Einde Preambule
Inhoudstafel
Gearchiveerde versie nr  1

Titel
19 JULI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.

Dossiernummer : 2002-07-19/50

Nota
Gewijzigd bij   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  23-04-2004   gepubl. op   05-08-2004
     Gewijzigde art. :   10 *** 14 *** 19 *** 23 *** 29
   Van kracht tot   31-03-2004

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Geregeld vervoer.
Art. 2-7
HOOFDSTUK III. - Bijzondere vormen van geregeld vervoer.
Afdeling I. - Niet-grensoverschrijdend vervoer.
Onderafdeling I. - Overeenkomst.
Art. 8-10
Onderafdeling II. - Vergunning.
Art. 11-16
Afdeling II. - Grensoverschrijdend vervoer.
Onderafdeling I. - Overeenkomst.
Art. 17-19
Onderafdeling II. - Vergunning.
Art. 20-25
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen gemeen aan de hoofdstukken II en III : Vervoer voor eigen rekening.
Art. 26-30
HOOFDSTUK V. - Uitzonderingsbepaling.
Art. 31
HOOFDSTUK VI. - Ongeregeld vervoer.
Art. 32-36
HOOFDSTUK VII. - Bevoegde ambtenaren.
Art. 37
HOOFDSTUK VIII. - Administratieve geldboete.
Art. 38
HOOFDSTUK IX. - Opheffingsbepalingen.
Art. 39-41
HOOFDSTUK X. - Overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen.
Art. 42-45
BIJLAGEN.
Art. N1-N4

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de mobiliteit;
  2° decreet : het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen;
  3° bevoegde administratie : de afdeling Personenvervoer en Luchthavens van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Wegen en Verkeer;
  4° wegeninspecteurs : de ambtenaren, bedoeld in artikel 64 van het decreet;
  5° wegeninspecteurs-controleurs : de ambtenaren, bedoeld in artikel 64 en 66 van het decreet;
  6° VVM : de Vlaamse Vervoermaatschappij " De Lijn ".
  HOOFDSTUK II. - Geregeld vervoer.
  Art. 2. Versterkingsritten van geregeld vervoer worden door de VVM georganiseerd.
  Onder versterkingsritten wordt verstaan : de ritten, uitgevoerd om tegemoet te komen aan de vraag naar meer vervoermogelijkheden met inzet van extra materieel langs een bepaald traject van geregeld vervoer, naar aanleiding van een toevallige of een geplande verhoging van de vervoersvraag.
  Art. 3. De minister is, ter uitvoering van artikel 17 van het decreet, belast met het nemen van een beslissing, respectievelijk het afleveren van de vergunning, het verlenen van instemming en het vernieuwen van de vergunning voor grensoverschrijdend geregeld vervoer.
  In het geval van artikel 17, § 1, tweede lid van het decreet, beslist de minister binnen twee maanden overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, lid 2 van verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen, gewijzigd bij verordening (EG) nr. 11/98 van de Raad van 11 december 1997.
  Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of vernieuwen van een vergunning voor het grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.
  Art. 4. De ambtenaren die met de controle belast zijn, kunnen de vergunning voorlopig intrekken, in afwachting van het onderzoek ten gronde, als de vervoerder :
  1° onjuiste inlichtingen heeft verstrekt met betrekking tot gegevens die noodzakelijk waren voor de afgifte of de vernieuwing van de vergunning;
  2° niet meer voldoet aan een van de voorwaarden die vereist waren voor het afleveren van de bestaande vergunning;
  3° een ernstige inbreuk of kleinere herhaalde inbreuken heeft gemaakt op de regelgeving inzake vervoer en verkeersveiligheid zoals bedoeld in artikel 16, lid 3 van de hogervermelde Verordening (EEG) nr. 684/92.
  Art. 5. De bevoegde administratie stelt een grondig onderzoek in en hoort de vergunninghouder.
  De minister deelt zijn beslissing mee aan de vergunninghouder uiterlijk drie maanden nadat de ambtenaar die met de controle belast is, de vergunning heeft ingetrokken.
  Art. 6. Als de minister vaststelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 4, wordt de bestaande vergunning beëindigd.
  Art. 7. De bevoegde administratie verbiedt de vergunninghouder om op het Vlaamse grondgebied grensoverschrijdend vervoer te doen indien hij herhaaldelijk ernstige inbreuken heeft gemaakt op de reglementering inzake de verkeersveiligheid, onder andere ten aanzien van de normen voor de voertuigen en de rij- en rusttijden van de bestuurders.
  HOOFDSTUK III. - Bijzondere vormen van geregeld vervoer.
  Afdeling I. - Niet-grensoverschrijdend vervoer.
  Onderafdeling I. - Overeenkomst.
  Art. 8. Voor de exploitatie van niet-grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is geen vergunning vereist als er een overeenkomst is gesloten tussen de organisator en de vervoerder.
  De modelovereenkomst is als bijlage II bij dit besluit gevoegd en bevat minimale gegevens, die de contracterende partijen nog kunnen aanvullen.
  Art. 9. De overeenkomst kan maximaal voor vijf jaar worden afgesloten.
  Art. 10. Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst wordt binnen vijftien dagen na het sluiten van de overeenkomst opgestuurd aan de bevoegde administratie. Ook als de overeenkomst wordt vernieuwd moet er een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst worden opgestuurd.
  Onderafdeling II. - Vergunning.
  Art. 11. Voor de exploitatie van niet-grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is een vergunning vereist als er geen overeenkomst tussen de vervoerder en de organisator werd afgesloten. Die vergunning kan enkel worden afgeleverd aan exploitanten die in Vlaanderen gevestigd zijn.
  Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of het vernieuwen van een vergunning voor niet-grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.
  Art. 12. De minister is ter uitvoering van artikel 19, § 1, tweede lid, van het decreet, belast met het afleveren van de vergunning.
  De minister neemt een beslissing binnen één maand na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.
  De vergunning wordt geweigerd indien blijkt dat :
  1° het vervoer waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 2, 2° van het decreet;
  2° het modelaanvraagformulier, dat als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, niet is gebruikt of niet volledig werd ingevuld;
  3° er niet is voldaan aan de wettelijke bepalingen inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg;
  4° er niet is voldaan aan de verplichting om de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven.
  Art. 13. De maximale geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijf jaar.
  Art. 14. De vergunning of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan moet in het voertuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.
  Art. 15. De vergunninghouder is voor de hele duur van de vergunning ertoe gehouden :
  1° de bepalingen van de vergunning na te leven, in het bijzonder de bepalingen betreffende de te verzorgen verbindingen, de continuïteit, de frequentie, de reisweg en de categorie van reizigers;
  2° te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg;
  3° de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven;
  4° de geldende reglementering inzake verkeersveiligheid te respecteren.
  Art. 16. De vergunning wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de vergunninghouder een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.
  Afdeling II. - Grensoverschrijdend vervoer.
  Onderafdeling I. - Overeenkomst.
  Art. 17. Voor de exploitatie van grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is geen vergunning vereist als er een overeenkomst is gesloten tussen de organisator en de vervoerder.
  De modelovereenkomst is als bijlage II bij dit besluit gevoegd.
  Art. 18. De overeenkomst kan maximaal voor vijf jaar worden afgesloten.
  Art. 19. Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst wordt binnen vijftien dagen na het sluiten van de overeenkomst opgestuurd aan de bevoegde administratie. Ook als de overeenkomst wordt vernieuwd, moet er een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst worden opgestuurd.
  Onderafdeling II. - Vergunning.
  Art. 20. Als er geen overeenkomst werd afgesloten tussen de vervoerder en de organisator, is er voor de exploitatie van de grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer een vergunning vereist, die wordt afgeleverd door de minister, voorzover het vertrekpunt in Vlaanderen is gelegen.
  De minister neemt een beslissing binnen vier maanden na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.
  De vergunning wordt geweigerd indien blijkt dat niet is voldaan aan de bepalingen van artikel 12, derde lid van dit besluit.
  Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of vernieuwen van een vergunning voor grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.
  Art. 21. De minister is, ter uitvoering van artikel 19, § 1, vijfde lid, van het decreet, belast met het verlenen van instemming. De minister beslist binnen twee maanden overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, lid 2 van de hogervermelde Verordening (EEG) nr. 684/92.
  Art. 22. De maximale geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijf jaar.
  Art. 23. De vergunning of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan en een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning moeten in het voertuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.
  Art. 24. De vergunninghouder is voor de hele duur van de vergunning ertoe gehouden de bepalingen van artikel 15 van dit besluit na te leven.
  Art. 25. De vergunning wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de vergunninghouder een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.
  HOOFDSTUK IV. - Bepalingen gemeen aan de hoofdstukken II en III : Vervoer voor eigen rekening.
  Art. 26. Een attest kan enkel worden afgeleverd aan diegene die het bewijs levert dat er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 22 van het decreet en die kan aantonen dat de vorm van vervoer waarvoor hij een attest aanvraagt, geregeld vervoer dan wel een bijzondere vorm van geregeld vervoer betreft.
  Art. 27. <Err. B.St. 26-09-2002, p. 43736> De minister is, ter uitvoering van artikel 23 van het decreet, belast met het afleveren van het attest.
  De minister neemt een beslissing binnen één maand na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.
  Het attest wordt geweigerd indien blijkt dat :
  1° het vervoer waarvoor de vergunning werd aangevraagd niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 2, 3°, van het decreet en artikel 26 van dit besluit :
  2° het modelattest, dat als bijlage III bij dit besluit is gevoegd, niet is gebruikt of niet volledig werd ingevuld;
  3° er niet is voldaan aan de wettelijke bepalingen inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van personenvervoer over de weg;
  4° er niet is voldaan aan de verplichting om de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven. om de op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geldende collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven.
  Art. 28. De maximale geldigheidsduur van het attest is vijf jaar.
  Art. 29. Het attest of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan moet in het voertuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.
  Art. 30. Het attest wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de houder van het attest een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.
  HOOFDSTUK V. - Uitzonderingsbepaling.
  Art. 31. De bepalingen van artikel 12, derde lid, 3°, artikel 15, 2°, artikel 20, derde lid en artikel 27, derde lid, 3° zijn niet van toepassing op de personen die niet het beroep van vervoerder over de weg uitoefenen, zoals bedoeld in artikel 20 van het decreet.
  HOOFDSTUK VI. - Ongeregeld vervoer.
  Art. 32. De VVM kan, mits ze beschikt over een machtiging voor ongeregeld vervoer overeenkomstig artikel 15 van de besluitwet van 30 december 1946 betreffende het bezoldigd vervoer van personen over de weg met autobussen en met autocar, ongeregeld vervoer organiseren overeenkomstig de in artikel 33 tot en met 36 vermelde voorwaarden.
  Art. 33. Het in artikel 32 vermelde ongeregeld vervoer kan enkel worden georganiseerd voor evenementenvervoer. Hieronder wordt verstaan : het vervoer dat door de VVM wordt georganiseerd van en naar een publieke gebeurtenis met een sterk mobiliteitsgenererend effect.
  Art. 34. Als de VVM kennis heeft van een bepaalde vervoervraag naar het in artikel 33 bedoelde evenementenvervoer, maakt ze dit minstens bekend op haar website via het internet. De VVM wacht gedurende veertien dagen de reactie af van de autocarondernemers. De VVM mag dit evenementenvervoer enkel geheel of gedeeltelijk organiseren als blijkt dat de autocarondernemers geen of geen passend aanbod kunnen garanderen.
  De VVM moet, binnen een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, een ontwerp van procedure ter goedkeuring aan de Minister voorleggen, waarin de praktische werkwijze voor de uitvoering van dit hoofdstuk wordt vastgelegd. Indien de VVM in gebreke blijft, stelt de Minister de procedure vast.
  Art. 35. Het in artikel 33 bedoelde evenementenvervoer moet minstens de exploitatiekosten dekken.
  Art. 36. Tussen de VVM en de organisator van het evenement moet een contract worden gesloten waarin de reisweg met de bijbehorende afstand en de prijs is bepaald. Het ritorder van de VVM moet in het voertuig aanwezig zijn.
  HOOFDSTUK VII. - Bevoegde ambtenaren.
  Art. 37. De wegeninspecteurs en de wegeninspecteurs-controleurs zijn ambtenaren van de administratie Wegen en Verkeer van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die worden aangewezen door de minister. Zij houden toezicht op de bepalingen van artikel 15 tot en met 24 van het decreet.
  De aanstelling blijkt uit een door de minister ondertekend legitimatiebewijs zoals beschreven in bijlage IV bij dit besluit.
  HOOFDSTUK VIII. - Administratieve geldboete.
  Art. 38. § 1. De wegeninspecteur of wegeninspecteur-controleur die een inbreuk vaststelt op artikel 66, § 1, van het decreet, stelt de overtreder ter plaatse in kennis van het voornemen om een administratieve geldboete van 250 euro op te leggen. Gelijktijdig licht hij de bevoegde wegeninspecteur-controleur hierover in.
  De overtreder kan binnen dertig dagen na de vaststelling van de inbreuk zijn opmerkingen aan de wegeninspecteur-controleur laten kennen.
  § 2. De overtreder wordt, binnen zestig dagen na de vaststelling van de inbreuk, door de wegeninspecteur-controleur van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete op de hoogte gebracht via een aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  § 3. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen dertig dagen na de kennisgeving bedoeld in § 2 van dit artikel.
  § 4. Bij gebrek aan betaling binnen de vastgestelde termijn wordt door het afdelingshoofd van de bevoegde administratie een dwangbevel uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard.
  § 5. De directeur-generaal van de administratie Wegen en Verkeer beslist over de gemotiveerde verzoeken tot vermindering of kwijtschelding van de boetes. Het verzoekschrift dient via een aangetekende brief te worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving, bedoeld in § 2 van dit artikel.
  Als de betrokkene daarom verzoekt, kan hij gehoord worden en zich laten bijstaan door een raadsman.
  § 6. Gedurende het onderzoek van het verzoekschrift is de verplichting tot het betalen van de administratieve geldboete geschorst.
  § 7. De beslissing betreffende de verzoeken, bedoeld in § 5 van dit artikel, wordt genomen binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift. Deze termijn kan eenmaal voor dezelfde duur verlengd worden op voorwaarde dat die verlenging omstandig wordt gemotiveerd.
  Indien binnen de verlengde termijn geen beslissing werd genomen, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.
  § 8. De definitieve beslissing over het verzoek wordt met redenen omkleed en aan de indiener van het verzoekschrift ter kennis gebracht via een aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  § 9. Vanaf de kennisgeving, bedoeld in § 8 van dit artikel, vangt een nieuwe termijn van dertig dagen aan waarna overeenkomstig § 4 van dit artikel een dwangbevel kan worden uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard.
  HOOFDSTUK IX. - Opheffingsbepalingen.
  Art. 39. Artikel 1 tot en met 9 en artikel 12 tot en met 14 van het koninklijk besluit van 29 november 1974 houdende vaststelling van bijzondere regels voor het internationaal vervoer van reizigers met autocars en autobussen worden opgeheven voorzover ze betrekking hebben op het grensoverschrijdend geregeld vervoer en de bijzondere vormen van geregeld vervoer.
  Art. 40. Het koninklijk besluit van 31 juli 1980 tot vaststelling van de voorwaarden voor de afgifte van machtigingen voor de bijzondere autobusdiensten wordt opgeheven.
  Art. 41. In artikel 2, 1° van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg worden opgeheven voorzover het betrekking heeft op het niet-grensoverschrijdend en grensoverschrijdend geregeld vervoer en op de bijzondere vormen van geregeld vervoer, worden a), b), c) en g) opgeheven.
  HOOFDSTUK X. - Overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen.
  Art. 42. De machtigingen die werden afgeleverd op basis van artikel 13 van de besluitwet van 30 december 1946 blijven nog geldig tot de einddatum van die machtigingen.
  Art. 43. De overeenkomsten, genoemd in artikel 8 en 17 van dit besluit, die reeds zijn afgesloten, blijven maximaal vijf jaar geldig vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, voorzover de inhoud van deze overeenkomsten rechtsgeldig is overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
  Art. 44. Artikel 2, 1°, 2°, 3°, 7° en 8°, artikel 3, artikel 15 tot en met 24, artikel 63 tot en met 67, en artikel 70, 1° tot en met 13°, 15° en 24° van het decreet treden in werking.
  Art. 45. De Vlaamse minister, bevoegd voor de mobiliteit, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 19 juli 2002.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  S. STEVAERT
  BIJLAGEN.
  Art. N1. Bijlage I. AANVRAAG VAN EEN VERGUNNING. (Erratum, B.St. 26-09-2002, p. 43736).
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-08-2002, p. 38679-38681)
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  S. STEVAERT
  Art. N2. Bijlage II. - OVEREENKOMST VOOR HET EXPLOITEREN VAN NIET-GRENSOVERSCHRIJDENDE OF GRENSOVERSCHRIJDENDE BIJZONDERE VORMEN VAN GEREGELD VERVOER.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-08-2002, p. 38682-38683).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  S. STEVAERT
  Art. N3. Bijlage III. ATTEST.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-08-2002, p. 38684-38685).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  S. STEVAERT
  Art. N4. Bijlage IV. - BESCHRIJVING VAN HET MODEL VAN DE LEGITIMATIEKAART VAN DE VLAAMSE WEGENINSPECTEURS EN DE WEGENINSPECTEURS-CONTROLEURS.
  Artikel 1. De legitimatiekaart is een gele kaart. De kaart heeft de vorm van een rechthoek met een lengte van 100 mm en een breedte van 70 mm. De kaart is geplastificeerd en heeft afgeronde hoeken.
  Art. 2. § 1. De legitimatiekaart bevat op de voorzijde de volgende gegevens :
  1° het opschrift " Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap ", met daaronder de titel, " legitimatiekaart " en daaronder " Wegeninspecteur " of " Wegeninspecteur-controleur ";
  2° in het linkergedeelte, onder het opschrift en de titels, genoemd in 1°, een pasfoto in kleur van de titularis van de legitimatiekaart met een minimumgrootte van 25 mm op 25 mm;
  3° in het rechtergedeelte, onder het opschrift en de titels, genoemd in 1°, de volgende tekst :
  "... (naam + voornaam)
  ... (functie en afdeling) bij de (administratie)
  is belast met het toezicht op de exploitatie van het geregeld vervoer. "
  4° links onderaan, onder de foto, het volgnummer van de kaart;
  5° links onderaan, onder het volgnummer van de kaart, de volgende cursief gedrukte tekst : " (handtekening titularis) ", met een ruimte waarin de handtekening van de titularis moet worden geplaatst. De droogstempel van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wordt aangebracht op de foto van de titularis.
  § 2. De legitimatiekaart bevat op de achterzijde de volgende gegevens :
  1° bovenaan : " Toezichthouder op de regelgeving met betrekking tot de exploitatie van het geregeld vervoer en in het bijzonder op artikel 15 tot en met 24 van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (Belgisch Staatsblad 21 augustus 2001) ";
  2° daaronder : " Artikel 64, § 2, van bovenvermelde regelgeving verleent de betrokken ambtenaar o.m. het recht om in het kader van zijn opdracht de personen te ondervragen en de bijstand van de lokale en federale politie te vorderen. ";
  3° onderaan : " De Vlaamse minister, bevoegd voor de mobiliteit, (naam + handtekening) Brussel (datum van ondertekening) ".
  (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 31-08-2002, p. 38687).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002. betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  S. STEVAERT.

Preambule Tekst Inhoudstafel Begin
   De Vlaamse regering,
   Gelet op het decreet van 31 juli 1990 tot oprichting van de Vlaamse Vervoermaatschappij, inzonderheid op artikel 3, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 8 december 2000 en 6 juli 2001;
   Gelet op het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen, inzonderheid op artikel 15 tot en met 24, en 63 tot en met 66;
   Gelet op het koninklijk besluit van 29 november 1974 houdende vaststelling van bijzondere regels voor het internationaal vervoer van reizigers met autocars en autobussen, inzonderheid op artikel 1 tot en met 9 en 12 tot en met 14;
   Gelet op het koninklijk besluit van 31 juli 1980 tot vaststelling van de voorwaarden voor de afgifte van de machtigingen voor de bijzondere autobusdiensten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 december 2001;
   Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 15 maart 2002, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand;
   Gelet op het advies 33.202/3 van de Raad van State, gegeven op 4 juni 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :
   


Begin Preambule
Inhoudstafel