Einde
Inhoudstafel
Gearchiveerde versie nr  1

Titel
19 JUNI 1990. - [Decreet houdende oprichting van een " Dienststelle der Deutschsprachige Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung " (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap). (DDG 1998-06-29/30, art. 57, 002; ED : 28-07-1998) (Vertaling)

Dossiernummer : 1990-06-19/33

Nota
Gewijzigd bij   DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP  van  29-06-1998   gepubl. op   18-07-1998
     Gewijzigde art. :   18,#1 *** 19
   Van kracht tot   01-01-1998
     Gewijzigde art. :   M *** 1 *** 3,3° *** 9,#2 *** 2,2° *** 3,2° *** 4,#2 *** 23-A29
   Van kracht tot   28-07-1998

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1, M, 2-3
HOOFDSTUK II. - Opdrachten van de Dienst.
Art. 4, 9, 18-19, 23-27
Afdeling 3. - Beroep.
Art. 28-29

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Er wordt een " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge " (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap alsmede voor de bijzondere sociale bijstandsverlening) opgericht. Deze dienst geniet rechtspersoonlijkheid en behoort tot de instellingen van de categorie B die in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 over het toezicht op sommige instellingen van openbaar nut zijn aangegeven.
  De Executieve bepaalt de zetel van de Dienst binnen het Duitse taalgebied.
  Art. M. <Voor zijn wijziging was het opschrift van deze tekst als volgt : "Decreet houdende oprichting van een " Dienststelle der Deutschsprachige Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge " (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap alsmede voor de bijzondere sociale bijstandsverlening)">.
  Art. 2. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op :
  1° de personen met een handicap die bij de Dienst zijn ingeschreven;
  2° aanvragers van de bijzondere sociale bijstandsverlening.
  Art. 3. Voor de toepassing van dit decreet verstaat men onder :
  1° handicap : elke beperking van de integratie in de maatschappij en het arbeidsmidden ten gevolge van een aantasting van de geestelijke, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden;
  2° bijzondere sociale bijstandsverlening, een uitkering voor behoeftige personen met een zware ziekte;
  3° Dienst : de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor personen met een handicap alsmede voor de bijzondere sociale bijstandsverlening.
  HOOFDSTUK II. - Opdrachten van de Dienst.
  Art. 4. § 1. Wat de personen met een handicap betreft bestaan de opdrachten van de Dienst erin :
  1° de personen met een handicap die een aanvraag indienen in te schrijven en ervoor te zorgen dat een individueel hulp- en verzorgingsprogramma uitgewerkt wordt dat met de specifieke behoeften van deze personen rekening houdt;
  2° de voorlichting, oriëntering en begeleiding van de personen met een handicap en hun gezinsleden te bevorderen met het oog op een optimale integratie in het arbeidsmidden alsmede in alle andere sectoren van het gemeenschappelijk leven;
  3° de personen met een handicap, hun gezin en de personen die ze verzorgen adequate hulp- en aanpassingsmaatregelen aan te bieden en ervoor te zorgen dat de voorgeschreven uitkeringen aan hen verleend worden;
  4° voor de vroegtijdige hulp voor gehandicapte kleine kinderen en hun gezin te zorgen; voor de opname, de medische, sociale en pedagogische verzorging, de opvoeding, de herberging, de beroepsopleiding, revalidatie, omscholing en tewerkstelling van personen met een handicap te zorgen;
  5° toelagen te verlenen voor de aankoop, de bouw, ombouw en uitbreiding, de uitrusting en het onderhoud van inrichtingen voor personen met een handicap;
  6° de informatie over de voorkoming, herkenning en diagnose van handicaps alsmede over de uitwerkingen ervan op de levenswijze van de betrokkenen en hun familieleden te bevorderen;
  7° documentatie en informatie te verspreiden, studies of onderzoeken in te stellen of te laten instellen alsmede de specialisering en voortdurende vorming van de personen te bevorderen die op dit gebied werkzaam zijn;
  8° alle opdrachten uit te voeren die de Executieve aan de Dienst toevertrouwt in het kader van zijn taken.
  § 2. Wat de bijzondere sociale bijstandsverlening betreft bestaan de opdrachten van de Dienst erin, volgende personen te helpen wanneer ze behoeftig zijn :
  1° psychisch zieken die in een psychiatrische dienst, in een tehuis of ambulant behandeld worden;
  2° personen die aan een ziekte lijden, die door een tuberkel- of kankeraandoening veroorzaakt is.
  Op de voordracht van de Raad van Bestuur kan de Executieve de toepassing van lid 1 tot personen met andere zware ziekten uitbreiden.
  Art. 9. § 1. Op eigen initiatief of op aanvraag van de Executieve of van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap of van een ondergeschikte overheid brengt de Raad van Bestuur adviezen of aanbevelingen uit over alle aangelegenheden betreffende de integratie van personen met een handicap in de maatschappij en het arbeidsmidden en betreffende de bijzondere sociale bijstandsverlening.
  § 2. De Raad van Bestuur oefent de bevoegdheden uit van een Hoge Raad van de Duitstalige Gemeenschap voor de integratie van personen met een handicap in de maatschappij en het arbeidsmidden en voor de bijzondere sociale bijstandsverlening.
  § 3. De Executieve vraagt het advies van de Raad van Bestuur over elk ontwerp van decreet of besluit betreffende de opdrachten van de Dienst.
  De Raad van Bestuur is verplicht zijn advies binnen twee maanden na de aanvraag uit te brengen, tenzij een andere termijn is bepaald.
  § 4. Om zijn opdrachten te kunnen uitvoeren kan de Dienst een beroep doen op experts uit het binnen- en buitenland.
  Art. 18. § 1. Om bij de Dienst te kunnen worden ingeschreven, moeten de personen met een handicap :
  1° hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben;
  2° de Belgische nationaliteit of de nationaliteit van één der lidstaten van de Europese Gemeenschap bezitten of sinds ten minste vijf jaar zonder onderbreking in België verblijven of een totaal verblijf van tien jaar in België kunnen doen gelden;
  3° bij het indienen van de aanvraag jonger zijn dan 65 jaar.
  Worden niet ingeschreven, de personen met een handicap die reeds een hulp verkrijgen van de overeenkomstige dienst van de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of het Gewest Brussel-Hoofdstad.
  § 2. Op voordracht van de Raad van Bestuur bepaalt de Executieve de inschrijvingsprocedure.
  Art. 19. Onder de voorwaarden die zijzelf bepaalt kan de Executieve de uitvoering van dit decreet uitbreiden tot de personen met een handicap die aan de voorwaarden gesteld in artikel 18, § 1, 2°, niet voldoen alsmede tot staatlozen en erkende vluchtelingen.
  Art. 23. De Dienst kan een uitkering verlenen aan de personen bedoeld in artikel 4, § 2 die, als gevolg van hun gebrekkige inkomsten, in hun onderhoud niet kunnen voorzien wegens de kosten voortvloeiend uit de verzorging en de behandeling van hun ziekte.
  Op de voordracht van de Raad van Bestuur bepaalt de Executieve de criteria voor de beoordeling van de noodtoestand en legt het bedrag van de uitkering vast voor de personen bedoeld in artikel 4, § 2.
  Art. 24. § 1. De aanvragen tot bijzondere sociale bijstandsverlening worden door de aanvrager of zijn gevolmachtigde (per aangetekende brief) bij het bevoegde Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn ingediend. Het bevoegde O.C.M.W. is er ook toe gemachtigd de aanvraag in te dienen. Bij de aanvraag moeten een doktersattest en bewijsstukken over de behoeftigheid van de zieke toegevoegd worden opdat het O.C.M.W. een met redenen omkleed advies over de opportuniteit en het bedrag van de financiële tegemoetkoming van de Dienst kan uitgeven. Dit advies kan zo nodig op een sociaal onderzoek steunen.
  § 2. Het door het O.C.M.W. aangestelde dossier wordt aan de Dienst betekend en door hem onderzocht. De beslissing wordt opgenomen door de Raad van Bestuur van de Dienst en per aangetekende brief aan de aanvrager en aan het O.C.M.W. betekend.
  § 3. De kosten die meer dan 30 dagen vóór het indienen van de aanvraag bij het bevoegde O.C.M.W. werden voorgeschoten worden niet overgenomen.
  § 4. Elke verandering in de gezondheidstoestand of in de financiële positie van de gerechtigde aan wie een bijzonder sociale bijstandsverlening werd toegestaan vereist een aanvullende verklaring van de aanvrager. Deze verklaring wordt volgens dezelfde procedure ingediend en onderzocht als degene bedoeld voor de oorspronkelijke aanvraag.
  Art. 25. Elke tussenkomst in het kader van de bijzondere sociale bijstandsverlening die verleend of gehandhaafd werd op grond van beoordelingsfactoren die bedrieglijk, verkeerd of onvolledig zijn gebleken kan aanleiding geven tot een rechtsvordering tot verhaal van de sommen hetzij ten laste van de gerechtigde hetzij ten laste van zijn erfgenamen of legatarissen, behalve wanneer de onjuiste beoordeling te wijten is aan een fout door het bestuur.
  Art. 26. Elke tussenkomst in het kader van een bijzondere sociale bijstandsverlening ten gunste van een gerechtigde, die van roerende of onroerende goederen afstand doet, kan tegen de erfgenamen of legatarissen aanleiding geven tot een rechtsvordering tot verhaal van het geheel of van een gedeelte van de ondersteuningskosten die werden overgenomen tijdens de laatste vijf jaren vóór het overlijden van de betrokkene. Hierbij mogen de kosten slechts ten belope van de activa van de nalatenschap worden ingevorderd.
  Voor deze invorderingen mag de Dienst een wettelijk hypotheek vestigen op de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk aan de gerechtigde toebehoren of van zijn erfenis afhangen.
  Deze hypotheek treedt pas na de datum van haar inschrijving in werking.
  Zij mag te allen tijde, bij het leven of na de dood van de gerechtigde, op verzoek van de directeur van de Dienst gevestigd worden overeenkomstig de vorm waarin artikel 83 van de hypotheekwet van 16 december 1851 voorziet.
  Art. 27. De rechtsvorderingen bedoeld in de artikelen 25 en 26 verjaren na verloop van twee jaar gerekend vanaf de dag waarop de Dienst over het overlijden van de gerechtigde op de hoogte werd gebracht of ter kennis heeft genomen dat de beoordelingsfactoren die aan het verlenen of handhaven van zijn tussenkomst ten grondslag lagen bedrieglijk, verkeerd of onvolledig waren.
  Afdeling 3. - Beroep.
  Art. 28. De Executieve richt een commissie van beroep op die tot opdracht heeft over het beroep uitspraak te doen dat ingesteld wordt tegen de in artikel 24 bedoelde beslissingen van de Raad van Bestuur inzake de bijzondere sociale bijstandsverlening.
  Art. 29. Binnen dertig dagen nadat de beslissing van de Raad van Bestuur is betekend mag de aanvrager of zijn vertegenwoordiger per aangetekende brief verzet aantekenen bij de commissie van beroep.
  Hij die verzet aantekent mag zich vóór de commissie van beroep door een persoon van zijn keuze laten vertegenwoordigen.
  De commissie van beroep neemt een beslissing binnen zestig dagen na ontvangst van de beroepsbrief.
  De beslissing wordt per aangetekende brief aan de aanvrager of aan zijn vertegenwoordiger medegedeeld.

Begin
Inhoudstafel