Einde Preambule
Inhoudstafel
Gearchiveerde versie nr  1

Titel
18 NOVEMBER 1996. - Koninklijk besluit tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie [vergunningsplichtige vuurwapens]. (KB %%2006-12-29/30%%, art. 9, 002; ED : 09-01-2007)

Dossiernummer : 1996-11-18/39

Nota
Gewijzigd bij   KONINKLIJK BESLUIT  van  29-12-2006   gepubl. op   09-01-2007
     Gewijzigde art. :   M *** 1 *** 2 *** 4
   Van kracht tot   09-01-2007

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. § 1. De korte alarmwapens waarvoor de Proefbank voor vuurwapens geen homologatie uitreikt waarin wordt bevestigd dat het wapen niet geschikt is of niet op eenvoudige wijze geschikt kan worden gemaakt voor het afvuren van vaste, vloeibare of gasvormige projectielen, worden ingedeeld bij de categorie verweerwapens.
  De alarmwapens die wel op een zodanige wijze zijn gehomologeerd, worden ingedeeld bij de categorie wapens voor wapenrekken.
  § 2. De homologatieprocedure wordt omschreven in de bijlage bij dit besluit.
  Wanneer met de nodige documenten, afgeleverd door een erkend organisme, wordt bewezen dat een model van wapen in een andere Lidstaat van de EER. gelijkwaardige homologatie- of classificatieproeven heeft ondergaan, wordt dit model van wapen geacht te voldoen aan de technische specificaties vastgelegd in dit besluit.
  Art. 2. Artikel 14bis, 2° van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd door de wet van 30 januari 1991, en de artikelen 2 tot 8 en 25, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van dezelfde wet zijn toepasselijk op de door artikel 1, § 1, tweede lid bepaalde wapens voor wapenrekken.
  Art. 3. De erkende personen die in artikel 1 bedoelde wapens voorhanden hebben, beschikken over een termijn van zes maanden om de homologatie ervan bij de Proefbank voor vuurwapens aan te vragen.
  Deze bepaling is niet van toepassing op de personen die een homologatie hebben bekomen in het kader van het koninklijk besluit van 11 januari 1995 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens.
  Art. 4. De niet-erkende personen die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, een alarmwapen dat niet als verweerwapen werd beschouwd, vrij hebben verkregen, mogen dit blijven voorhanden hebben zonder bijzondere procedure indien dit wapen overeenkomstig artikel 1 werd gehomologeerd, of indien de Proefbank voor vuurwapens nog geen uitspraak heeft gedaan over de aanvraag om homologatie van dit wapen.
  De niet-erkende personen die onder de zelfde voorwaarden een alarmwapen hebben verkregen dat niet als verweerwapen werd beschouwd, maar waarvan de homologatie werd geweigerd door de Proefbank voor vuurwapens, moeten dit wapen laten inschrijven overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 18, 1° tot 3° van het koninklijk besluit van 20 september 1991 bedoeld in artikel 2. De afgifte van de vergunning tot het voorhanden hebben geschiedt kosteloos en kan geen aanleiding geven tot de inning van rechten of retributies.
  Art. 5. Het koninklijk besluit van 11 januari 1995 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 maart 1995, wordt opgeheven.
  Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Art. 7. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 18 november 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  BIJLAGE.
  Art. N. HOMOLOGATIE VAN ALARMWAPENS
  1. Homologatieprocedure voor fabrikanten en invoerders.
  1.1. Bij het verzoek tot homologatie moeten de volgende stukken worden gevoegd :
  - een schema met de doorsnede van het wapen met vermelding van alle gegevens nodig voor de controle van de afmetingen, van de gebruikte materialen en de verwerking ervan;
  - twee type-exemplaren van het alarmwapen.
  1.2. Op het alarmwapen moeten de volgende onderscheidende merktekens zijn aangebracht :
  - identificatie van de fabrikant of van degene die zich voor hem garant stelt (merkteken van herkomst of merkteken van de fabrikant);
  - het kaliber volgens de CIP.-normen of de handelsnaam van het wapen;
  - type en model van het wapen.
  1.3. Kenmerken van het alarmwapen :
  - de afmetingen van de kamer(s) moeten overeenstemmen met die voorgeschreven door de CIP.;
  - een stalen stop met een hardheid van >= 65 HR 2 en een lengte van ten minste 30 mm en een diameter die groter is dan of gelijk aan die van de loop, moet in de loop worden ingebracht bij het gieten ervan.
  Deze stop moet worden geplaatst :
  - wanneer het gaat om de loop van een pistool : vanaf het eind van de kamer;
  - wanneer het gaat om de loop van een revolver : in het begin van de loop (kant van de trommel);
  - indien een gasuitlaat moet worden aangebracht, moet die loodrecht staan op de as van de loop en zich hetzij aan de onderzijde, hetzij aan de bovenzijde van de loop bevinden.
  1.4. De homologatie omvat :
  - de controle of het wapen overeenstemt met de verstrekte schemata en beschrijvingen;
  - de controle van de onderscheidende merktekens;
  - de controle of het wapen niet geschikt is, of niet op eenvoudige wijze geschikt kan worden gemaakt, voor het afvuren van patronen met vaste, vloeibare of gasvormige munitie.
  1.5. Na homologatie van het wapen wordt een eerste exemplaar ten zetel van de Proefbank voor vuurwapens neergelegd. Een tweede exemplaar waarop het homologatiemerkteken is aangebracht, wordt terugbezorgd aan de fabrikant of invoerder.
  De Proefbank voor vuurwapens levert een homologatiegetuigschrift af.
  2. Aanbrengen van het homologatiemerkteken door de fabrikant of invoerder.
  2.1. De Proefbank voor vuurwapens kan aan de fabrikant, aan degene wiens firma is vermeld op het wapen en die zich ervoor garant stelt, of aan de invoerder, de toelating verlenen om met betrekking tot een bepaald type wapen of een model van het wapen, het homologatiemerkteken aan te brengen.
  2.2. De toelating is twee jaar geldig te rekenen vanaf de homologatiedatum.
  2.3. De toelating kan worden ingetrokken wanneer de door de Proefbank voor vuurwapens verrichte inspecties aantonen dat de homologatievoorwaarden niet in acht zijn genomen.
  3. Inspectie.
  De fabrikant of invoerder moet ten minste om de twee jaar aan de Proefbank voor vuurwapens vragen de door hem vervaardigde of ingevoerde wapens die zijn gehomologeerd, te controleren.
  4. Homologatieprocedure voor andere personen dan fabrikanten of invoerders
  Voor de wapens die op de markt voorhanden zijn, moet de Proefbank voor vuurwapens elk geval afzonderlijk onderzoeken en indien het wapen kan worden gehomologeerd, daarop het homologatiemerkteken aanbrengen en een homologatiegetuigschrift afleveren.
  5. Homologatiemerkteken.
  Het homologatiemerkteken bestaat uit de letters "BEL." en een nummer met vijf cijfers.

Bijvoorbeeld : B.E.L.
                 99999


  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 18 november 1996 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK

Preambule Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, inzonderheid op artikel 3, zesde lid;
   Overwegende dat de alarmwapens en de daarmee gelijkgestelde startwapens als wapens van twijfelachtig model een bijzondere regeling behoeven;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 1995 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 maart 1995;
   Gelet op het advies van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat het past zo spoedig mogelijk de huidig toepasselijke bepalingen op de alarmwapens te bevestigen, met eerbiediging van de procedure voorzien door de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen (83/189/EEG) van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften;
   Overwegende dat de praktijk uitwijst dat een aantal overgangsbepalingen vollediger dient te worden uitgewerkt;
   Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
   

Begin Preambule
Inhoudstafel