| Einde | Preambule | |
| Parlementairewerkzaamheden | Inhoudstafel | Wijziging(en) |
| Titel |
|---|
|
30 JUNI 1994. -Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.
Dossiernummer : 1994-06-30/35 |
| Nota |
|---|
|
Gewijzigd bij WET van 10-12-2009 gepubl. op 23-12-2009 Art. 61,L3 *** 65ter,§3 *** 65quater *** 66sexies *** 67,§1-§3 *** 68quater *** 76bis *** 78bis,§1,2°,3°,6°,7°,§3,§4 *** 78ter Van kracht tot (onbepaald) Art. 56,L1 Van kracht tot 01-02-2010 Art. 65ter,§4 *** 67,§1-§3 Van kracht tot 14-04-2010 Art. 22,§1,4°ter *** 55bis *** 60bis *** 65,L2-L4 *** 65bis *** 65ter,§1-§3,§5 *** 65quinquies *** 65sexies *** 66 *** 66bis *** 66ter *** 66quater *** 66quinquies *** 67,§4-§6 *** 67bis *** 68 *** 68bis *** 68ter *** 69 *** 69bis *** 70,7° *** 75 *** 75bis *** 76 *** 76ter *** 77 *** 77bis *** 77ter *** 77quater *** 77quinquies *** 78bis,§1,1°,4°,5°,§2,§5-§7 Van kracht tot 01-04-2010 Art. 76bis *** 78bis, §4 Van kracht tot 30-01-2012 |
| Inhoudstafel | Tekst | Begin |
|---|---|---|
|
HOOFDSTUK I. - Auteursrecht. Afdeling 1. - Auteursrecht in het algemeen. Art. 1-7 Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen betreffende de werken van letterkunde. Art. 8 Afdeling 3. - (Bijzondere bepalingen betreffende de werken van grafische of beeldende kunst.) <W 2006-12-04/38, art. 2, 007; ED : 01-11-2007> Art. 9-13 Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen betreffende de audiovisuele werken. Art. 14-20 Afdeling 4bis. - Bijzondere bepalingen betreffende databanken. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 19, 003; ED : 14-11-1998> Art. 20bis, 20ter, 20quater Afdeling 5. - Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur. Art. 21-22, 22bis, 23, 23bis Afdeling 6. - Gemeenschappelijke bepaling betreffende de geluidswerken en audiovisuele werken. Art. 24 Afdeling 7. - Het uitgavecontract. Art. 25-30 Afdeling 8. - Het opvoeringscontract. Art. 31-32 HOOFDSTUK II. - Naburige rechten. Afdeling 1. - Algemene bepaling. Art. 33 Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars. Art. 34-38 Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de producenten van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films. Art. 39 Afdeling 4. - Bepaling betreffende de verhuring van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films. Art. 40 Afdeling 5. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars en de producenten. Art. 41-43 Afdeling 6. - Bepalingen betreffende de omroeporganisaties. Art. 44-45 Afdeling 7. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de afdelingen 1 tot 6. Art. 46-47, 47bis HOOFDSTUK III. - Mededeling aan het publiek per satelliet en doorgifte per kabel. Afdeling 1. - Mededeling aan het publiek per satelliet. Art. 48-50 Afdeling 2. - Doorgifte via kabel. Art. 51-54 HOOFDSTUK IV. - (Het kopiëren voor eigen gebruik van werken en prestaties.) <W 2OO5-05-22/33, art. 13, 006 ; ED : 27-05-2005> Art. 55-58 HOOFDSTUK V. - (De reproductie voor privé-gebruik of ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek) van werken die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd. <W 1998-08-31/41, art. 27, 003; ED : 14-11-1998> Art. 59-61 HOOFDSTUK Vbis. - <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 29, 003; ED : 14-11-1998> De reproductie en/of de mededeling van werken of prestaties ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek. Art. 61bis, 61ter, 61quater HOOFDSTUK VI. - Bepalingen inzake openbare uitlening. Art. 62-64 HOOFDSTUK VII. - Vennootschappen voor het beheer van de rechten. Art. 65-78 HOOFDSTUK VIII. - Algemene bepalingen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied. Art. 79 Afdeling 1bis. - Rechtsbescherming van technische voorzieningen en informati e betreffende het beheer van rechten. <ingevoegd bij W 2OO5-05-22/33, art. 25 ; ED : 27-05-2005> Art. 79bis, 79ter Afdeling 2. - Strafbepalingen. Art. 80-86 Afdeling 3. - Burgerlijke rechtsvordering ter zake van auteursrecht. Art. 86bis, 86ter, 87 Afdeling 3bis. - Vorderingen betreffende de toepassing van technische voorzieningen. <ingevoegd bij W 2005-05-22/33, art. 29 ; ED : 27-05-2005> Art. 87bis Afdeling 4. - Overgangsbepalingen. Art. 88 Afdeling 5. - Opheffingsbepalingen. Art. 89-90 Afdeling 6. - Wijzigingsbepalingen. Art. 91 Afdeling 7. - Inwerkingtreding. Art. 92 |
||
| Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|
|
HOOFDSTUK I. - Auteursrecht. Afdeling 1. - Auteursrecht in het algemeen. Artikel 1. § 1. Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook (, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk) te reproduceren of te laten reproduceren. <W 2005-05-22/33, art. 2, 005 ; ED : 27-05-2005> Dat recht omvat onder meer het exclusieve recht om toestemming te geven (tot het bewerken of het vertalen van het werk). (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Dat recht omvat ook het exclusieve recht om toestemming te geven tot het verhuren of het uitlenen van het werk. Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het werk volgens (ongeacht) welk procédé (, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn,) aan het publiek mede te delen. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) <W 2005-05-22/33, art. 2, 005 ; ED : 27-05-2005> (Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht de distributie van het origineel van het werk of van kopieën ervan aan het publiek, door verkoop of anderszins, toe te staan. De eerste verkoop of andere eigendomsoverdracht in de Europese Gemeenschap van het origineel of een kopie van een werk van letterkunde of kunst door de auteur of met diens toestemming leidt tot uitputting van het distributierecht van dat origineel of die kopie in de Europese Gemeenschap.) <W 2005-05-22/33, art. 2, 005 ; ED : 27-05-2005> § 2. De auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft op dat werk een onvervreemdbaar moreel recht. De globale afstand van de toekomstige uitoefening van dat recht is nietig. Het omvat ook het recht om het werk bekend te maken. Niet bekendgemaakte werken zijn niet vatbaar voor beslag. De auteur heeft het recht om het vaderschap van het werk op te eisen of te weigeren. Hij heeft recht op eerbied voor zijn werk en dat maakt het hem mogelijk zich te verzetten tegen elke wijziging ervan. Niettegenstaande enige afstand, behoudt hij het recht om zich te verzetten (tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dit werk dan wel tegen enige andere aantasting van het werk, die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden). (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 2. § 1. Na het overlijden van de auteur blijft het auteursrecht gedurende zeventig jaar bestaan ten voordele van de persoon die hij daartoe heeft aangewezen of, indien dat niet is gebeurd, ten voordele van zijn erfgenamen, overeenkomstig artikel 7. § 2. Onverminderd het tweede lid van deze paragraaf, wanneer een werk door twee of meer personen samen is gemaakt, genieten al hun rechtverkrijgenden het auteursrecht tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende der auteurs. De beschermingstermijn van een audiovisueel werk verstrijkt zeventig jaar na de dood van de langstlevende van de volgende personen : de hoofdregisseur, de scenarioschrijver, de (tekstschrijver) en de auteur van muziekwerken met of zonder woorden die speciaal voor het werk zijn gemaakt. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 3. Voor anonieme of pseudonieme werken bedraagt de duur van de rechten van de auteur zeventig jaar vanaf het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Indien evenwel het door de auteur aangenomen pseudoniem geen enkele twijfel over zijn identiteit laat of de auteur zijn identiteit tijdens de in het eerste lid vermelde termijn kenbaar maakt, geldt de in § 1, vastgestelde beschermingstermijn. (Voor anonieme of pseudonieme werken die niet binnen zeventig jaar na hun totstandkoming op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk zijn gemaakt, vervalt de bescherming bij de uitputting van die termijn.) <W 1995-04-03/41, art. 1, 002; ED : 09-05-1995> § 4. Voor werken die in verschillende banden, delen, nummers of afleveringen gepubliceerd zijn en waarvan de termijn van zeventig jaar ingaat op het tijdstip waarop het werk voor het publiek toegankelijk is gemaakt, loopt de beschermingstermijn voor elk onderdeel afzonderlijk. § 5. De beschermingstermijn van foto's die oorspronkelijk zijn, in de zin dat zij een eigen intellectuele schepping van de auteur zijn, wordt (vastgesteld) overeenkomstig de voorgaande paragrafen. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 6. Een ieder die na het verstrijken van de auteursrechtelijke bescherming een niet eerder gepubliceerd werk voor het eerst op geoorloofde wijz publiceert of op geoorloofde wijze aan het publiek meedeelt, geniet een bescherming die gelijkwaardig is (met die van de vermogensrechten) van de auteur. De beschermingstermijn van deze rechten bedraagt vijfentwintig jaar vanaf het tijdstip waarop het werk voor het eerst op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek meegedeeld is. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 7. De in dit artikel gestelde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat (de rechten) doet ontstaan. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 3. § 1. De vermogensrechten zijn roerende rechten die overgaan bij erfopvolging en vatbaar zijn voor gehele of gedeeltelijke overdracht, volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Zij kunnen onder meer worden vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht. Ten aanzien van de auteur worden alle contracten schriftelijk bewezen. De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteed. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, (leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren); met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht uitdrukkelijk worden bepaald. De verkrijger van het recht moet het werk overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren. De overdracht van de rechten betreffende nog onbekende exploitatienormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling. § 2. De overdracht van de vermogensrechten betreffende toekomstige werken geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de werken waarop de overdracht betrekking heeft, bepaald is. § 3. Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt. Wannee een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatse een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclame-wereld, voor zover het werk bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien. In die gevallen zijn § 1, vierde tot zesde lid, en § 2 niet van toepassing. Het beding waarbij aan de verkrijger van een auteursrecht het recht wordt toegekend om het werk te exploiteren in een vorm die onbekend is op de datum van de arbeidsovereenkomst of van de aanwerving onder statuut, moet uitdrukkelijk zijn en bepalen dat daaraan een aandeel gekoppeld is in de door die exploitatie gemaakte winst. De strekking van die overdracht en de wijze waarop ze plaatsvindt, kunnen bij collectieve overeenkomst worden bepaald. Art. 4. Wanneer het auteursrecht onverdeeld is, wordt de uitoefening ervan bij overeenkomst geregeld. Bij gebreke van een overeenkomst mag geen van de auteurs het recht afzonderlijk uitoefenen, behoudens rechterlijke beslissing in geval van onenigheid. Iedere auteur blijft echter vrij om, in zijn naam en zonder tussenkomst van de andere (auteurs), wegens inbreuk op het auteursrecht een rechtsvordering in te stellen en voor zijn deel schadevergoeding te eisen. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) De rechter kan te allen tijde de machtiging tot publikatie van het werk afhankelijk stellen van de maatregelen die hij nuttig acht; hij kan, op verzoek van de auteur die zich tegen de publikatie verzet, beslissen dat deze niet zal delen in de kosten en baten van de exploitatie of dat zijn naam niet op het werk zal voorkomen. Art. 5. Wanneer een werk door twee of meer personen samen is gemaakt, waarbij duidelijk kan worden opgemaakt welke de individuele bijdrage van ieder der auteurs is, mogen de auteurs behoudens andersluidende bepaling in het kader van dit werk met niemand anders samenwerken. Zij hebben evenwel het recht om hun bijdrage afzonderlijk te exploiteren, voor zover deze exploitatie het gemeenschappelijke werk niet in het gedrang brengt. Art. 6. De oorspronkelijke (auteursrechthebbende) is de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) (Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als auteur aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.) <W 2007-05-09/30, art. 9, 009; ED : 10-05-2007> De uitgever van een anoniem werk of van een werk onder pseudoniem wordt ten aanzien van derden geacht de auteur daarvan te zijn. Art. 7. Na het overlijden van de auteur worden de rechten bedoeld in artikel 1, § 1, tijdens de duur van de bescherming van het auteursrecht, uitgeoefend door zijn erfgenamen of legatarissen, tenzij de auteur (ze aan een bepaald persoon heeft toegekend, met inachtneming van het wettelijk voorbehouden erfdeel dat aan de erfgenamen toekomt.) (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) De rechten, bedoeld in artikel 1, § 2, worden na het overlijden van de auteur, uitgeoefend door zijn erfgenamen of legatarissen, tenzij hij daartoe een welbepaald persoon heeft aangewezen. Bij onenigheid geldt de regeling van artikel 4. Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen betreffende de werken van letterkunde. Art. 8. § 1. Onder werken van letterkunde wordt verstaan de geschriften van welke aard ook, alsmede lessen, voordrachten, redevoeringen, preken of andere mondelinge uitingen van de gedachte. Redevoeringen uitgesproken in vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen, in openbare terechtzittingen van rechtscolleges of in politieke bijeenkomsten mogen evenwel vrijelijk worden gereproduceerd en aan het publiek medegedeeld; alleen de auteur heeft echter het recht om ze afzonderlijk uit te geven. § 2. Er bestaat geen auteursrecht op officiële akten van de overheid. Afdeling 3. - (Bijzondere bepalingen betreffende de werken van grafische of beeldende kunst.) <W 2006-12-04/38, art. 2, 007; ED : 01-11-2007> Art. 9. Tenzij anders is overeengekomen, wordt bij de overdracht van een werk van (grafische of) beeldende kunst aan de verkrijger het recht overgedragen het werk als dusdanig tentoon te stellen, in omstandigheden die geen afbreuk doen aan de eer of de faam van de auteur; de andere auteursrechten worden echter niet overgedragen. <W 2006-12-04/38, art. 3, 1°, 007; ED : 01-11-2007> Tenzij anders is overeengekomen of tenzij andere gebruiken heersen, heeft de overdracht van een werk van (grafische of) beeldende kunst het verbod tot gevolg om er andere identieke exemplaren van te maken. <W 2006-12-04/38, art. 3, 2°, 007; ED : 01-11-2007> Art. 10. De auteur of de eigenaar van een portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mede te delen zonder toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na diens overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden. Art. 11. <W 2006-12-04/38, art. 4, 007; ED : 01-11-2007> § 1. Bij elke doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk waarbij actoren uit de professionele kunsthandel betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon, na de eerste overdracht door de auteur, is door de verkoper aan de auteur een onvervreemdbaar, op de doorverkoopprijs berekend volgrecht verschuldigd, waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand. Onder " oorspronkelijk kunstwerk " wordt verstaan, een werk van grafische of beeldende kunst, zoals afbeeldingen, collages, schilderingen, tekeningen, gravures, prenten, lithografieën, beeldhouwwerk, tapisserieën, keramische werken, glaswerk en foto's, voorzover dit werk een schepping is van de kunstenaar zelf, of het gaat om een exemplaar dat als oorspronkelijk kunstwerk wordt aangemerkt. Kopieën van kunstwerken die onder deze afdeling vallen en die door de kunstenaar zelf of in zijn opdracht in beperkte oplage zijn vervaardigd, worden als oorspronkelijk kunstwerk in de zin van deze afdeling beschouwd. Dergelijke kopieën zijn in de regel genummerd, gesigneerd of door de kunstenaar op andere wijze als authentiek gemerkt. § 2. Het volgrecht is evenwel niet van toepassing op een doorverkoop waarbij de verkoper het werk minder dan drie jaar voor de doorverkoop rechtstreeks heeft verkregen van de kunstenaar en de doorverkoopprijs maximaal 10.000 EUR bedraagt. De bewijslast dat aan deze voorwaarden is voldaan, rust op de verkoper. § 3. Het volgrecht komt toe aan de erfgenamen en andere rechtverkrijgenden van de auteurs overeenkomstig de artikelen 2 en 7. § 4. Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten is de reciprociteit van toepassing op het volgrecht. Art. 12. <W 2006-12-04/38, art. 5, 007; ED : 01-11-2007> Het volgrecht wordt berekend op de verkoopprijs exclusief belasting, op voorwaarde dat die minimum 1.250 EUR bedraagt. Teneinde verschillen weg te werken die negatieve effecten hebben op de werking van de interne markt, kan de Koning dit bedrag van 1.250 EUR wijzigen, zonder evenwel een bedrag hoger dan 3.000 EUR te kunnen bepalen. Het bedrag van het volgrecht wordt bepaald als volgt : - 4 % van het deel van de verkoopprijs tot en met 50.000 EUR; - 3 % van het deel van de verkoopprijs van 50.000,01 EUR tot en met 200.000 EUR; - 1 % van het deel van de verkoopprijs van 200.000,01 EUR tot en met 350.000 EUR; - 0,5 % van het deel van de verkoopprijs van 350.000,01 EUR tot en met 500.000 EUR; - 0,25 % van het deel van de verkoopprijs boven 500.000 EUR. Het maximumbedrag van het recht mag evenwel niet hoger liggen dan 12.500 EUR. Art. 13. <W 2006-12-04/38, art. 6, 007; ED : 01-11-2007> § 1. Voor de doorverkopen die plaatsvinden in het kader van een openbare veiling zijn de actoren uit de professionele kunsthandel die bij de doorverkoop betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon, de openbare ambtenaar, en de verkoper hoofdelijk verplicht de auteur of de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten, of indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen, binnen een maand na de verkoop in kennis te stellen van die verkoop. Zij zijn tevens hoofdelijk verplicht de verschuldigde rechten binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving te betalen. Voor de doorverkopen die niet plaatsvinden in het kader van een openbare veiling, met inbegrip van de verkopen die aanleiding hebben gegeven tot de toepassing van artikel 11, § 2, zijn de actoren uit de professionele kunsthandel die bij de doorverkoop betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon, en de verkoper hoofdelijk verplicht de auteur of de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten, of indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen, binnen de termijn en op de wijze bepaald door de Koning in kennis te stellen van die verkoop. Zij zijn tevens hoofdelijk verplicht de verschuldigde rechten binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving te betalen. § 2. De vordering van de auteur verjaart door verloop van drie jaren te rekenen van het verstrijken van de betalingstermijn bedoeld in § 1, eerste en tweede lid. § 3. Bij het verstrijken van de betalingstermijnen bepaald in § 1, eerste en tweede lid, worden de bedragen die niet betaald konden worden, aan de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen betaald. De Koning kan nadere regels betreffende deze betaling bepalen. Bij het verstrijken van de verjaringstermijn bepaald in § 2, zullen de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen de rechten verdelen op de door de Koning bepaalde wijze. § 4. Gedurende een periode van drie jaren na de doorverkoop, kunnen de beheersvennootschappen met betrekking tot de werken waarvan het beheer hen werd toevertrouwd, van de actoren uit de professionele kunsthandel overeenkomstig de door de Koning bepaalde regels alle inlichtingen opvragen die noodzakelijk zijn om de inning en verdeling van het volgrecht veilig te stellen. Met betrekking tot de werken waarvan het beheer niet werd toevertrouwd aan een beheersvennootschap, bepaalt de Koning de voorwaarden voor uitoefening van het recht op inlichtingen bepaald in het vorige lid. Hij kan onder meer bepalen dat het in het vorige lid bepaalde recht op inlichtingen enkel kan uitgeoefend worden via de door Hem aangewezen beheersvennootschappen, overeenkomstig de door Hem bepaalde regels. De auteurs kunnen tevens overeenkomstig de door de Koning bepaalde regels van de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen alle inlichtingen opvragen die noodzakelijk zijn om de inning en verdeling van het volgrecht veilig te stellen. n de verkoper zijn hoofdelijk verplicht de auteur of de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten binnen drie maanden na de verkoop in kennis te stellen van die verkoop, en de verschuldigde rechten binnen dezelfde periode te betalen. Bij het verstrijken van die termijn worden de bedragen die niet konden worden uitgekeerd, betaald aan de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen die de rechten zullen verdelen op de door de Koning bepaalde wijze. De vordering van de auteur verjaart door verloop van drie jaren te rekenen van de kennisgeving bedoeld in het eerste lid. Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen betreffende de audiovisuele werken. Art. 14. Naast de hoofdregisseur worden ook de natuurlijke personen die tot het werk hebben bijgedragen als auteurs van een audiovisueel werk beschouwd. Behoudens tegenbewijs worden geacht auteurs te zijn van een in samenwerking tot stand gebracht audiovisueel werk : a) de scenarioschrijver; b) de bewerker; c) de tekstschrijver; d) de grafische ontwerper van animatiewerken of van animatiesequenties in een audiovisueel werk, die een belangrijk deel van dat werk uitmaken; e) de auteur van muziekwerken met of zonder woorden die speciaal voor het audiovisueel werk gemaakt zijn. De auteurs van het oorspronkelijke werk worden gelijkgesteld met de auteurs van het nieuwe werk als de bijdrage van eerstgenoemden in het nieuwe werk (wordt) gebruikt. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 15. De auteur die weigert zijn bijdrage tot het audiovisueel werk af te maken of niet bij machte is dat te doen, kan zich niet verzetten tegen het gebruik van zijn bijdrage met het oog op de voltooiing van het werk. Voor die bijdrage wordt hij beschouwd als auteur en geniet hij de rechten die daaruit voortvloeien. Art. 16. Een audiovisueel werk wordt als voltooid beschouwd wanneer de regisseur en de producent de definitieve versie ervan in onderlinge overeenstemming hebben vastgesteld. De auteurs kunnen hun morele rechten pas laten gelden na voltooiing van het audiovisueel werk. Het is verboden de moederband van die versie te vernietigen. Art. 17. Het verlenen van het recht om van een bestaand werk een audiovisuele bewerking te maken, moet geregeld worden in een afzonderlijk contract, los van het uitgavecontract betreffende het werk. Degene die het recht heeft verkregen, verbindt zich het werk overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken te exploiteren en, behoudens andersluidend beding, aan de auteur een vergoeding uit te keren die in verhouding staat tot zijn bruto-ontvangsten. Art. 18. De auteurs van een audiovisueel werk alsmede de auteurs van een creatief element dat op geoorloofde wijze in een audiovisueel werk is opgenomen of erin is verwerkt, met uitzondering van de auteurs van muziekwerken dragen, behoudens andersluidend beding, aan de producenten het exclusieve recht op de audiovisuele exploitatie van het werk over, met inbegrip van de rechten die voor deze exploitatie noodzakelijk zijn, zoals het recht (om het werk van ondertiteling te voorzien of het na te synchroniseren), onverminderd de bepalingen van artikel 16 van deze wet. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 19. Behoudens wat betreft de audiovisuele werken die tot de niet-culturele sector (of tot de reclamewereld) behoren, hebben de auteurs voor elke wijze van exploitatie recht op een afzonderlijke vergoeding. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Behoudens enig andersluidend beding wordt het bedrag van de vergoeding bepaald in verhouding tot de bruto-ontvangsten die uit de exploitatie voortvloeien. In dat geval bezorgt de producent ten minste eenmaal per jaar aan alle auteurs een overzicht van hetgeen hij voor elke wijze van exploitatie heeft ontvangen. Art. 20. Het faillissement van de producent, het gerechtelijk akkoord dat hij heeft verkregen of de invereffeningstelling van zijn bedrijf hebben niet de ontbinding van de contracten met de auteurs van het audiovisueel werk tot gevolg. Wanneer de vervaardiging of de exploitatie van het werk wordt voortgezet, moet de curator of de vereffenaar, naar gelang van het geval, alle verplichtingen van de producent ten aanzien van de auteurs nakomen. Wordt het bedrijf geheel of gedeeltelijk overgedragen dan wel vereffend, dan moet de curator of de vereffenaar, naar gelang van het geval, een afzonderlijke kavel opmaken voor elk audiovisueel werk waarvan de exploitatierechten kunnen worden overgedragen of geveild. Hij moet, op straffe van nietigheid, elke andere producent van het werk, de regisseur en de andere auteurs bij aangetekende brief op de hoogte brengen, ten minste één maand voor de overdracht tot stand komt of voor enige andere verkoop- of veilingsprocedure wordt ingezet. De (koper) is tot dezelfde verplichtingen gehouden als de overdrager. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) De regisseur en, bij diens ontstentenis, de andere auteurs hebben een recht van voorrang op het werk, behalve indien een van de co-producenten verklaart koper te zijn. Bij gebreke van overeenstemming wordt de koopprijs vastgesteld bij rechterlijke beslissing. Heeft een van de co-producenten niet verklaard koper te zijn binnen één maand te rekenen van de kennisgeving, dan kan de regisseur gedurende een maand zijn recht van voorrang uitoefenen. Na het verstrijken van die termijn hebben de gezamenlijke auteurs een maand om hun recht van voorrang uit te oefenen. Uitoefening van dat recht geschiedt bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief gericht aan de curator of de vereffenaar, naar gelang van het geval. Degenen die een recht van voorrang genieten, kunnen daarvan afzien bij deurwaardesexploot of (bij ter post aangetekende brief) gericht aan de curator. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Wanneer de producent zijn werkzaamheden sedert meer dan twaalf maanden heeft stopgezet of wanneer de vereffening is bekendgemaakt en meer dan twaalf maanden na de bekendmaking nog niet is overgegaan tot de verkoop van het audiovisueel werk, kan elk van de auteurs van dat werk de ontbinding van zijn contract vorderen. Afdeling 4bis. - Bijzondere bepalingen betreffende databanken. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 19, 003; ED : 14-11-1998> Art. 20bis. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 19, 003; ED : 14-11-1998> Databanken die door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de auteur vormen, worden als zodanig door het auteursrecht beschermd. De bescherming van databanken op grond van het auteursrecht geldt niet voor de werken, de gegevens of de elementen zelf en laat de bestaande rechten op de werken, gegevens of andere elementen vervat in de databank onverlet. Onder "databank" wordt een verzameling verstaan van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, die systematisch of methodisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn. Art. 20ter. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 19, 003; ED : 14-11-1998> Behoudens een andersluidende contractuele of statutaire bepaling, wordt alleen de werkgever geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot databanken die in de niet culturele nijverheid zijn gemaakt door een of meer werknemers of ambtenaren bij de uitoefening van hun taken, of volgens de onderrichtingen van hun werkgever. In verband met het vermoeden van overdracht kunnen de collectieve overeenkomsten de omvang en de wijze daarvan bepalen. Art. 20quater. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 19, 003; ED : 14-11-1998> De rechtmatige gebruiker van een databank of van kopieën daarvan kan zonder toestemming van de auteur van de databank alle in artikel 1, § 1, bedoelde handelingen verrichten die noodzakelijk zijn om toegang te krijgen tot en normaal gebruik te maken van de inhoud van de databank. Voor zover de rechtmatige gebruiker slechts toestemming heeft om een deel van de databank te gebruiken, geldt het eerste lid van dit artikel ook alleen voor dat deel. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn van dwingend recht. Onder "rechtmatige gebruiker" wordt eenieder verstaan die handelingen verricht welke door de auteur of bij wet zijn toegestaan. Afdeling 5. - Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur. Art. 21. <W 2005-05-22/33, art. 3, 005 ; ED : 27-05-2005> § 1. Het citeren uit een werk dat op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, ten behoeve van kritiek, polemiek, recensie, onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden, maakt geen inbreuk op het auteursrecht, voorzover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt. Het citeren bedoeld in het vorige lid moet de bron en de naam van de auteur vermelden, tenzij dit niet mogelijk blijkt. § 2. Voor het samenstellen van een bloemlezing bestemd voor het onderwijs dat niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreeft is de toestemming vereist van de auteurs uit wier werk op die manier uittreksels worden samengebracht. Is de auteur echter overleden, dan is de toestemming van de rechthebbende niet vereist, op voorwaarde dat de keuze van het uittreksel, alsmede de presentatie en de plaats ervan de morele rechten van de auteur in acht nemen en dat een billijke vergoeding wordt betaald, die door de partijen wordt overeengekomen of anders door de rechter overeenkomstig de eerlijke gebruiken worden vastgesteld. § 3. De auteur kan zich niet verzetten tegen tijdelijke reproductiehandelingen van voorbijgaande of bijkomstige aard die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel : - de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon; of - een rechtmatig gebruik, van een beschermd werk, waarbij die handelingen geen zelfstandige economische waarde bezitten. Art. 22.§ 1. Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen : 1° de reproduktie en de mededeling aan het publiek, met het oog op informatie, van korte fragmenten uit werken of van integrale werken van beeldende kunst in (een verslag dat over actuele gebeurtenissen wordt uitgebracht); (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) 2° de reproduktie en de mededeling aan het publiek van een werk tentoongesteld in een voor het publiek toegankelijke plaats, wanneer het doel van de reproduktie of van de mededeling aan het publiek niet het werk zelf is; 3° (de kosteloze privé-uitvoering in familiekring of in het kader van schoolactiviteiten;) <W 2005-05-22/33, art. 4, 005 ; ED : 27-05-2005> 4° (de gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen of van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd, wanneer die reproductie uitsluitend bestemd is voor privé-gebruik en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk;) <W 1998-08-31/41, art. 20, 003; ED : 14-11-1998> 4°bis (de gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen, van bladmuziek, van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd, wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, voorzover zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk;) <W 2008-12-22/33, art. 83, 013; ED : 29-12-2008> (NOTA : bij arrest nr 69/2009 van 23-04-2009 (B.St. 27-04-2009, p. 32967-32969), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 83 van W 2008-12-22/33 geschorst) (NOTA : bij arrest nr 127/2009 van 16-07-2009 (B.St. 24-08-2009, p. 56339), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 83 van W 2008-12-22/33 vernietigd) (NOTA : art. 4, c) van de W 2005-05-22/33, dat onderhavig punt 4°bis wijzigde, wordt opgeheven met uitwerking op 19-05-2009 bij de W 2009-05-06/03, art. 135. Artikel 7, c) van de W 2006-12-04/38, dat onderhavig punt 4°bis wijzigde, wordt opgeheven met uitwerking op 19-05-2009 bij de W 2009-05-06/03, art. 138. Onderhavig punt 4°bis wordt gewijzigd bij dezelfde W 2009-05-06/03, art. 133, met uitwerking op een onbepaalde datum.) 4°ter (de gedeeltelijke of integrale reproductie op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager, van artikelen of van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit andere werken, met behulp van ongeacht welke fotografische techniek of enige andere werkwijze die een soortgelijk resultaat oplevert, wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk, en voorzover de bron, waaronder de naam van de auteur, wordt vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt) <W 2005-05-22/33, art. 4, 005 ; ED : 27-05-2005> (4°quater. de mededeling van werken wanneer deze mededeling wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht en voorzover deze mededeling verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, enkel wordt uitgevoerd door de gesloten transmissienetwerken van de instelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk, en voor zover de bron, waaronder de naam van de auteur, wordt vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt;) <W 2005-05-22/33, art. 4, 005 ; ED : 27-05-2005> 5° de (reproduktie) van geluidswerken en audiovisuele werken gemaakt (die in familiekring geschiedt en alleen daarvoor bestemd is); (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) 6° een karikatuur, een parodie of een pastiche, rekening houdend met de eerlijke gebruiken; 7° de kosteloze uitvoering van een werk tijdens een publiek examen, wanneer het doel van de uitvoering niet het werk zelf is, maar het beoordelen van de uitvoerder of de uitvoerders van het werk met het oog op het verlenen van een kwalificatiegetuigschrift, diploma of titel binnen een erkende onderwijsvorm. 8° (de reproductie die is beperkt tot een aantal kopieën, bepaald in functie van en gerechtvaardigd door het voor de bewaring van het culturele en wetenschappelijke patrimonium gestelde doel, door voor het publiek toegankelijke bibliotheken, musea, of door archieven die niet het behalen van een direct of een indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de auteur. De materialen die aldus worden vervaardigd blijven eigendom van deze instellingen, die zichzelf ieder commercieel of winstgevend gebruik ervan ontzeggen. De auteur kan hiertoe toegang krijgen, onder strikte inachtneming van de bewaring van het werk en tegen een billijke vergoeding van het werk verricht door deze instellingen;) <W 2005-05-22/33, art. 4, 005 ; ED : 27-05-2005> (9° de mededeling, met inbegrip van de beschikbaarstelling van niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen werken die onderdeel uitmaken van de verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken, wetenschappelijke- en onderwijsinstellingen, musea of archieven die niet het behalen van een direct of een indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, hierin bestaande dat het werk, via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen, voor onderzoek of privé-studie medegedeeld wordt aan of beschikbaar gesteld wordt voor individuele leden van het publiek; 10° tijdelijke opnamen van werken, gemaakt door omroeporganisaties met hun eigen middelen, met inbegrip van de middelen van een persoon die optreedt namens en onder de verantwoordelijkheid van de omroeporganisaties, ten behoeve van hun eigen uitzendingen; 11° de reproductie en mededeling aan het publiek van werken ten behoeve van mensen met een handicap, die rechtstreeks met deze handicap verband houden en van niet-commerciële aard zijn en voorzover het wegens de betrokken handicap noodzakelijk is, voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de auteur; 12° de reproductie en de mededeling aan het publiek voor reclamedoeleinden, voor openbare tentoonstellingen of openbare verkopen van artistieke werken, voorzover het noodzakelijk is voor de promotie van die gebeurtenissen, met uitsluiting van enig ander commercieel gebruik; 13° de reproductie van uitzendingen, door erkende ziekenhuizen, gevangenissen en instellingen voor jeugd- of gehandicaptenzorg, voor zover deze instellingen geen winstoogmerk nastreven en dat deze reproductie is voorbehouden voor het exclusieve gebruik van de daar verblijvende natuurlijke personen. <W 2005-05-22/33, art. 4, 005 ; ED : 27-05-2005> § 2. (De reproductie en de mededeling aan het publiek van het werk bij gelegenheid van een verslag dat over actuele gebeurtenissen wordt uitgebracht overeenkomstig § 1, 1°, moeten uit een oogpunt van voorlichting gerechtvaardigd zijn, en de bron, waaronder de naam van de auteur, moet vermeld worden, tenzij dit niet mogelijk blijkt.) <W 2005-05-22/33, art. 4, 005 ; ED : 27-05-2005> Art. 22bis. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 21, 003; ED : 14-11-1998> § 1. In afwijking van artikel 22 kan de auteur wanneer de databank wettig openbaar is gemaakt, zich niet verzetten tegen : 1° (de gedeeltelijke of integrale reproductie op papier of op een soortgelijke drager, met behulp van een fotografische techniek of een andere werkwijze die een soortgelijk resultaat oplevert, van databanken die op papier of op een soortgelijke drager zijn vastgelegd, wanneer die reproductie uitsluitend bestemd is voor privé-gebruik en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk;) <W 2005-05-22/33, art. 5, 005 ; ED : 27-05-2005> 2° (de gedeeltelijke of integrale reproductie op papier of op een soortgelijke drager, met behulp van een fotografische techniek of een andere werkwijze die een soortgelijk resultaat oplevert, wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, en zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk;) <W 2005-05-22/33, art. 5, 005 ; ED : 27-05-2005> 3° (de gedeeltelijke of integrale reproductie, op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager, wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, en zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk) <W 2005-05-22/33, art. 5, 005 ; ED : 27-05-2005> 4° (de mededeling van databanken wanneer deze mededeling wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht en voorzover deze verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, enkel wordt uitgevoerd door de gesloten transmissienetwerken van de instelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk.) <W 2005-05-22/33, art. 5, 005 ; ED : 27-05-2005> 5° de reproductie en de mededeling aan het publiek van een databank wanneer die handelingen worden verricht om de openbare veiligheid te waarborgen of om in een administratieve of gerechtelijke procedure aan te wenden en geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van de databank. Artikel 22, § 1, 1 tot 3°, 6° en 7°, is op analoge wijze van toepassing op databanken. § 2. Wanneer de databank wordt gereproduceerd of medegedeeld ter illustratie van onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, moeten de naam van de auteur en de benaming van de databank worden vermeld (, behalve indien dit onmogelijk blijkt). <W 2005-05-22/33, art. 6, 005 ; ED : 27-05-2005> Art. 23. § 1. De auteur kan de uitlening van werken van letterkunde, (databanken, fotografische werken,) partituren van muziekwerken, geluidswerken en audiovisuele werken niet verbieden wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht. <W 1998-08-31/41, art. 22, 003; ED : 14-11-1998> § 2. De uitlening van geluidswerken en audiovisuele werken kan pas plaatsvinden zes maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek. Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten. (§ 3. De in § 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen werken van letterkunde, (databanken, fotografische werken,) geluids- en audiovisuele werken alsook partituren van muziekwerken invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een educatief of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren of partituren van het werk.) <W 1995-04-03/41, art. 3, 002; ED : 09-05-1995> Art. 23bis. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 23, 003; ED : 14-11-1998> De bepalingen van de artikelen 21, 22, 22bis en 23, §§ 1 en 3, zijn van dwingend recht. (Er kan evenwel op contractuele basis afgeweken worden van de bepalingen van de artikelen bedoeld in het eerste lid, wanneer ht werken betreft die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld op grond van overeengekomen bepalingen op zodanige wijze dat leden van het publiek daartoe toegang hebben op een door hen individueel gekozen plaats en tijd.) <W 2005-05-22/33, art. 7, 005 ; ED : 27-05-2005> Afdeling 6. - Gemeenschappelijke bepaling betreffende de geluidswerken en audiovisuele werken. Art. 24. De auteur die zijn recht betreffende de verhuring van een geluidswerk of audiovisueel werk overdraagt of afstaat, behoudt het recht op een billijke vergoeding voor de verhuring. Van dat recht kan de auteur geen afstand doen. Afdeling 7. - Het uitgavecontract. Art. 25. Het uitgavecontract moet bepalen uit hoeveel exemplaren de eerste oplage minimum zal bestaan. Deze verplichting geldt evenwel niet voor het contract waarin bedongen is dat een gewaarborgd minimum van auteursrechten ten laste komt van de uitgever. Art. 26. § 1. De uitgever moet de exemplaren van het werk binnen de overeengekomen termijn produceren of laten produceren. Is in het contract die (termijn) niet vastgesteld, dan wordt (die) bepaald overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Indien de uitgever (zijn verplichting) niet nakomt binnen de hierboven gestelde termijnen en daarvoor geen wettige reden van verschoning heeft, kan de auteur zijn overgedragen rechten terugnemen, indien binnen zes maanden geen gevolg is gegeven aan een ingebrekestelling die bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs is opgestuurd. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 2. De uitgever verbindt zich ertoe, tenzij anders is bepaald, aan de auteur een vergoeding uit te keren die in verhouding staat tot de bruto-ontvangsten. Indien de auteur de uitgaverechten aan de uitgever heeft overgedragen op zodanige voorwaarden dat, gelet op het succes van het werk, de bedongen forfaitaire vergoeding kennelijk niet evenredig is aan de winst bij de exploitatie van dat werk, moet de uitgever, op verzoek van de auteur, de vergoeding wijzigen teneinde hem op billijke wijze te laten delen in de winst. De auteur kan vooraf geen afstand doen van dat recht. § 3. De uitgever kan zijn contract niet overdragen zonder instemming van de (auteursrechthebbende), tenzij hij tegelijkertijd zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk overdraagt. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 27. De uitgever kan na afloop van het contract, gedurende drie jaar de exemplaren die hij nog voorradig heeft, blijven verkopen tegen de normale prijs, tenzij de auteur verkiest die exemplaren zelf op te kopen tegen een prijs die, bij gebreke van overeenstemming, vastgesteld wordt door de rechtbank. Art. 28. Niettegenstaande enige daarmee strijdige overeenkomst (bezorgt de uitgever, ten minste eenmaal per jaar, aan de auteur een overzicht van hetgeen) hij voor elke wijze van exploitatie heeft verkocht, ontvangen en overdragen. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Behoudens in geval van wederuitgave, vervalt deze verplichting voor de uitgever, indien het werk gedurende vijf opeenvolgende jaren op geen enkele wijze wordt geëxploiteerd. Art. 29. Afgezien van alle andere redenen die de ontbinding van het uitgavecontract rechtvaardigen, kan de auteur de ontbinding (vorderen) wannneer de uitgever overgaat tot de volledige vernietiging van de exemplaren. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) In geval van ontbinding van het contract heeft de auteur het recht de nog voorradige exemplaren aan te kopen tegen een prijs die door de rechtbank wordt vastgesteld, wanneer de uitgever en de auteur daarover niet tot overeenstemming zijn gekomen. Het feit dat de auteur de ontbinding van het contract vordert, kan geen afbreuk doen aan de exploitatiecontracten die de uitgever op geldige wijze met derden heeft gesloten, zij het dat de auteur tegen deze laatsten een rechtstreekse vordering kan instellen tot betaling van de eventueel overreengekomen vergoeding (die hem op grond daarvan toekomt). Art. 30. In geval van faillissement, gerechtelijk akkoord of in vereffeningstelling van het bedrijf van de uitgever kan de auteur het oorspronkelijk contract onmiddellijk opzeggen bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs. Alle exemplaren, kopieën of reprodukties waarop het auteursrecht van toepassing is, moeten bij voorrang aan de auteur te koop worden aangeboden tegen een prijs die, ingeval de curator en de auteur het niet eens kunnen worden, vastgesteld wordt door de rechter bij wie de zaak aanhangig is, op verzoek van de meest gerede partij, nadat de curator of de auteur behoorlijk zijn opgeroepen en, in voorkomend geval, op advies van een of meer deskundigen. De auteur verliest zijn recht van voorrang indien hij, binnen dertig dagen na de ontvangst van het aanbod, aan de curator niet te kennen geeft dat hij er gebruik van wil maken. Het aanbod en de aanvaarding moeten, op straffe van nietigheid, worden gedaan bij deurwaardersexploot of bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs. De auteur van het werk kan van zijn recht van voorrang afzien bij deurwaardersexploot of bij ter post aangetekende brief gericht aan de curator. Wordt de in het tweede lid bepaalde procedure gevolgd, dan kan de auteur op dezelfde wijze afzien van het hem gedane aanbod, binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de dag waarop hij door de deskundige of de deskundigen bij ter post aangetekende brief in kennis is gesteld van het voor eensluidend verklaard afschrift van het rapport. De kosten van het deskundigenonderzoek worden verdeeld onder de gezamenlijke schuldeisers en de auteur. Afdeling 8. - Het opvoeringscontract. Art. 31. Het opvoeringscontract wordt gesloten voor bepaalde tijd of voor het aantal keren dat het werk aan het publiek wordt meegedeeld. De vervreemding of de exclusieve licentie die wordt verleend door een auteur met het oog op live-voorstellingen blijft ten hoogste drie jaar gelden; onderbreking van de opvoeringen gedurende twee opeenvolgende jaren doet die rechten van rechtswege vervallen. De begunstigde van een opvoeringscontract kan dat contract niet aan een derde overdragen zonder instemming van de auteur, tenzij hij tegelijkertijd zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk overdraagt. Art. 32. De begunstigde van het opvoeringscontrct moet aan de auteur of zijn rechtverkrijgenden het exacte programma van de openbare opvoeringen of uitvoeringen meedelen en hun een met bewijsstukken gestaafde staat van zijn bruto-ontvangsten bezorgen. Indien de auteur toesteming heeft gegeven voor de openbare opvoering van een live-voorstelling op zodanige voorwaarden dat, gelet op het succes van het werk, de bedongen forfaitaire vergoeding kennelijk niet evenredig is aan de winst bij de exploitatie van dat werk, moet de begunstigde van het opvoeringscontract, op verzoek van de auteur, de vergoeding wijzigen teneinde hem op billijke wijze te laten delen in de winst. De auteur kan (vooraf geen afstand) doen van dat recht. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) HOOFDSTUK II. - Naburige rechten. Afdeling 1. - Algemene bepaling. Art. 33. De bepalingen van dit hoofdstuk doen geen afbreuk aan het auteursrecht. Geen van deze bepalingen mag op zodanige wijze worden uitgelegd dat zij de uitoefening van het auteursrecht beperkt. De in dit hoofdstuk erkende naburige rechten zijn roerende rechten die overgaan bij erfopvolging en vatbaar zijn voor gehele of gedeeltelijke overdracht, overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Ze kunnen onder meer worden vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars. Art. 34. De uitvoerende kunstenaar heeft een onvervreemdbaar moreel recht op zijn prestatie. De globale afstand van de toekomstige uitoefening van dat recht is nietig. De uitvoerende kunstenaar heeft het recht zijn naam vermeld te zien overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken, almede een onjuiste toeschrijving te verbieden. Niettegenstaande enige afstand behoudt de uitvoerende kunstenaar het recht om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking (of andere wijziging) van zijn prestatie, dan wel tegen enige andere aantasting ervan die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 35. § 1. Alleen de uitvoerende kunstenaar heeft het recht om zijn prestatie te reproduceren of de reproduktie ervan toe te staan, op welke wijze of in welke vorm ook (, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk). <W 2005-05-22/33, art. 8, 005 ; ED : 27-05-2005> Dat recht omvat onder meer het exclusieve recht om de verhuring of de uitlening ervan toe te staan. Alleen hij heeft het recht om zijn prestatie volgens om het even welk procédé (, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn,) aan het publiek mede te delen. <W 2005-05-22/33, art. 8, 005 ; ED : 27-05-2005> (De rechten van de uitvoerende kunstenaar omvatten onder meer het exclusieve distributierecht dat slechts wordt uitgeput in geval van een eerste verkoop of eerste andere eigendomsoverdracht door de uitvoerende kunstenaar van de reproductie van zijn prestatie in de Europese Gemeenschap of met diens toestemming.) <W 2005-05-22/33, art. 8, 005 ; ED : 27-05-2005> Ook variété- en circusartisten worden als uitvoerende kunstenaars beschouwd. Aanvullende kunstenaars die volgens de beroepsgebruiken als dusdanig zijn erkend, worden niet als uitvoerende kunstenaars beschouwd. (§ 1bis. Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als uitvoerend kunstenaar aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op de prestatie, op een reproductie van de prestatie, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.) <W 2007-05-09/30, art. 10, 009; ED : 10-05-2007> § 2. Ten aanzien van de uitvoerende kunstenaar worden alle contracten schriftelijk bewezen. De contractuele bedingen met betrekking tot de rechten van de uitvoerende kunstenaar en de exploitatiebewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp waarin een vastlegging van de prestatie is geïncorporeerd, leidt niet tot het recht om de prestatie te exploiteren. De verkrijger van het recht moet de prestatie overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren. De overdracht van de rechten betreffende nog onbekende (exploitatievormen) is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) De overdracht van de vermogensrechten betreffende toekomstige prestaties geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de prestaties waarop de overdracht betrekking heeft, bepaald is. § 3. Wanneer een uitvoerend kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de prestatie binnen het (toepassingsgebied) van de overeenkomst of het statuut valt. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Wanneer een uitvoerend kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover de prestatie bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien. In die gevallen is § 2, derde tot vijfde lid, niet van toepassing. De strekking van die overdracht en de wijze waarop ze plaatsvindt, kunnen bij collectieve overeenkomst worden bepaald. Art. 36. Tenzij anders is overeengekomen, draagt de uitvoerende kunstenaar aan de producent het exclusieve recht van audiovisuele exploitatie van zijn prestatie over, met inbegrip van de voor deze exploitatie noodzakelijke rechten, zoals het recht om het werk van ondertiteling te voorzien of het na te scynchroniseren, onverminderd de bepalingen van artikel 34. De uitvoerende kunstenaar die weigert zijn aandeel in de verwezenlijking van het audiovisuele werk af te maken of niet bij machte is dat te doen, kan zich niet verzetten tegen het gebruik van zijn aandeel met het oog op de voltooiing van het werk. Voor die medewerking wordt hij beschouwd als uitvoerend kunstenaar en geniet hij de rechten die daaruit voortvloeien. Behoudens wat betreft de prestaties met het oog op de verwezenlijking van audiovisuele werken die tot de niet-culturele sector (of tot de reclamewereld) behoren, hebben de uitvoerende kunstenaars voor elke wijze van exploitatie recht op een afzonderlijke vergoeding. Wanneer de overeengekomen vergoeding evenredig is met de ontvangsten, bezorgt de producent de uitvoerende kuntenaars overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken een overzicht van hetgeen hij voor elke wijze van exploitatie heeft ontvangen. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 37. Gaat het om een live-voorstelling door een ensemble, dan wordt de toestemming gegeven door de solisten, de dirigenten, de regisseurs en, voor de andere uitvoerende kunstenaars, door de directeur van hun groep. Art. 38. De rechten van de uitvoerende kunstenaar vervallen vijftig jaar na de datum van de prestatie. Indien een vastlegging van de prestatie, op geoorloofde wijze gepubliceerd of aan het publiek meegedeeld is, vervallen de rechten vijftig jaar na de datum van het eerste feit. Deze termijn wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan. Na het overlijden van de uitvoerende kunstenaar worden de rechten uitgeoefend door diens erfgenamen of legatarissen, tenzij de uitvoerende kunstenaar ze aan een bepaald persoon heeft toegekend, rekening houdend met het wettelijk voorbehouden erfdeel dat aan de erfgenamen toekomt. Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de producenten van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films. Art. 39. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 41 en onverminderd het recht van de auteur en van de uitvoerende kunstenaar heeft alleen de producent van fonogrammen of van eerste vastleggingen van films het recht om zijn prestatie te reproduceren of de reproduktie ervan toe te staan, op welke wijze of in welke vorm ook (, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk.) <W 2005-05-22/33, art. 9, 005 ; ED : 27-05-2005> Dat recht omvat tevens het recht om de verhuring of de uitlening ervan toe te staan. (Het omvat ook het exclusieve distributierecht, dat slechts wordt uitgeput in geval van een eerste verkoop of eerste andere eigendomsoverdracht door de producent van de reproductie van zijn prestatie in de Europese Gemeenschap of met diens toestemming.) <W 2005-05-22/33, art. 9, 005 ; ED : 27-05-2005> Alleen de producent heeft het recht om het fonogram of de eerste vastlegging van de film volgens ongeacht welk procédé aan het publiek mede te delen (", met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.) <W 2005-05-22/33, art. 9, 005 ; ED : 27-05-2005> De rechten van de producenten (...) van eerste vastleggingen van films vervallen vijftig jaar na de vastlegging. Indien (...) de eerste vastlegging van de film binnen deze termijn evenwel op geoorloofde wijze gepubliceerd of aan het publiek meegedeeld is, vervallen de rechten vijftig jaar na de datum van het eerste feit. <W 2OO5-05-22/33, art. 9, 005 ; ED : 27-05-2005 ; zie ook haar art. 39> (De rechten van producenten van fonogrammen vervallen vijftig jaar na de vastlegging. Indien het fonogram echter binnen deze termijn op geoorloofde wijze gepubliceerd is, vervallen de rechten vijftig jaar na de datum van de eerste geoorloofde publicatie. Indien binnen de in de eerste zin bedoelde termijn geen geoorloofde publicatie heeft plaatsgevonden en het fonogram tijdens deze termijn op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, vervallen de rechten vijftig jaar na de datum van de eerste geoorloofde mededeling aan het publiek.) <W 2005-05-22/33, art. 9, 005 ; ED : 27-05-2005 ; zie ook haar art. 39> Deze termijn wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan. (§ 2. Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als de producent van fonogrammen of van eerste vastleggingen van films aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op de prestatie, op een reproductie van de prestatie, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.) <W 2007-05-09/30, art. 11, 009; ED : 10-05-2007> Afdeling 4. - Bepaling betreffende de verhuring van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films. Art. 40. De uitvoerende kunstenaar die zijn recht betreffende de verhuring van een fonogram of van een eerste vastlegging van een film overdraagt of afstaat, behoudt het recht op een billijke vergoeding voor de verhuring. Van dat recht kan geen afstand worden gedaan. Afdeling 5. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars en de producenten. Art. 41. Wanneer de prestatie van een uitvoerende kunstenaar op geoorloofde wijze wordt gereproduceerd of door de radio uitgezonden, mogen de uitvoerende kunstenaar en de producent zich onverminderd het recht van de auteur niet verzetten : 1° tegen de mededeling ervan op een openbare plaats, op voorwaarde dat die prestatie niet voor een voorstelling wordt gebruikt en van het publiek geen toegangsgeld of vergoeding wordt gevraagd om die prestatie te kunnen bijwonen; 2° tegen de radio-uitzending ervan. Art. 42. Het gebruik van (prestaties) geeft, overeenkomstig artikel 41, de uitvoerende kunstenaars en de producenten recht op een billijke vergoeding, ongeacht de plaats waar die fonogrammen zijn vastgelegd. <W 1995-04-03/41, art. 4, 002; ED : 09-05-1995> De vergoeding wordt door de personen die de handelingen bepaald in artikel 41 verrichten betaald aan de in hoofdstuk VII van deze wet bedoelde vennootschappen voor het beheer van de rechten. Is er binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet omtrent die vergoeding geen overeenstemming tussen die beheersvennootschappen en de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, dan wordt het bedrag ervan bepaald door een commissie (die voltallig of in gespecialiseerde afdelingen zetelt en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de minister die bevoegd is voor het auteursrecht). <W 1998-08-31/41, art. 24, 003; ED : 14-11-1998> (Deze commissie zetelt voltallig of in afdelingen die gespecialiseerd zijn in een of meerdere activiteitssectoren. Elke afdeling wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de minister die bevoegd is voor het auteursrecht. In deze commissie beschikken de vennootschappen voor het beheer van de rechten, enerzijds, en de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, anderzijds, over een gelijk aantal stemmen. Deze gelijke verdeling van het aantal stemmen tussen, enerzijds, de vennootschappen voor het beheer van de rechten en, anderzijds, de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, is eveneens van toepassing wanneer de commissie in gespecialiseerde afdelingen zetelt.) <W 2008-12-22/33, art. 76, 013; ED : 14-11-1998> De vennootschappen voor het beheer van de rechten en de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, worden aangewezen door de minister die bevoegd is voor het auteursrecht. Degenen die de vergoeding verschuldigd zijn, meten overeenkomstig de eisen van de redelijkheid de inlichtingen meedelen die nuttig zijn voor de inning en de verdeling van de rechten. De commissie (die voltallig of in gespecialiseerde afdelingen zetelt) bepaalt op welke wijze die inlichtingen en stukken worden verstrekt. <W 1998-08-31/41, art. 24, 003; ED : 14-11-1998> De commissie (die voltallig of in gespecialiseerde afdelingen zetelt) beslist bij meerderheid van de stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. <W 1998-08-31/41, art. 24, 003; ED : 14-11-1998> De beslissingen van de commissie worden bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad. (De Koning kan de nadere regels met betrekking tot de werking en de organisatie van de Commissie bepalen.) <W 1998-08-31/41, art. 24, 003; ED : 14-11-1998> (De beslissingen van de Commissie worden bij koninklijk besluit bindend verklaard ten aanzien van derden. De minister, bevoegd voor het auteursrecht, kan weigeren de Koning voor te stellen een beslissing bindend te maken op grond van het feit dat die beslissing kennelijk onwettige bepalingen bevat, of bepalingen die indruisen tegen het algemeen belang. Hij brengt de commissie op de hoogte van de redenen daarvoor.) <W 1998-08-31/41, art. 24, 003; ED : 14-11-1998> Art. 43. Onverminderd he bepaalde in internationale overeenkomsten wordt de in artikel 42 bedoelde vergoeding door de vennootschappen voor het beheer van de rechten verdeeld onder de uitvoerende kunstenaars en de producenten, ieder voor de helft. De duur van de in artikel 42 bedoelde rechten op vergoeding is telkens gelijk aan deze voorzien in de artikelen 38 en 39, laatste lid. Afdeling 6. - Bepalingen betreffende de omroeporganisaties. Art. 44. (Alleen de omroeporganisatie heeft het recht volgende handelingen toe te staan) : <W 2005-05-22/33, art. 10, 005 ; ED : 27-05-2005> a) het rechtstreeks of later heruitzenden van haar uitzendingen daaronder begrepen de doorgifte via de kabel en de mededeling aan het publiek per satelliet; b) de reproduktie van haar uitzendingen door welk procédé ook, (, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk) daaronder begrepen de distributie van vastleggingen van haar uitzendingen; <W 2OO5-05-22/33, art. 10, 005 ; ED : 27-05-2005> c) de mededeling van haar uitzendingen op een voor het publiek toegankelijke plaats tegen betaling van toegangsgeld. (d) de beschikbaarstelling voor het publiek van de vastleggingen van haar uitzendingen op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.) <W 2OO5-05-22/33, art. 10, 005 ; ED : 27-05-2005> (Het distributierecht bedoeld in het eerste lid, b ), wordt slechts uitgeput in geval van een eerste verkoop of eerste andere eigendomsoverdracht door de omroeporganisatie van de vastlegging van haar uitzending in de Europese Gemeenschap of met haar toestemming.) <W 2OO5-05-22/33, art. 10, 005 ; ED : 27-05-2005> (§ 2. Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als de omroeporganisatie aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op de prestatie, op een reproductie van de prestatie, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.) <W 2007-05-09/30, art. 12, 009; ED : 10-05-2007> Art. 45. De bescherming bedoeld in artikel 44 blijft gelden gedurende vijftig jaar te rekenen van de eerste uitzending. Deze duur wordt berekend vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan. Afdeling 7. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de afdelingen 1 tot 6. Art. 46. De artikelen 35, 39, 42 en 44 zijn niet van toepassing wanneer de handelingen bedoeld in die artikelen verricht worden met een van de hierna volgende doelstellingen : 1° (het citeren uit een prestatie, ten behoeve van kritiek, polemiek, recensie, onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden, maakt geen inbreuk op het auteursrecht, voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt;) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> 2° de vastlegging, de reproduktie en de mededeling aan het publiek, met het oog op informatie, van korte fragmenten van de prestaties van de rechthebbenden bedoeld in de afdelingen 2 tot 6, in een verslag dat over actuele gebeurtenissen wordt uitgebracht; 3° de kosteloze privé-uitvoering in familiekring of in het kader van schoolactiviteiten; 3°bis (de reproductie van korte fragmenten van een prestatie wanneer deze reproductie wordt verricht op om het even welke drager ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, indien zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de prestatie;) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> (3°ter. de mededeling van prestaties voorzover deze mededeling wordt uitgevoerd ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht en voorzover deze mededeling verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, enkel wordt uitgevoerd door de gesloten transmissienetwerken van de instelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de prestatie;) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005>xploitatie van de prestatie;) <W 1998-08-31/41, art. 25, 003; ED : 14-11-1998> 4° de reproduktie van prestaties van de houders van de naburige rechten, die in familiekring geschiedt en alleen daarvoor bestemd is; (4°bis. tijdelijke reproductiehandelingen van voorbijgaande of bijkomstige aard die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel : - de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon; of - een rechtmatig gebruik van een prestatie, waarbij die handelingen geen zelfstandige economische waarde bezitten;) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> 5° een karikatuur, een parodie of een pastiche, rekening houdend met de eerlijke gebruiken; 6° de kosteloze uitvoering van een werk tijdens een publiek examen, wanneer het doel van de uitvoering niet het werk zelf is, maar het beoordelen van de uitvoerder of uitvoerders van het werk met het oog op het verlenen van een kwalificatiegetuigschrift, diploma of titel binnen een erkende onderwijsinstelling. 7° (de reproductie beperkt tot een aantal kopieën, bepaald in functie van en gerechtvaardigd door het doel het culturele en wetenschappelijke patrimonium te bewaren, door voor het publiek toegankelijke bibliotheken, musea, of door archieven die niet het behalen van een direct of een indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de prestatie en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de houders van naburige rechten. De materialen die aldus worden vervaardigd blijven eigendom van deze instellingen, die zichzelf ieder commercieel of winstgevend gebruik ervan ontzeggen. De houders van naburige rechten kunnen hiertoe toegang krijgen, onder strikte inachtneming van de bewaring van het werk en tegen een billijke vergoeding van het werk verricht door deze instellingen;) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> (8° de mededeling en de beschikbaarstelling van niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen prestaties die onderdeel uitmaken van de verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken, wetenschappelijke- en onderwijsinstellingen, musea of archieven die niet het behalen van een direct of een indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, hierin bestaande dat het werk, via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen, voor onderzoek of privé-studie medegedeeld wordt aan of beschikbaar gesteld wordt voor individuele leden van het publiek;) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> 9° tijdelijke opnamen van prestaties, gemaakt door omroeporganisaties met hun eigen middelen, met inbegrip van de middelen van een persoon die optreedt namens en onder de verantwoordelijkheid van de omroeporganisaties, ten behoeve van hun eigen uitzendingen; 10° de reproductie en mededeling aan het publiek van prestaties ten behoeve van mensen met een handicap, die rechtstreeks met deze handicap verband houdt en van niet-commerciële aard is en voorzover het wegens de betrokken handicap noodzakelijk is, voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de prestatie en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de houders van naburige rechten; 11° de reproductie en de mededeling aan het publiek voor reclamedoeleinden, voor openbare tentoonstellingen of openbare verkopen van prestaties, voorzover het noodzakelijk is voor de promotie van die gebeurtenissen, met uitsluiting van enig ander commercieel gebruik; 12° de reproductie van uitzendingen, door erkende ziekenhuizen, gevangenissen en instellingen voor jeugd- of gehandicaptenzorg, voor zover deze instellingen geen winstoogmerk nastreven en dat deze reproductie is voorbehouden voor het exclusieve gebruik van de daar verblijvende natuurlijke personen.) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> Art. 47. § 1. De uitvoerende kunstenaar en de producent kunnen de uitlening vn fonogrammen en van eerste vastleggingen van films niet verbieden, wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doe door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht. § 2. De uitlening van fonogrammen en van eerste vastleggingen van films kan pas plaatsvinden zes maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek. Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten. (§ 3. De in § 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen fonogrammen of eerste vastleggingen van films invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren van het fonogram of de eerste vastlegging van de film.) <W 1995-04-03/41, art. 6, 002; ED : 09-05-1995> Art. 47bis. <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 26, 003; ED : 14-11-1998> De bepalingen van de artikelen 46 en 47, §§ 1 en 3, zijn van dwingend recht. (Er kan evenwel op contractuele basis afgeweken worden van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, wanneer het prestaties betreft die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld op grond van overeengekomen bepalingen op zodanige wijze dat leden van het publiek daartoe toegang hebben op een door hen individueel gekozen plaats en tijd.) <W 2005-05-22/33, art. 11, 005 ; ED : 27-05-2005> HOOFDSTUK III. - Mededeling aan het publiek per satelliet en doorgifte per kabel. Afdeling 1. - Mededeling aan het publiek per satelliet. Art. 48. Overeenkomstig de voorafgaande hoofdstukken en rekening houdend met de hierna volgende bepalingen geldt de bescherming van het auteursrecht en van de naburige rechten tevens voor de radio-uitzendingen per satelliet. Art. 49. De mededeling aan het publiek per satelliet vindt slechts plaats in de Lid-Staat van de Europese Unie waar de programmadragende signalen onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt. Indien de mededeling aan het publiek per satelliet plaatsvindt in een Staat die niet tot de Unie behoort en die niet het niveau van bescherming biedt waarin de voorafgaande hoofdstukken voorzien, wordt zij niettemin geacht in de hierna omschreven Lid-Staat te hebben plaatsgevonden en kunnen de rechten er, naar gelang van het geval, tegen de persoon die het grondstation exploiteert of tegen de omproeporganisatie worden uitgeoefend : - indien de programmadragende signalen per satelliet worden doorgezonden vandgebied van een Lid-Staat, of - indien de omroeporganisatie die tot de mededeling aan het publiek opdracht heeft gegeven, haar hoofdvestiging op het grondgebied van een Lid-Staat heeft. Art. 50. Voor de artikelen 48 en 49 wordt onder mededeling aan het publiek per satelliet de handeling verstaan waarbij de programmadragende signalen voor ontvangst door het publiek onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt. Indien de programmadragende signalen in gecodeerde vorm worden uitgezonden, is er sprake van mededeling aan het publiek per satelliet wanneer de middelen voor het decoderen van de uitzending door of met toestemming van de omroeporganisatie ter beschikking van het publiek worden gesteld. Afdeling 2. - Doorgifte via kabel. Art. 51. Overeenkomstig de voorafgaande hoofdstukken en rekening houdend met de hierna omschreven nadere regels beschikken alleen de auteur en de houders van de naburige rechten over het recht de doorgifte via de kabel van hun werken en prestaties toe te staan. Art. 52. Onder doorgifte via de kabel wordt verstaan de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, door middel van een kabel- of microgolfsysteem, aan het publiek, van een eerste uitzending, al dan niet via de ether, ook per satelliet, van televisie- of radiopragramma's die voor ontvangst door het publiek bestemd zijn. Art. 53. § 1. Het recht van de auteur en van de houders van naburige rechten om de doorgifte via de kabel toe te staan of te verbieden, kan uitsluitend door vennootschappen voor het beheer van de rechten worden uitgeoefend. § 2. Indien de auteur of de houders van naburige rechten het beheer van hun rechten niet aan een vennootschap voor het beheer van de rechten hebben opgedragen, is de vennootschap die rechten van dezelfde categorie beheert, geacht met het beheer van hun rechten te zijn belast. Indien de rechten van die categorie door meer dan één vennootschap voor het beheer van de rechten worden beheerd, staat het de auteur of de houders van naburige rechten vrij te kiezen welke van die vennootschappen geacht wordt hun rechten te beheren. Voor hen gelden dezelfde rechten en plichten uit de overeenkomst tussen de kabelmaatschappij en de vennootschap voor het beheer van de rechten als voor de rechthebbenden die het beheer van hun rechten aan deze vennootschap hebben opgedragen. Zij kunnen die rechten doen gelden binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de datum van doorgifte via de kabel van hun werk of van hun prestatie. § 3. De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op de rechten die een omroeporganisatie in het kader van haar eigen uitzendingen uitoefent. Art. 54. § 1. Indien er geen overeenkomst betreffende de toestemming voor doorgifte via de kabel kan worden gesloten, kunnen de partijen een beroep doen op drie bemiddelaars. § 2. De bemiddelaars worden aangewezen volgens de bepalingen van het zesde deel van het Gerechtlijk Wetboek, die van toepassing zijn op de aanwijzing van scheidslieden. Zij moeten hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid kunnen waarborgen. Zij moeten bijstand verlenen bij het voeren van onderhandelingen en kunnen voorstellen doen na de betrokken partijen te hebben gehoord. De voorstellen worden ter kennis gebracht door een te post aangetekende brief met ontvangbewijs. § 3. Indien binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de kennisgeving geen van de betrokken partijen zich door middel van een kennisgeving aan de andere partijen in dezelfde vorm tegen de voorstellen heeft verzet, worden zij geacht die voorstellen te hebben aanvaard. HOOFDSTUK IV. - (Het kopiëren voor eigen gebruik van werken en prestaties.) <W 2OO5-05-22/33, art. 13, 006 ; ED : 27-05-2005> Art. 55. De auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken hebben recht op een vergoeding voor de reproduktie voor eigen gebruik van hun werken en prestaties, inclusief voor de gevallen bedoeld in artikel 22, § 1, 5, en artikel 46, eerste lid, 4, van deze wet. De vergoeding wordt betaald door de fabrikant, de intracommunautaire invoerder of aankoper van dragers die gebruikt kunnen worden voor het reproduceren van geluidswerken en audiovisuele werken dan wel van apparaten waarmee de reproduktie mogelijk wordt op de datum waarop die dragers en die apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht. De Koning bepaalt de nadere regels met betrekking tot de inning en de verdeling van en de controle op de vergoeding, alsmede het tijdstip waarop die vergoeding is verschuldigd. Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten verdelen de vennootschappen voor het beheer van de rechten overeenkomstig artikel 58 de vergoeding onder de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten. Krachtens de door Hem bepaalde voorwaarden en nadere regels gelast de Koning een voor alle vennootschappen voor het beheer van de auteursrechten representatieve vennootschap met de inning en de verdeling van de vergoeding. Wanner een auteur of een uitvoerende kunstenaar zijn recht op een vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik van geluidswerken of audiovisuele werken heeft afgestaan, behoudt hij het recht op een billijke vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik. De auteurs of de uitvoerende kunstenaars kunnen geen afstand doen van dat recht op een billijke vergoeding. Het in het eerste lid bedoelde recht op vergoeding kan niet in aanmerking komen voor de bij de artikelen 18 en 36 bedoelde vermoedens. Art. 56. De vergoeding bedoeld in artikel 55 wordt vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit en wordt berekend op de verkoopprijs die wordt aangerekend door de fabrikant, de intra-communautaire aankoper of de invoerder van de apparaten waarmee de beschermde werken gereproduceerd kunnen worden en desgevallend van de drager. Bij ontstentenis van zodanig besluit wordt de vergoeding vastgesteld op : - 3 procent op de aankoopprijs zoals bepaald in het eerste lid voor toestellen waarmee de beschermde werken gereproduceerd kunnen worden; - 2 frank per uur voor analoge dragers; - 5 frank per uur voor numerieke dragers. Art. 57. De vergoeding bedoeld in artikel 55 wordt terugbetaald op de wijze bepaald door de Koning : 1° aan de producenten van geluidswerken en audiovisuele werken; 2° aan de omroeporganisaties; 3° (aan de instellingen die door de overheid officieel erkend en gesubsidieerd worden met het oog op de bewaring van geluidsmateriaal of audiovisueel materiaal. De vergoeding wordt enkel terugbetaald voor de dragers die zijn bestemd om geluidsmateriaal en audiovisueel materiaal te bewaren en ter plaatse beluisterd of bekeken te worden;) <W 2008-06-08/31, art. 35, 1°, 012; ED : 26-06-2008> 4° aan blinden, slechtzienden, doven en slechthorenden, evenals aan de erkende instellingen, opgericht ten behoeve van deze personen; 5° aan de erkende onderwijsinstellingen, die geluidsmateriaal en audiovisueel materiaal gebruiken voor didactische of wetenschappelijke doeleinden. (6° aan de erkende ziekenhuizen, gevangenissen en instellingen voor jeugdzorg.) <W 2005-05-22/33, art. 16, 006 ; ED : 27-05-2005> (Tweede lid opgeheven). <W 2008-06-08/31, art. 35, 2°, 012; ED : 26-06-2008> (Bovendien kan de Koning na advies van de commissie van de betrokken milieus, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld koninklijk besluit, de categorieën van fysieke personen en rechtspersonen bepalen die : 1° hetzij genieten van een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de vergoeding die is geïnd en doorgerekend op de computers die zij verworven hebben; 2° hetzij voor deze waarvoor de betalingsplichtigen van de vergoeding zoals bedoeld in artikel 55, geheel of gedeeltelijk hiervan zijn vrijgesteld of worden terugbetaald voor de computers verworven door deze personen. De terugbetaling of de vrijstelling van de vergoeding bedoeld in het vorige lid, dient behoorlijk met redenen omkleed te zijn : 1° hetzij door de noodzaak om, zonder afbreuk te doen aan de creatie, de meest gelijke toegang te waarborgen voor elkeen tot de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, daar de vergoeding in kwestie een obstakel zou vormen voor deze toegang; 2° hetzij door de noodzaak om de verwerving van computers te waarborgen door personen die dit materieel kennelijk niet aanwenden voor de reproducties bedoeld in artikel 55. De Koning bepaalt de voorwaarden van de terugbetaling of de vrijstelling.) <W 2005-05-22/33, art. 16, 006 ; ED : 27-05-2005> Art. 58. § 1. De in artikel 55 bedoelde vergoeding wordt, naar rata van een derde, toegewezen aan elk van de volgende categorieën : - de auteurs; - de uitvoerende kunstenaars; - de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken. § 2. De Gemeenschappen en de federale Staat kunnen beslissen dertig procent van de opbrengst van de vergoeding waarvan sprake is in de voorgaande paragraaf, te gebruiken ter aanmoeiding van de schepping van werken, en zulks door middel van een samenwerkingsakkoord met toepassing van artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. HOOFDSTUK V. - (De reproductie voor privé-gebruik of ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek) van werken die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd. <W 1998-08-31/41, art. 27, 003; ED : 14-11-1998> Art. 59. (De auteurs en de uitgevers van werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd, hebben recht op een vergoeding voor de reproductie van die werken, ook wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 22, § 1, 4° en 4°bis, en 22bis, § 1,1° en 2°.) <W 1998-08-31/41, art. 28, 003; ED : 14-11-1998> De vergoeding wordt betaald door de fabrikant, de invoerder of de intracommunautaire koper van de apparaten waarmee de beschermde werken gereproduceerd kunnen worden, op de datum waarop die apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht. Art. 60. Bovendien moeten de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kopieën van werken vervaardigen, een vergoeding betalen die evenredig is aan het aantal vervaardigde kopieën of, desgevallend, met décharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproduktieapparaat ter beschikking stellen van anderen. Art. 61. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit het bedrag van de in de artikelen 59 en 60 bedoelde vergoedingen. (De vergoeding bedoeld in artikel 60 kan worden aangepast naar gelang van de betrokken sectoren.) <W 1995-04-03/41, art. 7, 002; ED : 09-05-1995> Hij bepaalt de nadere regels voor de inning en verdeling van en de controle op die vergoedingen, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd zijn. Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten worden de in de artikelen 59 en 60 bedoelde vergoedingen in gelijke delen toegewezen aan de auteurs en de uitgevers. Overeenkomstig de voorwaarden en de nadere regels die Hij stelt, belast Hij een vennootschap die representatief is voor alle vennootschappen voor het beheer van de rechten met de inning en de verdeling van de vergoeding. HOOFDSTUK Vbis. - <Ingevoegd bij W 1998-08-31/41, art. 29, 003; ED : 14-11-1998> De reproductie en/of de mededeling van werken of prestaties ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek. Art. 61bis. <W 1998-08-31/41, art. 29, 003; ED : 14-11-1998> (De auteurs en de uitgevers van werken hebben recht op een vergoeding voor de reproductie en de mededeling van die werken onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 22, § 1, 4°ter en 4°quater en 22bis, § 1, 3°.) <W 2OO5-05-22/33, art. 21, 006 ; ED : 27-05-2005> De auteurs van databanken hebben recht op een vergoeding voor de mededeling ervan onder de voorwaarden bepaald in artikel 22bis, § 1, 4°. (De uitvoerende kunstenaars, de producenten van fonogrammen en de producenten van eerste vastleggingen van films hebben recht op een vergoeding voor de reproductie en de mededeling van hun prestaties onder de voorwaarden bepaald in artikel 46, 3°bis en 3°ter.) <W 2005-05-22/33, art. 21, 006 ; ED : 27-05-2005> Art. 61ter. <W 1998-08-31/41, art. 29, 003; ED : 14-11-1998> De natuurlijke personen of de rechtspersonen die exploitatiehandelingen in verband met de werken of prestaties verrichten of, desgevallend, met décharge van eerstgenoemden, de onderwijsinstellingen en de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek welke de werken of prestaties kosteloos of onder bezwarende titel ter beschikking stellen van anderen, moeten een evenredige vergoeding betalen die wordt vastgesteld op grond van de exploitatiehandelingen. Art. 61quater. <W 2005-05-22/33, art. 22, 006 ; ED : 27-05-2005> De vergoeding bedoeld in artikel 61bis, wordt vastgesteld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De Koning stelt de modaliteiten van inning, verdeling en toezicht van de vergoeding vast, evenals het tijdstip waarop deze verschuldigd is. De Koning kan, op de door Hem bepaalde voorwaarden en wijze, een of meer vennootschappen die alleen of gezamenlijk representatief zijn voor alle vennootschappen die de rechten beheren, ermee belasten de inning en de verdeling van de vergoeding te verzekeren. De Koning kan tevens de verdeelsleutel van de vergoeding vaststellen, tussen de categorieën van rechthebbenden enerzijds, en tussen de categorieën van werken anderzijds. HOOFDSTUK VI. - Bepalingen inzake openbare uitlening. Art. 62. § 1. (In geval van uitlening van werken van letterkunde, databanken, fotografische werken of partituren van muziekwerken onder de voorwaarden genoemd in artikel 23, hebben de auteur en de uitgever recht op een vergoeding.) <W 2005-05-22/33, art. 23, 006 ; ED : 27-05-2005> § 2. In geval van uitlening van geluidswerken of audiovisuele werken onder de voorwaarden genoemd in de artikelen 23 en 47, hebben de auteur, de uitvoerende kunstenaar en de producent recht op een vergoeding. Art. 63. Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten bepaalt de Koning het bedrag van de in artikel 62 bedoelde vergoedingen. Deze worden geïnd door de vennootschappen voor het beheer van de rechten. De Koning kan, overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en nadere regels, een vennootschap die representatief is voor alle vennootschappen voor het beheer van de rechten, ermee belasten de vergoedingen voor openbare uitlening te innen en te verdelen. Bij de vaststelling van de in artikel 62 bedoelde vergoeding bepaalt de Koning, na raadpleging van de Gemeenschappen en, in voorkomend geval, op hun initiatief, voor sommige categorieën van instellingen die door de overheid zijn erkend of opgericht, een vrijstelling of een forfaitair vastgesteld bedrag per uitlening. Art. 64. § 1. Onderminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten wordt de in artikel 62, § 1, bedoelde vergoeding verdeeld tussen de auteurs (en de uitgevers naar rata van 70 % voor de auteurs en 30 % voor de uitgevers.) <W 2005-05-22/33, art. 24, 006 ; ED : 27-05-2005> § 2. Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten wordt de in artikel 62, § 2, bedoelde vergoeding verdeeld tussen de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten naar rata van een derde voor elk. HOOFDSTUK VII. - Vennootschappen voor het beheer van de rechten. Art. 65. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op al wie de bij deze wet erkende rechten int of verdeelt voor rekening van verschillende rechthebbenden. Het beheer moet worden waargenomen door een vennootschap die op regelmatige wijze is opgericht in een van de landen van de Europese Unie, waar zij op geoorloofde wijze als vennootschap voor de inning of de verdeling van die rechten werkzaam is. De vennoten moeten de hoedanigheid bezitten van auteur, uitvoerend kunstenaar, producent van geluidswerken of audiovisuele werken, uitgever, of van rechtverkrijgende van de voormelde personen. Is de vennootschap gevestigd in een land dat geen lid is van de Europese Unie, dan moet zij haar werkzaamheden in België verichten via een vennootschap of een instelling die in een land van de Europese Unie op regelmatige wijze is opgericht en waarvan degene die met het beheer is belast, voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 198 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. Art. 66. De vennootschap heeft de plicht de rechten te beheren die door deze wet worden erkend wanneer de rechthebbende daarom verzoekt en dat verzoek overeenstemt met de doelstelling en de statuten van de vennootschap. De statuten van de vennootschappen mogen in geen geval het recht beperken van de personen die zij vertegenwoodigen om vertegenwoordigd te zijn in de organen van de vennootschap. Niettegenstaande ieder andersluidend beding, kunnen de statuten, reglementen of overeenkomsten van de vennootschappen een rechthebbende niet beletten het beheer van een of meer categorieën van werken of prestaties van zijn repertoire toe te vertrouwen aan de vennootschap van zijn keuze of om het beheer zelf uit te oefenen; In geval van terugtrekking en onverminderd de rechtshandelingen die voordien door zijn vennootschap zijn gesteld, moet de rechthebbende een toereikende opzeggingstermijn in acht nemen. De vennootschappen zijn verplicht ter plaatste inzage te verlenen van de repertoires waarvan zij het beheer waarnemen. Art. 67. Om op het nationale grondgebied werkzaam te kunnen zijn, moeten de in artikel 65 bedoelde vennootschappen een vergunning bezitten van de minister die bevoegd is voor het auteursrecht. Een koninklijk besluit bepaalt op welke wijze de vergunningen moeten worden aangevraagd en onder welke voorwaarden zij verkregen kunnen worden. De minister kan een vergunning intrekken wanneer de vennootschap niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de vergunning of wanneer zij zware of herhaalde overtredingen van de bepalingen van deze wet begaat of heeft begaan. Het weigeren en het intrekken van de vergunning moeten met redenen worden omkeed. De intrekking heeft gevolg na verloop van twee jaar te rekenen van de kennisgeving van de intrekking. De intrekking van de vergunning geldt als ontbinding van de toetrdingsovereenkomst of van de overeenkomst waarbij de leden aan de vennootschap machtiging hebben verleend. Elke toekenning en elke intrekking van een vergunning moet in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. Art. 68. Op de vennootschappen wordt toezicht uitgeoefend door een commissaris, benoemd op dezelfde wijze als bij de naamloze vennootschappen. De commissaris moet worden gekozen onder de leden van het Instituut der bedrijfsrevisoren; hij draagt de titel van commissaris-revisor. Alle bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen die betrekking hebben op de commissarissen-revisoren in de naamloze vennootschappen, zijn van overeenkomstige toepassing op de commissaris-revisor bedoeld in het tweede lid. Art. 69. De sommen die worden geïnd en waarvan uiteindelijk blijkt dat ze niet kunnen worden uitgekeerd, moeten door de vennootschappen worden verdeeld onder de rechthebbenden van de betrokken categorie, op de wijze die bij tweederde meerderheid van de algemene vergadering wordt bepaald. Bij gebreke van een dergelijke meerderheid wordt met dit doel speciaal een nieuwe algemene vergadering bijeengeroepen, die bij gewone meerderheid beslist. Over de aanwending van die sommen maakt de revisor jaarlijks een bijzonder verslag op. Art. 70. Onverminderd de informatie die medegedeeld moet worden krachtens de wetten en de statuten, kan elke vennoot of zijn gemachtigde, binnen een maand te rekenen van de dag van zijn verzoek, een afschrift krijgen van de stukken van de laatste drie jaren die betrekking hebben op : 1° de door de algemene vergadering goedgekeurde jaarrekeningen en de financiële structuur van de vennootschap; 2° de bijgewerkte lijst van de bestuurders; 3° de verslagen van de raad van bestuur en van de commissaris-revisor aan de algemene vergadering; 4° de tekst van en de toelichting bij de aan de algemene vergadering voorgestelde resoluties, alsmede alle inlichtingen betreffende de kandidaten voor de raad van bestuur; 5° het door de commissaris-revisor voor juist verklaarde totale bedrag van de bezoldigingen, forfaitaire kosten en voordelen van welke aard ook, die werden uitgekeerd aan de bestuurders; 6° de geactualiseerde tarieven van de vennootschap; 7° de bestemming van de sommen die, overeenkomstig de artikelen 13, tweede lid, en 69, verdeeld moesten worden. Art. 71. De vennootschappen kunnen, binnen de perken van de hen op grond van hun statuten verleende bevoegdheden, algemene contracten sluiten met betrekking tot de exploitatie van auteursrechten en naburige rechten. Art. 72. Deze wet doet geen afbreuk aan de contracten inzake vertegenwoordiging die de in deze wet bedoelde vennootschappen hebben gesloten, noch aan de contracten die zij, onder de gelding van vroegere wetten, met derden hebben gesloten. Deze bepaling geldt enkel in zoverre die vennootschappen de in artikel 67 bedoelde vergunning hebben aangevraagd binnen zes maanden te rekenen van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in dat artikel. Die aanvraag moet vergezeld gaan van een kopie van de statuten en van de laatste drie goedgekeurde balansen. De vergunning wordt van rechtswege toegekend op verzoek van de vennootschappen die, sedert ten minste drie jaar vóór de inwerkingtreding van deze wet, de werkzaamheden bedoeld in artikel 65 werkelijk hebben verricht, of die dergelijke werkzaamheden hebben overgenomen van een vennootschap of van een vereniging die ze even lang heeft verricht. Art. 73. De vennootschappen zijn bevoegd om in rechte op te treden met het oog op de verdediging van de rechten die zij krachtens de statuten beheren. Art. 74. Het bewijs van een opvoering, uitvoering, reproduktie of enige andere exploitatie, alsook het bewijs van een onjuiste verklaring over de opgevoerde, uitgevoerde of gereproduceerde werken of over de ontvangsten kan niet alleen door de processen-verbaal van de officieren of de agenten van de gerechtelijke politie worden geleverd, maar ook door de vaststellingen van een gerechtsdeurwaarder of tot het tegendeel bewezen is van een door beheersvennootschappen aangewezen persoon die erkend is door de Minister bevoegd voor het auteursrecht en beëdigd is overeenkomstig artikel 572 van het Gerechtelijk Wetboek. Art. 75. De vennootschappen delen hun jaarrekeningen mee aan de Minister die bevoegd is voor het auteursrecht en geven hem kennis van elk voorstel tot wijziging van de statuten, de tarieven of de innings- en verdelingsregels, ten minste twee maanden vóór de algemene vergadering tot het onderzoek ervan overgaat. Art. 76. De Minister wijst voor elke vennootschap een vertegenwoordiger aan. De vertegenwoordiger houdt toezicht op de toepassing van de wet en de statuten, alsook van de in artikel 75 bedoelde tarieven, innings- en verdelingsregels. (Lid 3 opgeheven) <W 1995-04-03/41, art. 8, 002; ED : 09-05-1995> Hij treedt op uit eigen beweging of op verzoek van de Minister of van enige belanghebbende. De vennootschap moet hem alle stukken en alle inlichtingen verschaffen die dienstig kunnen zijn voor zijn taak. Hij kan inzage nemen van de boeken en de boekingsstukken van de vennootschap. De vertegenwoordiger brengt aan de Minister verslag uit over zijn handelingen en onderzoeken en deelt het resultaat ervan mee aan wie erom gevraagd heeft. Het statuut en de bezoldiging van de vertegenwoordiger worden bij koninklijk besluit bepaald. (De minister heeft het recht om in rechte op te treden om bij elke overtreding van de wet of de statuten een sanctie te vorderen.) <W 1995-04-03/41, art. 8, 002; ED : 09-05-1995> Onverminderd het bepaalde in artikel 67 kan herhaalde overtreding van de statuten en de reglementen van de vennootschap grond opleveren voor de intrekking van de erkenning door de Minister. Art. 77. De vertegenwoordiger kan de beperking van de werkingskosten van de vennootschap, alsmede de aanwijzing van een deskundige die aan de algemene vergadering verslag moet uitbrengen, op de agenda van een algemene vergadering van de vennootschap plaatsen. Art. 78. De personeelsleden van de (vennootschappen voor het beheer van de rechten) alsmede alle andere personen die zijn betrokken bij de inning van de krachtens de hoofdstukken IV tot VI verschuldigde vergoedingen, moeten het beroepgsgheim bewaren over alle inlichtingen waarvan ze kennis hebben door of naar aanleiding van de uitvoering van hun opdracht. Schending van dat beroepsgeheim wordt gestraft met de straffen gesteld bij artikel 458 van het Strafwetboek. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) HOOFDSTUK VIII. - Algemene bepalingen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied. Art. 79. Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten gelden de bij deze wet gewaarborgde rechten in België ook voor de buitenlandse auteurs en de buitenlanders die naburige rechten genieten, maar niet voor een langere termijn dan bij de Belgische wet is bepaald. Indien evenwel die rechten in hun eigen land vervallen na een kortere termijn, vervallen zij ook in België na het verstrijken van die termijn. Zijn de Belgische auteurs en de (Belgische houders van naburige rechten) in mindere mate beschermd in een vreemd land, dan gelden de voordelen van deze wet voor de onderdanen van dat land slechts in gelijke mate. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) (Niettegenstaande het eerste lid is de reciprociteit van toepassing op de rechten op vergoeding van uitgevers, uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen, alsook van eerste vastleggingen van films bedoeld in de artikelen 55, 59 en 61bis, zulks onverminderd het Verdrag over de Europese Unie.) <W 1998-08-31/41, art. 31, 003; ED : 14-11-1998> Afdeling 1bis. - Rechtsbescherming van technische voorzieningen en informati e betreffende het beheer van rechten. <ingevoegd bij W 2OO5-05-22/33, art. 25 ; ED : 27-05-2005> Art. 79bis. <ingevoegd bij W 2005-05-22/33, art. 26 ; ED : 27-05-2005> § 1. Eenieder die een doeltreffende technische voorziening omzeilt en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten en die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat deze omzeiling het plegen van inbreuken bedoeld (in artikel 80) kan vergemakkelijken, is schuldig aan een misdrijf dat wordt bestraft overeenkomstig de artikelen 81 en 83 tot 86. De omzeiling van technische voorzieningen getroffen, overeenkomstig of krachtens dit artikel of overeenkomstig artikel 87bis, § 1, wordt geacht het plegen van inbreuken bedoeld (in artikel 80) te vergemakkelijken. <W 2008-06-08/31, art. 36, 1°, 012; ED : 26-06-2008> Eenieder die inrichtingen, producten of onderdelen vervaardigt, invoert, verdeelt, verkoopt, verhuurt, er reclame voor verkoop of verhuur voor maakt, of voor commerciële doeleinden bezit, of die diensten verricht die : 1° gestimuleerd, aangeprezen of in de handel worden gebracht om de bescherming van een doeltreffende technische voorziening te omzeilen, of 2° slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben naast het omzeilen van de bescherming van een doeltreffende technische voorziening, of 3° in het bijzonder ontworpen, vervaardigd of aangepast zijn met het doel het omzeilen van een doeltreffende technische voorziening mogelijk of gemakkelijker te maken, is schuldig aan een misdrijf dat wordt bestraft overeenkomstig de artikelen 81 en 83 tot 86. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven bedoeld in het eerste en tweede lid. Onder " technische voorzieningen " wordt verstaan : technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of prestaties, die door de houders van auteursrechten of naburige rechten niet zijn toegestaan. Technische voorzieningen worden geacht doeltreffend te zijn in de zin van het eerste en tweede lid indien het gebruik van een werk of prestatie wordt beheerst door de rechthebbende, door toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocédé zoals encryptie, versluiering of andere transformatie van het werk of prestatie of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming bereikt. § 2. (De rechthebbenden nemen binnen een redelijke termijn afdoende vrijwillige maatregelen, waaronder overeenkomsten met andere betrokken partijen, om ervoor te zorgen dat de nodige middelen verschaft worden aan de gebruiker van een werk of een prestatie om van de uitzonderingen bepaald in artikel 21, § 2, in artikel 22, § 1, 4°, 4°bis, 4°ter, 4°quater, 8°, 10°, 11° en 13°, in artikel 22bis, § 1, eerste lid, 1° tot 5°, en in artikel 46, 3°bis, 3°ter, 7°, 9°, 10° en 12°, te kunnen genieten mits de gebruiker op rechtmatige wijze toegang heeft tot het door de technische voorziening beschermde werk of prestatie.) <W 2008-06-08/31, art. 36, 2°, 012; ED : 26-06-2008> De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, volgens de voorwaarden die Hij vaststelt, de lijst van bepalingen bedoeld in het eerste lid, uitbreiden tot de artikelen 22, § 1, 5°, en 46, 4°, voor zover dit geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van werken of van prestaties, noch de wettige belangen van de rechthebbenden onredelijk schaadt. § 3. De § 2 geldt niet voor werken of prestaties voor het publiek beschikbaar gesteld op grond van overeengekomen bepalingen op zodanige wijze dat leden van het publiek daartoe toegang hebben op een door hen individueel gekozen plaats en tijd. § 4. De technische voorzieningen bedoeld in § 1 mogen de rechtmatige verkrijgers van werken en prestaties niet beletten deze werken en prestaties overeenkomstig hun beoogde doel te gebruiken. Art. 79ter. <ingevoegd bij W 2005-05-22/33, art. 27 ; ED : 27-05-2005> § 1. Eenieder die opzettelijk op ongeoorloofde wijze een van de volgende handelingen verricht : 1° de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten; 2° de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling voor het publiek van werken of van prestaties, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd, en die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op het auteursrecht of op een naburig recht, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt, is schuldig aan een misdrijf dat wordt bestraft overeenkomstig de artikelen 81 en 83 tot 86. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op dit misdrijf. § 2. In de zin van dit artikel wordt onder " informatie betreffende het beheer van rechten " verstaan alle door de rechthebbenden verstrekte informatie op grond waarvan het werk of prestatie, dan wel de auteur of andere rechthebbende kunnen worden geïdentificeerd. Deze term wijst ook op informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of prestatie, alsook op de cijfers en codes waarin die informatie vervat ligt. Het eerste lid is van toepassing, wanneer bestanddelen van deze informatie zijn verbonden met een kopie van een werk of prestatie of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek ervan. Afdeling 2. - Strafbepalingen. Art. 80. Hij die kwaadwillig of bedrieglijk inbreuk pleegt op het auteursrecht en de naburige rechten, is schuldig aan het misdrijf van namaking. Hetzelfde geldt voor de kwaadwillige of bedrieglijke aanwending van de naam van een auteur of van een persoon die een naburig recht geniet, of voor enig door hem gebruik distinctief kenmerk om zijn werk of prestatie aan te duiden. De aldus ot stand gebrachte voorwerpen worden als nagemaakt beschouwd. Hij die voorwerpen, wetende dat zij nagemaakt zijn, verkoopt, verhuurt, te koop of te huur stelt, in voorraad heeft voor de verkoop of de verhuur of in België invoert voor commerciële doeleinden, is schuldig aan hetzelfde misdrijf. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op het misdrijf van namaking. De bepalingen van hoofdstuk XI van de wet van 3 juli 1969 houdende invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn van toepassing op de overtredingen van de bepalingen van de hoofdstukken IV tot VI en op de overtredingen van hun uitvoeringsbesluien, waarbij de term " belasting " wordt vervangen door " vergoeding ". (Wanneer de feiten voorgelegd aan de rechtbank, het voorwerp zijn van een vordering tot staking in toepassing van artikel 87, § 1, kan er niet over de strafvordering beslist worden dan nadat een in kracht van gewijsde gegane beslissing is genomen over de vordering tot staking.) <W 2007-05-15/59, art. 28, 010; ED : 01-10-2007> Art. 81. <L 2008-06-08/31, art. 37, 012; ED : 26-06-2008>De misdrijven bepaald in de artikelen 79bis, § 1, 79ter en 80 worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 100 tot 100 000 EUR of met een van die straffen alleen. In geval van herhaling binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens dezelfde inbreuk, worden de opgelopen straffen op het dubbele van het maximum gebracht. Art. 82. Ingeval een uitvoering of een opvoering inbreuk maakt op het auteursrecht of op de naburige rechten, kunnen de ontvangsten in beslag genomen worden als zaken die uit het misdrijf voortkomen. Zij worden aan de eiser toegewezen naar evenredigheid van hetgeen zijn werk of zijn prestatie heeft bijgedragen tot de uitvoering of opvoering en worden bij de raming van de schadevergoeding in aanmerking genomen. Art. 83. De rechter kan bevelen dat de vonnissen gewezen met toepassing van artikel 81 moeten worden aangeplakt voor de duur die hij bepaalt, zowel binnen als buiten de gebouwen van de overtreder en op diens kosten, of dat het vonnis op kosten van de overtreder in nieuwsbladen of op enige andere wijze bekendgemaakt moet worden. Art. 84. De rechtspersonen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de veroordeling tot het betalen van schadevergoeding, boeten, kosten, verbeurdverklaringen, teruggaven en geldstraffen van welke aard ook, die wegens overtreding van deze wet worden uitgesproken tegen hun bestuurders, vertegenwoordigers of aangestelden. De leden van handelsverenigingen zonder rechtspersoonlijkheid kunnen in dezelfde mate burgerlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer de overtreding door een (vennoot), zaakvoerder, aangestelde of (lasthebber) is begaan naar aanleiding van een verrichting die tot de activiteit van de vereniging behoort. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) Art. 85. <W 1995-04-03/41, art. 9, 002; ED : 09-05-1995> In geval van herhaling van de in deze wet omschreven misdrijven kan de rechtbank hetzij de definitieve, hetzij de tijdelijke sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde.e. Art. 86. De ontvangsten en de verbeurdverklaarde voorwerpen kunnen aan de burgerburgerlijke partij worden toegewezen, in mindering of ten belope van het geleden nadeel. Afdeling 3. - Burgerlijke rechtsvordering ter zake van auteursrecht. Art. 86bis. <ingevoegd bij W 2007-05-09/30, art. 13, ED : 10-05-2007> § 1. Onverminderd § 3 heeft de benadeelde recht op de vergoeding van elke schade die hij door een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht lijdt. § 2. Wanneer de omvang van de schade op geen andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding in redelijkheid en billijkheid vaststellen op een forfaitair bedrag. De rechter kan bij wijze van schadevergoeding de afgifte bevelen aan de eiser van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt, en die nog in het bezit van de verweerder zijn. Indien de waarde van die goederen, materialen en werktuigen de omvang van de werkelijke schade overschrijdt, bepaalt de rechter de door de eiser te betalen opleg. In geval van kwade trouw kan de rechter bij wijze van schadevergoeding de afdracht bevelen van het geheel of een deel van de ten gevolge van de inbreuk genoten winst alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Bij het bepalen van de af te dragen winst worden enkel de kosten in mindering gebracht die rechtstreeks verbonden zijn aan de betrokken inbreukactiviteiten. § 3. In geval van kwade trouw kan de rechter de verbeurdverklaring uitspreken ten voordele van de eiser van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt, en die nog in het bezit van de verweerder zijn. Indien de goederen, materialen en werktuigen niet meer in het bezit van de verweerder zijn kan de rechter een vergoeding toekennen waarvan het bedrag gelijk is aan de voor de verkochte goederen, materialen en werktuigen ontvangen prijs. De aldus uitgesproken verbeurdverklaring slorpt de schadevergoeding op ten belope van de waarde van het verbeurdverklaarde. Art. 86ter. <ingevoegd bij W 2007-05-09/30, art. 14, ED : 10-05-2007> § 1. Wanneer de rechter een inbreuk op het auteursrecht of een naburig recht vaststelt, beveelt hij tegenover elke inbreukmaker de staking van deze inbreuk. De rechter kan eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het auteursrecht of op een naburig recht te plegen. § 2. Onverminderd de aan de benadeelde wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, kan de rechter op vordering van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen de terugroeping uit het handelsverkeer, de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer of de vernietiging gelasten van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt. Deze maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten. Bij de beoordeling van een vordering als bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen, alsmede met de belangen van derden. § 3. Wanneer de rechter in de loop van een procedure een inbreuk vaststelt, kan hij, op verzoek van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen, de inbreukmaker bevelen al hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de inbreukmakende goederen of diensten aan de partij die de vordering instelt mee te delen en haar alle daarop betrekking hebbende gegevens te verstrekken, voor zover die maatregel gerechtvaardigd en redelijk voorkomt. Eenzelfde bevel kan worden opgelegd aan de persoon die de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit heeft, de diensten waardoor een inbreuk wordt gemaakt op commerciële schaal heeft gebruikt, of op commerciële schaal diensten die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, heeft verleend. § 4. De rechter kan bevelen dat zijn beslissing of de samenvatting die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de inbreukmaker en dat zijn vonnis of de samenvatting ervan in kranten of op enige andere wijze wordt bekendgemaakt, dit alles op kosten van de inbreukmaker. Art. 87. § 1. (In aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbanken behoren, stellen de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en de voorzitter van de rechtbank van koophandel, het bestaan vast van elke inbreuk op het auteursrecht of op een naburig recht en bevelen ze de staking ervan.) <W 2007-05-10/33, art. 5, 1°, 008; ED : 01-11-2007> (Ze kunnen eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het auteursrecht of op een naburig recht te plegen.) <W 2007-05-10/33, art. 5, 2°, 008; ED : 01-11-2007> De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding. Op de vordering wordt uitspraak gedaan, niettegenstaande enige vervolging die voor de strafrechter wordt ingesteld wegens dezelfde feiten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande voorziening en zonder borgstelling, tenzij de rechter heeft bevolen dat een borg moet worden gesteld. De vordering wordt ingesteld op verzoek van elke betrokkene, van een gemachtigde (vennootschap voor het beheer van de rechten) of van een beroepsvereniging of interprofessionele vereniging met rechtspersoonlijkheid. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) De voorzitter kan bevelen dat een einde moet worden gemaakt aan de betwiste handeling en dat het vonnis, op de wijze die hij geschikt acht, geheel of gedeeltelijk wordt bekendgemaakt op kosten van de verweerder. § 2. (De vordering die samenhangt met de vordering bepaald in § 1, en die de staking tot voorwerp heeft van een handeling bedoeld in artikel 95 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, of in artikel 18 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen, wordt eveneens uitsluitend voor de voorzitter van de krachtens § 1 bevoegde rechtbank gebracht.) <W 2007-05-10/33, art. 5, 3°, 008; ED : 01-11-2007> Afdeling 3bis. - Vorderingen betreffende de toepassing van technische voorzieningen. <ingevoegd bij W 2005-05-22/33, art. 29 ; ED : 27-05-2005> Art. 87bis. <ingevoegd bij W 2OO5-05-22/33, art. 30 ; ED : 27-05-2005> § 1. (Niettegenstaande de rechtsbescherming voorzien in artikel 79bis zijn de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en de voorzitter van de rechtbank van koophandel in aangelegenheden die tot de respectieve bevoegdheid van die rechtbanken behoren, bevoegd voor het vaststellen van elke overtreding van artikel 79bis, §§ 2 en 4 en naargelang het geval : 1° ofwel het opleggen aan de rechthebbenden van het nemen van passende maatregelen die de begunstigden van de uitzonderingen voorzien in artikel 21, § 2, artikel 22, § 1, 4°, 4°bis, 4°ter, 4°quater, 8°, 10°, 11° en 13°, artikel 22bis, § 1, eerste lid, 1° tot 5°, en artikel 46, 3°bis, 3°ter, 7°, 9°, 10° en 12°, of in de bepalingen door de Koning bepaald krachtens artikel 79bis, § 2, tweede lid, toelaten te kunnen genieten van deze uitzonderingen ingeval die begunstigde op rechtmatige wijze toegang heeft tot het werk of de beschermde prestatie; 2° ofwel het bevelen aan de rechthebbenden om de technische voorzieningen aan te passen aan artikel 79bis, § 4.) <W 2007-05-10/33, art. 6, 008; ED : 01-11-2007> § 2. De vordering gegrond op § 1 wordt ingesteld op verzoek van : 1° de belanghebbenden; 2° de minister bevoegd voor het auteursrecht; 3° een beroeps- of interprofessionele vereniging met rechtspersoonlijkheid; 4° een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de Raad voor het Verbruik vertegenwoordigd is of door de minister bevoegd voor het auteursrecht, volgens criteria bepaald bij een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, erkend is. In afwijking van de bepalingen in de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de verenigingen en groepen bedoeld in de punten 3° en 4° in rechte optreden voor de verdediging van hun statutair omschreven collectieve belangen. § 3. De vordering gegrond op § 1 wordt ingesteld en behandeld zoals in kortgeding. Zij mag worden ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, overeenkomstig de artikelen 1034ter tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg (of de voorzitter van de rechtbank van koophandel) kan bevelen dat de beschikking of de samenvatting ervan wordt aangeplakt gedurende de termijn die hij bepaalt, en zowel binnen als buiten de inrichtingen van de overtreder en op diens kosten, evenals de bekendmaking van de beschikking of van de samenvatting ervan, op kosten van de overtreder, in dagbladen of op een andere wijze. <W 2007-05-10/33, art. 6, 008; ED : 01-11-2007> De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgtocht. Elke uitspraak wordt, binnen acht dagen en door toedoen van de griffier van het bevoegde rechtscollege, aan de minister bevoegd voor het auteursrecht meegedeeld, tenzij het vonnis gewezen is op zijn verzoek. Bovendien is de griffier verplicht de minister bevoegd voor het auteursrecht onverwijld in te lichten over het beroep tegen een uitspraak die krachtens dit artikel gewezen is. (§ 4. De vordering die samenhangt met de vordering bepaald in § 1, en die de staking tot voorwerp heeft van een handeling bedoeld in artikel 95 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, of in artikel 18 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen, wordt eveneens uitsluitend voor de voorzitter van de krachtens § 1 bevoegde rechtbank gebracht.) <W 2007-05-10/33, art. 6, 008; ED : 01-11-2007> Afdeling 4. - Overgangsbepalingen. Art. 88. § 1. Deze wet is van toepassing op de werken en de prestaties (die tot stand zijn gebracht vóór de inwerkingtreding ervan en die op dat tijdstip niet tot het openbaar domein behoren). (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) (De wet is van toepassing op databanken die tot stand zijn gebracht voor de inwerkingtreding van artikel 20bis en die op dat tijdstip niet tot het openbaar domein behoren.) <W 1998-08-31/41, art. 32, 003; ED : 14-11-1998> § 2. Zij is eveneens van toepassing op de werken en de prestaties die op 1 juli 1995 in ten minste één Lid-Staat van de Europese Unie door het auteursrecht worden beschermd. De rechten worden evenwel niet opnieuw van kracht ten aanzien van personen die werken of prestaties welke vóór 1 juli 1995 tot het openbaar domein behoorden, te goeder trouw hebben geëxploiteerd, zulks voor zover zij dezelfde exploitatiebewijzen aanwenden. § 3. Deze wet doet geen afbreuk aan de rechten verkregen op grond van de wet of van rechtshandelingen, noch aan de exploitatiehandelingen (verricht) voor de inwerkingtreding ervan. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 4. Voor overeenkomsten betreffende de exploitatie van werken en andere beschermde prestaties, die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet van kracht zijn, (gelden de artikelen 49 en 50 vanaf 1 januari 2000), indien deze overeenkomsten na die datum verstrijken. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 5. Indien een voor 1 januari 1995 gesloten internationale coproduktie-overeenkomst tussen een coproducent uit een Lid-Staat van de Europese Unie en een of meer coproducenten uit andere Lid-Staten of derde landen uitdrukkelijk voorziet in een regeling waarbij de exploitatierechten voor alle vormen van mededeling aan het publiek naar geografisch gebied tussen de coproducenten worden verdeeld, zonder dat de regeling die van toepassing is op de mededeling aan het publiek per satelliet onderscheiden wordt van de voorschriften die van toepassing zijn op de andere vormen van mededeling, en indien de mededeling van de coproduktie aan het publiek per satelliet de exclusiviteit, met name de taalexclusiviteit, van een van de coproducenten of van zijn rechtverkrijgenden op een bepaald grondgebied zou aantasten, is voor het verlenen van toestemming door een van de coproducenten of zijn rechtverkrijgenden voor een mededeling aan het publiek per satelliet de voorafgaande toestemming vereist van degene die recht op die exclusiviteit kan doen gelden, ongeacht of hij een coproducent dan wel een rechtverkrijgende is. Afdeling 5. - Opheffingsbepalingen. Art. 89. § 1. De auteurswet van 22 maart 1986 wordt opgeheven. § 2. De wet van 25 juni 1921 tot het innen van een recht op de openbare kunstveilingen, ten bate der kunstenaars, auteurs der verkochte werken, wordt opgeheven op de dag van de inwerkingtreding van de artikelen 11 tot 13 van deze wet. Art. 90. In artikel 1 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van het wettelijk depot bij de Koninklijke Bibliotheek van België vervallen de woorden " de fonografische en ". Afdeling 6. - Wijzigingsbepalingen. Art. 91. Artikel 572 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een 11°, luidend als volgt : " 11° de personen die door vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en van naburige rechten worden aangewezen teneinde alle mogelijke exploitatievormen van een werk of van een prestatie, evenals enige onjuiste verklaring in verband met een dergelijke exploitatie vast te stellen ". In artikel 19 van de hypotheekwet van 16 december 1851 die titel XVIII van het Burgerlijk Wetboek vormt, wordt een 4°decies ingevoegd, luidend als volgt : " 4°decies. De vorderingen van de auteurs, zoals omschreven in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. " (Aan artikel 96, eerste lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument worden de woorden "en de naburige rechten" toegevoegd.) Afdeling 7. - Inwerkingtreding. Art. 92. § 1. Met uitzondering van de bepalingen bedoeld in §§ 2 tot 7 van dit artikel treedt deze wet in werking de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke zij in het Belgisch Staatsblad is bekengemaakt. § 2. De artikelen 11 tot 13 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 13, tweede lid. (De volgrechten met betrekking tot de doorverkopen bij openbare veiling van werken, in de zin van artikel 1 van de wet van 25 juni 1921 tot het innen van een recht op de openbare kunstveilingen, ten bate der kunstenaars, auteurs der verkochte werken, die plaatsvonden voor 2 februari 1999, waarvoor de verschuldigde rechten op de dag van inwerkingtreding van dit lid nog niet betaald werden aan de auteur of de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten, zullen verdeeld worden door de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen. Ongeacht het ogenblik waarop de in het vorige lid voorziene doorverkopen plaatsvonden, verjaart de vordering van de auteur met betrekking tot de volgrechten bepaald in het vorige lid, door verloop van drie jaren te rekenen van het ogenblik bepaald door de Koning. De bedragen die na het verstrijken van deze verjaringstermijn niet konden betaald worden aan de auteur of de vennootschap belast met het beheer van zijn rechten, worden verdeeld onder de door de Koning aangewezen beheersvennootschappen in verhouding tot het bedrag aan volgrechten dat elk van hen tijdens het voorgaande kalenderjaar heeft geïnd. Deze bedragen worden vervolgens herverdeeld onder de rechthebbenden van de betrokken categorie, overeenkomstig de regels bepaald in artikel 69.) <W 2006-12-04/38, art. 8, 007; ED : 01-11-2007> § 3. De artikelen 42 en 43 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van het ministerieel besluit bedoeld in artikel (42), vijfde lid. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) (NOTA : Voor art. 42 gaat het om MB 1996-06-18/33, dat op 08-07-1996 in werking treedt.) § 4. De (artikelen 22, § 1, 5°, 46, punt 4), en 55 tot 58 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van de koninklijke besluiten bedoeld in de artikelen 55, derde en vijfde lid, en 57 en (uiterlijk) de eerste dag van de dertiende maand volgend op (die gedurende welke) deze wet in het Belgisch Staatsblad (is) bekendgemaakt. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 5. De artikelen (22, § 1, 4°), en 59 tot 61 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van de uitvoeringsbesluiten bedoeld in artikel 61. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) § 6. De artikelen 62 tot 64 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van de koninklijke besluiten bedoeld in artikel 63, eerste en derde lid. § 7. 1. De artikelen 65, 66, 68, 69 en 70 treden in werking de eerste dag van de twaalfde maand volgend op die gedurende welke (deze wet) in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. (Err. B.St. 22-11-1994, pp. 28832-5) 2. De artikelen 67 en 72 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 67, tweede lid. 3. De artikelen 76 en 77 treden in werking de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 76, (zevende) lid. "<W 1995-04-03/41, art. 10, 002; ED : 09-05-1995> Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 30 juni 1994. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, M. WATHELET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. WATHELET |
||
| Preambule | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
|
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : |
|||
| Wijziging(en) | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
| Gewijzigd door WET van 10-12-2009 gepubl. op 23-12-2009 Art. 61,L3 *** 65ter,§3 *** 65quater *** 66sexies *** 67,§1-§3 *** 68quater *** 78bis,§1,2°,3°,6°,7°,§3,§4 *** 78ter Van kracht tot (onbepaald) Art. 56,L1 Van kracht tot 01-02-2010 Art. 65ter,§4 *** 67,§1-§3 Van kracht tot 14-04-2010 Art. 22,§1,4°ter *** 55bis *** 60bis *** 65,L2-L4 *** 65bis *** 65ter,§1-§3,§5 *** 65quinquies *** 65sexies *** 66 *** 66bis *** 66ter *** 66quater *** 66quinquies *** 67,§4-§6 *** 67bis *** 68 *** 68bis *** 68ter *** 69 *** 69bis *** 70,7° *** 75 *** 75bis *** 76 *** 76ter *** 77 *** 77bis *** 77ter *** 77quater *** 77quinquies *** 78bis,§1,1°,4°,5°,§2,§5-§7 Van kracht tot 01-04-2010 Art. 76bis *** 78bis, §4 Van kracht tot 30-01-2012 [ Zie tekst hier boven ] | |||
| Gewijzigd door WET van 22-12-2008 gepubl. op 29-12-2008 Gewijzigd art. 42,L4 Van kracht tot 14-11-1998 Gewijzigd art. 22,#1 Van kracht tot 29-12-2008 [ Zie versie 012 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 08-06-2008 gepubl. op 16-06-2008 Gewijzigd art. 57,L1 *** 79BIS *** 81 Van kracht tot 26-06-2008 [ Zie versie 011 ] | |||
| Gewijzigd door KONINKLIJK BESLUIT van 02-08-2007 gepubl. op 10-09-2007 Gewijzigd art. 12 Van kracht tot 01-11-2007 [ Zie versie 010 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 15-05-2007 gepubl. op 18-07-2007 Gewijzigd art. 80 *** 81 Van kracht tot 01-10-2007 [ Zie versie 009 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 09-05-2007 gepubl. op 10-05-2007 Gewijzigd art. 6,L2 *** 35,#1bi *** 39,#2 *** 44,#2 Van kracht tot 10-05-2007 [ Zie versie 008 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 10-05-2007 gepubl. op 10-05-2007 Gewijzigd art. 87 *** 87BIS Van kracht tot 01-11-2007 [ Zie versie 007 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 04-12-2006 gepubl. op 23-01-2007 Gewijzigd art. 9 *** 11 *** 12 *** 13 *** 92,#2 Van kracht tot 01-11-2007 Gewijzigd art. 22,#1 Van kracht tot (onbepaald) [ Zie versie 006 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 22-05-2005 gepubl. op 27-05-2005 Gewijzigd art. 57,L1 *** 61BIS *** 62,#1 *** 64,#1 *** 81 Van kracht tot 27-05-2005 Gewijzigd art. 55 *** 56 *** 58 *** 59 *** 61 Van kracht tot (onbepaald) [ Zie versie 005 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 22-05-2005 gepubl. op 27-05-2005 Gewijzigd art. 1,#1 *** 21 *** 22,#1-2 *** 22BIS *** 22BIS *** 23BIS *** 35,#1 *** 39 *** 44,L1-2 *** 46 *** 47bIS Van kracht tot 27-05-2005 Gewijzigd art. 22,#1 *** 46 Van kracht tot (onbepaald) [ Zie versie 004 ] | |||
| Gewijzigd door KONINKLIJK BESLUIT van 20-07-2000 gepubl. op 30-08-2000 Gewijzigd art. 12 Van kracht tot 01-01-2002 [ Zie versie 003 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 31-08-1998 gepubl. op 14-11-1998 Gewijzigd art. 22 *** 23 *** 42 *** 46 *** 59 *** 62 *** 79 *** 88 Van kracht tot 14-11-1998 [ Zie versie 002 ] | |||
| Gewijzigd door WET van 03-04-1995 gepubl. op 29-04-1995 Gewijzigd art. 2,# *** 22 *** 23 *** 42,L1 *** 46 *** 47 *** 61,L1 *** 76 *** 85 *** 91 *** 92 Van kracht tot 09-05-1995 [ Zie versie 001 ] |
|||
| Parlementairewerkzaamheden | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
|
Gedr. St. van de Senaat : 145 (B.Z. 1991-1992) : Nr. 1 : Voorstel van wet. - Nr. 2 : Verslag. - Nrs. 3 tot 9 : Amendementen. - Nr. 10 : Artikelen in eerste lezing aangenomen. Handelingen van de Senaat : 19, 20 en 21 mei 1992. Gedr. St. van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 450 (B.Z. 1991-1992) : Nr. 1 : Voorstel van wet. - Nr. 2 : Verslag, 473 (B.Z. 1991-1992) : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Senaat. - Nrs. 2 tot 26 : Amendementen. - Nr. 27 : Advies van de Raad van State. - Nrs. 28 en 29 : Amendementen. - Nr. 30 : Advies van de Raad van State. - Nrs. 31 en 32 : Amendementen. - Nr. 33 : Verslag. - Nr. 34 : Tekst aangenomen door de commissie. - Nrs. 35 tot 38 : Amendementen. [- Nr. 39 : Artikels gewijzigd in pleniaire vergadering.] (Err. B.St. 05-11-1994, p. 27467) Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 30 en 31 maart 1994. [Gedr. St. van de Senaat : 145 (B.Z. 1991-1992) : Nr. 11 : Ontwerp geamendeerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Nr. 12 : Verslag. - Nrs. 13 tot 15 : Amendementen. Handelingen van de Senaat : 23 juni 1994.] (Err. B.St. 05-11-1994, p. 27467) |
|||
| Begin | Preambule | |
| Parlementairewerkzaamheden | Inhoudstafel | Wijziging(en) |