Einde Preambule
Inhoudstafel Handtekening
Gearchiveerde versie nr  1

Titel
27 MEI 2019. -Ministerieel besluit houdende uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 tot invoering van een premieregeling voor de uitvoering van een audit, van de rapporten over de opvolging van de werken ervan en van de investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning

Dossiernummer : 2019-05-27/07

Nota
Gewijzigd bij   MINISTERIEEL BESLUIT  van  20-08-2019   gepubl. op   29-10-2019
      Art. 3,§1
   Van kracht tot   21-08-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Steun voor de uitvoering van een audit en energiebesparende investeringen en renovatie van een woning
Afdeling 1. - Het auditrapport
Art. 4
Afdeling 2. - De dakwerken
Art. 5-7
Afdeling 3. - Droogmaking, stabilisatie en sanering van de muren en de bodem
Onderafdeling 1. - Droogmaking van de muren
Art. 8
Onderafdeling 2. - Versterking van onstabiele buitenmuren of vernieling en volledige heropbouw van deze muren
Art. 9
Onderafdeling 3. - Vervanging van de dragers (balklagen, holle vloerplaten, enz...) van de doorloopruimtes in één of meer lokalen
Art. 10
Onderafdeling 4. - Werken ter verwijdering van de huiszwam of van elke schimmel met soortgelijke gevolgen, door vervanging of behandelingen van de aangetaste onroerende bestanddelen
Art. 11
Onderafdeling 5. - Werken van aard om het radon te verwijderen
Art. 12
Afdeling 4. - Aanpassing van de elektriciteits- en gasinstallatie
Art. 13-14
Afdeling 5. - Investeringen betreffende de verbetering van de energieprestatie van de enveloppe
Onderafdeling 1. - Isolatie van het dak, de muren en de vloer
Art. 15
Onderafdeling 2. - Vervanging van schrijnwerk of glaswerk
Art. 16
Afdeling 6. - Systemen
Onderafdeling 1. - De systemen voor de productie van warmte en sanitair warm water
Art. 17-20
Onderafdeling 2. - Ventilatiesystemen
Art. 21
Onderafdeling 3. - Verhoging van het productie-, distributie-, opslag- en emissierendement van verwarmingsinstallaties, met uitzondering van de vervanging, afstelling of het onderhoud van toestellen met vloeibare of gasachtige brandstoffen en de verbrandingscomponenten daarvan
Art. 22
Onderafdeling 4. - Verhoging van de efficiëntie van de productie, de distributie en de opslag van sanitair warmwaterinstallaties, met uitzondering van de vervanging, de aanpassing of het onderhoud van autonome of gecombineerde producenten van vloeibare of gasachtige brandstof en de verbrandingscomponenten daarvan
Art. 23
HOOFDSTUK III. - Investeringen in dakisolatie in het kader van een renopack
Art. 24
HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling
Art. 25
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin

  HOOFDSTUK I. - Algemeen
  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de biomassa : de plantaardige grondstoffen;
  2° de thermische transmissiecoëfficiënt van de wand, U : hoeveelheid warmte die in een stationaire toestand doorheen een vlak constructiedeel gaat, per eenheid van oppervlakte, gedeeld door de eenheid van temperatuurverschil tussen de omgevingen aan beide zijden van het constructiedeel, in W/m2K;
  3° de eindenergie : het energieverbruik van een gebouw, waarbij rekening wordt gehouden met de netto behoefte aan verwarming en de productie van sanitair warm water, het rendement van verwarmingssystemen, de productie van sanitair warm water en hulpvoorzieningen, en eventueel het rendement van een airconditioningsysteem, plus de productie van thermische zonnepanelen;
  4° de functionaliteit op aanvraag : de mogelijkheid om de ventilatiedebieten te variëren met behulp van collectoren in functie van de behoeften zoals bepaald in de bijlage bij het ministerieel besluit van 16 oktober 2015 tot bepaling van de waarden van de verminderingsfactor voor de ventilatie bedoeld in bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
  5° het transmissieverlies : de hoeveelheid warmte, in stationaire toestand, die door de muren van het gebouw stroomt, die de binnen- en buitenomgeving van elkaar scheidt, een onverwarmde ruimte of niet vorstvrije ruimte;
  6° de warmteterugwinning : een vorm van warmteoverdracht tussen de afvoer- en verse luchtstromen in het gebouw;
  Met betrekking tot paragraaf 1, 3°, houdt deze eindenergie geen rekening met de omzettingsrendementen van de energievectoren en de zelfproductie van fotovoltaïsche zonnepanelen.
  7° de Verordening 812 : de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 812/2013 van de Commissie van 18 februari 2013 ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van waterverwarmingstoestellen, warmwatertanks en pakketten van waterverwarmingstoestellen en zonne-energie-installaties betreft;
  8° de Verordening 813 : de Verordening (EU) nr. 813/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft;
  9° de verordening 814 : de Verordening (EU) nr. 814/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor waterverwarmingstoestellen en warmwatertanks betreft.
  10° De Mededeling 2014/C 207/02 : de Mededeling 2014/C 207/02 van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 813/2013 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft, en van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 811/2013 van de Commissie ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van ruimteverwarmingstoestellen, combinatieverwarmingstoestellen, pakketten van ruimteverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties en pakketten van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties betreft;
  10° de Mededeling 2014/C 207/03 : de Mededeling 2014/C 207/03 van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 814/2013 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor waterverwarmingstoestellen en warmwatertanks betreft, en van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 812/2013 van de Commissie ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van waterverwarmingstoestellen, warmwatertanks en pakketten van waterverwarmingstoestellen en zonne-energie-installaties betreft.
  Art. 2. Alle investeringen bedoeld in dit besluit voldoen aan de voorschriften van het koninklijk besluit van 29 januari 2007 betreffende de beroepsbekwaamheid voor de uitoefening van zelfstandige activiteiten van het bouwvak en van de elektrotechniek, alsook van de algemene aanneming.
  Art. 3. § 1. Met uitzondering van de in artikel 5 bedoelde premie moet de woning waarvoor de premie wordt betaald, voldoen aan de volgende minimumeisen inzake veiligheid, dichtheid en stabiliteit :
  1° de conformiteit van de elektrische installatie met de geldende reglementeringen;
  2° de conformiteit van de gasinstallatie met de geldende reglementeringen;
  3° de vrijstelling van bewezen besmetting van huiszwam of schimmels met soortgelijke gevolgen;
  4° de stabiliteit van de draagstructuur van het gebouw, met inbegrip van vloeren, muren, vloeren, plafonds, trappen, dakstructuur en funderingen
  5° het waterdicht maken van de dakbedekking
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, als de woning waarvoor de premie wordt betaald niet is bezet op de datum van de registratie van het auditrapport door de auditor, worden de minimale eisen bepaald in paragraaf 1, 1° en 2°, nageleefd op het ogenblik van de bezetting en uiterlijk binnen vierentwintig maanden na de registratie van het eerste rapport over de opvolging van de werken.
  Alvorens de woning waarvoor de premie wordt betaald, te bezetten en uiterlijk 24 maanden na de registratie van het eerste rapport over de opvolging van de werken, levert de aanvrager aan de administratie het bewijs dat aan de in het paragraaf 1, 1° en 2° bedoelde minimumeisen is voldaan, door overlegging van conformiteitsattesten.
  § 3. De minimale bewoonbare oppervlakte van de woning waarvoor de premie wordt betaald is 15 m2.
  HOOFDSTUK 2. - Steun voor de uitvoering van een audit en energiebesparende investeringen en renovatie van een woning
  Afdeling 1. - Het auditrapport
  Art. 4. Een premie wordt toegekend voor de voltooiing van het rapport over de basismodule van een audit van het type 1, 2, 3 of 4, uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning en de artikelen 2 tot en met 5 van het ministerieel besluit van 27 mei 2019 tot bepaling van de verschillende categorieën energie-audit bedoeld in artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning. Het basisbedrag van de premie is 110 euro.
  Afdeling 2. - De dakwerken
  Art. 5. Er wordt een premie toegekend voor de vervanging van de dakbedekking.
  Het basisbedrag van de premie is 6 euro per m2 vervangen dakbedekkingsoppervlak.
  Art. 6. Er wordt een premie toegekend voor de aanpassing van het gebinte.
  Het basisbedrag van de premie is 250 euro.
  Art. 7. Er wordt een premie toegekend voor de vervanging van een voorziening voor de opvang of de afvoer van het regenwater, met uitzondering van opslagvoorzieningen.
  Het basisbedrag van de premie is 100 euro.
  Afdeling 3. - Droogmaking, stabilisatie en sanering van de muren en de bodem
  Onderafdeling 1. - Droogmaking van de muren
  Art. 8. § 1. Een premie wordt toegekend voor de droogmaking van de muren om de volgende waterdichtingsfouten te verhelpen :
  1° infiltratie (buitenmuren);
  2° opstijgend vocht.
  Het basisbedrag van de premie voor de investeringen bedoeld in lid 1, 1°, bedraagt 5 euro per m2 gedroogde oppervlakte.
  Het basisbedrag van de premie voor de investeringen bedoeld in lid 1, 2°, bedraagt 6 euro per strekkende meter muurvoet.
  Onderafdeling 2. - Versterking van onstabiele buitenmuren of vernieling en volledige heropbouw van deze muren
  Art. 9. Er wordt een premie toegekend voor de versterking van onstabiele buitenmuren of de vernieling en de volledige heropbouw van deze muren.
  Het basisbedrag van de premie is 8 euro per m2.
  Onderafdeling 3. - Vervanging van de dragers (balklagen, holle vloerplaten, enz...) van de doorloopruimtes in één of meer lokalen
  Art. 10. Er wordt een premie toegekend voor de vervanging van de dragers van de doorloopruimtes in één of meer lokalen met inbegrip van de vervanging van de doorloopruimtes en de onderlagen, alsmede van de plinten, als gevolg van de vervanging van de dragers.
  De premie voor de vervanging van de doorloopruimtes en de onderlagen, alsmede van plinten die het gevolg zijn van thermische isolatiewerkzaamheden aan de vloerplaat, mag niet worden gecumuleerd met de premie voor de vervanging van doorloopruimtess en onderlagen, alsmede van de plinten bedoeld in het eerste lid.
  Het basisbedrag van de premie is 5 euro per m2.
  Onderafdeling 4. - Werken ter verwijdering van de huiszwam of van elke schimmel met soortgelijke gevolgen, door vervanging of behandelingen van de aangetaste onroerende bestanddelen
  Art. 11. Er wordt een premie toegekend voor de uitvoering van werken ter verwijdering van de huiszwam of van elke schimmel met soortgelijke gevolgen, door vervanging of behandelingen van de aangetaste onroerende bestanddelen
  Het basisbedrag van de premie is 250 euro.
  Onderafdeling 5. - Werken van aard om het radon te verwijderen
  Art. 12. Er wordt een premie toegekend voor de uitvoering van werken van aard om het radon te verwijderen, voor zover deze werken door de bevoegde overheid worden aanbevolen.
  Het basisbedrag van de premie is 250 euro.
  Afdeling 4. - Aanpassing van de elektriciteits- en gasinstallatie
  Art. 13. Er wordt een premie toegekend voor de aanpassingswerken van de elektriciteitsinstallatie
  Het basisbedrag van de premie is 200 euro.
  Art. 14. Er wordt een premie toegekend voor de aanpassingswerken van de gasinstallatie
  Het basisbedrag van de premie is 200 euro.
  Afdeling 5. - Investeringen betreffende de verbetering van de energieprestatie van de enveloppe
  Onderafdeling 1. - Isolatie van het dak, de muren en de vloer
  Art. 15. § 1. Er wordt een premie toegekend voor de thermische isolatie van het dak of het dakgebinte in contact met de buitenomgeving of een onverwarmde of niet-vorstbestendige ruimte, op voorwaarde dat de wand geïsoleerd wordt door middel van isolatiemateriaal, waardoor een maximale thermische transmissiecoëfficiënt van de wand, U van 0,20 W/m2K of minder bereikt kan worden.
  § 2. Er wordt een premie toegekend voor de thermische isolatie van de muren of de vloer in contact met de buitenomgeving of een onverwarmde of niet-vorstbestendige ruimte, op voorwaarde dat de wand geïsoleerd wordt door middel van isolatiemateriaal, waardoor een maximale thermische transmissiecoëfficiënt van de wand, U van 0,24 W/m2K of minder bereikt kan worden.
  § 3. Er wordt een premie toegekend voor de vervanging van de doorloopruimtes en de onderlagen, alsmede van de plinten in het geval van een thermische isolatie aan de vloerplaat.
  § 4. Het basisbedrag van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde premie bedraagt 0,15 EUR per bespaarde kWh op het niveau van de transmissieverliezen, overeenkomstig de berekening vastgelegd in artikel 14 van het ministerieel besluit van 27 mei 2019 tot bepaling van de procedure voor de aanvraag en de uitvoering van een rapport over de opvolging van de werken. Dit bedrag wordt verhoogd met 25 % indien het biogebaseerde gehalte van het bij de investering gebruikte product, gemeten overeenkomstig de norm prEN 16785-2 : 2018, 70 % of meer bedraagt. Het bewijs wordt geleverd door een externe audit, uitgevoerd volgens de norm EN 17 065.
  Het basisbedrag van de premie bedoeld in paragraaf 3 is 5 euro per m2.
  Onderafdeling 2. - Vervanging van schrijnwerk of glaswerk
  Art. 16. Er wordt een premie toegekend voor de vervanging van schrijnwerk of glaswerk in contact met de buitenomgeving of een onverwarmde of niet-vorstbestendige ruimte.
  Aan het einde van de werkzaamheden moet het schrijnwerk, d.w.z. de deuren en het raamwerk, voldoen aan een thermische transmissiecoëfficiënt voor het raam of de deur Uw gelijk aan of minder dan 1,5 W/m2K. Het glaswerk dat in het buitenschrijnwerk aangebracht wordt voldoet aan een thermische transmissiecoëfficiënt Ug van 1,1 W/m2K of minder die overeenkomstig de EG-markering bepaald wordt, i.e. berekend volgens de norm NBN EN 673. De premie wordt slechts toegekend als de NBN S23-002 in acht genomen wordt en als het glaswerk identificeerbaar is via een markering op de afstandhouder tussen de glasbladen
  Het basisbedrag bedraagt 0,15 euro per bespaarde kWh aan transmissieverliezen, overeenkomstig de berekening bepaald in artikel 14 van het ministerieel besluit van 27 mei 2019 tot bepaling van de procedure voor de aanvraag en de uitvoering van een rapport over de opvolging van de werken.
  Afdeling 6. - Systemen
  Onderafdeling 1. - De systemen voor de productie van warmte en sanitair warm water
  Art. 17. § 1. Een premie wordt toegekend voor de installatie of de vervanging :
  1° van een warmtepomp voor de exclusieve productie van sanitair warm water;
  2° van een warmtepomp voor het verwarmen van een woning of een woning in combinatie.
  § 2. Om in aanmerking te komen, moet de installatie van een warmtepomp :
  1° worden geplaatst door een aannemer die gecertificeerd is voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 2, 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 27 juni 2013 tot invoering van een certificeringsregeling voor installateurs van systemen voor energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen en voor vaklui die werken i.v.m. energie-efficiëntie uitvoeren;
  2° aan de criteria bepaald in de bijlage voldoen.
  Warmtepompen voor de verwarming van een woningen of een woning in combinatie die thermische energie in de lucht uitstoten, komen niet in aanmerking voor de premie.
  § 3. Het basisbedrag van de premie, bedoeld in paragraaf 1, 1°, bedraagt 500 euro.
  Het basisbedrag van de premie, bedoeld in paragraaf 1, 2°, bedraagt 1000 euro.
  Art. 18. § 1. Een premie wordt toegekend voor de installatie van een biomassaketel voor de verwarming van een woning.
  § 2. Om in aanmerking te komen voldoet de installatie aan de volgende voorwaarden :
  1° de werken worden uitgevoerd door een aannemer die gecertificeerd is voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid, 5°, van het besluit van de Waalse Regering van 27 juni 2013 tot invoering van een certificeringsregeling voor installateurs van systemen voor energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen en voor vaklui die werken i.v.m. energie-efficiëntie uitvoeren;
  2° het toestel voldoet aan de definities, eisen, tests en markeringen van de norm NBN EN 303-5 en heeft een rendement van klasse 5 dat voor ten minste één van de toegestane brandstoffen volgens deze norm is vastgesteld.
  Deze klasse omvat zowel het rendement als de emissies die tijdens dezelfde test overeenkomstig de norm NBN EN 303-5 worden gemeten.
  Het toestel voldoet aan de Klasse-eisen, zowel in de test bij nominaal vermogen als, voor toestellen met een vermogensmodulatiebereik, in de test bij minimaal nuttig vermogen.
  Condensatietoestellen worden volgens dezelfde methode getest.
  3° het toestel heeft geen fossiele brandstof onder de toegestane brandstoffen;
  4°het toestel is conform met het Koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen.
  § 3. Het basisbedrag van de premie bedraagt 1.000 euro.
  § 4. De som van de basisbedragen met betrekking tot de in paragraaf 1 en artikel 21, § 1, bedoelde investeringen wordt met vijftig procent verhoogd indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de investeringen worden gelijktijdig gedaan;
  2° de investeringen zijn opgenomen in hetzelfde werkenpakket, zoals bepaald in artikel 2, 6°, van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
  3° de investeringen voldoen aan de in paragraaf 2 en artikel 20, § 2, bedoelde criteria.
  Art. 19. § 1. Een premie wordt toegekend voor de installatie van een biomassakachel met gesloten voorkant.
  § 2. Om in aanmerking te komen voldoet de installatie aan de volgende voorwaarden :
  1° de werken worden uitgevoerd door een aannemer die gecertificeerd is voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid, 5°, van het besluit van de Waalse Regering van 27 juni 2013 tot invoering van een certificeringsregeling voor installateurs van systemen voor energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen en voor vaklui die werken i.v.m. energie-efficiëntie uitvoeren;
  2° het toestel is conform met het Koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen.
  3° het toestel toont prestaties bij volle belasting die vastgesteld zijn volgens de norm bedoeld in het Koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen, en die in de volgende tabel worden vermeld :
  

Soort brandstof Rendement Emissies van koolmonoxide (CO) Emissies van fijn stof (PM) Emissies van stikstofoxides (NOx)
Pellets ≥ 87 % ≤ 250 mg/Nm3 ≤ 20 mg/Nm3 ≤ 200 mg/Nm3
Andere biomassa's ≥ 75 % ≤ 1250 mg/Nm3 ≤ 30 mg/Nm3 ≤ 200 mg/Nm3

§ 3. Het basisbedrag van de premie bedraagt 250 euro.
  § 4. De som van de basisbedragen met betrekking tot de in paragraaf 1 en artikel 21, § 1, bedoelde investeringen wordt met vijftig procent verhoogd indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de investeringen worden gelijktijdig gedaan;
  2° de investeringen zijn opgenomen in hetzelfde werkenpakket, zoals bepaald in artikel 2, 6°, van het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
  3° de investeringen voldoen aan de in paragraaf 2 en artikel 20, 2, bedoelde criteria.
  Art. 20. § 1. Er wordt een premie toegekend voor de installatie van een zonneboiler.
  § 2. Om in aanmerking te komen voldoet de installatie aan de volgende voorwaarden :
  1° de installatie wordt geplaatst door een aannemer die gecertificeerd is voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, 2, 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 27 juni 2013 tot invoering van een certificeringsregeling voor installateurs van systemen voor energieproductie uit hernieuwbare energiebronnen en voor vaklui die werken i.v.m. energie-efficiëntie uitvoeren;
  2° de installatie beschikt over zonnecollectoren met een optische oppervlakte van minimum twee m2;
  3° de collectoren voldoen aan de eisen van de toepasselijke Europese norm. Ze voldoen aan de test voorzien in de norm NBN EN 12975, volgens de voorschriften van de label "Solar Keymark" of van elk ander gelijkwaardig systeem erkend door de Minister van Energie of diens afgevaardigde;
  4° de afmetingen van de installatie staan een zonnefractie van minimum zestig procent toe;
  5° het systeem haalt een minimaal niveau van globale prestatie.
  Wat betreft het eerste lid, 5°, is dat minimale niveau afhankelijk van de naleving van de volgende voorwaarden betreffende, ondermeer, de oriëntatie van de collector en het meetsysteem waarmee de installatie uitgerust is :
  1° de collector is georiënteerd van het zuiden naar het oosten of het westen;
  2° de installatie beschikt over de volgende meetelementen :
  a) een debietmeter en twee thermometers waarmee een vluchtige visuele controle op de werking van de installatie gevoerd kan worden;
  b) een thermische energiemeter waarvan de temperatuursondes die nodig zijn voor de goede werking ervan, correct zijn aangesloten;
  c) een sanitair watermeter op het sanitaire circuit.
  § 3. Het basisbedrag van de premie bedraagt 750 euro.
  Onderafdeling 2. - Ventilatiesystemen
  Art. 21. § 1. Een premie wordt toegekend voor de installatie van de volgende ventilatiesystemen :
  1° een gecentraliseerd enkelstrooms mechanisch ventilatiesysteem dat is uitgerust met een ondemand functionaliteit;
  2° een gecentraliseerd mechanisch ventilatiesysteem met dubbele luchtstroom en warmteterugwinning.
  § 2. Om in aanmerking te komen, moet de installatie
  1° aan de eisen voldoen van afdeling 3 van bijlage C4 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen;
  2° aan de voorschriften voldoen van afdeling C2 en, in voorkomend geval, van bijlage C3 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen;
  3° worden uitgerust met ten minste één geluiddemper in de afvoer en, indien nodig, in de toevoerlucht
  4° worden uitgerust, in voorkomend geval, met een warmteterugwinningssysteem met een minimumrendement van 78 % volgens de norm NBN EN 308, aangevuld met bijlage G van bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen;
  § 3. Het basisbedrag van de premie, bedoeld in paragraaf 1, 1°, bedraagt 500 euro.
  Het basisbedrag van de premie, bedoeld in paragraaf 1, 2°, bedraagt 1.200 euro.
  Onderafdeling 3. - Verhoging van het productie-, distributie-, opslag- en emissierendement van verwarmingsinstallaties, met uitzondering van de vervanging, afstelling of het onderhoud van toestellen met vloeibare of gasachtige brandstoffen en de verbrandingscomponenten daarvan
  Art. 22. § 1. Er wordt een premie toegekend voor werkzaamheden ter verbetering van de efficiëntie van verwarmingssystemen, met uitzondering van de in de artikelen 17 tot en met 20 bedoelde werkzaamheden.
  § 2. Werken die de installatie van nieuwe leidingen, de verplaatsing en vervanging van bestaande leidingen of de installatie van isolatie op bestaande leidingen, toebehoren of bestaande warmwatertanks omvatten, moeten voldoen aan de voorschriften van afdeling 1.5 van bijlage C4 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
  Voor werkzaamheden waarbij een bestaande warmwatertank wordt vervangen, moet de nieuwe opslagtank aan dezelfde eisen voldoen als die welke in punt 3, a), d), van de bijlage zijn vermeld.
  § 3. Het basisbedrag van de premie bedraagt 0,15 euro per kWh bespaarde eindenergie in een theoretische situatie, overeenkomstig de berekening bepaald in artikel 14 van het ministerieel besluit van 27 mei 2019 tot bepaling van de procedure voor de aanvraag en de uitvoering van een rapport over de opvolging van de werken.
  Onderafdeling 4. - Verhoging van de efficiëntie van de productie, de distributie en de opslag van sanitair warmwaterinstallaties, met uitzondering van de vervanging, de aanpassing of het onderhoud van autonome of gecombineerde producenten van vloeibare of gasachtige brandstof en de verbrandingscomponenten daarvan
  Art. 23. § 1. Er wordt een premie toegekend voor werkzaamheden ter verbetering van de efficiëntie van sanitair warmwatersystemen, met uitzondering van de in de artikelen 17 tot en met 20 bedoelde werkzaamheden.
  § 2. Werken die de installatie van nieuwe leidingen, de verplaatsing en vervanging van bestaande leidingen of de installatie van isolatie op bestaande leidingen, toebehoren of bestaande warmwatertanks omvatten, moeten voldoen aan de voorschriften van afdeling 1.5 van bijlage C4 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
  Voor werkzaamheden waarbij een bestaande warmwatertank wordt vervangen, moet de nieuwe opslagtank aan dezelfde eisen voldoen als die welke in punt 3, a), d), van de bijlage zijn vermeld.
  § 3. Het basisbedrag van de premie bedraagt 0,15 euro per kWh bespaarde eindenergie in een theoretische situatie, overeenkomstig de berekening bepaald in artikel 14 van het ministerieel besluit van 27 mei 2019 tot bepaling van de procedure voor de aanvraag en de uitvoering van een rapport over de opvolging van de werken.
  HOOFDSTUK III. - Investeringen in dakisolatie in het kader van een renopack
  Art. 24. Het basisbedrag van de premie voor de dakinvesteringen bedoeld in artikel 22, § 4, van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 tot goedkeuring van het algemeen reglement houdende de algemene beginselen tot toekenning van kredieten door de " Société wallonne de crédit social " (Waalse maatschappij voor sociaal krediet) en de " Guichets du crédit social " (Sociaal kredietloketten) en in artikel 22, § 4, van het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 tot goedkeuring van het algemeen reglement houdende de algemene beginselen op grond waarvan de kredieten uit Fonds 2 door het " Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie " (Huisvestingsfonds van de kroostrijke gezinnen van Wallonië), voor wat betreft de thermische isolatie van het dak of het dakgebinte in contact met de buitenomgeving of een onverwarmde of niet-vorstbestendige ruimte, bedraagt 7,50 euro per m2.
  HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling
  Art. 25. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2019.
  In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 17, § 2, 1° en 18, § 2, 1° in werking op 1 juli 2020.
  In afwijking van het eerste lid treedt artikel 19, § 2, 1°, in werking op 1 januari 2021.
  BIJLAGE.
  Art. N. Criteria waaraan moet worden voldaan om de warmtepomp in aanmerking te laten komen voor de premie
  1. Dekking van de thermische behoeften
  De warmtepomp is zodanig gedimensioneerd dat alle thermische vereisten voor de verwarming van het gebouw of voor de productie van sanitair warm water voor een buitentemperatuur van ten minste of gelijk aan een waarde die de bivalente temperatuur wordt genoemd, die maximaal 2 °C bedraagt, worden gedekt.
  2. Aanwezigheid van een elektriciteitsmeter
  De installatie moet ten minste uitgerust zijn met een elektriciteitsmeter om het verbruik te meten dat bestemd is voor het gebruik van de warmtepomp en de hulpapparatuur van de installatie (d.w.z. met name de circulatiepompen en eventuele dompelaars). De meters voldoen aan de voorschriften van bijlage C4 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen
  3. Minimale energieprestatie
  3.a. Warmtepompen voor ruimteverwarming en in combinatie
  De prestatie-eisen worden verschillend uitgedrukt naargelang de warmtepomp al dan niet onder Verordening 813 valt en zijn energievector elektriciteit of gas is.
  3.a.a. Elektrische warmtepompen voor ruimteverwarming die onder Verordening 813 vallen
  Het gaat alleen om warmtepompen met de volgende combinaties van warmtebron en energielozing:
  - Buitenlucht / Water
  - Bodem (via glycolwater) / Water
  - Bodem (directe verdamping) / Water
  - Water (ondergrond of oppervlak) / Water
  De warmtepomp voor de verwarming van een woning voldoet aan een minimale actieve prestatiecoëfficiënt (SCOPON), vastgesteld volgens de methodologie van Verordening 813, aangevuld met Mededeling 2014/C 207/02.
  Dit varieert afhankelijk van de gebruikte technologie en het temperatuurregime dat door de fabrikant op de Technische Fiche EcoDesign is aangegeven:
  - Als het wordt aangegeven als "Lage temperatuur : 'Ja', het is noodzakelijk om zowel op de gegevens als op het criterium bij 35 °C te vertrouwen;
  - Als het wordt aangegeven als "Lage temperatuur : 'Neen', het is noodzakelijk om zowel op de gegevens als op het criterium bij 55 °C te vertrouwen;
  De te bereiken prestatiecoëfficiënten voor de actieve modus (SCOPON) zijn:
  

Winningsbron Energielozing SCOPON 35 °C SCOPON 55 °C
Buitenlucht Water 3,2 2,825
Water Water 3,325 2,95
Bodem Water 3,325 2,95

3.a.b. Elektrische warmtepompen voor ruimteverwarming die niet onder Verordening 813 vallen
  Het gaat alleen om warmtepompen met de volgende combinatie van warmtebron en energielozing: grond (directe verdamping) / directe condensatie (via de gebouwstructuur).
  De elektrische warmtepomp voor de verwarming van een woning voldoet aan een minimale vermogenscoëfficiënt (COP) die op een van de volgende manieren wordt bepaald :
  - Ofwel volgens de norm NBN EN 15879-1, rekening houdend met de volgende vereisten :
  

Winningsbron Energielozing T° van het bad dat in contact komt met de verdamper T° hete bron bij de condensatoruitgang Minimale COP
Bodem (directe verdamping) Directe condensatie (via de gebouwstructuur) 1,5 °C 35 °C 4,1

- Ofwel volgens de methodologie van de norm NBN EN 14511, rekening houdend met de volgende vereisten :
  

Winningsbron Energielozing T° van het bad dat in contact komt met de verdamper T° hete bron bij de condensatoruitgang Minimale COP
Bodem (directe verdamping) Directe condensatie (via de gebouwstructuur) - 5 °C 35 °C 4

3.a.c. Sorptiegas warmtepompen die vallen onder voorschrift 813 voor ruimteverwarming
  Het gaat alleen om warmtepompen met de volgende combinaties van warmtebron en energieafvoer :
  - Buitenlucht / Water
  - Bodem (via glycolwater) / Water
  - Bodem (directe verdamping) / Water
  - Water (ondergrond of oppervlak) / Water
  De warmtepomp voor de verwarming van een woning voldoet aan een minimale seizoensgebonden efficiëntiecoëfficiënt voor het gasgebruik in de verwarmingsmodus (SGUEh), vastgesteld volgens de methodologie van Verordening 813, aangevuld met Mededeling 2014/C 207/02.
  Dit varieert afhankelijk van de gebruikte technologie en het temperatuurregime dat door de fabrikant op de Technische Fiche EcoDesign is aangegeven:
  - Als het wordt aangegeven als "Lage temperatuur : 'Ja', het is noodzakelijk om zowel op de gegevens als op het criterium bij 35 °C te vertrouwen;
  - Als het wordt aangegeven als "Lage temperatuur : 'Neen', het is noodzakelijk om zowel op de gegevens als op het criterium bij 55 °C te vertrouwen;
  De seizoensgebonden efficiëntiecoëfficiënten voor het gasgebruik die in de verwarmingsmodus (SGUEh) moeten worden bereikt, zijn :
  

Winningsbron Energielozing SGUEh 35 °C SGUEh 55 °C
Buitenlucht Water 1,28 1,13
Water Water 1,33 1,18
Bodem Water 1,33 1,18

3.a.d. Gecombineerde warmtepompen
  Als de warmtepomp ook voor de productie van sanitair warm water wordt gebruikt en de installatie is uitgerust met een aparte warmwatertank (niet geïntegreerd in de warmtepomp), dan vermeldt deze :
  - Ofwel, voor warmwatertanks met een volume van 500 liter of minder, een energie-efficiëntieklasse van ten minste C, vastgesteld volgens de methodologie van Gedelegeerde Verordening 812, aangevuld met Mededeling 2014/C 207/03;
  - Ofwel, voor warmwatertanks met een volume van meer dan 500L, statische verliezen, S, uitgedrukt in W, vastgesteld volgens de methodologie van Verordening (EU) nr. 814/2013, aangevuld met Mededeling 2014/C 207/03, die niet meer bedraagt dan :
  waarbij V het volume van de warmwatertank, uitgedrukt in l, vertegenwoordigt.
  Het systeem voorkomt het risico op legionellose en is uitgerust met een conventionele veiligheidsgroep.
  3.b. Warmtepompen voor de exclusieve productie van sanitair warm water (WP PSW) onderworpen aan Verordening 814
  Het systeem voorkomt het risico op legionellose en is uitgerust met een conventionele veiligheidsgroep.
  Warmtepompen voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik hebben een minimale energie-efficiëntie voor waterverwarming, ηwh, vastgesteld volgens de methodologie van Verordening 814, aangevuld met Mededeling 2014/C 207/03, die varieert naargelang het tapprofiel van het toestel.
  De te bereiken energie-efficiëntie voor het verwarmen van water is :
  

Tapprofiel van de warmtepomp Warmtebron : "Buitenlucht" Warmtebron : "Water" of "Bodem"
M ηwh ≥ 65 % ηwh ≥ 100 %
L ηwh ≥ 75 % ηwh ≥ 115 %
XL ηwh ≥ 80 % ηwh ≥ 123 %
XXL, 3XL & 4XL ηwh ≥ 85 % ηwh ≥ 131 %

Deze informatie kan worden gevonden op de Technische Fiche EcoDesign van het toestel.
  4. Bijzonder criterium voor warmtepompen met buitenlucht als warmtebron
  4.a. De verdamper bevindt zich buiten het gebouw.
  In het geval van een dynamische winning op de buitenlucht kan de verdamper echter binnen het gebouw geplaatst worden als hij voorzien is van hermetische en geïsoleerde omhulsels voor de aanzuiging van de buitenlucht en de afvoer van de aangezogen lucht naar de buitenkant van het gebouw.
  4.b. In het geval van een statische winning op de buitenlucht wordt de warmtepomp niet uitgerust met een ontdooiingssysteem, maar wordt de buitenwisselaar zonder belemmering van het zonlicht en de natuurlijke luchtstroom gericht tussen het oosten en het westen en via het zuiden.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 27 mei 2019.
J.-L. CRUCKE
V. DE BUE

Preambule Tekst Inhoudstafel Begin
   De Ministers van Huisvesting en Energie,
   Gelet op het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen, artikel 14, vervangen bij het decreet van 1 juni 2017 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2018;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 tot invoering van een premieregeling voor de uitvoering van een audit, van de rapporten over de opvolging van de werken ervan en van de investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning, artikel 6, § 4, en 7, § 1;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 betreffende de audit van een woning;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 tot goedkeuring van het algemeen reglement houdende de algemene beginselen tot toekenning van kredieten door de " Société wallonne de crédit social " (Waalse maatschappij voor sociaal krediet) en de " Guichets du crédit social " (Sociaal kredietloketten);
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 tot goedkeuring van het algemeen reglement houdende de algemene beginselen op grond waarvan de kredieten uit Fonds 2 door het " Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie " (Huisvestingsfonds van de kroostrijke gezinnen van Wallonië);
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 april 2019;
   Gelet op het advies van de Minister van Begroting, gegeven op 24 mei 2019;
   Gelet op het rapport van 17 mei 2019 opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
   Gelet op het verzoek om adviesverlening binnen een termijn van dertig dagen, gericht aan de Raad van State op 25 april 2019, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het gebrek aan adviesverlening binnen die termijn;
   Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
   Besluiten :

Begin Preambule
Inhoudstafel