J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgilex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
7 OKTOBER 1952. - Verdrag betreffende de schade door buitenlandse luchtvaartuigen aan derden op het aardoppervlak veroorzaakt, ondertekend te Rome, op 7 oktober 1952.

Bron :
BUITENLANDSE ZAKEN.BUITENLANDSE HANDEL
Publicatie : 27-09-1966 nummer :   1952100750 bladzijde : 9593
Dossiernummer : 1952-10-07/30
Inwerkingtreding : 27-09-1966

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Principes der aansprakelijkheid.
Art. 1-10
HOOFDSTUK II. - Omvang der aansprakelijkheid.
Art. 11-14
HOOFDSTUK III. - Zekerheden tot dekking van de aansprakelijkheid van de exploitant.
Art. 15-18
HOOFDSTUK IV. - Procedure voor schriften en termijnen.
Art. 19-22
HOOFDSTUK V. - Toepassing van het Verdrag en algemene bepalingen.
Art. 23-30
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 31-39
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Principes der aansprakelijkheid.

  Artikel 1. 1. Elk persoon die op het aardoppervlak schade lijdt heeft, onder de bij dit Verdrag bepaalde voorwaarden, recht op vergoeding enkel en alleen door het feit dat het vaststaat dat de schade te wijten is aan een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of aan een daaruit vallende persoon of zaak. Er bestaat echter geen aanleiding tot vergoeding, indien de schade niet het rechtstreeks gevolg is van het feit dat ze veroorzaakt heeft of indien zij alleen te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer.
  2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een luchtvaartuig als zich in de lucht bevindend beschouwd, vanaf het ogenblik dat de drijfkracht wordt aangewend om op te stijgen tot op het ogenblik dat de landing geheel volbracht is. Betreft het een arostaat, dan geldt de uitdrukking " zich in de lucht bevindend " voor de periode tussen het ogenblik waarop die arostaat van de grond wordt losgemaakt en dat waarop hij er opnieuw aan vastgemaakt is.

  Art. 2. 1. De verplichting tot vergoeding van de in artikel 1 van dit Verdrag bedoelde schade rust op de exploitant van het luchtvaartuig.
  2. (a) Voor de toepassing van dit Verdrag is de exploitant degene die het luchtvaartuig gebruikt op het ogenblik dat de schade veroorzaakt wordt. Wordt echter geacht de exploitant te zijn, hij die de leiding van de navigatie voor zich heeft bedongen hoewel hij het recht om van het luchtvaartuig gebruik te maken rechtstreeks of onrechtstreeks verleend heeft.
  (b) Wordt geacht een luchtvaartuig te gebruiken, hij die zulks persoonlijk doet of wel door tussenkomst van zijn personeel dat tijdens de uitoefening van zijn functies al dan niet binnen de perken van zijn bevoegdheid handelt.
  3. De in het luchtvaartregister ingeschreven eigenaar wordt geacht de exploitant te zijn en is als dusdanig aansprakelijk, tenware hij tijdens de procedure tot beoordeling van zijn aansprakelijkheid bewijst dat een ander persoon de exploitant is en hij asldan, voor zover de procedure zulks veroorlooft, passende maatregelen treft om die persoon in de zaak te betrekken.

  Art. 3. Wanneer de persoon, die op het ogenblik dat de schade zich heeft voorgedaan de exploitant was, niet uitsluitend het recht had om het luchtvaartuig te gebruiken voor een periode van meer dan veertien dagen, berekend vanaf het ogenblik waarop het recht om het luchtvaartuig te gebruiken is ontstaan, is hij die dat recht verleend heeft met die persoon hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande dat ieder van hen aansprakelijk is in de voorwaarden en binnen de perken die op het stuk van aansprakelijkheid bij dit Verdrag voorzien zijn.

  Art. 4. Indien een persoon een luchtvaartuig gebruikt zonder de toestemming van hem die het recht heeft om de navigatie te leiden, is deze laatste, tenware hij er van doet blijken dat hij al het nodige gedaan heeft om dat gebruik te vermijden, met de onrechtmatige gebruiker hoofdelijk aansprakelijk voor de schade welke krachtens artikel 1 dient vergoed, met dien verstande dat ieder van hen aansprakelijkheid is in de voorwaarden en binnen de perken die op het stuk van aansprakelijkheid bij dit Verdrag voorzien zijn.

  Art. 5. De persoon die krachtens dit Verdrag aansprakelijk mocht zijn, zal niet verplicht zijn de schade te vergoeden indien deze het rechtstreeks gevolg is van een gewapend conflict of van burgerlijke onlusten dan wel indien die persoon het gebruik van het luchtvaartuig bij overheidsbeslissing werd ontnomen.

  Art. 6. 1. De persoon die krachtens dit Verdrag aansprakelijk mocht zijn, zal niet verplicht zijn de schade te vergoeden indien hij er van doet blijken dat die schade uitsluitend te wijten is aan de persoon die de schade geleden heeft of aan dezes personeel. Bewijst de aansprakelijke persoon dat de schade gedeeltelijk door de schuld van de persoon die de schade geleden heeft of van dezes personeel berokkend werd, dan dient de vergoeding verminderd in zulke mate als die schuld tot de schade bijgedragen heeft. Er bestaat echter geen aanleiding tot vrijstelling of tot vermindering indien de persoon, die in geval van schuld van zijn personeel schade heeft geleden, bewijst dat dit personeel buiten de perken van zijn bevoegdheid gehandeld heeft.
  2. Ingeval een persoon een vordering instelt tot vergoeding van schade die uit de dood van een ander persoon of uit door hem opgelopen letsel voortvloeit, heeft de schuld van deze persoon of van zijn personeel eveneens de in voorgaande paragraaf voorziene gevolgen.

  Art. 7. Wanneer twee of meer zich in de lucht bevindende luchtvaartuigen in aanvaring gekomen zijn of elkaar in hun evoluties gehinderd hebben en daardoor schade veroorzaakt werd die krachtens artikel 1 moet vergoed worden, of wanneer twee of meer luchtvaartuigen samen zulke schade veroorzaakt hebben wordt ieder der luchtvaartuigen beschouwd als hebbende de schade veroorzaakt en is de exploitant van ieder daarvan aansprakelijk in de voorwaarden en binnen de perken die op het stuk van aansprakelijkheid bij dit Verdrag voorzien zijn.

  Art. 8. De in paragraaf 3 van artikel 2 en in artikelen 3 en 4 bedoelde personen kunnen al de verweermiddelen aanwenden waarover de exploitant krachtens dit Verdrag beschikt.

  Art. 9. De exploitant, de eigenaar, elk krachtens artikelen 3 of 4 aansprakelijk persoon of hun personeel zijn, op het stuk der schade veroorzaakt door een zich in de lucht verbindend luchtvaartuig of door een daaruit vallende persoon of zaak, slechts in zover aansprakelijk als uitdrukkelijk bij dit Verdrag voorzien is. Deze bepaling vindt geen toepassing ten aanzien van de persoon die opzettelijk schade heeft willen veroorzaken.

  Art. 10. Dit Verdrag loopt in genen dele vooruit op de beslissing op de vraag of de persoon die krachtens haar bepalingen voor aansprakelijk gehouden wordt, al dan niet verhaal op enig ander persoon kan nemen.

  HOOFDSTUK II. - Omvang der aansprakelijkheid.

  Art. 11. 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 12, mag de vergoeding die door al de krachtens dit Verdrag aansprakelijke personen samen voor een krachtens artikel 1 te vergoeden schade verschuldigd is, per luchtvaartuig en per voorval niet meer bedragen dan :
  (a) 500 000 frank, voor de luchtvaartuigen met een gewicht van ten hoogste 1 000 kilogram;(b) 500 000 frank plus 400 frank per kilogram boven 1 000 kilogram, voor de luchtvaartuigen met een gewicht van meer dan 1 000 kilogram doch ten hoogste 6 000 kilogram;
  (c) 2 500 000 frank plus 250 frank per kilogram boven 6 000 kilogram, voor de luchtvaartuigen met een gewicht van meer dan 6 000 kilogram doch ten hoogste 20 000 kilogram;
  (d) 6 000 000 frank plus 150 frank per kilogram boven 20 000 kilogram, voor de luchtvaartuigen met een gewicht van meer dan 20 000 kilogram doch ten hoogste 50 000 kilogram;
  (e) 10 500 000 frank plus 100 frank per kilogram boven 50 000 kilogram, voor de luchtvaartuigen met een gewicht van meer dan 50 000 kilogram.
  2. In geval van dood of van letsel is de aansprakelijkheid beperkt tot ten hoogste 500 000 frank per gedood of gewond persoon.
  3. Onder " gewicht " dient verstaan het volgens het bewijs van luchtwaardigheid hoogste toegelaten startgewicht van het luchtvaartuig, eventueel de zwaarte van het vullingsgas niet inbegrepen.
  4. De in dit artikel in franken opgegeven sommen worden beschouwd als hebbende betrekking op een munteenheid gelijk aan 65 1/2 milligram goud met een gehalte aan fijngoud van 900 duizendsten. Die sommen kunnen in elke nationale munt in ronde cijfers omgezet worden. De omzetting van die sommen in andere nationale munten dan de goudmunt zal, zo er een rechtsgeding geweest is, geschieden op grond van de goudwaarde dier munten op de datum van het vonnis of, in het bij artikel 14 voorzien geval, op de datum van de verdeling.

  Art. 12. 1. Indien de persoon die schade lijdt bewijst dat deze door een daad of een opzettelijk verzuim van de exploitant of van dezes personeel, met het inzicht schade te berokkenen, veroorzaakt werd, is de aansprakelijkheid van de exploitant onbeperkt, op voorwaarde dat, in geval van een daad of een opzettelijk verzuim van het personeel, eveneens bewezen wordt dat het personeel tijdens de uitoefening van zijn functies en binnen de perken van zijn bevoegdheid gehandeld heeft.
  2. Wanneer een persoon zich op ongeoorloofde wijze meester maakt van een luchtvaartuig en het bezigt zonder de toestemming van de persoon die het recht heeft het te gebruiken, is zijn aansprakelijkheid onbeperkt.

  Art. 13. 1. Wanneer, krachtens het bepaalde in artikelen 3 of 4, verscheiden personen aansprakelijk zijn voor een schade, of wanneer de in het luchtvaartuigregister ingeschreven eigenaar die niet de exploitant was als dusdanig volgens de bepalingen van paragraaf 3 van artikel 2 aansprakelijk gesteld wordt, kunnen de personen die de schade geleden hebben aanspraak maken op een hogere totale vergoeding dan de hoogste vergoeding die krachtens de bepalingen van dit Verdrag ten laste van eender welke der aansprakelijke personen kan gelegd worden.
  2. In geval van toepassing van het bepaalde in artikel 7, kan de persoon die schade lijdt worden vergoed tot beloop van het samengevoegd bedrag der hoogste vergoedingen die voor ieder der betrokken luchtvaartuigen vastgesteld zijn, doch geen enkel exploitant is aansprakelijk voor een hoger bedrag dan het voor zijn luchtvaartuig toepasselijk maximum, tenware zijn aansprakelijkheid krachtens artikel 12 onbeperkt is.

  Art. 14. Is het totaal bedrag der vastgestelde vergoeding hoger dan het krachtens de bepalingen van dit Verdrag toepasselijk maximumbedrag der aansprakelijkheid, dan worden de volgende regelen onder inachtneming van de bepalingen van paragraaf 2 van artikel 11 toegepast :
  (a) Indien de vergoedingen hetzij enkel verliezen aan mensen levens of letsel, hetzij enkel aan goederen veroorzaakte schade betreffen, worden zij verminderd in verhouding tot haar respectief bedrag.
  (b) Indien de vergoedingen en verliezen aan mensenlevens of letsel en schade aan goederen betreffen, wordt de helft van het bedrag der uit te keren som bij voorrang aangewend tot vergoeding van de verliezen aan mensenlevens en van het letsel en, in geval van ontoereikendheid, verdeeld in verhouding tot het respectief bedrag van die schaden. Het saldo der uit te keren som wordt over de vergoedingen voor materile schade en, zo nodig over het niet vereffende gedeelte der vergoedingen voor verliezen aan mensenlevens en voor letsel verdeeld in verhouding tot het bedrag van die vergoedingen.

  HOOFDSTUK III. - Zekerheden tot dekking van de aansprakelijkheid van de exploitant.

  Art. 15. 1. Elke verdragsluitende Staat kan eisen dat de aansprakelijkheid van de exploitant van een in het luchtvaartuigregister van een andere verdragsluitende Staat ingeschreven luchtvaartuig verzekerd zij tot beloop van de maximumaansprakelijkheid die krachtens artikel 11 toepasselijk is voor de schade die krachtens artikel 1 dient vergoed en op zijn grondgebied kan veroorzaakt worden.
  2. (a) De verzekering dient als voldoende beschouwd wanneer zij onder de voorwaarden van dit Verdrag werd aangegaan bij een verzekeraar die daartoe machtiging heeft verkregen overeenkomstig de wetten van de Staat waarbij het luchtvaartuig is ingeschreven of van de Staat waarin de verzekeraar metterwoon gevestigd is of zijn voornaamste instelling heeft, en wiens solvabiliteit door de ene of de andere van die Staten nagegaan werd.
  (b) Wanneer een verzekering overeenkomstig paragraaf 1 van dit artikel door een Staat gevorderd geworden is en de bij een in die Staat gewezen eindvonnis toegekende vergoedingen niet in de munt van die Staat werden betaald, niettegenstaande daarom werd verzocht, kan elke verdragsluitende Staat weigeren de verzekeraar als solvabel te beschouwen totdat de betaling geschied is.
  3. In weerwil van het bepaalde in paragraaf 2 hiervoren kan de Staat, waarboven gevlogen werd weigeren als een voldoende verzekering te beschouwen, de verzekering aangegaan bij een verzekeraar die daartoe in een verdragsluitende Staat geen machtiging bekomen heeft.
  4. In plaats van de verzekering zal n der hierna vermelde zekerheden als voldoende worden beschouwd indien zij overeenkomstig artikel 17 gesteld is :
  (a) een deposito in geld bij een openbare kas van een verdragsluitende Staat waar het luchtvaartuig ingeschreven is of bij een bank die daartoe van die verdragsluitende Staat machtiging bekomen heeft;
  (b) een waarborg gesteld door een daartoe gemachtigde bank, waarvan de solvabiliteit werd nagegaan door de verdragsluitende Staat waar het luchtvaartuig ingeschreven is;
  (c) een waarborg gesteld door de verdragsluitende Staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven, op voorwaarde dat deze Staat zich verbindt zich niet te beroepen op een vrijdom van rechtsmacht in geval van geschil omtrent die waarborg.
  5. Onder voorbehoud van het bepaalde in paragraaf 6 van dit artikel, kan de Staat waarboven gevlogen werd ook vorderen dat aan boord van het luchtvaartuig een door de verzekeraar uitgereikt bewijs aanwezig zij waaruit blijkt dat de verzekering overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag werd aangegaan en waarin de persoon of personen wier aansprakelijkheid door die verzekering gewaarborgd is nauwkeurig opgegeven zijn, alsmede een bewijs dat uitgaat van de bevoegde overheid van de Staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven of van de Staat waar de verzekeraar metterwoon gevestigd is of zijn voornaamste instelling heeft en waarbij verklaard wordt dat de verzekeraar solvabel is. Werd overgemaakt paragraaf 4 van dit artikel een andere zekerheid gesteld, dan dient een bewijs dat daarvan doet blijken uitgereikt door de bevoegde overheid van de Staat waar het luchtvaartuig ingeschreven is.
  6. Het in paragraaf 5 van dit artikel bedoeld bewijs moet zich niet noodzakelijk aan boord van het luchtvaartuig bevinden, indien een gewaarmerkt afschrift werd nedergelegd bij de bevoegde overheid aangeduid door de Staat waarboven gevlogen werd of bij de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, zo deze hiermee instemt, in welk geval zij er duplicaten aan al de verdragsluitende Staten zal doen geworden.
  7. (a) Wanneer de Staat waarboven gevlogen werd ernstige redenen heeft om te twijfelen aan de solvabiliteit van de verzekeraar of van een bank die krachtens paragraaf 4 van dit artikel een waarborg stelt, kan hij aanvullende bewijzen van solvabiliteit eisen. In geval van betwisting over de waarde van deze bewijzen, zal het tussen de betrokken Staten gerezen geschil, op verzoek van n van die Staten, voor een scheidsgerecht worden gebracht dat, hetzij de Raad van de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, hetzij een in gemeen overleg door de betrokken Staten opgericht scheidsgerecht zal zijn.
  (b) Zolang dat scheidsgerecht geen uitspraak heeft gedaan wordt de verzekering of de waarborg voorlopig als geldig beschouwd door de Staat waarboven gevlogen werd.
  8. De krachtens dit artikel vereiste zekerheden dienen ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal der Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, die er aan elke verdragsluitende Staat mededeling zal van doen.
  9. Voor de toepassing van dit artikel geldt de term " verzekeraar " eveneens voor een groep verzekeraars, en voor de toepassing van paragraaf 5 van dit artikel omvat de uitdrukking " bevoegde overheid van een Staat " de bevoegde overheid van de met de controle op de bedrijvigheid van de verzekeraar belaste hoogste staatkundige onderverdeling van die Staat.

  Art. 16. 1. De verzekeraar of elk ander persoon, die overeenkomstig artikel 15 de aansprakelijkheid van de exploitant waarborgt, kan tegen de op dit Verdrag gegronde aanvragen om vergoeding, buiten de verweermiddelen van de exploitant en die welke op een vervalsing van bescheiden gegrond zijn, slechts navermelde verweermiddelen aanvoeren :
  (a) de schade werd veroorzaakt nadat de zekerheid niet meer gold. Indien de waarborg evenwel gedurende de reis verstrijkt, wordt hij tot bij de eerste in het vliegplan opgegeven landing verlengd, doch met niet meer dan vierentwintig uren. Indien de waarborg om een andere reden dan het verstrijken van de termijn of een verandering van exploitant ophoudt geldig te zijn, wordt hij verlengd met vijftien dagen te rekenen van de dag waarop door de verzekeraar of door de borg aan de bevoegde overheid die het bewijs heeft uitgereikt wordt medegedeeld dat de zekerheid niet meer geldig is, of tot de werkelijke intrekking van het bewijs van de verzekeraar of van het waarborgbewijs dat krachtens paragraaf 5 van artikel 15 vereist is, ingeval die intrekking vr het verstrijken van de termijn van vijftien dagen mocht plaatsgehad hebben;
  (b) de schade werd veroorzaakt buiten de bij de zekerheid voorziene territoriale grenzen, tenware buiten die grenzen gevlogen werd ten gevolge van overmacht, van door de omstandigheden gerechtvaardigde hulpverlening of van een bij de besturing, de leiding of de navigatie begane fout.
  2. De Staat die een bewijs overeenkomstig paragraaf 5 van artikel 15 heeft uitgereikt moet, als de verzekering of de waarborg niet meer geldt om andere redenen dan het verstrijken van de termijn, hiervan zo spoedig mogelijk aan de betrokken verdragsluitende Staten kennis geven.
  3. Wanneer krachtens paragraaf 5 van artikel 15 een bewijs van verzekering of van een andere zekerheid vereist is en zich een verandering van exploitant tijdens de geldigheidsduur van de zekerheid heeft voorgedaan, geldt deze laatste, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, voor de aansprakelijkheid van de nieuwe exploitant, tenware de aansprakelijkheid van deze laatste reeds door een andere zekerheid gewaarborgd is of deze exploitant een ongeoorloofde gebruiker is. Die verlenging van de geldigheidsduur mag echter niet meer bedragen dan vijftien dagen te rekenen van het ogenblik waarop door de verzekeraar of door de borg aan de bevoegde overheid van de Staat die het bewijs heeft uitgereikt wordt ter kennis gebracht dat de zekerheid niet meer geldig is of, ingeval het in paragraaf 5 van artikel 15 bedoeld bewijs van de verzekeraar werkelijk ingetrokken is, niet verder strekken dan de dag van die intrekking, zo deze vr de verstrijking van de termijn van vijftien dagen geschiedt.
  4. De verlenging van de geldigheidsduur der bij de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel voorziene zekerheid wordt slechts toegepast ten gunste van de persoon die de schade geleden heeft.
  5. De persoon die de schade geleden heeft kan, onverminderd de rauwvordering die bij krachtens de voor het verzekerings- of waarborgcontract geldende wetgeving kan uitoefenen een rauwvordering tegen de verzekeraar of tegen de borg slechts instellen in de volgende gevallen :
  (a) als de geldigheid van de zekerheid overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1 (a) en (b) van dit artikel verlengd wordt;
  (b) als de exploitant in staat van faillissement verklaard is.
  6. Buiten de in paragraaf 1 van dit artikel vermelde verweermiddelen, kan de verzekeraar of elk ander persoon die de aansprakelijkheid van de exploitant waarborgt zich noch op enigerlei oorzaak van nietigheid noch op een recht van regressieve verbreking beroepen in geval van rauwvordering, bij toepassing van dit Verdrag ingesteld door de persoon die de schade geleden heeft.
  7. De bepalingen van dit artikel lopen niet vooruit op de beslissing op de vraag of de verzekeraar dan wel de borg al dan niet een recht van verhaal op een ander persoon heeft.

  Art. 17. 1. Indien een zekerheid overeenkomstig paragraaf 4 van artikel 15 gesteld wordt, moet zij bijzonder en bij voorkeur bestemd zijn voor de betaling van de krachtens de bepalingen van dit Verdrag verschuldigde vergoedingen.
  2. De zekerheid wordt als toereikend beschouwd indien zij, in het geval van een exploitant van een enkel luchtvaartuig, gelijk is aan het overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 toepasselijk maximumbedrag en in het geval van een exploitant van verscheiden luchtvaartuigen, indien zij ten minste gelijk is aan het totaal der hoogste bedragen waarvoor de exploitant aansprakelijk is wegens de twee luchtvaartuigen waarop de hoogste maximumbedragen toepasselijk zijn.
  3. Zodra een eis tot vergoeding ter kennis van de exploitant gebracht is, zal de zekerheid moeten gebracht worden op een bedrag dat gelijk is aan het totaal der twee volgende sommen :
  (a) het bedrag der zekerheid die krachtens paragraaf 2 van dit artikel kan gevorderd worden en
  (b) het bedrag van de eis, voor zover deze het toepasselijk maximumbedrag der aansprakelijkheid niet te boven gaat.
  De bijkomende zekerheid zal moeten gehandhaafd blijven tot op het ogenblik dat de eis zal vereffend of definitief verworpen zijn.

  Art. 18. Elke som die een verzekeraar aan een exploitant verschuldigd is zal geenszins het voorwerp van een beslag of van een executiemaatregel vanwege de schuldeisers van de exploitant kunnen uitmaken, zolang de schuldvorderingen der krachtens dit Verdrag benadeelde derden niet zullen vereffend zijn.

  HOOFDSTUK IV. - Procedure voor schriften en termijnen.

  Art. 19. Indien de persoon die schade geleden heeft geen vordering tot schadevergoeding tegen de exploitant heeft ingesteld of indien hij deze laatste van zijn eis tot vergoeding niet binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het feit dat de schade heeft veroorzaakt is voorgevallen, kennis heeft gegeven, heeft de eiser slechts recht op vergoeding op het niet verdeeld gedeelte der vergoeding waarvoor de exploitant aansprakelijk blijft na de algehele vereffening van al de tijdens die termijn ingediende eisen.

  Art. 20. 1. Krachtens de bepalingen van dit Verdrag ingestelde rechtsvorderingen worden gebracht voor de rechtbanken van de verdragsluitende Staat waarin de schade veroorzaakt werd. Indien een of meer eisers en een of meer verweerders zich daartoe verstaan kunnen de vorderingen niettemin voor de rechtbanken van elk andere verdragsluitende Staat gebracht worden, zonder dat die procedures uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de rechten der personen die een vordering instellen in de Staat waarin de schade veroorzaakt werd. Partijen kunnen ook haar geschil aan scheidsrechterlijke uitspraak onderwerpen in een der verdragsluitende Staten.
  2. Elke verdragsluitende Staat zal al de nodige maatregelen nemen opdat de procedure ter kennis van de verweerder en van alle andere betrokken partijen gebracht worde en opdat deze belangen onder doelmatige en billijke voorwaarden kunnen verdedigen.
  3. Elke verdragsluitende Staat zal er in de mate van het mogelijke voor zorgen dat slechts n rechtbank in de loop van n enkel proces uitspraak doet over al de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde vorderingen inzake n en hetzelfde voorval.
  4. Wanneer een eindvonnis overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag door de bevoegde rechtbank gewezen wordt, zelfs bij verstek, en de tenuitvoerlegging daarvan in de bij de wet van die rechtbank voorziene vormen kan geist worden, is dat vonnis, na het vervullen van de formaliteiten die voorgeschreven zijn bij de wet van de verdragsluitende Staat of van elk grondgebied, van elke Staat of provincie deel uitmakende van die verdragsluitende Staat waarin de tenuitvoerlegging gevorderd wordt, executoir :
  (a) hetzij in de verdragsluitende Staat waar de in 't ongelijk gestelde partij metterwoon gevestigd is of haar hoofdzetel heeft;
  (b) hetzij in elk andere verdragsluitende Staat waar de in 't ongelijk gestelde partij goederen bezit, als de goederen die in de alinea (a) bedoelde Staat of in de Staat waarin het vonnis gewezen werd, bestaan ontoereikend zijn om de tenuitvoerlegging van het vonnis te verzekeren.
  5. In weerwil van de bepalingen van paragraaf 4 van dit artikel, kan de tenuitvoerlegging van het vonnis geweigerd worden indien aan de rechtbank, waarbij de eis tot tenuitvoerlegging aanhangig gemaakt is, het bewijs geleverd wordt van n der volgende feiten :
  (a) het vonnis werd bij verstek gewezen en de verweerder heeft van de tegen hem ingestelde vordering niet intijds kennis gekregen om er te kunnen op antwoorden;
  (b) de verweerder heeft zijn belangen niet onder doelmatige billijke voorwaarden kunnen verdedigen;
  (c) het vonnis heeft betrekking op een geschil dat reeds tussen dezelfde partijen het voorwerp heeft uitgemaakt van een vonnis dat of van een scheidsrechterlijke uitspraak die, volgens de wet van de Staat waarin de tenuitvoerlegging wordt gevorderd erkend is als hebbende kracht van gewijsde;
  (d) het vonnis werd verkregen ingevolge bedrieglijke praktijken van de ene of de andere partij;
  (e) de persoon die de tenuitvoerlegging vordert is daartoe niet bevoegd.
  6. De herziening van de zaak ten gronde is niet toegelaten in een overeenkomstig paragraaf 4 van dit artikel ingestelde tenuitvoerleggingsprocedure.
  7. De tenuitvoerlegging kan eveneens geweigerd worden indien het vonnis strijdig is met de openbare orde van de Staat waarin de tenuitvoerlegging gevorderd wordt.
  8. Indien, in een overeenkomstig paragraaf 4 van dit artikel ingestelde procedure, de tenuitvoerlegging van een vonnis om n van de in alina's (a), (b) of (d) van paragraagf 5 of in paragraaf 7 van dit artikel opgenoemde redenen geweigerd werd, heeft de eiser het recht een nieuwe rechtsvordering in te stellen voor de rechtbanken van de Staat waarin de tenuitvoerlegging is geweigerd geworden. Bij de te nemen beslissing zal geen vergoeding mogen toegekend worden die zodanig is dat het totaal der toegekende vergoedingen het krachtens de bepalingen van dit Verdrag toepasselijk hoogste bedrag der aansprakelijkheid te boven gaat. Voor deze nieuwe vordering zal het vroeger gewezen vonnis slechts een verweermiddel kunnen zijn, voor zover het ten uitvoer gelegd geworden is. Het vroeger vonnis houdt op uitvoerbaar te zijn vanaf het ogenblik waarop de nieuwe vordering ingesteld is.
  In weerwil van het bepaalde in artikel 21, zal het recht om krachtens deze paragraaf een nieuwe vordering in te stellen verjaren na n jaar, te rekenen van de datum waarop de eiser kennis gekregen heeft van de weigering tot tenuitvoerlegging van het vonnis.
  9. In weerwil van de bepalingen van paragraaf 4 van dit artikel, zal de rechtbank waarbij de eis tot tenuitvoerlegging werd aanhangig gemaakt de tenuitvoerlegging van elk vonnis, dat werd gewezen door een rechtbank van een andere Staat dan die waar de schade veroorzaakt werd, weigeren zolang al de in deze laatste Staat gewezen vonnissen niet zullen ten uitvoer gelegd geworden zijn.
  Zij zal ze eveneens weigeren zolang geen eindvonnissen gewezen werden in al de vorderingen die in de Staat waarin de schade veroorzaakt werd ingesteld werden door de personen die de bij artikel 19 voorziene termijn hebben in acht genomen, indien de verweerder bewijst dat het gezamenlijke der vergoedingen welke bij die vonnisen zouden kunnen toegekend worden het krachtens de bepalingen van dit Verdrag toepasselijk hoogste bedrag deze aansprakelijkheid zou te boven gaan.
  Evenzo zal, in geval van vorderingen ingesteld door de personen die de bij artikel 19 voorziene termijn in acht genomen hebben, die rechtbank, in de Staat waarin de schade veroorzaakt werd en wanneer het globaal bedrag der veroordelingen het toepasselijk hoogste bedrag der aansprakelijkheid te boven gaat, de tenuitvoerlegging niet bevelen vooraleer de vergoedingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 verminderd werden.
  10. Wanneer een vonnis uitvoerbaar verklaard is krachtens de bepalingen van dit artikel, is de veroordeling tot de kosten eveneens executoir. De rechtbank waarbij de eis tot tenuitvoerlegging werd aanhangig gemaakt kan echter, op verzoek van de in 't ongelijk gestelde partij, het bedrag van die kosten beperken tot tien ten honderd van de som waarvoor het vonnis uitvoerbaar verklaard werd. De kosten zijn niet begrepen in het maximumbedrag der aansprakelijkheid.
  11. De krachtens een vonnis te betalen vergoedingen zullen interest kunnen opbrengen tot beloop van ten hoogste vier ten honderd 's jaars te rekenen van de dag van het vonnis waarvan de tenuitvoerlegging bevolen is.
  12. De eisen tot tenuitvoerlegging van de in paragraaf 4 van dit artikel bedoelde vonnissen moeten ingediend worden binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij onherroepelijk geworden zijn.

  Art. 21. 1. De bij dit Verdrag voorziene vorderingen verjaren na twee jaar te rekenen van de dag waarop het feit dat de schade veroorzaakt heeft voorgevallen is.
  2. De oorzaken van schorsing of van stuiting van de in paragraaf 1 van dit artikel voorziene verjaring worden bepaald bij de wet van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig gemaakt is; de vordering is echter in alle geval niet meer ontvankelijk na verstrijking van drie jaar te rekenen van de dag waarop het feit dat de schade veroorzaakt heeft voorgevallen is.

  Art. 22. Bij overlijden van de aansprakelijke persoon wordt de bij de bepalingen van dit Verdrag voorziene vordering tot schadevergoeding tegen zijn rechthebbenden uitgeoefend.

  HOOFDSTUK V. - Toepassing van het Verdrag en algemene bepalingen.

  Art. 23. 1. Dit Verdrag geldt voor de in artikel 1 bedoelde schade die op het grondgebied van een verdragsluitende Staat werd veroorzaakt en te wijten is aan een binnen het grondgebied van een andere verdragsluitende Staat ingeschreven luchtvaartuig.
  2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een zich in volle zee bevindend schip of luchtvaartuig beschouwd als deel uit te maken van het grondgevied van de Staat waarbij het ingeschreven is.

  Art. 24. Dit Verdrag geldt niet voor de schade veroorzaakt aan een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig en aan de personen of goederen die zich aan boord van dat luchtvaartuig bevinden.

  Art. 25. Dit Verdrag geldt niet voor de op het aardoppervlak berokkende schade indien de aansprakelijkheid voor die schade geregeld is hetzij bij een contract tussen de persoon die de schade lijdt en de exploitant of de persoon die het recht had het luchtvaartuig te gebruiken op het ogenblik dat de schade veroorzaakt werd, hetzij bij de wet op arbeidsregeling die op de tussen die personen gesloten arbeidscontracten toepasselijk is.

  Art. 26. Dit Verdrag geldt niet voor de schade die door militaire, douane- of politieluchtvaartuigen veroorzaakt wordt.

  Art. 27. De verdragsluitende Staten zullen zoveel mogelijk de betaling, in de munt van de Staat waarin de schade veroorzaakt werd, van de krachtens de bepalingen van dit Verdrag verschuldigde vergoedingen vergemakkelijken.

  Art. 28. Indien in een verdragsluitende Staat wetgevende maatregelen noodzakelijk zijn om dit Verdrag uitwerking te doen hebben, moeten die maatregelen ter kennis worden gebracht van de Secretaris-Generaal der Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart.

  Art. 29. Zodra dit Verdrag in werking treedt, wordt het op 29 mei 1933, te Rome, getekend Internationaal Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake schade door luchtvaartuigen aan derden op het aardoppervlak veroorzaakt ingetrokken tussen de verdragsluitende Staten die ook dit Verdrag van Rome bekrachtigd hebben.

  Art. 30. Voor de toepassing van dit Verdrag betekent :
  - het woord " persoon ", elk natuurlijk of rechtspersoon, ook een Staat;
  - de uitdrukking " verdragsluitende Staat " elke Staat die het Verdrag bekrachtigd heeft of tot dit Verdrag toegetreden is en wiens opzegging nog geen uitwerking heeft;
  - de uitdrukking " grondgebied van een Staat ", niet alleen het grondgebied van het moederland van een Staat, doch ook al de gebiedsdelen die hij in de buitenlandse betrekkingen vertegenwoordigt, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 36.

  HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.

  Art. 31. Dit Verdrag kan door elke Staat worden ondertekend totdat het onder de bij artikel 33 voorziene voorwaarden in werking treedt.

  Art. 32. 1. Dit Verdrag dient door de ondertekende Staten bekrachtigd.
  2. De bekrachtigingsoorkonden zullen bij de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart nedergelegd worden.

  Art. 33. 1. Wanneer dit Verdrag door vijf ondertekende Staten zal bekrachtigd geworden zijn, zal het de negentigste dag na de datum van nederlegging der vijfde bekrachtigingsoorkonde tussen die Staten in werking treden. Voor iedere Staat die het naderhand zal bekrachtigen zal het de negentigste dag na de datum van nederlegging van de bekrachtigingsoorkonde van die Staat in werking treden.
  2. Zodra dit Verdrag in werking treedt, zal het door toedoen van de Secretaris-Generaal van de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart bij de Organisatie der Verenigde Naties geregistreerd worden.

  Art. 34. 1. Na de inwerkingtreding zal elke niet-ondertekende Staat tot dit Verdrag kunnen toetreden.
  2. Die toetreding zal geschieden door de nederlegging van een toetredingsoorkonde bij de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart en uitwerking hebben de negentigste dag na de datum van die nederlegging.

  Art. 35. 1. Elke verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen door middel van een kennisgeving aan de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart.
  2. Die opzegging zal uitwerking hebben zes maanden na de datum waarop de Organisatie de kennisgeving ontvangen heeft. Het Verdrag zal niettemin, alsof het niet opgezegd ware geworden, blijven gelden voor de in artikel 1 bedoelde schade die te wijten is aan een voorval dat zich vr het verstrijken van de periode van zes maanden voorgedaan heeft.

  Art. 36. 1. Dit Verdrag geldt voor al de gebiedsdelen welke een verdragsluitende Staat in de buitenlandse betrekkingen vertegenwoordigt, uitgezonderd voor de gebiedsdelen ten aanzien waarvan overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel of van paragraaf 3 van artikel 37 een verklaring werd afgelegd.
  2. Elke Staat kan op het ogenblik van het nederleggen van zijn bekrachtigings- of toetredingsoorkonde verklaren dat zijn aanvaarding van dit Verdrag niet geldt voor een of meer van de gebiedsdelen die hij in de buitenlandse betrekkingen vertegenwoordigt.
  3. Elke verdragsluitende Staat kan naderhand aan de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart ter kennis brengen dat dit Verdrag ook zal gelden voor al of voor een van de gebiedsdelen waarvoor de in paragraaf 2 van dit artikel of in paragraaf 3 van artikel 37 voorziene verklaring afgelegd werd. Die kennisgeving zal uitwerking hebben negentig dagen na de datum waarop de Organisatie ze ontvangen heeft.
  4. Elke Verdragsluitende Staat kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35, dit Verdrag afzonderlijk opzeggen voor al of voor n van de gebiedsdelen welke die Staat in de Buitenlandse betrekkingen vertegenwoordigt.

  Art. 37. 1. Wanneer het grondgebied van een verdragsluitende Staat geheel of gedeeltelijk aan een niet verdragsluitende Staat wordt overgedragen, geldt dit Verdrag niet meer voor het overgedragen grondgebied vanaf de datum der overdracht.
  2. Wanneer een gedeelte van het grondgebied van een verdragsluitende Staat een onafhankelijke Staat wordt die verantwoordelijk is voor zijn buitenlandse betrekking geldt dit Verdrag niet meer voor het grondgebied dat een onafhankelijke Staat geworden is, en zulks vanaf de datum waarop het onafhankelijk wordt.
  3. Wanneer het grondgebied van een Staat geheel of gedeeltelijk aan een verdragsluitende Staat wordt overgedragen, geldt dit Verdrag voor het overgedragen grondgebied vanaf de datum der overdracht. Indien echter het overgedragen grondgebied geen deel van het grondgebied van het moederland van bedoelde verdragsluitende Staat wordt, kan deze laatste, vr of op het ogenblik van de overdracht, door middel van een kennisgeving aan de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart verklaren dat het Verdrag niet voor het overgedragen grondgebied geldt, tenware een kennisgeving in de zin van paragraaf 3 van artikel 36 gedaan wordt.

  Art. 38. De Secretaris-Generaal van de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart moet aan al de ondertekenende of toetredende Staten, alsmede aan al de leden der Organisatie of der Verenigde Naties kennis geven :
  (a) van de datum van nederlegging van elke bekrachtigings- of toetredingsoorkonde, en wel binnen dertig dagen na de datum van die nederlegging;
  (b) van de datum van ontvangst van elke opzegging of van elke verklaring of kennisgeving overeenkomstig artikelen 36 of 37, en wel binnen dertig dagen na de datum van die ontvangst.
  De Secretaris-Generaal van de Organisatie moet aan die Staten eveneens kennis geven van de datum waarop het Verdrag overeenkomstig paragraaf 1 van artikel 33 in werking getreden is.

  Art. 39. Dit Verdrag moet zonder enig voorbehoud goedgekeurd worden.
  Dit Verdrag zal nedergelegd worden bij de Organisatie voor de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, waar het overeenkomstig artikel 31 zal kunnen ondertekend worden, en de Secretaris-Generaal van de Organisatie zal daarvan gewaarmerkte afschriften moeten zenden aan al de ondertekenende of toetredende Staten, alsmede aan al de Staten die lid zijn van de Organisatie of van de Verenigde Naties.

  BIJLAGE.

  Art. N. Lijst der gebonden landen.

  STATEN                    DATUM VAN         DATUM VAN
                          BEKRACHTIGING  (B)  INWERKING-     ZIE CN-NUMMER
                          OF TOETREDING  (T)   TREDING
  ---------------------------------------------------------------------------
  ALGERIE                  13.04.1964    (T)   12.07.1964  %%1952-10-07/31%%
  ARGENTINIE               26.09.1972    (B)   25.12.1972  %%1952-10-07/47%%
  AUSTRALIE                10.11.1958    (B)   08.02.1959  %%1952-10-07/30%%
  BELGIE                   11.08.1966    (B)   09.11.1966  %%1952-10-07/30%%
  BRAZILIE                 19.12.1962    (B)   19.03.1963  %%1952-10-07/32%%
  CANADA                   16.01.1956    (B)   04.02.1958  %%1952-10-07/30%%
  CEYLON                   31.03.1959    (T)   29.06.1959  %%1952-10-07/30%%
  CUBA                     08.09.1965    (T)   07.12.1965  %%1952-10-07/30%%
  ECUADOR                  12.05.1958    (T)   10.08.1958  %%1952-10-07/30%%
  EL SALVADOR              13.02.1980    (T)   13.05.1980  %%1952-10-07/41%%
  GABON                    14.01.1970    (T)   14.04.1970  %%1952-10-07/39%%
  HAITI                    24.03.1961    (T)   22.06.1961  %%1952-10-07/30%%
  HONDURAS                 05.10.1960    (T)   03.01.1961  %%1952-10-07/30%%
  IRAK                     19.07.1972    (T)   17.10.1972  %%1952-10-07/48%%
  ITALIE                   10.10.1963    (B)   08.01.1964  %%1952-10-07/33%%
  KAMEROEN                 23.07.1969    (T)   21.10.1969  %%1952-10-07/38%%
  KOEWEIT                  27.11.1979    (T)   25.02.1980  %%1952-10-07/42%%
  LUXEMBURG                19.02.1957    (B)   04.02.1958  %%1952-10-07/30%%
  MALI                     28.12.1961    (T)   28.03.1962  %%1952-10-07/30%%
  MAROKKO                  31.03.1964    (T)   29.06.1964  %%1952-10-07/30%%
  MAURITANIE               23.07.1962    (T)   21.10.1962  %%1952-10-07/34%%
  NIGER                    27.12.1962    (T)   27.03.1963  %%1952-10-07/35%%
  NIGERIA                  06.03.1970    (T)   04.06.1970  %%1952-10-07/40%%
  PAKISTAN                 06.11.1957    (B)   04.02.1958  %%1952-10-07/30%%
  PAPOEASIE-NIEUW-GUINEA   06.11.1975                      %%1952-10-07/46%%
  PARAGUAY                 26.05.1969    (T)   24.08.1969  %%1952-10-07/37%%
  RWANDA                   17.05.1971    (T)   15.08.1971  %%1952-10-07/49%%
  SEYCHELLEN               15.09.1980    (T)   14.12.1980  %%1952-10-07/43%%
  SPANJE                   01.03.1957    (B)   04.02.1958  %%1952-10-07/30%%
  TOGO                     02.07.1980    (T)   30.09.1980  %%1952-10-07/44%%
  TUNESIE                  16.09.1963    (T)   15.12.1963  %%1952-10-07/36%%
  URUGUAY                  08.11.1978    (T)   06.02.1979  %%1952-10-07/45%%
  VERENIGDE ARAB. REP.     23.02.1954    (B)   04.02.1958  %%1952-10-07/30%%


Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Staten die dit Verdrag ondertekenen
   Bezield met het verlangen een billijke vergoeding toe te kennen aan de personen aan wie op het aardoppervlak schade door buitenlandse luchtvaartuigen veroorzaakt werd, en tevens de omvang der voor dergelijke schade opgelopen aansprakelijkheid binnen redelijke perken te houden ten einde de uitbreiding van het internationaal luchtvervoer niet te belemmeren, en ook
   Er van overtuigd dat het noodzakelijk is in de ruimste mate mogelijk, door middel van een internationaal verdrag, eenheid te brengen in de voorschriften die in de onderscheiden landen van de wereld gelden op het stuk van voor dergelijke schade opgelopen aansprakelijkheid,
   .....

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie