J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
29 MEI 1933. - Verdrag tot het brengen van eenheid in eenige bepalingen inzake conservatoir beslag op luchtvaartuigen.

Bron :
BUITENLANDSE ZAKEN.BUITENLANDSE HANDEL
Publicatie : 14-02-1937 nummer :   1933052951 bladzijde : 823
Dossiernummer : 1933-05-29/30
Inwerkingtreding : 12-01-1937

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-15
BIJLAGEN.
Art. N1

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich de noodige maatregelen te nemen ten einde de in dit Verdrag gestelde regels tot gelding te brengen.

  Art. 2. (1) In den zin van dit Verdrag verstaat men onder conservatoir beslag elke handeling, hoe ook genaamd, waardoor een luchtvaartuig in een particulier belang door tusschenkomst van gerechtsdienaren of van dienaren van het openbaar bestuur, hetzij ten behoeve van een schuldeischer, hetzij ten behoeve van den eigenaar van of de rechthebbende op een op het luchtvaartuig rustend zakelijk recht, in beslag wordt genomen, zonder dat de beslaglegger een tevoren, langs den gewonen rechtsweg verkregen, voor ten uitvoerlegging vatbaar vonnis of een gelijkwaardigen executorialen titel kan inroepen.
  (2) In geval de van toepassing zijnde wet aan den schuldeischer, die het luchtvaartuig zonder toestemming van den houder onder zich houdt, een referentierecht toekent, wordt de uitoefening van dat recht voor de toepassing van dit Verdrag gelijkgesteld met conservatoir beslag en onderworpen aan het door dit Verdrag voorziene stelsel.

  Art. 3. (1) Voor een conservatoir beslag zijn niet vatbaar :
  a) De luchtvaartuigen, welke bij uitsluiting zijn bestemd voor een Staatsdienst, met inbegrip van postvervoer, doch met uitsluiting van handelsdoeleinden;
  b) De luchtvaartuigen, welke daadwerkelijk in dienst zijn gesteld op een geregelde luchtlijn van openbaar vervoer en de daardoor onontbeerlijke reserve-luchtvaartuigen;
  c) Elk ander luchtvaartuig, dat dient voor het vervoer van personen of goederen tegen betaling, wanneer het gereed staat voor zulk een vervoer te vertrekken, behalve ingeval het beslag wordt gelegd voor een schuld, aangegaan ten behoeve van de reis, welke het luchtvaartuig op het punt staat te ondernemen, of een vordering, welke tijdens de reis is ontstaan.
  (2) De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing ten aanzien van conservatoir beslag, hetwelk wordt gelegd door den eigenaar, wien door een onrechtmatige handeling het bezit van zijn luchtvaartuig is ontnomen.

  Art. 4. (1) Ingeval het beslag niet verboden is of wanneer, in geval van onvatbaarheid van het luchtvaartuig voor beslag, de houder zich daarop niet beroept, verhindert een voldoende zekerheidsstelling het conservatoir beslag en geeft die recht op onmiddelllijke opheffing.
  (2) De zekerheidsstelling is voldoende, indien zij het bedrag der schuldvordering en de kosten dekt en uitsluitend is bestemd voor de betaling van den schuldeischer, of indien zij de waarde van het luchtvaartuig dekt, ingeval deze geringer is dan het bedrag van de schuld en de kosten.

  Art. 5. In alle gevallen zal door een eenvoudigen en snellen rechtsgang worden beslist over het verzoek om opheffing van het conservatoir beslag.

  Art. 6. (1) Indien is overgegaan tot beslag op een luchtvaartuig, dat volgens de bepalingen van dit Verdrag niet vatbaar is voor beslag of indien de schuldenaar een zekerheid heeft moeten stellen om er het beslag van het verhinderen of daarvan opheffing te verkrijgen, is de beslaglegger, volgens de wet van de plaats van den rechtsgang aansprakelijk voor de schade, welke daaruit voor den houder of den eigenaar voortspruit.
  (2) Dezelfde regel is van toepassing ingeval zonder gegronde reden conservatoir beslag is gelegd.

  Art. 7. Dit Verdrag is niet van toepassing noch ten aanzien van conservatoire maatregelen ter zaken van faillissement, noch ten aanzien van conservatoire maatregelen, welke in geval van overtreding van douane-, straf- of politievoorschriften worden toegepast.

  Art. 8. Dit Verdrag vormt geen beletstel tegen de toepassing tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen van internationale verdragen, welke een ruimere onvatbaarheid voor beslag voorzien.

  Art. 9. (1) Dit Verdrag is van toepassing op het grondgebied van elke der Hooge Verdragsluitende Partijen ten aanzien van elk luchtvaartuig, dat binnen het grondgebied van een andere Hooge Verdragsluitende Partij is ingeschreven.
  (2) De uitdrukking " grondgebied van een Hooge Verdragsluitende Partij " omvat elk grondgebied, dat is onderworpen aan het souverein gezag, de suzereiniteit, het protectoraat, het mandaat of het gezag van die Hooge Verdragsluitende Partij, en voor hetwelk laatstbedoelde bij dit Verdrag partij is.

  Art. 10. Dit Verdrag is gesteld in de Fransche taal in ťťn enkel exemplaar, dat zal blijven berusten in de archieven van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken van het Koninkrijk ItaliŽ en waarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift door de zorg der Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ aan elk der belanghebbende Regeeringen zal worden overgelegd.

  Art. 11. Dit Verdrag zal bekrachtigd worden. De bekrachtigingsoorkonden zullen worden nedergelegd in de archieven van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken van het Koninkrijk ItaliŽ, dat van die nederlegging kennis zal geven aan elke der belanghebbende Regeeringen.
  (2) Zoodra vijf bekrachtigingen zullen zijn nedergelegd, zal het Verdrag tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen, welke het hebben bekrachtigd, in werking treden op den negentigsten dag na de nederlegging van de vijfde bekrachtiging. Elke bekrachtiging waarvan de nederlegging later geschiedt, zal negentig dagen na die nederlegging van kracht worden.
  (3) De Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ behoort aan elk der belanghebbende Regeeringen kennis te geven van den datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

  Art. 12. (1) Dit Verdrag zal na zijn inwerkingtreding voor toetreding zijn opengesteld.
  (2) De toetreding heeft plaats door een kennisgeving, gericht tot de Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ, welke daarvan mededeeling zal doen aan elke der belanghebbende Regeeringen.
  (3) De toetreding wordt van kracht te rekenen van den negentigsten dag na de aan de Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ gedane kennisgeving.

  Art. 13. (1) Elke der Hooge Verdragsluitende Partijen kan dit Verdrag opzeggen door eene kennisgeving, gedaan aan de Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ, welke daarvan onmiddellijk mededeeling zal doen aan elke der belanghebbende Regeeringen.
  (2) De opzegging wordt van kracht zes maanden na de kennisgeving van de opzegging en enkel ten aanzien van de Partij, welke daartoe is overgegaan.

  Art. 14. (1) De Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen ten tijde van de onderteekening, van de nederlegging van de bekrachtigingsoorkonde of van haar toetreding, verklaren, dat het aanvaarden van dit Verdrag niet geldt ten aanzien van het geheel of van een gedeelte van hare koloniŽn, protectoraten, overzeesche gebieden, mandaatsgebieden of eenig ander gebied, onderworpen aan hare souvereniteit, gezag of suzereiniteit.
  (2) De Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen later aan de Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ kennis geven, dat zij de bedoeling hebben dit Verdrag van toepassing te doen zijn ten aanzien van het geheel of een gedeelte van hare koloniŽn, protectoraten, overzeesche gebieden, mandaatsgebieden, of eenig ander gebied, onderworpen aan haar souvereiniteit, gezag, of suzereiniteit, dat aldus niet begrepen was onder haar oorspronkelijke verklaring.
  (3) Zij kunnen op elk oogenblik aan de Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ kennis geven, dat zij de bedoeling hebben de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van het geheel of een gedeelte van haar koloniŽn, protectoraten, overzeesche gebiedsdeelen, mandaatsgebieden of eenig ander gebied, onderworpen aan haar souverainiteit, gezag of suzerainiteit te doen ophouden.
  (4) De Regeering van het Koninkrijk ItaliŽ zal elke der belanghebbende Regeeringen in kennis stellen van de kennisgevingen, welke overeenkomstig de beide voorafgaande alinea's zijn gedaan.

  Art. 15. Elke der Hooge Verdragsluitende Partijen heeft de bevoegdheid, maar zulks niet eerder dan twee jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag, het bijeenkomen van een nieuwe Internationale Conferentie uit te lokken, met het doel de verbeteringen na te gaan, welke in dit Verdrag zouden kunnen worden aangebracht. Zij zal zich te dien einde wenden tot de Regeering der Fransche Republiek, welke de maatregelen zal treffen noodig om die Conferentie voor te bereiden.
  Dit Verdrag, gesloten te Rome op den 29n Mei 1933, blijft open voor onderteekening tot den 1n Januari 1934.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. De nederlegging van de akte der bekrachtiging door BelgiŽ van deze overeenkomst heeft te Rome plaats gehad op 14 October 1936.
  Lijst der gebonden landen.

  STATEN                  DATUM VAN            DATUM VAN
                        BEKRACHTIGING   (B)    INWERKING      ZIE CN-NUMMER
                        OF TOETREDING   (T)     TREDING
  ---------------------------------------------------------------------------
  ALGERIJE                23.07.1964    (T)    21.10.1964   %%1933-05-29/50%%
  BELGIE                  14.10.1936    (B)    12.01.1937   %%1933-05-29/30%%
  BONDSREP. DUITSLAND (wederinwerkingstelling) 01.05.1952   %%1933-05-29/43%%
  BRAZILIE                19.08.1938    (B)    17.11.1938   %%1933-05-29/33%%
  CENTRAALAFRIKAANSE REP. 10.06.1969    (T)    08.09.1969   %%1933-05-29/55%%
  DENEMARKEN              31.01.1939    (B)    01.05.1939   %%1933-05-29/34%%
  EGYPTE                  07.06.1971    (T)    05.09.1971   %%1933-05-29/56%%
  FINLAND                 30.10.1953    (T)    28.01.1954   %%1933-05-29/42%%
  GUATEMELA               06.07.1939    (B)    04.10.1939   %%1933-05-29/37%%
  HAITI                   19.01.1961    (T)    19.04.1961   %%1933-05-29/44%%
  HONGARIJE               15.05.1937    (B)    13.08.1937   %%1933-05-29/31%%
  ISLAM. REP. MAURITANIE  04.08.1962    (T)    02.11.1962   %%1933-05-29/47%%
  IVOORKUST               23.08.1965    (T)    21.11.1965   %%1933-05-29/53%%
  MALI                    20.12.1960    (T)    20.03.1962   %%1933-05-29/45%%
  NEDERLAND               28.01.1938    (B)    27.04.1938   %%1933-05-29/32%%
  NIGER                   09.10.1964    (T)    07.01.1965   %%1933-05-29/48%%
  NOORWEGEN               22.06.1939    (B)    20.09.1939   %%1933-05-29/38%%
  POLEN                   31.08.1937    (B)    29.11.1937   %%1933-05-29/39%%
  REP. KONGO              09.08.1962    (T)    07.11.1962   %%1933-05-29/46%%
  ROEMENIE                23.03.1935    (B)                 %%1933-05-29/40%%
  RWANDA                  01.12.1964    (T)    01.03.1965   %%1933-05-29/52%%
  SPAANSE ZONE MAROKKO    28.06.1934    (B)                 %%1933-05-29/36%%
  SPANJE                  28.06.1934    (B)                 %%1933-05-29/35%%
  SENEGAL                 01.09.1964    (T)    01.12.1964   %%1933-05-29/51%%
  TUNESIE                 05.05.1966    (T)    03.08.1966   %%1933-05-29/54%%
  ZWEDEN                  31.01.1939    (T)    01.05.1939   %%1933-05-29/49%%
  ZWITSERLAND             15.12.1949    (B)    15.03.1949   %%1933-05-29/41%%


Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Zijne Majesteit de Koning van AlbaniŽ, de President van het Duitsche Reich, de President der Vereenigde Staten van Amerika, de Bondspresident der Oostenrijksche Republiek, Zijne Majesteit de Koning der Belgen, de President der Vereenigde Staten van BraziliŽ, de President der Chileensche Republiek, de President van de Nationalistische Regeering der Chineesche Republiek, de President der Columbiaansche Republiek, de President der Cubaansche Republiek, Zijne Majesteit de Koning van Denemarken en van Ijsland, de President der Republiek Ecuador, de President der Republiek El Salvador, de President der Spaansche Republiek, de President der Finsche Republiek, de President der Fransche Republiek, Zijne Majesteit de Koning van Groot-BrittanniŽ, van Ierland en van de Overzeesche Britsche Grondgebieden, Keizer van IndiŽ, de President der Republiek Guatemala, de President der Helleensche Republiek, de President der Republiek Honduras, Zijne Doorluchtige Hoogheid de Regent van het Koninkrijk Hongarije, Zijne Majesteit de Koning van ItaliŽ, Zijne Majesteit de Keizer van Japan, de President der Litausche Republiek, de President der Vereenigde Staten van Mexico, de President der Republiek Nicaragua, Zijne Majesteit de Koning van Noorwegen, Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, de President der Poolsche Republiek, de President der Portugeesche Republiek, Zijne Majesteit de Koning van RoemeniŽ, de President der Republiek San-Domingo, de Kapiteins-Regenten van de Doorluchtige Republiek San Marino, Zijne Heiligheid de Paus, Zijne Majesteit de Koning van Zweden, de Zwitsersche Bondsraad, de President der Tsjechoslowaksche Republiek, de President der Turksche Republiek, het Centraal Uitvoerend Comitť van de Unie der Socialistische Sovjet-republieken, de President der Vereenigde Staten van Venezuela, Zijne Majesteit de Koning van JoegoslaviŽ, het nut hebbende erkend om eenige eenvormige bepalingen te aanvaarden inzake conservatoir beslag op luchtvaartuigen, hebben tot dat doel ieder hunne Gevolmachtigden aangewezen, die na daartoe behoorlijk te zijn gemachtigd, het volgende Verdrag hebben gesloten en geteekend :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie