Einde Preambule
Parlementairewerkzaamheden Inhoudstafel
Gearchiveerde versie nr  1

Titel
24 JULI 1996. - Decreet houdende de ruimtelijke planning. -

Dossiernummer : 1996-07-24/32

Nota
Gewijzigd bij   DECREET VLAAMSE RAAD  van  18-05-1999   gepubl. op   08-06-1999
     Gewijzigd art.   1-A26
   Van kracht tot   01-10-1999

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 2-5
HOOFDSTUK II. - De ruimtelijke structuurplannen.
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen.
Art. 6-7
Afdeling 2. - Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
Art. 8-11
Afdeling 3. - Het provinciaal ruimtelijk structuurplan.
Art. 12-18
Afdeling 4. - Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
Art. 19-24
HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen.
Art. 25-26

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
  Art. 2. De ruimtelijke ordening van het Gewest, de provincies en de gemeenten wordt vastgelegd in ruimtelijke structuurplannen, plannen van aanleg en verordeningen.
  Art. 3. Onder ruimtelijk structuurplan wordt verstaan een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een lange-termijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het betrokken gebied. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen.
  Art. 4. Een ruimtelijk structuurplan is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie zonder de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen, wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen op lange termijn voor het leefmilieu, de sociale, economische en culturele consequenties.
  Art. 5. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse regering ondersteuning, inclusief financiële ondersteuning, verlenen aan de gemeenten voor het vervullen van hun taken met betrekking tot de ruimtelijke structuurplannen.
  De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden en de nadere regels hiertoe.
  HOOFDSTUK II. - De ruimtelijke structuurplannen.
  Afdeling 1. - Inleidende bepalingen.
  Art. 6. Er worden ruimtelijke structuurplannen op de volgende niveaus opgemaakt : 1° door het Vlaamse Gewest voor het grondgebied van dit Gewest : het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen dat de structuurbepalende elementen van gewestelijk belang bevat en taakstellingen met betrekking tot de uitvoering ervan, met aanduiding van de onderdelen die door het Gewest, de provincies of de gemeenten zouden moeten worden uitgevoerd;
  2° door een provincie voor het grondgebied van de provincie : het provinciaal ruimtelijk structuurplan dat de structuurbepalende elementen van provinciaal belang bevat en taakstellingen met betrekking tot de uitvoering ervan, met aanduiding van de onderdelen die door de provincie of de gemeenten zouden moeten worden uitgevoerd;
  3° door een gemeente voor het grondgebied van de gemeente : het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dat de structuurbepalende elementen van gemeentelijk belang bevat en taakstellingen met betrekking tot de uitvoering ervan door de gemeente.
  De structuurbepalende elementen zijn de elementen die de hoofdlijnen van de ruimtelijke structuur van het betrokken niveau beschrijven.
  De Vlaamse regering stelt nadere regels vast met betrekking tot bovenvermelde structuurbepalende elementen en tot invulling van de structuurbepalende elementen voor de drie niveaus.
  Art. 7. § 1. Ieder ruimtelijke structuurplan bevat een bindend, een richtinggevend en een informatief gedeelte. § 2. Bij het opmaken van een ruimtelijk structuurplan duidt de instantie die het plan definitief vaststelt de onderdelen ervan aan die bindend zijn.
  Voor het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen zijn deze onderdelen bindend voor het Vlaamse Gewest, de diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de instellingen die afhangen van het Vlaamse Gewest en de besturen die onder het administratief toezicht staan van het Vlaamse Gewest en de vennootschappen die een erkenning hebben van betrokken instellingen die afhangen van het Vlaams Gewest.
  Voor het provinciaal ruimtelijk structuurplan zijn deze onderdelen bindend voor de provincie en de gemeenten op haar grondgebied en voor de instellingen die eronder ressorteren.
  Voor het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zijn deze onderdelen bindend voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren.
  § 3. Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen.
  Dit deel bevat ten minste :
  1° de doelstellingen, de prioriteiten inzake ruimtelijke ontwikkeling;
  2° een beschrijving van de gewenste ruimtelijke structuur uitgaande van de bestaande ruimtelijke structuur en van economische, sociale, culturele, agrarische, mobiliteits, natuur en milieu behoeften en gevolgen;
  3° de maatregelen, middelen, instrumenten en acties tot uitvoering van het ruimtelijk structuurplan.
  § 4. Het informatief deel bevat ten minste :
  1° een beschrijving, analyse en evaluatie van de bestaande fysische ruimtelijke toestand;
  2° een beschrijving, analyse en evaluatie van het gevoerde ruimtelijk beleid;
  3° een onderzoek naar de toekomstige ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten;
  4° het verband met het hogere ruimtelijk structuurplan of, in voorkomend geval, met de plannen van aanleg;
  5° de mogelijke alternatieven om de gewenste ruimtelijke structuur te bereiken.
  § 5. Onverminderd de toepassing van artikel 25, kunnen een provinciaal ruimtelijk structuurplan en een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan maar worden vastgesteld nadat het eerste ruimtelijk structuurplan Vlaanderen is vastgesteld.
  § 6. Na de vaststelling van een ruimtelijk structuurplan neemt de overheid die het structuurplan heeft vastgesteld de nodige maatregelen om de betrokken plannen van aanleg in overeenstemming te brengen met het ruimtelijk structuurplan.
  § 7. De ruimtelijke structuurplannen vormen geen beoordelingsgrond voor de werken en handelingen die bedoeld worden in artikel 44 en artikel 56 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw, noch voor de attesten en inlichtingen die bedoeld worden in artikel 63 van diezelfde wet.
  Afdeling 2. - Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  Art. 8. § 1. De Vlaamse regering besluit tot het opmaken van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.
  § 2. De Vlaamse regering stelt het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan voorlopig vast, na advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en het daaropvolgend advies van de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening.
  § 3.
  1° De Vlaamse regering onderwerpt het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling bedoeld in § 2, wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van het Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad, in ten minste drie dagbladen die in het Gewest worden verspreid en door een bericht dat driemaal door de openbare radio en TV wordt uitgezonden.
  De begin- en einddatum van het openbaar onderzoek worden in deze aankondiging vermeld.
  De Vlaamse regering stelt de nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.
  2° Na de aankondiging wordt het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen gedurende negentig dagen ter inzage van de bevolking gelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest en wordt het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen onverwijld opgestuurd aan het Vlaams Parlement.
  De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de inzage van het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  De Vlaamse regering organiseert in elke provincie ten minste één informatie- en inspraakvergadering.
  3° De bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk de laatste dag van die termijn aan de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening toegezonden bij een ter post aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs.
  De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de provincieraden, de gemeenteraden en de door de Vlaamse regering aan te wijzen administraties en instellingen bezorgen hun advies aan de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening binnen dezelfde termijn.
  Wanneer er geen advies is verleend binnen deze termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  4° De Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening bundelt en coördineert alle adviezen, bezwaren, opmerkingen behoudens het advies van het Vlaams Parlement en brengt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering.
  5° Binnen een termijn van 180 dagen, 240 dagen in geval van verlenging van de termijn zoals beschreven in § 4 hieronder, vanaf het begin van het openbaar onderzoek, kan het Vlaams Parlement bij de Vlaamse regering een standpunt uitbrengen over het ontwerp van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  § 4. Op gemotiveerd verzoek van de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening beslist de Vlaamse regering over de verlenging met zestig dagen van de in paragraaf 3, 4°, bedoelde termijn. Het verzoek moet worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na het beëindigen van het openbaar onderzoek. Bij gebreke van een beslissing binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend.
  § 5. De Vlaamse regering stelt binnen de 240 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek, 300 dagen in geval van verlenging van de termijn bedoeld in § 4, het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen definitief vast.
  § 6. Het bindend gedeelte dient, na vaststelling, binnen de zestig dagen bekrachtigd te worden door het Vlaams Parlement.
  Art. 9. Het besluit houdende vaststelling van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen wordt samen met een uittreksel van het advies van de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening door de Vlaamse regering bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking.
  De Vlaamse regering stuurt een afschrift van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen naar elke gemeente, waar het ingezien kan worden.
  Art. 10. § 1. Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen wordt vastgesteld voor een termijn van vijf jaar, maar blijft in ieder geval van kracht totdat het door het nieuwe definitief vastgestelde plan is vervangen.
  De bindende bepalingen van de bestaande provinciale en gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen die strijdig zijn met de bindende bepalingen van het nieuw vastgestelde ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, worden limitatief opgesomd of omschreven in het bindend deel van het nieuw vastgestelde ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en zijn hierdoor van rechtswege opgeheven. De Vlaamse regering legt tevens een termijn op voor de herziening van de ruimtelijke structuurplannen die tegenstrijdige bindende bepalingen bevatten.
  § 2. Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden herzien.
  § 3. De regels met betrekking tot de opmaak zijn eveneens van toepassing op de herziening.
  Art. 11. § 1. De Vlaamse regering kan algemene verordeningen vaststellen, plannen van aanleg, die ze kan opmaken en herzien overeenkomstig de wettelijke bepalingen terzake, opmaken en herzien en andere passende initiatieven nemen ter uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  De Vlaamse regering kan tevens optreden in de plaats van de provincies of de gemeenten indien deze de krachtens het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen opgedragen taken niet uitvoeren.
  § 2. De voorschriften van plannen van aanleg waarvan de procedure tot opmaak of herziening begint na het vaststellen van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen mogen geen strijdige bepalingen bevatten met dit structuurplan, met de verordeningen opgemaakt ter uitvoering ervan of met gewestelijke verordeningen in het algemeen.
  Afdeling 3. - Het provinciaal ruimtelijk structuurplan.
  Art. 12. De provincie stelt hetzij uit eigen beweging, hetzij binnen de termijn die haar door de Vlaamse regering wordt opgelegd, een provinciaal ruimtelijk structuurplan vast. Het provinciaal ruimtelijk structuurplan richt zich naar het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en kan slechts van het richtinggevend deel afwijken op grond van de motieven bepaald in artikel 7, § 3, van dit decreet. Van de als bindend aangeduide onderdelen kan niet worden afgeweken.
  Art. 13. § 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, beslist de provincieraad tot het opmaken van een provinciaal ruimtelijk structuurplan.
  § 2. De Vlaamse regering kan een gemotiveerd verzoek richten aan de provincieraad om een provinciaal ruimtelijk structuurplan op te maken of te herzien. Binnen negentig dagen dient de provincieraad dit verzoek gemotiveerd te beantwoorden.
  § 3. Bij gebrek aan een antwoord of een onvoldoend gemotiveerd antwoord, kan de Vlaamse regering een termijn opleggen waarbinnen het provinciaal ruimtelijk structuurplan moet worden opgemaakt. Indien de provincieraad deze termijn laat verstrijken, kan de Vlaamse regering het zelf laten opmaken en vaststellen op kosten van de provincie, overeenkomstig de regels voor de opmaak van een provinciaal ruimtelijk structuurplan, met dien verstande dat zij in de plaats treedt van de provincieraad, of de bestendige deputatie al naargelang het geval, voor elke beslissing die met betrekking tot deze opmaak moet worden genomen.
  Art. 14. § 1. De bestendige deputatie is belast met het opmaken van het provinciaal ruimtelijk structuurplan en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.
  § 2. De provincieraad stelt, na advies van de regionale commissie van advies, het ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan voorlopig vast. Tevens stuurt hij het onmiddellijk op aan de Vlaamse regering.
  Art. 15. § 1. 1° De bestendige deputatie onderwerpt het ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan aan een openbaar onderzoek. Dit moet binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling, bedoeld in artikel 14, § 2, worden aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van de provincie, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie dagbladen die in de provincie worden verspreid. De begin- en einddatum van het onderzoek worden in deze aankondiging vermeld.
  De bestendige deputatie stelt de nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.
  De bestendige deputatie organiseert tenminste één informatie- en inspraakvergadering.
  2° Na de aankondiging wordt het ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan gedurende negentig dagen ter inzage van de bevolking gelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van de provincie en wordt het onverwijld aan de provincieraad bezorgd.
  De bestendige deputatie legt de nadere regels vast met betrekking tot de inzage van het ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan.
  3° De bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk bij het verstrijken van de termijn aan de regionale commissie van advies toegezonden bij een ter post aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs.
  De gemeenteraden van de betrokken gemeenten bezorgen binnen dezelfde termijn hun advies aan de regionale commissie van advies.
  De provincieraden van de aanpalende provincies van het Vlaamse Gewest en de gemeenteraden van de gemeenten van het Vlaamse Gewest die aan de provincie grenzen, alsook de door de Vlaamse regering aan te wijzen gewestelijke administraties en instellingen kunnen ook binnen diezelfde termijn een advies sturen aan de regionale commissie van advies.
  De Vlaamse regering brengt, na raadpleging van de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening, binnen 120 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek een advies uit inzake de overeenstemming van het ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  Wanneer er binnen deze termijnen geen advies is, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  4° De regionale commissie van advies bundelt en coördineert alle adviezen, bezwaren, opmerkingen en brengt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek een gemotiveerd advies uit bij de provincieraad. Dit advies bevat het integrale advies van de Vlaamse regering.
  § 2. Op gemotiveerd verzoek van de regionale commissie van advies beslist de bestendige deputatie over de verlenging met zestig dagen van de in § 1, laatste lid bedoelde termijn. Het verzoek moet worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na het beëindigen van het openbaar onderzoek. Bij gebrek aan een beslissing binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend.
  § 3. De provincieraad stelt binnen 210 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek, 270 in geval van verlenging van de termijn bedoeld in § 2, het provinciaal ruimtelijk structuurplan definitief vast.
  § 4. Na de behandeling van het provinciaal ruimtelijk structuurplan beschikt de Vlaamse regering over een termijn van negentig dagen om het al dan niet goed te keuren. Bij de goedkeuring onderzoekt de Vlaamse regering of het provinciaal ruimtelijk structuurplan formeel en inhoudelijk in overeenstemming is met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. De goedkeuring kan gedeeltelijk zijn. Als de Vlaamse regering nalaat binnen die termijn van negentig dagen een beslissing te nemen, kan de provincie bij aangetekend schrijven de Vlaamse regering rappelleren. Als geen beslissing wordt genomen binnen dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, wordt het door de provincieraad vastgesteld provinciaal ruimtelijk structuurplan geacht goedgekeurd te zijn.
  Art. 16. Het door de Vlaamse regering goedgekeurde provinciaal ruimtelijk structuurplan wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt samen met een uittreksel van het advies van de regionale commissie van advies.
  Het plan treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan.
  De bestendige deputatie stuurt een afschrift van het provinciaal ruimtelijk structuurplan naar elke gemeente, waar het ingezien kan worden.
  Art. 17. § 1. Het provinciaal ruimtelijk structuurplan wordt vastgesteld voor een termijn van vijf jaar, maar het blijft in ieder geval van kracht totdat het door een nieuw definitief goedgekeurd provinciaal ruimtelijk structuurplan is vervangen, behoudens de bindende bepalingen die van rechtswege opgeheven zijn ingevolge artikel 10, § 1, tweede lid van dit decreet.
  De bindende bepalingen van de bestaande gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen van de gemeenten op haar grondgebied, die strijdig zijn met de bindende bepalingen van het nieuw provinciaal ruimtelijk structuurplan, worden limitatief opgesomd in het bindend deel van het nieuw vastgestelde provinciaal ruimtelijk structuurplan en verliezen hierbij van rechtswege hun geldigheid. De provincieraad legt tevens een termijn op voor de herziening van de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen die tegenstrijdige bindende bepalingen bevatten.
  § 2. Het provinciaal ruimtelijk structuurplan kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden herzien.
  § 3. De bepalingen betreffende het opmaken van het provinciaal ruimtelijk structuurplan zijn eveneens van toepassing op de herziening ervan.
  Art. 18. § 1. De provincieraad kan verordeningen vaststellen, de gewestelijke verordeningen aanvullen of een gemotiveerd verzoek richten aan de Vlaamse regering om plannen van aanleg, die het Gewest kan opmaken en herzien overeenkomstig de wettelijke bepalingen terzake, op te maken of te herzien teneinde te voorzien in de uitvoering van het provinciaal ruimtelijk structuurplan en dat deel van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen waarvan de uitvoering aan de provincie werd toegewezen.
  De Vlaamse regering stelt de modaliteiten van indiening en behandeling van bovenvermeld gemotiveerd verzoek vast.
  De provincieraad kan tevens optreden in de plaats van de gemeenten als deze de krachtens het provinciaal ruimtelijk structuurplan opgedragen taken niet uitvoeren.
  § 2. Is er een gewestelijke verordening bekendgemaakt, dan brengt de provincie, uit eigen beweging of binnen de door de Vlaamse regering vastgestelde termijn, de bestaande provinciale verordeningen in overeenstemming met de voorschriften van de gewestelijke verordening.
  § 3. De provinciale verordeningen mogen op het tijdstip van hun goedkeuring geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de voorschriften van de vastgestelde hogere plannen van aanleg.
  § 4. De besluiten van de provincieraad tot aanneming of wijziging van de provinciale verordeningen worden onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse regering.
  § 5. De voorschriften van plannen van aanleg waarvan de procedure tot opmaak of herziening begint na het vaststellen van een provinciaal structuurplan mogen geen strijdige bepalingen bevatten met dit structuurplan, met de verordeningen opgemaakt ter uitvoering ervan of met provinciale verordeningen in het algemeen.
  Afdeling 4. - Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
  Art. 19. Voor elke gemeente wordt een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan vastgesteld. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan richt zich naar het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het provinciaal ruimtelijk structuurplan van de provincie waarbinnen de gemeente ligt. Het kan van het richtinggevend deel van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en van het provinciaal ruimtelijk structuurplan slechts afwijken op grond van de motieven bepaald in artikel 7, § 3 van dit decreet. Van de als bindend aangeduide onderdelen kan niet worden afgeweken.
  Art. 20. § 1. De gemeenteraad beslist tot het opmaken van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. § 2. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden toegewezen door de nieuwe gemeentewet, kan de Vlaamse regering een gemotiveerd verzoek richten tot de gemeenteraad om een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan op te maken of te herzien. Binnen negentig dagen nadat de gemeente het verzoek ontvangen heeft beslist de gemeenteraad welk gevolg hij aan dit verzoek geeft.
  § 3. Bij gebrek aan een antwoord of een onvoldoende gemotiveerd antwoord, kan de Vlaamse regering aan de gemeente een termijn opleggen waarbinnen het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan moet worden opgemaakt. Als de gemeenteraad deze termijn laat verstrijken, kan de Vlaamse regering zelf het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan laten opmaken en vaststellen op kosten van de gemeente, overeenkomstig de bepalingen met betrekking tot de opmaak, met dien verstande dat zij in de plaats treedt van de gemeenteraad, of van het college van burgemeester en schepenen voor alle beslissingen die met betrekking tot deze opmaak moeten worden genomen.
  Art. 21. § 1. Het college van burgemeester en schepenen is belast met het opmaken van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.
  § 2. De gemeenteraad stelt, na advies van de gemeentelijke commissie van advies of bij ontstentenis de regionale commissie van advies, het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voorlopig vast. Tevens stuurt hij dit ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan op aan de bestendige deputatie van de betrokken provincie en aan de Vlaamse regering.
  § 3.
  1° Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling, bedoeld in § 2 hierboven, wordt aangekondigd door aanplakking in de gemeente, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste twee dagbladen die in de provincie worden verspreid. De begin- en einddatum van het onderzoek worden in deze aankondiging vermeld.
  Het college van burgemeester en schepenen stelt de nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.
  Het college van burgemeester en schepenen organiseert tenminste één informatie- en inspraakvergadering.
  2° Het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt gedurende negentig dagen ter inzage van de bevolking gelegd in het gemeentehuis en het wordt onverwijld aan de gemeenteraad bezorgd.
  3° De bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk bij het verstrijken van die termijn aan de gemeentelijke commissie van advies toegezonden bij een ter post aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs.
  De gemeenteraden van de aanpalende gemeenten in het Vlaamse Gewest en de provincieraden van de aanpalende provincies in het Vlaamse Gewest sturen binnen dezelfde termijn hun advies aan de bevoegde commissie van advies.
  Bij ontstentenis van een provinciaal ruimtelijk structuurplan brengt de Vlaamse regering, na consultatie van de Vlaamse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening, binnen 120 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek een advies uit inzake de overeenstemming van het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  De bestendige deputatie brengt, na consultatie van de regionale commissie van advies, binnen 120 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek een advies uit over de overeenstemming van het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan met het provinciaal ruimtelijk structuurplan.
  Als er binnen deze termijn geen advies is, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  4° De gemeentelijke commissie van advies of bij ontstentenis de regionale commissie van advies bundelt en coördineert alle adviezen, bezwaren, opmerkingen, en brengt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek een gemotiveerd advies uit bij de gemeenteraad.
  § 4. Op gemotiveerd verzoek van de bevoegde commissie van advies beslist het college van burgemeester en schepenen over de verlenging met zestig dagen van de in § 3, laatste lid bedoelde termijn. Het verzoek moet worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na het beëindigen van het openbaar onderzoek. Bij gebreke aan een beslissing binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend.
  § 5. De gemeenteraad stelt binnen 210 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek, 270 dagen in geval van verlenging van termijn zoals bepaald in § 4 hierboven, het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan definitief vast.
  Het college van burgemeester en schepenen betekent binnen een termijn van dertig dagen het definitief vastgestelde gemeentelijk ruimtelijk structuurplan aan de bestendige deputatie en aan de Vlaamse regering.
  § 6. Als er een provinciaal ruimtelijk structuurplan bestaat, beslist de bestendige deputatie binnen negentig dagen na ontvangst van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan om het al dan niet goed te keuren. Als de bestendige deputatie nalaat binnen deze termijn een beslissing te nemen, kan de gemeente bij aangetekend schrijven de bestendige deputatie rappeleren. Als geen beslissing wordt genomen binnen dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, beschikt de Vlaamse regering over een termijn van zestig dagen om het gemeentelijk structuurplan al dan niet goed te keuren. Bij gebrek aan beslissing van de Vlaamse regering binnen deze termijn kan de gemeente bij aangetekend schrijven de Vlaamse regering rappelleren. Als geen beslissing wordt genomen binnen dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, wordt het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan geacht te zijn goedgekeurd.
  Bij ontstentenis van een provinciaal ruimtelijk structuurplan beslist de Vlaamse regering binnen negentig dagen na ontvangst van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan om het al dan niet goed te keuren. Bij gebrek aan beslissing van de Vlaamse regering binnen deze termijn, kan de gemeente bij aangetekend schrijven de Vlaamse regering rappelleren. Als geen beslissing wordt genomen binnen dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, wordt het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan geacht te zijn goedgekeurd.
  Bij de goedkeuring onderzoekt de bestendige deputatie, of in voorkomend geval de Vlaamse regering, of het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan formeel en inhoudelijk in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk structuurplan en met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.
  Art. 22. Het goedgekeurde definitief vastgestelde gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, samen met een uittreksel van het advies van de gemeentelijke commissie van advies.
  Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Het wordt ter inzage gelegd in de gemeente.
  Art. 23. § 1. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt vastgesteld voor een termijn van vijf jaar, maar het blijft in ieder geval van kracht totdat het door een nieuw definitief gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is vervangen, behoudens de bindende bepalingen die van rechtswege zijn opgeheven ingevolge artikel 10, § 1, tweede lid en artikel 17, § 1, tweede lid van dit decreet.
  § 2. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk herzien worden.
  § 3. De bepalingen betreffende het opmaken van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zijn eveneens van toepassing op de herziening ervan.
  Art. 24. § 1. De gemeente kan verordeningen vaststellen, de voorschriften van gewestelijke en provinciale verordeningen aanvullen en de plannen van aanleg die ze kan opmaken, opmaken en herzien ter uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en die delen van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en van het provinciaal ruimtelijk structuurplan waarvan de uitvoering aan de gemeente werd toegewezen.
  § 2. Is er een gewestelijke verordening bekendgemaakt, dan brengt de gemeente, uit eigen beweging of binnen de door de Vlaamse regering vastgestelde termijn, de bestaande gemeentelijke verordening in overeenstemming met de voorschriften van de gewestelijke verordening.
  Is er een provinciale verordening bekendgemaakt, dan brengt de gemeente, uit eigen beweging of binnen de door de bestendige deputatie vastgestelde termijn, de bestaande gemeentelijke verordening in overeenstemming met de voorschriften van de provinciale verordening.
  § 3. De gemeentelijke verordeningen mogen op het tijdstip van hun goedkeuring geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de voorschriften van de vastgestelde of goedgekeurde hogere plannen van aanleg.
  § 4. De besluiten van de gemeenteraad tot aanneming of wijziging van de gemeentelijke verordeningen worden onderworpen aan het advies van de bestendige deputatie en aan de goedkeuring van de Vlaamse regering.
  § 5. De voorschriften van plannen van aanleg waarvan de procedure tot opmaak of herziening begint na het vaststellen van een gemeentelijk structuurplan mogen geen strijdige bepalingen bevatten met dit structuurplan, met de verordeningen opgemaakt ter uitvoering ervan of met gemeentelijke verordeningen in het algemeen.
  HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen.
  Art. 25. Op verzoek van de gemeenteraad kan de Vlaamse regering vaststellen dat het bestaande gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van deze gemeente een ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is. Door deze beslissing wordt dit bestaande gemeentelijk ruimtelijk structuurplan in alle opzichten gelijkgesteld met een ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, en kan onmiddellijk met het openbaar onderzoek volgens de procedure hierboven vermeld begonnen worden.
  De gemeente bezorgt aan de Vlaamse regering twee exemplaren van het bestaand gemeentelijk ruimtelijk structuurplan samen met de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of van de gemeenteraad tot aanneming ervan.
  Als de Vlaamse regering binnen zestig dagen na de ontvangst van de hiervoor vermelde documenten, geen besluit heeft genomen wordt het bestaand gemeentelijk ruimtelijk structuurplan geacht niet te voldoen aan de voorwaarden van een ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. De gemeenten worden daarvan gemotiveerd ingelicht.
  Art. 26. Voor het eerste ruimtelijk structuurplan Vlaanderen worden de adviezen die gegeven werden vóór de inwerkingtreding van dit decreet geacht gegeven te zijn overeenkomstig artikel 8, § 2, van dit decreet.
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 24 juli 1996.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening,
  E. BALDEWIJNS

Preambule Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
   

Parlementairewerkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Zitting 1995-1996. Stukken. - Ontwerp van decreet : 360, nr. 1. - Amendementen : 360, nr. 2. - Verslag : 360, nr. 3. - Amendementen : 360, nrs. 4 en 5. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 9 en 10 juli 1996.


Begin Preambule
Parlementairewerkzaamheden Inhoudstafel