationale akten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, opgemaakt te Athene op 28 mei 1979, inzonderheid op de artikelen 44 tot 48 van het Verdrag;
   Gelet op de verordening (E.E.G.) nr. 1612/68 van 15 oktober 1968 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap;
   Gelet op de verordening (E.E.G.) nr. 1251/70 van 29 juni 1970 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen met betrekking tot het recht van werknemers om verblijf te houden op het grondgebied van een Lid-Staat na er een betrekking te hebben vervuld;
   Gelet op de beschikking van 1 oktober 1963 van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie betreffende het identiteitsbewijs bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst van 19 september 1960;
   Gelet op de beschikking van de Ministeriële Werkgroep voor het personenverkeer van de Benelux Economische Unie van 20 juni 1960 betreffende de aanmeldingsplicht van vreemdelingen, genomen ter uitvoering van de Overeenkomst van 11 april 1960;
   Gelet op de beschikking van de Ministeriële Werkgroep voor het personenverkeer van de Benelux Economische Unie van 28 december 1961 inzake het recht op terugkeer van werkende vluchtelingen;
   Gelet op de beschikking van de Ministeriële Werkgroep voor het personenverkeer van de Benelux Econom ische Unie van 28 juni 1967 betreffende het verkeer van vreemdelingen;
   Gelet op de beschikking van de Ministeriële Werkgroep voor het personenverkeer van de Benelux Economische Unie van 8 december 1969 betreffende de voorwaarden voor binnenkomst van vreemdelingen;
   Gelet op de beschikking van de Ministeriële Werkgroep voor het personenverkeer van de Benelux Economische Unie van 14 april 1978 betreffende de uitoefening van de personencontrole aan de buitengrenzen van het Beneluxgebied;
   Gelet op de richtlijn 64/221/E.E.G. van 25 februari 1964 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap voor de coördinatie van de voor vreemdelingen geldende bijzondere maatregelen ten aanzien van verplaatsing en verblijf, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid;
   Gelet op de richtlijn 68/360/E.E.G. van 15 oktober 1968 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de opheffing van de beperkingen van de verplaatsing en het verblijf van de werknemers der Lid-Staten en van hun familie binnen de Gemeenschap;
   Gelet op de richtlijn 72/194/E.E.G. van 18 mei 1972 van de Raad van de Europese Gemeenschappen ter uitbreiding van de werkingssfeer van de richtlijn van 25 februari 1964 voor de coördinatie van de voor vreemdelingen geldende bijzondere maatregelen ten aanzien van verplaatsing en verblijf, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid tot de werknemers die het recht uitoefenen om verblijf te houden op het grondgebied van een Lid-Staat na er een betrekking te hebben vervuld;
   Gelet op de richtlijn 73/148/E.E.G. van 21 mei 1973 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de opheffing van de beperkingen van de verplaatsing en het verblijf van onderdanen van de Lid-Staten binnen de Gemeenschap ter zake van vestiging en verrichten van diensten;
   Gelet op de richtlijn 75/34/E.E.G. van 17 december 1974 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het recht van onderdanen van een Lid-Staat op het grondgebied van een andere Lid-Staat verblijf te houden na er een werkzaamheid anders dan in loondienst te hebben uitgeoefend;
   Gelet op de richtlijn 75/35/E.E.G. van 17 december 1974 van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende uitbreiding van de werkingssfeer van richtlijn nr. 64/221/E.E.G. voor de coördinatie van de voor vreemdelingen geldende bijzondere maatregelen ten aanzien van verplaatsing en verblijf die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid, tot de onderdanen van een Lid-Staat die het recht op voortgezet verblijf op het grondgebied van een andere Lid-Staat uitoefenen na er een werkzaamheid anders dan in loondienst te hebben uitgeoefend;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Justitie,
      .....
Erratum Tekst Begin

BEELD
1981001956
PUBLICATIE :
1981-10-28
bladzijde : 13769

ERRATA



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • VARIA VAN 03-03-2017 GEPUBL. OP 13-03-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 17/7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-02-2017 GEPUBL. OP 21-02-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 1/1/1)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-06-2016 GEPUBL. OP 16-06-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1/1; 1/1/1; 1/2; N42)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-05-2016 GEPUBL. OP 27-05-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 69ter; 69quinquies)
  • BEELD
  • VARIA VAN 01-02-2016 GEPUBL. OP 05-02-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 17/7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-12-2015 GEPUBL. OP 28-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 17/2; N3bis)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-10-2015 GEPUBL. OP 04-11-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 50)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-04-2015 GEPUBL. OP 24-04-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 110quinquies; N42; N43)
  • BEELD
  • VARIA VAN 16-03-2015 GEPUBL. OP 20-03-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 17.7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-02-2015 GEPUBL. OP 26-02-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 1bis; 8; 29; 30; 30bis; 31; 32; 33; 35; 36bis; 37; 39; 41; 42; 45; 46; 58; 69bis; 69ter; 69quater; 84; 90; 93; 107; 108; 110bis; 110quinquies; 110undecies; N1; N1bis; N2; N15; N16; N16bis; N16ter; N17; N19; N19ter; N20; N21; N38; N42; N43; N11; N11bis; N11ter; N13; N13bis; N13quinquies; N13sexies; N13septies; N25quater; N26quater)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-02-2015 GEPUBL. OP 20-02-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 1bis; 1bis/3; 1/1; 1/2; N42; N43)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-12-2013 GEPUBL. OP 05-03-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 33; 36)
  • BEELD
  • VARIA VAN 15-01-2014 GEPUBL. OP 20-01-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 17.7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-08-2013 GEPUBL. OP 22-08-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 71/4; 71/5; 72; 72bis; 72ter; 73; 74; 75; 79; 80; 110terdecies; 111; N11; N11bis; N11ter; N13; N13bis; N13quater; N13quinquies; N13sexies; N13septies; N19; N20; N25; N25quater; N25quinquies; N26; N26quater; N26quinquies; N35; N39; N39bis; N39ter; N41bis)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-07-2013 GEPUBL. OP 29-07-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 55; 56; N23)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-07-2013 GEPUBL. OP 12-07-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 69sexies; 69septies)
  • BEELD
  • VARIA VAN 07-05-2013 GEPUBL. OP 22-05-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 17.7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-2012 GEPUBL. OP 07-01-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : N6; N7; N7bis; N6bis; N15)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-09-2012 GEPUBL. OP 01-10-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 17/7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-07-2012 GEPUBL. OP 19-09-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 17/3; N3bis)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-08-2012 GEPUBL. OP 31-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 26; 26/1; 26/2; 26/2/1; 29; 31; 32; 33; 35; 36bis; 37; 51; 101; 110quinquiesdecies-110sexiesdecies; N6bis; N15; N15bis; N15ter; N15quater; N15quinquies; N19; N20; N37; N41; N41bis)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-07-2012 GEPUBL. OP 09-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 33; 35; N6; N7; N7bis)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-06-2012 GEPUBL. OP 02-07-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 110duodecies-110quaterdecies; N2; N13; 13sexies; 13septies)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-01-2012 GEPUBL. OP 19-01-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 69sexies; 69septies; 69octies; 69nonies; 69decies)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-2011 GEPUBL. OP 21-12-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : N12; N13; N13quinquies; N33bis; N13bis; N13quater; N14; N14ter; N14quater)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-11-2011 GEPUBL. OP 28-11-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 110sexies-110undecies)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-09-2011 GEPUBL. OP 10-10-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 25/2; 25/3; 26; 26/1; 26/2; 26/2/1; 26/4; 26/5; 33; 43; 45; 50; 51; 52; 53; 54; 57; 69septies; 110quinquies; N14; N14ter; N14quater; N15bis; N15ter; N15quater; N15quinquies; N19; N19ter; N19quinquies; N20; N21; N41; N41bis; N41ter; N41quater)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-08-2010 GEPUBL. OP 28-09-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 26ter; 26/3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-06-2009 GEPUBL. OP 02-07-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 44)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 24-12-2008 GEPUBL. OP 31-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 69DECIES)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-07-2008 GEPUBL. OP 29-08-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 16; 17; 25/2; 26/2; 29; 30)
    (GEWIJZIGDE ART. : 30BIS; 31; 32; 33; 35; 36BIS; 37)
    (GEWIJZIGDE ART. : 39; 41; 42; 110QUAT; 110QQ; N7BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : N12; N13; N13BIS; N13QUAT; 13QQ)
    (GEWIJZIGDE ART. : N14; N14TER; N15; N16; N16BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : N16TE; N17; N33BIS; N38; N39; N41)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-05-2008 GEPUBL. OP 13-05-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 32; 43-57; 58-69; 69BIS; 69TE)
    (GEWIJZIGDE ART. : 69QUA; 69QQ; 69SEX; 69SEP; 69OCT)
    (GEWIJZIGDE ART. : 69NON; 71; 119; N3TER; N8; N8BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; N9BIS; N10QUA; N11; N14BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : N15; N19; N19TER; N19QUA; N19QQ)
    (GEWIJZIGDE ART. : N20; N21; N22; N22BIS; N23; N37)
    (GEWIJZIGD ART. : N24)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 28-11-2007 GEPUBL. OP 14-12-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 51; 53; 55)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-04-2007 GEPUBL. OP 21-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 17/7; 22/2; 25/2; 25/3; 26; 26BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 26TER; 26/4; 26/5; 29; 30; 30BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N14TE; N16BI; N16TE; N39BI; N39T)
    (GEWIJZIGDE ART. : 91; 92; 98; 100; 101; 110BI; 110TE)
    (GEWIJZIGDE ART. : 111; 112; 113; 113TER; 113QUATER)
    (GEWIJZIGDE ART. : 116; 119; N6; N7; N8; N9; N11BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N13BIS; N13TER; N13QUAT; N15; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N15BIS; N15TER; N16; N17; N25; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N25BIS; N25TER; N25QUATER; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N26; N26BIS; N26TER; N26QUA; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N34; N35; N36; N39; N11TE; N13QQ)
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 49; 51; 53; 55; 61; 63; 69QQ; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 69SEX; 69SEP; 71/2; 71/2BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 71/2TER; 71/3; 71/4; 71/5; 72; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 72BIS; 72TER; 73; 74; 75; 76; 77; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 78; 79; 80; 83; 88; 88BIS; 88TER; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 32; 33; 34; 36; 36BIS; 39; 41; )
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-12-2006 GEPUBL. OP 28-12-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 69SEX; 69NON; 69DEC; N1; N2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-05-2006 GEPUBL. OP 21-06-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 17/7; 17/8; 17/9)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-09-2005 GEPUBL. OP 25-10-2005
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-05-2005 GEPUBL. OP 14-06-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : N10; N11BIS; N17; N19BIS; N21; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N24; N27; N34; N39; N10TER; N13BI)
    (GEWIJZIGDE ART. : N13TER; N13QUA; N14; N14BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : N19QUA; N25QUA; N26TER; N26QUAT)
    (GEWIJZIGDE ART. : N33BIS; N36; N25TER)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-04-2005 GEPUBL. OP 19-05-2005
    (GEWIJZIGD ART. : N10BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-12-2004 GEPUBL. OP 14-03-2005
    (GEWIJZIGD ART. : N11)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-01-2005 GEPUBL. OP 22-02-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : N25; N25BIS; N26; N26BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-02-2005 GEPUBL. OP 08-02-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 73)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-04-2004 GEPUBL. OP 17-05-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 69SEX-69NON; N1; N2; N19QUI; N22)
    (GEWIJZIGD ART. : N22BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-07-2003 GEPUBL. OP 27-01-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 113BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-10-2002 GEPUBL. OP 08-11-2002
    (GEWIJZIGD ART. : N1BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-07-2002 GEPUBL. OP 09-08-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : N19; N19TER-N19QUI; N22)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 31; 32; 69TER-69QUI; 106; 107)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-06-2002 GEPUBL. OP 03-07-2002
    (GEWIJZIGD ART. : N1BIS)
  • BEELD
  • MINISTERIELE OMZENDBRIEF VAN 10-01-2002 GEPUBL. OP 26-01-2002
    (GEWIJZIGD ART. : N1)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-07-2001 GEPUBL. OP 28-07-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : N12; N13-N14; N26BIS; N26TER; N33BIS; N36)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-11-2000 GEPUBL. OP 07-12-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : N1; N1BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-07-2000 GEPUBL. OP 10-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : N3BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-07-2000 GEPUBL. OP 15-07-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : N3BIS; N11; N11BIS; N13; N13BIS; N13TER; N13QUA; N14; N14BIS; N17; N15TER; N19QUATER; 19QUINQUIES; N20; N21; N23; N24; N25BIS-N25QUATER; N26BIS-N26QUATER; N33BIS; N34; N36; N38; N39)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-06-1998 GEPUBL. OP 21-08-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 44; 45; 46; 47; 48; 49; 50; 51; 52; 53; 54; 55BIS; 61; 69BIS; N19; N20; N22; N19QUATER; N19QUINQUIES)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-03-1998 GEPUBL. OP 20-03-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 22/2; 71/3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-01-1998 GEPUBL. OP 07-03-1998
    (GEWIJZIGD ART. : N10TER)
  • 1997000616; 1997-01-07
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-1996 GEPUBL. OP 07-01-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5; 8; 9; 13; 15; 16; 17; 17/2; 17/3; 17/4; 17/5; 17/6; 18; 22/2; 23; 26TER; 33; 39; 55; 55BIS; 69BIS; 71BIS; 71/3; 71/4; 71TER; 73; 74; 79; 80; 90; 100; 102; 103/2; 103BIS; 104; N13QUATER; N25; N26; N33BIS; N3BIS; N10BIS; N3BIS; N10BIS; N14BIS; N25QUATER; N26QUATER)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-12-1996 GEPUBL. OP 20-12-1996
    (GEWIJZIGD ART. : 50)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-11-1996 GEPUBL. OP 06-12-1996
    (GEWIJZIGDE ART. : 1BIS; 1; 2; 4; 8; 12; 14; 20; 21; 70; 88TER; 90; 94; 95; 96; 97; N1; N2; N11; N12; N13; N1BIS; N30; N31; 7; 12; 22; 25; 26; 26BIS; 30; 40; 41; 45; 51; 53; 55; 63; 65; 71BIS; 71TER; 75; 77; 85; 88BIS; 7; 12; 22; 25; 26; 26BIS; 30; 40; 41; 45; 51; 53; 55; 63; 65; 71BIS; 71TER; 75; 77; 85; 88BIS; 103BIS; 111; 112; 113; 113QUA; 114; 117; 118; 120; 123)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-10-1995 GEPUBL. OP 01-11-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 6BIS)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-1995 GEPUBL. OP 15-03-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 32; 55; 55BIS; 61; 69BIS; N19TER)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-02-1995 GEPUBL. OP 16-02-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 71BIS; 74; 80; 85; 95; 113QUATER)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 86 uitvoeringbesluiten 63 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie