J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1965/05/11/1965051105/justel

Titel
11 MEI 1965. - Koninklijk besluit getroffen in uitvoering van de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen en houdende vaststelling van de organisatie en van de rechtspleging te volgen door de Raad voor economisch onderzoek inzake vreemdelingen.
(NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 2016-04-25/10, art. 71, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-06-2016 en tekstbijwerking tot 14-06-2016)

Publicatie : 22-06-1965 nummer :   1965051105 bladzijde : 7502
Dossiernummer : 1965-05-11/30
Inwerkingtreding : 08-03-1965

Inhoudstafel Tekst Begin
Organisatie van de Raad voor economisch onderzoek inzake vreemdelingen.
Art. 1-7
Rechtspleging van de Raad voor economisch onderzoek inzake vreemdelingen.
Art. 8-16
Opheffing van vorig besluit. Inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Art. 17-18

Tekst Inhoudstafel Begin
Organisatie van de Raad voor economisch onderzoek inzake vreemdelingen.

  Artikel 1. De voorzitter van de Raad voor economisch onderzoek inzake vreemdelingen, stelt het aantal kamers van de raad vast en bepaalt de bevoegdheid van elke kamer.

  Art. 2. Het voorzitterschap van de eerste kamer wordt waargenomen door de voorzitter van de raad; het voorzitterschap van de andere kamers door de ondervoorzitters, op aanwijzing van de voorzitter van de raad.
  In geval van verhindering kunnen de voorzitter en ondervoorzitters van de raad elkander vervangen als voorzitter van hun respectieve kamers.

  Art. 3. De voorzitter verdeelt de effectieve leden tussen de verschillende kamers.

  Art. 4. Voor zover er zaken op de rol zijn, zetelt elke kamer minstens eenmaal per maand. De zittingen worden gehouden te Brussel in een daartoe bestemd lokaal. Indien de kamervoorzitter het echter in bepaalde gevallen wenselijk en nuttig acht, kan hij beslissen de zitting te laten doorgaan in een der provinciehoofdsteden.
  De kamervoorzitter stelt bovendien de datum en het uur der zitting vast. De effectieve en plaatsvervangende leden, aangeduid om te zetelen, alsmede de ministeriėle commissaris, worden minstens acht dagen tevoren schriftelijk opgeroepen door de zorgen van de griffier.

  Art. 5. De ministeriėle commissarissen bedoeld in artikel 8, § 3, van de wet hebben geen stemrecht.

  Art. 6. Met het oog op de organisatie of de eenheid van rechtspraak van de raad kan de voorzitter de kamers in algemene vergadering samenroepen.

  Art. 7. De griffier woont alle vergaderingen van de raad en van de kamers bij en stelt de processen-verbaal ervan op. Hij kan, wanneer hij het noodzakelijk acht, zich laten vervangen door de adjunct-griffier.

  Rechtspleging van de Raad voor economisch onderzoek inzake vreemdelingen.

  Art. 8. Alle vragen om advies en alle dagvaardingen, welke Onze Minister van Middenstand voor de raad wenst te brengen, dienen gericht aan de voorzitter van de raad.
  De voorzitter maakt de aanvraag of de dagvaarding over aan de bevoegde kamer en waakt verder over het verloop van het onderzoek.

  Art. 9. De kamervoorzitter wijst, indien hij het in bepaalde gevallen nodig of wenselijk oordeelt, een verslaggever aan onder de leden van de kamer.
  De griffier zal het dossier tijdig ter beschikking stellen van de verslaggever.

  Art. 10. <KB 11-12-1980, art. 1> De vreemdeling die voor de Raad moet verschijnen of omtrent wie een advies is gevraagd, wordt door de griffier bij een ter post aangetekende brief opgeroepen.
  In de brief worden in het kort de reden van de oproeping aangegeven, alsmede plaats, dag en uur van de zitting.

  Art. 11. De kamers kunnen elke vertaling en onderzoek laten verrichten welke zij nodige achten. Zij mogen de hierop betrekking hebbende kosten ten laste leggen van de betrokken vreemdeling en eventueel van hem de voorafgaande borgstelling eisen van het bedrag der kosten of van een voorschot.

  Art. 12. De raad spreekt zich uit bij eenvoudige meerderheid van stemmen na de vreemdeling en/of zijn raadsman en de ministeriėle commissaris op hun verzoek te hebben gehoord.
  Bij staking van stemmen is de stem van de kamervoorzitter beslissend.

  Art. 13. Elke uitspraak en elk advies wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register en getekend door de kamervoorzitter en de griffier.

  Art. 14. <KB 11-12-1980, art. 2> De Raad deelt binnen eenentwintig dagen aan de Minister van Middenstand de uitgebrachte adviezen en uitspraken mede. Hij licht de Minister ook in over elk verzet of elke aanvraag tot herziening.

  Art. 15. In geval van verzet, overeenkomstig artikel 11, § 1, van de wet, tegen een uitspraak bij verstek of in geval van aanvraag om herziening overeenkomstig artikel 11, § 3, zal de raad de zaak onderzoeken binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de betekening van het verzet aan de voorzitter of vanaf de aanvraag om herziening, betekend bij aangetekend schrijven aan de voorzitter van de raad en vermeldend de nieuwe feiten welke de vreemdeling overeenkomstig artikel 11, § 3, van de wet meent te kunnen laten gelden.

  Art. 16. De griffier verzekert de bewaring van al de archieven en documenten van de raad. Hij waakt op het overmaken van alle mededelingen en oproepingen door dit reglement voorzien.

  Opheffing van vorig besluit. Inwerkingtreding van onderhavig besluit.

  Art. 17. Het ministerieel besluit van 17 december 1945, genomen in uitvoering van de besluitwet nr 62 van 16 november 1939 wordt opgeheven.

  Art. 18. Dit besluit treedt in werking op hetzelfde ogenblik als de wet van 19 februari 1965, in uitvoering van dewelke dit besluit is genomen.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen, gewijzigd bij de wet van 10 januari 1977, inzonderheid op artikel 10, § 1;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand,

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 25-04-2016 GEPUBL. OP 14-06-2016
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie