Einde
Inhoudstafel Wijziging(en)
Gearchiveerde versie nr  8

Titel
29 OKTOBER 1999. - Besluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest en de regeling van de rechtspositie van het personeel.

Dossiernummer : 1999-10-29/34

Nota
Gewijzigd bij   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigde art. :   11.67 *** 11.68 *** 11.69 *** 11.70 *** 11.71 *** 11.72 *** 11.73 *** 11.74 *** 11.75 *** 11.76 *** 11.77 *** 11.78 *** 11.79 *** 11.80 *** 11.81 *** 11.82 *** 11.83 *** 11.84 *** 11.85 *** 11.86 *** 11.87 *** 11.88 *** 11.89 *** 11.90 *** 11.91 *** 11.92 *** 11.93 *** 11.94 *** 11.95 *** 11.96 *** 11.97 *** 12.1 *** 12.2 *** 12.3 *** 12.4 *** 12.5 *** 12.6 *** 12.7 *** 12.8 *** 12.9
   Van kracht tot   01-10-2000

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 2. - Verlof voor opdracht van algemeen belang.
Art. 11.67, 11.68, 11.69, 11.70, 11.71, 11.72, 11.73, 11.74
HOOFDSTUK 3. - Verlof wegens terbeschikkingstelling van de Koning, een Prins of een Prinses van België.
Art. 11.75
HOOFDSTUK 4. - Verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een erkende politieke groep.
Art. 11.76, 11.77, 11.78, 11.79, 11.80
HOOFDSTUK 5. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Art. 11.81
TITEL 9. - Vormingsverlof en dienstvrijstelling voor vorming.
Art. 11.82, 11.83, 11.84, 11.85
TITEL 10. - Omstandigheidsverlof.
Art. 11.86
TITEL 11. - Gecontingenteerd verlof.
Art. 11.87, 11.88, 11.89
TITEL 12. - Verlof krachtens nationale bepalingen of verplichtingen.
Art. 11.90, 11.91, 11.92, 11.93, 11.94
TITEL 13. - Verlof krachtens decretale bepalingen.
Art. 11.95
TITEL 14. - Overgangsbepalingen.
Art. 11.96, 11.97
DEEL XII. - VERLIES VAN DE HOEDANIGHEID VAN AMBTENAAR EN DEFINITIEVE AMBTSNEERLEGGING.
TITEL 1. - De redenen.
Art. 12.1, 12.2, 12.3, 12.4, 12.5, 12.6, 12.7, 12.8, 12.9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 2. - Verlof voor opdracht van algemeen belang.
  Art. 11.67. De ambtenaar krijgt verlof voor de uitoefening van een opdracht waarvan het algemeen belang erkend wordt.
  Art. 11.68. § 1. Het verlof is onbezoldigd en wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.
  Het verlof wordt evenwel bezoldigd wanneer de ambtenaar wordt aangewezen als nationale deskundige krachtens het besluit van 26 juli 1988 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van de regeling van toepassing op de bij de diensten van de Commissie gedetacheerde nationale deskundigen.
  § 2. De minister kan beslissen het salaris van de ambtenaar voor de duur van de opdracht door te betalen aan de ambtenaar en terug te vorderen van de instantie waarbij de opdracht wordt vervuld of geheel of gedeeltelijk door te betalen zonder terugvordering.
  Art. 11.69. Onder opdracht wordt verstaan :
  1° de uitoefening van de nationale en internationale opdrachten aangeboden door een binnenlandse of buitenlandse regering of openbaar bestuur of een internationale instelling;
  2° de internationale opdrachten in het raam van ontwikkelingssamenwerking, wetenschappelijk onderzoek of humanitaire hulp.
  Art. 11.70. § 1. Het karakter van algemeen belang wordt van rechtswege erkend voor de opdrachten in een ontwikkelingsland en voor de opdrachten die de als nationale deskundige aangewezen ambtenaar uitvoert ingevolge het voornoemde besluit van 26 juli 1988 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
  § 2. Het karakter van algemeen belang wordt voor de overige opdrachten erkend door de minister en voor de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar door de Vlaamse regering.
  De toestemming voor de opdracht wordt gegeven indien de opdracht geacht wordt van overwegend belang te zijn voor het land, de Vlaamse regering of de Vlaamse administratie.
  § 3. In afwijking van de §§ 1 en 2 van dit artikel, verliest iedere opdracht van rechtswege haar karakter van algemeen belang vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de ambtenaar een dienstanciënniteit heeft bereikt die volstaat om aanspraak te kunnen maken op het bekomen van een onmiddellijk ingaand of uitgesteld pensioen ten laste van de buitenlandse regering, het buitenlands openbaar bestuur of de internationale instelling voor wie de opdracht werd vervuld.
  Art. 11.71. § 1. Op vraag van iedere Vlaamse minister kan de minister, met instemming van de betrokkene, een ambtenaar van de instelling, met de uitvoering van een opdracht belasten.
  Eveneens kan iedere ambtenaar, met akkoord van de minister de uitvoering van een opdracht aanvaarden.
  In beide gevallen wordt het advies ingewonnen van de leidend ambtenaar.
  § 2. Met het oog op de toepassing van het voornoemde besluit van 26 juli 1988 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, maakt de Vlaamse minister bevoegd voor externe betrekkingen in het Belgisch Staatsblad een oproep bekend waarin duidelijk wordt uiteengezet welke bekwaamheid, geschiktheid en beroepservaring van de gegadigden gevraagd worden alsook hoe lang de opdracht duurt en onder welke voorwaarden die wordt uitgeoefend.
  De ambtenaar richt binnen vijftien kalenderdagen na de datum van de bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde oproep via de hiërarchische weg zijn kandidatuur aan de leidend ambtenaar.
  Laatstgenoemde stuurt, wanneer hij meent zich met de uitoefening van de opdracht akkoord te kunnen verklaren, de kandidatuur met het akkoord van de minister en met uitsluiting van elk ander element, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst door naar de Vlaamse minister bevoegd voor externe betrekkingen.
  De Vlaamse minister bevoegd voor externe betrekkingen legt de kandidatuur voor beslissing voor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
  Art. 11.72. § 1. Aan de ambtenaar met verlof wegens een internationale opdracht die hem door de Vlaamse regering werd toevertrouwd, kan een vergoeding worden toegekend onder de voorwaarden en voor het bedrag bepaald door de Vlaamse minister bevoegd voor ambtenarenzaken.
  De vergoeding wordt vastgesteld rekening houdend eensdeels met de bezoldiging aan de ambtenaar toegekend ter uitvoering van zijn opdracht en anderdeels, met de duur van de opdracht, de kosten van levensonderhoud in het land waar de ambtenaar zijn opdracht uitvoert, met de sociale rang die met deze opdracht overeenstemt en de tengevolge van zijn vertrek uit de woonplaats verhoogde gezinslasten.
  § 2. De in dit artikel bedoelde vergoeding mag niet worden toegekend aan de met een opdracht belaste ambtenaar die hetzij krachtens andere wets- of verordeningsbepalingen, hetzij wegens de vervulling van zijn opdracht, voordelen geniet die ten minste gelijkwaardig zijn aan het salaris dat hij zou gekregen hebben indien hij in dienst was gebleven.
  Art. 11.73. Met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden en ten hoogste zes maanden, kan de minister op ieder ogenblik een eind maken aan de opdracht waarmede de ambtenaar is belast tijdens de vervulling ervan.
  Art. 11.74. De ambtenaar wiens opdracht verstreken is of bij ministeriële beslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of bij beslissing van de ambtenaar zelf onderbroken wordt, stelt zich opnieuw ter beschikking van de instelling.
  Indien hij zonder geldige reden weigert of nalaat dit te doen, wordt hij, na tien dagen afwezigheid, als ontslagnemend beschouwd.
  HOOFDSTUK 3. - Verlof wegens terbeschikkingstelling van de Koning, een Prins of een Prinses van België.
  Art. 11.75. § 1. De ambtenaar wordt door de minister ter beschikking van de Koning, een Prins of een Prinses van België gesteld, op hun verzoek.
  § 2. Voor de tijd dat de ambtenaar ter beschikking van de Koning, een Prins of een Prinses van België wordt gesteld, krijgt hij verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  HOOFDSTUK 4. - Verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een erkende politieke groep.
  Art. 11.76. Onder " erkende politieke groep " wordt verstaan de politieke groep die erkend is overeenkomstig het reglement van elk van de wetgevende vergaderingen van de federale overheid of van de gemeenschappen en de gewesten.
  Art. 11.77. § 1. Op verzoek van de voorzitter van een erkende politieke groep krijgt de ambtenaar in een rang lager dan A2A, met zijn instemming en voor zover het belang van de dienst zich er niet tegen verzet, verlof om een ambt uit te oefenen bij een erkende politieke groep in de wetgevende vergaderingen van een federale overheid of van de gemeenschappen en de gewesten, of bij de voorzitter van één van die groepen.
  Het verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  § 2. Binnen de perken van de reglementering of het reglement van de betrokken wetgevende vergadering wordt het verlof dat is toegestaan aan de ambtenaar die een ambt uitoefent bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter van één van die groepen ofwel bezoldigd door de instelling met doorbetaling van het salaris en terugvordering ofwel niet bezoldigd door de instellingen wordt het salaris stopgezet indien de betrokken wetgevende vergadering of de erkende politieke groep een salaris betaalt.
  Art. 11.78. Het verlof wordt toegekend door de minister. Deze kan om dienstredenen het verlof beëindigen mits er een opzeggingstermijn van een maand gerespecteerd wordt.
  Het besluit vermeldt de identiteit (naam, voornamen en graad) van de ambtenaar, de duur van het toegekende verlof, alsmede de politieke groep of de voorzitter van de groep waarbij of bij wie de ambtenaar een ambt uitoefent.
  Art. 11.79. Het totale bedrag van de bezoldigingen die jaarlijks verschuldigd zijn aan ambtenaren met verlof bij een erkende politieke groep of bij de voorzitter ervan, mag niet hoger zijn dan het totale bedrag van de subsidie die de groep of de voorzitter uit de begroting der dotaties ontvangt.
  Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering.
  Art. 11.80. De erkende politieke groepen of hun voorzitter storten elk kwartaal aan de instelling een som die gelijk is aan het totale bedrag van de salarissen, vergoedingen en toelagen die tijdens het vorige kwartaal zijn betaald aan ambtenaren met verlof om bij die politieke groepen of bij de voorzitter ervan werkzaam te zijn.
  Wanneer bij het verstrijken van een kwartaal een politieke groep of de voorzitter ervan de bedoelde stortingen niet heeft verricht, wordt er een eind gemaakt aan het verlof van de ambtenaar waarover zij beschikken.
  Dit artikel vindt geen toepassing op ambtenaren die rechtstreeks bezoldigd worden door de betrokken wetgevende vergadering.
  HOOFDSTUK 5. - Gemeenschappelijke bepalingen.
  Art. 11.81. § 1. De tot benoemen bevoegde overheid onder wie de met een verlof voor opdracht belaste ambtenaar ressorteert, beslist volgens de behoeften van de dienst of de betrekking waarvan de betrokkene titularis is, als vacant moet worden beschouwd.
  Zij kan die beslissing nemen zodra de ambtenaar vier jaar afwezig is.
  In afwijking van het eerste en tweede lid geldt deze mogelijkheid niet voor de betrekking van de ambtenaar met verlof om een ambt uit te oefenen bij een ministerieel kabinet.
  § 2. Aan de in § 1 bedoelde beslissing moet het advies voorafgaan van de leidend ambtenaar indien de benoemende overheid de minister is, en het advies van het afdelingshoofd indien de benoemende overheid de leidend ambtenaar is.
  Indien de adviserende instantie van mening is dat de betrekking niet als vacant moet worden beschouwd, kan de benoemende overheid deze niettemin vacant verklaren na advies van de directieraad.
  TITEL 9. - Vormingsverlof en dienstvrijstelling voor vorming.
  Art. 11.82. Vorming is elke activiteit die bijdraagt tot het ontwikkelen van de capaciteiten, kennis, vaardigheden en attitudes van de ambtenaar met het oog op een verbeterde werking van de instelling inzake efficiëntie en effectiviteit van de dienstverlening aan de burger.
  Art. 11.83. § 1. Voor opleidingen die georganiseerd worden in het raam van het vormingsbeleid door de instelling of voor vormingsactiviteiten die goedgekeurd worden door de opdrachthouder voor de vorming of de vormingsverantwoordelijke van de instelling wordt dienstvrijstelling verleend. Deze periodes van afwezigheid worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  De dienstvrijstelling kan geweigerd worden indien dezelfde activiteit reeds werd gevolgd.
  § 2. De ambtenaar heeft recht op een voorbereiding voor examens of bekwaamheidsproeven. De voorbereiding bestaat uit voorbereidende opleidingen georganiseerd door of namens de instelling.
  Indien de ambtenaar deze voorbereiding een tweede maal wil volgen binnen een periode van vijf jaar, kan het afdelingshoofd deze toestemming weigeren.
  De periodes van afwezigheid voor deze voorbereiding worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  Art. 11.84. § 1. Voor beroepsopleidingen die op eigen initiatief gevolgd worden en die georganiseerd worden door het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van regelgeving inzake onderwijs en die 's avonds of in het weekeinde worden gegeven, kan de ambtenaar vormingsverlof verkrijgen.
  De periodes van afwezigheid voor vormingsverlof worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  § 2. Onder beroepsopleiding worden enkel die opleidingen verstaan die in verband staan met het uitgeoefende ambt.
  § 3. Het vormingsverlof wordt aangevraagd bij het afdelingshoofd die, na het advies te hebben ingewonnen van de opdrachthouder vorming of de vormingsverantwoordelijke, oordeelt of de aanvraag in verband staat met het uitgeoefende ambt en of het vormingsverlof verenigbaar is met de belangen van de dienst.
  De opleidingen bedoeld in § 1 die voorbereiden op overgangs- en bevorderingsexamens voor de betrokken ambtenaar worden in elk geval beschouwd als in verband staande met het uitgeoefende ambt. Het dienstbelang kan slechts éénmaal ingeroepen worden om deze opleidingen te weigeren.
  § 4. Het vormingsverlof is gelijk aan het aantal uren van de opleiding, zonder evenwel per jaar meer dan 120 uur te mogen bedragen.
  Voor de berekening van het aantal uren vormingsverlof wordt rekening gehouden met de geleverde prestaties en wel volgens de regels van toepassing voor de berekening van de jaarlijkse vakantie voor het jaar waarin de opleiding begint.
  § 5. Het vormingsverlof kan slechts éénmaal worden toegekend voor eenzelfde opleiding.
  § 6. Het vormingsverlof wordt geschorst indien blijkt dat de ambtenaar niet regelmatig de opleiding volgt.
  § 7. De nadere bepalingen inzake de toekenning van het vormingsverlof, de controle op de inschrijvingen en op de regelmatige deelname aan de opleiding worden vastgesteld door de leidend ambtenaar op voorstel van de opdrachthouder vorming of de vormingsverantwoordelijke.
  Art. 11.85. Artikel XI 83, § 1 is van toepassing op de stagiair.
  TITEL 10. - Omstandigheidsverlof.
  Art. 11.86. § 1. Aan de ambtenaar wordt omstandigheidsverlof toegekend naar aanleiding van de gebeurtenissen en binnen de perken zoals hierna vermeld :

1° huwelijk van de ambtenaar :                        4 werkdagen
  2° bevalling van de echtgenote of samenwonende
      partner :                                         4 werkdagen
  3° overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende
      partner, een bloed- of aanverwant in de
      eerste graad :                                    4 werkdagen
  4° huwelijk van een kind :                            2 werkdagen
  5° overlijden van een bloed- of aanverwant : in om
      het even welke graad maar onder eenzelfde dak
      wonend als de ambtenaar :                         2 werkdagen
  6° overlijden van een bloed- of aanverwant : in de
      tweede graad maar niet onder eenzelfde dak
      wonend als de ambtenaar :                         1 werkdagen


  § 2. De afwezigheden wegens omstandigheidsverlof worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  § 3. Dit verlof is tevens van toepassing op de stagiair.
  TITEL 11. - Gecontingenteerd verlof.
  Art. 11.87. Onverminderd de in de titels 2 tot en met 10 bepaalde verloven kan de ambtenaar in de toestand dienstactiviteit aanspraak maken op de volgende contingenten verloven :
  1° 20 werkdagen per jaar te nemen in volledige dagen en al dan niet aaneensluitende periodes; dit verlof wordt niet bezoldigd. De personeelsleden met verlof voor verminderde prestaties die dagelijks verminderd presteren, kunnen dit verlof evenwel opnemen in dagen naar rato van hun prestatieregime.
  2° een eenmalig contingent tijdens de loopbaan a rato van de duur om een stage of proefperiode in een andere betrekking bij een overheidsdienst of in de privé-sector door te maken; dit verlof wordt niet bezoldigd.
  Bovenop dit contingent krijgt de ambtenaar van de instelling die geslaagd is voor een vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau ambtshalve verlof in zijn oude graad voor de duur van zijn stage in zijn nieuwe graad.
  3° één maand per verkiezing om zijn kandidatuur voor de verkiezingen van de wetgevende vergaderingen en/of van de lokale besturen voor te bereiden;
  dit verlof wordt niet bezoldigd.
  Art. 11.88. Onverminderd het in titel 6 bepaalde verlofstelsel kan de ambtenaar aanspraak maken op een contingent verlof van 5 jaar gedurende zijn loopbaan, te nemen in periodes van minimum 1 jaar. Dit contingent wordt gelijkgesteld met de administratieve toestand non-activiteit.
  Het verlof kan niet gebruikt worden voor het uitoefenen van een winstgevende betrekking bij een andere werkgever of als zelfstandige.
  Art. 11.89. Het gecontingenteerd verlof wordt aangevraagd en toegestaan overeenkomstig de procedure bepaald in artikel XI 36, §§ 1, 2 en 3.
  TITEL 12. - Verlof krachtens nationale bepalingen of verplichtingen.
  Art. 11.90. § 1. De ambtenaar en de stagiair van de instelling die hun militaire dienst of burgerdienst volbrengen, vallen onder toepassing van :
  - het koninklijk besluit van 1 juni 1964 tot vaststelling van de administratieve stand van sommige ambtenaren van de rijksbesturen die in vredestijd militaire prestaties verrichten of diensten volbrengen ter uitvoering van de wet van 3 juni 1964 houdende het statuut van de gewetensbezwaarden;
  - het koninklijk besluit van 10 september 1981 tot vaststelling van de administratieve stand van sommige ambtenaren van de rijksbesturen welke van de militaire dienst vrijgesteld zijn bij toepassing van artikel 16 van die dienstplichtwetten, gecoördineerd op 30 april 1962.
  Deze bepalingen gelden in afwachting dat de Koning, na advies van de Vlaamse regering, krachtens artikel 43 van het AP-KB de administratieve toestand en de gevolgen voor het recht op salaris, op bevordering tot een hoger salaris, voor administratieve anciënniteit of voor de loopbaanaanspraken bepaalt van de verplichtingen die door de nationale overheid opgelegd zijn.
  § 2. De leidend ambtenaar neemt het besluit houdende ambtshalve verlof en vaststelling van de administratieve toestand.
  Art. 11.91. § 1. De ambtenaar en de stagiair van de instelling die verlof krijgen om in vredestijd als vrijwilliger prestaties te verrichten bij het korps voor burgerlijke veiligheid vallen onder de toepassing van artikel 19 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
  § 2. De leidend ambtenaar staat het verlof toe.
  Art. 11.92. De ambtenaar en de stagiair van de instelling hebben recht op voorbehoedend verlof wanneer een inwonend familielid aangetast is door een besmettelijke ziekte, in de omstandigheden en volgens de nadere bepalingen die vastgesteld worden door het Algemeen Reglement van de Administratieve Gezondheidsdienst.
  Art. 11.93. § 1. De ambtenaar en de stagiair van de instelling krijgen vakbondsverlof overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen van het syndicaal statuut zoals bepaald in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
  § 2. De leidend ambtenaar erkent een personeelslid als vaste afgevaardigde op aanvraag van een verantwoordelijk leider van zijn vakorganisatie.
  § 3. De tot benoemen bevoegde overheid onder wie de ambtenaar met vakbondsverlof ressorteert, beslist volgens de behoeften van de dienst of de betrekking waarvan de betrokkene titularis is, als vacant moet worden beschouwd.
  Zij kan die beslissing nemen zodra de ambtenaar vier jaar afwezig is.
  § 4. Aan de in § 3 bedoelde beslissing moet het advies voorafgaan van de leidend ambtenaar indien de benoemende overheid de minister is en het advies van het afdelingshoofd indien de benoemende overheid de leidend ambtenaar is.
  Indien deze van mening is dat de betrekking niet als vacant moet worden beschouwd, kan de benoemende overheid deze niettemin vacantverklaren na advies van de directieraad.
  Art. 11.94. De ambtenaar en de stagiair van de instelling hebben recht op ziekte- of gebrekkigheidsverlof bij een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte, overeenkomstig artikel 46 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
  Inzake de algemene regeling van schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten valt de ambtenaar van de instelling onder de toepassing van navolgende wettelijke en reglementaire bepalingen :
  - de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;
  - het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding ten gunste van de personeelsleden der instellingen van openbaar nut, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk;
  - het koninklijk besluit van 5 januari 1971 betreffende de schadevergoeding voor beroepsziekten in de overheidssector.
  TITEL 13. - Verlof krachtens decretale bepalingen.
  Art. 11.95. § 1. Wanneer een ambtenaar of een stagiair met toepassing van het decreet van 30 november 1988 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de openbare instellingen en publiekrechtelijke verenigingen die van het Vlaamse Gewest afhangen, verlof krijgt beslist de tot benoemen bevoegde overheid volgens de behoeften van de dienst of de betrekking waarvan de ambtenaar met voltijds politiek verlof titularis is, als vacant moet worden beschouwd.
  Zij kan die beslissing nemen zodra de ambtenaar vier jaar afwezig is.
  § 2 Aan de in § 1 bedoelde beslissing moet het advies voorafgaan van de leidend ambtenaar indien de benoemende overheid de minister is en het advies van het afdelingshoofd indien de benoemende overheid de leidend ambtenaar is.
  Indien deze van mening is dat de betrekking niet als vacant moet worden beschouwd, kan de benoemende overheid deze niettemin vacantverklaren na advies van de directieraad.
  TITEL 14. - Overgangsbepalingen.
  Art. 11.96. De ambtenaar aan wie een verlof was toegekend overeenkomstig de reglementering die van kracht was vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, geniet dit verlof tot het einde van de periode waarvoor het was toegestaan.
  Art. 11.97. De stand van het ziektekrediet dat de ambtenaar vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit opgebouwd heeft overeenkomstig de reglementering van kracht vóór deze datum blijft behouden.
  DEEL XII. - VERLIES VAN DE HOEDANIGHEID VAN AMBTENAAR EN DEFINITIEVE AMBTSNEERLEGGING.
  TITEL 1. - De redenen.
  Art. 12.1. Niemand kan zijn hoedanigheid van ambtenaar verliezen vóór de normale leeftijd van de pensionering, behalve in de gevallen bepaald door de pensioenwetgeving of door dit besluit.
  Art. 12.2. § 1. Ambtshalve en zonder opzegging verliest de hoedanigheid van ambtenaar :
  1° de ambtenaar van wie de benoeming onregelmatig bevonden wordt binnen de termijn voor beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State of van wie de onregelmatigheid van de benoeming wordt vastgesteld tijdens de procedure voor de Raad van State; die termijn geldt niet in geval van arglist of bedrog van de ambtenaar;
  2° de ambtenaar die niet langer zijn burgerlijke en politieke rechten geniet, die niet meer voldoet aan de dienstplichtwetten of wiens lichamelijke ongeschiktheid werd vastgesteld;
  3° onverminderd de toepassing van artikel XI 6, tweede lid en artikel XI 7 de ambtenaar die zonder geldige reden zijn post verlaat en meer dan tien opeenvolgende kalenderdagen afwezig blijft;
  4° de ambtenaar die zich in een geval bevindt waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten de ambtsneerlegging ten gevolge heeft;
  5° de ambtenaar die wordt afgezet;
  6° de ambtenaar die niet meer beantwoordt aan de nationaliteitsvereiste.
  § 2. Voor zover aan de voorwaarden van de desbetreffende reglementering is voldaan, stort de instelling bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid de werkgevers- en werknemersbijdragen die verschuldigd zijn voor de opname van de ambtenaar in het stelsel van de werkloosheid, de ziekteverzekering sector uitkeringen - en de moederschapsverzekering in de gevallen vermeld in § 1, sub 1°, behalve bij arglist of bedrog van de ambtenaar, sub 2°, 4° en 5°.
  § 3. Het ontslag van de ambtenaar wordt in de gevallen die opgesomd zijn als reden in § 1, sub 1°, 2°, 4° en 5° ondertekend door de leidend ambtenaar en in het geval dat als reden genoemd is sub 3° door de benoemende overheid.
  Het ontslag van de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar wordt ondertekend door de benoemende overheid.
  § 4. Dit artikel geldt tevens voor de stagiairs.
  Art. 12.3. Tot ambtsneerlegging geven aanleiding :
  1° het vrijwillig ontslag;
  2° de pensionering;
  3° de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid.
  De bepaling onder 1° van dit artikel geldt tevens voor de stagiair.
  Art. 12.4. In geval van vrijwillig ontslag mag de ambtenaar slechts na toestemming en na een opzeggingstermijn van ten minste dertig dagen, zijn dienst verlaten. Indien de bevoegde overheid binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de aanvraag van de ambtenaar niet geantwoord heeft, wordt de toestemming geacht gegeven te zijn.
  Nochtans kan in afwijking van het eerste lid in onderling akkoord tussen de ambtenaar en de bevoegde overheid de opzeggingstermijn ingekort worden.
  Een benoeming bij een andere overheid die definitief geworden is, wordt gelijkgesteld met vrijwillig ontslag.
  Art. 12.5. § 1. De ambtenaar die 60 jaar geworden is, wordt ambtshalve gepensioneerd op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij, zonder dat hij definitief ongeschikt is bevonden, komt tot een totaal van 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte te rekenen vanaf de leeftijd van 60 jaar. Voor het berekenen van deze 365 kalenderdagen komen de periodes van afwezigheid te wijten aan een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte, niet in aanmerking.
  § 2. Wegens uitzonderlijke redenen, kan een ambtenaar boven de leeftijd van 65 jaar in dienst gehouden worden, indien de instelling er bijzonder belang bij zou hebben nog enige tijd gebruik te maken van zijn diensten vóór zijn vervanging.
  Het indiensthouden boven de leeftijdsgrens kan slechts voor maximaal zes maanden toegestaan worden zonder mogelijkheid tot verlenging.
  De beslissing wordt gemotiveerd; ze wordt genomen door de Vlaamse regering voor de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar en door de minister op voorstel van de leidend ambtenaar voor de andere ambtenaren.
  Art. 12.6. Het vrijwillig ontslag en de pensionering wordt toegestaan, respectievelijk ondertekend door de benoemende overheid.
  Art. 12.7. § 1. De ambtenaar wordt definitief ongeschikt verklaard wegens beroepsredenen indien hij gedurende twee opeenvolgende jaren de evaluatie " onvoldoende " gekregen heeft.
  Het voorstel " onvoldoende " dat de tweede opeenvolgende maal geformuleerd wordt, wordt gelijkgesteld met een voorstel tot afdanking wegens beroepsongeschiktheid waartegen beroep mogelijk is bij de Raad van Beroep.
  § 2. De afdanking wegens beroepsongeschiktheid wordt uitgesproken door de benoemende overheid.
  § 3. Voor zover aan de voorwaarden van de desbetreffende reglementering is voldaan, stort de instelling bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid de werkgevers- en werknemersbijdragen die verschuldigd zijn voor de opname van de ambtenaar in het stelsel van de werkloosheid, de ziekteverzekering sector uitkeringen - en de moederschapsverzekering.
  Art. 12.8. De benoemende overheid kan aan de pensioengerechtigde ambtenaar toestaan de eretitel van het door hem laatst werkelijk waargenomen ambt te blijven dragen.
  Art. 12.9. De toestemming tot het voeren van de onder artikel XII 8 beoogde eretitel wordt enkel aan ambtenaren verleend die geen functioneringsevaluatie " onvoldoende " kregen en die ten minste 20 jaar werkelijke dienst hebben op het ogenblik van hun pensionering, behoudens in geval van vroegtijdige pensionering ten gevolge van letsels opgedaan of van ongevallen overkomen tijdens de uitoefening van of in verband met hun ambt.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   11.67 *** 11.68 *** 11.69 *** 11.70 *** 11.71 *** 11.72 *** 11.73 *** 11.74 *** 11.75 *** 11.76 *** 11.77 *** 11.78 *** 11.79 *** 11.80 *** 11.81 *** 11.82 *** 11.83 *** 11.84 *** 11.85 *** 11.86 *** 11.87 *** 11.88 *** 11.89 *** 11.90 *** 11.91 *** 11.92 *** 11.93 *** 11.94 *** 11.95 *** 11.96 *** 11.97 *** 12.1 *** 12.2 *** 12.3 *** 12.4 *** 12.5 *** 12.6 *** 12.7 *** 12.8 *** 12.9
   Van kracht tot   01-10-2000               [ Zie tekst hier boven ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   11.9 *** 1110 *** 11.11 *** 11.12 *** 11.13 *** 11.14 *** 11.15 *** 11.16 *** 11.17 *** 11.18 *** 11.19 *** 11.20 *** 11.21 *** 11.22 *** 11.23 *** 11.24 *** 11.25 *** 11.26 *** 11.27 *** 11.28 *** 11.29 *** 11.30 *** 11.31 *** 11.32 *** 11.33 *** 11.34 *** 11.35 *** 11.36 *** 11.37 *** 11.38 *** 11.39 *** 11.40 *** 11.41 *** 11.42 *** 11.43 *** 11.44 *** 11.45 *** 11.46 *** 11.47 *** 11.48 *** 11.49 *** 11.50 *** 11.51 *** 11.51BI *** 11.52 *** 11.53 *** 11.54 *** 11.55 *** 11.56 *** 11.57 *** 11.58 *** 11.59 *** 11.60 *** 11.61 *** 11.62 *** 11.63 *** 11.64 *** 11.65 *** 11.66
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 007 ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   9.1-9.9 *** 9.10 *** 9.11 *** 9.12 *** 9.13 *** 9.14 *** 9.15 *** 9.16 *** 9.17 *** 9.18 *** 9.19 *** 9.20 *** 9.21 *** 9.22 *** 9.23 *** 9.24 *** 9.25 *** 9.26 *** 9.27 *** 9.28 *** 9.29 *** 10.1 *** 10.2 *** 10.3 *** 10.4 *** 10.5 *** 10.6 *** 10.7 *** 10.8 *** 10.9 *** 10.10 *** 10.11 *** 10.12 *** 10.13 *** 11.1 *** 11.2 *** 11.3 *** 11.4 *** 11.5 *** 11.6 *** 11.7 *** 11.8
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 006 ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   8.41 *** 8.42 *** 8.43 *** 8.44 *** 8.45 *** 8.46 *** 8.47 *** 8.48 *** 8.49 *** 8.50 *** 8.51 *** 8.52 *** 8.53 *** 8.54 *** 8.55 *** 8.56 *** 8.57 *** 8.58 *** 8.59 *** 8.60 *** 8.61 *** 8.62 *** 8.63 *** 8.64 *** 8.65 *** 8.66 *** 8.67 *** 8.68 *** 8.69 *** 8.70 *** 8.71 *** 8.72 *** 8.73 *** 8.74 *** 8.75 *** 8.76 *** 8.77 *** 8.78 *** 8.79 *** 8.80 *** 8.81 *** 8.82 *** 8.83 *** 8.84 *** 8.85. *** 8.86 *** 8.87 *** 8.88
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 005 ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   8.1-8.9 *** 8.10 *** 8.11 *** 8.12 *** 8.13 *** 8.14 *** 8.15 *** 8.16 *** 8.17 *** 8.18 *** 8.19 *** 8.20 *** 8.21 *** 8.22 *** 8.23 *** 8.24 *** 8.25 *** 8.26 *** 8.27 *** 8.28 *** 8.29 *** 8.30 *** 8.31 *** 8.32 *** 8.33 *** 8.34 *** 8.35 *** 8.36 *** 8.37 *** 8.38 *** 8.39 *** 8.40
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 004 ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   7.1-7.9 *** 7.10 *** 7.11 *** 7.12 *** 7.13 *** 7.14 *** 7.15 *** 7.16 *** 7.17 *** 7.18 *** 7.19 *** 7.20 *** 7.21 *** 7.22 *** 7.23 *** 7.24 *** 7.25 *** 7.26 *** 7.27 *** 7.28 *** 7.29 *** 7.30 *** 7.31 *** 7.32 *** 7.33 *** 7.34
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 003 ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   4.1-6.9 *** 6.10 *** 6.11 *** 6.12 *** 6.13 *** 6.14 *** 6.15 *** 6.16 *** 6.17 *** 6.18 *** 6.19 *** 6.20 *** 6.21 *** 6.22 *** 6.23 *** 6.24 *** 6.25 *** 6.26 *** 6.27 *** 6.28 *** 6.29
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 002 ]
Gewijzigd door   BESLUIT VLAAMSE REGERING  van  30-06-2000   gepubl. op   26-09-2000
     Gewijzigd art.   1.1-3.7
   Van kracht tot   01-10-2000                 [ Zie versie 001 ]

Begin
Inhoudstafel Wijziging(en)