Einde
Inhoudstafel Wijziging(en)
Gearchiveerde versie nr  50

Titel
10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK - Deel V : BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/19) (W 1998-07-05/57, art. 2, 024; ED : 01-01-1999)

Dossiernummer : 1967-10-10/05

Nota
Gewijzigd bij   WET  van  13-12-2005   gepubl. op   21-12-2005
     Gewijzigde art. :   1675/7 *** 1675/8 *** 1675/9 *** 1675/10 *** 1675/11 *** 1675/12 *** 1675/13 *** 1675/14 *** 1675/15 *** 1675/16 *** 1675/17 *** 1675/19
   Van kracht tot   31-12-2005

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1675/7-1675/9
Afdeling 3. - Minnelijke aanzuiveringsregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
Art. 1675/10
Afdeling 4. - Gerechtelijke aanzuiveringsregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
Art. 1675/11-1675/13
Afdeling 5. - Bepalingen gemeenschappelijk aan beide procedures. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
Art. 1675/14-1675/16
HOOFDSTUK II. - De schuldbemiddelaar. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
Art. 1675/17-1675/19

Tekst Inhoudstafel Begin
Art. 1675/7. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. Onverminderd de toepassing van § 3, doet de beschikking van toelaatbaarheid een toestand van samenloop ontstaan tussen de schuldeisers en heeft de opschorting van de loop van de interesten en de onbeschikbaarheid van het vermogen van de verzoeker tot gevolg.
  Tot de boedel behoren alle goederen van de verzoeker op het ogenblik van de beschikking, alsmede de goederen die hij tijdens de uitvoering van de collectieve aanzuiveringsregeling verkrijgt.
  § 2. Alle middelen van tenuitvoerlegging die strekken tot betaling van een geldsom worden geschorst. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende werking.
  Indien de dag van de gedwongen verkoop van de in beslag genomen roerende of onroerende goederen reeds vóór de beschikking van toelaatbaarheid was bepaald en door aanplakking bekendgemaakt, geschiedt deze verkoop voor rekening van de boedel.
  § 3. De beschikking van toelaatbaarheid houdt voor de verzoeker het verbod in om, behoudens toestemming van de rechter :
  - enige daad te stellen die een normaal vermogensbeheer te buiten gaat;
  - enige daad te stellen die een schuldeiser zou bevoordelen, behoudens de betaling van een onderhoudsschuld voor zover deze geen achterstallen betreft;
  - zijn onvermogen te vergroten.
  § 4. De gevolgen van de beschikking van toelaatbaarheid lopen verder, onder voorbehoud van de bepalingen van de aanzuiveringsregeling, tot de verwerping, het einde of de herroeping van de aanzuiveringsregeling.
  § 5. Onverminderd de toepassing van artikel 1675/15 is iedere daad gesteld door de schuldenaar in weerwil van de gevolgen verbonden aan de beschikking van toelaatbaarheid niet tegenwerpbaar aan de schuldeisers.
  § 6. (De gevolgen van de beschikking van toelaatbaarheid vangen aan de eerste dag die volgt op de ontvangst in het bestand van berichten van het bericht van collectieve schuldenregeling als bedoeld in artikel 1390quater.) <W 2000-05-29/36, art. 24, 035; ED : 55-55-5555>
  Art. 1675/8. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> Tenzij deze opdracht hem reeds was toevertrouwd in de beschikking van toelaatbaarheid kan de schuldbemiddelaar, belast met een procedure van minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling, zich richten tot de rechter overeenkomstig artikel 1675/14, § 2, derde lid, teneinde de schuldenaar of een derde te gelasten hem al de nuttige inlichtingen te verstrekken over verrichtingen uitgevoerd door de schuldenaar en over de samenstelling en de vindplaats van diens vermogen.
  Hoedanook kan de derde gehouden tot het beroepsgeheim of tot de zwijgplicht, zich daarop niet beroepen. De artikelen 877 tot 882 zijn op hem van toepassing.
  <Bij arrest nr 46/2000 van 3 mei 2000 (B.St. 08-06-2000, p. 20148) heeft het Arbitragehof artikel 1675/8, lid 2 vernietigd, in zoverre het van toepassing is op de advocaten; AD : 01-01-1999>
  Art. 1675/9. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. Uiterlijk drie dagen na de uitspraak van de beschikking van toelaatbaarheid moet de griffier deze bij gerechtsbrief ter kennis brengen van :
  1° de verzoeker onder toevoeging van de tekst van artikel 1675/7, evenals aan zijn echtgenoot-niet verzoeker;
  2° de schuldeisers en de personen die een persoonlijke zekerheid hebben gesteld onder toevoeging van een afschrift van het verzoekschrift (...), van een formulier van aangifte van schuldvordering, van de tekst van § 2, van dit artikel en van de tekst van artikel 1675/7; <W 2000-05-29/36, art. 25, 035; ED : 01-07-2001>
  3° de schuldbemiddelaar onder toevoeging van een afschrift van het verzoekschrift en van de als bijlage toegevoegde stukken;
  4° de betrokken schuldenaars onder toevoeging van een afschrift van de tekst van artikel 1675/7. Zij worden ervan op de hoogte gebracht dat iedere betaling, vanaf ontvangst van de beschikking, in handen van de schuldbemiddelaar moet gebeuren.
  Deze kennisgeving geldt als betekening.
  § 2. De aangifte van schuldvordering moet uiterlijk een maand na toezending van de beschikking van toelaatbaarheid bij de schuldbemiddelaar worden verricht, hetzij bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbericht, hetzij bij aangifte op zijn kantoor met ontvangstbericht gedagtekend en ondertekend door de bemiddelaar of zijn gemachtigde.
  Die aangifte omschrijft de aard van de schuldvordering alsmede de verantwoording ervan, het bedrag ervan in hoofdsom, interesten en kosten, de eventuele redenen van voorrang, alsook de procedures waartoe ze aanleiding kan geven.
  Afdeling 3. - Minnelijke aanzuiveringsregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
  Art. 1675/10. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. (De schuldbemiddelaar neemt overeenkomstig artikel 1391 kennis van de op naam van de schuldenaar opgestelde berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.) <W 2000-05-29/36, art. 26, 035; ED : 55-55-5555>
  § 2. De schuldbemiddelaar stelt een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling op dat de noodzakelijke maatregelen bevat voor de verwezenlijking van de in artikel 1675/3, derde lid, bedoelde doelstelling.
  § 3. Alleen de niet betwiste schuldvorderingen of die welke bij een titel, zelfs een onderhandse, zijn vastgesteld, kunnen in het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling worden opgenomen ten belope van de aldus verantwoorde bedragen.
  § 4. De schuldbemiddelaar zendt het ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbericht naar de schuldenaar, in voorkomend geval diens echtgenoot, en de schuldeisers.
  De regeling moet door alle belanghebbende partijen goedgekeurd worden. Ieder bezwaar moet ofwel bij ter post aangetekende brief met ontvangstbericht ofwel door middel van een verklaring bij de schuldbemiddelaar uiterlijk twee maanden na toezending van het ontwerp worden ingebracht. Bij ontstentenis van bezwaar onder die voorwaarden en binnen die termijn, worden de partijen geacht met de regeling in te stemmen.
  Artikel 51 is niet van toepassing.
  Het bericht gezonden naar de belanghebbende partijen neemt de tekst over van het tweede lid van deze paragraaf.
  § 5. Bij instemming bezorgt de schuldbemiddelaar de minnelijke aanzuiveringsregeling, het verslag van zijn werkzaamheden en de dossierstukken aan de rechter.
  De rechter doet uitspraak op stukken en neemt akte van het gesloten akkoord. Artikel 1043, tweede lid, is van toepassing.
  Afdeling 4. - Gerechtelijke aanzuiveringsregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
  Art. 1675/11. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. Wanneer de schuldbemiddelaar vaststelt dat geen overeenkomst over een minnelijke aanzuiveringsregeling kan worden bereikt en in ieder geval wanneer binnen de vier maanden te rekenen van zijn aanwijzing geen overeenkomst kon worden bereikt, maakt hij een proces-verbaal in die zin op dat hij, met het oog op een eventuele gerechtelijke aanzuiveringsregeling, aan de rechter bezorgt.
  De schuldbemiddelaar legt het dossier van de procedure van minnelijke aanzuiveringsregeling, met toevoeging van zijn opmerkingen, ter griffie neer.
  § 2. De rechter bepaalt op een nabije datum een rechtsdag. De griffier roept de partijen en de schuldbemiddelaar op bij gerechtsbrief. De schuldbemiddelaar brengt verslag uit. De rechter doet uitspraak uiterlijk vijftien dagen volgend op het sluiten van de debatten.
  § 3. Wanneer het bestaan of het bedrag van een schuldvordering betwist wordt, stelt de rechter, totdat daarover uitspraak zal zijn gedaan, voorlopig vast welk gedeelte van het betwist bedrag in consignatie moet worden gegeven, rekening ook gehouden, in voorkomend geval, met het dividend dat op grond van de aanzuiveringsregeling wordt toegewezen. In voorkomend geval, zijn de artikelen 661 en 662 van toepassing.
  § 4. In afwijking van de artikelen 2028 tot 2032 en 2039 van het Burgerlijk Wetboek, hebben de personen die een persoonlijke zekerheid hebben gesteld slechts verhaal op de schuldenaar in de mate dat zij deelnemen aan de aanzuiveringsregeling en mits eerbiediging ervan.
  Art. 1675/12. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. De rechter, kan, mits eerbiediging van de gelijkheid onder schuldeisers, een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opleggen die de volgende maatregelen kan bevatten :
  1° uitstel of herschikking van betaling van de schulden in hoofdsom, interesten en kosten;
  2° vermindering van de conventionele rentevoet tot de wettelijke rentevoet;
  3° opschorting, voor de duur van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling, van de gevolgen van de zakelijke zekerheden, zonder dat deze maatregel de grondslag kan schaden, evenals opschorting van de uitwerking van de overdrachten van schuldvordering;
  4° gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de moratoire interesten, vergoedingen en kosten.
  § 2. Het vonnis geeft de looptijd van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling aan, die de vijf jaar niet mag overschrijden.
  De terugbetalingstermijn van de kredietovereenkomsten kan worden verlengd. De verlengde terugbetalingstermijn van deze kredietovereenkomsten mag de duurtijd van de aanzuiveringsregeling, zoals vastgesteld door de rechter, vermeerderd met de helft van de resterende looptijd van deze kredietovereenkomsten niet overschrijden.
  § 3. De rechter maakt die maatregelen afhankelijk van de vervulling door de schuldenaar van passende handelingen om de betaling van de schuld te vergemakkelijken of te waarborgen. Hij maakt ze ook afhankelijk van het zich onthouden door de schuldenaar van daden die zijn onvermogen zouden doen toenemen.
  § 4. Onverminderd de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op het bestaansminimum en met inachtneming van artikel 1675/3, derde lid, kan de rechter wanneer hij de regeling opstelt, bij bijzonder gemotiveerde beslissing afwijken van de artikelen 1409 tot 1412.
  Art. 1675/13. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. Indien de maatregelen voorzien in artikel 1675/12, § 1, niet volstaan om de in artikel 1675/3, derde lid, genoemde doelstelling te bereiken, kan de rechter, op vraag van de schuldenaar, besluiten tot elke andere gedeeltelijke kwijtschelding van schulden, zelfs van kapitaal onder de volgende voorwaarden :
  - alle goederen die voor beslag in aanmerking komen, worden te gelde gemaakt op initiatief van de schuldbemiddelaar, overeenkomstig de regels inzake de gedwongen tenuitvoerleggingen. De verdeling heeft plaats met inachtname van de gelijkheid van de schuldeisers onverminderd de wettige redenen van voorrang;
  - na de tegeldemaking van de voor beslag vatbare goederen maakt het saldo, nog verschuldigd door de schuldenaar, het voorwerp uit van een aanzuiveringsregeling met inachtname van de gelijkheid van de schuldeisers, behalve wat de lopende onderhoudsverplichtingen betreft, bedoeld in artikel 1412, eerste lid.
  Onverminderd artikel 1675/15, § 2, kan de kwijtschelding van schulden maar verkregen worden als de schuldenaar de door de rechter opgelegde aanzuiveringsregeling heeft nageleefd, en behoudens terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin vóór het einde van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling.
  § 2. Het vonnis duidt de looptijd van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling aan, die ligt tussen drie en vijf jaar. Artikel 51 is niet van toepassing.
  § 3. De rechter kan geen kwijtschelding verlenen voor volgende schulden :
  - de onderhoudsgelden die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling;
  - de schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf;
  - de schulden van een gefailleerde die overblijven na het sluiten van het faillissement.
  § 4. In afwijking van de voorgaande paragraaf kan de rechter kwijtschelding verlenen voor de schulden van een gefailleerde die overblijven na een faillissement waarvan de sluiting is uitgesproken met toepassing van de wet van 18 april 1851 op het faillissement, de bankbreuk en de opschorting van betaling (...). Deze kwijtschelding kan niet worden verleend aan de gefailleerde die veroordeeld werd wegens eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk. <W 2002-04-19/39, art. 5, 040; ED : 17-06-2002>
  § 5. Onverminderd de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op het bestaansminimum en met inachtneming van artikel 1675/3, derde lid, kan de rechter wanneer hij de regeling opstelt, bij bijzonder gemotiveerde beslissing afwijken van de artikelen 1409 tot 1412.
  Afdeling 5. - Bepalingen gemeenschappelijk aan beide procedures. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
  Art. 1675/14. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. De schuldbemiddelaar wordt belast met de opvolging en de controle van de in de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling bepaalde maatregelen.
  De schuldenaar stelt de schuldbemiddelaar onverwijld in kennis van iedere wijziging van zijn vermogenstoestand die optrad na de indiening van het verzoekschrift bedoeld in artikel 1675/4.
  § 2. De zaak blijft ingeschreven op de rol van de beslagrechter, ook in geval van beschikking van toelaatbaarheid in hoger beroep, tot het einde of de herroeping van de regeling.
  Artikel 730, § 2, a, eerste lid, is niet van toepassing.
  Bij moeilijkheden die de tenuitvoerlegging van de regeling belemmeren of wanneer nieuwe feiten opduiken, die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen, laat de schuldbemiddelaar, de schuldenaar of een belanghebbende schuldeiser, door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden, de zaak opnieuw voor de rechter brengen.
  De griffier stelt de schuldenaar en de schuldeisers in kennis van de datum waarop de zaak voor de rechter komt.
  § 3. (De schuldbemiddelaar doet onverwijld op het bericht van collectieve schuldenregeling de vermeldingen aanbrengen als bedoeld in artikel 1390quater, § 2.) <W 2000-05-29/36, art. 27, 035; ED : 55-55-5555>
  Art. 1675/15. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. De herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling kan worden uitgesproken door de rechter, aan wie de zaak, door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden, opnieuw wordt voorgelegd, op verzoek van de schuldbemiddelaar of van een belanghebbende schuldeiser wanneer de schuldenaar :
  1° hetzij onjuiste stukken heeft afgegeven met de bedoeling aanspraak te maken op de procedure van gezamenlijke schuldenregeling of deze te behouden;
  2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt;
  3° hetzij onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn baten heeft verminderd;
  4° hetzij zijn onvermogen heeft bewerkt;
  5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd.
  De griffier stelt de schuldenaar en de schuldeisers in kennis van de datum waarop de zaak voor de rechter komt.
  § 2. Elke schuldeiser kan vanaf het einde van de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling die een kwijtschelding van schulden in hoofdsom inhoudt, gedurende een periode van vijf jaar aan de rechter een herroeping van de regeling vragen omwille van een bedrieglijke handeling in zijn nadeel gesteld door de schuldenaar.
  § 3. In geval van herroeping herwinnen de schuldeisers individueel het recht hun vordering uit te oefenen op de goederen van de schuldenaar voor de inning van het niet betaalde deel van hun schuldvorderingen.
  Art. 1675/16. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> De uitspraken die door de rechter worden gedaan in het raam van de procedure van de collectieve schuldenregeling, worden door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht.
  Zij zijn uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande hoger beroep en zonder borgstelling.
  Behalve wat de beschikking van toelaatbaarheid bedoeld in artikel 1675/6 betreft, zijn zij niet vatbaar voor derdenverzet.
  De vonnissen en arresten die bij verstek werden gewezen zijn niet vatbaar voor verzet.
  HOOFDSTUK II. - De schuldbemiddelaar. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999>
  Art. 1675/17. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> § 1. Als schuldbemiddelaar kunnen slechts worden aangewezen : - de advocaten, de ministeriële ambtenaren of de gerechtelijke mandatarissen in de uitoefening van hun beroep of ambt;
  - de overheidsinstellingen of de particuliere instellingen, die daartoe door de bevoegde overheid zijn erkend. Deze instellingen doen hiervoor een beroep op natuurlijke personen die aan de door de bevoegde overheid bepaalde voorwaarden voldoen.
  § 2. De schuldbemiddelaar moet onafhankelijk en onpartijdig zijn tegenover de betrokken partijen.
  De schuldbemiddelaar kan worden gewraakt indien er wettige redenen zijn om te twijfelen aan zijn onpartijdigheid of zijn onafhankelijkheid. Een partij kan de door haar voorgedragen schuldbemiddelaar alleen wraken om een reden of een feit waarvan ze pas in kennis werd gesteld nadat de schuldbemiddelaar was aangewezen. Geen wraking kan nog worden voorgedragen na het verstrijken van de in artikel 1675/9, § 2, bedoelde termijn voor aangifte van de schuldvordering, tenzij de partij slechts na verloop van deze termijn kennis heeft gekregen van de reden van wraking. De wrakingsprocedure verloopt overeenkomstig de artikelen 970 en 971.
  § 3. De rechter ziet toe op de naleving van de bepalingen inzake de collectieve schuldenregeling. Stelt hij een verzuim vast in hoofde van de schuldbemiddelaar, dan geeft hij hiervan kennis aan de procureur des Konings, die oordeelt welke tuchtrechtelijke gevolgen zulks kan meebrengen of aan de in § 1, tweede streepje, van dit artikel, bedoelde bevoegde overheid.
  Ieder jaar, telkens de rechter het verzoekt en op het einde van de aanzuiveringsregeling maakt de schuldbemiddelaar aan de rechter een verslag over omtrent de stand van de procedure en haar verloop.
  De staat van kosten, ereloon of emolumenten bedoeld in artikel 1675/19, wordt opgenomen op het einde van het verslag.
  De schuldenaar en de schuldeisers kunnen kennisnemen van dit verslag ter griffie en zonder verplaatsing.
  § 4. In geval van verhindering van de schuldbemiddelaar voorziet de rechter ambtshalve in diens vervanging. De rechter kan, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van iedere belanghebbende, te allen tijde en zo dit volstrekt noodzakelijk blijkt, de schuldbemiddelaar vervangen. De schuldbemiddelaar wordt vooraf opgeroepen om in raadkamer te worden gehoord.
  Art. 1675/18. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> Onverminderd de verplichtingen die hem door de wet worden opgelegd en behalve wanneer hij wordt opgeroepen om in rechte te getuigen, mag de schuldbemiddelaar geen feiten bekend maken waarvan hij kennis had uit hoofde van zijn functie. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem van toepassing.
  Art. 1675/19. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, ED : 01-01-1999> De regels en barema's tot vaststelling van het ereloon, de emolumenten en de kosten van de schuldbemiddelaar worden door de Koning bepaald. De Koning oefent deze bevoegdheden uit op de gezamenlijke voordracht van de Ministers tot wier bevoegdheid Justitie en Economische Zaken behoren.
  De staat van ereloon, emolumenten en kosten van de schuldbemiddelaar komt ten laste van de schuldenaar en wordt bij voorrang betaald.
  Tenzij deze maatregelen getroffen werden door de beschikking bedoeld in artikel 1675/10, § 5, in artikel 1675/12 of in artikel 1675/13, geeft de rechter, op verzoek van de schuldbemiddelaar, een bevel tot tenuitvoerlegging voor het voorschot dat hij bepaalt of ten belope van het bedrag van de erelonen, emolumenten en kosten dat hij vaststelt. Zo nodig hoort hij voorafgaandelijk in raadkamer de opmerkingen van de schuldenaar, van de schuldeisers en van de schuldbemiddelaar. De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Bij elk verzoek van de schuldbemiddelaar wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties en van de gedragen of te dragen kosten gevoegd.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
Gewijzigd door   WET  van  13-12-2005   gepubl. op   21-12-2005
     Gewijzigd art.   1675/7 *** 1675/8 *** 1675/9 *** 1675/10 *** 1675/11 *** 1675/12 *** 1675/13 *** 1675/14 *** 1675/15 *** 1675/16 *** 1675/17 *** 1675/19
   Van kracht tot   31-12-2005               [ Zie tekst hier boven ]
Gewijzigd door   WET  van  27-12-2004   gepubl. op   31-12-2004
     Gewijzigd art.   1389BIS
   Van kracht tot   (onbepaald)                 [ Zie versie 049 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  27-12-2004   gepubl. op   31-12-2004
     Gewijzigd art.   1457 *** 1539
   Van kracht tot   (onbepaald)                 [ Zie versie 048 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  08-12-2004   gepubl. op   15-12-2004
     Gewijzigd art.   1409 *** 1409
   Van kracht tot   15-12-2004                 [ Zie versie 047 ]
Gewijzigd door   WET  van  16-07-2004   gepubl. op   27-07-2004
     Gewijzigd art.   1675/2
   Van kracht tot   01-10-2004                 [ Zie versie 046 ]
Gewijzigd door   WET  van  09-07-2004   gepubl. op   15-07-2004
     Gewijzigd art.   1410,#1
   Van kracht tot   25-07-2004                 [ Zie versie 045 ]
Gewijzigd door   WET  van  14-06-2004   gepubl. op   02-07-2004
     Gewijzigd art.   1452,L2
   Van kracht tot   01-07-2005                 [ Zie versie 044 ]
Gewijzigd door   WET  van  22-12-2003   gepubl. op   31-12-2003
     Gewijzigd art.   1409
   Van kracht tot   10-01-2004                 [ Zie versie 043 ]
Gewijzigd door   WET  van  27-03-2003   gepubl. op   28-05-2003
     Gewijzigd art.   1389BIS *** 1390,#1 *** 1390,#2 *** 1390SEP *** 1514,L2 *** 1524
   Van kracht tot   (onbepaald)                 [ Zie versie 042 ]
Gewijzigd door   WET  van  22-04-2003   gepubl. op   19-05-2003
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   29-05-2003                 [ Zie versie 041 ]
Gewijzigd door   WET  van  17-03-2003   gepubl. op   28-03-2003
     Gewijzigd art.   1395,L1
   Van kracht tot   01-09-2003                 [ Zie versie 040 ]
Gewijzigd door   WET  van  19-04-2002   gepubl. op   07-06-2002
     Gewijzigd art.   1675/13
   Van kracht tot   17-06-2002                 [ Zie versie 039 ]
Gewijzigd door   WET  van  31-05-2001   gepubl. op   25-07-2001
     Gewijzigd art.   1391
   Van kracht tot   01-05-2002                 [ Zie versie 038 ]
Gewijzigd door   WET  van  22-03-2001   gepubl. op   29-03-2001
     Gewijzigd art.   1410,#2
   Van kracht tot   01-06-2001                 [ Zie versie 037 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  20-07-2000   gepubl. op   30-08-2000
     Gewijzigd art.   1408,#1 *** 1519 *** 1592,L2 *** 1650,L3
   Van kracht tot   01-01-2002                 [ Zie versie 036 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  06-12-2000   gepubl. op   14-12-2000
     Gewijzigd art.   1409
   Van kracht tot   01-01-2001                 [ Zie versie 035 ]
Gewijzigd door   WET  van  29-05-2000   gepubl. op   09-08-2000
     Gewijzigd art.   1424,3° *** 1494 *** 1499 *** 1502 *** 1544 *** 1562 *** 1641 *** 1642 *** 1643 *** 1644 *** 1647 *** 1651 *** 1652 *** 1653 *** 1675/9
   Van kracht tot   01-07-2001
     Gewijzigd art.   1390 *** 1390BIS *** 1390TER *** 1390QUA *** 1390QUI *** 1514 *** 1524 *** 1526BIS *** 1581 *** 1675/7 *** 1675/10 *** 1675/14
   Van kracht tot   (onbepaald)                 [ Zie versie 034 ]
Gewijzigd door   WET  van  24-03-2000   gepubl. op   04-05-2000
     Gewijzigd art.   1409 *** 1409BIS *** 1410 *** 1411
   Van kracht tot   14-05-2000                 [ Zie versie 033 ]
Gewijzigd door   WET  van  24-12-1999   gepubl. op   31-12-1999
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   10-01-2000                 [ Zie versie 032 ]
Gewijzigd door   WET  van  07-05-1999   gepubl. op   02-07-1999
     Gewijzigd art.   1516,L1 *** 1517 *** 1518 *** 1519
   Van kracht tot   12-07-1999                 [ Zie versie 031 ]
Gewijzigd door   WET  van  03-05-1999   gepubl. op   29-05-1999
     Gewijzigd art.   1471
   Van kracht tot   01-04-1999                 [ Zie versie 030 ]
Gewijzigd door   WET  van  18-03-1999   gepubl. op   29-05-1999
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   08-06-1999                 [ Zie versie 029 ]
Gewijzigd door   WET  van  25-01-1999   gepubl. op   06-02-1999
     Gewijzigd art.   1410,#4 *** 1410,#5 *** 1410,#6
   Van kracht tot   16-02-1999                 [ Zie versie 028 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  04-12-1998   gepubl. op   22-12-1998
     Gewijzigd art.   1409
   Van kracht tot   01-01-1999                 [ Zie versie 027 ]
Gewijzigd door   WET  van  31-08-1998   gepubl. op   14-11-1998
     Gewijzigd art.   1481
   Van kracht tot   14-11-1998                 [ Zie versie 026 ]
Gewijzigd door   WET  van  05-07-1998   gepubl. op   28-08-1998
     Gewijzigd art.   1481 *** 1482 *** 1488
   Van kracht tot   28-08-1998                 [ Zie versie 025 ]
Gewijzigd door   WET  van  05-07-1998   gepubl. op   31-07-1998
     Gewijzigd art.   1395
   Van kracht tot   01-01-1999                 [ Zie versie 024 ]
Gewijzigd door   WET  van  05-07-1998   gepubl. op   31-07-1998
     Gewijzigd art.   M *** 1391 *** 1564 *** 1567 *** 1568 *** 1580 *** 1581
   Van kracht tot   01-01-1999                 [ Zie versie 023 ]
Gewijzigd door   WET  van  18-05-1998   gepubl. op   18-07-1998
     Gewijzigd art.   1580
   Van kracht tot   28-07-1998                 [ Zie versie 022 ]
Gewijzigd door   WET  van  22-02-1998   gepubl. op   03-03-1998
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   01-07-1997                 [ Zie versie 021 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  11-12-1997   gepubl. op   25-12-1997
     Gewijzigd art.   1409
   Van kracht tot   01-01-1998                 [ Zie versie 020 ]
Gewijzigd door   WET  van  08-08-1997   gepubl. op   28-10-1997
     Gewijzigd art.   1621
   Van kracht tot   01-01-1998                 [ Zie versie 019 ]
Gewijzigd door   WET  van  17-07-1997   gepubl. op   28-10-1997
     Gewijzigd art.   1395
   Van kracht tot   01-01-1998                 [ Zie versie 018 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  20-02-1997   gepubl. op   25-03-1997
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   01-01-1997                 [ Zie versie 017 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  11-12-1996   gepubl. op   25-12-1996
     Gewijzigd art.   1
   Van kracht tot   01-01-1997                 [ Zie versie 016 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  19-05-1995   gepubl. op   03-08-1995
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   13-08-1995                 [ Zie versie 015 ]
Gewijzigd door   WET  van  09-02-1995   gepubl. op   18-03-1995
     Gewijzigd art.   1568,L1
   Van kracht tot   01-01-2001                 [ Zie versie 014 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  12-12-1994   gepubl. op   15-12-1994
     Gewijzigd art.   1409,#1
   Van kracht tot   01-01-1995                 [ Zie versie 013 ]
Gewijzigd door   WET  van  29-07-1994   gepubl. op   06-09-1994
     Gewijzigd art.   1481,L1 *** 1482 *** 1488,L2
   Van kracht tot   06-09-1994                 [ Zie versie 012 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  08-12-1993   gepubl. op   15-12-1993
     Gewijzigd art.   1409,#1
   Van kracht tot   25-12-1993                 [ Zie versie 011 ]
Gewijzigd door   WET  van  14-01-1993   gepubl. op   20-02-1993
     Gewijzigd art.   1390,L1 *** 1390bis *** 1390ter *** 1391 *** 1408 *** 1409 *** 1410 *** 1411,L1 *** 1412 *** 1502 *** 1520 *** 1524,L2
   Van kracht tot   02-03-1993                 [ Zie versie 010 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  11-12-1992   gepubl. op   17-12-1992
     Gewijzigd art.   1409
   Van kracht tot   27-12-1992                 [ Zie versie 009 ]
Gewijzigd door   WET  van  20-07-1991   gepubl. op   01-08-1991
     Gewijzigd art.   1410
   Van kracht tot   11-08-1991                 [ Zie versie 008 ]
Gewijzigd door   WET  van  12-07-1991   gepubl. op   09-08-1991
     Gewijzigd art.   1650
   Van kracht tot   19-08-1991                 [ Zie versie 007 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  27-11-1989   gepubl. op   13-12-1989
     Gewijzigd art.   1409
   Van kracht tot   01-01-1990                 [ Zie versie 006 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  23-10-1989   gepubl. op   23-11-1989
     Gewijzigd art.   1410,#4
   Van kracht tot   01-01-1986                 [ Zie versie 005 ]
Gewijzigd door   WET  van  29-07-1987   gepubl. op   15-08-1987
     Gewijzigd art.   1399
   Van kracht tot   01-10-1987                 [ Zie versie 004 ]
Gewijzigd door   WET  van  31-03-1987   gepubl. op   27-05-1987
     Gewijzigd art.   1390BIS *** 1390TER *** 1391 *** 1412
   Van kracht tot   06-06-1987                 [ Zie versie 003 ]
Gewijzigd door   WET  van  24-05-1985   gepubl. op   12-06-1985
     Gewijzigd art.   1512,L1 *** 1531,L1
   Van kracht tot   22-06-1985                 [ Zie versie 002 ]
Gewijzigd door   WET  van  28-03-1984   gepubl. op   09-03-1985
     Gewijzigd art.   1488
   Van kracht tot   01-01-1987                 [ Zie versie 001 ]

Begin
Inhoudstafel Wijziging(en)